Omgevingsplanregels uit projectbesluit netversterking Schouwen-Duiveland van de provincie Zeeland

Deze regeling is juridisch onderdeel van Omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland.
Geldend van 07-10-2026 t/m heden

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, van de gemeente Schouwen-Duiveland afwijken van de regels waarmee dit projectbesluit ter plaatse van de locatie Projectgebied het omgevingsplan wijzigt, hebben de regels die door dit projectbesluit zijn toegevoegd voorrang.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Voorrangsbepaling

  • 1.

    Voor zover de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, van de gemeente Schouwen-Duiveland afwijken van de regels waarmee dit projectbesluit het omgevingsplan wijzigt, hebben de regels die door dit projectbesluit zijn toegevoegd voorrang.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid houdt in ieder geval in dat na realisatie en ingebruikname van de ondergrondse hoogspanningsverbinding de op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland andere functies ook zijn toegestaan, waarbij de regels voor activiteiten, die door dit projectbesluit zijn toegevoegd, voorrang hebben op de regels voor activiteiten die binnen die functies in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland zijn toegestaan.

  • 3.

    De regels over vergunningvrij bouwen ten behoeve van andere functies die op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn toegestaan, zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan in artikel 22.36 en 22.27 zijn niet van toepassing.

  • 4.

    Voor zover er in dit projectbesluit een vergunningplicht is opgenomen voor een bouwactiviteit is dat een vergunningplicht, zoals bedoeld in artikel 22.26.

Artikel 1.2 Begripsbepalingen

  • 1.

    Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

  • 2.

    Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland worden ook de begrippen gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage I Begrippenlijst.

Hoofdstuk 2 Ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook

Afdeling 2.1 Aanwijzing functie ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook

Artikel 2.1 Aanwijzen functie ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook

  • 1.

    Er is een locatie 'ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook' waar een ondergrondse hoogspanningsverbinding is toegestaan, met de bijbehorende belemmeringenstrook.

  • 2.

    De regels voor activiteiten, zoals opgenomen in de overige paragrafen in dit hoofdstuk behorende bij deze locatie zijn gesteld met het oog op:

    • a.

      de (permanente) effecten van de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding te voorkomen;

    • b.

      het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van de ondergrondse hoogspanningsverbinding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de netbeheerder;

    • c.

      het beschermen van het transportnet tegen activiteiten in de nabijheid van de ondergrondse hoogspanningsverbinding;

    • d.

      het waarborgen van de omgevingskwaliteit tegen activiteiten in de nabijheid van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Afdeling 2.2 Regels voor de omgevingsplanactiviteit bouwen ten behoeve van de hoogspanningsverbinding

Artikel 2.2 Algemene regels (vergunningvrij)

  • 1.

    Het bouwen van tijdelijke bouwwerken ten behoeve van de aanleg van of onderhoud aan de ondergrondse hoogspanningsverbinding is toegestaan.

  • 2.

    De tijdelijke bouwwerken dienen, nadat de aanleg van of het onderhoud aan de ondergrondse hoogspanningsverbinding afgerond is, te zijn verwijderd.

  • 3.

    Binnen deze locatie mogen permanente bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aanleg of in werking hebben van of het onderhoud aan de ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale bouwhoogte van 3 m.

Afdeling 2.3 Regels voor de omgevingsplanactiviteit bouwen ten behoeve van andere binnen de locatie toegestane functies

Artikel 2.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning binnen de locatie 'ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook' ten behoeve van andere binnen de locatie toegestane functies bouwwerken te bouwen.

Artikel 2.4 Uitzondering op de vergunningplichtige gevallen

Het verbod in artikel 2.3 geldt niet voor:

  • a.

    de vervanging van bestaande bouwwerken, danwel het vernieuwen of veranderen van bestaande bouwwerken, mits de oppervlakte en bouwhoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, mits deze activiteit op grond van andere ter plaatse geldende regels voor de activiteit bouwen dit eveneens toestaat; of

  • b.

    door of in opdracht van de netbeheerder worden verricht.

Artikel 2.5 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen ten behoeve van andere binnen de locatie toegestane functies zoals bedoeld in artikel 2.3 wordt alleen verleend als:

  • a.

    het te bouwen bouwwerk op basis van de gestelde beoordelingsregels voor bouwen elders in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan is toegestaan;

  • b.

    de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

Artikel 2.6 Vergunningvoorschriften

Er kan een vergunningvoorschrift worden verbonden aan de omgevingsvergunning:

  • a.

    ten aanzien van de plaats en afmetingen van de bouwwerken indien dat noodzakelijk is voor het beheer, instandhouding of bescherming van de ondergrondse hoogspanningsverbinding;

  • b.

    ten aanzien van het treffen van (bouwkundige of bouw)technische maatregelen indien dat noodzakelijk is voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Afdeling 2.4 Regels voor de omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding

Artikel 2.7 Geen vergunningplicht tijdelijk deel van het omgevingsplan voor uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding

Voor zover het tijdelijk deel van het omgevingsplan ter plaatse van deze locatie elders bepaalt dat een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid, binnen de locatie 'ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook' geldt die bepaling niet voor:

  • a.

    de uitvoering en realisatie van dit project;

  • b.

    werken en werkzaamheden ten behoeve van het normaal onderhoud en beheer en het verwijderen en vervangen van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Artikel 2.8 Aanwijzing vergunningplicht ter plaatse van de locatie archeologische waarden Schouwen-Duiveland

  • 1.

    De uitzondering op de vergunningplicht zoals genoemd in 2.7 geldt niet ter plaatse van de locatie 'archeologische waarden'.

  • 2.

    Ter plaatse van de locatie 'archeologische waarden' is het verboden zonder omgevingsvergunning de ondergrondse hoogspanningsverbinding aan te leggen.

Artikel 2.9 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in Artikel 2.8 Aanwijzing vergunningplicht ter plaatse van de locatie 'archeologische waarden' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een archeologisch onderzoek waarin de archeologische waarde naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 

Artikel 2.10 Beoordelingsregels

  • 1.

    De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.8 wordt alleen verleend als:

    • a.

      uit het bij de aanvraag gevoegde rapport blijkt dat er op de locatie van de activiteit geen archeologische waarden aanwezig zijn;

    • b.

      de archeologische waarde van het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad;

    • c.

      de archeologische waarde van het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

  • 2.

    Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.

Artikel 2.11 Vergunningvoorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.8 kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg vergunningvoorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot:

  • a.

    het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden;

  • b.

    het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  • c.

    het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties;

  • d.

    het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet;

  • e.

    het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden;

  • f.

    het vooraf melden van de start van de werkzaamheden;

  • g.

    het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften;

  • h.

    het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en/of

  • i.

    het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen.

Artikel 2.12 Gebodsbepaling gestuurde boring of persing

Ter plaatse van de locatie 'gestuurde boringen' is het verplicht om de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding middels een gestuurde boring of persing plaats te laten vinden.

Afdeling 2.5 Regels voor de omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, ten behoeve van andere ter plaatse toegestane functie

Artikel 2.13 Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ten behoeve van andere toegestane functies ter plaatse van de locatie 'ondergrondse hoogspanningsverbinding incl. belemmeringenstrook' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren:

  • a.

    afgraving of het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding dieper dan 0,8 m of ophoging;

  • b.

    het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,8 m onder het maaiveld;

  • c.

    het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage dieper dan 0,8 m onder het maaiveld;

  • d.

    het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen;

  • e.

    het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteveranderingen;

  • f.

    het aanleggen van zonnepanelen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;

  • g.

    het aanleggen van andere kabels en leidingen (niet zijnde de ondergrondse hoogspanningsverbinding) en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;

  • h.

    het aanbrengen en/of kappen van diepwortelende beplantingen.

Artikel 2.14 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.13 wordt alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd ten behoeve van een functie die elders in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan is toegestaan;

  • b.

    de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

Artikel 2.15 Vergunningvoorschriften

  • 1.

    Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.13 kunnen in het belang van de werking en instandhouding van de ondergrondse hoogspanningsverbinding vergunningvoorschriften worden verbonden.

  • 2.

    De beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt om advies gevraagd over de gevolgen van de werken, geen bouwwerken zijnde, voor de werking en instandhouding van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. 

Begrippenlijst

Beheerder

Een organisatie die verantwoordelijk is voor het (laten) aanleggen, onderhouden en beheren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Belemmeringenstrook

Een zone aan beide zijden van de ondergrondse hoogspanningsverbinding ten behoeve van een veilig en bedrijfszeker transport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de hoogspanningsverbinding.

Gestuurde boring of persing

Nauwkeurig bestuurbare sleufloze aanlegtechniek voor mantelbuizen, kabels en leidingen waarbij met een boorstelling vanaf het maaiveld de productleiding volgens een van te voren bepaald ondergronds tracé aangelegd kan worden.

Ondergrondse hoogspanningsverbinding

een ondergronds kabeltracé die is bestemd voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van maximaal 150 kiloVolt (kV)

Project

De ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen de nieuwe hoogspanningsstations Zierikzee en Halsteren en tussen de hoogspanningsstations Tholen en Halsteren.

Overzicht Informatieobjecten