Grondstoffenbeleid 2027-2031

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 07-10-2026

Intitulé

Grondstoffenbeleid 2027-2031

Van Afval Naar Grondstof

Besluit

  • 1.

    Vaststellen van het Grondstoffenbeleid 2027-2031 versie 16-9-2026;

  • 2.

    Opdracht geven aan het college om de Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit waar nodig in overeenstemming te brengen met het vastgestelde beleid.

Inleiding

De afgelopen jaren heeft de gemeente Nieuwkoop met het huidige afvalbeleid belangrijke resultaten geboekt. In dit grondstoffenbeleid wordt beschreven hoe de gemeente deze koers voortzet, welke verbeteringen er worden gedaan en hoe we verder werken aan een circulaire toekomst. Daarbij staat de vraag centraal hoe de laatste stap richting de landelijke doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner kan worden gezet. Deze doelstelling komt voort uit het landelijke programma VANG – Huishoudelijk afval (HHA). Dit programma is ontwikkeld om gemeenten te helpen de nodige stappen te zetten naar een circulaire economie. Het doel voor heel Nederland is om in 2050 volledig circulair te zijn. Voor de komende jaren ligt de focus op het nog beter scheiden van restafval en het verbeteren van de kwaliteit van deelstromen

Per 1 januari 2020 heeft de gemeente Nieuwkoop het afvalbeleid gewijzigd met de invoering van diftar (gedifferentieerde tarieven), op basis van het Afvalbeleidsplan 2019 - 2022. Met dit systeem wordt een deel van de afvalstoffenheffing gekoppeld aan de hoeveelheid aangeboden restafval. Hiermee stimuleren we inwoners om afval beter te scheiden en minder restafval aan te bieden. De landelijke doelstelling van maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar vormt daarbij een belangrijke ambitie. Inmiddels laat de gemeente Nieuwkoop met circa 113 kilo restafval per inwoner zien dat deze aanpak effect heeft en dat diftar in de praktijk bijdraagt aan het terugdringen van restafval en het verbeteren van afvalscheiding. Ter vergelijking: in 2017 bedroeg de hoeveelheid huishoudelijk restafval nog circa 213 kilo per inwoner per jaar. Daarmee is in relatief korte tijd een afname van bijna 100 kilo restafval per inwoner gerealiseerd, wat de effectiviteit van het ingezette beleid onderstreept.

Sinds de invoering van diftar zijn meerdere evaluaties uitgevoerd, waarvan de meest recente in april 2024 aan de gemeenteraad is aangeboden. Uit deze evaluaties blijkt ook dat het systeem effectief bijdraagt aan de vermindering van restafval en aan een betere kwaliteit de verschillende afvalstromen. Tegelijkertijd laten landelijke ontwikkelingen en ervaringen in andere gemeenten zien dat er geen perfect inzamelsysteem bestaat. Elk systeem kent aandachtspunten en vraagt om voortdurende optimalisatie, monitoring en communicatie.

Hoewel binnen het huidige systeem behoefte bestaat aan enkele nuances en verbeteringen, geven de eerdere evaluaties geen aanleiding om een volledig nieuwe koers in te slaan. Het huidige beleid functioneert in de basis goed en sluit aan bij landelijke best practices. Een ingrijpende wijziging van het systeem of een fundamenteel nieuw afvalbeleid is daarom onwenselijk.

Het bestaande diftar-systeem blijft voor de komende beleidsperiode de basis van het gemeentelijk grondstoffenbeleid. Daarbij blijven we ontwikkelingen, innovaties en landelijke trends actief volgen, zodat waar nodig verbeteringen en nieuwe inzichten kunnen worden toegepast.

Daarnaast wordt voorgesteld om afscheid te nemen van de term ‘afvalbeleidsplan’. Deze benaming legt nadruk op afval als eindproduct, terwijl de huidige visie juist uitgaat van het behoud, hergebruik en terugwinnen van waardevolle materialen. De term Grondstoffenbeleidsplan sluit beter aan bij de beweging richting een circulaire economie, waarin afval steeds meer wordt gezien als grondstof. Deze benaming benadrukt dat het beleid niet alleen draait om inzameling en verwerking, maar vooral om het optimaal benutten van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Met dit plan blijven we sturen op een circulaire en toekomstbestendige samenleving, waarbij het bestaande beleid wordt voortgezet en ruimte blijft bestaan voor innovatie, optimalisatie en nieuwe ontwikkelingen. Daarbij geldt dat we ons bevinden in de laatste fase richting de 100 kilo-doelstelling: de laatste loodjes zullen zwaarder zijn, maar zeker niet onoverkomelijk. Met volharding, scherpte en blijvende samenwerking met inwoners en partners kunnen we ook deze laatste stap dichterbij brengen.

1. Uitgangspunten

1.1 Diftar

Diftar (gedifferentieerde tarieven) is een systeem waarbij huishoudens betalen naar rato van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. In plaats van één vast tarief voor afvalinzameling, bestaat de afvalstoffenheffing bij diftar uit een vast deel en een variabel deel. Het variabele deel is gekoppeld aan het gebruik van de restafvalvoorziening. Hoe minder restafval een huishouden aanbiedt, hoe lager de kosten. Het systeem is bedoeld om afvalscheiding te stimuleren en de hoeveelheid restafval te verminderen.

Wij passen diftar toe op basis van de frequentie van aanbieden. Dit betekent dat tijdens de inzameling wordt geregistreerd hoe vaak een huishouden restafval aanbiedt. Iedere keer dat een container met restafval wordt geleegd of een ondergrondse restafvalcontainer wordt gebruikt, wordt dit geregistreerd. Op basis van het aantal aanbiedingen in een jaar wordt vervolgens het variabele deel van de afvalstoffenheffing berekend.

Andere afvalstromen, zoals groente-, fruit- en tuinafval +etensresten (GFT+E), papier of plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD), kunnen inwoners zonder extra kosten gescheiden aanbieden waarbij de kosten worden gedekt door het vaste tarief. Door deze scheiding wordt waardevol materiaal beschikbaar gehouden voor hergebruik en recycling.

Een belangrijk voordeel van diftar is dat het inwoners direct stimuleert om afval beter te scheiden en bewuster om te gaan met grondstoffen. Gemeenten die met dit systeem werken zien in de praktijk vaak dat de hoeveelheid restafval afneemt en dat meer afvalstromen gescheiden worden ingezameld. Hierdoor kan een groter deel van het afval worden gerecycled en neemt de hoeveelheid te verbranden restafval af. Een afname van de hoeveelheid restafval heeft daarnaast ook een positief effect op de kosten van de afvalinzameling en -verwerking. Restafval is namelijk de duurste afvalstroom om te verwerken, omdat het grotendeels wordt verbrand en hierbij kosten worden gemaakt voor transport, verwerking, verbrandingsbelasting en toenemende CO₂-heffingen. Gescheiden ingezamelde grondstoffen zoals papier, glas, metalen, gft en textiel kunnen daarentegen vaak goedkoper worden verwerkt en in veel gevallen opnieuw worden ingezet als grondstof. Door minder restafval aan te bieden en meer waardevolle grondstoffen te scheiden, kunnen de totale afvalbeheerkosten worden beperkt. Dit draagt bij aan het beheersbaar houden van de afvalstoffenheffing voor inwoners, zowel nu als in de toekomst.

Daarnaast draagt diftar bij aan een eerlijkere verdeling van de kosten. Huishoudens die minder restafval aanbieden en hun afval goed scheiden, betalen minder variabele kosten dan huishoudens die vaker restafval aanbieden. Daarmee ondersteunt diftar het realiseren van de grondstoffendoelstellingen en het stimuleren van een circulaire omgang met materialen. We kiezen voor het behoud van het principe de vervuiler betaalt, waarbij fijn restafval en grofvuil betaalde afvalstromen blijven.

1.2 Bron- en nascheiding

Veel waardevolle grondstoffen zijn alleen, of het meest efficiënt opnieuw te gebruiken wanneer ze brongescheiden worden ingezameld. Brongescheiden inzamelen (of bronscheiding) is het proces waarbij inwoners hun afval thuis al scheiden in verschillende soorten, voordat het wordt opgehaald of weggebracht. Als verschillende materialen bij elkaar in het afval terechtkomen, raken grondstoffen vervuild. Daardoor zijn ze minder geschikt of zelfs onbruikbaar voor recycling, of kost het veel extra tijd en geld om ze weer schoon te krijgen. Voorbeelden van stromen waarbij dit speelt zijn GFT+E, papier, glas en textiel.

PMD kan nog wel worden hergebruikt wanneer het uit restafval wordt gehaald door een (na)scheidingsinstallatie. Toch is het een misvatting dat met de huidige en toekomstige innovatieve technieken van nascheiding al het huishoudelijk afval in één bak of zak kan worden ingezameld. Op dit moment levert bronscheiding de schoonste grondstofstromen op, is het relatief goedkoper en zorgt het voor het hoogste recyclingpercentage. Daarnaast is de kwaliteit en afzetbaarheid van brongescheiden PMD beter dan die van nagescheiden materiaal. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in een hogere marktprijs voor brongescheiden plastic dan voor plastic dat achteraf uit restafval is gesorteerd.

Bronscheiding maakt inwoners bovendien bewuster van de hoeveelheid afval die zij produceren, omdat het afval letterlijk zichtbaar wordt. De praktijk laat zien dat wanneer inwoners een apart inzamelmiddel krijgen voor plastic, metalen en drinkpakken, ook andere stromen, zoals GFT+E en papier beter worden gescheiden.

De gemeente Nieuwkoop kiest daarom voor bronscheiding van PMD, maar blijft de ontwikkelingen volgen en sluit een vorm van nascheiding in de toekomst ook niet per se uit.

1.3 Doelstellingen

Het programma VANG HHA (Van Afval Naar Grondstof Huishoudelijk Afval) is een initiatief van de Rijksoverheid, specifiek het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het is een Nederlands programma dat is ontwikkeld om de transitie naar een circulaire economie te versnellen, met als doel de hoeveelheid restafval drastisch te verminderen en grondstoffen te hergebruiken. Door afvalstromen beter te scheiden en te recyclen blijven waardevolle materialen beschikbaar voor hergebruik en wordt de hoeveelheid afval die wordt verbrand beperkt.

Landelijk streeft het afvalbeleid ernaar dat de hoeveelheid restafval wordt teruggebracht naar maximaal 100 kg per inwoner per jaar en dat 75% gescheiden ingezameld wordt. Helaas blijkt niet al het gescheiden afval geschikt voor recycling en wordt een deel alsnog verbrand. Daarom is er een extra doel geformuleerd wat inhoudt dat in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval wordt gerecycled, en dat dit aandeel op Europees niveau in 2035 minimaal 65% van het gemeentelijk afval bedraagt.

Het verschil tussen het scheidingspercentage en het recyclepercentage is dat het scheidingspercentage aangeeft welk deel van het huishoudelijk afval door inwoners apart wordt aangeboden voor inzameling, zoals GFT, papier, glas, PMD en textiel. Dit zegt dus vooral iets over de mate waarin afval aan de bron wordt gescheiden. Het recyclepercentage geeft aan welk deel van het totale afval uiteindelijk daadwerkelijk wordt verwerkt tot nieuwe grondstoffen of producten. Daarbij wordt gekeken naar wat na inzameling ook echt geschikt blijkt voor hergebruik en recycling. Deze doelstellingen sluiten aan bij de bredere ambitie van Nederland om in 2050 volledig circulair te zijn, waarbij grondstoffen zo lang mogelijk in de kringloop blijven en afval zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Landelijk bedroeg de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2025 gemiddeld 179 kilo per inwoner per jaar. Binnen stedelijkheidsklasse D, waartoe Nieuwkoop behoort, lag dit gemiddelde aanzienlijk lager op 107 kilo per inwoner. In de Cyclusregio werd in 2025 gemiddeld 141 kilo restafval per inwoner ingezameld. Nieuwkoop blijft daar met 113 kilo per inwoner duidelijk onder.

In dit soort rapportages wordt gewerkt met stedelijkheidsklassen, waarbij gemeenten worden ingedeeld van zeer sterk stedelijk (A) tot weinig stedelijk (D) en niet stedelijk (E). Deze indeling is belangrijk omdat de hoeveelheid restafval sterk kan verschillen per type gebied.De gemeente Nieuwkoop valt in stedelijkheidsklasse D (weinig stedelijk). Het gemiddelde van 107 kg per inwoner per jaar gaat in dit geval dus alleen over gemeenten binnen klasse D, en is daarmee een vergelijking met soortgelijke, weinig stedelijke gemeenten.

1.4 Lokale doelstellingen en meetbare resultaten

Nieuwkoop presteert zeer goed in de cyclus-regio bij de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.

  • o

    circa 113 kg restafval per inwoner (2025);

  • o

    circa 75 procent afvalscheiding (2025);

  • o

    circa 64 procent recycling (2024);

  • o

    circa 85 procent scheidingsresultaat op de milieustraat;

  • o

    Nieuwkoop heeft binnen de Cyclus-regio de laagste hoeveelheden restafval;

  • o

    het gemiddelde restafval in de Cyclus-regio ligt rond 141 kg per inwoner.

  • o

    Qua tarieven scoort Nieuwkoop gemiddeld in de Cyclus-regio

Deze cijfers meten verschillende onderdelen van de afvalketen. Restafval laat zien hoeveel afval uiteindelijk overblijft. Het scheidingspercentage laat zien welk deel van het afval afzonderlijk wordt ingezameld. Het recyclingpercentage laat zien welk deel daadwerkelijk opnieuw wordt gebruikt als grondstof. Daarom geeft één cijfer op zichzelf geen volledig beeld van de resultaten.

Nieuwkoop wil afval voorkomen, grondstoffen zo lang mogelijk behouden in de productenketen en de hoeveelheid restafval verder verminderen. Het bestaande streven is om minder dan 100 kilo huishoudelijk restafval per inwoner per jaar te realiseren. Dit is één van de landelijke VANG doelstellingen. Daarnaast willen wij dat minder recyclebare materialen in het restafval terechtkomen, grondstofstromen schoner worden ingezameld, voedselverspilling afneemt en meer producten en materialen worden hergebruikt.

Voor afzonderlijk ingezamelde grondstofstromen is sturen op kilo’s niet altijd de beste maat. De hoeveelheid van o.a. papier, karton en PMD hangt mede samen met consumptie en verpakkingen. Daarom kiezen wij per afvalstroom voor de indicatoren die het beste passen bij de opgave. Dit kan gaan om hoeveelheid, kwaliteit, vervuiling, afkeur, hergebruik en daadwerkelijke recycling.

afbeelding binnen de regeling

Bij de verdere uitwerking betrekken wij ook de openbare ruimte en bestaande inzamelroutes. Wij volgen meldingen over toegankelijkheid, bijplaatsingen en zwerfafval. Bij nieuwe woningbouwprojecten nemen wij afvalinzameling vroeg mee in het ontwerp. Hierbij houden we rekening met loopafstanden, inzamelmethode van Cyclus (type vrachtwagens), voldoende groen in de wijken en parkeerdruk. Ook bezien wij hoe inwoners glas en alle andere grondstoffen goed kunnen aanbieden. Wij betrekken inwoners en Cyclus bij maatregelen die bijdragen aan afvalpreventie, hergebruik en betere afvalscheiding.

Het college werkt deze lokale doelrichtingen uiterlijk 1 juli 2027 uit tot concrete en meetbare lokale doelen. Deze uitwerking bevat een startbeeld, streefwaarden en indicatoren. Per maatregel maakt het college duidelijk welke resultaten het verwacht, welke personele en organisatorische inzet nodig is, wat de kosten zijn en hoe deze worden gedekt. Als de uitwerking leidt tot extra uitgaven, aanvullende capaciteit, nieuwe regelgeving of een wezenlijke wijziging van dit Grondstoffenbeleid, legt het college hiervoor vooraf een afzonderlijk voorstel aan de raad voor. Het college rapporteert daarna jaarlijks over de voortgang. In 2029 volgt een tussenevaluatie waarin wij beoordelen of doelen, maatregelen en inzet moeten worden aangepast.

1.5 Factsheets 2025

De factsheets geven per onderwerp een kort en overzichtelijk beeld van de belangrijkste resultaten en ontwikkelingen. In dit geval laten de factsheets zien welke resultaten Nieuwkoop in 2025 heeft behaald op het gebied van de VANG-doelstellingen.

De onderstaande grafiek laat de hoeveelheid restafval per inwoner van 2022 t/m 2025 zien. Bij fijn restafval gaat het om het restafval dat huis-aan-huis wordt opgehaald. Grof restafval is het afval dat op de milieustraat wordt ingeleverd én aangeboden wordt tijdens de grofvuilronde. Een verschil tussen de optelsom van het fijn en grof restafval en de totale hoeveelheid restafval is het gevolg van afrondingen.

afbeelding binnen de regeling

Binnen de Cyclus-regio behoren we tot de best presterende gemeenten als het gaat om het beperken van huishoudelijk restafval. Met het laagste aantal kilo’s restafval per inwoner binnen de regio laten we zien dat de ingezette koers daadwerkelijk resultaat oplevert. Daarbij past dus wel enige nuance. Bij het vergelijken van afval- en grondstoffenresultaten met landelijke gemiddelden of andere Cyclus gemeenten is voorzichtigheid geboden. De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner wordt namelijk sterk beïnvloed door lokale omstandigheden. Zo produceren gemeenten met veel hoogbouw doorgaans minder GFT+E afval, terwijl gemeenten met een diftar-systeem vaak minder huishoudelijk afval per inwoner registreren. Daarnaast kan in bepaalde regio’s toerisme leiden tot hogere afvalhoeveelheden dan op basis van het inwonertal verwacht mag worden.

Door deze verschillen zijn landelijke cijfers dus vooral een indicatief referentiekader. Voor een goede beoordeling van de resultaten moet altijd rekening worden gehouden met genoemde specifieke kenmerken van de gemeente. Wel valt op dat de gemeenten met de hoogste hoeveelheid restafval binnen de Cyclus regio geen gebruikmaken van een diftar-systeem. De gemeente Krimpen aan den IJssel is overigens per 1 januari 2026 overgestapt naar diftar.

afbeelding binnen de regeling

Ook op het gebied van afvalscheiding presteert gemeente Nieuwkoop binnen de Cyclus-regio sterk. Met een scheidingspercentage van 75% voldoet de gemeente aan de landelijke VANG-doelstelling en presteert zij aanzienlijk beter dan het regionale gemiddelde binnen de Cyclus-regio van 67%.

afbeelding binnen de regeling

Het recyclepercentage wordt landelijk vastgesteld via de VANG Recycletool van Rijkswaterstaat. Deze berekening vraagt om uitgebreide landelijke gegevensverwerking en kwaliteitscontroles, waardoor de officiële recyclepercentages later beschikbaar komen dan de overige afvalcijfers die jaarlijks door Cyclus worden gerapporteerd.

Hierdoor lopen de recyclepercentages één tot twee jaar achter op de meest recente inzamelgegevens. Op het moment van opstellen van dit plan zijn de meest recente recyclepercentages beschikbaar over peiljaar 2024. Om die reden zijn in dit plan de laatst beschikbare recyclecijfers opgenomen. Zodra nieuwe landelijke cijfers beschikbaar komen, worden deze betrokken bij toekomstige evaluaties en monitoring van het grondstoffenbeleid.

Met een recyclepercentage van 64% in 2024 liggen we ruim op koers om de landelijke doelstellingen te behalen. De landelijke ambitie bedraagt een recyclepercentage van 60% in 2030 en 65% in 2035. Nieuwkoop voldoet daarmee al aan de doelstelling voor 2030 en bevindt zich bovendien dicht bij de doelstelling voor 2035.

afbeelding binnen de regeling

1.6 Cyclus N.V.

Cyclus NV, voert de afvalinzameling voor ons uit. Cyclus ondersteunt ons bij het organiseren van een schoon en duurzaam leefmilieu door het inzamelen van huishoudelijk afval, het aanbesteden van de verwerking van afval- en grondstofstromen en het beheren van inzamelmiddelen.

Cyclus is georganiseerd als een overheids-N.V., waarvan meerdere gemeenten aandeelhouder zijn. De deelnemende gemeenten in de regio Midden-Holland en Rijnstreek zijn gezamenlijk eigenaar van de organisatie. Tot de aandeelhouders behoren onder andere Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Kaag en Braassem, Krimpenerwaard, Krimpen aan den IJssel, Waddinxveen, Zuidplas en Nieuwkoop. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 2 oktober 2025 is besloten dat vijf nieuwe gemeenten gefaseerd toetreden als aandeelhouder van Cyclus, waardoor het werkgebied en de samenwerking verder worden uitgebreid. Deze gemeenten zijn: Ouder-Amstel, Uithoorn, De Ronde Venen, Stichtse Vecht en Montfoort. Oudewater is een gemeentelijke opdrachtgever.

afbeelding binnen de regeling

Figuur: werkgebied Cyclus N.V.

De Raad van Commissarissen en de aandeelhouders van Cyclus hebben op 2 oktober 2025 ingestemd met de uitgifte van nieuwe aandelen om deze toetreding formeel mogelijk te maken. Met de toetreding van deze vijf gemeenten groeit het werkgebied van Cyclus met ongeveer 30 %, wat bijdraagt aan continuïteit, uitvoeringskracht en efficiëntie van de gezamenlijke afvalinzameling en dienstverlening.

Als aandeelhouder zijn gemeenten vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA), waar zij gezamenlijk richting geven aan het beleid en de strategie van het bedrijf. De dagelijkse leiding van Cyclus ligt bij de directie, die onder toezicht staat van een Raad van Commissarissen.

Door deze regionale samenwerking kunnen gemeenten kennis bundelen, efficiënt werken aan afvalinzameling en gezamenlijk stappen zetten richting een circulaire economie. Voor ons betekent dit dat de uitvoering van de afvalinzameling is ondergebracht bij een organisatie die volledig in handen is van gemeenten en werkt in het publieke belang.

afbeelding binnen de regeling

Structuur Cyclus N.V.

1.7 Innovatie

De wereld van afval en grondstoffen is continu in ontwikkeling. Door innovatie en technologische vooruitgang worden steeds minder afvalstromen gestort of verbrand en kunnen steeds meer materialen opnieuw worden gebruikt als grondstof.

Onder de vlag van inzamelorganisatie Cyclus wordt regie gevoerd op de verwerking van de belangrijkste afvalstromen, zoals restafval, GFT+E en PMD. Dit gebeurt onder andere via aanbestedingen, contractmanagement en het toepassen van innovatieve verwerkingsmethoden. Tegelijkertijd worden sorteerinstallaties steeds efficiënter en nauwkeuriger, waardoor meer grondstoffen uit afval kunnen worden teruggewonnen.

Ook op het gebied van inzameling vinden veel technologische ontwikkelingen plaats. Vuilniswagens en afvalcontainers worden steeds slimmer en milieuvriendelijker. Elektrische inzamelvoertuigen met automatische belading worden steeds vaker de norm. Bij (ondergrondse) afvalcontainers zien we daarnaast nieuwe toepassingen, zoals toegangscontrolesystemen en sensoren die de vulgraad meten. Hierdoor kunnen containers worden geleegd wanneer dat daadwerkelijk nodig is, in plaats van volgens vaste routes waarbij soms ook halflege containers worden geleegd. Dit maakt de inzameling efficiënter en duurzamer.

We kiezen er samen met Cyclus daarom bewust voor om ruimte te geven aan innovatie. Op deze manier kan de dienstverlening aan inwoners worden verbeterd, het milieurendement worden vergroot en blijven de kosten van afvalinzameling beheersbaar.

1.8 Uitvoering en regelgeving

De uitvoering van het grondstoffenbeleid wordt juridisch verankerd in de Afvalstoffenverordening, de Verordening afvalstoffenheffing en het bijbehorende Uitvoeringsbesluit van de gemeente Nieuwkoop. Waar het grondstoffenbeleidsplan de beleidsmatige koers, ambities en uitgangspunten beschrijft, bevatten deze regelingen de juridische, praktische en financiële uitwerking van het beleid.

  • o

    Afvalstoffenverordening: regelt onder andere de inzameling, aanbiedregels en verantwoordelijkheden rondom huishoudelijke afvalstoffen;

  • o

    Verordening afvalstoffenheffing: hierin zijn de tarieven en de systematiek van de afvalstoffenheffing vastgelegd;

  • o

    Uitvoeringsbesluit: bevat de nadere praktische uitwerking van het beleid, zoals aangewezen inzamelmiddelen, inzamelfrequenties, aanbiedlocaties en specifieke uitvoeringsregels.

In de praktijk is gebleken dat zowel de bestaande Afvalstoffenverordening als het bijbehorende Uitvoeringsbesluit op onderdelen verouderd zijn en onvoldoende aansluiten bij de huidige werkwijze, inzamelstructuur en ontwikkelingen binnen het grondstoffenbeleid. Daarom actualiseren we beide documenten, na vaststelling van het

Grondstoffenbeleidsplan 2027 - 2031, zodat deze beter aansluiten bij de huidige praktijk en toekomstige beleidsrichting. Hierbij wordt aangesloten op actuele wet- en regelgeving, landelijke ontwikkelingen en de bestaande uitvoeringspraktijk binnen de gemeente Nieuwkoop en inzamelaar Cyclus.

De geactualiseerde Afvalstoffenverordening wordt vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Het herziene Uitvoeringsbesluit wordt daarna door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

2 Grondstoffenplan gemeente Nieuwkoop

2.1 Huishoudelijk restafval

Voor het inzamelen van fijn huishoudelijk afval (restafval) maakt de gemeente Nieuwkoop gebruik van een voorziening van minicontainers en verzamelcontainers. Huishoudens bieden hun restafval gescheiden aan via de daarvoor bestemde grijze container of, in het geval van hoogbouw, via ondergrondse verzamelcontainers. Inzameling vindt plaats volgens een vaste inzamelstructuur.

Restafval bestaat uit huishoudelijk afval dat niet geschikt is voor hergebruik of recycling via de bestaande gescheiden afvalstromen, zoals GFT+E, PMD, papier en glas. Het beleid is erop gericht de hoeveelheid restafval te minimaliseren door inwoners te stimuleren afval zoveel mogelijk te scheiden. De gemeente streeft daarbij naar een hoeveelheid restafval van minder dan 100 kg per inwoner per jaar.

Het ingezamelde restafval wordt afgevoerd naar een verwerkingsinstallatie en thermisch (hoge temperaturen) verwerkt, waarbij energie wordt teruggewonnen. Hoewel dit bijdraagt aan energieterugwinning, gaan waardevolle grondstoffen verloren en zijn reststoffen (zoals slakken en rookgassen) vervuilend voor het milieu. Het verder terugdringen van de hoeveelheid restafval blijft daarom een belangrijk speerpunt binnen het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid.

Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor verdere afvalscheiding, laat Cyclus periodiek afvalsorteeranalyses uitvoeren. Hierbij wordt onderzocht welke materialen nog aanwezig zijn in het huishoudelijk restafval. De resultaten laten zien dat ook in gemeenten met goede scheidingsresultaten nog aanzienlijke hoeveelheden herbruikbare grondstoffen in het restafval terechtkomen.

Op basis van de, in maart en oktober 2024 in Nieuwkoop uitgevoerde sorteeranalyses en de gemiddelde hoeveelheid fijn restafval per inwoner in 2025 blijkt dat van de circa 93 kilogram fijn restafval per inwoner nog ongeveer 74 kilogram bestaat uit afvalstromen die in principe gescheiden kunnen worden aangeboden. Het grootste deel bestaat uit groente-, fruit- en etensresten (33 kg per inwoner).

Deze analyse laat zien dat verdere afname van het restafval nog mogelijk is. Met name het beter scheiden van GFT-afval biedt kansen om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen. Om deze hoeveelheid verder te verminderen, zetten we in op goede inzamelvoorzieningen en gerichte communicatie over het juist scheiden van groente-, fruit- en etensresten.

afbeelding binnen de regeling

2.2 Plastic verpakkingen, Metalen verpakkingen en Drankkartons (PMD)

Binnen de gemeente Nieuwkoop wordt PMD afval (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankenkartons) gescheiden ingezameld om deze waardevolle grondstoffen te behouden voor recycling en hergebruik. Bewoners bieden hun PMD aan in de daarvoor bestemde doorzichtige PMD zakken of minicontainers, die volgens de gemeentelijke inzamelkalender worden opgehaald door afvalinzamelaar Cyclus. Het is belangrijk dat alleen verpakkingen van plastic, metaal en drankenkartons in de PMD stroom worden aangeboden; bij te veel onjuist afval kan de container worden geweigerd en niet worden geleegd.

Het gescheiden ingezamelde PMD maakt hoogwaardige recycling mogelijk. Na inzameling worden de materialen gesorteerd en gescheiden :

  • o

    Drankenkartons worden bijvoorbeeld verwerkt tot nieuwe papierproducten zoals toiletpapier;

  • o

    Metalen verpakkingen worden gerecycled voor nieuwe metaalproducten;

  • o

    Plastic verpakkingen worden gescheiden naar type kunststof, versnipperd, gewassen en verwerkt tot granulaat dat kan dienen als grondstof voor nieuwe plastic producten zoals speelgoed, emmers of tuinmeubilair.

Deze gescheiden verwerking sluit aan bij de gemeentelijke doelstelling om grondstoffen maximaal te behouden binnen de keten en restafval te verminderen. Samen met Cyclus besteden we actief aandacht aan voorlichting over wat wel en niet bij PMD mag en aan het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden aangeboden PMD-stroom. Een aantal voorbeelden van deze campagnes zijn terug te vinden in bijlage 1.

Recent is de landelijke Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen 2025–2030 tussen gemeenten, vertegenwoordigd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Koninklijke NVRD, en Verpact afgesloten. Deze nieuwe overeenkomst volgt op een periode van onvrede over de oude ketenovereenkomst, waarin gemeenten vaak onvoldoende zekerheid hadden over vergoedingen en de kwaliteit van ingezameld verpakkingsmateriaal. Vanuit diverse gemeenten is bestuurlijk aangedrongen op nieuwe afspraken, onder meer via moties en besluitvorming binnen de VNG, om te komen tot een systeem waarin zowel kwaliteit als kostendekking beter zijn gewaarborgd. De nieuwe overeenkomst richt zich expliciet op het verbeteren van de kwaliteit van PMD‑inzameling en -recycling, waarbij gemeenten een voorspelbare vergoeding ontvangen die mede gekoppeld is aan de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde stromen. De afspraken zijn nationaal overeengekomen na intensieve onderhandelingen onder begeleiding van een onafhankelijk procesbegeleider en vormen het fundament voor de lokale uitvoering van PMD‑inzameling vanaf 2026.

2.3 Groente-, Fruit-, Tuinafval en Etensresten (GFT+E)

Samen met Cyclus dragen we zorg voor de gescheiden inzameling van GFT+E (groente, fruit, tuin en etensresten) zoals voorgeschreven in het landelijke afvalbeleid om hergebruik en recycling van organische reststromen te bevorderen. Inwoners scheiden dit afval in de daarvoor bestemde groene minicontainers of verzamelcontainers voor GFT+E, die periodiek huis-aan-huis worden geleegd op basis van de gemeentelijke afvalkalender.

In laagbouwwoningen hebben huishoudens een persoonlijke groene minicontainer voor GFT+E; in appartementen en bovenwoningen worden er verzamelcontainers gebruikt, waarbij speciale GFT+E‑zakken worden gebruikt waar dat van toepassing is.

Door GFT+E gescheiden aan te bieden wordt deze organische fractie geschikt gemaakt voor hoogwaardige recycling, zoals de productie van compost of biogas. Dit beperkt de hoeveelheid organische stof in het restafval en draagt bij aan vermindering van CO₂‑uitstoot. Informatie over wat precies bij GFT+E hoort en hoe dit gescheiden wordt aangeleverd, wordt actief onder de aandacht gebracht via gemeentelijke communicatie en de afvalscheidingswijzer.

Jaarlijks vindt er een Landelijke Compostdag plaats. Op deze dag worden bewoners als het ware bedankt voor het apart inleveren van hun groente-, fruit- en tuinafval en etensresten. Inwoners kunnen op deze Landelijke Compostdag dag gratis losse of, tegen lage kosten verpakte compost ophalen op de gemeentewerf in Nieuwveen.

afbeelding binnen de regeling

2.4 Oud Papier en Karton (OPK)

De gemeente Nieuwkoop faciliteert de gescheiden inzameling van oud papier en karton (OPK) als waardevolle grondstofstroom binnen het afval- en grondstoffenbeleid. Inwoners kunnen OPK aanbieden via huis-aan-huisinzameling en via centrale verzamelcontainers. De inzameling vindt plaats in samenwerking met lokale verenigingen en inzamelpartners, die hiermee tevens een maatschappelijke bijdrage leveren.

Het gescheiden inzamelen van OPK maakt hoogwaardige recycling mogelijk, waarbij het materiaal wordt verwerkt tot nieuwe papier- en kartonproducten. Het beleid is erop gericht de kwaliteit van de ingezamelde stroom hoog te houden door inwoners te stimuleren papier schoon en droog aan te bieden en vervuiling te voorkomen.

Door OPK gescheiden in te zamelen wordt de hoeveelheid restafval verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen de keten. Hiermee draagt deze afvalstroom bij aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van circulariteit en afvalreductie.

2.4.1 Vrijwilligers papierinzameling

In de gemeente Nieuwkoop wordt de inzameling van oud papier en karton (OPK), in opdracht van Cyclus, uitgevoerd door Kuijf Milieudiensten in samenwerking met 12 lokale verenigingen. Deze samenwerking heeft een belangrijke maatschappelijke waarde: zij versterkt de betrokkenheid van inwoners en levert verenigingen een noodzakelijke financiële bijdrage voor hun activiteiten.

Tegelijkertijd staat deze inzamelstructuur onder druk. Arbowetgeving, aansprakelijkheden en veiligheid voor de vrijwilligers vormen belangrijke aandachtspunten, met name door de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van beladingssystemen, maar ook verkeersveiligheid.

Om de inzameling veilig, uitvoerbaar en toekomstbestendig te houden, heeft Cyclus een aangescherpte werkwijze ontwikkeld en voorgelegd aan de aangesloten gemeenten. Deze richt zich op het formaliseren van afspraken over onder andere verplichte training en certificering van vrijwilligers, minimale inzetfrequentie, leeftijdsgrenzen, het uitsluitend inzamelen via minicontainers en het organiseren van inzamelroutes als volledige werkdagen. Aangezien Cyclus geen directe contractuele relatie heeft met de verenigingen, wordt gemeenten gevraagd deze voorwaarden op te nemen in hun overeenkomsten en Cyclus te mandateren voor toezicht op naleving. Hiermee leggen zij de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij de gemeenten.

De nieuwe werkwijze is op dit moment nog niet geïmplementeerd. We zijn hierover in gesprek met Cyclus en onderschrijven de noodzaak en uitgangspunten van de voorgestelde aanpak. Tegelijkertijd vraagt deze ontwikkeling om een bredere afweging, waarbij we moeten beoordelen in hoeverre deze aangescherpte en meer complexe werkwijze op de lange termijn praktisch uitvoerbaar en toekomstbestendig blijft, mede gezien de toenemende eisen, verantwoordelijkheden en druk op de samenwerking met verenigingen.

De besluitrichting is om op korte termijn de voorgestelde voorwaarden nader uit te werken en waar mogelijk gefaseerd te implementeren, zodat de veiligheid en uitvoerbaarheid worden verbeterd. Parallel hieraan wordt onderzocht of en op welke termijn een overgang naar een professionele inzamelstructuur wenselijk en haalbaar is, waarbij de maatschappelijke waarde van de huidige samenwerking met verenigingen nadrukkelijk wordt meegewogen.

2.5 Grofvuil inzameling aan huis

Voor grof huishoudelijk afval dat niet via de reguliere inzameling kan worden aangeboden, biedt de gemeente Nieuwkoop een inzameling aan huis op afspraak. Naast grofvuil geldt deze voorziening ook voor snoeiafval.

Inwoners kunnen per inzameling maximaal 2 m³ grofvuil of snoeiafval aanbieden. Het afval dient op de afgesproken dag en locatie gereed te worden gezet. Aan deze service zijn kosten verbonden volgens de geldende tarieventabel. Het afval dient op de afgesproken dag en locatie gereed te worden gezet.

Het ingezamelde materiaal wordt vervolgens zoveel mogelijk gescheiden verwerkt, waarbij hergebruik en recycling centraal staan. Hiermee wordt voorkomen dat grof afval in het restafval of in de openbare ruimte terechtkomt en wordt bijgedragen aan het verminderen van restafval.

2.6 Textiel

De gemeente Nieuwkoop is op grond van de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor de gescheiden inzameling van textiel. Hiervoor zijn in gemeente Nieuwkoop veertien bovengrondse textielcontainers geplaatst. Het ingezamelde textiel wordt opgehaald door Sympany, een organisatie zonder winstoogmerk die bijdraagt aan een circulaire textielketen.

Herdraagbare kleding wordt verkocht, resttextiel wordt gerecycled en de opbrengsten geïnvesteerd in innovatie.

Er zijn aan deze samenwerking momenteel geen financiële baten of lasten verbonden. Deze situatie staat echter onder druk door de internationale ontwikkelingen op de afzetmarkt voor tweedehandstextiel. Wereldwijd dalen vraag en prijs voor tweedehandskleding, neemt de hoeveelheid laagwaardig textiel toe en stijgen de opslag- en verwerkingskosten, waardoor het verdienmodel van inzamelaars onder spanning komt te staan.

Naar schatting wordt circa 45 % van het textielafval in gemeente Nieuwkoop gescheiden ingezameld; het overige deel gaat naar het restafval en wordt verbrand. De gemeente blijft een belangrijke rol vervullen in het faciliteren van inzamelpunten, het stimuleren van inwoners en het versterken van samenwerking met ketenpartners, zodat de textielketen verder circulair kan worden en restafval wordt verminderd.

2.7 Milieustraat

De gemeente Nieuwkoop biedt haar inwoners een milieustraat (afvalbrengstation) aan als belangrijke faciliteit voor de gescheiden inname van afval dat niet via de reguliere huis‑aan‑huisinzameling kan worden aangeboden. De milieustraat is gevestigd aan de Ampèrestraat 4 in Nieuwveen en is bedoeld voor grof huishoudelijk afval, (grotere) materialen zoals metalen, glas, papier en karton, elektrische apparaten, groenafval en andere huishoudelijke reststromen die gescheiden ingezameld moeten worden. Op deze locatie kunnen inwoners hun afval op afspraak gescheiden afgeven, waarbij de bezoeker vooraf online een tijdslot reserveert om wachttijden te beperken en de doorstroom te bevorderen. Het afval wordt door medewerkers ter plaatse gecontroleerd en in de juiste stromen gescheiden aangeboden.

Voor de meeste afvalsoorten geldt dat deze zonder bijbetaling (wordt gedekt door vast deel afvalstoffenheffing) kunnen worden aangeboden. Voor specifieke categorieën zoals puin, gips, hout en bepaalde grootvuilcomponenten geldt een bekend tarief per volume-eenheid bij overschrijding van een gratis toegestane hoeveelheid (maximaal 2 m³ per huishouden per dag). Inwoners dienen bij het bezoek een legitimatiebewijs of bewijs van adres mee te nemen en af te rekenen met pinpas. Hulp bij tilwerk valt niet onder de dienstverlening op de milieustraat.

De milieustraat in Nieuwveen levert een belangrijke bijdrage aan het scheiden en terugwinnen van grondstoffen. In 2025 werd 85% van de aangeboden materialen gescheiden ingezameld ten behoeve van hergebruik en recycling wat, vergeleken met landelijke resultaten als “zeer goed” beschouwd kan worden.

afbeelding binnen de regeling

Figuur: scheidingspercentage milieustraat Nieuwveen

2.7.1 A&V en AO/IC beleid

Een goed functionerende milieustraat vraagt niet alleen om duidelijke inzamelvoorzieningen, maar ook om een zorgvuldig ingericht proces rondom acceptatie, verwerking, registratie en controle van afval- en grondstoffenstromen. Binnen dit kader spelen het Acceptatie & Verwerkingsbeleid (A&V) en de Administratieve Organisatie / Interne Controle (AO/IC) een belangrijke rol.

Het A&V-beleid beschrijft op welke wijze afval- en grondstoffenstromen op de milieustraat worden geaccepteerd, geregistreerd, opgeslagen en afgevoerd. Hierbij worden onder andere criteria vastgelegd voor toegestane afvalstromen, verantwoordelijkheden, veiligheidsaspecten en de verdere verwerking van ingezamelde materialen.

Het AO/IC-beleid richt zich op de administratieve processen en interne beheersing rondom de milieustraat. Hierbij gaat het onder andere om:

  • o

    registratie van afvalstromen;

  • o

    monitoring van hoeveelheden en aanbiedingen;

  • o

    controles op juist gebruik;

  • o

    analyses en rapportages;

  • o

    en het waarborgen van betrouwbare en controleerbare gegevens.

Deze processen zijn belangrijk voor een uitvoering die wettelijk klopt, goed werkt en duidelijk is. Daarnaast vormen zij een belangrijke basis voor sturing, beleidsmonitoring, financiële verantwoording en naleving van wet- en regelgeving.

In de praktijk bleek het bestaande A&V- en AO/IC-beleid op onderdelen verouderd en onvoldoende aan te sluiten op de huidige werkwijzen, registratiesystemen en ontwikkelingen binnen de afval- en grondstoffenketen. Daarom werken we, samen met afvalinzamelaar Cyclus, aan een actualisatie van deze beleidskaders.

Het vernieuwde A&V- en AO/IC-beleid moet beter passen bij de dagelijkse praktijk, de gewenste interne controle en de steeds hogere eisen voor het vastleggen, volgen en verantwoorden van afval- en grondstoffenstromen.

2.8 Circulair Materialenplan (CMP)

Het landelijke afval- en grondstoffenbeleid is momenteel volop in ontwikkeling. Waar gemeenten en afvalinzamelaars jarenlang werkten volgens het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3), wordt dit landelijke kader de komende jaren vervangen door het nieuwe Circulair Materialenplan (CMP).

Het LAP3 was voornamelijk gericht op afvalbeheer, waarbij de nadruk lag op het voorkomen van afval, het stimuleren van recycling en het zo hoogwaardig mogelijk verwerken van afvalstromen. In de praktijk lag de focus daarbij nog sterk op afvalinzameling en afvalverwerking.

Met de introductie van het Circulair Materialenplan verschuift de aandacht nadrukkelijker van afval naar grondstoffen en circulariteit. Het CMP kijkt breder dan alleen inzameling en verwerking en richt zich op het volledig circulair inzetten van materialen en grondstoffen. Hierbij staan onderwerpen als hergebruik, reparatie, levensduurverlenging, hoogwaardige recycling en het verminderen van grondstoffenverbruik centraal. Afval wordt daarbij steeds minder gezien als eindproduct en steeds meer als waardevolle grondstof binnen een circulaire economie.

De overgang van LAP3 naar het CMP sluit aan bij landelijke en Europese doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en CO₂-reductie. Van gemeenten wordt verwacht dat zij deze ontwikkeling steeds nadrukkelijker meenemen in hun lokale grondstoffenbeleid. Dit betekent onder andere dat gemeenten meer aandacht moeten besteden aan afvalpreventie, hergebruik, hoogwaardige afvalscheiding, circulaire bewustwording en het terugdringen van de hoeveelheid restafval die wordt verbrand.

Voor ons betekent het CMP dat het bestaande grondstoffenbeleid de komende jaren moet blijven aansluiten op landelijke ontwikkelingen en nieuwe wet- en regelgeving. De huidige inzamelstructuur en toepassing van diftar vormen daarbij een solide basis, maar vragen om voortdurende aandacht voor innovatie, circulariteit, gedragsverandering en het optimaal benutten van grondstoffenstromen. In samenwerking met Cyclus worden landelijke ontwikkelingen actief gevolgd, zodat toekomstige wijzigingen waar nodig tijdig en gefaseerd kunnen worden verwerkt in beleid, uitvoering en regelgeving.

2.9 Overig

2.9.1 Luiers

Het separaat inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal lijkt op het eerste gezicht een logische stap richting betere afvalscheiding. In de praktijk blijkt dit echter een complex en kostbaar dossier, waarbij de baten op dit moment niet opwegen tegen de extra inspanningen en kosten.

Een belangrijk knelpunt is de zeer beperkte verwerkingscapaciteit in Nederland. Er is slechts een beperkt aantal installaties beschikbaar voor luierrecycling, met als gevolg dat gemeenten vaak geen structurele afzet kunnen garanderen. In sommige gevallen is er zelfs helemaal geen capaciteit beschikbaar voor nieuwe gemeenten, waardoor gescheiden ingezamelde luiers alsnog worden verbrand.

Ook landelijk wordt dit probleem onderkend: uit onderzoeken onder gemeenten en inzamelaars blijkt dat het gebrek aan recyclingcapaciteit de belangrijkste reden is om niet te starten met gescheiden inzameling, of om bestaande initiatieven weer te stoppen. Daar komt bij dat er momenteel geen wettelijke verplichting bestaat voor gemeenten om luiers apart in te zamelen, terwijl de keten nog onvoldoende is ontwikkeld om deze stroom op grote schaal hoogwaardig te verwerken.

Naast de beperkte verwerkingsmogelijkheden brengt separate inzameling ook aanzienlijke extra kosten met zich mee. Denk hierbij aan:

  • o

    aparte inzamelstructuren (containers, logistiek, communicatie)

  • o

    aanvullende transportkosten

  • o

    hogere verwerkingskosten ten opzichte van reguliere verbranding

Tegenover deze kosten staat op dit moment geen robuust en toekomstbestendig verwerkingssysteem. In de praktijk betekent dit dat gemeenten investeren in een aparte stroom, terwijl de milieuwinst onzeker is en de verwerking niet gegarandeerd circulair plaatsvindt. Gelet op deze omstandigheden ligt het niet voor de hand om op korte termijn in te zetten op grootschalige separate inzameling van luiers. Het risico bestaat dat kosten toenemen zonder dat daar aantoonbare milieuwinst tegenover staat.

Een effectievere en duurzamere benadering ligt in preventie aan de bron. Door in te zetten op bewustwording bij ouders, het stimuleren van herbruikbare alternatieven en met name het eerder zindelijk maken van kinderen kan de hoeveelheid luierafval structureel worden verminderd. Dit sluit aan bij landelijke ambities waarin vermindering van het gebruik van wegwerpluiers expliciet wordt genoemd als belangrijke stap richting een circulaire keten.

2.9.2 Demontagehal

De gemeente Nieuwkoop en de andere aandeelhouders van Cyclus hebben de ambitie om richting 2050 toe te werken naar een circulaire economie, waarbij minder grondstoffen worden verbrand en meer materialen worden hergebruikt. De gemeenteraad is 13 november 2024 via een raadsbrief geïnformeerd over het voornemen om een demontagehal op te richten om bij te kunnen dragen aan deze circulaire doelstellingen. Grof huishoudelijk afval vormde hierin een belangrijke uitdaging: jaarlijks ging het in gemeente Nieuwkoop om zo’n 529 ton, die grotendeels werd verbrand. Proeven in 2023 lieten echter zien dat tot wel 85% van dit afval door demontage kon worden gescheiden in herbruikbare materialen. Op basis daarvan is besloten een demontagebedrijf op te richten, met zowel een circulaire als sociale doelstelling. De verwachting was dat dit bedrijf, na een opstartfase met aanloopkosten, uiteindelijk grotendeels kostenneutraal zou kunnen opereren door besparingen op verbranding en opbrengsten uit hergebruik.

Na de start is gebleken dat de praktijk anders uitpakt. Hoewel de demontagehal, wat intussen de naam ’t Circkelhuis heeft gekregen zich heeft ontwikkeld tot een waardevolle plek voor circulaire innovatie, kennisopbouw en sociale werkgelegenheid, werkt de businesscase niet: De opbrengsten vallen structureel tegen omdat het materiaal veel volume maar weinig gewicht heeft, terwijl besparingen op gewicht zijn gebaseerd. Hierdoor blijft de afname steken op circa 8–12%, wat leidt tot een jaarlijks tekort van ongeveer € 675.000,- dat niet met maatregelen kan worden opgelost.

Daarom is doorgaan financieel onverantwoord gebleken, maar is er ook de vraag gesteld of stoppen wenselijk zou zijn vanwege verlies van kennis en netwerk. De voorkeursrichting is heroriëntatie: één compacte locatie in Gouda met een combinatie van beperkte demontage en een innovatielab, zodat waarde behouden blijft en het initiatief financieel en strategisch toekomstbestendig wordt. Op het moment van schrijven is Cyclus bezig met een plan van aanpak voor het innovatiecentrum, dat in september op de agenda van de Algemene Vergadering Van Aandeelhouders (AVA) staat. De financiering zou hierbij volledig voort moeten vloeien uit het innovatiebudget van Cyclus waarbij er geen sprake van zou zijn dat er een additionele bijdrage van de aandeelhouders, waaronder gemeente Nieuwkoop wordt verwacht.

2.9.3 Mobiele Milieustraat

In huishoudens ontstaat regelmatig klein grofvuil dat inwoners willen afvoeren, maar waarvoor zij niet altijd bereid zijn speciaal naar de milieustraat te rijden. Het risico is dat dit afval bij het restafval wordt aangeboden.

Om te voorkomen dat klein grofvuil bij het restafval terechtkomt, plaatst de gemeente i.s.m. Cyclus zeven keer per jaar een mobiele milieustraat, een laagdrempelig brengpunt waar inwoners hun klein grofvuil kosteloos kunnen aanbieden. De mobiele milieustraat wordt op drukbezochte locaties geplaatst, zoals bij Vomar in Ter Aar, Jumbo in Nieuwkoop en op diverse braderieën in Zevenhoven, Langeraar en Ter Aar.

Naast inzameling biedt de mobiele milieustraat de mogelijkheid om inwoners te informeren over afvalpreventie, afvalscheiding en recycling. Inwoners kunnen hier materialen aanbieden die niet in de reguliere minicontainers thuishoren, zoals harde kunststoffen, piepschuim en kleine hoeveelheden hout. De definitieve lijst van toegestane materialen wordt afgestemd op de behoefte van inwoners. Uitgangspunt is dat de materialen in een grote boodschappentas passen, om te voorkomen dat grote hoeveelheden worden aangeboden; voor dergelijke volumes blijft de reguliere milieustraat beschikbaar.

3 Communicatie en handhaving

3.1 Communicatie

De gemeente Nieuwkoop streeft naar een hoog scheidingsniveau en zo laag mogelijk restafval. Effectieve communicatie is daarbij belangrijk om inwoners te informeren, te stimuleren en te ondersteunen in het correct aanbieden van afval.

De communicatie richt zich op de volgende doelen:

  • o

    Bewustwording en kennis: Inwoners informeren over de verschillende afvalstromen, wat er in welke container mag en de gevolgen van vermenging van afval voor recycling;

  • o

    Stimuleren van gewenst gedrag: Het bevorderen van gescheiden aanbieden van afval, zoals GFT+E, PMD, OPK en grof huishoudelijk afval, en het terugdringen van restafval tot minder dan 100 kg per inwoner per jaar;

  • o

    Transparantie en dienstverlening: Inzicht bieden in inzamelfrequenties, locaties van milieustraat en mobiele milieustraat, tarieven voor grofvuil. en overige faciliteiten;

  • o

    Samenwerking met Cyclus: De gemeente werkt nauw samen met de inzamelaar Cyclus om uniforme, duidelijke en actuele informatie te verstrekken via gemeentelijke kanalen, digitale nieuwsbrieven, de gemeentelijke website en sociale media;

  • o

    Campagnes en acties: Jaarlijkse campagnes en thematische acties, zoals over PMD, textiel, GFT+E en speciale inzamelacties (bijvoorbeeld landelijke compostacties of inzameling van klein grofvuil via mobiele milieustraat), verhogen de participatie en de kwaliteit van de gescheiden stromen;

  • o

    Ondersteuning en educatie: Inwoners ontvangen praktische tips, instructies en reminders (bijvoorbeeld via de afvalwijzer-app) over afvalscheiding en het aanbieden van afval;

  • o

    Verhoging van de kwaliteit en kwantiteit van gescheiden afvalstromen;

  • o

    Vermindering van restafval tot de gemeentelijke doelstelling van <100 kg per inwoner per jaar;

  • o

    Vergroting van de betrokkenheid van inwoners bij circulaire initiatieven en duurzaam afvalbeheer;

  • o

    Verbetering van de samenwerking tussen gemeente, inwoners en Cyclus als gezamenlijke partners in afvalmanagement.

Met gestructureerde, toegankelijke en gerichte communicatie werken we aan een circulaire afvalketen waarin grondstoffen behouden blijven en inwoners actief bijdragen aan een duurzame leefomgeving.

3.2 Handhaving

Met de invoering van diftar is de financiële prikkel om afval beter te scheiden toegenomen. Tegelijkertijd blijft het onjuist aanbieden van afval een belangrijk aandachtspunt binnen de gemeente Nieuwkoop. Het verkeerd aanbieden van afval en het bijplaatsen van afval naast containers behoren tot de grootste ergernissen van inwoners en ondernemers en hebben een negatieve invloed op de leefbaarheid en uitstraling van de openbare ruimte. Daarnaast draagt het bij aan extra zwerfafval en hogere beheerkosten.

Het aantal meldingen van inwoners over bijplaatsingen en dumping van afval laat de afgelopen jaren een licht stijgende lijn zien. Volgens de registraties in het meldingsportaal Verbeter de Buurt ontving de gemeente Nieuwkoop in 2023 158 meldingen, in 2024 168 meldingen en in 2025 177 meldingen. Deze cijfers geven echter geen volledig beeld van de omvang van de problematiek. Een deel van de afvaldumpingen en bijplaatsingen wordt bijvoorbeeld direct door medewerkers van de buitendienst geconstateerd en opgeruimd, zonder dat hiervan een melding via Verbeter de Buurt is gedaan. Het daadwerkelijke aantal incidenten ligt daardoor naar verwachting hoger dan uit de meldingscijfers blijkt.

De afgelopen jaren is capaciteit ingezet op het handhaven van verkeerd aangeboden afval, met name bij verzamelcontainers. Het bijplaatsen van afval naast containers vormt één van de knelpunten binnen de afvalinzameling. Daarnaast komen de volgende overtredingen regelmatig voor:

  • o

    Illegale dumping van afval in de openbare ruimte;

  • o

    Het onjuist scheiden of aanbieden van afvalstromen;

  • o

    Het aanbieden van afval buiten de toegestane tijden;

  • o

    Het langdurig plaatsen van containers in de openbare ruimte in plaats van op eigen terrein.

afbeelding binnen de regeling

Deze situaties zorgen niet alleen voor een rommelig straatbeeld, maar leiden ook tot extra opruimkosten en een afname van het draagvlak voor het afvalbeleid.

We streven naar een schone, veilige en leefbare openbare ruimte. Een nette afvalinzameling draagt direct bij aan de leefbaarheid, gezondheid en tevredenheid van inwoners en ondernemers.

Wanneer afval naast containers wordt geplaatst of illegaal wordt gedumpt zonder dat sprake is van een heterdaadsituatie, blijkt handhaving in de praktijk arbeidsintensief en beperkt effectief. In dergelijke gevallen wordt onderzocht of het afval herleidbaar is naar een adres. Indien dit mogelijk is, wordt contact opgenomen met de vermoedelijke overtreder en wordt het afval alsnog verwijderd. Wanneer geen herleidbare gegevens worden aangetroffen, laat de gemeente het afval verwijderen om verdere overlast te voorkomen.

Daarnaast blijft Cyclus werken met het systeem van “oranje” en “rode” kaarten bij het onjuist aanbieden van afval. Bij herhaaldelijke overtredingen wordt een dossier overgedragen aan de Boa’s, zodat handhavend kan worden opgetreden en waar nodig proces-verbaal kan worden opgemaakt.

4 Financiën

4.1 Algemeen

De gemeente Nieuwkoop financiert haar afvalbeheer hoofdzakelijk via de afvalstoffenheffing, een kostendekkende bijdrage van inwoners. Deze heffing dekt de werkelijke kosten van inzameling, verwerking, recycling en communicatie, met aanvullende financiering soms via landelijke subsidies of specifieke regelingen voor circulaire initiatieven.

Sinds 1 januari 2020 is de heffing ingericht volgens het diftar‑systeem, met een vast tarief en een variabel tarief . Hiermee wordt niet alleen kostendekking gewaarborgd, maar ook het stimuleren van gescheiden afvalinzameling.

De afvalstoffenheffing wordt ingezet voor:

  • o

    Inzameling van huishoudelijk afval (restafval, GFT+E, PMD, OPK).

  • o

    Exploitatie van de milieustraat en mobiele inzamelpunten.

  • o

    Verwerking en recycling van gescheiden afvalstromen.

  • o

    Communicatie, educatie en bewustwordingscampagnes.

  • o

    Onderhoud en beheer van voertuigen, containers en infrastructuur (via Cyclus).

Sinds de invoering van diftar zijn de tarieven geleidelijk aangepast aan kostenniveaus en beleidsdoelen. Het systeem verandert van een vaste belasting naar een systeem dat kosten dekt en mensen laat betalen op basis van hun afvalgedrag.

Belangrijk uitgangspunt: de heffing moet kostendekkend zijn en mag niet winstgevend zijn. De opbrengsten mogen de werkelijke kosten van afvalbeheer niet overschrijden, maar moeten wel voldoende zijn om een veilige, schone en duurzame uitvoering van het afvalbeleid te waarborgen.

Door deze ontwikkeling wordt de heffing een instrument voor zowel financiering als gedragssturing, waarbij landelijke doelstellingen (zoals VANG) en lokale ambities op het gebied van afvalscheiding en recycling nauwkeurig worden gevolgd en waar nodig in beleid en uitvoering worden doorgevoerd.

De afvalstoffenheffing was in 2025 meer dan honderd procent kostendekkend. Dit werd veroorzaakt door enerzijds hogere kosten en lagere opbrengsten van ingezamelde grondstoffen dan begroot (€ 52.000) en door anderzijds hogere opbrengst van de afvalstoffenheffing (€ 164.000). Om alsnog honderd procent kostendekkenheid te bereiken is er een onttrekking uit de egalisatiereserve afval gedaan van € 52.000 en een storting in de voorziening afvalstoffenheffing van € 164.000.

afbeelding binnen de regeling

4.2 Afvalstoffenheffing

4.2.1 Ontwikkelingen afvalstoffenheffing gemeente Nieuwkoop

Voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval betalen inwoners afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel. Met deze systematiek wordt invulling gegeven aan het principe dat huishoudens invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van hun afvalkosten door afval beter te scheiden en minder restafval aan te bieden.

Het vaste deel van de afvalstoffenheffing is bedoeld voor de inzameling en verwerking van vrijwel alle huishoudelijke afvalstromen, zoals GFT, PMD, papier, glas en textiel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Voor 2026 bedraagt het vaste tarief:

  • o

    € 225,00 voor een eenpersoonshuishouden.

  • o

    € 319,44 voor een meerpersoonshuishouden.

Daarnaast geldt een variabel tarief voor het aanbieden van restafval. Hoe vaker restafval wordt aangeboden, hoe hoger de uiteindelijke afvalstoffenheffing. De minicontainers en afvalpassen zijn voorzien van een chipregistratie waarmee het aantal aanbiedingen automatisch wordt geregistreerd.

Voor 2026 gelden hiervoor de volgende tarieven:

  • o

    € 4,67 per aanbieding van een 140 liter restafvalcontainer.

  • o

    € 8,19 per aanbieding van een 240 liter restafvalcontainer.

  • o

    € 1,77 per aanbieding via een verzamelcontainer.

Deze vorm van diftar stimuleert de inwoners om afval beter te scheiden en bewust om te gaan met restafval. Huishoudens die minder restafval aanbieden, betalen hierdoor uiteindelijk minder variabele kosten. Tegelijkertijd draagt dit systeem bij aan lagere hoeveelheden restafval, hogere recyclingpercentages en beheersbare verwerkingskosten.

afbeelding binnen de regeling

Het tarief voor afvalstoffenheffing is met ingang van 2010 kostendekkend gemaakt.

Belangrijkste drijvers voor mutaties afvalstoffenheffing in de afgelopen acht jaar:

  • o

    2019: inflatiecorrectie + verhoging van 7,6% om afvalstoffenheffing kostendekkend te maken;

  • o

    2020: invoering diftar + stijging verwerkings- en inzamelkosten Cyclus;

  • o

    2021: inflatiecorrectie;

  • o

    2022: inflatiecorrectie + som uit hogere verwerkingskosten van m.n. GFT en meer afval aangeboden op milieustraat & lagere baten uit minder aangeboden minicontainers restafval (variabel tarief);

  • o

    2023: inflatiecorrectie + indexatie Cyclus -/- hogere opbrengsten OPK;

  • o

    2024: inflatiecorrectie;

  • o

    2025: inflatiecorrectie;

  • o

    2026: inflatiecorrectie.

4.2.2 Landelijke ontwikkelingen afvalstoffenheffing

Sinds 1991 onderzoekt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) jaarlijks de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en de afvalbeheerkosten in de Atlas van de lokale lasten. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing waarvan de opbrengsten uitsluitend mogen worden ingezet voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.

Op grond van de Gemeentewet mogen de geraamde opbrengsten van de afvalstoffenheffing niet hoger zijn dan de geraamde kosten. Het realiseren van winst op deze heffing is daarmee niet toegestaan. Gemeenten beschikken echter binnen dit wettelijke kader over beleidsruimte bij zowel de hoogte van de heffing als de wijze waarop kosten worden toegerekend aan de heffing.

Een belangrijk aandachtspunt is dat er geen volledig wettelijk vastgelegde lijst bestaat van kosten die aan de afvalstoffenheffing moeten worden toegerekend. Gemeenten maken hierin eigen afwegingen. Zo kunnen bepaalde kosten, zoals straatvegen, geheel of gedeeltelijk worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing, aan andere heffingen of worden gedekt uit de algemene middelen. Deze beleidsvrijheid leidt tot verschillen in kostendekking tussen gemeenten en beperkt daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van tarieven.

Om gemeenten toch zo goed mogelijk te kunnen vergelijken, hanteert COELO een gestandaardiseerde berekeningswijze. Bij gemeenten met een vast tarief wordt het door de gemeente vastgestelde bedrag rechtstreeks overgenomen. Bij gemeenten die werken met een gedifferentieerd tariefsysteem (diftar) wordt het vaste deel van de heffing gecombineerd met een verondersteld gemiddeld gebruik van de variabele component, zoals het aantal ledigingen, aanbiedingen of de hoeveelheid restafval. Hierdoor ontstaat een representatief beeld van de gemiddelde jaarlijkse lasten voor verschillende typen huishoudens.

Een groeiend aantal gemeenten past inmiddels diftar toe. Binnen dit systeem is de hoogte van de afvalstoffenheffing mede afhankelijk van het afvalaanbod van huishoudens. Gemeenten met een diftarsysteem kennen doorgaans lagere afvalbeheerkosten dan gemeenten met een volledig vast tarief. Dit hangt samen met een afname van de hoeveelheid restafval en een hogere mate van afvalscheiding.

De verschillen in afvalstoffenheffing tussen gemeenten worden voornamelijk verklaard door verschillen in :

  • o

    verwerkingstarieven;

  • o

    het niveau van dienstverlening;

  • o

    het kwijtscheldingsbeleid;

  • o

    de mate van kostendekking;

  • o

    de toerekening van kosten aan de heffing.

Deze factoren maken dat tarieven tussen gemeenten aanzienlijk kunnen uiteenlopen. Hoewel alle gemeenten opereren binnen hetzelfde wettelijke kader, zorgen lokale beleidskeuzes, verschillen in kostentoerekening en de keuze voor een vast of gedifferentieerd tariefsysteem voor uiteenlopende tarieven en ontwikkelingen in de afvalstoffenheffing.

4.2.3 Benchmark Cyclus gemeenten 2026 (o.b.v. COELO methodiek)

Vanuit het perspectief van de gemeente Nieuwkoop laat de benchmark een gemengd beeld zien. Voor eenpersoonshuishoudens ligt het tariefniveau met € 255 duidelijk onder het regionale gemiddelde van € 305. Daarmee is gemeente Nieuwkoop voor deze doelgroep relatief gunstig gepositioneerd. Voor meerpersoonshuishoudens ligt het tarief met € 379 juist iets boven het regionale gemiddelde van € 368 waarbij gemeente Oudewater dit gemiddelde wel erg stevig drukt. Van de vijftien gemeenten in deze benchmark ligt het tarief nog altijd in negen gemeenten hoger dan in gemeente Nieuwkoop. Deze verschillen hangen samen met de gekozen tariefstructuur en de wijze waarop de kosten over verschillende huishoudtypen worden verdeeld.

afbeelding binnen de regeling

4.2.4 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen kunnen in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Hiermee wordt voorkomen dat huishoudens met beperkte financiële draagkracht onevenredig worden belast door gemeentelijke heffingen. De beoordeling van een aanvraag vindt plaats op basis van landelijke richtlijnen en inkomens- en vermogensnormen. Binnen het huidige diftar-systeem geldt de kwijtschelding uitsluitend voor het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Het variabele deel blijft gekoppeld aan het daadwerkelijke aanbod van restafval, zodat de prikkel om afval goed te scheiden behouden blijft. Het aantal aanvragen in 2026 voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing bedraagt 166 keer. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het totaalbedrag aan afvalstoffenheffing wat binnen gemeente Nieuwkoop is kwijtgescholden bedroeg in 2025 tot nu toe: € 71.379,22. Dit is overigens inclusief € 13.687,65 kwijtschelding met terugwerkende kracht 2020 t/m 2024.

afbeelding binnen de regeling

Het totaalbedrag aan afvalstoffenheffing wat binnen gemeente Nieuwkoop is kwijtgescholden bedroeg in 2025 tot nu toe: € 71.379,22. Dit is inclusief € 13.687,65 kwijtschelding met terugwerkende kracht 2020 t/m 2024.

4.2.5 Tegemoetkoming bij medisch afval

Er bestaat een tegemoetkomingsregeling voor huishoudens die vanwege een chronische ziekte of medische aandoening aantoonbaar extra restafval produceren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het gebruik van incontinentiemateriaal, stomamateriaal of andere medische hulpmiddelen die niet gescheiden kunnen worden ingezameld.

Om te voorkomen dat deze huishoudens onevenredig worden benadeeld binnen het diftar-systeem, kan op aanvraag een compensatie worden toegekend voor een deel van de variabele kosten van restafval. Deze compensatie bestaat uit:

  • o

    Dertien gratis ledigingen van een minicontainer voor restafval of

  • o

    Bij gebruik van een ondergrondse container wordt het totaal aantal inworpen verminderd met maximaal 325 boven het aantal van veertig.

Hiermee blijft de financiële prikkel om afval goed te scheiden behouden, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met situaties waarin extra restafval medisch onvermijdelijk is.

afbeelding binnen de regeling

4.2 CO₂ Belasting Afvalverbrandingsinstallaties

De gemeente Nieuwkoop krijgt de komende jaren in toenemende mate te maken met landelijke en Europese ontwikkelingen die invloed hebben op de kosten van het verwerken van restafval. Het Rijk stuurt daarbij nadrukkelijk op CO₂-reductie en circulariteit, onder meer via fiscale maatregelen die het verbranden van afval minder aantrekkelijk maken. Dit draagt bij aan een veranderend kostenbeeld voor de verwerking van restafval, dat onder invloed van verschillende factoren kan fluctueren.

In de afgelopen jaren is reeds sprake van een geleidelijke toename van de kosten voor restafvalverwerking. Deze ontwikkeling hangt samen met onder meer stijgende afvalverbrandingsbelasting, de (gefaseerde) invoering van CO₂-beprijzing en ontwikkelingen in marktprijzen en contracten met afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s). De mate waarin deze kostenstijging zich manifesteert verschilt per gemeente en is mede afhankelijk van contractmomenten en aanbestedingen. Er is daarmee geen sprake van één uniforme tariefstijging per jaar, maar van een structurele opwaartse druk op de verwerkingskosten.

Voor gemeenten betekent dit dat het beperken van de hoeveelheid restafval niet alleen vanuit milieuoogpunt, maar ook vanuit financieel perspectief van belang is. Een lagere hoeveelheid restafval kan leiden tot lagere variabele verwerkingskosten bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) en andere verwerkers, en kan daarmee bijdragen aan het beheersen van de totale kosten van afvalbeheer. Deze kosten werken uiteindelijk door in de hoogte van de gemeentelijke afvalstoffenheffing, die door inwoners aan de gemeente wordt betaald ter dekking van de totale kosten van afvalinzameling en -verwerking. Tegelijkertijd blijven een deel van de kosten vast van aard, waardoor de relatie tussen afvalhoeveelheden en totale kosten niet één-op-één is.

Voor ons onderstreept deze ontwikkeling het belang van het bestaande grondstoffenbeleid, waarin wordt ingezet op afvalpreventie, hoogwaardige afvalscheiding, recycling en het verder terugdringen van de hoeveelheid restafval. Daarnaast volgt de gemeente landelijke en Europese ontwikkelingen actief om tijdig inzicht te houden in mogelijke financiële en beleidsmatige gevolgen.

Gedurende de looptijd van dit plan worden ontwikkelingen in wet- en regelgeving, belastingmaatregelen en verwerkingskosten gemonitord. Indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, kan worden overwogen aanvullende maatregelen te treffen om zowel de milieudoelstellingen als de betaalbaarheid van de afvalstoffenheffing te ondersteunen.

Recent zijn de tarieven voor de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing 2026 definitief geworden. Naar aanleiding daarvan heeft Cyclus van haar verwerker van restafval (grof en fijn) een brief ontvangen over de CO2-heffing voor 2026. Zij heeft aangekondigd per 1 januari 2026 additioneel een bedrag van € 6,07 per ton in rekening te brengen over alle tonnen restafval die Cyclus aanlevert. Dit bedrag staat nog steeds ter discussie (d.d. 1 juni 2026) maar op basis van het tarief van € 6,07 en de verwachtte hoeveelheid restafval in 2026 zou dit voor de gemeente Nieuwkoop, onder voorbehoud uitkomen op een verschil van circa € 16.000 ten opzichte van eerdere prognoses.

5 Tot slot

Met dit Grondstoffenbeleidsplan kiest de gemeente Nieuwkoop voor continuering van een koers die zich de afgelopen jaren heeft bewezen. De invoering van diftar heeft geleid tot minder restafval, betere afvalscheiding en een beheersbaarder kostenniveau dan in veel gemeenten zonder diftar. De komende beleidsperiode staat daarom niet in het teken van een fundamentele koerswijziging, maar van het verder optimaliseren en toekomstbestendig maken van het bestaande systeem.

Tegelijkertijd staat de afval- en grondstoffensector niet stil. Landelijke ontwikkelingen, zoals de invoering van het Circulair Materialenplan, toenemende aandacht voor circulariteit en strengere eisen aan hergebruik en recycling, vragen ook van gemeenten een blijvende inspanning. Daarnaast zorgen stijgende verwerkingskosten, hogere belastingen op het verbranden van restafval en toenemende druk op gemeentelijke financiën ervoor dat het beperken van restafval steeds belangrijker wordt.

In de komende beleidsperiode wordt daarom nadrukkelijk aandacht besteed aan afvalpreventie, hoogwaardige afvalscheiding, hergebruik van grondstoffen en het verder verbeteren van de dienstverlening aan inwoners. Ook actualiseren we de gemeentelijke afvalstoffenverordening en het bijbehorende uitvoeringsbesluit, zodat deze blijven aansluiten op de geldende wet- en regelgeving, de uitvoeringspraktijk en de ambities uit dit grondstoffenbeleidsplan.

De uitdaging voor de komende jaren ligt daarbij niet alleen in het behalen van milieudoelstellingen, maar ook in het beheersbaar houden van de afvalstoffenheffing voor inwoners. Door vast te houden aan een bewezen effectieve koers, ruimte te bieden aan innovatie en landelijke ontwikkelingen actief te volgen, blijven we werken aan een doelmatig, betaalbaar en toekomstbestendig grondstoffenbeleid.

Ondertekening

Bijlagen

  • 1.

    Voorbeelden uit diverse campagnes ter verbetering kwaliteit PMD

Nieuwsberichten Nieuwkoop Nieuws

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Selectie van gesponsorde social media campagne (betaalde reclame die eruitziet als normale content, waarbij Nieuwkoop heeft betaalt om onze berichten te promoten binnen het sociale media-ecosysteem)

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling