Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767289
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767289/1
Beleidsregels proefperiode samenwonen met bijstand Gouda 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 06-10-2026
Intitulé
Beleidsregels proefperiode samenwonen met bijstand Gouda 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
Overwegende dat bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet Inkomensvoorziening oudere en of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) behoefte bestaat aan de mogelijkheid dat mensen in de bijstand 3 maanden samenwonen kunnen uitproberen zonder dat dit nadelige consequenties heeft voor hun bijstandsuitkering;
gelet op:
- •
titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
- •
artikel 3, lid 3 en 4 van de Participatiewet;
- •
artikel 3, lid 3 en 4 IOAW;
- •
artikel 3, lid 3 en 4 IOAZ;
- •
artikel 18, lid 1 Participatiewet
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Artikel 1 Begrippen
-
1. Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- a.
Bijstandsgerechtigde: de persoon met een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ;
- b.
Gezamenlijke huishouding: van een gezamenlijke huishouding is sprake als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of op een andere manier;
- c.
Hoofdverblijf: het feitelijke adres waar iemand verblijft. Dit kan dus afwijken van het adres waarop iemand is de ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
- d.
Proefperiode samenwonen: een periode van 3 maanden, waarin het college toestemming geeft om samen te wonen op proef, zoals bedoeld in deze regeling, waarbij sprake is van een gezamenlijk hoofdverblijf, zonder gevolgen voor de bijstandsuitkering;
- e.
Zorgdragen voor elkaar: er is sprake van zorgdragen voor elkaar als partners zorgen voor elkaar en bijdragen in de kosten van het huishouden of op een ander manier. Dit kan onder andere blijken door een financiële bijdrage voor de vaste lasten, de boodschappen en incidentele kosten of andere wederzijdse zorg.
- a.
Artikel 2 Proefperiode samenwonen
-
1. De proefperiode samenwonen is op aanvraag. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag aan één of twee bijstandsgerechtigden een proefperiode samenwonen toestaan of afwijzen.
-
2. De proefperiode samenwonen moet worden aangevraagd vóórdat het samenwonen begint.
Het is niet mogelijk om met terugwerkende kracht een beroep doen op de proefperiode samenwonen.
-
3. De proefperiode samenwonen begint niet eerder dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft gegeven.
-
4. De duur van de proefperiode samenwonen is 3 maanden.
Wanneer belanghebbenden na de proefperiode blijven samenwonen, kan het college de proefperiode samenwonen met 1 maand verlengen.
-
5. Tijdens de proefperiode samenwonen ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die werd ontvangen op het moment van de aanvraag van de proefperiode samenwonen, tenzij deze norm wijzigt door andere omstandigheden dan het samenwonen op proef.
Artikel 3 Voorwaarden voor toekenning proefperiode samenwonen
-
1. Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(t)(en) aan of ze op proef mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft.
-
2. Als één van de partners een bijstandsuitkering ontvangt in een andere gemeente, dan moet ook in de andere gemeente door beiden een aanvraag voor een proefperiode samenwonen worden gedaan.
-
3. Wanneer sprake is van twee bijstandsgerechtigden uit twee gemeenten, bestaat alleen recht op een proefperiode samenwonen als beide colleges een proefperiode samenwonen toestaan.
-
4. Als door de andere gemeente een kortere proefperiode wordt toegestaan, hanteert het college van de gemeente Gouda deze kortere periode.
-
5.
- a.
Beide partners houden tijdens de proefperiode samenwonen hun eigen woning aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP); en houden, indien van toepassing, hun woning beschikbaar voor eigen gebruik.
- b.
Beide partners moeten naast de toestemming van het college zelf zorgdragen voor schriftelijke toestemming van andere betrokken instanties en deze aan het college overleggen, voor zover van toepassing:
- •
De woningeigenaar/eigenaren (waaronder een woningcorporatie) als de belanghebbenden dit niet zelf zijn;
- •
Het college van een andere gemeente, omdat één van de partners bijstandsgerechtigd is in een andere gemeente.
- •
- a.
-
6. Als één van de partners tijdens de proefperiode samenwonen langer dan 28 dagen aaneengesloten niet zijn hoofdverblijf heeft op het adres van de proefperiode, eindigt het recht op de proefperiode samenwonen na de genoemde 28 dagen.
-
7. Als de beide belanghebbenden weer hun hoofdverblijf op het adres van de proefperiode hebben, dan kan het recht op de proefperiode samenwonen voor de resterende periode opnieuw ingaan, voor de duur die van de oorspronkelijk toegekende proefperiode samenwonen resteert.
Artikel 4 Uitsluitingsgronden
Geen proefperiode samenwonen wordt verleend als:
- 1.
Er al sprake is of is geweest van (een rechtsvermoeden van) een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet, IOAW of IOAZ en artikel 1 van deze beleidsregels; of
- 2.
De aanvragers met elkaar gehuwd zijn of gehuwd zijn geweest; of
- 3.
De aanvragers samenwonen of hebben samengewoond; of
- 4.
De aanvragers zich van beide kanten verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding volgens een geldend samenlevingscontract; of
- 5.
De aanvragers al voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap; of
- 6.
Tussen de aanvragers sprake is (of is geweest) van een commerciële huurovereenkomst (onderhuur of kostgangerschap); of
- 7.
Aanvragers bloedverwanten in de eerste en tweede graad van elkaar zijn; of
- 8.
Eén van de aanvragers in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de proefperiode samenwonen al gebruik heeft gemaakt van de proefperiode; of
- 9.
De bijstandsgerechtigde een tweede of volgende aanvraag doet voor een proefperiode samenwonen met dezelfde partner als met wie al eerder een proefperiode is toegestaan; of
- 10.
Uit de relatie van aanvragers samen een kind is geboren of erkenning is geweest van een kind van één door de ander.
Artikel 5 Toestemming intrekken bij niet meer voldoen aan de voorwaarden of vallen onder de uitsluitingsgronden
Het college kan op ieder moment de toestemming voor een proefperiode samenwonen intrekken, als blijkt dat de belanghebbenden niet (langer) voldoen aan de voorwaarden, ofwel onder één van de uitsluitingsgronden vallen.
Artikel 6 Onvoorziene situaties
In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze nadere regels worden genoemd ‘Beleidsregels proefperiode samenwonen met bijstand Gouda 2026’.
-
2. Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na publicatie op overheid.nl.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 28 september 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda,
de secretaris,
drs. C.W.W. van den Berg CMC
de burgemeester,
mr. drs. P. Verhoeve
Toelichting
Algemeen
Nog steeds behoefte aan proefperiode samenwonen
De (financiële) gevolgen en risico’s van gaan samenwonen zijn voor mensen met een bijstandsuitkering groter dan voor mensen met andere inkomsten. Het is voor mensen met een bijstandsuitkering namelijk niet toegestaan om zonder dit aan de gemeente te melden langdurig op een ander adres te verblijven dan het adres waarop men bij de gemeente ingeschreven staat. Dit is een zgn. schending van de inlichtingenplicht en kan leiden tot directe stopzetting of herziening van de uitkering en terugvordering van te veel ontvangen geld. Verder is het zo, dat wanneer een bijstandsgerechtigde gaat samenwonen de bijstandsuitkering direct wordt verlaagd of gestopt, afhankelijk van de situatie.
De behoefte aan de mogelijkheid om op proef samen te kunnen wonen is er nog steeds. De Participatiewet biedt de ruimte om hiervoor beleidsregels op te stellen.
Met het opnieuw invoeren van de proefperiode samenwonen probeert de gemeente de overstap makkelijker te maken.
De Algemene bijstandswet (Abw) bood tot de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004 de mogelijkheid van een zogenaamde ‘Kennismakingsperiode’. Als een bijstandsgerechtigde met een nieuwe partner ging samenwonen kon de bijstandsuitkering drie maanden ongewijzigd worden voortgezet. Deze situatie deed zich vaak voor bij alleenstaande ouders met minderjarige kinderen.
In de latere en huidige wetgeving is de mogelijkheid van een proefperiode samenwonen niet meer expliciet opgenomen.
IOAW of IOAZ
De situatie van inwoners met een IOAW- of IOAZ-uitkering is feitelijk gelijk aan de situatie van mensen met een Participatiewet-uitkering. De IOAW en IOAZ bieden formeel niet de mogelijkheid om de bijstand af te stemmen op de omstandigheden van de belanghebbenden. Omdat de verschillen tussen de wetten heel beperkt zijn, worden voor de proefperiode samenwonen IOAW en IOAZ-gerechtigden op dezelfde wijze behandeld als Participatiewet-gerechtigden.
Doel
Het doel van de proefperiode samenwonen is mensen met een bijstandsuitkering een korte periode de ruimte te geven om te verkennen hoe het is om samen te wonen, zonder dat dit in de eerste drie maanden gevolgen heeft voor de uitkering. Dat geeft hen de kans om hun eigen woonruimte aan te houden en bij beëindiging van de samenwoning binnen drie maanden terug te gaan naar de oude situatie. Op die manier wordt de overgang naar duurzaam samenwonen minder groot voor mensen met een uitkering. Secundair doel is het vrijkomen van een huurwoning te stimuleren.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Begrippen
In dit artikel worden de begrippen uitgelegd. Wanneer een begrip niet is uitgelegd, staat hierover in de Participatiewet, IOAW of IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht wat het betekent.
Artikel 2 Proefperiode samenwonen
Lid 1
Als een proefperiode samenwonen gewenst is, dan kan iemand een aanvraag doen.
Lid 2
Een proefperiode samenwonen moet vóór de start van het samenwonen worden aangevraagd. En kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.
Het college kan alleen vooraf vaststellen of aan de voorwaarden van een proefperiode samenwonen wordt voldaan. Als bijvoorbeeld blijkt dat de belanghebbende al bij een handhavingsonderzoek is betrokken over samenwoning, dan is het niet mogelijk om een proefperiode samenwonen toe te kennen. De belanghebbende had al eerder aan de inlichtingenplicht moeten voldoen en de samenwoning op tijd aan de gemeente moeten melden.
Lid 4
De duur van de proefperiode samenwonen is 3 maanden. Wanneer belanghebbenden na de proefperiode blijven samenwonen, kan het college de proefperiode samenwonen met 1 maand verlengen ter overbrugging mede in verband met de opzegtermijn van de woning die wordt achtergelaten.
Deze duur is vastgesteld in overleg met de Goudse woningcorporaties. De periode is beperkt omdat langdurige leegstand van woningen in de huidige woningmarkt niet wenselijk is. En de woningcorporaties vrezen vanuit hun ervaring ook voor oneigenlijk gebruik.
Lid 5
Tijdens de toegekende proefperiode samenwonen houdt de bijstandsgerechtigde de norm (Participatiewet) of grondslag (IOAW/IOAZ) die de bijstandsgerechtigde ontving vóór de datum van toekenning van de proefperiode samenwonen.
Alleen als deze norm/grondslag wijzigt door andere situaties dan het samenwonen, wordt de norm of grondslag aangepast. Dit kan dus ook gebeuren als er iemand komt (in)wonen in de tijdelijk leegstaande woning. Dan kunnen de woonkosten worden gedeeld en geldt de kostendelersnorm.
Artikel 3 Voorwaarden voor toekenning proefperiode samenwonen
Bij het opstellen van de beleidsregels proef samenwonen met bijstand is aansluiting gezocht bij de vroegere Kennismakingsperiode en de beleidsregels van gemeenten Tilburg en Waddinxveen. Gemeente Tilburg heeft voor de beleidsregels toestemming gekregen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gemeente Waddinxveen heeft ook met corporatie Woonpartners afspraken gemaakt over een proefperiode samenwonen.
Lid 1
Ook als de partner geen uitkering ontvangt, moet de proefperiode samenwonen door beide partners worden aangevraagd. Hierdoor weet de gemeente zeker dat beide partners instemmen met het samenwonen en dat het ook echt om samenwonen gaat.
Lid 3 en 4
Als twee bijstandsgerechtigden uit verschillende gemeenten gebruik willen maken van de proefperiode samenwonen, dan moeten beide partners toestemming krijgen van hun gemeente. Het aantonen hiervan ligt bij de aanvragers. Dan doet iedere bijstandsgerechtigde apart een aanvraag voor een proefperiode samenwonen bij de eigen gemeente waar zij/hij woont en de uitkering ontvangt en zij delen de toestemming van de andere gemeente met de gemeente Gouda.
Als de andere gemeente geen toestemming geeft, dan wordt een toegekende proefperiode samenwonen ook niet toegekend of alsnog ingetrokken door de gemeente Gouda.
Krijgt de andere bijstandsgerechtigde van de andere gemeente waar hij/zij woont een kortere proefperiode samenwonen, dan kent de gemeente Gouda ook deze kortere periode toe.
Lid 5
Beide belanghebbenden houden hun eigen woning aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP); en houden, indien van toepassing, hun woning beschikbaar voor eigen gebruik.
Het opzeggen van de eigen (huur-)woning is een indicatie dat onzekerheid over een toekomstige gezamenlijke huishouding ontbreekt. Dan is geen proefperiode nodig.
Voor dak- en thuislozen geldt dat zij geen woning kunnen aanhouden. Zij hebben wel een inschrijfadres (briefadres) bij de gemeente. Ze blijven daar ingeschreven staan, zodat de proefperiode samenwonen ook voor deze doelgroep mogelijk is.
Lid 6
Bij een proefperiode samenwonen wijzigt de uitkering niet, zodat de ene partner, die bij de andere partner in gaat wonen, de eigen woning kan aanhouden.
Als één van de partners (tijdelijk) de woning moet verlaten door opname in een inrichting of door detentie of langer verblijf in het buitenland, dan stopt de proefperiode samenwonen na 28 dagen. Dit sluit aan bij de maximale periode waarin mensen met behoud van uitkering naar het buitenland mogen.
Lid 7
Bij terugkeer van de partner kan de uitkeringsgerechtigde alsnog een verzoek doen om de resterende periode in aanmerking te komen voor de proefperiode samenwonen. In totaal blijft de periode 3 maanden.
Artikel 4 Uitsluitingsgronden
Met de uitsluitingsgronden sluit het college aan bij het onweerlegbaar rechtsvermoeden ten aanzien van het voeren van een gezamenlijke huishouding zoals dat is beschreven in artikel 3 lid 4 van de Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Lid 1 tot en met 6 en lid 7
De proefperiode samenwonen is bedoeld voor mensen met een bijstandsuitkering die willen ervaren hoe het is om echt samen te wonen in dezelfde woning. Mensen voor wie dit niet nieuw is - omdat ze eerder met elkaar hebben samengewoond of op één andere manier een woning delen of hebben gedeeld - worden uitgesloten van de proefperiode samenwonen.
Ook voor mensen die al voorbereidingen hebben getroffen om te gaan samenwonen of trouwen is de proefperiode samenwonen niet bedoeld. Evenals niet voor bloedverwanten in de eerste of tweede graad.
Lid 8
Een proefperiode samenwonen wordt één keer per vijf jaar toegestaan. Daarmee wordt voorkómen dat de proefperiode een ‘goedkope’ manier is om het (gezins-)inkomen te verhogen.
Lid 9 en 10
Als de bijstandsgerechtigde een langere periode afhankelijk is van een uitkering, dan is het toegestaan dat er na vijf jaar nog een keer een beroep gedaan wordt op een proefperiode samenwonen als dat gewenst is.
Hierop zijn wel 2 uitzondering van toepassing: er wordt niet nog een keer een proefperiode samenwonen verleend met dezelfde partner of als de partners samen een kind hebben.
Artikel 6 Onvoorziene situaties
In situaties waarin deze beleidsregels niet voorzien, besluit het college over de aanvraag voor de proefperiode samenwonen met bijstand.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl