Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Súdwest-Fryslân

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Súdwest-Fryslân

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;

gelet op artikel 78gg in de Participatiewet;

besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:

Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Súdwest-Fryslân.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    alleenverdiener: het huishouden dat:  

    • a.

      een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en; 

    • b.

      vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en; 

    • c.

      een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b. 

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;

  • -

    huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; 

  • -

    vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet. 

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 1.

    Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

  • 2.

    Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden als:  

    • a.

      het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden voor 2025 niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2023 en/of 2024 tot de doelgroep behoorde;

    • d.

      er tussentijds geen relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd;

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd. 

  • 3.

    Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden als:  

    • a.

      het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden voor 2026 en 2027 niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2025 tot de doelgroep behoorde;

    • d.

      er tussentijds geen relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd;

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd.

Artikel 3 Aanvraag op uitnodiging

Het college nodigt een huishouden uit om over 2025, 2026 en/of 2027 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen als:

  • a.

    het huishouden voor het betreffende kalenderjaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

  • b.

    het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden voor het betreffende jaar niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

  • c.

    het college op basis van de bij het college bekende gegevens vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

  • d.

    de meestverdienende partner op de datum van de aanvraag ingeschreven staat in de gemeente.

Artikel 4 Aanvraag zelfmelder

  • 1.

    Het huishouden kan tot 31 december 2028 een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 en/of 2027 indienen bij het college. Deze aanvraag is vormvrij.

  • 2.

    Het college kent de vaste tegemoetkoming toe als:

    • a.

      de aanvrager een alleenverdiener is, als bedoeld in artikel 1 van de beleidsregels;

    • b.

      het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • c.

      de meestverdienende partner op de datum van de aanvraag ingeschreven staat in de gemeente;

    • d.

      het vermogen van het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd lager is dan de vermogensgrens van de zorgtoeslag op die datum.

  • 3.

    Bij een aanvraag voor het lopende kalenderjaar wordt het totaalinkomen van het huishouden als volgt vastgesteld:

    • a.

      bij een vast maandinkomen wordt het totale netto-inkomen van de partners in de maand voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen;

    • b.

      bij een wisselend maandinkomen wordt het totale netto-inkomen van de partners in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen.

  • 4.

    Bij een aanvraag voor een voorafgaand jaar wordt het jaarinkomen vastgesteld op basis van:

    • a.

      het belastbaar jaarinkomen uit de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het betreffende kalenderjaar, of als deze nog niet aanwezig is;

    • b.

      de jaaropgave(n) over het betreffende kalenderjaar.

Artikel 5 Toekenning en verstrekking

De vaste tegemoetkoming wordt eenmaal per kalenderjaar toegekend en in één keer verstrekt. 

Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werken terug tot en met 1 januari 2025. 

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Súdwest-Fryslân. 

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2026

mr. drs. J.A. de Vries, burgemeester

drs. C. Smits, gemeentesecretaris