Regeling vervalt per 31-12-2028

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie ten behoeve van voorschoolse educatie

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-10-2026 t/m 30-12-2028

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie ten behoeve van voorschoolse educatie

Burgemeester en Wethouders van Amersfoort;

gelezen het Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs 2021 – versie 2026 van de Onderwijsinspectie en het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs 2025-2026;

gelet op de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, de Wet op het primair onderwijs, de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Amersfoort;

overwegende dat in Amersfoort voldoende voorzieningen – qua aantal en spreiding – voor voorschoolse educatie beschikbaar dienen te zijn, zoals bedoeld in artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs;

overwegende dat in Amersfoort behoefte bestaat aan een voorziening voor niet vve-geïndiceerde kinderen van wie de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag hebben;

overwegende dat voorschoolse educatie moet voldoen aan de landelijke én Amersfoortse kwaliteitseisen;

overwegende dat met de subsidie tevens wordt beoogd segregatie te voorkomen, integratie te bevorderen en onderwijsachterstanden te bestrijden, zoals bedoeld in artikel 161 lid 1 van de Wet op het primair onderwijs;

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Amersfoort;

  • b.

    Beroepskracht: beroepskracht voorschoolse educatie zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang en artikel 4 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • c.

    Kind: kind vanaf de leeftijd van 2½ jaar tot de leeftijd waarop het start met de basisschool en dat woont in Amersfoort;

  • d.

    Kindcentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wko dat is gevestigd in Amersfoort en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang;

  • e.

    Kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang;

  • f.

    Kindvolgsysteem; gestandaardiseerde observatiemethode als bedoeld in het Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs 2021 – versie 2026 van de Onderwijsinspectie;

  • g.

    Kwaliteitsdialoog VVE: 6-maandelijks gesprek dat plaatsvindt tijdens de werkgroep VVE, waarbij vertegenwoordigers van de voorscholen, de schoolbesturen, de GGD Regio Utrecht en het samenwerkingsverband samen met de gemeente in gesprek gaan over de resultaten van de VVE. Het doel is om samen de resultaten te duiden, ervaringen uit te wisselen en gezamenlijk de kwaliteit van de VVE te verbeteren.

  • h.

    Niet vve-geïndiceerd kind: kind dat van de GGD geen vve-indicatie heeft ontvangen;

  • i.

    Ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang;

  • j.

    Ouderbetrokkenheid: activiteiten door en gericht op ouders ter stimulering van de ontwikkeling van het kind;

  • k.

    Peutermonitor: online instrument om inzicht te krijgen in het aanbod, het bereik en de financiering van de voorschoolse educatie in Amersfoort;

  • l.

    VE-coach: pedagogisch beleidsmedewerker belast met beleidstaken of coaching van de beroepskrachten VE als bedoeld in artikel 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie of beroepskracht VE die wordt ingezet als coach;

  • m.

    Verwijsindex Eemland: systeem voor de regio Eemland waarin professionals een signaal afgeven dat zij betrokken zijn bij het kind, met als doel professionals met elkaar in contact te brengen om samen de best passende ondersteuning/begeleiding te bieden aan het kind en/of gezin;

  • n.

    Voorschoolse educatie (VE): voorschoolse educatie zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang;

  • o.

    Vve: voorschoolse en vroegschoolse educatie, waarbij voorschoolse educatie plaatsvindt in de kinderopvang en vroegschoolse educatie in de onderbouw van de basisschool;

  • p.

    Vve-indicatie: indicatie voor vve die de GGD kan geven indien de GGD bij het consult op tweejarige leeftijd (1) vaststelt dat het opleidingsniveau van beide ouders maximaal VMBO B/K is en/of (2) constateert dat het kind een (risico op een) taalachterstand heeft en/of (3) constateert dat het risico op (taal)achterstand vergroot is door sociale factoren in de omgeving van het kind;

  • q.

    Vve-geïndiceerd kind: kind vanaf dat van de GGD een vve-indicatie heeft ontvangen;

  • r.

    VE-groep: groep van maximaal 16 kinderen, bestaande uit vve-geïndiceerde kinderen en/of niet vve-geïndiceerde kinderen, aan wie voorschoolse educatie wordt aangeboden;

  • s.

    VE-programma: erkend integraal voorschools programma dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

  • t.

    Werkgroep VVE: een overleg tussen de gemeente en vertegenwoordigers van de voorscholen, de schoolbesturen, de GGD regio Utrecht en het samenwerkingsverband. Het doel van de werkgroep is om uitvoering te geven aan de ambities zoals gesteld in het Convenant VVE 2023-2026.

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van deze subsidieregeling is een toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en geografisch goed gespreid voorschools aanbod in de gemeente Amersfoort, door het subsidiëren van activiteiten die hieraan bijdragen. Met dit voorschools aanbod worden Amersfoortse peuters en hun ouders zo optimaal mogelijk toegerust voor de start bij de basisschool.

Artikel 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor de volgende activiteiten:

  • 1.

    Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor het in een of meer VE-groepen aanbieden van voorschoolse educatie die voldoen aan de kwaliteitseisen in bijlage 1 bij deze regeling.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een eenmalige subsidie verlenen voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie, voor de volgende activiteiten:

    • a.

      het opleiden van voldoende beroepskrachten VE zodat deze voldoen aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Amersfoortse kwaliteitseisen in bijlage 1 van deze regeling en/of,

    • b.

      het aanschaffen van een methode voor VE die voldoet aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Amersfoortse kwaliteitseisen in bijlage 1 van deze regeling en/of,

    • c.

      het aanschaffen van het kindvolgsysteem KIJK!.

Artikel 4. Indieningstermijn aanvraag

Burgemeester en wethouders stellen bij afzonderlijk besluit een openstellingsbesluit vast waarin vastligt in welke periode aanvragen kunnen worden ingediend.

Artikel 5. Eisen aan de aanvrager

Subsidie kan enkel worden aangevraagd door rechtspersonen die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteren.

Artikel 6. Eisen aan de aanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in artikel 6 Asv. In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als uit de aanvraag blijkt:

    • a.

      wat de visie is van de aanvrager op voorschoolse educatie, waarbij die visie ingaat op hoe het aanbod de kinderen voorbereidt op de basisschool en hoe de gevraagde subsidie in aansluiting op die visie wordt ingezet;

    • b.

      de mate van recente ervaring met het aanbieden van voorschoolse educatie en hoe recent die ervaring is opgedaan;

    • c.

      wat de visie is van de aanvrager op ouderbetrokkenheid en op welke wijze aanvrager vormgeeft aan de ouderbetrokkenheid;

    • d.

      op welke wijze de aanvrager een doorgaande ontwikkellijn voor peuters realiseert;

    • e.

      in hoeveel VE-groepen voorschoolse educatie wordt aangeboden;

    • f.

      hoeveel VVE- geïndiceerde kinderen per VE-groep deelneemt;

    • g.

      hoeveel kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag deelneemt en welk aantal daarvan VVE-geïndiceerde kinderen betreft;

    • h.

      een plan van aanpak hoe voldoende kinderen worden aangetrokken als hieraan in het voorgaande kalenderjaar niet is voldaan. Met voldoende kinderen wordt bedoeld minimaal 6 vve-geïndiceerde kinderen verspreid over het totaal aantal ve-groepen van aanvrager in één kalenderjaar.

  • 3. Aanvragen die niet voldoen worden niet in behandeling genomen.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 10, eerste lid, Asv komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie;

  • 1.

    De exploitatiekosten voor het uitvoeren van kinderopvang zoals bedoeld in de Wet kinderopvang voor de kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Deze kosten bestaan uit:

    • a.

      personeelskosten;

    • b.

      huisvestingskosten;

    • c.

      verzorgingskosten;

    • d.

      organisatiekosten

  • 2.

    De kosten voor het uitvoeren van voorschoolse educatie. Deze kosten bestaan uit:

    • a.

      extra taakuren beroepskracht voor VVE-geïndiceerde kinderen;

    • b.

      inzet VE-coach conform Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

    • c.

      de licentiekosten voor het kindvolgsysteem;

    • d.

      een erkend VE-programma;

    • e.

      het voeren van een actief ouderbeleid;

    • f.

      samenwerking met andere partners in het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs, coördinatie en overleg;

    • g.

      het signaleren en adresseren van extra zorgbehoefte bij kinderen;

    • h.

      permanente educatie op grond van het scholingsplan;

    • i.

      toeleiding en administratie;

    • j.

      de opslag kortdurende dagopvang.

  • 3.

    In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekken burgemeester en wethouders in ieder geval geen subsidie voor:

    • a.

      kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;

    • b.

      kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;

    • c.

      kosten van in natura geleverde diensten en goederen;

    • d.

      kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;

    • e.

      kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten.

Artikel 8. Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie van de gemeente Amersfoort bestaat uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de formule (A x C x D x F) + (B x C x E x F) + (G x H), waarbij wordt verstaan onder:

    • a.

      het gemiddeld aantal vve-geïndiceerde kinderen van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag in een jaar in alle ve-groepen samen;

    • b.

      het gemiddeld aantal niet vve-geïndiceerde kinderen van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag in een jaar in alle ve-groepen samen;

    • c.

      het uurtarief genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit kinderopvangtoeslag;

    • d.

      het aantal uren per week voorschoolse educatie in een ve-groep aan vve-geïndiceerde kinderen;

    • e.

      het aantal uren per week voorschoolse educatie in een ve-groep aan niet vve-geïndiceerde kinderen;

    • f.

      het aantal weken per jaar voorschoolse educatie in een ve-groep;

    • g.

      een bedrag dat correspondeert met het gemiddeld aantal vve-geïndiceerde kinderen in een ve-groep en volgt uit onderstaande tabel:

      Aantal vve-geïndiceerde kinderen in de groep

      Bedrag per groep

      1-2

      € 25.000

      3-5

      € 30.600

      6-10

      € 36.200

      11-15

      € 41.800

      16-20

      € 47.400

      21-25

      € 52.900

    • h.

      het aantal ve-groepen in een jaar.

  • 2. De hoogte van de eenmalige subsidie voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie is maximaal €7500,- per aanvrager.

  • 3. De bedragen per groep zoals benoemd in artikel 8 lid 1 onder g van deze regeling worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gemeentelijke indexatie.

Artikel 9. Subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onder d, van de Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als:

  • a.

    als aan de aanvraag in totaal minder dan 40 punten wordt toegekend van de 70 te behalen punten;

  • b.

    aanvrager verwacht niet meer dan vijf VVE-geïndiceerde kinderen verspreid over het totaal aantal VE-groepen van aanvrager in één kalenderjaar;

  • c.

    de aanvrager niet voldoet aan de minimale eisen om VE te bieden zoals vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Dit geldt niet voor de eenmalige subsidie voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie.

Artikel 11. Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe, middels rapportcijfers van 1-10, aan de hand van de volgende aspecten:

    • a.

      De mate van recente ervaring met het aanbieden van voorschoolse educatie en hoe recent die ervaring is opgedaan - maximaal 10 punten (1 jaar=1 punt, 10 of meer jaren=10 punten);

    • b.

      De wijze waarop de subsidieaanvrager invulling geeft aan ouderbetrokkenheid. Dit wordt beoordeeld met rapportcijfer 1-10. Maximaal 30 punten (1=3 punten, 10=30 punten).

      Uit de beschrijving blijkt op welke wijze de aanvrager ervoor zorgt dat ouders weten:

      • i.

        hoe het voorschoolse programma in elkaar zit;

      • ii.

        wat hun kind op de voorschool doet;

      • iii.

        hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;

      • iv.

        wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen;

      • v.

        de wijze waarop ouders betrokken worden bij de uitvoering van de activiteit.

    • c.

      De wijze waarop de subsidieaanvrager een doorgaande ontwikkellijn realiseert. Dit wordt beoordeeld met rapportcijfer 1-10. Maximaal 30 punten (1=3 punten, 10=30 punten).

      Uit de beschrijving blijkt of en op welke wijze de aanvrager:

      • i.

        het persoonlijk contact met de vroegschool vormgeeft;

      • ii.

        met welke vroegscholen persoonlijk contact is;

      • iii.

        er een gezamenlijk pedagogisch plan tussen voor- en vroegschool is en/of wederzijdse werkbezoeken laats plaatsvinden tussen voor- en vroegschool;

      • iv.

        de warme overdracht van voorschool naar vroegschool vormgeeft, waarbij ouders en het kind worden betrokken;

  • 3. De ranking wordt aangebracht aan de hand van de som van de verstrekte punten bij beoordeling. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 4. Indien door verlening het subsidieplafond wordt overschreden en de aanvraag gedeeltelijk kan worden verleend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aan te geven welk deel van zijn aanvraag voor het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond kan worden uitgevoerd. Aan deze aanvrager wordt vervolgens het resterende subsidieplafond toegekend. Een aanvrager kan besluiten van deze mogelijkheid geen gebruik te maken, op dat moment kan het college besluiten de opvolgende aanvrager deze mogelijkheid te bieden.

Artikel 12. Bevoorschotting

De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen.

Artikel 13. Verplichtingen

In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit;

  • b.

    de subsidieontvanger stelt voorschoolse educatie beschikbaar gedurende ten minste 40 weken per jaar, en per week ten minste gedurende 16 uren verdeeld over ten minste 3 werkdagen;

  • c.

    het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een niet VVE-geïndiceerd kind, bedraagt de helft van het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een VVE-geïndiceerd kind, waarbij het aantal dagdelen voor een niet vve-geïndiceerd kind naar beneden wordt afgerond op hele dagdelen;

  • d.

    Indien er sprake is van een wachtlijst voor toegang tot een VE-groep, geeft de subsidieontvanger voorrang aan een VVE-geïndiceerd kind;

  • e.

    De subsidieontvanger spant zich in om zo veel mogelijk in te zetten op de vorming van gecombineerde groepen (groepen met VVE-geïndiceerde kinderen en niet-geïndiceerde kinderen);

  • f.

    De subsidieontvanger uploadt tweemaal per jaar de observaties uit het kindvolgsysteem in de Resultaatmonitor van Innovatie013;

  • g.

    De subsidieontvanger neemt ieder kwartaal deel aan overleg met de gemeente over de voortgang van de voorschoolse educatie;

  • h.

    De subsidieontvanger neem tweemaal per jaar deel aan de ‘kwaliteitsdialoog VVE’;

  • i.

    De subsidieontvanger neemt minimaal tweemaal per jaar deel aan overleg met de gemeente en de vroegscholen in de ‘Werkgroep VVE’. De frequentie van dit overleg kan hoger zijn indien werkgroepleden dit met elkaar afspreken;

  • j.

    De subsidieontvanger neemt deel aan de Verwijsindex Eemland;

  • k.

    De subsidieontvanger werkt mee aan de totstandkoming en uitvoering van Amersfoortse resultaatafspraken voor de voorschoolse educatie;

  • l.

    De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een VVE-geïndiceerd kind die recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage conform het uurtarief bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het Besluit kinderopvangtoeslag. Deze eigen bijdrage hoeft niet worden gevraagd aan ouders die woonachtig zijn op een asielzoekerscentrum of wanneer sprake is van pleegzorg;

  • m.

    De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage op grond van de tabel in bijlage 3 bij deze regeling;

  • n.

    De subsidieontvanger rapporteert aan het eind van elk kwartaal in de Peutermonitor aan burgemeester en wethouders over:

    • a.

      het aantal VE-groepen waarin voorschoolse educatie is aangeboden;

    • b.

      het aantal VVE-geïndiceerde kinderen dat per ve-groep heeft deelgenomen; en

    • c.

      het aantal kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen, en welk aantal daarvan VE-geïndiceerde kinderen betrof;

    • d.

      het aantal kinderen zonder VVE-indicatie van ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen;

    • e.

      de gegevens zoals benoemd in bijlage 2 bij deze regeling.

  • o.

    Voor de eenmalige subsidie voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie geldt dat deze subsidie mag worden gebruikt voor de kosten van activiteiten genoemd onder artikel 3, tweede lid, onder a t/m c, van deze regeling.

Artikel 14. Vaststelling

In aanvulling op artikel 26 en 27 van de Asv dient de subsidieontvanger een verzoek tot vaststelling in waaruit blijkt:

  • a.

    Het aantal VE-groepen waarin voorschoolse educatie is geboden;

  • b.

    Het aantal uren per week dat de subsidieontvanger voorschoolse educatie heeft aangeboden per VE-groep;

  • c.

    Het aantal VVE-geïndiceerde kinderen dat per VE-groep heeft deelgenomen;

  • d.

    Het aantal kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen.

Artikel 15. Slotbepalingen

  • 1. De subsidieregeling ‘Voorschoolse educatie 2025 – 2026’ wordt ingetrokken.

  • 2. De subsidieregeling ‘Voorschoolse educatie 2025 – 2026’ blijft van toepassing op subsidies die op grond van de subsidieregeling ‘Voorschoolse educatie 2025 – 2026’ zijn verleend of vastgesteld.

  • 3. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voorschoolse educatie 2027-2028.

  • 5. Overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de ASV, vervalt deze subsidieregeling op 31 december 2028.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 22 september 2026,

De secretaris,

De burgemeester,

Bijlage 1: Amersfoortse kwaliteitseisen aan voorschoolse educatie.

De Amersfoortse kwaliteitseisen zijn:

  • 1.

    De voorschool voldoet aan de eisen uit:

    • a.

      de Wet kinderopvang;

    • b.

      het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 2.

    De voorschool maakt gebruik van een kindvolgsysteem met toepassing van de instructies die bij dat systeem horen.

  • 3.

    De voorschool maakt gebruik van een VE-programma met toepassing van de instructies die bij dat programma horen.

  • 4.

    De voorschool heeft in hun ouderbeleid vastgelegd hoe de ouderbetrokkenheid wordt gestimuleerd. Dit beleid is gebaseerd op een analyse van wensen, behoeften en krachten van ouders en beschrijft hoe uitvoering wordt gegeven aan de vier subdoelen van ouderbetrokkenheid:

    • a.

      ouders weten hoe het voorschoolse programma in elkaar zit;

    • b.

      ouders weten wat hun kind op de voorschool doet;

    • c.

      ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;

    • d.

      ouders weten wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen.

  • 5.

    De voorschool werkt samen met relevante partners, zoals de vroegscholen, GGD regio Utrecht, SWV de Eem en het wijkteam, om samen te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn voor de kinderen en extra zorg en ondersteuning indien een kind dit nodig heeft.

  • 6.

    De voorschool signaleert als een kind een extra behoefte aan ondersteuning heeft en spant zich in om door te verwijzen/geleiden naar externe zorg als dit nodig is.

  • 7.

    De voorschool heeft een opleidingsbeleid dat ervoor zorgt dat alle beroepskrachten in de voorschool geschoold en bijgeschoold worden op de landelijke én Amersfoortse kwaliteitseisen.

  • 8.

    De voorschool spant zich ervoor in dat vve-geïndiceerde kinderen zoveel mogelijk van het hele aanbod voorschoolse educatie gebruik maken (zowel toeleiding als aanwezigheid).

Bijlage 2: informatie die door de kinderopvangorganisatie wordt aangeleverd voor de Peutermonitor

Welke kolommen moeten worden ingevuld?

Uitleg

Format: hoe moeten de kolommen worden ingevuld?

Kwartaal

Het betreffende kwartaal waarover de gegevens ingediend worden

2027KW1/2027KW2/etc.

Maand

De betreffende maand waarover de gegevens ingediend worden

202701/202702/etc.

Locatie

(Voorvoegsel en) naam van de locatie

KDV Naam

Kinderopvanglocatie

LRK ID

Identificatiecode van de locatie in het LRK (zie https://www.landelijkregisterkinderopvang.nl)

123456789

Voorschoolse educatie

Hoeft alleen ingevuld te worden wanneer dit invloed heeft op de subsidieregeling. Is de locatie een erkende VVE locatie?

Ja/Nee

Kind ID

Het burgerservicenummer (BSN) van de peuter.

123456789

Indicatie

Heeft de peuter een VVE-indicatie?

Ja/Nee

Kinderopvangtoeslag

Hebben de ouder(s)/verzorger(s) van de peuter recht op kinderopvangtoeslag?

Ja/Nee

Voornaam

Voornaam van de peuter

Voornaam

Achternaam

Achternaam van de peuter

Achternaam

Postcode

Postcode van het woonadres van de peuter

1234AB (6 tekens)

Huisnummer

Huisnummer van het woonadres van de peuter

123

Toevoeging

Toevoeging op het huisnummer van het woonadres van de peuter

A

Woonplaats

Woonplaats van de peuter

Woonplaats

Geboortedatum

Geboortedatum van de peuter

dd-mm-jjjj

Eerste kind

Hoeft alleen ingevuld te worden voor ouders die geen kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen.

Wordt gelijk gesteld aan de tabel Kinderopvangtoeslag. Indien er meer kinderen van hetzelfde gezin naar de opvang gaan, is het kind met de meeste opvanguren het eerste kind. Dit hoeft dus niet het oudste kind te zijn.

Ja/Nee

Startdatum

Startdatum van de peuter in het peuterarrangement op deze locatie

dd-mm-jjjj

Einddatum

(Verwachte) einddatum van de peuter in het

peuterarrangement op deze locatie. Als de einddatum nog niet bekend is, vul je hier de vierjarige leeftijd in van de peuter.

dd-mm-jjjj

Uren regulier

De Peutermonitor maakt onderscheid tussen reguliere uren en VVE-uren. De reguliere uren betreffen de eerste twee dagdelen die voor alle peuters gesubsidieerd worden. De maanduren moeten worden ingevuld, dit betreffen contracturen ofwel geplaatste uren. Houd rekening met het maximum wat in de betreffende gemeente geldt. Een voorbeeld: in gemeente X worden voor alle peuters 2 dagdelen van 4 uur gesubsidieerd. Bij een facturatie in 12 gelijke maanden komen de maanduren als volgt tot stand: 8 uren x 40 weken / 12 = 26,67 uren per maand. Let op: het kan voorkomen dat peuters meer uren afnemen dan dat er gesubsidieerd worden. Bijvoorbeeld omdat beide ouders werken. De uren boven het gestelde maximum worden dan niet opgevoerd.

26,67

Uren VVE

De VVE-uren betreffen de extra dagdelen die alleen gesubsidieerd worden voor peuters die hier recht op hebben omdat zij een VVE-indicatie hebben. Houd ook hier rekening met het maximum wat in de betreffende gemeente geldt. Een voorbeeld: in de bovengenoemde gemeente X wordt voor VVE-geïndiceerde peuters naast de 2 reguliere dagdelen nog eens een extra dagdeel van 8 uur gesubsidieerd. Deze uren worden volledig vergoed. Bij een facturatie in 12 gelijke maanden komen de maanduren als volgt tot stand: 8 uren x 40 weken / 12 = 26,67 uren per maand. Kortom: alleen de extra dagdelen die volledig vergoed worden, worden ingevuld onder VVE-uren. De eerste twee dagdelen worden altijd ingevoerd onder de reguliere uren, ook voor de peuters met een indicatie.

26,67

Inkomen ouders

Hoeft alleen ingevuld te worden voor ouders die geen kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen. Gezamenlijk jaarlijkse toetsingsinkomen van de ouder(s)/verzorger(s).

12345,00

Bijlage 3 Eigen bijdrage voor ouders

De eigen bijdrage voor ouders is inkomensafhankelijk. Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag geldt de eigen bijdrage op grond van de kinderopvangtoeslagtabel in bijlage 1 van het Besluit Kinderopvangtoeslag.

Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een eigen bijdrage op grond van de ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’.

Voor 2027 ziet deze tabel er zo uit:

Gezamenlijk toetsingsinkomen gezin 2027

Ouderbijdrage voorschoolse educatie per uur

1e kind

2e kind e.v.

Lager dan

€ 23.211

€ 0,43

€ 0,43

€ 22.212

€ 35.687

€ 0,43

€ 0,43

€ 35.688

€ 49.108

€ 0,44

€ 0,43

€ 49.109

€ 66.794

€ 0,89

€ 0,58

€ 66.795

€ 96.010

€ 2,23

€ 0,88

€ 96.011

€ 133.045

€ 4,43

€ 1,37

€ 133.046

en hoger

€ 6,91

€ 2,56

Bijlage 4 Beoordelingsmatrix

Criteria

Score:

1-30 punten per onderdeel

Toelichting

  • a)

    Ervaring

De mate van recente ervaring met het aanbieden van voorschoolse educatie en hoe recent die ervaring is opgedaan.

(maximaal 10 punten, 1 jaar=1 punt en 10 jaar of meer=10 punten)

  • b)

    Ouderbeleid

De wijze waarop de subsidieaanvrager invulling geeft aan het ouderbeleid. Uit de beschrijving blijkt op welke wijze de aanvrager ervoor zorgt dat ouders weten:

i. hoe het voorschoolse programma in elkaar zit (max 2 punten);

ii. wat hun kind op de voorschool doet (max 2 punten;

iii. hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind (max 2 punten;

iv. wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dat kunnen doen (max 2 punten);

v. de wijze waarop ouders betrokken worden bij de uitvoering van de activiteit (max 2 punten.

(maximaal 30 punten, 1=3 punten en 10=30 punten)

  • c)

    Doorgaande ontwikkellijn

De wijze waarop de subsidieaanvrager een doorgaande ontwikkellijn realiseert. Uit de beschrijving blijkt of en op welke wijze de aanvrager:

i. het persoonlijk contact met de vroegschool vormgeeft;

ii. met welke vroegscholen persoonlijk contact is (max 2,5 punt);

iii. er een gezamenlijk pedagogisch plan tussen voor- en vroegschool is (max 2,5 punt);

iv. de warme overdracht van voorschool naar vroegschool vormgeeft, waarbij ouders en het kind worden betrokken (max 2,5 punt);

(maximaal 30 punten (1=3 punten, 10=30 punten)

Totaal: -- punten

Maximaal = 70 punten

Toelichting subsidieregeling

Inleiding

Deze regeling betreft een subsidieregeling zoals bedoeld in de Asv.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor artikel 1, onder q geldt dat een VVE-indicatie start vanaf het moment dat een kind de leeftijd van 2,5 jaar heeft bereikt. De gemeente kan bij uitzondering besluiten een indicatie in te laten gaan vanaf de leeftijd van 2 jaar.

Artikel 2 Doel van de regeling

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Alleen de activiteiten die in dit artikel zijn benoemd komen voor subsidiëring in aanmerking. Aanvragen die voor andere activiteiten worden afgewezen.

Met een eenmalige subsidie zoals benoemd in het tweede lid wordt bedoeld een subsidie voor het starten van een nieuwe groep op een nieuwe locatie door een aanbieder van VE in gemeente Amersfoort of het starten van VE op een locatie door een rechtspersoon die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteert en nog geen VE-groepen heeft in gemeente Amersfoort.

Artikel 4 Indieningstermijn aanvraag

Aanvragers kunnen gedurende de openstelling van de subsidie een subsidieaanvraag doen. Aanvragen buiten deze periode is niet mogelijk.

Artikel 5 Eisen aan de aanvrager

Met een rechtspersoon die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteert wordt bedoeld een organisatie of bedrijf wat een kindcentrum exploiteert als bedoeld in artikel 1.1 van de Wko dat is gevestigd in Amersfoort en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

Naast het invullen van het aanvraagformulier moet de aanvrager inzicht geven in alle in het tweede lid opgesomde gegevens. Deze gegevens vormen een aanvulling op de indieningsvereisten uit artikel 6 van de Asv.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

De kosten die in het eerste en tweede lid zijn opgesomd, worden in ieder geval als subsidiabel aangemerkt.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder c, komen de kosten voor het kindvolgsysteem in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de kosten voor de bijbehorende licentie, training en borging.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder d, komen de kosten voor een erkend VE-programma in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de kosten voor de bijbehorende materialen en activiteiten.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder e, komen de kosten voor het voeren van een actief ouderbeleid in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de kosten voor de bijbehorende materialen en activiteiten. In overleg met de gemeente kunnen de kosten voor het gebruik van een tolk of de Tolkentelefoon in aanmerking komen voor subsidie.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder g, komen de kosten voor het signaleren en adresseren van extra zorgbehoefte bij kinderen in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de kosten voor het aansluiten op en bijhouden van de Verwijsindex Eemland.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder i, komen de kosten voor toeleiding en administratie in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de kosten voor het aansluiten op en aanleveren van gegevens ten behoeve van de Peutermonitor.

Op grond van artikel 7, tweede lid, onder j, komen de kosten voor de opslag kortdurende dagopvang in aanmerking voor subsidie. Hieronder vallen onder andere de extra verwarmingskosten.

In lid 3 staan enkele kostenposten opgesomd die per definitie niet subsidiabel zijn. Als de aanvrager wel deze kosten moet maken in het kader van het project, dienen er voldoende eigen middelen of andere bijdragen dan de gevraagde subsidie van de gemeente in de begroting te zijn opgenomen. Het artikel verbiedt dus niet om projecten aan te vragen waarin deze kosten worden gemaakt, maar geeft aan dat deze kosten niet door de gemeente worden gesubsidieerd. Dit overzicht is niet uitputtend.

Artikel 8 Hoogte subsidie

De subsidie wordt berekend op basis van verschillende indicatoren, die betrekking hebben op het type kinderen (wel of niet vve-geïndiceerd), de opvangkosten en de omvang van de voorschoolse educatie.

Voor artikel 8, eerste lid, onder d, geldt een maximaal aantal van 16 uur per week.

Voor artikel 8, eerste lid, onder e, geldt een maximaal aantal van 8 uur per week.

De hoogte van de eenmalige subsidie voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie is maximaal €7500,- per aanvrager.

Artikel 9 Subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.

Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als het plafond wordt vastgesteld voordat de begrotingen voor de betrokken jaren zijn vastgesteld of goedgekeurd én de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begrotingen voor de betrokken jaren zijn vastgesteld of goedgekeurd.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 10 Weigeringsgronden

Subsidieaanvragen worden afgewezen als één van de in dit artikel opgesomde weigeringsgronden van toepassing zijn. Deze gronden zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit de Asv.

Artikel 11 Wijze van verdeling

Subsidies worden verstrekt op volgorde van een kwalitatieve rangschikking. Dit betekent een ‘tendersysteem’, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking van de volledige, tijdig ingediende aanvragen. De onderlinge vergelijking vindt plaats op basis van de beoordelingscriteria uit het tweede lid. Voor de toekenning van de punten per beoordelingscriterium is een scoreformulier opgesteld. De aanvragen met minimaal 45 punten worden positief beoordeeld en komen bij voldoende budget in aanmerking voor subsidie. De beoordelingsmatrix is te vinden in de bijlage.

Voor de eenmalige subsidie geldt dat aanvragen in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag worden behandeld. Als het subsidieplafond wordt bereikt, worden de volgende aanvragen afgewezen.

Artikel 12 Bevoorschotting

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 13 Verplichtingen

Subsidieontvangers moeten voldoen aan alle in dit artikel opgesomde verplichtingen. Deze verplichtingen zijn een aanvulling op de verplichtingen uit de artikelen 16 tot en met 19 van de Asv. Als er niet aan de verplichting voldaan wordt, krijgen de subsidieontvangers de mogelijkheid om alsnog te voldoen aan de verplichtingen. Blijkt dit niet te kunnen of dat na een week geen geplande acties zijn ondernomen tot verbetering. Dan kan de subsidie lager worden vastgesteld of teruggevorderd.

Wanneer de subsidieontvanger constateert dat de kans bestaat dat de activiteit niet wordt uitgevoerd, of hiervan reeds zeker is, dient de subsidieontvanger direct contact op te nemen met de contactpersoon van de gemeente.

Artikel 14 Vaststelling

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 15 Slotbepalingen

In afwijking van artikel 3, derde lid, van de Asv, vervalt deze subsidieregeling al eerder dan na vier jaar. Door de nieuwe Wet financiering kinderopvang die naar verwachting januari 2029 in werking zal treden is het waarschijnlijk dat deze subsidieregeling niet meer passend is bij landelijke wetgeving. De gemeente Amersfoort voorziet dan, indien nodig, in een nieuwe subsidieregeling voorschoolse educatie.