Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767412
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767412/1
Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Horst aan de Maas
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Horst aan de MaasDe raad van de gemeente Horst aan de Maas;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juli 2026, bladnummer 2026.076;
gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Horst aan de Maas
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- 1.
Verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.
- 2.
Bestuursorgaan: het gemeentelijk orgaan dat een beslissing neemt op het ingediende bezwaarschrift of het gemeentelijk orgaan waartegen een klacht als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt ingediend.
- 3.
Awb: Algemene wet bestuursrecht.
- 4.
Bezwaar: bezwaar als bedoeld in hoofdstuk 6 en 7 van de Awb.
- 5.
Klacht: klacht als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb.
- 6.
Bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift.
- 7.
Commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb.
- 8.
Voorzitter: voorzitter van de commissie.
Artikel 2 Inleidende bepaling commissie
-
1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.
-
2. De commissie is tevens belast met de advisering over ingediende klachten. Zij neemt daarbij de procedureregels van hoofdstuk 9 van de Awb in acht.
-
3. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen en gemeentelijke heffingen of de Wet waardering onroerende zaken.
-
4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid kan het college categorieën van besluiten aanwijzen waarvoor de commissie niet bevoegd is.
Artikel 3 Samenstelling commissie
-
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.
-
2. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
-
3. Als plaatsvervangend voorzitter treden de leden op die in de betreffende kamer zijn benoemd.
-
4. De leden van de commissie zullen elkaar bij afwezigheid vervangen binnen de betreffende kamer.
-
5. Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste twee leden van een kamer, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Artikel 4 Instelling kamers
-
1. De commissie is onderverdeeld in twee kamers, die zijn belast met de behandeling van bezwaarschriften en klachten:
- a.
Algemene Kamer
- b.
Sociale Kamer
- a.
-
2. Elke kamer bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.
Artikel 5 Secretaris
-
1. De commissie wordt ondersteund door een secretaris.
-
2. De secretaris wordt door het college aangewezen.
-
3. De secretaris is als zodanig uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.
Artikel 6 Zittingsduur
-
1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden.
-
2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
-
3. De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift of klacht
-
1. Op het ingediende bezwaarschrift of de klacht wordt de datum van ontvangst aangetekend.
-
2. Het bezwaarschrift of de klacht, met de daarbij overgelegde stukken, wordt tijdig in handen van de commissie gesteld.
-
3. Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 of artikel 9:6 van de Awb wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar of de klacht zal, respectievelijk kan, adviseren.
Artikel 8 Bemiddeling
De commissie onderzoekt, voordat de zaak in behandeling wordt genomen, of een minnelijke schikking mogelijk is.
Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden
-
1. De voorzitters oefenen de bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb namens het bestuursorgaan uit:
- a.
Stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);
- b.
Ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid);
- c.
Al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
- a.
-
2. De voorzitters kunnen deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.
De in het eerste lid van dit artikel genoemde bevoegdheden worden, voor zover zij van overeenkomstige toepassing zijn op de behandeling van een klacht, uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.
Artikel 10 Vooronderzoek
-
1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
-
2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
Artikel 11 Hoorzitting
-
1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin het verwerend orgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
-
2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb en artikel 9:10, tweede lid, van de Awb.
-
3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan het verwerend orgaan, het bestuursorgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde.
Artikel 12 Uitnodiging hoorzitting
-
1. De voorzitter nodigt het verwerend orgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde ten minste veertien dagen voor de zitting schriftelijk uit.
-
2. Binnen drie werkdagen na verzending van de uitnodiging kunnen het verwerend orgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
-
3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan het verwerend orgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde medegedeeld.
-
4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.
-
5. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.
-
6. Een gemachtigde moet ter zitting een schriftelijke en door de belanghebbende ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als advocaat of procureur is ingeschreven of de belanghebbende zelf met hem verschijnt.
Artikel 13 Horen minderjarige
-
1. De Sociale Kamer stelt een minderjarige van twaalf jaar of ouder die bij een bezwaarschrift in het kader van de Jeugdwet en daarop gebaseerde regelgeving is betrokken, in de gelegenheid zijn mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken. De Sociale Kamer kan besluiten een minderjarige jonger dan 12 jaar te doen horen.
-
2. De minderjarige wordt in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting afzonderlijk gehoord door een deskundige die bij voorkeur een specifieke opleiding gevolgd heeft voor het horen van minderjarigen. Van dit horen wordt geen verslag gemaakt.
-
3. Bij het horen is geen ander persoon aanwezig dan degene die hoort en de minderjarige die gehoord wordt; de minderjarige kan zich laten bijstaan.
-
4. Tijdens de hoorzitting van de Sociale Kamer geeft de deskundige kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verklaard. Aan belanghebbenden wordt geen kopie verstrekt van documenten van de minderjarige.
Artikel 14 Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Artikel 15 Onpartijdigheid leden
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift of klacht indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 16 Openbaarheid zitting
-
1. De hoorzitting van de Algemene Kamer is openbaar, tenzij de voorzitter of een van de leden het nodig oordeelt niet openbaar te horen. Ook het verwerend orgaan en belanghebbenden kunnen hiertoe een verzoek doen. Als de voorzitter vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen de openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.
-
2. De hoorzitting van de sociale kamer vindt achter gesloten deuren plaats.
-
3. De hoorzitting van de commissie waarin klachten, als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb, worden behandeld vindt achter gesloten deuren plaats.
Artikel 17 Verslaglegging
-
1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb is digitaal en bestaat uit een geluidsopname van de hoorzitting.
-
2. De geluidsopname wordt niet schriftelijk uitgewerkt.
-
3. Op verzoek van een belanghebbende of het verwerend orgaan stelt de commissie de geluidsopname digitaal ter beschikking. Indien er sprake is van omstandigheden die daartoe aanleiding geven, kan de commissie toezending weigeren. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt.
-
4. In afwijking van het tweede lid wordt de geluidsopname alsnog schriftelijk uitgewerkt wanneer een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure.
-
5. Een schriftelijk verslag als bedoeld in lid 3 en 4 vermeldt wat er over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien de belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding, tenzij sprake is van een hoorzitting als bedoeld in artikel 16, lid 3.
Artikel 18 Nader onderzoek
-
1. Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
-
2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde gezonden.
-
3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan, de belanghebbenden, de klager en de beklaagde kunnen binnen een week na verzending van nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek.
-
4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19 Raadkamer en advies
-
1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
-
2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
-
3. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
-
4. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
-
5. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. Op de behandeling van klachten is artikel 9:15 van de Awb van toepassing.
-
6. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 20 Uitbrengen advies en verdaging
-
1. Het advies wordt onder medezending van de eventueel door de commissie tijdig ontvangen nadere informatie uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. Op de behandeling van klachten is artikel 9:15 van de Awb van toepassing.
-
2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken als bedoeld in artikel 7:10, lid 1, en de termijn van 10 weken als bedoeld in artikel 9:11, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.
-
3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 21 Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 22 Intrekking oude regeling
De Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Horst aan de Maas van 11 oktober 2011, gewijzigd op 1 januari 2015, wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 23 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027.
Artikel 24 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten gemeente Horst aan de Maas”.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 september 2026.
De raad voornoemd,
De voorzitter,
drs. R.F.I. Palmen
De griffier,
mr. R.J.M. Poels
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl