Nadere regel Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027

Intitulé

Nadere regel Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk

Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 15 september 2026;

overwegende dat,

het college op grond van de artikelen 158 tot en met 163 van de Wet op het primair onderwijs verantwoordelijk is voor de uitvoering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en hiervoor middelen van het Rijk ontvangt;

het wenselijk is een nadere regel vast te stellen voor de subsidiëring van activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden en het bevorderen van gelijke ontwikkelkansen voor kinderen;

gelet op artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 9, artikel 14 en artikel 15 van de Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk,

BESLUIT

vast te stellen de volgende nadere regel:

Nadere regel Subsidie Onderwijsachterstanden van de gemeente Moerdijk.

Artikel 1. Begripsomschrijving

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk;

  • b.

    Doelgroepkind (doelgroeppeuter): een kind van 2,5 tot 4 jaar waarvoor de jeugdgezondheidszorg, op basis van de door het college vastgestelde werkwijze voor doelgroepbepaling, een indicatie voor voorschoolse educatie heeft afgegeven vanwege een verhoogd risico op een onderwijsachterstand;

  • c.

    Lokale Educatieve Agenda (LEA): het lokaal educatief overleg tussen de gemeente en vertegenwoordigers van kinderopvang, schoolbesturen en onderwijsinstellingen, waarin onder meer het onderwijsachterstandenbeleid en de voor- en vroegschoolse educatie worden besproken;

  • d.

    OAB-subsidie: subsidie als bedoeld in deze nadere regels, bestemd voor activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden en passen binnen het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid;

  • e.

    Onderwijsachterstanden: de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgestelde verwachte onderwijsachterstanden binnen een gemeente, die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) worden gebruikt als basis voor de verdeling van middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid;

  • f.

    Onderwijsachterstandenbeleidsplan: het door het college vastgestelde beleid, waarin de doelstellingen, activiteiten, samenwerkingsafspraken en inzet van middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid zijn vastgelegd;

  • g.

    Subsidieaanvraag: een aanvraag om in aanmerking te komen voor een OAB-subsidie op grond van deze nadere regels.

Artikel 2. Beleidsdoel

Het voorkomen, signaleren en verminderen van onderwijsachterstanden bij kinderen en het bevorderen van gelijke onderwijs- en ontwikkelkansen, zodat ieder kind een zo goed mogelijke start kan maken in het onderwijs.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

Voor de OAB-subsidie komen activiteiten in aanmerking die aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen, signaleren en verminderen van onderwijsachterstanden en aan het bevorderen van gelijke ontwikkel- en onderwijskansen voor kinderen in de gemeente Moerdijk. Het college kan bij de uitvoering van deze regeling aansluiting zoeken bij de meest recente handreikingen en aanbevelingen voor de inzet van onderwijsachterstandsmiddelen.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1. Voor een OAB-subsidie komen organisaties in aanmerking die aantoonbaar een bijdrage leveren aan de uitvoering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid;

  • 2. De OAB-subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

  • 1. De OAB-subsidie wordt verstrekt voor een periode van één jaar;

  • 2. De aangevraagde activiteit dient aan te sluiten bij het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid;

  • 3. De OAB-subsidie wordt uitsluitend verleend indien binnen de LEA consensus bestaat over de aangevraagde activiteit en de gevraagde subsidie.

Artikel 6. Aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening bevat een aanvraag om OAB-subsidie ten minste:

  • 1.

    Een schriftelijk bewijsstuk, waaruit blijkt dat binnen de LEA consensus bestaat over de aangevraagde activiteit. De consensus kan worden aangetoond door middel van notulen, een besluitenlijst of een schriftelijke verklaring van de LEA;

  • 2.

    Een omschrijving van de activiteiten, waarvoor de OAB-subsidie wordt aangevraagd, met vermelding van:

    • •

      de aard en doelstelling van de activiteiten;

    • •

      de doelgroep;

    • •

      de omvang, plaats, frequentie en duur van de activiteiten;

    • •

      de betrokken samenwerkingspartners;

    • •

      het verwachte aantal deelnemers;

  • 3.

    Een gespecificeerde begroting van de activiteiten, waarvoor de OAB-subsidie wordt aangevraagd, waaruit ten minste het volgende blijkt:

    • •

      de totale kosten van de activiteiten;

    • •

      het bedrag aan subsidie dat wordt aangevraagd;

    • •

      eventuele bijdragen van deelnemers;

    • •

      eventuele bijdragen van andere organisaties.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie dient uiterlijk 13 weken voor het begin van de activiteit(en) te worden ingediend.

Artikel 8. Beslistermijn

Het college beslist op een aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Artikel 9. Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt maximaal de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van de activiteiten die op grond van deze regeling voor de OAB-subsidie in aanmerking komen, zoals opgenomen in de ingediende begroting. De subsidie bedraagt niet meer dan het voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1. De Raad stelt jaarlijks het subsidieplafond vast. Het college draagt zorg voor de bekendmaking daarvan op de gemeentelijke website en via overheid.nl;

  • 2. Een OAB-subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd of gewijzigd indien de middelen, die de gemeente voor het onderwijsachterstandenbeleid van het Rijk ontvangt, geheel of gedeeltelijk niet beschikbaar worden gesteld;

  • 3. Indien het subsidieplafond ontoereikend is om alle subsidieaanvragen volledig te honoreren, worden de aanvragen gerangschikt volgens de volgende prioriteitsvolgorde:

    • a.

      Activiteiten waarvan de continuïteit van belang is voor de uitvoering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, krijgen voorrang boven nieuwe activiteiten;

    • b.

      School- of instelling overstijgende activiteiten krijgen voorrang boven school- of instellingsgebonden activiteiten;

    • c.

      Indien aanvragen gelijk scoren op de onderdelen a en b, geldt de volgorde van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

Artikel 11. Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening wordt een subsidie geweigerd indien:

  • 1.

    Voor de betreffende activiteiten reeds een ander (toereikend) budget beschikbaar is;

  • 2.

    Onvoldoende is aangetoond dat de activiteiten een aanvullende meerwaarde hebben ten opzichte van het bestaande aanbod binnen het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid;

  • 3.

    Binnen de LEA geen consensus bestaat over de aangevraagde activiteit en de te verstrekken subsidie;

  • 4.

    Toekenning van de subsidie zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond;

  • 5.

    De aangevraagde kosten reeds uit andere gemeentelijke middelen worden bekostigd of op grond van een door de gemeente gesloten overeenkomst worden vergoed.

Artikel 12. Voorschot

Subsidie wordt bij voorschot uitbetaald met de subsidieverlening.

Artikel 13. Aanvraag vaststelling

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen vijf weken na afloop van de periode waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie moeten, in afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening, de volgende stukken worden overgelegd:

    • a.

      Een inhoudelijk verslag over de uitgevoerde activiteiten. Dit verslag bevat in ieder geval een vergelijking tussen de beoogde en gerealiseerde resultaten, prestaties en activiteiten, alsmede een toelichting op eventuele afwijkingen. Het verslag sluit aan op het bij de subsidieaanvraag ingediende activiteitenplan;

    • b.

      Een financieel overzicht van de gerealiseerde uitgaven en inkomsten die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten. In dit overzicht worden de begrote en gerealiseerde uitgaven en inkomsten met elkaar vergeleken en worden eventuele afwijkingen toegelicht.

Artikel 14. Beslistermijn aanvraag vaststelling

Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag voor vaststelling.

Artikel 15. Overgangsrecht

Op aanvragen die zijn binnengekomen vóór de inwerkingtreding van deze regeling, maar waarop nog niet is beslist op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, is de ‘Nadere regels Subsidie Onderwijsachterstanden’ van toepassing die is vastgesteld op 30 september 2024.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking op 1 januari 2027.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regel Subsidie Onderwijsachterstanden van de gemeente Moerdijk.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 15 september 2026.

De secretaris,

S. Elseman

De burgemeester,

A.J. Moerkerke