Regeling vervalt per 31-12-2028

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie 2027-2028

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-10-2026 t/m 30-12-2028

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie 2027-2028

Burgemeester en Wethouders van Amersfoort;

gelezen het Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs 2021 – versie 2026 van de Onderwijsinspectie en het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs 2025-2026;

gelet op de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, de Wet op het primair onderwijs,

gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Amersfoort;

overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan preventieve ondersteuning op voorschoolse-educatiegroepen naast de reguliere twee beroepskrachten zoals bedoeld in de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, met name voorschoolse-educatiegroepen met veel kinderen met een vve-indicatie én meerdere kinderen met multiproblematiek, met als doel de leeftijdsadequate ontwikkeling van kinderen te bevorderen en de inzet van jeugdhulp te voorkomen;

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Amersfoort;

  • b.

    Beroepskracht: beroepskracht voorschoolse educatie zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang en artikel 3 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • c.

    Jeugdhulp: hulp in de zin van artikel 1.1 van de Jeugdwet;

  • d.

    Kind: kind vanaf de leeftijd van 2½ jaar tot de leeftijd waarop het start met de basisschool en dat woont in Amersfoort;

  • e.

    Kindcentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wko dat is gevestigd in Amersfoort en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang;

  • f.

    Multiproblematiek: kinderen die meerdere, elkaar versterkende problemen in gedrag, ontwikkeling of de thuissituatie ervaren en daardoor een risico lopen op een indicatie voor jeugdhulp;

  • g.

    Ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang;

  • h.

    Ve-groep: groep van maximaal 16 kinderen, bestaande uit vve-geïndiceerde kinderen en/of niet vve-geïndiceerde kinderen, aan wie voorschoolse educatie wordt aangeboden;

  • i.

    Voorschoolse educatie (VE): voorschoolse educatie zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang;

  • j.

    Vve: voorschoolse en vroegschoolse educatie, waarbij voorschoolse educatie plaatsvindt in de kinderopvang en vroegschoolse educatie in de onderbouw van de basisschool;

  • k.

    Vve-geïndiceerd kind: kind dat van de GGD een vve-indicatie heeft ontvangen;

  • l.

    Vve-indicatie: indicatie voor vve die de GGD kan geven indien de GGD bij het consult op tweejarige leeftijd (1) vaststelt dat het opleidingsniveau van beide ouders maximaal VMBO B/K is en/of (2) constateert dat het kind een (risico op een) taalachterstand heeft en/of (3) constateert dat het risico op (taal)achterstand vergroot is door sociale factoren in de omgeving van het kind.

Artikel 2. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Het doel van deze subsidieregeling is door extra inzet van personeel de ontwikkeling van kwetsbare peuters te versterken en zwaardere hulpverlening op latere leeftijd zoveel mogelijk te voorkomen.

Artikel 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor het inzetten van extra personeel, aanvullend op het aantal reguliere beroepskrachten dat op de ve-groep hoort te staan en/of het scholen van beroepskrachten, in één of meer ve-groepen waarin meer dan de helft van de kinderen een vve-indicatie heeft en/of met meerdere kinderen met multiproblematiek.

Artikel 4. Indieningstermijn aanvraag

Burgemeester en wethouders stellen bij afzonderlijk besluit een openstellingsbesluit vast waarin vastligt in welke periode aanvragen kunnen worden ingediend.

Artikel 5. Eisen aan de aanvrager

Subsidie kan enkel worden aangevraagd door rechtspersonen die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteren en in het Landelijk Register Kinderopvang staan geregistreerd als aanbieder van voorschoolse educatie.

Artikel 6. Eisen aan de aanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in artikel 6 Asv. In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als uit de aanvraag blijkt dat:

    • a.

      om hoeveel ve-groepen het gaat;

    • b.

      uit hoeveel kinderen elke ve-groep bestaat;

    • c.

      hoeveel kinderen met een vve-indicatie op elke groep worden bereikt met de ondersteuning;

    • d.

      hoeveel kinderen met multiproblematiek op elke groep worden bereikt met de ondersteuning.

  • 3. Uit de aanvraag blijkt dat aanvrager subsidie ontvangt uit de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2027-2028 of deze heeft aangevraagd.

  • 4. Aanvragen die niet voldoen worden niet in behandeling genomen.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

  • 1. In aanvulling op artikel 10, eerste lid, Asv komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

    • a.

      personeelskosten en/of,

    • b.

      kosten voor materialen en/of,

    • c.

      kosten voor trainingen.

  • 2. In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekken burgemeester en wethouders in ieder geval geen subsidie voor:

    • a.

      kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;

    • b.

      kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;

    • c.

      kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;

    • d.

      kosten van in natura geleverde diensten en goederen;

    • e.

      kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;

    • f.

      kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten;

    • g.

      kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden.

Artikel 8. Hoogte subsidie

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit de hoogte van de subsidie vast.

Artikel 9. Subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onder d, van de Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als:

  • a.

    aanvrager geen subsidie heeft aangevraagd onder de Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2027-2028;

  • b.

    aanvrager niet voldoet aan de eisen om VE te bieden zoals vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • c.

    het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 11. Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. De rangschikking van de aanvragen wordt bepaald aan de hand van de som van het aantal kinderen met multiproblematiek op de ve-groep en het aantal kinderen op de ve-groep met een vve-indicatie per aanvraag. Hierbij wordt de aanvraag met het hoogste aantal op 1 geplaatst en de aanvraag met het laagste aantal op de laatste plaats.

  • 3. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 4. Indien door verlening het subsidieplafond wordt overschreden en de aanvraag gedeeltelijk kan worden verleend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aan te geven welk deel van zijn aanvraag voor het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond kan worden uitgevoerd. Een aanvrager kan besluiten van deze mogelijkheid geen gebruik te maken, op dat moment kan het college besluiten de opvolgende aanvrager deze mogelijkheid te bieden.

Artikel 12. Bevoorschotting

De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen.

Artikel 13. Verplichtingen

In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit;

  • b.

    de subsidieontvanger monitort de inzet van het extra personeel en meet de resultaten hiervan.

Artikel 14. Vaststelling

In aanvulling op artikel 26 en 27 van de Asv dient de subsidieontvanger een verzoek tot vaststelling in waaruit blijkt:

  • a.

    op welke wijze de preventieve ondersteuning is ingezet;

  • b.

    om welke ve-groepen het ging;

  • c.

    uit hoeveel kinderen elke ve-groep bestond;

  • d.

    hoeveel kinderen met een vve-indicatie op elke groep zijn bereikt met de ondersteuning;

  • e.

    hoeveel kinderen met multiproblematiek op elke groep zijn bereikt met de ondersteuning;

  • f.

    wat de extra ondersteuning heeft opgeleverd.

Artikel 15. Slotbepalingen

  • 1. De Subsidieregeling preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie wordt ingetrokken.

  • 2. De Subsidieregeling preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie blijft van toepassing op subsidies die op grond van de Subsidieregeling preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie zijn verleend of vastgesteld.

  • 3. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling preventieve ondersteuning in de voorschoolse educatie 2027-2028.

  • 5. Overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de ASV, vervalt deze subsidieregeling op 31 december 2028.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 22 september 2026

De secretaris,

De burgemeester,

Toelichting subsidieregeling

Inleiding

Deze regeling betreft een subsidieregeling zoals bedoeld in de Asv.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Alleen de activiteit die in dit artikel is benoemd komt voor subsidiëring in aanmerking. Aanvragen die op andere activiteiten zien niet en worden afgewezen.

Met het scholen van beroepskrachten wordt bedoeld de scholing anders dan de VE-scholing zoals benoemd in de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Hierbij kan worden gedacht aan een scholing met betrekking tot het omgaan met kinderen met opvallend gedrag.

Artikel 4 Indieningstermijn aanvraag

Aanvragers kunnen gedurende de openstelling van de subsidie een subsidieaanvraag doen. Aanvragen buiten deze periode is niet mogelijk.

Artikel 5 Eisen aan de aanvrager

Met een rechtspersoon die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteert wordt bedoeld een organisatie of bedrijf wat een kindcentrum exploiteert als bedoeld in artikel 1.1 van de Wko dat is gevestigd in Amersfoort en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

Naast het invullen van het aanvraagformulier moet de aanvrager inzicht geven in alle in het tweede lid opgesomde gegevens. Deze gegevens vormen een aanvulling op de indieningsvereisten uit artikel 6 van de Asv.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

De kosten die in het eerste lid zijn opgesomd, worden in ieder geval als subsidiabel aangemerkt.

In lid 2 staan enkele kostenposten opgesomd die per definitie niet subsidiabel zijn. Als de aanvrager wel deze kosten moet maken in het kader van het project, dienen er voldoende eigen middelen of andere bijdragen dan de gevraagde subsidie van de gemeente in de begroting te zijn opgenomen. Het artikel verbiedt dus niet om projecten aan te vragen waarin deze kosten worden gemaakt, maar geeft aan dat deze kosten niet door de gemeente worden gesubsidieerd. Dit overzicht is niet uitputtend.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder a, komen de kosten voor personele inzet bovenop de inzet van beroepskrachten volgens de Wko en Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in aanmerking voor subsidie.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder c, komen de kosten voor trainingen anders dan de VE-scholing zoals benoemd in de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in aanmerking voor subsidie.

Artikel 8 Hoogte subsidie

Per ve-groep per jaar wordt een vast bedrag verstrekt.

Artikel 9 Subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.

Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als het plafond wordt vastgesteld voordat de begrotingen voor de betrokken jaren zijn vastgesteld of goedgekeurd én de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begrotingen voor de betrokken jaren zijn vastgesteld of goedgekeurd.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 10 Weigeringsgronden

Subsidieaanvragen worden afgewezen als één van de in dit artikel opgesomde weigeringsgronden van toepassing zijn. Deze gronden zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit de Asv.

Artikel 11 Wijze van verdeling

Subsidies worden verstrekt op volgorde van een kwalitatieve rangschikking. Dit betekent een ‘tendersysteem’, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking van de volledige, tijdig ingediende aanvragen.

De rangschikking wordt opgesteld aan de hand van het aantal kinderen die de aanvrager in de aanvraag heeft opgenomen. Bijvoorbeeld:

Er zijn 3 aanvragen: aanvraag 1 10 kinderen; aanvraag 2 16 kinderen en aanvraag 3 12 kinderen. De rangschikking is dan:

  • 1.

    Aanvraag 2

  • 2.

    Aanvraag 3

  • 3.

    Aanvraag 1

Artikel 12 Bevoorschotting

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 13 Verplichtingen

Subsidieontvangers moeten voldoen aan alle in dit artikel opgesomde verplichtingen. Deze verplichtingen zijn een aanvulling op de verplichtingen uit de artikelen 16 tot en met 19 van de Asv. Als er niet aan de verplichting voldaan wordt, krijgen de subsidieontvangers de mogelijkheid om alsnog te voldoen aan de verplichtingen. Blijkt dit niet te kunnen of dat na een week geen geplande acties zijn ondernomen tot verbetering. Dan kan de subsidie lager worden vastgesteld of teruggevorderd.

Wanneer de subsidieontvanger constateert dat de kans bestaat dat de activiteit niet wordt uitgevoerd, of hiervan reeds zeker is, dient de subsidieontvanger direct contact op te nemen met de contactpersoon van de gemeente.

Artikel 14 Vaststelling

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 15 Slotbepalingen

In afwijking van artikel 3, derde lid, van de Asv, vervalt deze subsidieregeling al eerder dan na vier jaar. Door de nieuwe Wet financiering kinderopvang die naar verwachting januari 2029 in werking zal treden is het waarschijnlijk dat deze subsidieregeling niet meer passend is bij landelijke wetgeving. De gemeente Amersfoort voorziet dan, indien nodig, in een nieuwe subsidieregeling voorschoolse educatie.