TOESINGSKADER DUURZAME GEBIEDSONTWIKKELING BRUMMEN, GEMEENTE BRUMMEN

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 03-10-2026

Intitulé

TOESINGSKADER DUURZAME GEBIEDSONTWIKKELING BRUMMEN, GEMEENTE BRUMMEN

Kenmerk Z081619 / D456823

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN;

Heeft besloten:

  • 1.

    Het Toetsingskader duurzame Gebiedsontwikkeling Brummen (D455851) vast te stellen.

Toetsingskader duurzame gebiedsontwikkeling Brummen

Beleidsinstrument voor grip op ambities, ambitieniveau en resultaat

Dit is het toetsingskader voor duurzame gebiedsontwikkeling in gemeente Brummen. Met dit toetsingskader heeft de gemeente Brummen een lokaal instrument dat de voorgenomen duurzame gebiedsontwikkeling in Brummen richting geeft en toetst.

Duurzame gebiedsontwikkeling in Brummen

Gemeente Brummen is een groene gemeente die met dit toetsingskader stappen zet naar een duurzame, groene en leefbare omgeving met een lage belasting op de omgeving. Vorig jaar (dec. 2024) sloot de gemeente Brummen de deal Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 en zet daarmee in op het gebruik van biobased materialen uit de eigen regio. Het toetsingskader speelt in op het veranderende klimaat door keuzes in ontwerp, materiaal en infrastructuur. Met dit toetsingskader geeft de gemeente Brummen richting aan haar nieuwbouwopgave van circa 1.000 woningen tot en met 2030. Brummen wil bij die ontwikkeling én toekomstige gebiedsontwikkelingen duurzaamheid op een integrale manier meenemen in het realisatieproces. Zo versterkt zij het groene en leefbare karakter van de gemeente. Koppeling met beleidskader.

Dit toetsingskader is een uitwerking van de gemeentelijke ambities zoals ‘Beleidskader Duurzaam Ontwikkelen’ (mei 2024). In het beleid zijn een vijftal thema’s opgenomen die integraal of als selectie onderdeel kunnen zijn van een gebiedsontwikkeling. Voor een gebied kunt u voor iedere thema één of meerdere ambities kiezen met een eigen ambitieniveau (moeten, kunnen en willen).

Thema A Energie en Binnenklimaat

Thema B Klimaatadaptatie

Thema C Groen en Biodiversiteit

Thema D Circulariteit Thema E

Mobiliteit

Moeten

Het laagste ambitieniveau. Alle opgenomen eisen in het toetsingskader op dit niveau zijn wettelijk vastgelegd of worden wettelijk vereist. Dit gaat om een verplichte basis waaraan een duurzame gebiedsontwikkeling moet voldoen.

Voor dit ambitieniveau geldt ook het gemeentelijke beleid.

Kunnen

Het middelste ambitieniveau. Dit niveau bepaalt wat er boven de wettelijke basis in de markt goed haalbaar is. Dit zijn ambitieniveaus die de gemeente Brummen als belangrijk ziet en graag als onderdeel zou willen van een gebiedsontwikkeling.

Willen

Het hoogste ambitieniveau. Dit zijn ambities met een hoog ambitieniveau dat een nog grotere bijdrage levert aan een duurzame gebiedsontwikkeling.

Doel toetsingskader

Dit toetsingskader is bedoeld als instrument dat de gemeente inzet bij aanbestedingsprocedures voor duurzame gebiedsontwikkeling in de gemeente. Met dit toetsingskader kan de gemeente per nieuwbouwontwikkeling nadruk leggen op Thema’s en ambities en aangeschreven partijen belonen voor het behalen van specifieke duurzaamheidseisen.

Tips voor dit toetsingskader

Voor sommige ambities is (nog) geen vastgestelde methodiek beschikbaar. Voor deze ambities staat in de methode omschreven hoe bepaald wordt om te voldoen aan de ambitie voor de verschillende ambitieniveaus.

Voor de milieuprestatie-eisen voor nieuwe woningen en kantoren zijn wijzigingen aangekondigd, die waarschijnlijk vanaf 1 januari 2026 zullen gelden. Het toetsingskader moet dan weer worden aangescherpt.

Dit toetsingskader is een breed instrument met veel verschillende ambities. Het kan voorkomen dat bepaalde eisen en ambities een tegenwerkend effect hebben op elkaar. Een voorbeeld is de ambitie

BENG3). Dat kan middels het plaatsen van zonnepanelen. Dat werkt

stimulerend voor het behalen van ambitie A.2, maar heeft een tegenwerkend effect op het behalen van de ambitie Ontwerp en bouw met materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting et behalen van een lage MPG-score. Bij aanbestedingsprocedures moet er aandacht zijn voor de conflicterende ambities.

De gemeente evalueert dit toetsingskader jaarlijks voor actualisatie en herziening waar dat nodig is. Zo blijft dit document actueel en voldoet het aan wetgeving en het gemeentelijke beleid.

Per project kunnen ook aanvullende ambities op het gebied van duurzaamheid, die geen onderdeel zijn van dit toetsingskader, worden meegenomen in aanbestedingsprocedures.

Colofon

Dit toetsingskader is opgesteld door DWA in opdracht van de Gemeente Brummen. Woningcorporatie Veluwonen en drie lokaal actieve onwikkelpartijen hebben meegedacht in de vorming van het instrument. Ook dank aan Building Balance voor inspiratie voor dit toetsingskader.

Opdrachtgever

Gemeente Brummen

Engelenburgerlaan 31

6971 BV BRUMMEN

Uitgevoerd door

DWA B.V.

Harderwijkerweg 7

2803 PW GOUDA

088-163 533

Opstellers toetsingskader

Michiel Berntsen

Rik Altena

Laila Fiedler

Projectnummer: 22096

Kenmerk: 22096-1244127

Datum 25 juni 2025

Versie 1.0

Handleiding bij dit toetsingskader

Handleiding bij dit toetsingskader

Dit toetsingskader geeft de gemeente Brummen het gereedschap om te sturen op haar ambities voor nieuwbouwontwikkelingen. Door specifiek te toetsen op één of meerdere ambities met ambitieniveaus en dat niveau in een puntentelling te waarderen, kan de gemeente gunnen op kwaliteit en meerwaarde. Die ambities kunnen verschillend zijn per ontwikkeling. Zo kan er in het ene project meer aandacht zijn voor biobased bouwen en circulariteit, in het andere juist een combinatie van groen en biodiversiteit. De gemeente bepaalt dus per project de gewenste meerwaarde. Die meerwaarde is bovenwettelijk, daardoor kan de gemeente de inschrijver daartoe niet verplichten. Wel kan de gemeente dat met een puntentelling en weging op kwaliteit of fictieve opslag op de grondprijs verwerken.

Hoe ziet zo’n proces eruit?

  • 1.

    Het college kiest één ambitie of een selectie van meerdere ambities.

  • 2.

    Het college kiest per ambitie een ambitieniveau van willen of kunnen (moeten is verplicht).

  • 3.

    Geef dat ambitieniveau een puntenweging (voorstel voor punten is opgenomen in de tabellen).

  • 4.

    Tel de punten op (totaal van X punten)= 100%.

  • 5.

    Kies voor gunningscriterium:

  • a.

    Op ‘beste prijs & kwaliteitsverhouding’ (BPKV) met (fictief) 60% kwaliteit is 100% van de punten.

  • b.

    (EMV)’economisch meest voordelige inschrijving’ met fictieve opslag op de geboden grondprijs 100% van de punten is 100% van de fictieve opslag).

  • c.

    vaste prijs met gunning op kwaliteit

  • 6.

    Gun het project op basis van de prijs en gunningscriteria.

Voorbeeld ‘Waterwijk

  • 1.

    De gemeente ontwikkeld project ‘Waterwijk’ en kiest de ambities (B.2, B.4, C.1, C.2, D.2, E.1)

  • 2.

    Kiest de niveaus aan de geselecteerde ambities (tabel 1, 3e kolom).

  • 3.

    De gemeente geeft een punten weging (tabel 1, 4e kolom).

  • 4.

    Komt tot een totaal van 23/23 is 100 %score.

  • 5.

    De gemeente kiest voor een afweging op ‘beste prijs & kwaliteit verhouding’(BPKV) en geeft in de aanbesteding een formule voor de prijspuntentelling en de kwaliteitspuntentelling en de optelling daarvan op basis van een verhouding (bijvoorbeeld 40%, 60%).

  • 6.

    De gemeente beoordeelt de inschrijvingen en gunt op basis van de gunningscriteria.

Een inschrijvende partij ontvangt geen punten als een gestelde ambitie niet is gehaald. Voorbeeld: de gemeente zet in op willen voor de ambitie A.1 dat 3 punten oplevert. Voldoet de partij niet aan willen, maar wel aan gestelde eisen van een niveau lager (moeten of kunnen), dan ontvangt de partij deze punten wel in de aanbestedingsprocedure (in dit voorbeeld 0,5 of 1 punt).

Verbonden thema’s

Duurzame gebiedsontwikkeling in Brummen gaat over het verbinden en integreren van vijf duurzaamheidsthema’s met elkaar. Dit toetsingskader legt de verbinding tussen ambities van verschillende de ontwikkelende partijen die daar extra aandacht aan te geven. Daarmee borgt de gemeente een mate van integrale duurzaamheid in haar nieuwbouwontwikkelingen.

Tabel 1 Ambitie, ambitieniveau

Ambitie

Ambitieniveau

Punten

B.2

Voorkom wateroverlast op de kavel door maatregelen vasthouden/infiltreren, bergen, afvoeren

Willen

6

B.4

Vergroot het aandeel groen op de kavel (en in de wijk)

Willen

6

C.1

Sluit groene en blauwe ruimtes op elkaar aan

Kunnen

2

C.2

Behoud bestaand groen van hoge ecologische waarde

-

D.3

Bouw met biobased materialen

Kunnen

4

E.1

Maak parkeren gemakkelijk

Kunnen

4

Totaal

23 punten

Integraliteitsbonus

Combineren B.4 en C.1

+2

Combineren E.1 en B.4

+1

Totaal

26 punten

Woord aan bouwers en bewoners

Dit toetsingskader voor circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en mobiliteit is van belang voor inwoners van de Gemeente Brummen. Door te investeren in een circulaire economie verminderen we afval en bevorderen we hergebruik, dat leidt tot een duurzamere toekomst. Met het beschermen en bevorderen van biodiversiteit zorgt de Gemeente zo voor een gezonde leefomgeving, waar flora en fauna kunnen floreren en inwoners kunnen genieten van groene ruimtes.

Klimaatadaptatie is nodig om onze gemeenschap weerbaar te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden. Dit beschermt niet alleen onze infrastructuur, maar ook de veiligheid en het welzijn van onze inwoners. Ten slotte, door te investeren in duurzame mobiliteit, verbeteren we de bereikbaarheid en verminderen we de uitstoot van schadelijke stiffen, wat bijdraagt aan een schonere lucht en een betere gezondheid voor bewoners en bezoekers in de Gemeente.

Toetsingskader

Thema A: Energie en Binnenklimaat

Woningen en gebouwen zijn een grote energiegebruiker, maar kunnen ook een energieproducent zijn. Verklein het transmissieverlies en probeer je zelf opgewekte energie zoveel mogelijk op de eigen kavel of eigen gebied te gebruiken of op te slaan. Dat verlaagt energiegebruik en vermindert netcongestie. Normen voor het energieverbruik staan in het Besluit bouwwerken en leefomgeving (BBL). Goede isolatie en weinig koelvraag door voorkomen van oververhitting in de zomer hebben een sterke relatie met het binnenklimaat. Comfort, binnenklimaat en energiegebruik zijn dus goed te beïnvloeden via ontwerpkeuzes zoals goede isolatiewaarden, thermische massa, de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, goede kierdichting, voorkomen van koudebruggen en zonwering. Gemeente Brummen heeft met meerdere Natura2000 gebieden te maken waarvoor stikstofgrenzen gelden. Voor de ambitie A.4 is de invloed van ontwikkelaars en bouwers beperkt. In dat geval heeft de gemeente de keuze om dit wel of niet mee te nemen in de aanbestedingsprocedure.

A

Onderdeel

Ambitie en omschrijving

Methode

Moeten

Pt.

A.1

Energieverbruik

Verlaag de energiebehoefte van het (woon)gebouw. Gebruik de maximale gebouwgebonden energiebehoefte voor verwarming en koeling, de EP1-/BENG1-eis uit het Besluit bouwwerken en leefomgeving (BBL). Dit is één van de drie indicatoren van de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen)-eis. BENG1 richt zich specifiek op de energiebehoefte voor verwarmen en koelen van een gebouw, uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m².jr). De ambitieniveaus komen uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.

NTA8800

Grondgebonden: ≤ 55 kWh/m2

Gestapeld: ≤ 65 kWh/m2

0,5

A.2

Vergroot het aandeel zelf opgewekte hernieuwbare energie. Gebruik het aandeel

(%), de (EP3/BENG3 uit het BBL). Dit is één van de drie indicatoren van de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). BENG3 is berekend door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totale gebouwgebonden energiegebruik. De ambitieniveaus komen uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen

NTA8800

Grondgebonden: ≥ 50 %

Gestapeld: ≥ 40 %

A.3

Voorkom oververhitting in de zomer. Door oververhitting neemt het binnencomfort af. Gevolg is dat

energiegebruik. Voorkom dat met de juiste (bouwkundige) maatregelen. De TO-juli is een indicator voor het risico op oververhitting en is onderdeel van de BENG-eisen en staat in het BBL. De TO-juli waarde is berekend op basis van de koelbehoefte in de maand juli en geeft een dimensieloos getal. Hoe hoger de waarde, hoe groter het risico op oververhitting. Oververhitting in de zomer voorkomen kan door zonwering en overstek, zomernachtventilatie of aanpassing van het glastype, oriëntatie en oppervlak.

NTA8800

1,2 voor nieuwbouw

0,5

A.4

Vergroot het gebruik van hernieuwbare energie voor de meter. Dat voorkomt netcongestie en de noodzaak voor buffering buiten de woning of wijk.

Gemotiveerd en berekend % van de duurzaam opgewekte energie op dagbasis over een jaar dat minimaal voor de meter blijft (zonder salderen).

Geen wettelijke eis

0

A

Onderdeel

Kunnen

Pt.

Willen

Pt.

A.1

Energiegebruik

Grondgebonden: ≤ 52,5 kWh/m2

Gestapeld: ≤ 60 kWh

1

Grondgebonden: ≤ 50 kWh/m2

Gestapeld: ≤ 55 kWh/m2

3

A.2

Grondgebonden: ≥ 100

Gestapeld: ≥ 60

2

Grondgebonden: ≥ Nul-op-de-Meter (NOM)

Gestapeld: ≥ 100

A.3

‹ 1

2

‹ 0,8

4

› 40%

3

› 60%

5

Thema B: Klimaatadaptatie

Effectief mitigeren van klimaatverandering kan met een klimaatrobuust en adaptief ingerichte gebouwde omgeving. Klimaatadaptatie verrijkt tegelijk de leefomgeving voor mens en natuur. Een klimaatrobuust en groene omgeving gaat over meerdere onderwerpen en kun je verbinden met beter waterbeheer: drinkwater besparen, grijs- en regenwater benutten en hemelwateroverlast en overstromingen voorkomen door vasthouden, infiltreren, bergen en afvoeren. De maatregelen zijn nauw verbonden met het voorkomen van droogte en het bevorderen van robuuste en gezonde bodemstructuren. Daarnaast voorkomt het hittestress en draagt het bij aan een efficiënt ruimtegebruik met groene en blauwe structuren in de wijk. Op nationaal niveau biedt het Deltaprogramma en het Deltaplan ruimtelijke adaptatie grove richtlijnen voor klimaatadaptatie. Voor de nieuwe versie van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016, die in 2026 wordt verwacht (NAS'26), werken de verschillende ministeries de klimaatadaptatiepaden uit. De aanpassing van de ruimtelijke inrichting aan wateroverlast en hitte, vergroening en passieve koeling, water bergen en afvoeren zijn in de voorbereiding al opgenomen.

B

Onderdeel

Ambitie en omschrijving

Methode

Moeten

Pt.

B.1

Drinkwaterverbruik

Voorkom drinkwaterschaarste (Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving). Gebruik daarom drinkwater voor sanitaire toepassingen zuinig en efficiënt. Stuur op besparende installaties (zoals druktoepassing) en grijswatersystemen. Landelijk wordt gewerkt aan een nationaal plan voor drinkwaterbesparing. Nationaal doel is een verbruik van 100 L/p/d tot en met 2035 (Watergebruik).

Bereken drinkwaterverbruik in BREEAM WAT 01 rekentool

Geen wettelijke eis

0

B.2

Waterbuffering hemelwater op perceel

Voorkom wateroverlast op de kavel door maatregelen om hemelwater her te gebruiken, vast te houden, te infiltreren, te bergen en als laatste voorkeur de woning aan te passen. (Maatlat). Pieken in extreme regenval nemen toe. Houd hemelwater langer vast met een groen/blauw dak, regenton, infiltratiekratten en niet-verharde bestrating en vertraag zo de afvoer. Dat kan door berging op het dak, ondergronds of in de tuin. Houd de kavel toegankelijk voor rolstoel, rollator en kinderwagen. Dit sluit aan bij acties 1.3, 2.1, 2.3 en 4.4 uit het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027 gemeente Brummen.

Bereken de mm neerslag die het perceel kan Bergen, hulpmiddel: STOWA

Wettelijke eis

Streefwaarde: ‹ 60 mm = waterlabel A

1

B.3

Wateroverlast in gebouw door hevige buien en overstroming

Voorkom wateroverlast in het (woon)gebouw bij bijzonder zware regenval en overstroming. Door een voldoende hoogteverschil tussen straat en vloerpeil wordt het woongebouw beschermd tegen hemelwateroverlast en overstromingen.

Hoogteverschil (op tekening) tussen straat en vloer

Vloerpeil volgens bouwrijp bestek = 150 mm ten opzichte van maaiveld

0,5

B.4

Hittestress en wateroverlast voorkomen door groene en blauwe structuren

Vergroot het aandeel groen op de kavel (en in de wijk). Vergroot het aandeel nietverharde bestrating door groene en blauwe oplossingen. Dat maakt een kavel

waterbestendig, groen en hittebestendig en aantrekkelijk. Het verhoogt fysieke en mentale gezondheid van bewoners en biodiversiteit. Gemeente Brummen streeft naar 75 m2 groen per woning. Dit sluit aan bij acties 1.3, 4.2 en 4.4. in het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027.

Om de ecologische kwaliteit van deze ambitie te waarborgen zijn er extra punten opgesteld als het groen biodivers (C.3) en/of aaneengesloten (C.1) is. Dit sluit aan bij het groenbeleid van de gemeente Brummen, zie thema C hieronder.

Het behalen van deze ambitie geeft extra kwaliteit aan ambitie E.1.

Aandeel % groene en blauwe oppervlak van totale buitenoppervlak gebouw (gevels, daken) en kavel (boomkroon kan op grond geprojecteerd worden, halfverharding met 0,5 bemeten), beoordeel

tekeningen/GIS-analyse

Geen wettelijke eis

0

B.5

Voorkom directe opwarming van private of openbare buitenruimte. Door vergroening wil je voorkomen dat er hittestress voor voorbijgangers en bewoners van de kavel ontstaat. Zorg ervoor dat er op de hoogste zonnestand op 21 juni verblijfsplekken en loopwegen een comfortabel microklimaat door schaduw is.

Het behalen van deze ambitie geeft extra kwaliteit aan het behalen van ambitie E.2.

GIS-modellen, aandeel schaduwruimte aan buitenruimte in % bij hoogste zonnestand op 21 juni

Geen wettelijke eis

0

B

Onderdeel

Kunnen

Pt.

Willen

Pt.

B.1

Drinkwaterverbruik

20% reductie ten opzichte van het referentieniveau in het BREEAM WAT 01 rekentool

2

30% reductie ten opzichte van het referentieniveau in het BREEAM WAT 01 rekentool

4

B.2

Waterbuffering hemelwater op perceel

‹ 80 mm = waterlabel A+

3

‹ 110 mm = waterlabel A++

6

B.3

Wateroverlast in gebouw door hevige buien en overstroming

Vloerpeil volgens bouwrijp bestek = 200 mm ten opzichte van maaiveld

3

Vloerpeil volgens bouwrijp bestek = 250 mm ten opzichte van maaiveld

5

B.4

Hittestress en wateroverlast voorkomen door groene en blauwe structuren

40-60%

Integraliteitsbonus:

Behalen Kunnen/Willen C1

Behalen Kunnen/Willen C3

3

+0,5/1

+1/1,5

› 60%

Integraliteitsbonus:

Behalen Kunnen/Willen C1

Behalen/Kunnen/Willen C3

6

+1/1,5

+1,5/2

B.5

30-40%

2

› 40 %

4

Hoe werkt de integraliteitsbonus? Het combineren van bepaalde ambities over de verschillende duurzaamheidsthema’s heen kan een aangeschreven partij bonuspunten opleveren in de aanbestedingsprocedure. Bijvoorbeeld: het combineren van ambitie B.4 met de ambitie C.1 of C.3 levert de aangeschreven partij een bonus op van 0,5 tot 2 punten afhankelijk van het bijhorende ambitieniveau (kunnen of willen).

Thema C: Groen en Biodiversiteit

Groen in de omgeving en contact met de natuur vergroot de beleving en vitaliteit van mens en dier. Groen en natuur zorgt voor minder stress en het moedigt ontmoetingen tussen mensen aan. Biodiversiteit, de soortenrijkdom van organismen, dieren en planten staat onder druk in Nederland. Daarom is vergroten van de biodiversiteit in nieuwe gebiedsontwikkelingen wenselijk. Beleid voor natuur en biodiversiteit wordt op meerdere bestuurlijke niveaus gemaakt. Door de gemeente Brummen werd/wordt onder andere het volgend beleid opgesteld: Het Programma Groen/Groenbeleidsplan Gemeente Brummen 2023-2033 (2023, verkrijgbaar bij gemeente), het Biodiversiteitsplan (wordt opgesteld), de biomorfologische kaart, het Soortenmanagementplan (SMP, wordt opgesteld), en het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie (2023, verkrijgbaar bij gemeente). Daarnaast heeft de gemeente Brummen de regiodeal Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 ondertekend en stimuleert het aanhouden van de soortenlijst Aan de slag met biodiversiteit (Stichting Steenbreek, IPC Groene Ruimte, Stadswerk, 2023) en de gids Natuurinclusief ontwikkelen (Synchroon, 2023). Er is ook checklist voor natuurinclusief ontwerpen (hoofdstuk 3) die geraadpleegd kan worden in de ontwerpfase.

C

Onderdeel

Ambitie en omschrijving

Methode

Moeten

Pt.

C.1

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: flora

Sluit groene en blauwe ruimtes op elkaar aan. Dat vergroot de ecologische waarde en bevordert de 5 V’s: voedsel, variatie, voortplanting, verbinding en veiligheid. Aaneengesloten groen zorgt voor ecologische corridors waardoor dieren zich vrij bewegen en migreren tussen verschillende habitats. Aaneengesloten groen is een meekoppelkans voor klimaatadaptatie en (mentale) gezondheid. Het behalen van deze ambitie geeft extra kwaliteit aan het behalen van ambitie B.4.

Aandeel aaneengesloten groene en blauwe oppervlakten aan alle groene en blauwe oppervlakten in %

Beoordeling door ecoloog

Geen wettelijke eis

0

C.2

Behoud bestaand groen van hoge ecologische waarde. Behoud van bestaand, volgroeid groen van hoge kwaliteit heeft de voorkeur. Gemeentelijk beleid zoals het Programma Groen streeft naar het behoud van groen van hoge ecologische waarde in ontwikkelingen in Brummen. Volgens de Europese natuurherstelwet moet er in stedelijke gebieden geen nettoverlies zijn aan groene ruimte en boomkroonbedekking, tenzij deze ecosystemen al meer dan 45% van de groene ruimte in beslag nemen. Het bestaand groen biedt een kans om door verbindingen daartussen het aandeel aan aaneengesloten groen (C.1) te verhogen.

Aandeel aan (kroon)oppervlakte van bestaand groen van hoge ecologische kwaliteit dat in het ontwerpgebied wordt behouden ten opzichte van de huidige staat

De Bomen en heesters van de soortenlijst in Aan de slag met biodiversiteit tellen mee als

groen van hoge kwaliteit

Europese Natuurherstelwet

0,5

C.3

Vergroot de diversiteit van planten. Een grote soortenrijkdom zorgt voor hogere klimaatrobuustheid en biodiversiteit. Ook verkleint het de kans op plagen. Groene ruimtes krijgen dan een grotere ecologische waarde (onderdeel van de 5 V’s: voedsel, variatie, voortplanting, verbinding en veiligheid).

Kijk hier naar de bandbreedte aan planten: naar bomen, struiken en kruiden.

Kies waar mogelijk inheems, streekeigen en biologisch gekweekte planten.

Europees inheems kan ook. De ambitie sluit aan bij actie 5.1 in het

Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie gemeente Brummen. Het behalen van deze ambitie geeft extra kwaliteit aan het behalen van ambitie B.4.

Aandeel verschillende plantensoorten

(voorbeeld: beplanting met 4 planten vanuit 2 soorten = 50%; beplanting met 4 planten van 3 verschillende soorten = 75%)

Beoordeling aan de hand van de soortenlijst in Aan de slag met Biodiversiteit volgens het

Programma Groen, raadpleeg de biomorfologische kaart Brummen

Geen wettelijke eis

0

C.4

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: fauna

Pas maatregelen voor doelsoorten toe. Zorg ervoor dat in het ontwerp aandacht wordt besteed aan doelsoorten. Pas maatregelen voor deze doelsoorten toe. Volg hier het advies van een kundig ecoloog en doorloop hiermee het Stappenplan en de Checklist van hoofdstuk 3 en vink hierbij de checklist van de doelsoorten af uit hoofdstuk 8 van de Gids Natuurinclusief Ontwikkelen. Let op de grotere duurzaamheid van inbouwvoorzieningen ten opzichte van opbouwvoorzieningen.

Aantal soorten uit gids Natuurinclusief

Ontwikkelen

Beoordeling door een ecoloog aan de hand van de Gids Natuurinclusief Ontwikkelen, raadpleeg de biomorfologische kaart en het SMP van de gemeente Brummen

Voldoe aan de zorgplicht en bescherming regimes van de wettelijke natuurbescherming onder de Omgevingswet

0,5

C.5

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: wisselwerkingen in ecosysteem

Toepassen maatregelen ten behoeve van de omgeving. De toegepaste maatregelen hebben invloed op het ecosysteem en de omgeving, zoals op het water, de bodem en groene daken. Neem dit in het ontwerp mee en pas maatregelen toe volgens advies van een kundig ecoloog ten behoeve van de onderwerpen uit Gids Natuurinclusief Ontwikkelen:

- Water (Hoofdstuk 9)

- Bodem (Hoofdstuk 10)

- Groene daken en omgeving (Hoofdstuk 11)

Aantal maatregelen die ten behoeve van de onderwerpen water, bodem, groene daken en omgeving worden toegepast

Beoordeling door een ecoloog aan de hand van de Gids Natuurinclusief Ontwikkelen (Synchroon, 2023)

Voldoe aan de zorgplicht en bescherming regimes van wettelijke natuurbescherming onder de Omgevingswet

0,5

C

Onderdeel

Kunnen

Pt.

Willen

Pt.

C.1

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: flora

› 60%

3

› 80%

5

C.2

› 75%

2

› 90%

4

C.3

› 10% waarvan ten minste 75% Nederlands inheems en streekeigen, de rest Europees inheems

3

› 20% waarvan ten minste 75% Nederlands inheems en streekeigen, de rest Europees inheems, de planten zijn biologisch gekweekt

6

C.4

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: fauna

Minimaal 3 soorten uit gids

3

Minimaal 5 soorten uit gids

5

C.5

Ecologische kwaliteit en biodiversiteit: wisselwerkingen in ecosysteem

Pas maatregelen ten behoeve van één van de onderwerpen toe

3

Pas maatregelen ten behoeve van twee van de onderwerpen toe

5

Thema D: Circulariteit

De bouw is een grote gebruiker van schaarse grondstoffen. Daarom geeft circulair bouwen invulling aan een circulaire economie (RVO, 2018) met als nationaal doel een 100% circulaire economie in 2050. Door circulair gebruik van grondstoffen en toepassing van biobased materialen voorkomt Brummen uitputting van bestaande voorraden van schaarse grondstoffen in haar projecten. Biobased bouwen krijgt een nadrukkelijke rol in de regio Stedendriehoek en daarmee ook Brummen. Circulariteit is denken in de cyclus van producten en materialen en schept ruimte om dingen anders en beter te doen. Waarde toevoegen door behoud van wat nog goed is, herstel van wat nog lang mee kan en hergebruik van wat beschikbaar is. Het is ook ontwerpen van nieuwe componenten met perspectief op hergebruik en losmaakbaarheid van losse componenten en materialen.

D

Onderdeel

Ambitie en omschrijving

Methode

Moeten

Pt.

D.1

MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)

Ontwerp en bouw met materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting. (Bouw)materialen en installaties hebben een milieubelasting in de vorm van uitputting grondstoffen, vergroting klimaatverandering, aantasting ozonlaag, verzuring, vermesting en toxiciteit voor mens en milieu. De milieubelasting wordt uitgedrukt in schaduwkosten. Dit zijn kosten die fictief moeten worden gemaakt om schade aan milieu, door materiaalgebruik, ongedaan te maken. De MPG wordt berekend op basis van een levenscyclusanalyse (LCA) die de milieueffecten van alle gebruikte materialen gedurende hun hele levensduur berekent. De uitkomst is uitgedrukt in euro’s per

vierkante meter bruto vloeroppervlak per jaar (€ per m² bvo per jaar). Circulair, biobased bouwen met een hoge losmaakbaarheid zijn strategieën om de milieuimpact te verlagen. Eisen conform Convenant Toekomstbestendig Bouwen

De MPG geeft een brede milieuscore (niet alleen CO²), gebaseerd op 11

milieueffecten zoals klimaatverandering, verzuring en grondstoffengebruik. Whole life carbon/Global Warming Potential (GWP) is nuttig als aanvullende indicator om CO²-focus te versterken, vooral bij duurzame ambities of Europese subsidies/financiering. We gebruiken de MPG als primaire (wettelijke) basis gebruiken en de WLC/GWP kan optioneel worden meegenomen in projecten met hoge duurzaamheidsambitie (kunnen, willen).

Vigerende Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken, inclusief actuele versie Nationale Milieudatabase

‘Demarcatie milieuprestatie in bouwregelgeving’ Nieman

Richtsnoer ‘Specifieke gebouwlevensduur’WE

Wettelijke eis: 0,80 voor nieuwbouw (woonfunctie)

Streefwaarde: 0,70

0,5

1

D.2

Herkomst materialen

Bouw met hergebruikte en/of gerecyclede materialen met een verantwoorde herkomst. De ambitie is uitgedrukt in een massapercentage: de som van het percentage hergebruikte en gerecyclede materialen. De herkomst van materialen wordt inzichtelijk gemaakt in een levenscyclusanalyse (LCA).

Benchmark Building Circularity Index (December. 2024) en Convenant Toekomstbestendig Bouwen

Geen wettelijke eis

Streefwaarden: Grondgebonden: ≥8% Gestapeld: ≥9%

1

D.3

Biobased bouwen

Bouw met biobased materialen. Gemeente Brummen zet de komende jaren in op biobased bouwen met de deal Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 en volgt daarmee de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het gaat om het bouwen met bouwmaterialen gemaakt van dierlijk materiaal (bijvoorbeeld schapenwol, schelpen), hout, schimmels, planten, bacteriën die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden. Deze materialen zijn afkomstig van een regeneratieve teelt en groeien na oogst binnen 100 jaar terug en kunnen later herbruikbaar zijn als grondstof in een nieuw bouwmateriaal of terug naar de natuur. De ambitie is uitgedrukt in een massapercentage van biobased materialen van het totaal aan gebruikte materialen.

Benchmark Building Circularity Index (December 2024) en Convenant Toekomstbestendig Bouwen

Geen wettelijke eis, Gemeente heft het convenant ondertekend

Streefwaarden: Grondgebonden: ≥16% Gestapeld: ≥13%

1

D.4

Losmaakbaar-heid

Ontwerp en bouw met een zo hoog mogelijke losmaakbaarheid door voor eenvoudig demontabele constructies te kiezen. Constructies met een hoge losmaakbaarheidsindex (percentage) zijn eenvoudig onderhoudbaar, herbruikbaar en recyclebaar en dragen zo bij aan de duurzaamheid van een gebouw door de levensduur van materialen te verlengen en afval te verminderen. Het maakt het ook mogelijk om gebouwen aan te passen aan veranderende behoeften zonder grote hoeveelheden nieuwe materialen te gebruiken.

Circular Buildings – meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0 en Convenant Toekomstbestendig Bouwen

Geen wettelijke eis

Streefwaarden: Grondgebonden:≥ 30%

Gestapeld: ≥ 25%

1

D

Onderdeel

Kunnen

Pt.

Willen

Pt.

D.1

MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)

Grondgebonden: ≤ 0,45

Gestapeld: ≤ 0,50

3

Grondgebonden: ≤ 0,40

Gestapeld: ≤ 0,45

6

D.2

Herkomst materialen

Grondgebonden en gestapeld: ≥ 15

2

Grondgebonden en gestapeld: ≥ 20%

4

D.3

Biobased bouwen

Grondgebonden: ≥ 30%

Gestapeld: ≥ 25%

4

Grondgebonden: ≥ 35%

Gestapeld: ≥ 30%

6

D.4

Losmaakbaarheid

Grondgebonden:≥ 75%

Gestapeld: ≥ 70%

2

Grondgebonden: ≥ 90%

Gestapeld: ≥ 85%

6

Thema E: Mobiliteit

Een transitie naar duurzame mobiliteit verbetert het leefmilieu en vermindert de impact op het klimaat. Duurzame mobiliteit kan door mobility-as-a-service, mobiliteitshubs, elektrisch vervoer of infrastructuur voor meer fietsen en lopen. Het Programma Mobiliteit van de gemeente Brummen is toonaangevend voor de ontwikkelingen in het kader van mobiliteit en herkent de nauwe verbinding met de woningbouwopgave. Bij het thema mobiliteit is het programma van eisen met grote mate afhankelijk van de omvang van het kavel. Voor sommige ontwikkelingen is de invloed van ontwikkelaars en bouwers op dit thema beperkt. Dan neemt de gemeente zelf de verantwoordelijkheid op dit thema.

E

Onderdeel

Ambitie en omschrijving

Methode

Moeten

Pt.

E.1

Parkeernorm

Voldoe aan de parkeernorm uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren van de gemeente. De parkeernorm bevat richtlijnen en regels voor het aantal parkeerplaatsen dat nodig is bij nieuwe nieuwbouwprojecten en zorgt voor voldoende parkeergelegenheid voor bewoners, bezoekers en werknemers en voorkomt verkeers- en parkeerproblemen. Het Programma Mobiliteit Brummen is gericht op het aanleggen van parkeerhubs.

Om de klimaatadaptieve kwaliteit van deze ambitie te waarborgen zijn er extra punten opgesteld als de verminderde parkeerruimte bijdraagt aan het behalen van ambitie B.4.

Bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Parkeren

Bijlage A

Programma Mobiliteit 20250

Volg de eisen uit Paraplubestemmings-plan

Parkeren van de gemeente

0,5

E.2

Loop- en fietsroutes

Maak fietsen en lopen aantrekkelijk. Door het verbeteren van de infrastructuur van fiets- en looppaden. Meer ruimte, routes en veiligheid vergroten het aantal loop- en fietskilometers en verlaagt zo het energiegebruik, uitstoot van

uitlaatgassen en vergroot tegelijk de conditie en gezondheid van inwoners. Het Programma Mobiliteit Brummen streeft naar de voorrang van langzaam verkeer op gemotoriseerd verkeer waar mogelijk. De stimulering naar een verdubbeling van lopen en fietsen is onderdeel en ambitie van het gemeentelijk programma mobiliteit. De convenant duurzame woningbouw stelt ambities voor https://www.brummen.nl/fileadmin/brummen/Documenten/Inwoners/

Programma_ Mobiliteit_2050_versie_14_maart_2024.pdf de hogere niveaus voor.

Om de klimaatadaptieve kwaliteit van deze ambitie te waarborgen zijn er extra punten opgesteld als de fiets- en loopwegen onderdeel uitmaken van de ruimte met schaduw op de hoogste zonnestand op 21 juni volgens ambitie B.5.

Kwalitatief oordeel over het ontwerp door gemeente

Conform Programma

Mobiliteit: streven naar voorrang langzaam verkeer en realiseren van een logische weginrichting voor aantrekkelijk maken van andere vervoersmodaliteiten

0,5

E.3

Fietsenstallingen

Zorg voor voldoende ruimte en veilige stalling en berging voor fietsen, scootmobielen en driewielers. Dit wordt ook door de inwoners als van groot belang ervaren en is onderdeel van het Programma Mobiliteit.

Kwalitatief oordeel over de fietsvriendelijkheid in het ontwerp door gemeente

Programma Mobiliteit Brummen:

als op het terrein een ‘publiektrekker’

aanwezig is, zorg voor de realisatie van openbare

fietsenstallingen

0,5

E.4

Bij wijkontwikkeling: korte afstanden

Korte afstanden naar voorzieningen. Niet alleen verbeterde infrastructuren maar ook de samenstelling van de wijk zijn bepalend voor de mobiliteitskeuze. Als een gehele wijk wordt ontwikkeld, let op korte afstanden tussen woningen en voorzieningen.

Kwalitatief oordeel over aanwezigheid voorzieningen in het ontwerp door gemeente

Programma Mobiliteit Brummen:

streven naar voorrang langzaam verkeer

0,5

E.5

Bij wijkontwikkeling: OV, deelmobilitiet en logistiek

Ontwerp een wijk en infrastructuur die bewoners aanzet tot duurzamere vormen van mobiliteit. Bij de ontwikkeling van (nieuwe) gebieden. Het Convenant Toekomstbestendig Bouwen stelt eisen voor de niveaus Kunnen en Willen op.

Opname door de gemeente en kwalitatief oordeel van de ontwerpplannen

Geen wettelijke eis

0,5

E

Onderdeel

Kunnen

Pt.

Willen

Pt.

E.1

Parkeernorm

Parkeerplaatsen op afstand of in (bestaande) hubs

2

Parkeerplaatsen op afstand of in (bestaande) hubs en verminder parkeerruimte in het centrum

Integraliteitsbonus: parkeerruimte wordt groen,

Kunnen/Willen B.4

4

+1

E.2

Loop- en fietsroutes

Maak wijken en routes die op/over eigen terrain liggen toegankelijk, aantrekkelijk, logisch, en veilig voor fietsers en wandelaars

Integraliteitsbonus: Routes maken deel uit van schaduwruimte

Kunnen/Willen B.5

2

Geef voetgangers en fietsers prioriteit op het terrain, buurt en wijk; maak logische, veilige en comfortabele vrij liggende fiets- en wandelpaden op eigen terrain

Integraliteitsbonus: Routes maken deel uit van

Kunne/Willen B.5

4

+1

E.3

Fietsenstallingen

Alle voorzieningen hebben voldoende fietsparkeerplaatsen

2

Voorzieningen hebben voldoende veilige overdekte fietsparkeerplaatsen, die met laadpunten zijn voorzien

4

E.4

Bij wijkontwikkeling: korte afstanden

Dagelijkse voorzieningen zijn te voet of per fiets binnen 10 minuten te bereiken vanuit de woonzone

2

Dagelijkse voorzieningen zijn te voet of per fiets binnen 8 minuten te bereiken vanuit de woonzone

4

E.5

Bij wijkontwikkeling: OV, deelmobiliteit en logistiek

Er zijn OV-haltes in het gebied op loop- of fietsafstand met stallingsruimte voor (deel)fietsen en reisinformatie; er dient een passend en betaalbaar deelmobiliteitsconcept aangeboden te worden voor

25% van de bewoners

2

Er zijn OV-haltes in het gebied op loop of fietsafstand met overdekte stallingsruimte voor (deel)fietsen, deelmobiliteit, laadpunten en reisinformatie; er dient een passend en betaalbaar deelmobiliteitsconcept aangeboden te worden voor

40% van de bewoners

4

Ondertekening

Dit besluit is genomen tijdens de vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders van 07 oktober 2025.

Het college B&W van de gemeente Brummen,

Gemeentesecretaris, H. Matser

Burgemeester (wnd.) Ir. J.N. Rozendaal