Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767623
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767623/1
Geldend van 09-10-2026 t/m heden
1 Inleiding
In 2050 worden alle woningen en utiliteitsgebouwen in Nederland verwarmd zonder aardgas.
Dat komt voort uit het Nationaal Klimaatakkoord uit 20191. In het Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties
afgesproken hoe Nederland de uitstoot van broeikasgassen gaat terugdringen. Onderdeel
hiervan is de warmtetransitie: de opgave om 7 miljoen woningen en 1 miljoen utiliteitsgebouwen
te verwarmen met hernieuwbare energie in 2050, en dus niet meer met aardgas. De verantwoordelijkheid
voor de uitvoering van de warmtetransitie is vanuit het Rijk bij gemeenten belegd.
Het Klimaatakkoord is niet de enige reden om van het gas af te gaan: ook de aardbevingen
in Groningen, de leveringszekerheid van energie, de hoge aardgasprijzen en de sterk
toegenomen energiearmoede zijn redenen om te kiezen voor de overstap naar een schone
en betaalbare warmtevoorziening.
1Het Nationaal Klimaatakkoord van 2019 volgt uit het Klimaatakkoord van Parijs van 2015
1.1 Ambitie van de gemeente
Alle gemeenten in Nederland, waaronder dus ook de gemeente Uitgeest, hebben het Klimaatakkoord ondertekend. In het Ambitiedocument Klimaat BUCH 2021-2025, dat ook is vastgesteld door de gemeenteraad van Uitgeest, staat de kortere termijn doelstelling van 20% aardgasvrije gebouwen in 2030 in lijn met de afspraken in het Klimaatakkoord. Daarom zijn wij op volop met deze opgave aan de slag en moeten wij de komende jaren met nog meer inspanning verder om de doelstellingen te behalen. We leren daardoor steeds beter wat slim en effectief is en wisselen ook kennis en ervaringen uit in regionale, provinciale en landelijke netwerken.
1.2 Doel van dit warmteprogramma
Een Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het beschrijft de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van onze buurten in de komende 10 jaar. Het beschrijft in welke gebieden we de komende jaren aan de slag gaan en wat ruwweg de verwachte aanpak is. Na de zomer van 2025 starten we in deze gebieden met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen uit de buurt met het uitwerken van de plannen in meer detail.
Dit Warmteprogramma:
-
biedt duidelijkheid en handelingsperspectief voor professionele partners, en voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren;
-
legt de basis voor de gebiedsgerichte aanpak en vormt de basis voor de uitvoeringsplannen per buurt;
-
zorgt ervoor dat we de voortgang van de plannen voor de komende tien jaar goed kunnen bijhouden.
1.3 Inhoud Warmteprogramma
In 2019 maakten we een voorloper van dit warmteprogramma: ‘Transitievisie Warmte Uitgeest 2019’. Deze visie beschrijft in grote lijnen de route naar aardgasvrij in 2050. Dit warmteprogramma wordt concreter en beschrijft wat we in de komende tien jaar gaan doen:
-
We beschrijven in welke buurten we starten met het maken van uitvoeringsplannen.
-
Voor sommige buurten geven we ook een einddatum waarop we de levering van aardgas stoppen.
-
Voor de rest van de buurten maken wij een gemeentebreed actie- en ondersteuningsplan zodat inwoners en bedrijven hier wel al kunnen voorbereiden op de stap naar aardgasvrij in hun buurt
Milieueffectrapportage (mer) en het Warmteprogramma
Het Warmteprogramma is een wettelijk en bestuursrechtelijk voorgeschreven programma.
Het betreft een programma onder de Omgevingswet2.
Het Warmteprogramma van de gemeente Uitgeest is niet kaderstellend voor mer-beoordelingsplichtige projecten. Dit komt omdat een Warmteprogramma alleen kaderstellend zou zijn, als het programma richtinggevende keuzes maakt over mer-beoordelingsplichtige projecten, zoals grootschalige warmtenetten. Deze zijn niet van toepassing in Uitgeest. Het Warmteprogramma heeft daarom geen mer. Mocht dit in de toekomst toch nodig zijn, vanwege veranderende omstandigheden, dan zal dit alsnog worden opgesteld.
2Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt het Warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. De ingangsdatum hiervan is 1 januari 2026.
1.4 Terugblik Transitievisie warmte Uitgeest 2019
Sinds het vaststellen van de ‘Transitievisie Warmte Uitgeest 2019’ is er veel gebeurd en veranderd. Onderzoeken en initiatieven van inwoners en de lokale energiecoöperatie DUEC hebben voor nieuwe inzichten gezorgd. Daarnaast zijn er verschillende landelijke en geopolitieke ontwikkelingen die hun stempel hebben gedrukt op de energiemarkt en verduurzamingsopgave.
Genomen stappen en behaalde resultaten
Sinds het vaststellen van de Transitievisie Warmte 2019 zijn de volgende stappen genomen:
Haalbaarheidsonderzoek collectief warmtenet
In 2020 werd een verdiepingsslag gemaakt om te bepalen of een warmtenet zoals genoemd
in de Transitievisie Warmte haalbaar was voor de Koog en Oude Dorp. Onderdeel daarvan
was een businesscaseberekening. Daaruit bleek dat een warmtenet financieel niet haalbaar
was; de financiële bijdrage per aansluiting bleek te hoog. Daarom werd vervolgens
een warmte uitvoeringsplan gemaakt voor een andere aanpak. Door deze nieuwe inzichten
valt Oude Dorp in dit Warmteprogramma af als startbuurt, zie hoofdstuk 5.
Warmte uitvoeringsplan
Omdat een collectieve aanpak dus niet haalbaar bleek, is het warmte uitvoeringsplan
gericht op individuele oplossingen. Daarin worden inwoners op verschillende niveaus
geholpen om uiteindelijk van het aardas af te gaan. Van kleine maatregelen als radiatorfolie,
tot financiële steun en advies voor het aardgasvrij-klaar maken van de woning tot
begeleiding bij het helemaal van het gas af gaan voor wie dat wilde.
Isolatieaanpak
Als gevolg van de energiecrisis kwam er vanuit het Rijk extra aandacht voor het isoleren
van woningen met een slecht energielabel. Om in aanmerking te komen voor de subsidie
die hiervoor beschikbaar werd gesteld, is begin 2023 het ‘Projectplan Nationaal Isolatieprogramma’
vastgesteld, met o.a. inkoopacties voor voordelige isolatiemaatregelen en een buurtgerichte
aanpak waarbij inwoners worden ontzorgd om hun woning te laten isoleren. Gelijktijdig
aan het opstellen van dit Warmteprogramma wordt ook deze isolatieaanpak geëvalueerd
en verbeterd.
Ondersteuning VvE’s
Verenigingen van eigenaren (VvE’s) vragen een specifieke aanpak ter ondersteuning
van verduurzaming. Zij hebben bijvoorbeeld te maken met meerjarige planningen voor
het onderhoud en ledenvergaderingen waar voldoende instemming nodig is, wat de planvorming
bemoeilijkt. Daarom is de gemeente een samenwerking aangegaan met de partij ‘vverduurzamen’,
die VvE’s hierbij kan ondersteunen met een adviesrapport en projectbegeleiding.
Ondersteuning bedrijven
Om bedrijven en bedrijventerreinen te helpen bij verduurzaming, is in de regio IJmond
de vereniging GreenBiz actief, die bedrijven en bedrijventerreinen ondersteunt bij
verduurzaming en begeleidt bij het gezamenlijk verminderen van problemen door netcongestie.
Samenwerking met DUEC
We werken nauw samen met energiecoöperatie DUEC. De afgelopen jaren is deze samenwerking
voortgezet en uitgebreid. Energiecoaches van DUEC adviseren inwoners over de beste
manier om hun woning te verduurzamen, er worden activiteiten voor bewustwording georganiseerd
en DUEC en de gemeente werken samen in het vinden van locaties voor projecten voor
opwek van duurzame energie. Een recent voorbeeld van die samenwerking is de vergunningverlening
voor realisatie van WinterZon; een zonneweide met een geschat vermogen van zo’n 15
MW (megawatt)piek.
Energiecrisis
Vanaf 2021, maar in het bijzonder vanaf de inval van Rusland in Oekraïne in februari
2022, werden landen in de Europese Unie geconfronteerd met torenhoge energieprijzen.
In Nederland leidde dit onder meer tot een groot aantal huishoudens in energiearmoede,
en verregaande maatregelen als het energieplafond.
Deze energiecrisis zorgde voor een focusverschuiving in het landelijk beleid, de nieuwe focus werd het isoleren van de goedkopere woningen met een laag energielabel. Hiervoor werd het ‘Nationaal Isolatie Programma’ opgezet, om inwoners te helpen bij energiebesparing en verduurzaming van hun woning.
Netcongestie
Sinds enkele jaren zorgt het overbelaste stroomnet voor problemen bij plannen voor
verduurzaming van de gebouwde omgeving. Deze overbelasting van het stroomnet noemen
we netcongestie. Door heel Nederland wordt netcongestie een steeds groter probleem
voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, zo ook in Uitgeest.
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft om op een bepaald moment al het benodigde elektriciteitstransport aan te kunnen. Zowel voor levering (de stroom die iemand gebruikt, bijvoorbeeld voor het laten draaien van een warmtepomp) als voor teruglevering (de opgewekte stroom van zonnepanelen die iemand niet zelf gebruikt en teruglevert aan het stroomnet). Niet alleen de toename van warmtepompen in de toekomst zorgt voor meer netcongestie, maar ook bijvoorbeeld doordat er steeds meer elektrische auto’s komen die moeten opladen.
De meeste last is er momenteel van netcongestie op het hoogspanningsnet. Particulieren worden hier voorlopig niet door getroffen. Op het laagspanningsnet zijn onder andere huishoudens, kleine kantoren en buurtwinkels aangesloten.
Netcongestie vraagt naast een focus op het terugdringen van het energieverbruik om een nauwkeurige planning en afstemming met de netbeheerder. De komende jaren wordt er namelijk flink geïnvesteerd door Liander in verzwaring van het net om het toekomstbestendig te maken. Door rekening te houden met elkaars planning, voorkomen we vertraging van de energietransitie.
1.5 Totstandkoming Warmteprogramma
Dit Warmteprogramma is gerealiseerd in een zorgvuldig proces waarbij gebruik gemaakt is van alle mogelijke beschikbare kennis. We hebben onderzoeksbureau CE Delft ingeschakeld voor ondersteuning op het datatechnische vlak en Populytics heeft voor ons de bewonersraadpleging uitgevoerd. Ook kregen we advies van experts met kennis van warmptepompen en bouwkunde bij het opstellen van bij de gemeente passende acties. De gemeenten Bergen, Uitgeest Castricum en Heiloo maken gelijktijdig een Warmteprogramma vanuit de BUCH Werkorganisatie.
Bij het opstellen van het Warmteprogramma zijn verder de volgende stakeholders op verschillende manieren geïnformeerd, betrokken en gevraagd om vanuit hun rol en expertise input te leveren:
-
Liander
-
Stedin
-
Kennemer Wonen
-
Energiecoöperatie DUEC
-
Inwonerspanel Klimaat van de BUCH
-
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK)
-
HVC
-
Andere beleidsdomeinen binnen werkorganisatie de BUCH
-
OD IJmond
De rol van deze stakeholders staat in het participatieverslag in bijlage B, alsmede wat met hen is besproken en hoe hun inbreng is meegenomen.
Alle inwoners van Uitgeest konden hun mening en wensen kenbaar maken via een bewonersraadpleging. De samenvatting van de resultaten daarvan is te vinden in bijlage E.
2 Uitgangspunten
De volgende fase van de warmtetransitie wordt een belangrijke fase waarin we ons als
gemeente gaan richten op de uitvoering. Hiervoor hebben we uitgangspunten opgesteld.
In een stakeholdersessie hebben we de stakeholders hierin meegenomen en hen om input
en ideeën gevraagd. Hierover is meer te lezen in bijlage B, het participatieverslag.
Deze uitgangspunten dienen als basis voor het maken van keuzes en het nemen van beslissingen
binnen de warmtetransitie. Alle stappen die worden gezet in de warmtetransitie, kunnen
getoetst worden aan deze uitgangspunten. Ook in vervolgstappen richting het concretiseren
van aardgasvrije wijken, zijn deze principes leidend.
2.1 Duidelijk handelingsperspectief
Voor alle inwoners, gebruikers en pandeigenaren, die nog afhankelijk zijn van aardgas, komt een duidelijk handelingsperspectief voor de overstap naar aardgasvrij wonen en verwarmen in 2050.
We zorgen op korte termijn voor duidelijkheid over de route naar aardgasvrij om zo desinvesteren te voorkomen. Dit geldt ook voor grootverbruikers en eigenaren van zakelijk en maatschappelijk vastgoed. Door middel van het Warmteprogramma zorgen we dat verschillende initiatieven in een verhaal worden geplaatst. We nemen daarvoor de initiatieven van verschillende stakeholders - zoals geplande werkzaamheden en investeringen van bijvoorbeeld Liander en de gemeente - mee in de analyse, zodat deze leidt tot een robuust eindbeeld en de juiste afwegingen biedt voor toekomstige investeringen.
Bij de nadere uitwerking van de warmteoplossing per gebied en fasering van gebieden wordt gekeken naar kosteneffectiviteit (laagste nationale kosten), ruimtelijke impact van de energieinfrastructuur, eindgebruikerskosten, de belasting van het elektriciteitsnet en koppelingen met overige duurzaamheidsthema’s.
2.2 Besparingen en duurzaamheid
De meest duurzame energie is de energie die je niet gebruikt. Energiebesparing is daarom een belangrijk thema in de warmtetransitie. Er wordt stevig ingezet op isolatie en eventueel op hybride warmtepompen, zodat de inwoner al op korte termijn kosten en CO2 bespaart, en zodat de overstap naar aardgasvrij later makkelijker kan worden gemaakt. We sluiten in het Warmteprogramma aan bij het Nationaal Isolatieprogramma en kijken naar zowel grote als kleine maatregelen (zoals de inzet van energieklussers).
2.3 Betaalbaarheid
We willen dat de overstap naar aardgasvrij betaalbaar is. Bij het uitwerken van de beoogde warmteoptie wordt daarom naast de kosteneffectiviteit (laagste nationale kosten) ook gekeken naar de betaalbaarheid voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren (eindgebruikerskosten). Hierbij gaat het niet alleen over de kosten van de aanschaf of aansluiting, maar ook over kosten tijdens de hele levensduur van de warmteoplossing en over de energielasten.
2.4 Participatie
We betrekken inwoners, bedrijven en de gemeenteraad vroegtijdig in de planvorming en uitvoering van de warmtetransitie op gebiedsniveau. De warmtetransitie komt in de buurt achter de voordeur. Het is dus vanzelfsprekend dat wij de inwoners en andere gebouweigenaren betrekken, wanneer we in hun wijk of buurt aan de slag gaan en concrete plannen maken om aardgasvrij te worden. Uiteindelijk maken de gebouweigenaren zelf de beslissing hoe en wanneer ze de overstap willen maken, voor de uiterste datum.
We stimuleren inwonersinitiatieven in de warmtetransitie en ondersteunen deze in het verder professionaliseren als zij dit willen. Hiermee zijn we al gestart in 2023 en hier gaan we mee door. Samen met actieve inwoners wordt een uitvoeringsplan per gebied opgesteld. Als er al een bepaalde mate van organisatie en enthousiasme is bij inwoners, dan is dit heel goed voor de samenwerking en het meekrijgen van buurtgenoten.
2.5 Netbewust (ver)bouwen
Verbouw
De stap naar een aardgasvrije gemeente zorgt voor extra druk op het elektriciteitsnet.
Bij de transitie naar aardgasvrije gebieden, wordt goed gekeken naar de verschillende
manieren waarop deze belasting zo klein mogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld door
het stimuleren van slimme warmtepompen. Deze warmtepompen kunnen het elektriciteitsnet
ontlasten door voornamelijk stroom te gebruiken op de momenten dat er veel zonne-
of windenergie beschikbaar is en tijdens piekmomenten van het net juist tijdelijk
minder stroom te verbruiken.
Nieuwbouw
Ook bij gebiedsontwikkelingen is het belangrijk om rekening te houden met de beperkingen
van het elektriciteitsnet. De gemeente stimuleert het netbewust bouwen, zodat projectontwikkelaars
dit meenemen in de keuze van de elektriciteitsvoorziening om zo de belasting van nieuwbouw
ontwikkelingen op het elektriciteitsnet te beperken.
2.6 Aanwijsbevoegdheid
Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente vanaf 1 januari 2026 een gebied aanwijzen waar na minimaal 8 jaar3 de levering van aardgas stopt. In het Warmteprogramma schrijven we per gebied of we het voornemen hebben om dit te doen en op welke termijn. We zullen het omgevingsplan in de gekozen gebieden aanpassen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Dit doen we voor de gebieden waar het alternatief voor aardgas duidelijk is, en voldaan wordt aan de waarborgen vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw).
Een van de waarborgen in de Wgiw is, dat de gemeente moet aantonen dat er een geschikt alternatief beschikbaar is in het aangewezen gebied. Dit moet worden onderbouwd in het uitvoeringsplan voor dat gebied, voordat het omgevingsplan wordt aangepast.
De gemeente gebruikt de aanwijsbevoegdheid als katalysator om de woningeigenaren te activeren om aan de slag te gaan in hun woning. Daarnaast is het ook vanuit de netbeheerders van belang om stapsgewijs naar een aardgasvrij Uitgeest te gaan, zodat zij hun planning voor verzwaring van het net hierop kunnen aanpassen. Tot slot is het een manier om te voorkomen dat in de toekomst onnodige collectieve kosten worden gemaakt, doordat er geen gasnet onderhouden hoeft te worden voor een relatief klein aantal inwoners.
3Langer kan dus ook, wanneer dit op basis van de situatie in de wijk wenselijker blijkt.
3 Participatie
De warmtetransitie raakt iedereen in onze gemeente en is alleen succesvol als iedereen meedoet. Iedereen moet de nodige stappen zetten om zijn of haar woning of gebouw met een duurzaam alternatief te verwarmen. Dit hoofdstuk gaat in op de manier waarop zal worden geparticipeerd in de buurten en wijken bij het maken van de uitvoeringsplannen. We maken o.a. gebruik van de inzichten uit de bewonersraadpleging4.
4De bewonersraadpleging is door Populytics uitgevoerd, de uitkomsten zijn te vinden in bijlage E.
3.1 Uitgangspunten voor participatie
Om iedereen mee te nemen in de plannen voor de warmtetransitie hebben we uitgangspunten opgesteld voor participatie. Zo maken we betere plannen, krijgen we zorgvuldigere besluiten en behouden we draagvlak voor de veranderingen in de leefomgeving die de warmtetransitie met zich meebrengt. Participatie is vanuit de Omgevingswet verplicht, vooral in termen van verantwoording en beleidsvorming, terwijl de exacte invulling wordt overgelaten aan gemeenten en initiatiefnemers, omdat participatie maatwerk is. De gemeente Uitgeest heeft participatiebeleid opgesteld dat leidend is voor alle participatieprocessen. Specifiek voor warmtetransitie hebben we een aantal collectieve uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de wijze waarop we onze bewoners, ondernemers en andere betrokkenen betrekken.
-
a.
We betrekken inwoners tijdig en passend bij het onderwerp of de opgave.
Vanaf de visievorming tot en met de uitvoering is er aandacht voor het op een goede, transparante wijze betrekken van inwoners, ondernemers en andere betrokkenen. We zetten erop in dat iedereen de kans heeft om mee te denken, mee te praten en/of mee te doen in de dialoog rondom de voorliggende vraagstukken en de oplossingsrichtingen. We stemmen het niveau van participatie af op het doel, de doelgroep en de fase van het proces. -
b.
We zijn duidelijk over de wijze van participatie en de invloed die betrokkenen hebben.
Gedurende het gehele traject maken we duidelijk wat al wel vaststaat en wat niet, en waarop de betrokkenen invloed kunnen uitoefenen. We maken daarover duidelijke afspraken, we sluiten aan bij de niveaus van de participatieladder en we zijn hier helder over. -
c.
We zijn open en transparant, en maken onderbouwde keuzes en afwegingen.
Informatie over de warmtetransitie, het beleid, de besluitvorming en de wijze waarop deze tot stand komt, wordt actief gedeeld met de inwoners, ondernemers en andere betrokkenen. Besluitvorming is helder en inzichtelijk. -
d.
We stimuleren en ondersteunen inwonersinitiatieven.
Lokale initiatieven vanuit inwoners of ondernemers zijn een waardevolle aanvulling op initiatieven van de gemeente. We bieden ondersteuning aan lokale initiatieven en bespreken met de initiatiefnemers op welke wijze we daarbij kunnen aansluiten bij hun behoeften. -
e.
We spreken diverse doelgroepen aan en zijn zichtbaar en bereikbaar.
We zetten een mix van instrumenten in om een zo breed mogelijke groep mensen te bereiken. We zijn toegankelijk en gemakkelijk benaderbaar, en stellen een centraal punt in waar betrokkenen terecht kunnen voor vragen over de participatie, zoals een participatieloket. De binnenkomende vragen worden in gezamenlijkheid opgepakt door de deskundigen uit het gemeentelijk programmateam Klimaat, bestaande uit projectleiders, communicatieadviseurs en een gebiedsregisseur voor participatie. Zij schakelen met de gemeentelijke participatieloketten. -
f.
We leren van ervaringen en verbeteren het proces.
We evalueren de participatie regelmatig en vragen deelnemers actief naar hun ervaringen zodat we onze participatie steeds beter inrichten. -
g.
We communiceren helder en duidelijk in alle fasen van de warmtetransitie.
We informeren inwoners tijdig over relevante zaken, zoals bijeenkomsten, beleid en besluitvorming. -
h.
We zijn transparant en koppelen terug.
De gemeente communiceert open naar inwoners over wat er met hun inbreng is gedaan.
3.2 Participatie- en communicatiestrategie
Voor het zorgvuldig inrichten van de participatie tijdens de warmtetransitie is een participatie- en communicatiestrategie ontwikkeld. Deze overkoepelende strategie wordt periodiek geëvalueerd. De doelen die voortkomen uit de participatiestrategie zijn:
-
a.
Vergroten van maatschappelijk en professioneel draagvlak.
Door belanghebbenden (inwoners, ondernemers en professionele stakeholders) tijdig te betrekken, kunnen specifieke vragen, aandachtspunten en andere zaken vroegtijdig gesignaleerd en geadresseerd worden. Dit leidt tot meer begrip voor elkaars opgaven, planning en situatie en tot grotere transparantie en effectievere besluitvorming. Dit alles draagt bij aan meer draagvlak minder de kans op weerstand na de besluitvorming. -
b.
Verbeteren van de idee- en planvorming.
Participatie helpt bij het benutten van de collectieve wijsheid. Het meenemen van diverse perspectieven, inzichten en kennis helpt de kwaliteit van ideeën en planvorming te verbeteren. Bovendien zijn betrokkenen vaak experts in hun eigen lokale omgeving. Deze directe verbinding met de lokale context stelt hen in staat om problemen, oplossingen en waarden te identificeren, die anders onzichtbaar zouden blijven. Door verschillende belangen samen te brengen, ontstaan er meer en betere inzichten. -
c.
Voldoen aan procedurele en democratische verantwoordelijkheid.
De warmtetransitie vereist veel van ons allemaal. Iedereen heeft het recht om zich uit te spreken en gehoord te worden over dit onderwerp. Participatie streeft naar een situatie waarin zo veel mogelijk meningen gehoord en geadresseerd worden. Goede participatie versterkt inclusiviteit en gelijkheid en bevordert de democratische principes en kwaliteit. Als gemeente willen we bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid van de lokale gemeenschap, onder andere door het realiseren van een eerlijke samenleving en een duurzame leefomgeving. Het bevorderen van actieve inwonerparticipatie en het betrekken van inwoners bij besluitvormingsprocessen ligt hieraan ten grondslag en versterkt de democratie. De mate waarin deze doelen een rol spelen, kan verschillen naar gelang de fase waarin de warmtetransitie zich bevindt, of voor verschillende doelgroepen. In de warmtetransitie hebben we te maken met interne doelgroepen binnen de gemeentelijke organisatie en externe doelgroepen. Dit zijn de organisaties die professioneel of semiprofessioneel werken aan de warmtetransitie, zoals de netbeheerder, een woningcorporatie of een professioneel inwonersinitiatief. Daarnaast zijn er inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden, die niet georganiseerd zijn maar die wel een rol hebben om de transitie succesvol te laten verlopen; zij zijn degenen die stappen moeten zetten om hun eigen woning of gebouw te verduurzamen.
3.3 Plannen per gebied
Per gebied wordt op basis van deze participatie- en communicatiestrategie een gedetailleerd plan uitgewerkt. Een gebied kan een buurt of een wijk zijn, of een combinatie van meerdere buurten of wijken, afhankelijk van wat op basis van de bebouwing logisch te combineren is. We maken daarbij in de strategie onderscheid tussen twee typen gebieden:
-
Gebieden met een gebiedsgerichte aanpak
In de gebieden waar we een gebiedsgerichte aanpak voorzien in de komende tien jaar, gaan we actiever samenwerken met de mensen uit de buurt. De deelnemers van de bewonersraadpleging gaven ook aan groot belang te hechten aan het betrekken van woningeigenaren bij plannen voor duurzame energie in de wijk. Samen met vertegenwoordigers van inwoners werken we een uitvoeringsplan uit, dat past bij het gebied en bij de diversiteit van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. De gebiedsgerichte aanpak wordt in hoofdstuk 5 beschreven.
-
Gebieden zonder gebiedsgerichte aanpak
In gebieden zonder gebiedsgerichte aanpak gaan we verder met de algemene informatievoorziening zoals beschreven in de participatie- en communicatieaanpak. We ontwikkelen voor deze groep informatiemateriaal om hen het juiste handelingsperspectief te bieden. Zo zorgen we voor passende, efficiënte en effectieve participatie. Professionele partners en vertegenwoordigers van inwoners en ondernemers zijn hierbij betrokken. We bespreken periodiek met hen de detailplannen en activiteiten, waarbij we zoveel mogelijk aansluiten bij hun activiteiten. Deze aanpak wordt in hoofdstuk 4 beschreven.
4 Aanpak voor de hele gemeente
Dit deel van het warmteprogramma beschrijft de aanpak en beoogde resultaten voor de hele gemeente. We beschrijven:
-
de rol van de gemeente en haar partners;
-
een overzicht van de plannen op hoofdlijnen - waar we starten en wat daar een geschikte aanpak lijkt;
-
de onderbouwing van onze keuzes.
Onze keuzes zijn gebaseerd op sociaal, technisch en economisch onderzoek, data en informatie en gemaakt in samenspraak met stakeholders. Een uitgebreidere beschrijving van de plannen en onderbouwing van de keuzes per gebied staan in het volgende hoofdstuk.
4.1 Verwachte resultaten van het Warmteprogramma
Slechts 0,5%5 van de 7910 woningen en utiliteitsgebouwen in Uitgeest6 waren in 2022 aardgasvrij; dit zijn 79 gebouwen. Dit aantal moet naar 1582 gebouwen aardgasvrij in het jaar 2030, overeenkomstig met het Klimaatakkoord, waarin de doelstelling van 20% van het woningbestand beschreven staat. Dit betekent dat per jaar 300 gebouwen de transitie moeten maken. Tussen 2030 en 2050 moeten er jaarlijks 316 gebouwen overstappen, om de doelstelling voor 2050 te halen (zie figuur 1).

Deze versnelling verwachten we te bereiken door:
-
de opschaling van de aanpak die we de komende jaren ontwikkelen;
-
technische innovaties en kostendaling;
-
het toenemende belang dat gebouweigenaren hechten aan aardgasvrije verwarming.
Voor alle buurten maken we een inschatting van het aantal aardgasvrije gebouwen aan het einde van de programmaperiode (2035), op basis van de verwachte resultaten van de gebiedsgerichte aanpak per gebied, buurt of wijk.
5Bron: CBS
6Omgerekend naar woningequivalenten WEQ
4.2 Rol van de gemeente en partnerorganisaties
Het succes van de warmtetransitie valt of staat bij de inzet van alle betrokken partijen. Het is belangrijk om te weten wie welke rol heeft en welke rol wij als gemeente hebben.
Rol van gemeente
De gemeente Uitgeest is zich sterk bewust van haar regierol in de warmtetransitie.
We vullen deze rol op verschillende manieren in en doen dat met diverse instrumenten.
Als de gemeente Uitgeest:
-
zorgen wij voor de samenwerking tussen de partijen die nodig zijn voor gezamenlijke oplossingen. Daarom werken we nauw samen met stakeholders en andere belanghebbenden om een samenhangende aanpak te waarborgen;
-
blijven wij met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden op een passende manier in gesprek. Zo blijven hun belangen en wensen zichtbaar en kunnen we hun inbreng een passende plek geven in de besluitvorming. Zie voor meer informatie ook de participatie-uitgangspunten in hoofdstuk 3;
-
blijven wij inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden stimuleren en motiveren om te verduurzamen en zorgen dat zij maximaal gebruik maken van ondersteuning vanuit de EU, Rijk & Provincie. We ondersteunen daarnaast lokale warmte initiatieven en stimuleren de ontwikkeling van (kleinschalige) duurzame energieprojecten;
-
zorgen wij voor (duidelijkheid over) randvoorwaarden en vergunningen. We gebruiken juridische instrumenten zoals de aanwijsbevoegdheid en stellen duidelijke kaders voor de verlening van vergunningen en ontheffingen;
-
nemen we de regie als het gaat om de inpassing van warmtepompen in de bestaande bouw en evt. problemen die dit oplevert (bv geluidsoverlast);
-
faciliteren wij ingrepen in de openbare ruimte zoals het aanleggen van kabels en leidingen en het inpassen van nieuwe traforuimtes.
Rol van partnerorganisaties
Als gemeente werken we nauw samen met onze partners in de lokale warmtetransitie.
Veel van de activiteiten om aardgasvrij te worden, worden uitgevoerd door, of in overleg
met, partnerorganisaties. Hieronder beschrijven we de belangrijkste partners en hun
rol binnen dit Warmteprogramma:
■ Netbeheerders Liander & Stedin
De netbeheerder zorgt voor een betaalbare en betrouwbare infrastructuur voor elektriciteit
(Liander) en gas (Stedin). Dit omvat het onderhouden en aanleggen van kabels, leidingen
en stations, het aansluiten van gebouwen en het oplossen van storingen. Liander en
de gemeente zijn in goed contact over de planning en aanpak van de verzwaring van
het laagspanningsnet in buurten waar dit voor de warmtetransitie noodzakelijk is.
Dit Warmteprogramma en de daarin genoemde jaartallen vormt voor Liander ook essentiële
input voor hun eigen plannen voor de verzwaring van het laagspanningsnet. Hoe concreter
de plannen voor een gebied, hoe eerder Liander dat gebied kan prioriteren om de nodige
verzwaring aan te brengen. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benadrukken dat
ook tot die verzwaring nog veel kan; ook daarom houden we bij het opstellen van de
uitvoeringsplannen nauw contact met Liander om dit scherp in de gaten te houden en
zo problemen te voorkomen.
■ Buurgemeenten
We werken binnen de Regionale Energiestrategie (RES) aan regionale duurzame energieoplossingen.
Binnen de Regionale Structuur Warte (RSW) stemmen we indien aanwezig het gebruik van
bovenlokale warmtebronnen af. Bovendien is er veel contact met omringende gemeenten
om kennis en ervaringen uit wisselen over wat wel en niet werkt. Met de andere BUCH
gemeenten wordt intensief samengewerkt bij het opzetten van gemeentebrede acties en
uitvoeringsplannen per gebied.
■ Kennemer Wonen
De woningcorporatie zorgt voor betaalbare en kwalitatief goede woningen voor haar
huurders. Als gesprekspartner van de gemeente deelt zij actief kennis en informatie
over woningverduurzaming en werken we samen aan prestatieafspraken. Met hun langlopende
duurzaamheidsprogramma maken zij de huurwoningen in de gemeente stapsgewijs klaar
voor een aardgasloze toekomst. Zij zijn een belangrijke stakeholder in de ontwikkeling
van uitvoeringsplannen, waarbij zij de verduurzamingsplannen duidelijk communiceert
en bespreekt met haar huurders..
■ Energiecoöperatie DUEC
DUEC helpt de bewoners van Uitgeest bij de energietransitie die noodzakelijk is om
de aarde gezond te houden en klimaatverandering tegen te gaan. Dit doen ze door het
aanbieden van energiescans en inkoopacties voor isolatie en warmtepompen, ook zijn
ze aan de slag met de opwek van schone energie in Uitgeest voor Uitgeest.
■ Provincie Noord-Holland
De provincie draagt bij aan regionale afstemming van bronnen in de Regionale Structuur
Warmte (RSW) en de ontwikkeling van het energiesysteem in de pMIEK. De provincie biedt
daarnaast ondersteuning voor warmteplannen via het Servicepunt Duurzame Energie.
■ Hoogheemraadschap HHNK
Het waterschap is betrokken bij de ontwikkeling van beheer van (drink)waterbronnen.
Met HHNK onderhoudt de gemeente contact over de mogelijkheid om bijvoorbeeld (oppervlakte-)water
en warmte van rioolwaterzuivering te benutten.
Samenwerking
De gemeente en de partnerorganisaties werken samen aan de plannen uit dit Warmteprogramma.
De samenwerking vindt plaats op twee niveaus:
Niveau 1: gemeentebreed
De gemeente organiseert haar inzet voor de gemeentebrede acties deels samen met betrokken
stakeholders.
Niveau 2: per gebied
Voor elk gebied waarvoor we een aanpak ontwikkelen, vormen we een gebiedsteam. Dit
team stuurt het gebiedsproces en de uitvoering van de plannen aan. In dit team zitten
medewerkers van de gemeente en van de partnerorganisaties. De precieze invulling van
de rolverdeling en gezamenlijke besluitvorming bepalen we per gebied op basis van
de plannen en de behoeften van de partners.
4.3 Voorkeursalternatief per buurt
Onderzoeksbureau CE Delft heeft samen met de gemeente een afwegingskader gemaakt voor het beste alternatief voor aardgas per buurt. Er werd daarbij gekeken naar: de laagste nationale kosten, de eindgebruikerskosten, duurzaamheid van de bron, ruimtebeslag in de woning en de ondergrond, geluidsniveau, mogelijkheid om te koelen, uitvoeringskracht en netwerkcapaciteit. Daaruit volgde dat in alle buurten in Uitgeest het voorkeursalternatief de volledig elektrische warmtepomp is, zoals te zien in figuur 2. Het onderzoeksrapport van CE Delft is te vinden in bijlage C.

Figuur 2. Voorkeursalternatief voor aardgas per CBS-buurt.
Dit betekent niet dat elke woning een individuele warmtepomp nodig heeft. Er zijn meerdere warmteopties waaruit een woningeigenaar kan kiezen:
-
Lucht-waterwarmtepomp
-
Bodemwarmtepomp
-
Warmtepomp icm PVT panelen (zonnepanelen die ook warmte opwekken)
-
Een collectieve luchtwarmtepomp voor een deel van de buurt of een kleinschalig warmtenet op lage temperatuur
Een toelichting per optie staat in bijlage A. In de uitvoeringsplannen zal verder worden onderzocht wat de beste opties zijn per gebied.
Warmtepompen hebben de afgelopen jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt, waardoor ze voor veel meer woningen een rendabele optie zijn geworden. Zo werken steeds meer warmtepompen met propaan als koudemiddel (voor het transport van warmte naar de cv-leidingen), in plaats van F-gassen. Daardoor kunnen warmtepompen nu hogere temperaturen leveren. Daardoor is bijvoorbeeld vloerverwarming niet langer een vereiste om een woning met een warmtepomp te kunnen verwarmen. Ook verregaande isolatie is niet altijd meer nodig, al heeft isolatie natuurlijk nog altijd een positieve impact op de hoeveelheid elektriciteit die de warmtepomp verbruikt.
Deze ontwikkeling uit zich ook in het aantal installaties. Uit data van het CBS 7 blijkt dat eind 2023 bijna 450.000 huishoudens een (hybride) warmtepomp gebruikten om hun woning te verwarmen.
7Warmtepompen; aantallen, thermisch vermogen en energiestromen | CBS
4.4 Onderbouwing van de keuzes
We kiezen voor gebiedsaanpakken in de 3 buurten (zie figuur hieronder) die het meest kansrijk lijken om haalbaar en betaalbaar aardgasvrij te worden.

Figuur 3. CBS buurten waar gestart wordt met het maken van een uitvoeringsplan in de komende 5 jaar.
We lichten hier toe op basis waarvan we deze keuze hebben gemaakt.

Tabel 1 Criteria van de Milti Criteria Analyse
Criteria van de Multi Criteria Analyse: In buurten met een hogere kansrijkheid is het relatief makkelijker voor inwoners om over te stappen naar een duurzame verwarmingstechniek en voor de netbeheerder om het elektriciteitsnet te verzwaren. CE Delft heeft hiervoor een multi-criteria-analyse gedaan met deze onderstaande criteria, die allen even zwaar wegen. Er wordt hier vanuit gegaan dat buurten die hier hoog op scoren kansrijk zijn. Zie het rapport in bijlage D: Warmtestrategie voor individuele en klein-collectieve oplossingen van CE Delft voor de uitgebreide toelichting.
Corporatiebezit: Woningcorporaties spelen een cruciale rol in de verduurzaming van woningen. Kennemer Wonen is al actief bezig met het toekomstbestendig maken van haar woningbezit in de gemeente door middel van een langlopend verduurzamingsprogramma. Hierdoor ontstaan juist in wijken met relatief veel corporatiebezit kansen om versneld over te schakelen op een duurzaam alternatief voor aardgas.
Netcongestie: Als een gehele straat in een buurt overstapt naar bijvoorbeeld een all-electric warmtepomp kan dit spanningsproblemen opleveren op het elektriciteitsnet (laagspanning). Liander, de netbeheerder in Uitgeest, heeft aangegeven dat ze het eerst aan de slag gaan in buurten waar nu al problemen ontstaan, zoals knipperende lichten en afslaande omvormers van zonnepanelen. Voor enkele buurten waarbij Liander netbelasting problemen verwacht gaat Liander in 2025 en 2026 buurtrealisatieplannen (BRP) opstellen. Deze buurten zullen de komende jaren worden aangepakt en worden verzwaard met als doel een toekomstbestendig laagspanningsnet achter te laten, klaar voor de overgang naar een alternatieve warmteoplossing zoals bijvoorbeeld warmtepompen. Gebieden die door de gemeente in dit warmteprogramma worden aangewezen, krijgen bij Liander meer prioriteit voor verzwaring van het elektriciteitsnet.
Input van de stakeholdersessies: In de tweede stakeholdersessie hebben we het met de stakeholders gehad over de prioritering. Inzichten die we daar hebben opgedaan hebben we meegenomen in de keuze.
4.5 Een aanpak in twee sporen
De komende 5 jaar gaan de gemeente en haar partners in drie gebieden aan de slag. In bijlage D staan de analyses die tot deze selectie hebben geleid. Figuur 3 en de tabel in hoofdstuk 5.3 vatten de gebiedsaanpakken samen.
Spoor 1: Gebiedsgerichte aanpak
Dit is een aanpak per gebied. Deze beoogde gebiedsaanpakken beschrijven we in hoofdstuk
5 in meer detail. Deze aanpak ligt nog niet vast, maar vormt het startpunt van het
gebiedsproces. Samen met inwoners, ondernemers en andere belangrijke organisaties
in het gebied werken we een uitvoeringsplan uit, waarin we deze aanpak vertalen naar
de praktijk. We nemen de lessen die we leren en de ervaringen die we opdoen in de
eerste uitvoeringsplannen, mee in de aanpak voor de gebieden die volgen.
CE Delft heeft berekend voor hoeveel woningequivalenten (WEQ; woningen en bedrijfspanden) het per jaar nodig is om een uitvoeringsplan op te stellen, om de doelstelling van aardgasvrij in 2050 te halen. Vanaf 2027 is dat 400 WEQ’s per jaar 710 WEQ’s per jaar, zoals te zien is in figuur 4.

Figuur 4. Doelstelling aantal gebouwen (woningequivalenten) met een uitvoeringsplan.
Niet in alle gebieden waar de gemeente in de komende 5 jaar een uitvoeringsplan voorziet, kan direct en tegelijkertijd met zo’n plan worden gestart. Daarom zullen we in sommige gebieden eerst collectief inzetten op isolatie en buurtinitiatieven.
Isolatie, omdat het bijdraagt aan energiebesparing, het terugdringen van energiearmoede en het gereedmaken van woningen voor aardgasvrije verwarming. Buurtinitiatieven, waarin enthousiaste inwoners samenkomen om zelf plannen te maken voor verduurzaming van hun buurt of wijk, omdat die zorgen dat het draagvlak wordt vergroot.
Spoor 2: Gemeentebrede ondersteuning
Er zijn drie gebieden waar vooralsnog geen gebiedsaanpak is gepland. De inwoners in
deze gebieden kunnen in hun eigen tempo verduurzamen en gebruikmaken van de gemeentelijke
regelingen. Een gebiedsaanpak voor deze gebieden volgt in een volgend Warmteprogramma.
De gemeente blijft door de hele gemeente inwoners stimuleren en helpen om hun woningen
te isoleren. Verder komt er ook voor inwoners, die klaar zijn voor de overstap naar
all-electric, maar die buiten de gebieden met een gebiedsgerichte aanpak wonen, een
aanbod om hen bij die stap te helpen. We richten ons als eerste op de doelgroep waarbij
de kans op actie op dit moment het grootst is: die mensen die willen, en met de nodige
hulp de stap ook daadwerkelijk zullen zetten.
Gemeentebreed bieden we algemene ondersteuning voor het verduurzamen van woningen: ons energieloket - het Duurzaam Bouwloket - geeft advies en ondersteuning. Daarnaast zijn er energiecoaches beschikbaar voor energiescans, en bieden we een gemeentelijke subsidie voor isolatie. Deelnemers aan de bewonersraadpleging gaven aan hier ook voornamelijk behoefte aan te hebben bij het verduurzamen van hun woning. Er wordt vervolg gegeven aan de ontzorgingsaanpak voor isolatie en de hulp aan bedrijven. Daarnaast worden er inkoopacties opgezet voor warmtepompen, naast de eerdere inkoopacties voor isolatie. Inwoners uit gebieden met gebiedsgerichte aanpak kunnen hiervan ook gebruikmaken.
Tot slot ontwikkelt de gemeente een aantrekkelijk aanbod voor inwoners om over te stappen op een hybride warmtepomp. Op basis van gegevens over isolatiegraad van woningen kunnen we zeggen dat er veel woningen zijn die deze overstap al prima op korte termijn kunnen maken en daar naar verwachting tussen de 60% en 80% van hun gasverbruik mee kunnen besparen. Hiermee is dit een uitgelezen kans om ook op korte termijn al een aanzienlijke besparing te realiseren in gas, CO2- uitstoot en energiekosten.
5 Aanpak per gebied
Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeente en de partnerorganisaties in de drie geselecteerde gebieden gaan doen. Na de vaststelling van het Warmteprogramma zullen we een uitvoeringsplan (UP) per gebied opstellen.
5.1 Uitvoeringsplan
We zullen voor de drie geselecteerde gebieden binnen 5 jaar een uitvoeringsplan opstellen, dus vóór 2030. In elk uitvoeringsplan werken we voor de verschillende typen gebouwen binnen het gebied uit welke stappen nodig zijn voor om aardgasvrij te worden. Daarnaast zoeken we naar koppelkansen voor seriematig isoleren en verduurzamen. Ook ontwikkelen we een aanbod om inwoners te helpen de stappen op een haalbare manier te zetten. Er is aandacht voor het financieringsaspect. In elk uitvoeringsplan benoemen we voor alle verschillende doelgroepen binnen het gebied wat zij nodig hebben om te gaan verduurzamen. De doelgroepen zijn: grondgebonden woningeigenaren, VvE’s, sociale en particuliere huurders, bedrijven en maatschappelijk vastgoed.
5.2 Aanwijsbevoegdheid
Elk uitvoeringsplan vormt de basis voor de haalbaarheid van de voorziene einddatum voor gaslevering die per gebied wordt genoemd, en is dus de juridische onderbouwing voor het voornemen tot inzetten van de aanwijsbevoegdheid.
De genoemde aanwijsbevoegdheid en beoogde einddatum voor gaslevering zijn een noodzakelijke randvoorwaarde voor het behalen van de doelstelling voor een aardgasvrije gemeente in 2050. Door nu in het Warmteprogramma het voornemen te verwerken om de aanwijsbevoegdheid in te zetten, houdt de gemeente namelijk de regie in gebieden waar mensen actief ondersteund gaan worden om van het gas af te gaan. De aanwijsbevoegdheid wordt ingezet in die gebieden die uit de onderzoeken als het meest kansrijk kwamen; hier is de stap naar aardgasvrij het minst ingewikkeld en kan de einddatum voor aardgas worden vervroegd. Zo voorkomen we dat in die gebieden op den duur een relatief steeds duurder gasnet in stand moet worden gehouden. Wanneer er uiteindelijk in de aanwijsbevoegdheid een termijn wordt opgenomen, geeft dit de netbeheerder (Liander) meer noodzaak om de netverzwaring in deze buurten naar voren te halen.
5.3 Planning
Voor de 3 gebieden uit onderstaande tabel gaat de gemeente tijdens de komende jaren uitvoeringsplannen opstellen. Voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid kan eventueel in de uitvoeringsfase toch een kleiner gebied worden benoemd, mocht dit tijdens het opstellen van het plan toch praktischer blijken. Bij veel gebieden staat isolatie genoemd als aanpak tot aan de start van een uitvoeringsplan. Dit betekent dat inwoners van deze gebieden actief worden geïnformeerd over lopende isolatieacties en -subsidies. Daarbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op de situatie in dat gebied en wat er al bekend is over isolatiestappen die relevant zijn voor de woningen daar.
|
Gebiedsnaam |
Aantal gebouwen |
Beoogde aanpak |
Aanw. |
Start opstellen |
Beoogde start uitvoer8 |
Aanpak tot UP |
|
Waldijk |
835 |
All electric |
Ja |
2026 |
2027 |
Gemeentebrede acties |
|
De Kleis |
1059 |
All electric |
Ja |
2027 |
2028 |
Opstarten bewonersinitiatief+ laatste isolatieacties + gemeentebrede basis |
|
De Koog |
1659 |
All electric |
Ja |
2028 |
2029 |
Isolatie+ gemeentebrede acties |
8 Uitvoer start na vaststellen van het Uitvoeringsplan. Dan wordt gestart met het aanpassen van het Omgevingsplan en wordt gestart met de promotie en ontzorging van pandeigenaren.
5.4 Toelichting per gebied
Per gebied beschrijven we hier welke keuzes zijn gemaakt en waarom.
|
Waldijk
Aanpak komende 5 jaar
|
|
De Kleis
Aanpak komende 5 jaar
|
|
De Koog
Aanpak komende 5 jaar
|
5.5 Kosten gebiedsaanpak
Voor het realiseren van deze uitvoeringsplannen per gebied is capaciteit en daarmee geld nodig. Hiervoor stelt de rijksoverheid subsidie beschikbaar via de CDOKE-regeling voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Volgens die regeling kunnen uren gedeclareerd worden.
De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft onderzoek laten doen naar de benodigde capaciteit bij gemeenten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Een inschatting op basis van dat onderzoek door Andersson, Elffers, Felix en Improven (2024), is dat de gemeente circa €250.000 aan capaciteitskosten per gebied per jaar nodig heeft om de doelstellingen te behalen. Het gaat dan om kosten voor projectleiding, participatie, communicatie, onderzoek, ondersteuning inwonersinitiatieven, etc. In de komende 5 jaar starten we in 3 gebieden. Dit komt dus neer op 750.000 euro per jaar voor de uitvoeringsplanfase. Genoemd onderzoek gaat ervan uit dat die inzet in een gebied circa 8 jaren lang nodig is om het doel te behalen.
De Provincie Noord-Holland biedt een subsidie aan voor het opstellen van een uitvoeringsplan en voor de fase erna zijn de CDOKE-middelen ook inzetbaar, evenals een extra aan te vragen subsidie bij het rijk; planfinanciering aardgasvrij.
6 Monitoring, evaluatie en herijking
Om continu zicht te houden op hoe ver we zijn in ons streven naar een aardgasvrije gemeente in 2050, blijven we het Warmteprogramma monitoren.
Dit is verplicht voor gebieden waar we in de komende jaren van het aardgas af willen gaan. We moeten namelijk zeker weten dat een alternatieve warmteoplossing voor elke woning daadwerkelijk beschikbaar en toegepast is, voordat de levering van aardgas stopt. Dit heet de vergewisplicht.
Daarnaast wil de gemeente leren en verbeteren. Immers, al doende leert men. Dus we zullen onze aanpak voor de warmtetransitie regelmatig evalueren en waar nodig bijstellen.
Monitoring
Om de voortgang van de warmtetransitie in Uitgeest te monitoren, houden we een aantal
indicatoren bij. Deze zijn toegelicht in onderstaande tabel.
|
Indicator |
Uitwerking |
Frequentie |
Bron/Actiehouder |
|
Hoofdverwarmingsinstalatie |
Samenvatting per buurt. Welk deel van de woningen heeft een indivudele cv, is aangesloten op een warmtenet, heeft een warmtepopmp of wordt op een andere manier verwarmd? |
Jaarlijks |
CBS |
|
Betaalbaarheid van de warmtetechnieken |
Actualisatie van de inschatting van eindegebruikerskosten voor de gekozen warmtetechnieken per buurt. |
Incidenteel |
Gemeente |
|
Gasgebruik woningen |
Gemiddeld gasverbruik per buurt |
Jaarlijks |
CBS |
|
Belasting elektriciteitsnet |
% van de netcapiciteit dat gebruikt wordt per onderdeel elektriciteitsnet |
Halfjaarlijks |
Netbeheerder |
|
Tevredenheid van bewoners en bedrijven |
Bewoners- en bedrijvenenquête |
Tweejaarlijks |
Gemeente |
|
Aantal aardgasvrije gebouwen |
Aantal gebouwen zonder aardgasaansluiting |
Jaarlijks |
Netbeheerder |
Evaluatie
De uitkomsten van de monitoring bespreken we jaarlijks intern en met onze partners.
We maken een monitoringsverslag, inclusief duiding van de uitkomsten. Dit verslag
delen we met de gemeenteraad. Hierin doen we ook een aanbeveling voor het uitvoeringstempo
in relatie tot de risico’s en kansen met betrekking tot betaalbaarheid, netcongestie
en draagvlak. Bij de vaststelling van het volgende Warmteprogramma in 2030 beschrijven
we de voortgang in de gebieden waar we de aanwijsbevoegdheid willen inzetten. Met
de monitoring zijn we al gestart; het huidige Warmteprogramma kijkt terug op de periode
2020-2025 in 1.4 Terugblik Transitievisie warmte Uitgeest 2019.
Herijking
Als de evaluaties daartoe aanleiding geven, passen we de plannen aan. Als dit gevolgen
heeft voor budget, planning of doelen, neemt het managementteam van de BUCH hierover
een besluit. In andere gevallen besluit het projectteam. Het is denkbaar dat de evaluatie
ertoe leidt dat dit Warmteprogramma gewijzigd moet worden. Bijvoorbeeld om een volledig
andere warmteoplossing mogelijk te maken dan hier beschreven. Voor een dergelijke
wijziging van het Warmteprogramma is een nieuw besluit van het college van burgemeester
en wethouders nodig.
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Bijlage 2. B - Participatieverslag Uitgeest
-
/join/id/regdata/gm0450/2026/pdf_2502fc7f-e6c6-4d7a-886d-2d059e8bb42e/nld@2026‑10‑08;39
- Bijlage 3. C -Afwegingskader Warmteprogramma Uitgeest- CE Delft
-
/join/id/regdata/gm0450/2026/pdf_83fff451-c9b4-446e-a601-c2beb756d043/nld@2026‑10‑08;39
- Bijlage 4. D- Warmtestrategie voor individuele en klein-collectieve warmteoplossingen Uitgeest- SPDE
-
/join/id/regdata/gm0450/2026/pdf_29912a8e-eea4-48ef-8c87-2675a458010a/nld@2026‑10‑08;39
- Bijlage 5. E - Bewonersraadpleging Warmteprogramma Uitgeest- Populytics
-
/join/id/regdata/gm0450/2026/pdf_3b06f87b-6029-4876-95af-9a48be3c31ec/nld@2026‑10‑08;39
A Aardgasvrij verwarmen- technische toelichting
Deze bijlage bevat technische informatie over hoe men de stap kan zetten naar een aardgasvrije woning.
Aardgasvrij verwarmen van uw huis
In uw gemeente kunnen woningen en gebouwen verwarmd worden middels warmtepompen of
een kleinschalig warmtenet. Een warmtepomp benut warmte uit lucht, bodem, water of
zon. Met behulp van elektriciteit wordt die warmte opgewaardeerd, zodat de woning
ermee kan worden verwarmd. Dit principe maakt het energetisch rendement van een warmtepomp
erg hoog: 3 tot wel 6 keer efficiënter dan een HR-ketel op aardgas.
Een volledig elektrische warmtepomp (all-electric) is een duurzame warmtebron. Een mogelijke tussenstap is een hybride warmtepomp, die samenwerkt met de cv-ketel en daardoor ook al een grote hoeveelheid gas kan helpen besparen.
Lucht-water warmtepomp | all electric
Een grond-water warmtepomp gebruikt warmte uit de bodem in plaats van uit de buitenlucht.
Verder werkt het principe hetzelfde als de lucht-water pomp: de warmte wordt met elektriciteit
opgewaardeerd om te gebruiken voor het verwarmen van de woning en het tapwater. Een
grond-water warmtepomp betreft een gesloten water-systeem met leidingen die 80 tot
200 meter diep de grond ingaan. In de zomer kan de koude uit de bodem ook worden gebruikt
om te koelen.
PVT-warmtepomp | all-electric
Een PVT-warmtepomp zet zonne-energie om in elektriciteit en in warmte. Het systeem
haalt warmte uit de zonnecollectoren en uit buitenlucht. Een voorwaarde voor een PVT-warmtepomp
is dat het gebouw voldoende dakoppervlak heeft. Dit systeem is stil en kan individueel
of in een zonnewarmtenet worden gebruikt, een vorm van kleinschalig lage-temperatuurwarmtenet.
Hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp werkt samen met een cv-ketel. Vaak is een hybride warmtepomp
iets lager in vermogen. De cv-ketel werkt als back-up, voor momenten waarop de warmtepomp
niet voldoende warmte oplevert. Dit is afhankelijk van de buitentemperatuur en de
isolatiegraad van de woning. Met een hybride warmtepomp kan gemiddeld 60 tot 80% aardgas
worden bespaard. Er bestaan hybride warmtepompen die omgebouwd kunnen worden naar
een all-electric warmtepomp, voor een stapsgewijze overstap naar aardgasvrij. Een
goede keuze wanneer uw cv-ketel nog een tijd mee kan, maar u wel nu al een flinke
besparing op uw gasverbruik wilt realiseren.
Lage-temperatuur-warmtenet
Een lage-temperatuur-warmtenet haalt warmte uit plekken waar warmte over is, zoals
koel- en vrieshuizen, waterzuiveringsinstallaties, datacenters of (oppervlakte-)water.
Die warmte wordt met leidingen naar een groep op het warmtenet aangesloten gebouwen
vervoerd. Een LT-warmtenet levert warmte tussen 30°C en 55°C. Een zeer-lage-temperatuur-warmtenet
(ZLT) levert maximaal 30°C. Bij een ZLT-warmtenetten heeft een gebouw een individuele
warmtepomp nodig om de temperatuur te verhogen. Samenwerking met buren is een voorwaarde
voor een gedeeld warmtenet. Dit kan complex zijn vanwege juridisch eigendom en administratie
van warmteafrekeningen onderling.
5 stappen naar een duurzame woning
Het toepassen van een aardgasvrije warmtevoorziening is een van de vijf stappen die
inwoners kunnen zetten richting een duurzame woning. De andere stappen zijn: isoleren,
ventileren, opwekken en een geschikt afgiftesysteem installeren.
Stap 1. Isoleren
Om een woning te verwarmen met een volledig elektrische warmtepomp of een lage temperatuur
(LT) warmtenet is een goed geïsoleerde woning nodig. Vooral isolatie van vloer, dak
en wanden zijn van belang. Tot het jaar 1975 was er in de bouw nog geen verplichting
om te isoleren. Woningen met een bouwjaar voor 1975 hebben vaak geen isolatie vanuit
de bouw. Wel hebben sommige bewoners in de loop van jaren reeds een of meerdere isolatiemaatregelen
laten aanbrengen. Vanaf 1976 is de bouwregelgeving langzaam aangescherpt en werden
woningen beter geïsoleerd opgeleverd. Voor een all-electric warmtepomp dient een woning
goed geïsoleerd te zijn naar een isolatieniveau van minder dan 60 kWh/m2.
Stap 2. Ventileren
Naast isolatie is ventilatie belangrijk. Een beter geïsoleerde woning betekent namelijk
dat deze minder ‘ademt’. Daardoor loopt dan de hoeveelheid vocht en CO2 in de woning
op. Dit kan opgelost worden door middel van natuurlijke ventilatie (roosters) of via
centrale of decentrale ventilatiesystemen. Een relatieve luchtvochtigheid van 40 tot
60% en een CO2-gehalte van minder dan 1000 PPM zijn gezond.
Stap 3. Energie opwekken
Inwoners kunnen hun eigen duurzame energie opwekken, door gebruik te maken van zonne-energie.
Hiervoor zijn verschillende opties:
Zonnepanelen wekken elektriciteit op. Dit kan gebruikt worden voor alle elektrische apparaten, en dus ook voor de warmtepomp;Zonnecollectoren wekken warmte op. Dit kan gebruikt worden voor warm tapwater of verwarming;PVT-panelen wekken zowel elektriciteit als warmte op. Achter het zonnepaneel wordt warmte afgegeven. Dit kan gebruikt worden voor warm tapwater of verwarming.
Stap 4. Lage-temperatuur-afgiftesysteem installeren
Voor een volledig elektrische warmtepomp of lage temperatuurwarmtenet zijn speciale
radiatoren nodig in de woonkamer. De radiator moet namelijk voldoende warmte afgeven,
terwijl het water dat er doorheen stroomt een relatief lage temperatuur heeft. Geschikt
zijn speciale lage-temperatuur-radiatoren en vloerverwarming. Bij een hybride warmtepomp
is vervanging van radiatoren niet meteen nodig.
Stap 5. Duurzaam verwarmen
Hiervoor zijn in de gemeente Uitgeest verschillende warmtetechnieken mogelijk: een
all-electric warmtepomp, een hybride warmtepomp en een kleinschalig LT-warmtenet.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl