Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767483
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767483/1
Verordening rechtspositie AB- en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2023
Intitulé
Verordening rechtspositie AB- en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026Het algemeen bestuur van Waterschap Limburg;
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur inzake vaststelling Verordening rechtspositie AB- en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026;
gelet op het bepaalde in artikel 56, 77 en 78, eerste lid van de Waterschapswet, het Reglement van orde Reglement voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het algemeen bestuur van Waterschap Limburg 2026, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de daarbij behorende Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende Verordening rechtspositie AB- en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
AB-lid: een lid van het algemeen bestuur dat niet tevens lid is van het dagelijks bestuur van hetzelfde waterschap;
- b.
bijzondere commissie: een commissie zoals bedoeld in artikel 4.1.4 van het Rechtspositiebesluit;
- c.
burgercommissielid: een commissielid als bedoeld in artikel 4.1. onder h van het Rechtspositiebesluit;
- d.
commissielid: een commissielid als bedoeld in artikel 1 onder l van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het algemeen bestuur van Waterschap Limburg 2026;
- e.
DB-lid: een lid van het dagelijks bestuur van het waterschap, dat niet tevens voorzitter is van hetzelfde waterschap;
- f.
waterschap: Waterschap Limburg;
- g.
Rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
- h.
Rechtspositieregeling: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;
- i.
secretaris: de secretaris, zoals bedoeld in artikel 53, lid 1 Waterschapswet, tevens algemeen directeur van het waterschap;
Artikel 2. Toelage AB-leden bij bijzondere commissies
Een AB-lid dat lid is van een hierna genoemde bijzondere commissie heeft recht op de daarbij genoemde toelage zolang de commissie actief is:
- 1.
lid van de commissie Begroting en Verantwoording: € 157,47 per maand;
- 2.
lid van de klankbordgroep Waterbeschikbaarheid: € 157,47 per maand.
Artikel 3 Nadere regels beschikbaarstelling informatie- en communicatievoorzieningen
-
1. Een AB- of burgercommissielid krijgt, voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld door het waterschap. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 4.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het AB- of burgercommissielid sluit bij verstrekking van de informatie- en communicatiemiddelen een bruikleenovereenkomst, die door het AB- of burgercommissielid wordt getekend.
-
2. Op de informatie- en communicatievoorzieningen die op grond van artikel 4.3.2. aan een AB-lid, en in samenhang gelezen met artikel 4.4.4 van het Rechtspositiebesluit aan een burgercommissielid ter beschikking worden gesteld, zijn de voorwaarden voor het gebruik van apparatuur de gelden voor medewerkers van het waterschap van overeenkomstige toepassing. Deze worden gehecht aan de bruikleenovereenkomst.
-
3. Een AB-lid of een burgercommissielid levert onverwijld na beëindiging van zijn lidmaatschap de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij het waterschap.
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
-
1. Een AB- of burgercommissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 4.3.3 Rechtspositiebesluit, dient daarvoor schriftelijk dan wel elektronisch ten minste twee weken voorafgaand aan de voorgenomen scholing een gemotiveerd verzoek in bij het dagelijks bestuur.
-
2. Bij dit verzoek worden documenten met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden vergoed .
-
3. De maximale vergoeding voor de scholing bedraagt € 3.000,= per zittingstermijn per AB-lid of per burgercommissielid.
Artikel 5. Betaling en declaratie van onkosten
-
1. Tenzij het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
- a.
betaling uit waterschapsmiddelen, op basis van een rechtstreeks aan het waterschap toegezonden factuur;
- b.
betaling vooruit uit eigen middelen.
- a.
-
2. Een verzoek om een vergoeding van de kosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
-
3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 60 dagen na factuurdatum of betaling door AB- of burgercommissieleden elektronisch via de secretaris ingediend bij het waterschap.
-
4. Voor zover van toepassing draagt het waterschap er zorg voor dat de betaling aan AB- of burgercommissieleden binnen 60 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 6. Vaststelling deeltijdfactor DB-leden
Het totaal van de bezoldiging van de DB-leden is gesteld op 400% van een voltijds bezoldigingsbedrag. De deeltijdfactor van ieder DB-lid bedraagt 80%.
Artikel 7. Periodieke aanpassing vergoedingen
Voor zover de in deze verordening genoemde bedragen gelijk zijn aan de bedragen die daarvoor zijn vastgesteld in het Rechtspositiebesluit, wijzigen deze bedragen overeenkomstig wijzigingen van de desbetreffende bedragen in het Rechtspositiebesluit, bijvoorbeeld als gevolg van indexering of een andere aanpassing.
Artikel 8. Vaststelling formulieren
De secretaris kan ter bevordering van een correcte uitvoering van het Rechtspositiebesluit en aanverwante regelingen, naast het declaratieformulier zoals bepaald in artikel 5, lid 2, formulieren vaststellen ten behoeve van de aanvraag of verantwoording.
Artikel 9. Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het elektronisch Waterschapsblad en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
-
2. Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Verordening rechtspositie AB- en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur d.d. 30 september 2026 van het Waterschap Limburg.
de waarnemend secretaris-directeur,
H.C. Branderhorst
de dijkgraaf,
S.M.M. Borgers
Toelichting bij Verordening rechtspositie AB en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026
ALGEMEEN
De regels over de rechtspositie van politieke ambtsdragers van het waterschap zijn opgenomen in de Waterschapswet, in hoofdstuk 4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: Rechtspositiebesluit) en in hoofdstuk 4 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (hierna: Rechtspositieregeling).
Hoofdlijnen
Ter voorkoming van discussies over voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers is een aantal bepalingen imperatief vastgelegd in de hierboven genoemde regelgeving. Dit betekent dat er minder ruimte is om door middel van een verordening af te wijken. Zo is bijvoorbeeld in artikel 32a, lid 3, van de Waterschapswet bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap ontvangen. Die precieze uitwerking staat in het Rechtspositiebesluit. In de Rechtspositieregeling zijn de regels over (onkosten)vergoedingen verder opgeschreven. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de nu voorliggende Verordening rechtspositie AB en burgercommissieleden Waterschap Limburg 2026 (hierna: de Verordening).
In deze Verordening zijn alleen bepalingen opgenomen zover die niet dwingend geregeld zijn in het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling en deze bepalingen gelden specifiek voor Waterschap Limburg. Om toch een beeld te geven van de voorzieningen die in hogere regelgeving is opgenomen is aan het eind van deze toelichting een globaal overzicht hiervan opgenomen.
De arbeidsverhoudingen en fiscale positie
AB- en burgercommissieleden zijn niet in dienst van het waterschap. Dit heeft tot gevolg dat zij voor zover het betreft het AB-lidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen AB- en burgercommissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen AB- en burgercommissieleden kiezen voor de loonbelasting als voorheffing door samen met het waterschap te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst.
Als de AB- en burgercommissieleden en het waterschap niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan moeten de onkostenvergoedingen en AB-vergoeding als inkomsten worden gezien en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het AB- of burgercommissielid moeten opgeven in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. Het waterschap dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de AB- en burgercommissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze Verordening aan de Belastingdienst door te geven middels een formulier IB-47. Omdat AB- en burgercommissieleden persoonlijk worden gekozen, dan wel worden benoemd, worden zij niet gezien als (fiscaal) ondernemer. Daarom hoeft er geen Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan het waterschap.
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) geldt niet voor AB- en burgercommissieleden.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2. Toelage AB-lid bijzondere commissie
Dit artikel gaat over de toelagen (extra vergoedingen) voor de AB-leden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Zo'n bijzondere commissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening worden vastgesteld. Daarbij moet worden aangegeven dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk extra werk (meerwerk) is naast het gewone lidmaatschap van het algemeen bestuur.
Voor de toelage van een lid van een bijzondere commissie geldt het bedrag genoemd in artikel 4.1.4, eerste lid, per maand voor de periode dat de commissie actief is. Het bedrag wordt berekend in verhouding tot die periode. Zolang een commissie geen activiteiten heeft gepland, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage. Het gaat dus niet om hoe lang iemand lid is, maar om hoe lang de commissie echt aan het werk is.
In de vergadering van het algemeen bestuur van 28 maart 2023 is in AB-voorstel 2023, nummer 34 aangegeven dat de werkzaamheden van de commissie Begroting en Verantwoording structureel van aard zijn en niet geacht kunnen worden te horen tot het reguliere werk van een AB-lid en dit de status van bijzondere commissie rechtvaardigt.
Daarnaast is op basis van het meermaals afgegeven signaal dat de klankbordgroep Waterbeschikbaarheid een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag kent dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een lid van het algemeen bestuur geacht kan worden te behoren, in de vergadering van het presidium van 23 april 2026 de wens uitgesproken om de klankbordgroep Waterbeschikbaarheid met terugwerkende kracht om te vormen tot een bijzondere commissie met de maximale vergoeding per maand voor de duur van de activiteiten van de klankbordgroep.
Artikel 3. Nadere regels beschikbaarstelling informatie- en communicatievoorzieningen
Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een AB-lid, DB-lid en de voorzitter voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking.
Ook burgercommissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 4.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Het waterschap verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat deze voorzieningen bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij het waterschap.
Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
Voor alle decentrale politieke ambtsdragers van het waterschap is expliciet bepaald dat de kosten van niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste worden gebracht van het waterschap. Deze kosten hoeven dus niet voor eigen rekening te worden genomen of te worden betaald uit de onkostenvergoeding. Overigens kan het waterschap ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van het waterschap.
Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen voor de scholing van zijn leden. Die regels zijn het kader waaraan individuele scholingsaanvragen moeten worden getoetst. Hierin kunnen ook procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen alsook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Wat betreft de procedure voor scholingsaanvragen van leden van het algemeen bestuur is in deze verordening bepaald dat het dagelijks bestuur deze (aan de hand van het daarvoor gestelde kader) beoordeelt.
Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door het waterschap in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.
Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij, betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om voor kostenvergoeding in aanmerking te komen, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.
Verder moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 4.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, lid 3 een koppeling gemaakt met artikel 4.1.7 en 4.2.9. Het waterschap betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing
De toegekende tegemoetkoming in studiekosten wordt vergoed op declaratiebasis met de maxima die in dit artikel zijn genoemd.
Artikel 5 Betaling en declaratie van onkosten
Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling regelen in welk geval de vergoedingen en kosten betaald worden aan AB- en burgercommissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van kosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen en later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar het waterschap verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij het waterschap. De secretaris stelt een formulier vast waarmee AB- en burgercommissieleden gemaakte kosten kunnen verantwoorden. AB- en burgercommissieleden declareren in beginsel hun kosten bij de secretaris. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
Artikel 6 Vaststelling deeltijdfactor DB-leden
In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 4.5 van het Rechtspositiebesluit waarin is geregeld dat het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur is gesteld op ten hoogste 400% van een voltijds bezoldigingsbedrag en het algemeen bestuur de deeltijdfactor van ieder lid van het dagelijks bestuur vaststelt.
Artikel 7 t/m 9
Deze artikelen spreken voor zich.
GLOBAAL OVERZICHT VAN VERGOEDINGEN/TOELAGEN OP GROND VAN HOGERE REGELGEVING 1
- A.
Voor de leden van het algemeen bestuur:
Onderwerp
Grondslag
Uitwerking
Vergoeding voor
werkzaamheden
Artikel 4.1.1, onder 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De vergoeding bedraagt € 857,36 per maand
Toelage lid bijzondere commissie
Artikel 4.1.4, onder 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Aan een lid van een bijzondere commissie wordt een toelage toegekend van maximaal € 157,47 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand.
Vergoeding
fractievoorzitters
Artikel 4.1.5, onder 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De algemene vergoeding AB-leden wordt voor fractievoorzitters verhoogd met € 91,88 per maand, vermeerderd met € 13,11 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 196,85 per maand.
Onkostenvergoeding
Artikel 4.1.6, onder 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De vergoeding bedraagt € 223,50 per maand.
Deze onkostenvergoeding is in ieder geval bedoeld voor de volgende kosten:
- -
Representatie;
- -
Vakliteratuur;
- -
Excursies;
- -
Bureaukosten;
- -
Contributies, lidmaatschappen, zoals contributies van verenigingen en regionale beroepsverbanden (anders dan beroepsverenigingen voor het ambt);
- -
Ontvangsten thuis;
- -
Zakelijke giften.
Reiskostenvergoeding
Artikel 4.1.7, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De volgende kosten worden vergoed:
- a.
Vergoeding van reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies (woon-werk verkeer).
De kosten voor het reizen met het openbaar vervoer worden volledig vergoed. Voor het reizen met eigen vervoer bedraagt de vergoeding (afstand woon-werkverkeer) € 0,25 per km.
Parkeer- veer- en tolkosten bij woon-werkverkeer worden vergoed op declaratiebasis.
- b.
Vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie (dienstreizen).
De kosten voor het reizen met het openbaar vervoer worden volledig vergoed. Voor het reizen met eigen vervoer bedraagt de vergoeding (afstand startlocatie-locatie van de dienstreis) € 0,25 per km.
Parkeer- veer- en tolkosten bij dienstreizen worden vergoed op declaratiebasis.
Verzekering arbeidsongeschiktheid,
ouderdom en
overlijden
Artikel 4.1.9 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
AB-leden die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen per jaar een bedrag ter hoogte van de algemene vergoeding AB-leden voor één maand om voorzieningen te treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
Tegemoetkoming kosten ziektekostenverzekering
Artikel 4.1.10 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De tegemoetkoming bedraagt € 140,54 per jaar.
- -
- B.
Voor burgercommissieleden:
Onderwerp
Grondslag
Uitwerking
Vergoeding burgercommissieleden
Artikel 4.4.1, onder 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Aan commissieleden (zijnde geen lid van het Algemeen Bestuur) wordt voor het bijwonen van een vergadering € 152,70 per vergadering toegekend.
Reiskostenvergoeding
Artikel 4.4.3, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
De volgende kosten worden vergoed:
- c.
Vergoeding van reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissies (woon-werk verkeer).
De kosten voor het reizen met het openbaar vervoer worden volledig vergoed. Voor het reizen met eigen vervoer bedraagt de vergoeding (afstand woon-werkverkeer) € 0,25 per km.
Parkeer- veer- en tolkosten bij woon-werkverkeer worden vergoed op declaratiebasis.
- d.
Vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie (dienstreizen).
De kosten voor het reizen met het openbaar vervoer worden volledig vergoed. Voor het reizen met eigen vervoer bedraagt de vergoeding (afstand startlocatie-locatie van de dienstreis) € 0,25 per km.
Parkeer- veer- en tolkosten bij dienstreizen worden vergoed op declaratiebasis.
- c.
- C.
Gemeenschappelijk voor AB- en burgercommissieleden:
Onderwerp
Grondslag
Uitwerking
Informatie- en
communicatie-voorzieningen
Artikel 4.3.2, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een lid van het algemeen bestuur en aan commissieleden (zijnde geen lid van het Algemeen Bestuur) voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen. Waterschap Limburg voorziet hierin door het beschikbaar stellen van iPads.
Scholing
Artikel 4.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Op aanvraag wordt een vergoeding verstrekt voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur of de commissie met een redelijke prijs/kwaliteitverhouding en de kosten niet op een andere manier voor vergoeding in aanmerking komen. In de verordening rechtspositie kunnen hierover nadere regels worden gesteld.
Beroepsvereniging
Artikel 4.3.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Kosten worden vergoed op declaratiebasis, als aan de voorwaarden voor de beroepsvereniging wordt voldaan.
Noot
1In dit overzicht zijn de relevante en meest voorkomende vergoedingen, tegemoetkomingen, voorzieningen en toelagen opgenomen uit het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling zoals deze voor 2026 gelden. Voor overige toelagen, voorzieningen, voorwaarden, samenloop en bijzondere situaties zoals bijvoorbeeld samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarneming voorzitter, tijdelijk ontslag, toelage vertrouwens- en onderzoekscommissie, bewaken en beveiligen wordt naar het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling verwezen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl