Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten,

gelet op de Participatiewet;

gelezen het voorstel met documentnummer 1009961;

overwegende dat het college bevoegd is beleidsregels vast te stellen over de toepassing van de uitkeringsnormen, waaronder de verlaging van de uitkering als bedoeld in de artikelen 27 en 28 van de Participatiewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de hierna volgende Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2026

Artikel 1 Begrippen

  • 1.

    In deze beleidsregels gebruiken we verschillende begrippen. Deze begrippen betekenen hetzelfde als de begrippen die in de wet staan waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd.

  • 2.

    In deze beleidsregels verstaan we onder:

    • a.

      jongerennorm: de uitkeringsnorm voor jongeren van 18 tot 21 jaar op grond van artikel 20, lid 1 en 2 van de Participatiewet, eventueel verhoogd met het bedrag bedoeld in artikel 20, lid 3 van de Participatiewet, als de jongere voor de kosten van levensonderhoud geen beroep kan doen op zijn ouders, met dien verstande dat de totale norm niet hoger is dan de toepasselijke norm van artikel 21 van de Participatiewet.

    • b.

      kale huur: huurprijs voor het gebruik van de woonruimte (exclusief servicekosten en nutsvoorzieningen).

    • c.

      kostganger: een persoon die een gedeelte van een woning huurt (bijvoorbeeld een kamer) en ook betaalt voor de maaltijden.

    • d.

      Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.

    • e.

      normbedrag studiefinanciering: het bedrag voor de kosten van levensonderhoud volgens artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, vermeerderd met de eventuele aanvullende beurs als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet studiefinanciering 2000.

    • f.

      normhuur: bedrag volgens artikel 17, lid 2 Wet op de huurtoeslag, verhoogd met het bedrag van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage volgens artikel 16 Wet op de huurtoeslag.

    • g.

      nutsvoorziening: kosten voor verbruik van water, gas, elektriciteit en/of andere energie.

    • h.

      rekennorm: norm gehuwden op grond van artikel 21 onder b van de wet.

    • i.

      uitkeringsgerechtigde: iemand die een uitkering Participatiewet ontvangt.

Artikel 2 Doelgroep

Deze beleidsregels gelden voor u als u 18 jaar of ouder bent, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.

Artikel 3 Verlaging woonsituatie (artikel 27 Participatiewet)

  • 1.

    Wij kunnen uw uitkering verlagen met 20 procent van de rekennorm als:

    • a.

      u geen woonlasten heeft; of

    • b.

      iemand anders (een deel van) uw woonlasten betaalt; of

    • c.

      iemand anders de woonlasten niet bij u in rekening brengt; en

    • d.

      u een uitkering ontvangt op grond van artikel 20 of 21 van de Participatiewet en op u niet de kostendelersnorm van artikel 22a van de Participatiewet van toepassing is.

  • 2.

    Wij passen de verlaging alleen toe als uw algemeen noodzakelijke kosten van bestaan door uw woonsituatie daadwerkelijk lager zijn dan waarin de voor u geldende norm voorziet.

  • 3.

    Bij de toepassing van lid 1 en 2 houden wij rekening met de regels over kostenbesparende bijdragen en giften uit de Participatiewet (artikel 18, achtste lid, en artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s). Wij passen de verlaging alleen toe voor zover de bijdragen en giften niet zijn vrijgelaten op grond van deze bepalingen. 

  • 4.

    Wij beoordelen in alle gevallen uw individuele omstandigheden. Als uw situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen wij afzien van (verdere) verlaging of een lagere verlaging toepassen.

Artikel 4 Verlaging schoolverlaters (artikel 28 Participatiewet)

  • 1.

    Wij verlagen uw uitkering met 20 procent van de rekennorm als u een schoolverlater bent. Wij passen deze verlaging toe gedurende zes maanden, gerekend vanaf het moment waarop u bent gestopt met het volgen van onderwijs of een beroepsopleiding.

  • 2.

    Wij passen de verlaging niet toe als u een schoolverlater bent, jonger bent dan 21 jaar en de jongerennorm ontvangt.

  • 3.

    Wij passen de verlaging wel toe als u een schoolverlater bent, jonger bent dan 21 jaar, maar naast de jongerennorm ook een aanvulling bijzondere bijstand ontvangt tot de norm voor 21 jaar of ouder of tot de kostendelersnorm. Dan passen wij de verlaging toe tot maximaal de hoogte van de bijzondere bijstand.

  • 4.

    Wij passen uw verlaging aan zodat u als schoolverlater wel blijft beschikken over een bedrag gelijk aan het normbedrag voor studiefinanciering.

  • 5.

    Wij passen de verlaging niet toe als u schoolverlater bent vanwege bijzondere omstandigheden en u daardoor geen onderwijs of beroepsopleiding meer kunt volgen.

Artikel 5 Commerciële huur

  • 1.

    Voor het bepalen van de minimale hoogte van een commerciële (onder)huurprijs sluiten wij aan bij het bedrag van de normhuur (volgens artikel 1 van deze beleidsregels).

  • 2.

    Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs inclusief nutsvoorzieningen, houden wij rekening met het bedrag uit lid 1 verhoogd met 20 procent van de gemiddelde normbedragen voor nutsvoorzieningen in de Nibud-prijzengids.

  • 3.

    Als het gaat om een commerciële (onder)huurprijs voor een kostganger, houden wij rekening met de bedragen uit lid 1 en 2, verhoogd met het gemiddelde normbedrag voor maaltijden in de Nibud-prijzengids.

Artikel 6 Eisen aan een commerciële (onder)huurovereenkomst of kostgangersovereenkomst

  • 1.

    U moet de commerciële (onder)huurovereenkomst of kostgangersovereenkomst schriftelijk vastleggen. In de overeenkomst staat in ieder geval:wie de huurder is;

    • a.

      wie de verhuurder is;

    • b.

      het adres en een omschrijving van het gehuurde (zoals hoeveel kamers, woonkamer, badkamer, tuin);

    • c.

      de prijs (uitgesplitst in kale huur, servicekosten, nutsvoorzieningen en/of maaltijden);

    • d.

      de hoogte van de (eventuele) borg;

    • e.

      het tijdstip en wijze van betaling;

    • f.

      de ingangsdatum van het huurcontract;

    • g.

      de datum waarop jaarlijks de huur wordt verhoogd;

    • h.

      de eventuele huisregels;

    • i.

      de handtekening van de huurder en de verhuurder.

  • 2.

    U moet aantonen dat de afgesproken vergoeding daadwerkelijk wordt betaald. Dit kan met betaalbewijzen over ten minste de laatste drie maanden vóór de aanvraagdatum of, als u korter op het adres woont, vanaf de datum van inwoning.

Artikel 7 Inkomsten uit (onder)huur of kostgeld

  • 1.

    Bij een aantoonbare commerciële huur-, onderhuur- of kostgangersrelatie beoordelen wij de ontvangen vergoeding en de daaruit voortvloeiende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan overeenkomstig de artikelen 31, 32 en 33, lid 4 Participatiewet.

  • 2.

    Als bij u iemand inwoont zonder dat sprake is van een commerciële huur-, onderhuur- of kostgangersrelatie, beoordelen wij of de bijdrage van deze persoon leidt tot een kostenbesparing. Wij laten kostenbesparende bijdragen en giften buiten beschouwing tot het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m, van de Participatiewet. Voor het meerdere beoordelen wij of artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Participatiewet van toepassing is.

Artikel 8 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2024 worden ingetrokken.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels maatwerk uitkeringsnorm Dronten 2026.

Ondertekening

Dronten, 8 september 2026

R. Hammenga MA

secretaris

drs. J.P. Gebben

burgemeester

Toelichting

Artikel 1 Begrippen

Het Nibud is een adviesorganisatie op het gebied van persoonlijke financiën. Het Nibud doet onderzoek en geeft voorlichting. Denk aan onderwerpen als sparen, rondkomen, lenen, kortom: geldzaken in de praktijk.

Met kosten van levensonderhoud bedoelen we alle kosten die nodig zijn om te kunnen leven. Denk bijvoorbeeld aan huur, de energierekening en boodschappen.

Artikel 2 Doelgroep

Geen verdere uitleg.

Artikel 3 Verlaging woonsituatie (artikel 27 Participatiewet)

Als een inwoner geen woonlasten heeft, of als een ander geheel of gedeeltelijk de woonlasten betaalt, kunnen de noodzakelijke kosten van bestaan lager zijn. Daarom kan de uitkering worden verlaagd. Een verlaging van 20 procent van de rekennorm is volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep aanvaard (ECLI:NL:CRVB:2020:677).

Bij de toepassing van de verlaging houden wij rekening met de regels over kostenbesparende bijdragen en giften uit de Participatiewet. Hierbij sluiten wij aan bij artikel 18, achtste lid, en artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s, van de Participatiewet. Kleine bijdragen en giften blijven daarom geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing. Dit geldt ook voor verstrekkingen van de voedselbank.

Bij de beoordeling houden wij rekening met de individuele omstandigheden van de inwoner. Als de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen wij afwijken van de standaardverlaging.

Artikel 4 Verlaging schoolverlaters (artikel 28 Participatiewet)

De verlaging voor schoolverlaters van artikel 28 Participatiewet is bedoeld om de schoolverlater tijdens het eerste half jaar niet in een betere financiële positie te brengen dan toen hij nog aangewezen was op studiefinanciering of een tegemoetkoming krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos).

Bij gehuwden die beiden schoolverlater zijn, wordt de verlaging niet verdubbeld. Deze blijft dan 20 procent. De periode kan wel verlengd worden, als beide partners na elkaar (dus niet gelijktijdig) schoolverlater worden.

De verlaging wordt zodanig vastgesteld dat de schoolverlater ten minste blijft beschikken over de norm voor levensonderhoud die in de studiefinanciering is opgenomen.

De verlaging is bedoeld om schoolverlaters te stimuleren arbeid te accepteren of door te leren. In bijzondere gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld bij (ernstige) ziekte, psychische of andere bijzondere omstandigheden. Als de schoolverlater vanwege deze omstandigheden de opleiding niet kon afmaken en ook niet kan doorleren, verlagen wij de uitkering niet.

Voor jongeren onder de 21 jaar die naast de jongerennorm aanvullende bijzondere bijstand ontvangen, wordt de verlaging uitsluitend toegepast op het aanvullende deel. De verlaging bedraagt nooit meer dan de verstrekte bijzondere bijstand.

Artikel 5 Commerciële huur

Bij de beoordeling of sprake is van een commerciële huur- of kostgangersrelatie sluiten wij aan bij de normhuur uit de Wet op de huurtoeslag. Hiermee beoordelen wij of sprake is van een zakelijke en marktconforme prijs.

In mantelzorgsituaties beoordelen wij afzonderlijk of sprake is van een commerciële relatie en of de kostendelersnorm van toepassing is.

Lid 1

Voor de minimale hoogte van een commerciële (onder)huurprijs sluiten wij aan bij de normhuur uit de Wet op de huurtoeslag. Hierbij volgen wij de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2017:243 en ECLI:NL:CRVB:2017:3120).

Lid 2

Als de huurprijs ook de kosten van nutsvoorzieningen omvat, verhogen wij de normhuur met 20 procent van de gemiddelde normbedragen voor nutsvoorzieningen uit de Nibud-prijzengids.

Lid 3

Bij een kostgangersovereenkomst houden wij naast de huur en nutsvoorzieningen ook rekening met de kosten van maaltijden. Hiervoor gebruiken wij het gemiddelde normbedrag voor maaltijden uit de Nibud-prijzengids.

Artikel 6 Eisen aan commerciële (onder)huur of kostgangersovereenkomst

Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep volgen de volgende uitgangspunten:

  • •

    De aanvrager of uitkeringsgerechtigde moet aantonen dat sprake is van een zakelijke overeenkomst waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen duidelijk zijn vastgelegd.

  • •

    De aanvrager of uitkeringsgerechtigde moet aantonen dat de afgesproken vergoeding daadwerkelijk wordt betaald of ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld met bankafschriften.

  • •

    Bij een zakelijke overeenkomst is het gebruikelijk dat de afgesproken vergoeding periodiek wordt verhoogd (CRvB 22 februari 2000, nrs. 98/5983 en 98/5984 NABW).

In beginsel vragen wij betaalbewijzen over de laatste drie maanden vóór de aanvraagdatum. Als de inwoning korter geleden is begonnen, vragen wij betaalbewijzen vanaf de datum van inwoning.

Artikel 7 Inkomsten uit (onder)huur of kostgeld

Bij een commerciële huur-, onderhuur- of kostgangersrelatie beoordelen wij de ontvangen vergoeding volgens de artikelen 31, 32 en 33, vierde lid, van de Participatiewet. De uitkeringsgerechtigde moet aantonen dat sprake is van een commerciële relatie. Hiervoor gelden de voorwaarden uit artikel 6.

Als geen sprake is van een commerciële relatie, kan een bijdrage van een inwonende persoon wel leiden tot lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Kostenbesparende bijdragen en giften laten wij buiten beschouwing tot het wettelijk vrijgelaten bedrag. Als het totale bedrag hoger is dan deze vrijlating, beoordelen wij of het meerdere vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.

Artikel 8 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

Geen verdere uitleg.