Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767304
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767304/1
Beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Raalte 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 03-10-2026
Intitulé
Beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Raalte 2026Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en 35 van de Participatiewet;
overwegende dat:
het college het noodzakelijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet kan worden verstrekt en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
BeleidsregelsBijzondere bijstand gemeente Raalte 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- -
bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c van de wet;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;
- -
jongmeerderjarigen: personen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar;
- -
wet: de Participatiewet.
- -
woning: een zelfstandige woning voorzien van een eigen toegang, waarbij geen wezenlijke woonfuncties zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. Onder een woning wordt ook een woonwagen op een erkende standplaats aangemerkt;
- -
woonkosten: kosten verbonden aan een (eigen) woning die meer bedragen dan de geldende basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag (Wht);
Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregels
-
1. Deze beleidsregels hebben betrekking op de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet, ten behoeve van ingezetenen van Raalte.
-
2. Als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn woonplaats heeft in Raalte.
-
3. Iemand heeft zijn woonplaats in Raalte indien:
- a.
hij staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) op een woonadres in Raalte;en
- b.
daar ook feitelijk woonachtig is.
- a.
-
4. Het college kan op grond van bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in het vorige lid onder a.
Artikel 1.3 Advisering
-
1. Het college kan om deskundigenadvies vragen indien dat voor het vaststellen van het recht en/of de hoogte van de bijzondere bijstand noodzakelijk is.
-
2. De belanghebbende verleent desgevraagd zijn medewerking aan het onderzoek dat nodig is voor het advies als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 1.4 Hoogte van de bijzondere bijstand
-
1. Het college kan de hoogte van de bijzondere bijstand vaststellen op basis van de maximale bedragen in de Nibud-prijzengids.
-
2. In gevallen waarin de Nibud-prijzengids niet voorziet, wordt uitgegaan van de feitelijke noodzakelijke kosten, waarbij het uitgangspunt van de goedkoopst adequate voorziening geldt. Daarbij kan het college tweedehands richtprijzen hanteren.
Artikel 1.5 Vorm van de bijzondere bijstand
-
1. Het college verleent de bijzondere bijstand om niet, tenzij de wet of deze beleidsregels anders bepalen.
-
2. Indien sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, verleent het college de bijzondere bijstand in principe in de vorm van een lening.
-
3. Indien het duurzame gebruiksgoederen betreft, verleent het college de bijzondere bijstand:
- a.
in de vorm van een lening indien het een eerste aanvraag (aanschaf) betreft;
- b.
om niet, indien het college de noodzaak van vervanging van de volgende gebruiksgoederen heeft vastgesteld:
- •
koelkast;
- •
4 pits kooktoestel;
- •
wasmachine;
- •
televisie.
- •
- a.
-
4. Indien de belanghebbende naar oordeel van het college niet in staat is tot verantwoorde besteding van de bijzondere bijstand, kan het college de bijzondere bijstand in natura verlenen als bedoeld in artikel 57 van de wet.
Artikel 1.6 Nadere verplichtingen
-
1. Het college kan aan de bijzondere bijstand nadere verplichtingen verbinden op grond van artikel 55 van de wet zoals verplichtingen:
- a.
die verband houden met de aard en het doel van de bijzondere bijstand; of
- b.
die gericht zijn op beëindiging of vermindering van de bijzondere bijstand.
- a.
-
2. Het college controleert de besteding. Daarvoor dient belanghebbende de bewijsstukken waaruit blijkt waar de bijzondere bijstand aan is besteed binnen één maand na het toekenningsbesluit te overleggen.
Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten
Artikel 2.1 Algemene voorwaarden
-
1. Het college beoordeelt de aanvraag om bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de wet indien voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in paragraaf 2.2 van de wet, tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
-
2. Er bestaat alleen aanspraak op bijzondere bijstand voor kosten die in Nederland zijn opgekomen en aan Nederland zijn verbonden.
Artikel 2.2 Voorliggende voorziening
-
1. Onder een voorliggende voorziening wordt een voorziening verstaan buiten de wet waarop een beroep kan worden gedaan ter verwerving van middelen of bekostiging van specifieke uitgaven.
-
2. Een aanvullende (collectieve) zorgverzekering wordt niet aangemerkt als een voorliggende voorziening, tenzij de belanghebbende daarover beschikt en de kosten waar bijzondere bijstand voor wordt aangevraagd door de aanvullende (collectieve) zorgverzekering worden vergoed.
-
3. Als voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt in ieder geval aangemerkt de:
- a.
Wet langdurige zorg;
- b.
Zorgverzekeringswet;
- c.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- d.
Wet op de rechtsbijstand;
- e.
Wet op de huurtoeslag;
- f.
Jeugdwet;
- g.
Organisaties die bevoegd zijn (vrijwillig) budgetbeheer te bieden.
- a.
Artikel 2.3 Geen noodzakelijke kosten
-
1. De kosten genoemd in artikel 14 van de wet komen in principe niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
-
2. De kosten beheer persoonsgebonden budget zijn geen noodzakelijke kosten.
Artikel 2.4 Incidenteel voorkomende omstandigheden
-
1. Incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand. Dit betekent dat er geen bijstand wordt verleend voor deze kosten. Indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel worden afgeweken.
-
2. Onder de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten als bedoeld in het eerste lid vallen in ieder geval:
- a.
eerste aanschaf of vervanging duurzame gebruiksgoederen (inrichtingskosten),
- b.
verhuiskosten,
- c.
aanschaf of vervanging van een identiteitsbewijs,
- d.
legeskosten in verband met verlenging van een verblijfsvergunning.
- a.
Artikel 2.5 Bijzondere omstandigheden
Voor incidenteel of periodiek voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan beoordeelt het college of sprake is van bijzondere omstandigheden.
Hoofdstuk 3 Draagkrachtregels
Artikel 3.1 Algemene beleidsuitgangspunten
-
1. Het college maakt geen gebruik van het drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 tweede lid van de wet.
-
2. Bij het vaststellen van de draagkracht gaat het college uit van het beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken over het in aanmerking te nemen inkomen en/of vermogen.
-
3. Indien en zolang de belanghebbende, die is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, voldoet aan de voorwaarden van dat traject gaat het college er van uit dat redelijkerwijs niet kan worden beschikt over het inkomen, als dat op of minder bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, en/of vermogen.
-
4. Bij een aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind bij een vastgestelde schuldregeling, wordt uitgegaan van het werkelijke inkomen van de belanghebbende. Als de kosten van beschermingsbewind geheel of gedeeltelijk uit het inkomen kunnen worden betaald door middel van een correctie van het vrij te laten bedrag (VTLB), wordt de aanvraag om bijzondere bijstand geheel of gedeeltelijk afgewezen. De belanghebbende dient in dat geval eerst een correctie van het vrij te laten bedrag aan te vragen.
-
5. Het college wijst de aanvraag om bijzondere bijstand af indien de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten minder bedragen dan de vastgestelde draagkracht.
-
6. Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend, stelt het college de draagkracht (opnieuw) vast op basis van:
- a.
de eerder vastgestelde draagkracht; of
- b.
de resterende draagkracht, in die draagkrachtperiode.
- a.
-
7. Een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt alleen gewijzigd indien een wijziging van de persoonlijke of financiële situatie daartoe aanleiding geeft en de mutatie van de draagkrachtruimte € 50,00 per maand of meer bedraagt.
Artikel 3.2 Draagkrachtperiode inkomen en vermogen
-
1. De draagkracht in het inkomen en vermogen wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden, vanaf de eerste dag van de maand waarop de verstrekking van de bijzondere bijstand betrekking heeft.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan het college de draagkrachtperiode voor een kortere periode vaststellen als daar in het individuele geval of op basis van de kostensoort aanleiding voor is.
-
3. In afwijking van het eerste lid kan de draagkrachtperiode en de duur van de periodieke bijzondere bijstand voor 36 maanden worden vastgesteld, vanaf het moment van aanvraag waarop de verstrekking van de bijzondere bijstand betrekking heeft, als:
- a.
er sprake is van belanghebbenden met een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet en een vermogen dat niet hoger is dan de geldende vermogensgrens zoals bepaald in artikel 34 Pw.
- b.
er sprake is van belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en een stabiel inkomen hebben en een vermogen dat niet hoger is dan de geldende vermogensgrens zoals bepaald in artikel 34 Pw.
- a.
-
4. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten en de draagkracht.
-
5. De vastgestelde draagkracht wordt in geval van incidentele bijzondere bijstand in één keer in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten.
-
6. De vastgestelde draagkracht wordt in geval van periodieke verlening van bijzondere bijstand gespreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht op de in aanmerking komende noodzakelijke kosten.
-
7. Het vermogen in de eigen woning wordt slechts eenmalig bij de aanvang van de bijstand vastgesteld. Waardevermeerdering van de woning heeft geen invloed op het bijstandsrecht van de klant. Indien binnen twee jaar na beëindiging van de bijstandsverlening recht op bijstand bestaat, wordt aangesloten bij de eerder vaststelling van het vermogen in de eigen woning.
Artikel 3.3 Draagkracht en inkomen
-
1. Het college merkt het inkomen dat niet meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet aan als draagkrachtloos inkomen. Indien het inkomen meer bedraagt, dan wordt 100% van het meerdere in aanmerking genomen voor de draagkracht.
-
2. In geval van woonkostentoeslag wordt het inkomen dat niet meer bedraagt dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet als draagkrachtloos inkomen aangemerkt. Indien het inkomen meer bedraagt, dan wordt 100% van het meerdere in aanmerking genomen voor de draagkracht.
-
3. Bij de draagkrachtberekening worden de middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de wet en de periodieke uitkering particuliere oudedagsvoorziening bedoeld in artikel 33, vijfde lid, van de wet niet in aanmerking genomen.
Artikel 3.4 Draagkracht en vermogen
-
1. Voor bijzondere bijstand gelden de vermogensgrenzen zoals bepaald in artikel 34 Pw.
-
2. Voor de vaststelling van de waarde van auto’s, motoren, brommers, scooters en caravans wordt uitgegaan van de koerslijst van de ANWB. Mocht dit geen uitkomst bieden, kan het college de waarde baseren op (het gemiddelde van) tweedehands richtprijzen.
-
3. Bij het bezit van één voertuig wordt geen rekening gehouden met de waarde hiervan, voor zover deze lager is dan € 4.500,00.
Hoofdstuk 4 De aanvraag
Artikel 4.1 Indienen aanvraag
-
1. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend op een door het college beschikbaar gesteld formulier.
-
2. Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor kosten die zijn opgekomen voor de datum waarop de aanvraag om bijstand is ingediend, tenzij:
- a.
de aanvraag binnen twee maanden wordt ingediend nadat de kosten zijn opgekomen;
- b.
nog niet in de kosten is voorzien;
- c.
het college de noodzaak van de kosten nog kan vaststellen; en
- d.
het geen kosten betreft als bedoeld in artikel 4.2 van deze beleidsregels.
- a.
Artikel 4.2 Aanvraag eigen bijdrage rechtsbijstand en bewindvoeringskosten
-
1. Voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand geldt dat de aanvraag uiterlijk twee maanden ná de dag dat de rechtsbijstandverlener het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand heeft ontvangen, wordt ingediend.
-
2. Voor de kosten van beloning van een curator, bewindvoerder of mentor geldt dat de aanvraag uiterlijk twee maanden ná de dag dat de Kantonrechter de benoeming heeft uitgesproken, wordt ingediend.
-
3. Bij een verhuizing naar de gemeente Raalte geldt dat de aanvraag voor de kosten van beloning van een curator, bewindvoerder of mentor uiterlijk twee maanden wordt ingediend na de dag waarop een belanghebbende zijn woonplaats heeft in de gemeente Raalte zoals bedoeld in artikel 1.2 lid 3 van deze beleidsregels.
-
4. Bij een doorlopende curatelestelling, bewindvoering of mentorschap geldt dat een aanvraag voor de kosten van beloning van een curator, bewindvoerder of mentor uiterlijk twee maanden nadat de draagkrachtperiode is geëindigd, wordt ingediend.
-
5. Indien de aanvraag als bedoeld in lid 2, 3 en 4 van deze beleidsregels niet tijdig is ingediend, dan kunnen enkel de kosten die zich voordoen nadat de aanvraag is ingediend, voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.
Hoofdstuk 5 Kosten in verband met wonen
Artikel 5.1 Woonkostentoeslag huurders
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verlenen indien de Wet op de huurtoeslag niet als voorliggende passende en toereikende voorziening kan worden aangemerkt.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan het college bijzondere bijstand verlenen aan de belanghebbende met woonkosten boven de maximaal subsidiabele huurgrens voor een periode van telkens 6 maanden maar in totaal gedurende niet meer dan 12 maanden.
-
3. Aan de bijstand als bedoeld in het vorige lid verbindt het college de verplichting dat belanghebbende actief een goedkopere woning zoekt en deze accepteert. In de beschikking worden concrete activiteiten over deze verhuisplicht opgenomen die in ieder geval van de belanghebbende worden verlangd.
-
4. Indien en zolang het college de verhuisplicht niet oplegt, is de bijzondere bijstand in principe niet aan de maximale termijn gebonden als bedoeld in het tweede lid.
-
5. Indien de belanghebbende als bedoeld in het tweede lid zich in voldoende mate heeft ingespannen zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag met maximaal 6 maanden worden verlengd in het geval de kosten (nog steeds) voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
-
6. Indien de belanghebbende als bedoeld in het tweede lid zich niet of in onvoldoende mate heeft ingespannen om een passende woning of woonruimte te verkrijgen en hem dit te verwijten valt, wijst het college de aanvraag om (verlenging van de) bijzondere bijstand af.
Artikel 5.2 Woonkostentoeslag woningeigenaren
-
1. Het college sluit bij de vaststelling van het recht en de hoogte van de bijzondere bijstand aan op de systematiek van de Wet op huurtoeslag.
-
2. Het college kan bijzondere bijstand verlenen indien de woonkosten lager zijn dan de toepasselijke maximale huurgrens en deze noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
-
3. Het college kan bijzondere bijstand verlenen aan de belanghebbende met woonkosten boven de maximaal subsidiabele huurgrens voor een periode van telkens 12 maanden maar in totaal gedurende niet meer dan 24 maanden indien deze noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
-
4. Aan de bijzondere bijstand als bedoeld in het vorige verbindt het college de verplichting dat belanghebbende actief een goedkopere woning zoekt en deze accepteert. In de beschikking worden concrete activiteiten over deze verhuisplicht opgenomen die in ieder geval van de belanghebbende worden verlangd.
-
5. Indien en zolang het college de verhuisplicht niet oplegt, is de bijzondere bijstand in principe niet aan de maximale termijn gebonden als bedoeld in het tweede lid.
-
6. Het college wijst de aanvraag om (verlenging van de) bijzondere bijstand af indien de belanghebbende zich niet of in onvoldoende mate heeft ingespannen om een goedkopere woning te verkrijgen en hem dit te verwijten valt.
-
7. Indien belanghebbende zich in voldoende mate heeft ingespannen zonder dat dit heeft geleid tot het verkrijgen van een andere woning, kan de woonkostentoeslag eenmaal met 12 maanden worden verlengd indien de noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
-
8. De hoogte van de bijzondere bijstand bestaat uit de woonkosten verminderd met:
- a.
de hypotheekrente, niet zijnde de aflossing of de premie van een spaarhypotheek;
- b.
de hypotheekrente als voorfinanciering van voor de subsidie volgens de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984;
- c.
de onroerende zaakbelasting voor zover het de aanslag betreft van het eigendom en daarvoor geen kwijtschelding is verleend;
- d.
de erfpachtcanon;
- e.
de waterschapslasten en dergelijke over het eigendom en niet-eigendom voor zover geen kwijtschelding is verleend;
- f.
de afvalstoffenheffing voor zover geen kwijtschelding is verleend;
- g.
de opstalverzekering;
- h.
het rioolrecht.
- a.
-
9. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de voorlopige teruggaaf van de Belastingdienst-Toeslagen waarover belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
Artikel 5.3 Verhuiskosten
-
1. Onder verhuiskosten in dit artikel worden aangemerkt:
- a.
de eerste (gebroken) maand huur en eventuele administratiekosten;
- b.
de waarborgsom;
- c.
de transportkosten.
- a.
-
2. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor verhuiskosten indien er geen sprake is van een voorliggende voorziening die als passend en toereikend kan worden aangemerkt.
-
3. Het college kan bijzondere bijstand verlenen als sprake is van uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Daarvoor stelt het college eerst de noodzaak van de verhuizing vast.
-
4. Er is sprake van een noodzakelijke verhuizing indien de belanghebbende aan wie de verhuisplicht is opgelegd, verhuist naar een woning met woonkosten lager dan de maximale huurgrens.
-
5. De hoogte van de bijzondere bijstand voor de eerste (gebroken) maand huur en administratiekosten en/of de waarborgsom wordt vastgesteld op basis van de feitelijke uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten.
-
6. De bijzondere bijstand voor de eerste maand huur en administratiekosten wordt om niet verstrekt en de bijzondere bijstand voor de waarborgsom wordt in de vorm van een lening verstrekt.
Artikel 5.4 (Noodzakelijke) duurzame gebruiksgoederen
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verstrekken voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen indien de kosten aangemerkt kunnen worden als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten.
-
2. Als duurzame gebruiksgoederen worden in ieder geval de volgende inrichtingskosten aangemerkt:
- a.
meubilair;
- b.
babyuitzet;
- c.
volledige woninginrichting.
- a.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de Nibud Prijzengids.
-
4. De hoogte van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten in het geval van een volledige woninginrichting bedraagt niet meer dan 50% van het normbedrag van de Nibud Prijzengids. De afschrijvingstermijn van het totale inboedelpakket is 10 jaar.
-
5. De bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in de vorm van een lening verstrekt, tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
-
6. In afwijking van het vorige lid kan het college de bijzondere bijstand om niet verlenen indien de belanghebbende, die is toegelaten tot het minnelijk schuldhulpverleningstraject of een wettelijk traject via de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, voldoet aan de voorwaarden van dat traject en het verstrekken van bijzondere bijstand in de vorm van een lening het slagen van het traject in gevaar brengt.
Artikel 5.5 Doorbetaling vaste lasten verblijf instelling
-
1. Het college kan aan een belanghebbende, zonder partner en/of medebewoners, die tijdelijk verblijft in een instelling vanwege medische of sociale omstandigheden bijzondere bijstand verlenen voor de doorbetaling van de vaste lasten indien het aanhouden van de woning noodzakelijk is.
-
2. Onder de vaste lasten als bedoeld in het eerste lid worden verstaan:
- a.
de huur;
- b.
de energiekosten (het vastrecht voor gas, water en elektra);
- c.
de inboedel en/of opstalverzekering.
- a.
-
3. De periode waarin het college bijzondere bijstand kan verlenen bedraagt maximaal 12 maanden.
Artikel 5.6 Jongmeerderjarigen
-
1. De jongmeerderjarige kan recht hebben op bijzondere bijstand indien de noodzakelijke kosten van het bestaan meer bedragen dan de voor hem geldende norm én voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op zijn ouders, omdat:
- a.
de middelen van de ouder(s) daartoe niet toereikend zijn; of
- b.
de jongmeerderjarige redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
- a.
-
2. De jongmeerderjarige kan zijn onderhoudsrecht in ieder geval redelijkerwijs niet te gelde maken indien hij:
- a.
ouderloos is of de ouders onbereikbaar in het buitenland wonen, dan wel anderszins onbereikbaar zijn;
- b.
buiten het gezinsverband van de ouder(s) is geplaatst in het kader van verlengde jeugdhulp op grond van de Jeugdwet of het Jeugdstrafrecht;
- c.
niet verantwoord weer opnieuw of nog langer bij de ouder(s) kan wonen.
- a.
-
3. De noodzakelijke kosten als bedoeld in het eerste lid hebben in ieder geval betrekking op:
- a.
zelfstandige huisvesting indien de jongmeerderjarige daar op is aangewezen;
- b.
kosten waarin niet door de instelling wordt voorzien waar de jongmeerderjarige is opgenomen dan wel verblijft.
- a.
-
4. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in het vorige lid onder a bedraagt niet meer dan het verschil tussen de toepasselijke jongerennorm en de norm voor een alleenstaande (ouder) als bedoeld in artikel 21 van de wet.
-
5. Het recht op bijzondere bijstand als bedoeld in dit artikel wordt in ieder geval beëindigd met ingang van de datum waarop de jongmeerderjarige de 21-jarige leeftijd bereikt.
-
6. Indien het college bijzondere bijstand verleent aan de jongmeerderjarige maakt het college, indien mogelijk, gebruik van de bevoegdheid tot verhaal als bedoeld in artikel 62 van de wet.
Hoofdstuk 6 Overige kostensoorten
§ 1 Kosten van medische aard
Artikel 6.1 Collectieve zorgverzekering
Inwoners van de gemeente Raalte met een inkomen tot 110% van de geldende bijstandsnorm en een vermogen dat lager is dan de geldende actuele vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet kunnen deelnemen aan een collectieve zorgverzekering.
Artikel 6.2 Maaltijdvoorziening
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de meerkosten van de maaltijdvoorziening indien vaststaat dat belanghebbende niet in staat is de maaltijden te bereiden.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de prijzen van Apetito minus de kosten van een maaltijd op basis van de Nibud Prijzengids.
-
3. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
§ 2 Eigen bijdragen
Artikel 6.3 Eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten
-
1. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand indien aan de belanghebbende een toevoeging is verleend door de Raad voor Rechtsbijstand.
-
2. De noodzakelijke kosten voor de eigen bijdrage rechtsbijstand worden vastgesteld op basis van de verschuldigde eigen bijdrage verminderd met de verlaging, als bedoeld in het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand, die belanghebbende redelijkerwijs had kunnen krijgen.
-
3. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor het verschuldigde griffierecht, mits de belanghebbende gebruik maakt van de mogelijke kortingsregelingen voor griffierechten.
-
4. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
Artikel 6.4 Eigen bijdragen overig
-
1. Het college verleent geen bijzondere bijstand voor de (wettelijke) eigen bijdragen.
-
2. Het college verleent geen bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage die de belanghebbende is verschuldigd op grond van de aanvullende (collectieve) zorgverzekering.
§ 3 Overige kostensoorten
Artikel 6.5 Reiskosten
-
1. In dit artikel wordt onder familielid verstaan: de echtgenoot en de eerste graad bloedverwanten van de aanvrager.
-
2. Onder reiskosten worden in ieder geval kosten verstaan in verband met het bezoek:
- a.
aan een in Nederland gevestigde medisch specialist, hieronder wordt niet verstaan een huisarts, tandarts of fysiotherapeut.
- b.
aan een familielid dat verblijft in een ziekenhuis;
- c.
aan een gedetineerd familielid in Nederland;
- d.
aan de Internationale Schakelklas door ten laste komende kinderen.
- a.
-
3. De reiskosten zoals bedoeld in het vorige lid komen enkel voor bijzondere bijstand in aanmerking in het geval de enkele reisafstand meer dan 15 kilometer bedraagt.
-
4. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor reiskosten indien er geen sprake is van een voorliggende voorziening en deze kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De reiskosten van minderjarige kinderen van de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid kunnen ook voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.
-
5. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in het tweede lid wordt gebaseerd op een bezoekfrequentie van:
- a.
1 keer per dag voor de reiskosten zoals bedoeld onder b;
- b.
1 keer per maand voor de reiskosten zoals bedoeld onder c.
- a.
-
6. De hoogte van de bijzondere bijstand voor de reiskosten zoals bedoeld in het tweede lid onder a, b en c bedraagt niet meer dan € 0,25 per kilometer. De hoogte van de reiskosten zoals bedoeld in het tweede lid onder d wordt berekend op basis van de goedkoopste manier van reizen met het openbaar vervoer.
-
7. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
Artikel 6.6 Uitvaartkosten
-
1. Het college kan aan de belanghebbende die als erfgenaam wordt aangemerkt bijzondere bijstand verlenen voor de uitvaartkosten indien en voor zover de nalatenschap geen of onvoldoende middelen bevat of nog niet bekend is of dat het geval is of zal zijn.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal het bedrag van de Nibud Prijzengids of een bedrag naar rato in het geval van meerdere erfgenamen.
-
3. Het college kan afwijken van de richtbedragen als bedoeld in het vorige lid.
-
4. Voor zover de nalatenschap geen of onvoldoende middelen bevat, wordt de bijzondere bijstand om niet verstrekt. Voor zover nog niet bekend is of de nalatenschap geen of onvoldoende middelen bevat, wordt de bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand verstrekt.
Artikel 6.7 Kosten bewindvoering
-
1. Onder bewindvoeringskosten als bedoeld in dit artikel worden verstaan:
a. curatele;
b. beschermingswind;
c. mentorschap,
op basis van een beschikking van de Kantonrechter.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt gebaseerd op de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
-
3. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
Artikel 6.8 Overbruggingskosten
-
1. Indien een belanghebbende de periode tot het tijdstip van uitbetaling van de eerste uitkering niet zelf kan overbruggen, kan een eenmalige betaling op grond van de wet plaatsvinden ten behoeve van levensonderhoud ter overbrugging naar de eerstvolgende (reguliere) betaling van de periodieke uitkering.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm waarop in mindering worden gebracht:
- a.
de nog aanwezige middelen; en
- b.
de eventueel reeds betaalde vaste lasten.
- a.
-
3. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
Hoofdstuk 7 Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 7.1 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. De Beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Raalte 2019 (geldend vanaf 25-02-2021) worden ingetrokken.
-
2. De Beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Raalte 2026 treden in werking op de dag na bekendmaking.
-
3. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Raalte 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van 22-9-2026
burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,
de secretaris,
Monique van Esterik
de burgemeester
Rob Zuidema
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl