Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767354
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767354/1
Beleidsregels voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Zaltbommel 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 07-10-2026
Intitulé
Beleidsregels voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Zaltbommel 2026De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zaltbommel, elk zover het zijn bevoegdheid betreft, gelet op artikel 3 van de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrechtbesluiten vast te stellen de “Beleidsregels voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Zaltbommel 2026”.
1. Inleiding
De gemeente Zaltbommel is een gemeente die groeit, bloeit en bruist: sterke dorpen, een vitale en bruisende stad, een toekomstbestendige gemeente waar iedereen mee kan doen, ertoe doet en meetelt. In lijn met deze missie zet de gemeente Zaltbommel zich actief in voor een veilige en integere leefomgeving. Met een duidelijke basis voor leefbaarheid, zorg en samenhang. Oog voor elkaar en ruimte voor groei.
Gemeenten krijgen steeds meer te maken met ondermijnende criminaliteit die een bedreiging vormt voor de integriteit van het openbaar bestuur. Deze beleidsregels geven invulling aan de wijze waarop de gemeente Zaltbommel de Wet Bibob toepast. Dit is onderdeel van de aanpak tegen ondermijnende criminaliteit. Om te voorkomen dat de gemeente Zaltbommel onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Door toepassing van de Wet Bibob kan de gemeente Zaltbommel toetsen of betrokken partijen integer zijn en of er risico bestaat op misbruik van publieke middelen of bevoegdheden.
Het doel van deze beleidsregels is het beschermen van de bestuurlijke integriteit en het versterken van de gemeentelijke weerbaarheid tegen ondermijning. Hiermee bouwt gemeente Zaltbommel aan een organisatie waarin vertrouwen, transparantie en rechtvaardigheid centraal staan. Door actief te waken over gemeenschapsgeld en een eerlijk lokaal ondernemersklimaat te borgen, creëert de gemeente een sterke sociale en economische basis voor al haar ondernemers.
Een helder en transparant Bibob-beleid draagt bij aan een consistente en eerlijke uitvoering van de Wet Bibob en het streeft het creëren van een veilige en leefbare omgeving en een sterke rechtsorde na. Daarnaast helpt het om de integriteit van de markt te bewaken, zodat eerlijke ondernemers niet worden benadeeld door partijen die hun bedrijfsmiddelen gebruiken voor illegale doeleinden.
Doordat in de gemeente Zaltbommel de Wet Bibob zowel preventief als repressief wordt ingezet verstevigt zij haar positie en weerbaarheid in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit.
2. Algemeen
Artikel 2.1 Uitleg begrippen
-
1. De begrippen en definities, zoals opgenomen artikel 1 en artikel 2, tweede lid van de Wet Bibob, zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels,
-
2. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- A.
Bestuursorgaan: het bevoegde bestuursorgaan, zijnde de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel,
- B.
Gemeente Zaltbommel: de gemeente als publiekrechtelijk rechtspersoon met een overheidstaak;
- C.
LBB: het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;
- D.
RIEC: het regionaal informatie- en expertisecentrum als bedoeld in artikel 28, tweede lid, aanhef onder d van de Wet Bibob);
- E.
Semioverheidsinstanties: een bedrijf, instelling of organisatie die in overwegende mate, dat wil zeggen in beginsel voor twee derde of meer, door publiek geld is gefinancierd (het financiële vereiste) en waarbij de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke uitkeringen of voorzieningen in beslissende mate wordt bepaald door de overheid (het inhoudelijke vereiste).
- F.
APV: De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zaltbommel 2025. Als deze verordening wordt gewijzigd, geldt de in de plaats tredende verordening;
- G.
Algemene Subsidieverordening gemeente Zaltbommel: De Algemene Subsidieverordening gemeente Zaltbommel 2022. Als deze verordening wordt gewijzigd, geldt de in de plaats tredende verordening.
- H.
Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel: De Verordening Wmo en Jeugd Zaltbommel 2023. Als deze verordening wordt gewijzigd, geldt de in de plaats tredende verordening.
- A.
Artikel 2.2 Toepassingsbereik van deze beleidsregels
-
1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op onderzoeken en besluiten van het bestuursorgaan met betrekking tot:
- A.
Beschikkingen (indien bij wet voorzien) als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
- B.
Gemeentelijke vergunning en ontheffingen als bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid van de Wet Bibob;
- C.
Vastgoedtransacties als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob;
- D.
Subsidies als bedoeld in artikel 6 van de Wet Bibob;
- E.
Overheidsopdrachten of concessies als bedoeld in artikel 1, vierde lid van de Wet Bibob.
- A.
-
2. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing als de betrokkene:
- A.
Een (semi)overheidsinstanties betreft;
- B.
Een rechtspersoon met een overheidstaak betreft;
- C.
Een wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet betreft;
- D.
Een terrein-beherende organisatie betreft, zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Brabants Landschap, bij een vastgoedtransactie.
- A.
-
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 2.3, onderdelen A tot en met G van deze beleidsregel.
-
4. Indien sprake is van voldoende objectieve omstandigheden die leiden tot relevante onduidelijkheden, welke niet door eigen onderzoek kunnen worden weggenomen, kan het LBB worden geraadpleegd.
Artikel 2.3 Eigen Bibob-onderzoek
-
1. Het bestuursorgaan kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren binnen het toepassingsbereik van deze beleidsregels, als benoemd in artikel 2.2, eerste lid van deze beleidsregels.
-
2. Het eigen Bibob-onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden uitgevoerd indien er signalen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9 van de Wet Bibob.
-
3. De signalen, als bedoeld in het tweede lid, kunnen gebaseerd zijn op:
- A.
informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;
- B.
informatie verkregen van een van de partners binnen het samenwerkingsverband RIEC;
- C.
informatie verkregen van het Openbaar Ministerie (OM-Tip als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob);
- D.
informatie verkregen uit het Bibob-register;
- E.
een tip verkregen van andere gemeente (artikel 26 van de Wet Bibob);
- F.
informatie verkregen van het LBB (artikel. 11 en/of artikel 11a van de Wet Bibob);
- G.
andere relevante signalen.
- A.
Artikel 2.4 Uitvoering Bibob-onderzoek in afwijking van beleidsregels
Deze beleidsregels laten onverlet dat, in afwijking van het voorgaande kan worden besloten tot uitvoering van een Bibob-onderzoek, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
3. Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 3.1 Toepassingsbereik beschikkingen Bijzondere Wetten
-
1. Het bestuursorgaan zal onverminderd het bepaalde in artikel 2.3 van deze beleidsregels, een eigen Bibob-toets uitvoeren bij elke aanvraag dan wel verleende beschikking, vergunning of ontheffing op grond van:
- A.
Artikel 3 en artikel 30a van de Alcoholwet en artikel 2:28, eerste lid van de APV voor de uitoefening van het horecabedrijf en de wijziging van leidinggevenden in het geval een nieuwe bestuurder toetreedt met uitzondering van paracommerciële rechtspersonen, aanvragen voor een slijtersbeschikking of wijziging (dag)leidinggevende(n);
- B.
Artikel 30b en artikel 30h van de Wet op de Kansspelen, artikel 2:39, eerste lid van de APV en artikel 2 Beleidsregels aanwezigheidsvergunningen kansspelautomaten gemeente Zaltbommel voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten;
- C.
Artikel 3:4, eerste lid van de APV voor het uitoefenen van een seksinrichting of escortbedrijf;
- D.
Artikel 2:25, eerste lid van de APV voor het organiseren van een evenement (evenementenbeschikking) voor zover deze aanvraag ziet op een krachtens artikel 2:24, eerste lid, aanhef onder g van de APV door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden en vechtsportgala’s;
- E.
Artikel 2:86, derde lid van de APV voor het exploiteren van een bedrijf zonder benodigde beschikking (exploitatiebeschikking aangewezen beschikkingsplicht bedrijf);
- F.
Artikel 5, eerste lid Wet Goed Verhuurderschap en artikel 2:80a eerste lid van de APV voor exploiteren van een verhuurdersvergunning.
- A.
-
2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde aanvraag onder A:
- A.
afkomstig is van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet, tenzij de exploitatie van de horeca-activiteit door een commerciële partij plaatsvindt;
- B.
betrekking heeft op een slijtersbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- C.
ziet op een ander geval dan bedoeld in het eerste lid, aanhef onder a. zal het bestuursorgaan slechts een Bibob-toets uitvoeren indien sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 2.3, derde lid, onderdelen A tot en met G, van deze beleidsregels.
- A.
Artikel 3.2 Toepassingsbereik aanvragen vergunningen Omgevingswet (bouwen, wonen en milieu)
-
1. Het bestuursorgaan zal, onverminderd het bepaald in artikel 2.3 van deze beleidsregels, een eigen Bibob-toets uitvoeren bij elke aanvraag omgevingsvergunning op grond van:
- A.
een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (technisch) als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, indien sprake is van één of meer risicocategorieën of gebieden als opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze beleidsregels;
- B.
een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, indien sprake is van één of meer risicocategorieën of gebieden als opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze beleidsregels;
- C.
een omgevingsplanactiviteit bouwen (ruimtelijk, inclusief afwijken) als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, indien sprake is van één of meer risicocategorieën of gebieden als opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze beleidsregels;
- A.
-
2. Het bestuursorgaan zal, onverminderd het bepaalde in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet, eigen Bibob-onderzoek uitvoeren ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, als:
- A.
sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet waaruit blijkt dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de vergunninghouder.
- A.
-
3. Het bestuursorgaan kan, onverminderd het bepaalde in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet, eigen Bibob-onderzoek uitvoeren ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, als:
- A.
de omgevingsvergunning is overgedragen aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- B.
de rechtspersoon waaraan de omgevingsvergunning is verleend, geheel of ten dele is overgedragen aan een andere eigenaar.
- A.
Artikel 3.3 Toepassingsbereik subsidies
-
1. De gemeente Zaltbommel kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3 van deze beleidsregels een Bibob-onderzoek uitvoeren bij een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in artikel 6 van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Zaltbommel, dan wel bij een al verleende subsidie, als:
- A.
De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd betrekking heeft op één of meer risicocategorieën of gebieden als opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze beleidsregels.
- B.
In de periode tussen subsidieverlening en subsidievaststelling een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon dan aan wie subsidie is verstrekt de activiteiten verricht waarvoor die subsidie is verstrekt.
- C.
Degene die de aanvraag tot subsidievaststelling indient, een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon is dan de subsidieontvanger aan wie subsidie is verstrekt voor diezelfde activiteiten.
- A.
Artikel 3.4 Gevolgen bij publiekrechtelijke beschikkingen
-
1. Het bestuursorgaan verbindt gevolgen aan het geconstateerde gevaar. Deze gevolgen zijn bedoeld om het integriteitrisico teniet te doen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, wordt:
- A.
bij tenminste een mindere mate van gevaar worden voorschriften verbonden aan de aangevraagde of reeds verleende beschikking. Deze voorschriften zijn bedoeld om het gevaar weg te nemen of te beperken;
- B.
bij ernstig gevaar wordt een aangevraagde beschikking in beginsel geweigerd of wordt een reeds verleende beschikking in beginsel ingetrokken, indien dit tenminste evenredig is met ernst van het gevaar en, in geval van vermoedens, de ernst daarvan, en met de ernst van het strafbare feit zoals benoemd in artikel 3, vijfde lid, van de Wet Bibob;
- A.
-
2. Indien er feiten en omstandigheden zijn die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van een aangevraagde dan wel verleende beschikking een strafbaar feit is gepleegd, zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob, kan de beschikking worden geweigerd dan wel worden ingetrokken, indien dit tenminste evenredig is met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit zoals benoemd in artikel 3, vijfde lid, van de Wet Bibob.
-
3. Als het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet of niet volledig worden ingevuld dan wel tijdig worden aangeleverd bij een aanvraag om een beschikking, zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld, conform artikel 4:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht;
-
4. Indien bij een verleende beschikking wordt geweigerd het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet of niet volledig in te vullen dan wel tijdig aan te leveren kan dit worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar als bedoeld artikel 3 van de Wet Bibob. De verleende beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken op grond van artikel 4, eerste lid van de Wet Bibob.
4. Privaatrechtelijke transacties
Artikel 4.1 Toepassingsbereik vastgoedtransacties
-
1. De gemeente Zaltbommel kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3 van deze beleidsregels een eigen Bibob-onderzoek starten bij alle vastgoedtransacties (inclusief kettingbeding). Dit kan zowel voorafgaand aan het nemen van een beslissing over het aangaan van de vastgoedtransactie als na het sluiten van de vastgoedtransactie daarvan, waarbij de gemeente partij is, als:
- A.
de vastgoedtransactie geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op, gerelateerd kan worden aan of is of wordt afgesloten met één of meerdere in bijlage 1 deze beleidsregels genoemde risicocategorieën dan wel;
- B.
de vastgoedtransactie geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op één of meerdere in bijlage 2 bij deze beleidsregels genoemde risicogebieden;
- C.
er signalen zijn dat de betrokkene waarmee de overeenkomst is of wordt aangegaan geheel of ten dele in handen komt van een ander.
- A.
-
2. Als een Bibob-toets wordt uitgevoerd naar aanleiding van een vastgoedtransactie, komt er geen overeenkomst tot stand zolang het onderzoek niet of niet volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.
-
3. Bij een vastgoedtransactie wordt in de tekst van de overeenkomst behorende bij de vastgoedtransactie in ieder geval:
- A.
een voorwaarde opgenomen op grond waarvan de gemeente Zaltbommel de overeenkomst kan ontbinden of opschorten wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob;
- B.
een voorwaarde opgenomen op grond waarvan de gemeente Zaltbommel de overeenkomst kan opschorten of ontbinden wanneer de betrokkene niet of niet volledig heeft voldaan aan hetgeen in artikel 7a, tweede en derde lid en/of artikel 12, derde lid van de Wet Bibob is bepaald.
- A.
Artikel 4.2 Toepassingsbereik overheidsopdrachten of concessies (aanbestedingen, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning)
-
1. De gemeente Zaltbommel kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3 van deze beleidsregels een Bibob-toets uitvoeren voordat een beslissing wordt genomen over de gunning van een overheidsopdracht, het sluiten van een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst of over het accepteren van een onderaannemer waarbij de gemeente partij is als:
- A.
de overheidsopdracht geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op, gerelateerd kan worden aan of geheel of gedeeltelijk verschaft wordt aan één of meerdere in bijlage 1 bij deze beleidsregels genoemde risico-categorieën dan wel;
- B.
de overheidsopdracht geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in één of meerdere in bijlage 2 bij deze beleidsregels genoemde risicogebieden;
- C.
er signalen zijn dat de betrokkene binnen de looptijd van de opdracht geheel of ten dele in handen komt van een ander.
- A.
-
2. Als een Bibob-toets wordt uitgevoerd naar aanleiding van een procedure tot gunning van een overheidsopdracht, komt er geen gunningsbeslissing of daarmee beoogde overeenkomst tot stand zolang het onderzoek niet volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.
-
3. In de aanbestedingsstukken:
- A.
wordt de mogelijkheid van Bibob-onderzoek vermeld, in welk geval betrokkene gehouden is om een Bibob-vragenformulier in te vullen als daarom wordt verzocht en eventuele nadere vragen te beantwoorden;
- B.
worden, in verband met toepassing van de Wet Bibob en de gevolgen daarvan, alle ter zake doende uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen opgenomen;
- C.
wordt, in verband met toepassing van de Wet Bibob, opgenomen dat een onderzoek zich erop richt of één van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet Bibob zich voordoet en worden, indien aan de orde, de gevolgen daarvan omschreven;
- D.
wordt als voorwaarde gesteld dat een onderaannemer niet zonder toestemming wordt gecontracteerd en wordt in het kader daarvan het recht voorbehouden om een eigen onderzoek uit te voeren en aan het Bureau een advies te vragen.
- A.
-
4. In de tekst van de overeenkomst, of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden, die wordt aangegaan bij een procedure tot gunning van een overheidsopdracht:
- A.
worden voorwaarden opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst, indien zich een van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet Bibob voordoet;
- B.
wordt een voorwaarde opgenomen op basis waarvan een onderaannemer met het oog op dienst acceptatie, niet zonder toestemming kan worden gecontracteerd;
- C.
wordt een voorwaarde opgenomen op grond waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst indien door de betrokkene niet of niet volledig wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7a, tweede en derde lid, respectievelijk artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob.
- A.
Artikel 4.3 Gevolgen privaatrechtelijke transacties
-
1. De gemeente Zaltbommel verbindt gevolgen aan het geconstateerde gevaar. Deze gevolgen zijn bedoeld om het integriteitrisico teniet te doen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een situatie, als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet Bibob, wordt:
- A.
bij vastgoedtransacties in beginsel de onderhandeling of bespreking afgebroken of de overeenkomst opgeschort of ontbonden;
- B.
bij overheidsopdrachten in beginsel besloten tot uitsluiting van een gegadigde, het niet gunnen van een overheidsopdracht, het niet sluiten van een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst of het niet accepteren van een onderaannemer of ontbinding van de overeenkomst, een onderaannemer niet te accepteren dan wel de acceptatie te herzien.
- A.
-
2. Aan de overeenkomst kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Deze voorwaarden zijn bedoeld om het gevaar weg te nemen of te bespreken. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan zal in beginsel worden besloten de overeenkomst te ontbinden, een onderaannemer niet te accepteren dan wel de acceptatie te herzien. Bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden kunnen de voorwaarden worden gewijzigd, aangepast of ingetrokken.
-
3. De gemeente kan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, ook opnemen, indien sprake is van de volgende gevallen:
- A.
de gemeente heeft het eigen onderzoek nog niet afgerond op het moment van het sluiten van de overeenkomst;
- B.
het eigen onderzoek van de gemeente heeft geleid tot het aanvragen van een advies bij het LBB, maar dit advies is nog niet ontvangen of de procedure tot het verwerken van het advies is door de gemeente nog niet afgerond;
- A.
-
4. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht die niet of niet volledig is afgerond zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten volledig en tijdig aan te leveren worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet Bibob, In de desbetreffende overeenkomst wordt hiertoe in een ontbindingsvoorwaarde voorzien.
5. Invoering
Artikel 5.1 intrekking en inwerkintreding
-
1. De beleidsregel ‘‘Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) aangehaald als Bibob-beleid gemeente Zaltbommel’’ wordt ingetrokken.
-
2. Deze beleidsregel treedt in werking na de bekendmaking ervan middels publicatie in het elektronisch gemeenteblad. Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘‘Beleidsregels Wet Bibob gemeente Zaltbommel 2026”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 28 september 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel.
Dhr. W. Abee
De gemeentesecretaris
Dhr. M.C. Bakermans
De burgemeester
De burgemeester van de gemeente Zaltbommel
Dhr. M.C. Bakermans
Bijlage 1 Risicocategorieën
De gemeente Zaltbommel heeft de volgende risicocategorieën aangewezen:
- 1.
Vastgoed, grond en bouw
- A.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (i.v.m. stikstof)
- B.
Agrarische opstallen, schuren en loodsen
- C.
Bedrijfsverzamelgebouwen (multi-tenant gebouwen)
- D.
Garageboxen en opslagruimtes
- E.
Gronden en/of opstallen op woonwagenlocaties
- F.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie (meerdere) woonruimten
- G.
Transformatie van kantoorpanden
- H.
Vastgoedbedrijven
- A.
- 2.
Industrie, logistiek en transport
- I.
Afvalverwerkingsbranche (recycling, bewerking en verwerking)
- J.
Inrichtingen voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers.
- K.
Mestverwerking
- L.
Sloopbedrijven (incl. asbestverwijdering)
- M.
Transportsector
- N.
Vuurwerkbranche
- I.
- 3.
Detailhandel, contanten en waardegoederen
- O.
Belwinkels
- P.
Goudinkoopbedrijven
- Q.
Pandjeshuizen
- R.
Textielindustrie (handel, kleding en schoenen)
- O.
- 4.
Horeca, recreatie en toerisme
- S.
Horecabedrijven (o.a. shisha-lounges, zaalverhuur)
- T.
Beauty, wellness, en saunabedrijven (o.a. nagelstudio’s, kappers en zonnestudio’s)
- U.
Logiesverstrekking (o.a. kamerverhuur regulier/ bedrijven, hotels en pensions, huisvesting arbeidsmigranten, vluchtelingenopvang, indien sprake is van 3 of meer kamers)
- V.
Maneges, paardenhouderij, stoeterijen, of fokken van c.q. handelen in paarden
- W.
Recreatieparken en jachthavens
- S.
- 5.
Gereguleerde genotmiddelen en (seksuele) Diensten
- X.
Coffees-, smart-, headshops en giftshops
- Y.
(Seksuele)diensten (o.a. darkrooms, erotische massagesalons, prostitutiebedrijven/ escortbedrijven, seksbioscopen, sekswinkels)
- Z.
Tattooshops
- X.
- 6.
Publieke Diensten, Zorg en Welzijn
- AA.
Religieuze instellingen (o.a. scholengemeenschap en particuliere schoolactiviteiten)
- BB.
Uitzendbranche (indien niet geregistreerd)
- CC.
Zorgbureau ’s en zorgaanbieders als bedoeld in de WMO 2015 en de Jeugdwet (zoals zorgwoningen, re-integratie bedrijven en/of -activiteiten)
- AA.
- 7.
Cultuur, Sport, Entertainment en Kansspelen
- DD.
Cultureel erfgoed
- EE.
Evenementen (vechtsportgala’s, ride outs motorclubs of vergelijkbare evenementen)
- FF.
Fitnessbedrijven en sportscholen (commerciële sportactiviteiten)
- GG.
Gamecenters, speelautomatenhallen en casino’s
- DD.
- 8.
Automotive, Tech en Energie
- HH.
Autobranche (verkoop, verhuur en demontage)
- II.
Darkstores
- JJ.
Datacenters
- KK.
Energiemaatschappijen, producenten en zonneparken
- LL.
ICT-sector
- MM.
Transportsector
- HH.
Bijlage 2 Risicogebieden
Indien een aanvraag/verstrekte vergunning betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit door het college van burgemeester en wethouders aangewezen risicogebied.
- A.
Bedrijventerreinen;
- B.
Recreatieterreinen;
- C.
Winkelcentra.
Toelichting beleidsregels voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Zaltbommel 2026
Deze toelichting maakt duidelijk hoe de gemeente Zaltbommel de Wet Bibob toepast en welke mogelijkheden de gemeente heeft binnen die wet.
De Wet Bibob geeft de gemeente Zaltbommel de mogelijkheid om onderzoek te verrichten naar de integriteit van een betrokkene en zijn zakelijke relaties. De gemeente kan hierin zelf beslissen of de Wet Bibob wel of niet wordt toegepast (discretionaire bevoegdheid). De Wet Bibob kan toegepast worden op publiekrechtelijke onderdelen (beschikkingen) zoals vergunningen en subsidies. Maar ook op privaatrechtelijke onderdelen zoals vastgoedtransacties en overheidsopdrachten waarbij de gemeente een van de privaatrechtelijke (contract)partijen betreft.
De Wet Bibob kan toegepast worden op zowel nieuwe aanvragen als bij lopende zaken. Dit betekent dat zowel een aanvraag om een beschikking als een al verleende beschikking op grond van de Wet Bibob kan worden onderzocht. Dit geldt ook voor subsidies, vastgoedtransacties of overheidsopdrachten, als deze onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob vallen.
De opgestelde beleidsregels zorgen ervoor dat geen sprake is van willekeur in de toepassing van de Wet Bibob en dat voor iedereen duidelijk hoe met deze bevoegdheden wordt omgegaan.
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28 van de Wet Bibob.
Het Bibob-onderzoek
Het Bibob-onderzoek richt zich op de betrokkene en zijn eventuele zakelijke relaties, zoals financiers, aandeelhouders, pandeigenaren en anderen die (in)direct in een zakelijk samenwerkingsverband tot de betrokkene staan. De mogelijke conclusies van het Bibob-onderzoek zijn:
- •
er is sprake van een ernstige mate van gevaar;
- •
er is sprake van een mindere mate van gevaar;
- •
er is sprake van geen gevaar.
Het Bibob-onderzoek bestaat in beginsel uit het eigen onderzoek. De gemeente Zaltbommel kan eventueel daarna een advies aanvragen bij het RIEC en/of het LBB over de mate van gevaar.
Zal- en kan-bepaling
In deze beleidslijn wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van de wet en in welke gevallen daarop een Bibob-toets wordt uitgevoerd. Dit komt mede doordat niet op álle onderdelen in álle gevallen direct een Bibob-toets wordt toegepast. De Wet Bibob is een ingrijpend instrument. Het is daarom belangrijk om een balans te vinden tussen de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en de bescherming van het openbaar belang.
Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat de toepassing van de wet Bibob geldt als een ‘ultimum remedium’. Dit betekent dat eerst wordt bezien of er geen andere mogelijkheden zijn om beschikkingen te weigeren of in te trekken, dan wel om geen overeenkomst aan te gaan. Dit komt tot uitdrukking door het gebruik van formuleringen als '… zal worden toegepast …'en '… kan worden toegepast indien daartoe aanleiding bestaat…'. Deze benadering is in lijn met de beginselen van subsidiariteit, proportionaliteit en evenredigheid. Door het benoemen van risicocategorieën en het informatiegestuurd uitvoeren van Bibob-toetsen, worden niet alle partijen direct aan een Bibob-toets onderworpen.
De bevoegdheid vanuit de Wet Bibob blijft te allen tijde bestaan. De gemeente Zaltbommel behoudt zicht hiermee het recht voor om, indien daartoe aanleiding bestaat, alsnog een Bibob-onderzoek te kunnen opstarten, indien dit in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving. Deze aanleiding kan onder meer zijn als:
- A.
informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;
- B.
informatie verkregen van een van de partners binnen het samenwerkingsverband RIEC;
- C.
informatie verkregen van het Openbaar Ministerie (OM-Tip);
- D.
een tip verkregen van andere gemeente;
- E.
informatie verkregen van het Landelijk Bureau Bibob;
- F.
risicocategorieën en/of risicogebieden (zie bijlagen 1 en 2);
- G.
andere relevante signalen.
Het eigen onderzoek
Het Bibob-onderzoek maakt deel uit van het proces rondom een vergunning- en/of subsidieaanvraag. Een Bibob-onderzoek start met een eigen onderzoek door het bestuursorgaan. Dit gaat vaak gepaard met het uitreiken van een Bibob-vragenformulier. De betrokkene dient dit formulier volledig ingevuld en ondertekend, met de daarbij horende bewijsstukken, in te leveren bij het bestuursorgaan. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
In het eigen onderzoek worden de betrokkene en eventuele zakelijke relaties inzichtelijk gemaakt. Vervolgens wordt onderzocht of er een risico bestaat dat de vergunning gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen, of uit gepleegde strafbare feiten verkregen (op geld waardeerbaar) voordeel te benutten. Om dit risico in te schatten wordt, mede aan de hand van het ingevulde Bibob-vragenformulier en de daarbij gevoegde documenten, onderzoek gedaan in open en gesloten bronnen. Hierbij kan worden gedacht aan justitiële, politiële, strafvorderlijke, fiscale en binnengemeentelijke bronnen. De gemeente Zaltbommel behoudt zich het recht voor om het eigen onderzoek op een andere wijze uit te voeren, binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders.
Uit het eigen onderzoek kunnen twee conclusies voortkomen. Enerzijds kan worden vastgesteld dat er geen bijzonderheden zijn aangetroffen: in dit geval zal bijvoorbeeld de aangevraagde beschikking verleend worden. Anderzijds kan worden gesteld er wel bijzonderheden zijn aangetroffen die risico’s opleveren voor de integriteit. In dat geval kan een besluit worden genomen of een advies worden aangevraagd bij het LBB.
Gevolgen Bibob-onderzoek en rechtsbescherming
De mogelijke conclusies van de Bibob-toets (geen gevaar, mindere mate van gevaar, ernstig gevaar) zijn voor zowel de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke onderdelen hetzelfde. Dit geldt ook voor het bieden van de mogelijkheid aan de betrokkene om een zienswijze in te dienen naar aanleiding van het voorgenomen besluit op grond van artikel 33 van de Wet Bibob. De gevolgen van een Bibob-toets kunnen echter behoorlijk van elkaar afwijken.
Voor de privaatrechtelijke onderdelen, zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties, zijn de gevolgen niet geregeld in de Wet Bibob. In dat geval wordt teruggevallen op het privaatrecht. Deze beleidsregels vormen een aanvulling op de afspraken die gelden binnen het (algemeen) inkoopbeleid, de (algemene) verkoopwaarden en contracten van de gemeente Zaltbommel, zoals een integriteitsclausule. Het niet aangaan of beëindigen van een overeenkomst ten aanzien van een overheidsopdracht dan wel een vatgoedtransactie is geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb). In dit kader wordt dan ook gesproken over een beslissing.
De betrokkene zal altijd op de hoogte worden gesteld van een voornemen tot besluitvorming. De betrokkene heeft de mogelijkheid om op het voornemen te reageren in een zienswijzeprocedure. Na de zienswijzeprocedure gaat het bestuursorgaan over tot de besluitvorming (artikel 33 van de Wet Bibob). Ingeval van vergunningen en subsidies kan de betrokkene tegen dat besluit bezwaar maken via de bezwaarschriftenprocedure en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank en hoger beroep bij of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het geval van vastgoedtransacties of overheidsopdrachten staat voor betrokkene rechtsbescherming open bij de civiele rechter.
Als de betrokkene opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekt dan wel relevante informatie achterhoudt via het Bibob-vragenformulier, kan de gemeente hiervan aangifte doen bij de politie. Dit is strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.
Geheimhouding
Op grond van artikel 28 van de Wet Bibob is eenieder die krachtens deze wet informatie verwerkt met betrekking tot een derde verplicht tot geheimhouding van deze informatie.
Bewaartermijn
De Bibob-informatie wordt vijf jaar na het einde van de zaak vernietigd, tenzij in het dossier informatie aanwezig is die op dat moment duidt of kan duiden op een ernstige of mindere mate van gevaar op grond van de Wet Bibob, of op een buiten behandeling stelling op grond van de Awb. In dat geval wordt de informatie nog eens vijf jaar bewaard (in totaal tien jaar).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl