Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767331
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767331/1
Beleidsregels ondergrondse en bovengrondse containers en aanbiedplaatsen voor rolcontainers Purmerend
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 06-10-2026
Intitulé
Beleidsregels ondergrondse en bovengrondse containers en aanbiedplaatsen voor rolcontainers PurmerendBurgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend,
Gelet op artikel 10.21 van de Wet milieubeheer en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Overwegende dat
- -
de gemeente verplicht is ervoor zorg te dragen dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld;
- -
het college beleidsregels wil vaststellen die inzichtelijk te maken welke voorwaarden en criteria het college toepast bij het bepalen van een locatie van ondergrondse en bovengrondse containers en de aanbiedplaatsen en hoe het college daarbij het algemene belang, het individuele belang en de lokale situatie betrekt,
B E S L U I T E N:
De Beleidsregels ondergrondse en bovengrondse containers en aanbiedplaatsen voor rolcontainers Purmerend vast te stellen:
Artikel 1 Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
Aanbiedplaats: een locatie aan de openbare weg waar gebruikers van percelen een rolcontainer ter lediging kunnen aanbieden.
- b.
Aansluiting: een perceel waar op basis van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
- c.
Perceel: stuk grond waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
- d.
Ondergrondse of bovengrondse container: inzamelvoorziening voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van meerdere huishoudens.
- e.
Locatie: plaats in de openbare ruimte voor één of meer (ondergrondse) verzamelcontainers.
Artikel 2 Voorwaarden, criteria en afweging
-
1. De locatie voor de containers moet aan de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden voldoen, waarbij bij het bepalen van een locatie voor containers een zorgvuldige afweging plaatsvindt aan de hand van het algemeen belang, het individueel belang en de lokale situatie.
-
2. Het algemeen belang is een optimale verdeling van de locaties van de ondergrondse containers is, zodat er sprake is van een logisch, kostenefficiënt en samenhangend netwerk.
-
3. Het individuele belang is dat de aanwezigheid, het gebruik en het legen van de containers zo min mogelijk hinder geeft voor omwonenden.
-
4. Bij de vraag of een locatie meer of minder geschikt is spelen onder andere de volgende lokale factoren een rol:
- a.
de fysieke mogelijkheid om een container te plaatsen;
- b.
de beschikbare werkruimte voor het inzamelvoertuig;
- c.
de veiligheid en doorstroming;
- d.
de bescherming van het milieu;
- e.
de kwaliteit van de openbare ruimte;
- f.
het voorkomen van schade aan andere objecten.
- a.
Artikel 3 Voorwaarden ondergrondse containers
Algemeen
- 1.
Ondergrondse containers kunnen geschikt zijn voor verschillende fracties van afval en grondstoffen, te weten: restafval, PMD (plastic verpakkingen, blik en drankpakken), glas en oud papier- en karton. Voor restafval zijn de ondergrondse containers voorzien van een systeem voor toegangscontrole waarbij inwoners de container alleen kunnen openen met een door de gemeente verstrekte afvalpas.
- 2.
De loopafstand naar de containerlocatie bedraagt maximaal 250 meter.
- 3.
De locatie ligt op openbare gemeentegrond.
- 4.
De locatie ligt aan de doorgaande route.
- 5.
Er wordt rekening gehouden met een omvang van 2,5 bij 2,5 meter voor de grootte van een ondergrondse container, in te passen op een locatie.
- 6.
Plaatsing van een nieuwe ondergrondse container gaat niet ten koste van parkeerplaatsen.
- 7.
Er mag bij aanleg en gebruik van de ondergrondse containers geen schade aan een naastgelegen perceel ontstaan.
- 8.
Voor het plaatsen van de ondergrondse container worden geen kabels en/of leidingen verplaatst. Er worden geen containers geplaatst op of direct naast riolering.
- 9.
De afstand tussen twee naast elkaar geplaatste ondergrondse containers bedraagt minimaal 30 cm.
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
- 10.
De container moet voor het inzamelvoertuig eenvoudig te bereiken zijn uitgaande van een benodigde opstelruimte van 12 x 2,65m excl. stempels).
- 11.
De locatie is vooruitrijdend te bereiken en te verlaten voor het inzamelvoertuig.
- 12.
Het straatwerk op de opstelplaats dient bestand te zijn tegen de stempeldruk (afstand stempels maximaal +1,65 meter vanaf voertuig) van het voertuig. Hiervoor wordt waar nodig een gefundeerde verharding aangebracht van 25 cm menggranulaat met 5 cm brekerzand en daarop betonstraatstenen.
- 13.
De afstand tussen inzamelvoertuig en hijsinstallatie van de ondergrondse container, gemeten vanuit de hartlijn van het inzamelvoertuig, bedraagt niet meer dan 4 meter.
- 14.
Ondergrondse containers mogen met een minimale afstand van 1,5 meter naast hoge objecten zoals bomen, lichtmasten en daken geplaatst worden, in verband met het uitzwenken van de kraan van het inzamelvoertuig en de nodige manoeuvreerruimte.
- 15.
De containers worden zodanig geplaatst dat op ledigingsmomenten verkeershinder en –oponthoud beperkt blijft. In nauwe straten kan het voorkomen dat bestuurders achter het voertuig moeten wachten.
De onder doorrijhoogte op de route naar de locatie is minimaal 4 meter.
- 16.
De locatie van de ondergrondse container is dusdanig dat het inzamelvoertuig veilig kan stoppen, zonder dat er verkeersgevaarlijke situaties kunnen ontstaan tijdens het ledigen (voldoende afstand kruising / verkeersdrempels enz.).
- 17.
De locatie van de ondergrondse container is zodanig dat er geen voertuigen kunnen parkeren tussen ondergrondse container en inzamelvoertuig.
Groen en beplanting
- 18.
Plaatsing van een ondergrondse container vindt niet plaats binnen de kwetsbare zone van een bestaande boom (=kroonprojectie + 1,5 meter).
- 19.
Aanwezige beplanting vervalt niet voor plaatsing van een ondergrondse container.
- 20.
Mocht onverhoopt een ondergrondse container toch in het plantsoen geplaatst moeten worden, dan wordt het ontstaan van ‘snippergroen’ (kleine versnipperde oppervlakten groen) voorkomen.
- 21.
De afstand tussen de locatie van een ondergrondse container en een watergang is minimaal 3 meter.
Veiligheid - verkeersveiligheid
- 22.
De container is rondom vrij toegankelijk voor minder validen (rolstoel, rollator). Hiervoor benodigde aanpassingen in het straatwerk worden op de werktekening vermeld.
- 23.
De locatie is dusdanig gesitueerd dat gebruikers zo min mogelijk de weg over hoeven te steken.
Vrije doorgang langs de inwerpzuil van minimaal 1,20 meter. De ondergrondse container wordt tenminste op 50 cm afstand van de trottoirband geplaatst.
- 24.
De containerlocatie is niet in de directe omgeving van een school of speelplaats.
- 25.
Er bevindt zich geen fietspad tussen container en voertuig.
- 26.
Geen zichthinder door de inwerpzuil voor verkeer.
- 27.
Op de locatie is sociale controle mogelijk (zicht, verlichting). Extra verlichting wordt niet geplaatst.
- 28.
De minimale afstand tussen de containerlocatie en een parkeerplaats is 60 cm. Op locaties waar parkeren dicht bij de ondergrondse container mogelijk blijft, wordt de locatie afgezet met paaltjes om ledigingsproblemen te voorkomen. De locatie van een ondergrondse container moet dusdanig zijn uitgevoerd dat het bij het parkeren van een voertuig naast de ondergrondse container geen bumper kan uitsteken over het voetgangers¬platform.
- 29.
De locatie van de ondergrondse container is dusdanig dat er tot 10 meter boven de locatie geen kabels en leiding aanwezig zijn.
Woningen en gebouwen
- 30.
De minimumafstand tot balkon (hoogbouw) is 1,80 meter.
- 31.
De minimumafstand tot bebouwde erfgrens of erfafscheiding is 2,0 meter.
- 32.
De locatie bevindt zich niet op een beeldbepalende plek of waardevolle zichtlocatie.
- 33.
Bij grondgebonden woningen wordt de containerzuil niet direct (binnen 1 meter) voor een woonkamerraam of keukenraam geplaatst (dit geldt niet wanneer de container tegenover in de straat staat). Voor de fractie glas geldt een afstand van 2 meter.
- 34.
De afstand van het hart van de locatie (de ondergrondse container) tot aan de erfgrens van een woning is minimaal 2 meter.
Artikel 4 Bovengrondse containers
Algemeen
- 1.
Bovengrondse containers kunnen geschikt zijn voor verschillende fracties van afval en grondstoffen, te weten: PMD (plastic verpakkingen, blik en drankpakken), bio-afval (gft+etensresten), glas, textiel en oud papier en karton.
- 2.
Voor bio-afval zijn de containers voorzien van een systeem voor toegangscontrole waarbij inwoners de container alleen kunnen openen met een door de gemeente verstrekte afvalpas.
- 3.
Gebruik van de bio-afval containers kan alleen als bewoners zich voor het gebruik vooraf aanmelden bij de gemeente.
- 4.
De locatie ligt op openbare gemeentegrond.
- 5.
De locatie ligt aan de doorgaande route.
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
- 6.
De container moet voor het inzamelvoertuig eenvoudig te bereiken zijn, hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als vermeld bij ondergrondse containers.
Veiligheid - verkeersveiligheid
- 7.
De container mag geen zichtbeperking voor het verkeer opleveren.
- 8.
Er moet een vrije doorgang langs de container zijn van minimaal 1,20 meter. De container wordt op tenminste 50 cm afstand van de trottoirband geplaatst.
- 9.
Er bevindt zich geen fietspad tussen container en voertuig tijdens lediging.
- 10.
De containerlocatie is niet in de directe omgeving van een school of speelplaats.
- 11.
Er mag geen sprake zijn van zichthinder door de container voor verkeer.
- 12.
De locatie van de container is dusdanig dat er tot 10 meter boven de locatie geen kabels en leiding aanwezig zijn.
Woningen en gebouwen
- 13.
Minimumafstand tot bebouwde erfgrens of erfafscheiding is 7,5 meter.
- 14.
Niet plaatsen op een beeldbepalende plek of waardevolle zichtlocatie.
- 15.
De container mag niet voor een woonkamer- of keukenraam geplaatst worden. Indien het een container voor bio-afval betreft mag de container niet direct onder een balkon geplaatst worden.
Artikel 5 Aanbiedplaatsen
-
1. Uitgangspunt voor het bepalen van de locatie van een aanbiedplaats voor rolcontainers is een goed bereikbare locatie aan de rijweg waar rolcontainers op een rij ter inzameling kunnen worden aangeboden zodanig dat deze geleegd kunnen worden door een voertuig met automatische zijbelading.
-
2. Een aanbiedlocatie heeft een ligging langs een doorgaande weg in of uit de wijk.
-
3. De ruimte tussen een aanbiedplaats en de dichtstbijzijnde gevel of erfafscheiding is minimaal 1,5 meter.
-
4. Een aanbiedlocatie wordt niet direct onder ramen of naast een tuin gepositioneerd.
-
5. De aanbiedplaatsen moeten zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden, te steken of door smalle straatjes hoeft te manoeuvreren.
-
6. Een aanbiedplaats wordt zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig bij het legen van de minicontainers geen hinder heeft van objecten (bijv. verkeersborden en lantaarnpalen) en geparkeerde voertuigen.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 15 september 2026
Purmerend,
burgemeester en wethouders van Purmerend,
de secretaris, de
M.H. van der Weit
burgemeester,
E. van Selm
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl