Omgevingsprogramma van afval naar grondstof

Geldend van 06-10-2026 t/m heden

1 Inleiding

1.1 Waarom dit omgevingsprogramma van afval naar grondstof

Binnen het instrumentarium van de Omgevingswet is het omgevingsprogramma het instrument om strategische ambities uit de omgevingsvisie concreet uit te werken in beleid en hoe je dit doet. Ten aanzien van duurzaamheid en als opvolger van het grondstoffenbeleidsplan is gekozen voor een omgevingsprogramma van afval naar grondstof. Het grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop het omgevingsprogramma Afval naar Grondstof wordt vastgesteld en in werking treedt.

Dit omgevingsprogramma 'Van afval naar grondstof' beschrijft hoe de gemeente Leusden invulling geeft aan haar ambities op het gebied van afval en grondstoffen. Het programma vertaalt de ambities uit de omgevingsvisie naar concrete beleidsdoelen en uitgangspunten voor de overgang naar een circulaire economie. In een circulaire economie blijven grondstoffen zo lang mogelijk in omloop, wordt afval voorkomen en worden materialen na gebruik opnieuw ingezet. Zo dragen we bij aan het beschermen van natuurlijke hulpbronnen en aan een duurzame, toekomstbestendige leefomgeving.

In dit programma werken we uit hoe we omgaan met:

  • relevante trends en ontwikkelingen;

  • de gemeentelijke ambities op het gebied van afval en grondstoffen;

  • nationale doelstellingen, zoals een volledig circulair Nederland in 2050.

 

De komende jaren ligt de focus op het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het maximaliseren van hoogwaardig hergebruik en het verbeteren van de kwaliteit en verwerkbaarheid van reststromen. Daarmee maakt de gemeente Leusden concreet hoe zij bijdraagt aan een circulaire economie.

1.2 Relatie tot omgevingsvisie en hoofdlijn

Dit omgevingsprogramma geeft uitvoering aan de hoofdlijn ‘Een gemeente die duurzaam en klimaatneutraal is’ uit de omgevingsvisie.

Voor huishoudelijk afval zetten we in op het voorkomen van afval, het verminderen van het gebruik van grondstoffen en het stimuleren van hoogwaardig hergebruik. Daarmee beperken we de hoeveelheid restafval en dragen we bij aan de overgang naar een circulaire economie.

Dit programma richt zich primair op huishoudelijk afval en grondstoffen. Tegelijkertijd raakt het aan het bredere thema circulaire economie, dat verder reikt dan alleen huishoudelijk afval. Daarom verkennen we welke rol de gemeente kan spelen in het stimuleren en faciliteren van circulariteit binnen andere sectoren.

2 Analyses en achtergrond

In 2021 stemde de gemeenteraad in met het Grondstoffenbeleidsplan 2021- 2025. Dit plan had tot doel om tot maximaal 50 kilo huishoudelijk restafval per inwoner/per jaar te komen via ‘verbeterde bronscheiding’. Dit nieuwe omgevingsprogramma bouwt voort op de resultaten van dit beleidsplan.

De inhoud wijzigt niet in de basis, maar wel de focus van het uitgevoerde beleid; afval als grondstof voor nieuwe producten en het verankeren van afval in de bredere gemeentelijke visie op circulaire economie.

Het afvalinzamelsysteem zoals de gemeente nu kent is op orde; inwoners hebben de gelegenheid om grondstoffen zoals gft (Groente-, Fruit- en Tuinafval), pmd (Plastic en Metalen verpakkingen en Drankenkartons) en opk (Oud Papier en Karton) van het restafval te scheiden. Ook worden deze grondstoffen zo goed mogelijk verwerkt. Maar het kan beter. Alleen veel afval scheiden leidt niet per definitie tot meer hergebruik en recycling. Afval moet ook goed worden gescheiden, met het juiste afval in de juiste afvalbak. Er is winst te behalen in de mate van hergebruik. En minder afval produceren is ook een effectieve manier om duurzamer met grondstoffen om te gaan. 

3 Beleid van afval naar grondstof

3.1 Inleiding

De gemeente Leusden streeft, in lijn met de nationale en Europese ambities naar een volledig circulaire economie in 2050. Voor het afval- en grondstoffenbeleid betekent dit dat er tegen die tijd geen afval of grondstoffen meer worden verbrand, maar dat deze volledig worden hergebruikt.

Om deze ambitie stapsgewijs te realiseren, hanteert de gemeente Leusden een tussendoelstelling voor 2030: een reductie van 20% van de hoeveelheid te verbranden afval en grondstoffen ten opzichte van het referentiejaar 2025. Dit komt neer op 65 kilo. 

De afgelopen jaren heeft de gemeente Leusden goede stappen gezet op het gebied van afval en grondstoffen. Op basis van de behaalde resultaten bestaat er geen aanleiding om de huidige inzamelsystematiek voor huishoudelijk afval aan te passen. Wel worden er twee inhoudelijke focusverschuivingen doorgevoerd:

1. Van kwantiteit naar kwaliteit: naast het verhogen van de hoeveelheid gescheiden grondstoffen richt dit plan zich nadrukkelijk op het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden stromen.
2. Van afvalbeheer naar circulariteit: naast het zo veel en zo goed mogelijk scheiden van grondstoffen richt dit plan zich eveneens op het zo hoogwaardig mogelijk verwerken ervan.

Uit deze focusverschuiving vloeit een aantal (hernieuwde) doelstellingen voort, die worden verwoord in 3.2.

Daarnaast zal de gemeente Leusden per 1 januari 2027 toetreden tot het overheidsgedomineerde ROVA. Met deze stap wil de gemeente haar kwetsbaarheid verminderen, haar duurzaamheidsdoelstellingen ondersteunen en een efficiënte samenwerking realiseren, met waarborging van de uitvoering van het huishoudelijk afvalbeheer.

Via zowel het aandeelhouderschap als het opdrachtgeverschap krijgt de gemeente directe invloed en zeggenschap over de vennootschap en de dienstverlening. Dit biedt flexibiliteit, stabiele en voorspelbare kosten, gerichte sturing op de uitvoering van het afvalbeheer en een passende structuur voor de toekomstige verbreding van het dienstverleningspakket. 

Deze toetreding versterkt bovendien de circulaire ambitie van de gemeente. Door aan te sluiten bij een organisatie waarin kennis, schaalvoordelen en hoogwaardige verwerkingsketens al aanwezig zijn, wordt de realisatie van de doelstellingen voor 2030 en 2050 nadrukkelijk ondersteund en versneld.

3.2 Doelstellingen

De Gemeente Leusden richt zich op vier samenhangende doelstellingen:

1. Preventie
Het verminderen van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner;
2. Restafvalreductie
Het terugdringen van de hoeveelheid fijn en grof huishoudelijk restafval;
3. Kwaliteit van grondstoffen
Het verminderen van vervuiling in ingezamelde grondstofstromen;
4. Circulariteit
Het vergroten van de recyclebaarheid en hoogwaardige verwerking van grondstoffen.


Vanaf 2027 worden deze doelstellingen in de ROVA grondstoffenmonitor vastgelegd en deze zal inzicht geven om het huidige beleid te evalueren, bij te sturen en waar nodig te verbeteren.

Uitwerking doelstellingen:

Doel 1: Verminderen van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval (preventie)
Een eerste manier om het verbranden van afval en grondstoffen te verminderen is door te voorkomen dat afval ontstaat (preventie). Het gaat hierbij in eerste instantie om het niet gebruiken van producten (bv. verpakkingsvrij winkelen) en in tweede instantie om producten zo lang mogelijk in de keten te houden (hergebruik).
Doel 2: verminderen van de hoeveelheid (fijn en grof) huishoudelijk restafval (restafvalreductie)
In het huishoudelijk restafval zitten nog veel waardevolle grondstoffen (vooral gft) die als restafval worden verbrand. De reductie van de hoeveelheid huishoudelijk afval door meer grondstoffen te scheiden is en blijft belangrijk op weg naar een circulaire economie. 

In 2025 produceerde een inwoner van Leusden gemiddeld 81 kilo afval en grondstoffen. 
De gemeente wil deze hoeveelheid graag verminderen met 20% in 2030, wat neerkomt op 65 kilo afval per persoon/per jaar.


Doel 3: verminderen van de vervuiling in aangeboden grondstoffen (kwaliteit grondstoffen) 
Alleen grondstoffen die niet vervuild zijn kunnen worden hergebruikt als basis voor nieuwe producten. Daarom moeten inwoners van Leusden niet alleen méér scheiden, maar ook beter scheiden, door uitsluitend het juiste en schoon afval in de juiste afvalcontainer te scheiden. 
Het doel is om de vervuiling per afvalstroom in 2027 met 10% te verminderen, uitgedrukt in gewichtspercentages. In eerste instantie betreft dit pmd en gft.
Doel 4: Het vergroten van de recyclebaarheid en hoogwaardige verwerking van grondstoffen. (circulariteit) 
Nog niet alle grondstoffen kunnen nu goed, hoogwaardig en/of duurzaam worden hergebruikt of gerecycled. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te kijken wat zij vanuit haar deel van de grondstoffenketen kan doen om de circulariteit en duurzaamheid van verwerking te verhogen.
Hierbij kan onder meer worden gekeken naar de landelijke VANG recycledoelstellingen: 
60% recycling in 2030 en 65% in 2035. De gemeente Leusden heeft deze doelstellingen echter al gerealiseerd (72% in 2025).
De gemeente Leusden stelt zich ten doel om in 2030 een recyclepercentage van 75% te realiseren. Deze doelstelling kan voor een belangrijk deel worden bereikt door de hoeveelheid restafval en afkeur/vervuiling te verminderen.

3.3 Beleidskaders en ontwikkelingen

3.3.1 Inleiding

Op Europees en landelijk niveau zijn er diverse wetten en regels die direct invloed hebben op het gemeentelijk beleid. Deze beleidskaders geven richting en stellen grenzen aan het lokale afval- en grondstoffenbeleid. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidskaders toegelicht, evenals de impact die zij hebben op het gemeentelijke beleid. Daarnaast wordt ingegaan op enkele relevante lokale beleidskaders. Tot slot komen landelijke programma’s actuele beleidsontwikkelingen aan bod waarmee rekening moet worden gehouden bij de vormgeving van toekomstig beleid.

3.3.2 Europese beleidskaders

Green Deal
Europa heeft zich als doel gesteld om in 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. Als leidraad is hiervoor de Green Deal opgesteld. Voor een klimaatneutraal Europa in 2050 moet de economische groei worden losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen, en moet worden overgestapt op circulaire productie- en consumptiesystemen. Hieruit vloeit de circulaire ambitie voort om in 2050 geen grondstoffen en afval te verbranden.

Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Kra) 
Het juridisch kader voor afvalbeheer wordt in hoge mate bepaald door Europese regels. Centraal daarin staat de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De richtlijn bevat het juridische kader voor de behandeling van afval in de EU. De richtlijn bepaalt dat bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen de volgende afvalhiërarchie als prioriteitsvolgorde moet worden gehanteerd: preventie, voorbereiding voor hergebruik, recycling, andere nuttige toepassingen (bijvoorbeeld energieterugwinning) en verwijdering. 

De ladder van Lansink: hoe hoger op de R-ladder, hoe duurzamer

afbeelding binnen de regeling
De ladder van Lansink: hoe hoger op de R-ladder, hoe duurzamerBron: Recycling.nl

 

3.3.3 Nederlandse wet- en regelgeving

Wet Milieubeheer
In de Wet Milieubeheer (Hoofdstuk 10) staat omschreven dat gemeenten de wettelijke zorgplicht hebben voor de inzameling van huishoudelijk afval. De Wet verplicht de gemeenten ook een aantal fracties gescheiden in te zamelen. Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in het Besluit Gescheiden Inzameling Huishoudelijke Afvalstoffen (GIHA) en in de gemeentelijke Afvalstoffenverordening. 

Circulair Materialenplan (CMP1)
Het Circulair Materialenplan (CMP1) is met ingang van 1 januari 2026 in werking getreden. CMP1 volgt het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) op en verschuift de focus van afvalbeheer naar een integrale circulaire economie. Het plan bevat ambitieuzere normen, juridisch bindende kaders voor duurzaam afvalbeheer en stimuleert innovatieve oplossingen voor materiaalhergebruik in de hele keten, van productie tot eindproduct. De overgang van LAP3 naar CMP1 is een logische stap in de transitie naar een circulaire economie. Het nieuwe plan sluit beter aan bij de huidige doelen en ambitie om duurzamer te opereren en de materialenkringloop te optimaliseren. 

Wet Markt en Overheid
Gemeenten kunnen besluiten ook bedrijfsafval in te zamelen, bijvoorbeeld om het aantal vervoersbewegingen te minimaliseren. Hiermee concurreren zij met bedrijven. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich in die situatie aan een aantal gedragsregels houden, zoals het verplicht doorberekenen van alle kosten, een verbod bevoordeling eigen overheidsbedrijven en een verplichte functiescheiding bestuur en uitvoering. Vanwege de impact van deze gedragsregels op de administratieve organisatie en de principiële keuze om niet in te grijpen in de marktwerking, zamelt ROVA geen bedrijfsafval in. Dit kan gevolgen hebben voor bedrijven en instellingen in de gemeente Leusden. Bedrijven en instellingen die weinig afval hebben, kunnen gebruik maken van de gemeentelijke inzameling. Dat afval moet dan wel lijken op gewoon huishoudelijk afval. Zij maken gebruik van een bedrijfsafvalpas en betalen hiervoor reinigingsrecht.

3.3.4 Nationale programma's en ontwikkelingen

Uitvoeringsprogramma VANG-HHA 2021-2025
Het ‘Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstoffen-Huishoudelijk Afval 2021 – 2025’ heeft als doel om de kwaliteit van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verhogen en daarmee de recycling te verbeteren. Het programma heeft als motto: met optimale afvalscheiding naar hoogwaardige recycling. De focus verschuift van het beperken van (huishoudelijk) restafval naar de kwaliteit en recyclebaarheid van de ingezamelde grondstoffen. Hiertoe zijn recycledoelstellingen opgesteld: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035. 
Het ministerie van IenW heeft het Uitvoeringsprogramma VANG-Huishoudelijk Afval 2021-2025 verlengd met een jaar. De nadruk ligt ook in 2026 op het verbeteren van de kwaliteit van deelstromen door gemeenten.

Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE)
Het NPCE bevat maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. In het NPCE zijn de meest impactvolle productgroepen (prioritaire stromen) benoemd. Hiervoor zijn transitieagenda’s opgesteld. De productgroepen consumptiegoederen, elektronische apparaten, verpakkingen en wegwerpproducten, textiel, meubels, matrassen en kunststoffen zijn direct voor het thema afval en grondstoffen van belang. Voor huishoudelijk afval geldt dat wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik dan wel recycling. In de uitwerking van het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid wordt waar mogelijk aangesloten bij de transitieagenda’s van de prioritaire stromen.

Verhoging Rijksbelastingen op verbranden afval 
De afvalstoffenheffing staat onder druk. Dit komt mede doordat het Rijk belastingmaatregelen neemt waardoor de afvalverbrandingskosten voor restafval stijgt. De verbrandingsbelasting is een rijksheffing op het verbranden van restafval, terwijl de CO₂-heffing afvalverbranders belast op basis van hun uitstoot; beide leiden tot hogere kosten in de afvalketen, die uiteindelijk doorwerken in de afvalstoffenheffing voor inwoners. Dit kan bij een ongewijzigde situatie leiden tot een stijging van 40 euro in 2029, zie onderstaande tabel. 

afbeelding binnen de regeling
Gemiddelde lastenstijging huishoudensBelastingplan 2026, pag. 165

Deze heffingen zijn in het leven geroepen om de hoeveelheid restafval af te laten afnemen. Hierin zit ook de oplossing, beter scheidingsgedrag en een hogere kwaliteit grondstoffen houdt de heffing betaalbaar. 

Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)
De UPV maakt producenten en importeurs financieel en vaak ook organisatorisch verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt worden gebracht. Op dit moment zijn voor de volgende producten UPV’s in werking:

  • Autobanden en autowrakken

  • Batterijen en accu’s

  • Elektrische en elektronische apparatuur

  • Textiel

  • Verpakkingen

  • Wegwerpplastic

 

In veel gevallen gaat het bij Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) om producten waar ook de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval voor geldt. Met name voor de producten verpakkingen en wegwerpplastic geldt dat gemeenten een duidelijke rol hebben bij de inzameling van deze producten. Voor textiel is (nog) niet duidelijk of hier een rol voor gemeenten is weggelegd. Deze UPV is sinds 1 juli 2023 van kracht. Er is ook een UPV voor luiers- en incontinentiemateriaal in de maak. De verwachting is dat dit de komende jaren in ieder geval nog niet leidt tot een vergrote capaciteit van duurzame luierverwerking. De impact van UPV’s op de inzameling van huishoudelijk afval wordt nauwlettend gevolgd om waar nodig aanvullende maatregelen te nemen. 

3.3.5 Grondstoffen en circulaire opgaven en richting voor de toekomst nationaal

Het kabinet werkt met het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE via vier strategieën (de vier v’s) aan een circulaire economie:

1.    Het verminderen van grondstoffengebruik voor producten; 
2.    Het vervangen van eindige/schaarse grondstoffen door hernieuwbare/minder schaarse grond-stoffen (substitutie);
3.    Het verlengen van de levensduur van producten;
4.    Het verwerken van afval tot hoogwaardige grondstoffen.

3.3.6 Lokale beleidskaders

Duurzaamheidsagenda Leusden 
In de dynamische Duurzaamheidsagenda Leusden 2016 -2030 en de herijkte agenda uit 2019 waren diverse ambities opgenomen voor het afval- en grondstoffenbeleid. De ambities uit de Duurzaamheidsagenda worden vervangen door de ambities en doelen uit de Leusdense omgevingsvisie en dit omgevingsprogramma voor afval naar grondstof. De Duurzaamheidsagenda wordt naar verwachting bij een volgende herziening van de omgevingsvisie ingetrokken. Relevant blijft de inzet voor Duurzaam Doen Leusden (hfd. 8.3.3 omgevingsvisie). ‘Duurzaam Doen Leusden stimuleert bewustwording van inwoners en bedrijven en zet aan tot een duurzame leefstijl en handelen. Wij willen duurzame initiatieven in de samenleving ondersteunen en versterken. We stellen ons daarbij ondersteunend en stimulerend op.’ In het (nog op te stellen) omgevingsprogramma duurzaamheid wordt Duurzaam Doen Leusden opgenomen. 

3.3.7 Lokale samenwerkingen

Samenwerking ROVA 
Met de toetreding tot ROVA per 1 januari 2027 sluit de gemeente Leusden zich aan bij een publieke uitvoeringsorganisatie. Deze samenwerking heeft als doel de borging van een publieke, toekomstgerichte en duurzame afvalinzameling, waarbij de gemeente haar beleidsvrijheid behoudt. In de uitvoering probeert ROVA een balans te vinden tussen de service, kosten en milieubelangen. ROVA faciliteert inwoners op een doelmatige en servicegerichte manier, terwijl de uitvoering kostenefficiënt blijft, zodat de afvalstoffenheffing beheersbaar blijft. Daarnaast ondersteunt de organisatie de gemeente bij het realiseren van haar afvaldoelstellingen, met name gericht op het verminderen van restafval en het vergroten van recycling en circulariteit.

Samenwerking AVU 
De AVU fungeert voor de Utrechtse gemeenten als een verbindende factor in een snel veranderend afval- en grondstoffenlandschap. AVU zorgt voor continuïteit, schaalvoordeel en beleidsmatige samenhang. Door de kennis en expertise van de afval- en grondstoffensector, aanbestedingen en relevant nationale beleid en wet- en regelgeving ondersteunt zij gemeenten bij het realiseren van duurzame, kostenefficiënte en toekomstbestendige oplossingen voor de overslag, het transport en de verwerking van de verschillende afval en grondstofstromen. De AVU treedt op als neutrale regisseur die belangen verbindt, kennis deelt en strategische samenwerkingen versterkt. Daarbij is de AVU bezig met het verbreden van de dienstverlening aan gemeenten. Voorbeelden daarvan zijn het aanbesteden van de inzameling en verwerking van het textiel, het faciliteren van het netwerk van circulaire ambachtscentra en het aanbesteden van de milieustraatstromen.   

Samenwerkingscoalitie Circulaire Ambachtscentra Utrecht
De Coalitie CA Utrecht zet zich in voor het tot stand brengen van intergemeentelijke samenwerking op het gebied van Circulaire Ambachtscentra en alle bouwstenen die daar onder vallen. Gemeenten in de regio Utrecht gaan samen bouwstenen, projecten en campagnes ontwikkelen en uitvoeren waarmee hoogwaardigere verwerking van het grof afval wordt bereikt. Succesvolle projecten en campagnes worden opgeschaald naar de rest van de regio.

Samenwerking Cirkelwaarde
Cirkelwaarde is een samenwerking van Circulus, AVU en ROVA. Deze samenwerking is erop gericht om gezamenlijk de afvalkennis en -expertise te vergroten en de marktkennis te versterken. Hierdoor kunnen de verschillende afval- en grondstofstromen op een duurzame manier worden verwerkt en optimaal worden benut. Sinds 1 januari 2026 verzorgt CirkelWaarde namens ROVA de inzameling en verwerking van de grondstofstromen op de Milieustraat.

Samenwerking kringloop Leusden
Kringloopcentrum Amersfoort Leusden draagt bij aan een circulaire economie door product- en materiaalhergebruik te stimuleren. Daarnaast levert het een bijdrage aan een inclusieve samenleving door waardevolle werkgelegenheid te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en samen te werken met partners als Kwintes, Abrona en Het Huis op Zuid. Tevens fungeren zij als leerbedrijf voor scholen als ROC Amersfoort, MBO Midden Nederland, Praktijkschool De Baander en Het Element. Daarnaast zijn er trajecten via onder andere Reclassering Nederland, Reclassering Leger des Heils, Inforsa Verslavingszorg en de Raad voor de Kinderbescherming. 

In 2024 zamelde Kringloopcentrum Amersfoort-Leusden in totaal 3.096.209 kilo goederen in, hiervan 562.416 kilo in de gemeente Leusden. Slechts 6% werd restafval; de rest werd hergebruikt of gerecycled. Dat leverde een CO₂-besparing van 3.431 ton op (omgerekend: de jaarlijkse opname van 456.822 bomen of de uitstoot van 1.377 huishoudens). Daarnaast biedt het kringloopcentrum als ArbeidsOntwikkelCentrum werk en begeleiding aan 531 medewerkers (69 hiervan in kringloop Leusden), waaronder vrijwilligers, stagiairs en mensen in re-integratie- en ontwikkeltrajecten. Met begeleiding en initiatieven zoals NT2-taallessen wordt werkgeluk weer haalbaar. 
Het contract verloopt per 31‑12‑2026 en dient opnieuw te worden aanbesteed.  

Samenwerking De Groene Belevenis
De Groene Belevenis verzorgt duurzaamheidseducatie op Leusdense basisscholen. Er worden lessen aangeboden over grondstoffen en circulariteit, zoals lessen over afval scheiden op de Milieustraat en over de aanpak van zwerfafval. Dit is een doorlopende leerlijn voor kinderen voor alle groepen van de basisschool.

Daarnaast verzorgt De Groene Belevenis de coördinatie voor Opgeruimd Leusden. Opgeruimd Leusden is een maatschappelijk initiatief dat al ruim 10 jaar de strijd aangaat tegen zwerfafval. Met behulp van een groeiend netwerk van meer dan 100 vrijwilligers – de Opgeruimde Leusdenaren – draagt ze actief bij aan een schoner en leefbaarder Leusden. Het initiatief combineert educatie, participatie, bewustwording en communicatie om zowel jong als oud te betrekken bij een gezamenlijke missie: een zwerfafvalvrij Leusden.

3.4 Inwonerbetrokkenheid en inspraak

3.4.1 Participatie

In het kader van inwonerbetrokkenheid is in de voorbereiding van dit omgevingsprogramma de volgende participatiestrategie gehanteerd. Inwoners zijn in 2025 betrokken door middel van een Bewonertevredenheidsenquête 2025 grondstoffen. De enquête heeft waardevolle inzichten opgeleverd. De inzichten uit dit onderzoek worden meegenomen om de dienstverlening verbeteren. ROVA gaat de bewonertevredenheidsenquête om de 2 jaar voortzetten.

3.4.2 Inspraak

Voor dit omgevingsprogramma is er geen wettelijke verplichting tot terinzagelegging. Het college van burgemeester en wethouders stelt het omgevingsprogramma vast, tegen dat besluit is geen bezwaar of beroep mogelijk. Het omgevingsprogramma wordt bekend gemaakt op overheid.nl en treedt de dag na bekendmaking inwerking en daarmee wordt het grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 ingetrokken.

3.5 Uitvoering

De uitvoering richt zich op een samenhangend pakket aan maatregelen, gericht op gedragsverandering, systeemoptimalisatie en samenwerking. Hiermee wordt richting gegeven aan de wijze waarop de gemeente in het komende jaar invulling geeft aan deze ambities.

Algemeen:

  • Overgang van de app Afvalwijzer naar ROVA burgerportaal vanaf 1‑1‑2027 realiseren; dit is een online omgeving waarin inwoners naast de inzamelkalender ook informatie over afvalinzameling en grondstoffen kunnen raadplegen en diverse afval gerelateerde zaken zelf kunnen regelen, zoals het bekijken van de inzamelkalender, het doen van meldingen en het aanvragen van voorzieningen.

  • Het versterken van de samenwerking tussen de gemeente, ROVA en handhaving (BOA’s) om afvalgerelateerde overtredingen, zoals illegale afvaldumping, verkeerd aangeboden afval en bijplaatsingen bij containers, effectiever te voorkomen, signaleren en aanpakken.

  • Organiseren open dag Milieustraat; Inwoners kennis laten maken met de milieustraat en bewustwording creëren over afvalscheiding, hergebruik en circulariteit. Dit in samenwerking met de overige diensten van de afdeling Milieustraat en Buitendienst.

  • Verminderen van zwerfafval in de openbare ruimte en versterken van de gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen de samenwerkingsdriehoek van Opgeruimd Leusden, de winkelcentra (ondernemers) en de gemeente.

 

Preventie en circulariteit (doelstelling 1 en 4)

  • De samenwerking met de kringlooporganisatie versterken om hergebruik van goederen te bevorderen, afval te voorkomen en circulair gebruik van materialen te stimuleren.

  • Initiatieven ondersteunen die bijdragen aan hergebruik en reparatie, zodat materiaalgebruik wordt verminderd en circulariteit wordt bevorderd.

  • Aansluiten bij de No Plastic Filter-campagne om inwoners te informeren over de milieuschade van sigarettenfilters en bij te dragen aan het verminderen van zwerfafval.

  • Het tot stand brengen van een samenwerking tussen ROVA en De Groene Belevenis Leusden ten behoeve van educatie op basisscholen. Beide organisaties bieden lessen aan over grondstoffen en circulariteit, zoals afvalscheiding op de Milieustraat.

 

Restafvalreductie (doelstelling 2)

  • Een pilot uitvoeren met de ROVA GRIP-wagen om de inzameling van herbruikbare grondstoffen te verbeteren, afvalscheiding te stimuleren en inwoners laagdrempelig extra inzamelmogelijkheden te bieden.

  • Datagestuurd inzicht verkrijgen in afwijkend aanbiedgedrag en gerichte interventies inzetten om gewenst afvalscheidingsgedrag te stimuleren.

  • Maatregelen treffen om de kwaliteit en efficiëntie van afvalscheiding op de milieustraat verder te verbeteren.

 

Kwaliteitsverbetering (doelstelling 3)

  • Doelgerichte communicatiecampagnes inzetten, ondersteund door duidelijke wel/niet-lijsten per afvalstroom, om kennis, bewustwording en gewenst gedrag rondom afvalscheiding te vergroten en de kwaliteit van gescheiden ingezamelde grondstoffen te verbeteren.

  • Evalueren in hoeverre de inzet van een afvalcoach via ROVA leidt tot verbeterde afvalscheiding en een hogere kwaliteit van grondstofstromen.

  • Inzetten van de ROVA-kwaliteitsaanpak om de kwaliteit van afvalscheiding en grondstofinzameling te verbeteren; De ROVA-kwaliteitsaanpak is een integrale aanpak die erop gericht is de kwaliteit van gescheiden ingezamelde grondstoffen, zoals pmd, gft en papier, te verbeteren. Daarbij ligt de focus niet alleen op communicatie naar inwoners, maar ook op monitoring, controles, inzet van afvalcoaches, datagestuurd werken en het voorkomen van vervuiling in afvalstromen.

  • Binnen de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen 2026 heeft de gemeente Leusden voor PMD een uitgangspositie van 66% zuiverheid toegekend gekregen. Dit betekent dat 66% van het ingezamelde PMD bestaat uit correct gescheiden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons. Het verbeteren van de kwaliteit van deze grondstofstroom is essentieel om hoogwaardige recycling mogelijk te maken en te voldoen aan de doelstellingen van de ketenovereenkomst. Daarom wordt een plan van aanpak opgesteld, in lijn met de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen tussen gemeenten en Verpact. Dit plan richt zich op het optimaliseren van de kwaliteit van het brongescheiden PMD, het beperken van het aandeel stoorstoffen tot maximaal 15%.

  • Nieuwe inwoners informeren over de wijze van afval- en grondstoffeninzameling binnen de gemeente Leusden, zodat zij vanaf de start bekend zijn met de inzamelvoorzieningen, afvalscheidingsregels en inzameldagen.

4 Positionering

4.1 Inleiding

Het omgevingsprogramma is het omgevingsdocument voor beleidsdoorwerking binnen het beleidshuis (naast het omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsvergunning). Daarmee verbindt het omgevingsprogramma de visie en het plan, en is het een onmisbare schakel binnen de gedachten van de beleidscyclus.

afbeelding binnen de regeling
De beleidscyclusBron: Gemeente Leusden

4.2 Beleidshuis fysieke leefomgeving

De beleidscyclus geeft de doorloop, of opvolging, van beleid(svorming) naar uitvoering en terugkoppeling (monitoring en evaluatie) weer. Het beleidshuis geeft de relatie tussen de instrumenten onder de Omgevingswet weer, met daarbij ook werkprocessen en overlegvormen. In het beleidshuis staat beschreven wat de reikwijdte en bedoeling is van de verschillende omgevingsdocumenten en hoe deze tot elkaar verhouden. In het kort worden de omgevingsdocumenten als volgt omschreven:

Omgevingsvisie 
De omgevingsvisie bevat de kaders en lange termijn doelen voor beleidsontwikkeling voor de fysieke leefomgeving. Aan de hand van zes hoofdlijnen wordt in de visie de koers uitgezet voor het beschermen, benutten en behouden van de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad stelt de visie vast.

Omgevingsprogramma 
Het omgevingsprogramma beschrijft hoe doelen uit de omgevingsvisie worden bereikt en waar beleidsdoorwerking plaatsvindt. We werken voornamelijk met niet-verplichte omgevingsprogramma’s en al het beleid voor de fysieke leefomgeving vindt zijn plek in een programma. Omgevingsprogramma’s bevatten maatregelen, zoals aanzet tot regels in het omgevingsplan. Het college stelt het omgevingsprogramma vast.

Omgevingsplan 
Het omgevingsplan bevat bindende regels voor de fysieke leefomgeving. De reikwijdte van het omgevingsplan is breed, het bevat regels op het gebied planologie (bouwen en gebruik) en van milieu. Ook thema’s van de fysieke leefomgeving zoals erfgoed, die eerder per verordening waren geregeld, komen in het omgevingsplan. Het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Omgevingsvergunningen  
Op basis van het omgevingsplan kan een omgevingsvergunning worden verleend. Via de procedure Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA) kunnen we initiatieven mogelijk maken in afwijking van het omgevingsplan. Het beslissen over de omgevingsvergunning is een bevoegdheid van het college.  

Terugkoppeling en handhaving 
De ‘terugkoppeling-fase’ maakt de beleidscyclus compleet, waarin de kerninstrumenten getoetst worden aan onze doelen voor de fysieke leefomgeving.  
De handhavingsstrategie en de wijze waarop de instrumenten gemonitord en geëvalueerd worden is hierin van belang.

4.3 Global goals

Binnen de beleidsdocumenten (omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s) wordt een koppeling gemaakt met de Global Goals (Sustainable Development Goals, SDG’s). De beleidsuitwerking binnen dit omgevingsprogramma draagt bij aan de volgende SDG’s:

SDG 11 – Duurzame steden en gemeenschappen
SDG 12 – Verantwoorde consumptie en productie
SDG 13 – Klimaatactie
SDG 17 – Partnerschappen

5 Monitoring en evaluatie

5.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de huidige stand van zaken van het afval- en grondstoffenbeleid in Leusden en de ambities die de gemeente heeft.
Dit omgevingsprogramma vervangt het eerdere Grondstoffenbeleidsplan. In deze evaluatie en monitoring beoordelen we in hoeverre de doelstellingen uit het Grondstoffenplan 2021–2025 zijn behaald en wat de huidige situatie is. Daarbij brengen we in beeld waar de gemeente nu staat en welke richting zij op wil.

Een belangrijke richtlijn hierbij is de maximale hoeveelheid restafval (grof én fijn) van 50 kilo per inwoner. Daarnaast streefde het plan naar een optimale balans tussen kosten, milieubelasting en dienstverlening. Dit betekent concreet dat:

  • de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen hoog is;

  • de kosten die samenhangen met het afvalbeleid beheersbaar blijven;

  • de dienstverlening aan inwoners op een hoog niveau blijft (de afvalinzameling werd in 2019 gemiddeld gewaardeerd met een 7,5).

5.2 Monitoring en huidige stand van zaken

5.2.1 Ontwikkeling van de hoeveelheid afval en grondstoffen

5.2.1 Ontwikkeling van de hoeveelheid afval en grondstoffen
De gemeente Leusden presteert relatief goed op het gebied van afval en grondstoffen. Inwoners scheiden grondstoffen zoals PMD en GFT over het algemeen goed van het restafval. Dit resulteerde in 2025 in 64 kg fijn huishoudelijk restafval per inwoner. Daarmee ligt Leusden nog 14 kg boven de gemeentelijke doelstelling van 50 kg per inwoner in 2025. Tegelijkertijd blijft de totale hoeveelheid restafval (fijn en grof) onder de Nederlandse VANG-doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar. Onderstaand figuur en tabel geeft de ontwikkeling van de hoeveelheid restafval (kg per inwoner per jaar) weer.

afbeelding binnen de regeling
Ontwikkeling hoeveelheid restafvalGemeente Leusden

Het scheidingsgedrag van inwoners lijkt in de afgelopen jaren relatief stabiel. In 2025 is niet alleen de hoeveelheid restafval afgenomen ten opzichte van 2024, maar ook de ingezamelde hoeveelheden grondstoffen zijn licht gedaald, zie onderstaande figuur en tabel.

afbeelding binnen de regeling
Ontwikkeling hoeveelheid grondstoffen per inwonerGemeente Leusden

 

5.2.2 Ontwikkeling van afkeur van grondstoffen

In de gemeente Leusden voldoet de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen over het algemeen aan de gestelde normen, met uitzondering van de PMD-fractie, zie onderstaande tabel. Sinds de introductie in 2023 van een systematische registratie van afgekeurd PMD is duidelijk geworden dat inwoners moeite hebben met het correct scheiden van deze stroom. Afgekeurd PMD kan niet worden gerecycled en wordt alsnog verwerkt als restafval. Dit leidt tot verbranding en brengt extra kosten met zich mee voor de gemeente.

Ontwikkeling afkeur pmd 2021-2024

Jaar

Goedgekeurd

Afkeur

% Afkeur 

2020-2022

Niet geregistreerd 

Niet geregistreerd 

Niet geregistreerd

2023

887676 kgs

212029 kgs 

19,28%*

2024

988769 kgs 

166551 kgs

14,41%**

2025

936640 kgs

154320 kgs

16,47%***

Gemeente Leusden

Sinds 2023 wordt een deel van het ingezamelde PMD afgekeurd vanwege vervuiling. Deze ontwikkeling hangt niet samen met een verslechtering van het scheidingsgedrag van inwoners, maar met een verschuiving in de focus: van het maximaliseren van ingezamelde volumes naar het waarborgen van de kwaliteit en recyclebaarheid van het PMD. In dit kader worden de bestaande afspraken met Verpact sinds 2023 strenger toegepast en intensiever gecontroleerd.

5.2.3 Ontwikkeling van afvalstoffenheffing

De stijging van de afvalstoffenheffing is een nationale ontwikkeling. Desondanks zijn inwoners van Leusden met diftar relatief voordelig uit in vergelijking met situaties zonder diftar. Uit de nationale benchmark blijkt dat de totale afvalbeheerkosten in de gemeente Leusden relatief laag zijn ten opzichte van gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheidsklasse (zie tabel). Dit wijst erop dat het huidige systeem bijdraagt aan een kostenefficiënte afvalinzameling.

Afvalbeheerkosten

Ontwikkeling afvalstoffenheffing

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Leusden 

238

250

234

223

267

279

Nationaal gemiddelde   

263

287

291

303

316

329

Gemeente Leusden

5.2.4 Ontwijkgedrag van afvalinzameling

Het terugdringen van ontwijkgedrag bij de afvalinzameling was één van de prioriteiten uit het Grondstoffenbeleidsplan 2021–2025. In dat kader is in 2021 een afvalcoach aangesteld, met als opdracht in gesprek te gaan met inwoners en duurzaam afvalgedrag te stimuleren. Deze inzet vond plaats in nauwe samenwerking met de handhavingsorganisatie, gericht op het realiseren van structurele gedragsverandering.

Door structurele onderbezetting binnen de beleidsfunctie afval is de ontwikkeling van een integrale handhavingsstrategie echter niet verder gekomen. Daarnaast is de functie van afvalcoach sinds 2023 niet meer ingevuld. Hierdoor zijn de beoogde preventieve en gedragsgerichte interventies stilgevallen.

De locaties waar regelmatig afval wordt gedumpt zijn wel in beeld. Medewerkers van de buitendienst monitoren deze zogenoemde hotspots dagelijks en verwijderen aangetroffen afval direct om verdere bijplaatsingen en overlast te beperken.

5.2.5 Zwerfafval

De firma Florijn heeft tot april 2025 zorggedragen voor het verwijderen van zwerfafval uit de openbare ruimte. Vanaf 1 april 2025 heeft de gemeente het onderhoud weer in eigen beheer genomen.

Daarnaast verstrekt de gemeente Leusden al tien jaar subsidie aan De Groene Belevenis voor het project Opgeruimd Leusden. Dit initiatief is een samenwerking van betrokken inwoners die zich inzetten voor een zwerfafvalvrije gemeente. Door middel van opruimacties, bewustwordingscampagnes en educatie dragen zij bij aan een schonere leefomgeving. De subsidie voor dit project wordt gefinancierd vanuit de Nationale UPV-zwerfafvalvergoeding (Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid), waarmee gemeenten worden gecompenseerd voor de kosten die zij maken voor het voorkomen en opruimen van zwerfafval.

5.2.6 Communicatieplan 2021 - 2025

Avalon Advies heeft bij het Grondstoffenbeleidsplan 2021–2025 een communicatieplan opgesteld, met als doel inwoners te stimuleren minder afval te produceren en het ontstane afval beter te scheiden. Er is uiteindelijk gekozen om aan te sluiten bij de campagnes van Afval van Utrecht, het programma van Afvalverwijdering Utrecht (AVU). Dit programma richt zich op de uitvoering en communicatie van concrete oplossingen die bijdragen aan de circulaire ambities in de regio. Voorbeelden van campagnes zijn “Bak vol? Blokje om!” en “Heel Nederland Repareert”.

In de periode 2021–2025 was de inzet van communicatie voornamelijk pragmatisch en vaak ad hoc. In 2025 kwam meer structurele capaciteit beschikbaar, waardoor een communicatiekalender kon worden opgesteld die inspeelt op actuele ontwikkelingen. Dit leidde tot een zichtbare toename van de aandacht voor dit domein.

Eind 2025 is bovendien een bewonersenquête uitgevoerd naar hoe inwoners onze dienstverlening ervaren. De inzichten hieruit worden benut bij de verdere uitwerking van het omgevingsprogramma. Hieruit blijkt ook dat op onderdelen gerichte communicatiemaatregelen nodig zijn. Deze worden vanaf 2026 opgenomen in de communicatiekalender, zodat communicatie doelgerichter kan worden ingezet en beleidsdoelen beter worden bereikt.

5.2.7 Bewonerstevredenheid

Uit de Bewonertevredenheidsenquête 2025 van november 2025 blijkt dat inwoners het serviceniveau en de mogelijkheden om afval gescheiden aan te bieden (via inzameling of de milieustraat) als goed ervaren. De afvalinzameling wordt gemiddeld beoordeeld met een 7,5, vergelijkbaar met het laatste onderzoek uit 2019. Daarnaast geeft ruim 95% van de inwoners aan het afval daadwerkelijk te scheiden.

Tegelijkertijd noemen inwoners een aantal aandachtspunten:

  • Meer duidelijkheid over afvalscheiding, met name wat wel en niet in de minicontainer mag;

  • Meer inzicht in en begrip voor de kosten van restafval en het gebruik van de milieustraat;

  • Behoefte aan een digitale milieupas; 

  • Vaker legen van papier- en kartoncontainers, omdat deze snel vol raken, met name bij gezinnen;

  • Betere handhaving op bijplaatsingen en dumpingen, om de openbare ruimte schoon en ordelijk te houden.

5.3 Evaluatie en bijstelling

De doelen uit het Grondstoffenbeleidsplan 2021–2025 zijn grotendeels behaald. De inwonerstevredenheid is in lijn met de doelstelling stabiel gebleven. Ook ontwikkelt de afvalstoffenheffing zich gunstig ten opzichte van het nationaal gemiddelde: sinds 2020 is deze in Leusden met €41 gestegen, terwijl de stijging nationaal €66 bedraagt.

Daarnaast is de kwaliteit van de ingezamelde grondstofstromen over het algemeen goed. Zo lag het aandeel afgekeurd PMD, op basis van de geregistreerde tonnages, onder het nationale gemiddelde.

Tegelijkertijd zijn niet alle doelstellingen gerealiseerd en vragen enkele onderwerpen extra aandacht. De kwaliteit van PMD staat onder druk en behoeft verdere verbetering. Binnen de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen 2026 heeft de gemeente Leusden voor PMD een uitgangspositie van 66% zuiverheid toegewezen gekregen. Dit betekent dat 66% van het ingezamelde PMD uit correct gescheiden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons bestaat. Het verbeteren en behouden van deze kwaliteit is van belang om grondstoffen hoogwaardig te kunnen recyclen en te voldoen aan de eisen van de ketenovereenkomst.

Daarnaast is de doelstelling van maximaal 50 kg restafval (grof en fijn) per inwoner in 2025 niet gehaald. De hoeveelheid restafval is slechts beperkt afgenomen: van 84 kg per inwoner in 2020 naar 81 kg in 2025. Om deze doelstelling alsnog te bereiken, is het noodzakelijk om vooral het fijn huishoudelijk restafval verder terug te dringen.

Uit sorteeranalyses blijkt dat nog een aanzienlijk deel van het restafval bestaat uit herbruikbare grondstoffen. In 2025 gaat het om circa 54,2% van het restafval dat in principe geschikt is voor recycling, maar alsnog wordt verbrand. Dit betreft onder andere GFT, PMD, papier en textiel.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de samenstelling van het restafval.

Samenstelling restafval

Fractie

Percentage in restafval 2021

Percentage in restafval 2023

Percentage in restafval 2025

Recycling

Reststoffen

43,4%

45,8%

42.7%

Verbranding

Luiers

11,8%

9,6%

9,3%

(deels) Recycling 

Grof Huishoudelijk Afval

4,61%

5,6%

3,2%

(deels) Recycling

Keukenafval 

21,9%

23,1%

23,4%

Recycling

Tuinafval 

0,3%

0,8% 

0,5%

Recycling

PMD

7,1%

6,1%

7%

Recycling

Papier

6,0%

3,1%

4,5%

Recycling

Textiel

4,7%

4,2%

6,3%

Recycling

Glas

2,2%

1,7%

3,1%

Recycling

Naast het scheidingsgedrag is ook de daadwerkelijke verwerking van belang. Goed gescheiden afval wordt niet automatisch hoogwaardig gerecycled. De mate van recyclebaarheid en de duurzaamheid van verwerking kunnen nog worden verbeterd. Uit onderzoek van Wageningen University & Research (2025) blijkt bijvoorbeeld dat slechts 36% van de kunststofverpakkingen goed recyclebaar is, terwijl 64% beperkt of niet recyclebaar is.

De directe invloed van individuele gemeenten hierop is beperkt. Gemeenten kunnen echter gezamenlijk wel invloed uitoefenen, bijvoorbeeld via samenwerkingsverbanden zoals CirkelWaarde, de NVRD en de VNG. Via deze kanalen kan worden ingezet op strengere nationale regelgeving en producentenverantwoordelijkheid, zoals eisen aan het gebruik van gerecycled materiaal in verpakkingen.

6 Gebiedsaanwijzingen

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen