Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767618
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767618/1
Verordening inrichting en werkwijze ambtelijke organisatie 2026
Geldend van 01-10-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening inrichting en werkwijze ambtelijke organisatie 2026Het college van B&W van de gemeente ’s-Hertogenbosch,
in zijn vergadering van 6 oktober 2026 met reg.nr. 19822907,
gelet op de Gemeentewet, artikelen 103, lid 2 en 160, lid 1, sub c
en gelet op de besturingsvisie van het college en de bedrijfsvoeringsvisie neergelegd in ‘Bedrijfsvoering om waar te maken’ d.d. 1 april 2026;
Besluit:
Vast te stellen de “Verordening inrichting en werkwijze ambtelijke organisatie gemeente ’s-Hertogenbosch 2026” en bepaalt dat deze in werking treedt op 1 oktober 2026. De Verordening Inrichting ambtelijke organisatie 2025 wordt op 1 oktober 2026 ingetrokken.
Deze verordening kent de volgende opbouw:
- I.
De structuur van de ambtelijke organisatie
- II.
Leidinggevende functies
- III.
Managementorganen
- IV.
Inrichting van de bedrijfsvoering
- V.
Specifieke functies
- VI.
Overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk I: de structuur van de ambtelijke organisatie
Artikel 1
- 1.
De ambtelijke organisatie is ter ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders en kent organisatorische eenheden die worden aangeduid met de algemene benaming van ‘sectoren’. De inhoudelijke oriëntatie, hoofdtaken en deskundigheid zijn leidend voor de structuur.
- 2.
De volgende sectoren worden onderscheiden:
-
a. Dienstverlening en Bedrijfsvoering;
-
b. Maatschappelijke Ontwikkeling;
-
c. Stadsontwikkeling;
-
d. Stadsbeheer
-
e. Weener XL.
- 3.
Naast de in het vorige lid genoemde sectoren kent de ambtelijke organisatie een (staf)afdeling Bestuursondersteuning (hierna BO) die rechtstreeks gepositioneerd is onder de gemeentesecretaris.
Artikel 2
De sectoren zijn ingedeeld in eenheden, die worden aangeduid met de algemene benaming van ‘afdelingen’. De afdelingen kunnen onderverdeeld zijn in ‘bureaus’ of ‘teams’.
Artikel 3
- 1.
De sectoren zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid op één of meerdere terreinen van de ambtelijke organisatie.
- 2.
Ter uitvoering van het eerste lid zijn de taken als volgt:
- a.
De sectoren dragen zorg voor een wendbare organisatie en voeren hun taken uit binnen het gemeentelijke beleid en de kaders op het gebied van bedrijfsvoering.
- b.
De sectoren nemen deel aan overleg op bestuurlijk en ambtelijk niveau en bereiden dit voor, een en ander voor zover dit tot de verantwoordelijkheid van de sector kan worden gerekend.
- c.
In de sectoren worden maatschappelijke ontwikkelingen op de voet gevolgd en getoetst aan bestaand beleid. Zo nodig worden er voor de gewenste veranderingen initiatieven aangedragen.
- d.
De sector is op de haar toegewezen terreinen verantwoordelijk voor het adviseren aan het college en/of de burgemeester.
- e.
De sectoren zijn de eerstverantwoordelijken voor de onderlinge afstemming en samenwerking.
- f.
De sectoren dragen zorg voor de evaluatie van hun activiteiten.
- g.
De sector is via het GCC het contact- en informatiepunt voor de burgers.
- a.
- 3.
De sectoren oefenen deze taken uit binnen de bestuurlijke randvoorwaarden zoals het collegeprogramma, de kadernota, de begroting, het toegewezen budget, mandaat- en delegatiebesluit, beleid en kaders op het gebied van bedrijfsvoering en overig geldende beleidskaders.
Artikel 4
De in artikel 1, lid 2 genoemde sectoren hebben de volgende doelstellingen en hoofdtaken:
- 1.
Sector Dienstverlening en Bedrijfsvoering (D&B)
Doelstelling: de sector ontwikkelt en beheert kaders en verzorgt een deel van de uitvoering van de bedrijfsvoering en dienstverlening binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch en ondersteunt bestuur, directie en organisatieonderdelen. De sector draagt zorg voor samenhang, kwaliteit en continuïteit in de bedrijfsvoering en dienstverlening en werkt daarbij samen met andere sectoren.
Hoofdtaken:
- •
Belastingen;
- •
Concernfinanciën, Planning & Control;
- •
Publieke dienstverlening;
- •
Informatievoorziening en automatisering;
- •
Inkoop;
- •
Communicatie;
- •
Personele en facilitaire zaken;
- •
Onderzoek en statistiek;
- •
Regionale samenwerking Noordoost Brabant;
- •
Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost.
- 2.
Sector Maatschappelijke ontwikkeling (MO)
Doelstelling: de voorbereiding en deels uitvoering van het beleid op het gebied van welzijn, zorg, onderwijs, educatie, sociale voorzieningen, jeugd en onderwijs.
Hoofdtaken:
- •
Onderwijs
- •
Jeugdhulp
- •
Informele- en basisondersteuning (bewonersinitiatieven, mantelzorg en vrijwilligerswerk)
- •
Specialistische ondersteuning Wmo; huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, woningaanpassingen, begeleiding, dagbesteding, regiotaxivervoer, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang
- •
Sociale structuur
- •
Gezondheid
- •
Financiële dienstverlening (inkomensregelingen, schulddienstverlening)
- •
Opvang ontheemden
- •
Regionale inkooporganisatie Zorg
- 3.
Stadsontwikkeling (SO)
Doelstelling: de voorbereiding en de uitvoering van het beleid op het gebied van volkshuisvesting, leefomgeving, energie, ruimtelijke en economische ontwikkeling. Het beheren van archieven en collecties en de uitoefening van de taken archeologie, bouwhistorie, monumenten en vestingwerken.
Hoofdtaken:
- •
Economie en energie
- •
Wonen en grondzaken
- •
Leefomgeving
- •
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
- •
Ruimtelijke ordening en stedenbouw
- •
Programma- en projectmanagement
- •
Erfgoed.
- 4.
Stadsbeheer (SB)
Het zorgdragen voor de realisatie, het beheer en de exploitatie van de openbare ruimte en het gemeentelijke vastgoed, inclusief het daartoe noodzakelijke beleid. Het zorgdragen voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte en het bevorderen van de openbare orde en veiligheid en ook het voorkomen en bestrijden van brand en rampen. Uitvoering geven aan de gemeentelijke afvalstoffentaak, inclusief het opstellen van het daartoe noodzakelijke beleid. Het zorgdragen voor het opstellen en uitvoeren van het beleid op het gebied van sport (en recreatie) en cultuur inclusief bijbehorende producten en diensten. Het verbinden van wat er leeft en speelt in de wijken aan wat er leeft en speelt in de organisatie/bestuur.
Hoofdtaken:
- •
Maatschappelijk Vastgoed
- •
Afvalstoffendienst
- •
Beheer en Programmering Openbare Ruimte
- •
Projectmanagement en Voorbereiding
- •
Stadstoezicht
- •
Openbare orde en veiligheid
- •
Cultuur
- •
Sport en Recreatie
- •
Brede Bossche Scholen
- •
Wijkmanagement
- 5.
Weener XL (WXL)
Doelstelling: Weener XL, Werk & Inkomen is de gemeentelijke uitvoeringsinstantie voor ondersteuning bij werk, inkomen en inburgering aan inwoners van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
Hoofdtaken:
- •
Inkomen
- •
Re-integratie en activatie
- •
Passend werk bieden
- •
Inburgering
- •
Volwasseneneducatie
- 6.
Stafafdeling Bestuursondersteuning
Doelstelling: De stafafdeling Bestuursondersteuning ondersteunt het college van B&W bij de uitvoering van haar bestuurlijke taak. De ondersteuning kent facilitaire, secretariële, adviserende, juridische en strategische aspecten. Daarnaast vindt vanuit de stafafdeling de ondersteuning aan het Gemeentelijk Managementteam (GMT) zoals genoemd in artikel 8 en 9 plaats, waarmee zij een belangrijke schakel zijn tussen bestuur en ambtelijke organisatie.
Hoofdtaken:
- •
Bestuursondersteuning en -advisering
- •
Strategie en lobby
- •
Kabinet, representatie en public affairs
- •
Juristen en bezwarencommissie
- •
Coördinatie Algemene subsidie Verordening en Algemene Plaatselijke Verordening
- •
Gastheerschap Stadhuis
- •
Secretaris van College en GMT
Hoofdstuk II: Leidinggevende functies
Artikel 5
Integraal management is de leidende managementfilosofie: leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke taken/beleid en de bedrijfsvoering in brede zin (PIOFAC) binnen hun verantwoordelijkheid.
Artikel 6
- 1.
De gemeentelijke organisatie kent 5 hiërarchische lagen en binnen die lagen worden onder andere de navolgende leidinggevende functies onderscheiden:
- a.
Gemeentesecretaris/ Algemeen directeur;
- b.
Sectordirecteur;
- c.
Afdelingshoofd;
- d.
Bureauhoofd/Teamleider/Unitmanager;
- e.
Operationeel leidinggevende
- 2.
Ingeval van afwezigheid van één van de personen, genoemd in de hiervoor genoemde leden b t/m e, geldt het principe van horizontale vervanging.
Artikel 7
De in artikel 6 genoemde functies worden als volgt omschreven.
De gemeentesecretaris/ Algemeen directeur is:
Eerste adviseur van het college;
- a.
Algemeen Directeur/Hoofd van de ambtelijke organisatie;
- b.
Voorzitter van het GMT;
- c.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur wordt bij diens afwezigheid vervangen door de door het college aangewezen loco-secretaris.
- d.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur treedt op als WOR-bestuurder voor de GOR;
- e.
Advies- en instemmingsverzoeken met betrekking tot de stafafdeling Bestuursondersteuning worden voorgelegd aan en behandeld door de GOR.
Een sectordirecteur is:
- a.
Lid van het GMT;
- b.
Medeverantwoordelijk voor de gemeentelijke organisatie als geheel en de bijdrage van de sector daaraan;
- c.
Hoofd van een sector;
- d.
Voorzitter van het SMT;
- e.
Eindverantwoordelijk voor het beleid en uitvoering van de taken van de sector en de bedrijfsvoering van de sector (binnen het vastgestelde concernbeleid en -kaders);
- f.
Voert als WOR-bestuurder namens de sector overleg met de sector-OR.
Een afdelingshoofd is:
- a.
Lid van het Sector Managementteam (SMT) zoals genoemd in artikel 8 en 10;
- b.
Medeverantwoordelijk voor de sector als geheel en de bijdrage van de afdeling daaraan;
- c.
Hoofd van een afdeling;
- d.
Verantwoordelijk voor de sturing van de afdeling en de vervulling van de aan de afdeling opgedragen taken en de bedrijfsvoering van de afdeling (binnen het vastgestelde concernbeleid en -kaders);
- e.
Budgethouder van het aan de afdeling toegewezen budget.
Een bureauhoofd of teamleider is:
- a.
Hoofd van een bureau respectievelijk leider van een team;
- b.
Verantwoordelijk voor de sturing van het bureau/team en de vervulling van de aan het bureau/team opgedragen taken en de bedrijfsvoering van het bureau/team (binnen het vastgestelde concernbeleid en -kaders).
Hoofdstuk III: Managementorganen
Artikel 8
In de ambtelijke organisatie worden de volgende managementorganen onderscheiden:
- a.
Gemeentelijk Management Team (GMT);
- b.
Sector Management Team (SMT).
Artikel 9
Het Gemeentelijk Management Team (GMT):
- a.
Het GMT wordt gevormd door de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de sectordirecteuren.
- b.
De gemeentesecretaris is als algemeen directeur voorzitter van het GMT en neemt besluiten indien er geen consensus kan worden bereikt.
- c.
Het GMT geeft inhoudelijk richting aan de maatschappelijke hoofdopgaven, belangrijkste programma’s en bedrijfsvoeringskaders.
- d.
Het GMT treedt op als directie van de ambtelijke organisatie en is collegiaal eindverantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van beleid en beheer.
- e.
Het GMT stuurt de gemeentelijke organisatie aan vanuit een concerngedachte/het collectief, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de individuele directeuren voor het runnen van de eigen sector.
- f.
De sectoren worden met het oog op het genoemde onder e aangestuurd vanuit het concernbelang en gemeenschappelijk vastgestelde gemeentebrede kaders, die onder eindverantwoordelijkheid van de sectordirecteuren worden vertaald naar de implicaties voor de sector.
- g.
Het GMT is als directie van de ambtelijke organisatie gesprekspartner van het college en de burgers.
Artikel 10
Het Sector Management Team (SMT):
- a.
Het SMT wordt gevormd door de sectordirecteur, de afdelingshoofden van de sector, de sectorcontroller, de sector-informatiemanager en de sector-personeelsmanager.
- b.
De sectordirecteur is voorzitter van het SMT.
- c.
De leden van het SMT adviseren de sectordirecteur op basis van inhoudelijk, bestuurlijk en procesmatig perspectief. De sectordirecteur neemt een besluit, gehoord hebbende de adviezen van de overige leden van het SMT.
- d.
Het SMT stuurt de sector aan vanuit het sectorbelang, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de individuele afdelingshoofden voor hun eigen afdeling.
- e.
Het SMT is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en beheer van de eigen sector, binnen het beleid en kaders die door het GMT concernbreed zijn vastgesteld.
Hoofdstuk IV: Inrichting van de bedrijfsvoering
Artikel 11
De centrale bedrijfsvoeringsafdelingen als genoemd in artikel 4, lid 1 worden hiërarchisch aangestuurd door de sectordirecteur D&B. De centrale bedrijfsvoeringsafdelingen zijn als regisseur verantwoordelijk voor de ontwikkeling, borging en monitoring van kaders, standaarden en kwaliteit binnen het vakgebied (PIOFAC).
Artikel 12
De bedrijfsvoeringsafdelingen in de sectoren worden hiërarchisch aangestuurd door de betreffende sectordirecteur. De bedrijfsvoeringsafdelingen in de sectoren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en advisering binnen het vastgestelde beleid en kaders en leveren input vanuit de uitvoering voor het ontwikkelen en realiseren van de strategische agenda op gemeentelijk niveau. Aangezien het beleid en de kaders worden vastgesteld door het GMT (of in mandaat de directeur D&B), zijn de sectordirecteuren ervoor verantwoordelijk dat de taken en productie van hun sector binnen het concernbeleid en -kaders worden uitgevoerd. Afwijking hiervan is alleen mogelijk na overleg in het GMT
Artikel 13
De uitvoering en advisering van het sectormanagement op het gebied van bedrijfsvoering is georganiseerd volgens het principe: ‘op sectorniveau, tenzij…’. Een aantal adviserende en uitvoerende werkzaamheden ten aanzien van bedrijfsvoering worden op concernniveau uitgevoerd. Het dominante afwegingskader hiervoor is de schaalgrootte (efficiëncy) en vereiste deskundigheid (cq. kwetsbaarheid) van de desbetreffende taak.
Artikel 14
Voor iedere bedrijfsvoeringsfunctie is er een platform/overlegorgaan dat fungeert als voorportaal voor besluitvorming in het GMT. Aan ieder platform nemen de leidinggevenden van de desbetreffende bedrijfsvoeringsfunctie uit de sectoren deel, waarbij het desbetreffende afdelingshoofd van de sector D&B optreedt als voorzitter (en regisseur). Uitzondering hierop is dat de Concerncontroller de voorzitter is van het Controllersoverleg met een functioneel aansturende rol van de sectorcontrollers.
Artikel 15
- 1.
Het hoofd van de afdeling Personele en Facilitaire Zaken (gepositioneerd binnen de sector D&B) is als voorzitter van het P&O-platform, het aanspreekpunt en adviseur van het GMT met betrekking tot het gemeentelijke Personeels- en Organisatiebeleid en Organisatieontwikkeling. Voor Facilitaire Zaken bestaat een ‘platform-light’ met vertegenwoordigers uit de sectoren, waarbij het bureauhoofd Facilitaire Zaken optreedt als voorzitter.
- 2.
Het hoofd van de afdeling ICT (gepositioneerd binnen de sector D&B) is als voorzitter van het ICT-platform het aanspreekpunt en adviseur van het GMT met betrekking tot ICT.
- 3.
Het hoofd van de afdeling Communicatie (gepositioneerd binnen de sector D&B) is als voorzitter van het Communicatie-platform het aanspreekpunt en adviseur van het GMT met betrekking tot communicatie.
- 4.
Het hoofd van de afdeling O&S (gepositioneerd binnen de sector D&B) is als voorzitter van het data-platform het aanspreekpunt en adviseur van het GMT met betrekking tot data.
Artikel 16
Het samenspel en de functionele sturing tussen de bedrijfsvoeringsfuncties op concern- en sectorniveau vindt plaats op basis van door het GMT vastgestelde uitgangspunten in ‘het Samenspel Bedrijfsvoering in de organisatie’d.d.3 juni 2026 .
Hoofdstuk V: Specifieke functies/rollen
Artikel 17
Naast de leidinggevende functies zoals beschreven in Hoofdstuk II worden de volgende specifieke functies/rollen onderscheiden:
- a.
Concerncontroller
- b.
Sectorcontroller;
- c.
Personeelsmanager;
- d.
Informatiemanager
- e.
Chief Information Security Officer (CISO)
- f.
Functionaris voor gegevensbescherming (FG)
- g.
Privacy Officer (PO);
- h.
Chief Information Officer (CIO)
- i.
Chief Data Officer (CDO)
- j.
WOR-bestuurder
- k.
Vertrouwenspersoon;
- l.
Preventiemedewerker.
Artikel 18
De in artikel 17 genoemde functies/rollen worden als volgt omschreven:
De Concerncontroller is:
- a.
De directeur van de sector Dienstverlenging & Bedrijfsvoering;
- b.
Adviseur van de gemeentesecretaris met betrekking tot alle bedrijfsvoeringsfuncties en het stelsel van planning & control (brede control);
- c.
Voorzitter van het controllersoverleg;
- d.
Rapporteert aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur;
- e.
Escaleert, indien de concerncontroller dat nodig acht, aan het College van B&W.
Een sectorcontroller is:
- a.
Adviseur van de sectordirecteur;
- b.
Lid van het SMT;
- c.
Adviseur van de sectordirecteur met betrekking tot de bedrijfsvoering in de sector (brede control);
- d.
Hoeder van het gemeentebrede vastgestelde beleid en kaders, met name op het gebied van de bedrijfsvoeringsfuncties, waaronder in het bijzonder het financiële beleid en kaders
- e.
Hoofd van de financiële organisatie van de sector
- f.
Lid van het controllersoverleg
- g.
Escaleert, indien de sectorcontroller dat nodig acht, aan de Concerncontroller.
Een sector personeelsmanager is:
- a.
Adviseur van de sectordirecteur;
- b.
Lid van het SMT;
- c.
Verantwoordelijk voor de advisering van het personeels- en organisatiebeleid in de sector;
- d.
Hoeder van het gemeentebrede vastgestelde beleid en kaders op het gebied van personeel en organisatie in de sector;
- e.
Lid van het P&O-platform.
Een sector informatiemanager is:
- a.
Adviseur van de sectordirecteur;
- b.
Lid van het SMT;
- c.
Verantwoordelijk voor de advisering van het ICT beleid in de sector;
- d.
Hoeder van het gemeentebrede vastgestelde beleid en kaders op het gebied van ICT in de sector;
- e.
Lid van het ICT-platform.
De Chief Information Security Officer:
- a.
Is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, aansturen en bewaken van het informatiebeveiligingsbeleid, met als doel de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informatie en systemen te beschermen;
- b.
De CISO stelt de informatiebeveiligingsstrategie en het beleid op en zorgt voor passende beveiligingsmaatregelen (technisch en organisatorisch);
- c.
Coördineert de aanpak van security-incidenten en datalekken;
- d.
Rapporteert en adviseert aan het GMT en/of het bestuur over risico’s en beveiligingsniveau.
- e.
Escaleert, indien de CISO dat nodig acht, aan de directeur D&B.
De Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) is:
- a.
Een onafhankelijke toezichthouder binnen de gemeentelijke organisatie die controleert of de verwerking van persoonsgegevens voldoet aan de AVG en WPG;
- b.
Adviseur van het bestuur, GMT en medewerkers over privacy-verplichtingen en risico’s;
- c.
Ziet toe op de uitvoering van en adviseert over DPIA’s (gegevensbeschermingseffect-beoordelingen);
- d.
Fungeert als contactpunt voor de Autoriteit Persoonsgegevens en betrokkenen;
- e.
Rapporteert aan het GMT en/of het bestuur over risico’s op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens;
- f.
Escaleert, indien de Functionaris voor gegevensbescherming dat nodig acht, aan het College van B&W.
De Privacy Officer is:
- a.
De privacy officer is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, implementeren en bewaken van het privacybeleid binnen de gemeentelijke organisatie, zodat de verwerking van persoonsgegevens voldoet aan wet- en regelgeving zoals de Algemene verordening gegevensbescherming;
- b.
De concern privacy officer rapporteert aan de concerncontroller, de sectorale privacy officer aan de sectorcontroller.
De Chief Information Officer:
- a.
Adviseert het bestuur en de directie over strategische keuzes, investeringen en ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening en technologie.
- b.
Is verantwoordelijk voor het opstellen, implementeren en naleven van informatiestrategie en -beleid, inclusief kaders, richtlijnen en standaarden.
- c.
Waarborgt de kwaliteit, betrouwbaarheid, beschikbaarheid en continuïteit van informatiesystemen en -voorzieningen.
- d.
Is eindverantwoordelijk voor informatiebeveiliging, privacybescherming en naleving van relevante wet- en regelgeving (zoals AVG), inclusief het vaststellen van beveiligingsbeleid.
- e.
Rapporteert aan het GMT en/of het bestuur over risico’s op het gebied van informatievoorziening en technologie
- f.
Escaleert, indien de Chief Information Officer dat nodig acht, aan het College van B&W.
De Chief Data Officer is:
- a.
Is strategisch stelselverantwoordelijke voor het gemeentelijk datastelsel en treedt op als eigenaar van de daarin opgenomen kaders en structuren;
- b.
Is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, uitdragen en bewaken van de concernbrede datastrategie en -visie, gericht op het datagedreven functioneren van de ambtelijke organisatie;
- c.
Stelt kaders voor data governance en ziet toe op de naleving daarvan, waaronder eigenaarschap, rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming rondom data;
- d.
Is verantwoordelijk voor de prioritering en regie op concernbrede datainitiatieven en bewaakt de samenhang in het datalandschap;
- e.
Is verantwoordelijk voor risicomanagement op het gebied van data, waaronder datakwaliteit, dataprivacy, ethiek en relevante wet- en regelgeving;
- f.
Rapporteert aan het GMT en/of het bestuur over risico’s op het gebied van data.
De WOR-bestuurder is:
- a.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur treedt op als WOR-bestuurder voor de GOR;
- b.
De directeur Weener XL is WOR bestuurder van de OR WXL;
- c.
De sectordirecteuren zijn ieder WOR-bestuurder van de desbetreffende sector-OR;
- d.
De WOR-bestuurder voert namens de gemeentelijke organisatie cq. het desbetreffende organisatieonderdeel overleg met de ondernemingsraad (GOR resp. OR);
- e.
De WOR-bestuurder is degene die advies- en instemmingsaanvragen voorlegt bij de OR en besluiten toelicht.
- f.
Advies- en instemmingsverzoeken met betrekking tot de stafafdeling Bestuursondersteuning worden voorgelegd aan en behandeld door de GOR.
De Vertrouwenspersoon:
- a.
Is een laagdrempelig en onafhankelijk aanspreekpunt binnen de gemeentelijke organisatie voor medewerkers die te maken hebben met ongewenst gedrag of integriteitskwesties;
- b.
De vertrouwenspersoon helpt medewerkers om problemen bespreekbaar te maken en begeleidt hen bij het zoeken naar een veilige oplossing, zonder zelf oordeel of sancties op te leggen;
- c.
Rapporteert onafhankelijk aan het GMT en/of bestuur over risico’s en adviseert over mogelijk te nemen maatregelen.
De Preventiemedewerker heeft als taken:
- a.
Het (mede)opstellen en uitvoeren van de risico- inventarisatie en – evaluatie (RI&E);
- b.
Het adviseren van en nauw samenwerken met Arbodeskundigen en OR;
- c.
Het (mede) uitvoeren van de maatregelen voortvloeiend uit het Plan van Inpak RI&E.
- d.
De preventiemedewerker werkt onder verantwoordelijkheid van de Sectordirecteur.
Hoofdstuk VI Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 19
Voor zover dat nodig is worden voor een bepaalde sector bij afzonderlijk collegebesluit afwijkende en/of aanvullende regels gesteld.
Artikel 20
Op de werking van de organisatie, zoals in deze verordening omschreven, zijn eveneens van toepassing de bepalingen, opgenomen in de Controleverordening alsmede de Financiële verordening.
Artikel 21
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening inrichting en werkwijze ambtelijke organisatie gemeente ’s-Hertogenbosch 2026” en treedt per 1 oktober 2026 in werking onder gelijktijdige intrekking van de “Verordening inrichting en werkwijze ambtelijke organisatie gemeente ’s-Hertogenbosch 2025” zoals vastgesteld op 1 april 2025.
Ondertekening
Het college voornoemd,
De secretaris,
Drs. B. van der Ploeg
De burgemeester,
Drs. J.M.L.N. Mikkers
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl