Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767054
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767054/1
Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027Het gemeentebestuur van gemeente Aa en Hunze;
gelet op de "Verordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027".
Besluit
vast te stellen:
Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027.
Artikel 1. Beheer
-
1. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.
-
2. Onder toezicht van het college worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:
- a.
de administratie van de begraafplaatsen;
- b.
de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen;
- c.
het onderhoud van de begraafplaatsen;
- d.
het laten delven of openen en sluiten van graven en asbestemmingen;
- e.
het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen en het plaatsen van asbussen en/of urnen.
- a.
Artikel 2. Inrichting register
-
1. Het college houdt een register bij van de begraven overledenen en de bezorgde as.
-
2. Het register bevat van alle graven de rechthebbenden met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of asbezorging.
-
3. De rechthebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het college door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste mededelingen verzonden zijn aan het laatstelijk opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen.
Artikel 3. Openstelling en begraaftijden
-
1. De begraafplaatsen zijn dagelijks geopend van 8.00 uur tot zonsondergang.
-
2. De tijd van het begraven van overledenen en het bezorgen van as is op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 10.00 tot 14.00 uur. Voor het begraven op zaterdag wordt een ander tarief geheven dan op werkdagen.
-
3. Zowel de begin- als eindtijd van de plechtigheid op de begraafplaatsen dient tussen de in het tweede lid aangegeven tijden te liggen. Voor plechtigheden die plaatsvinden buiten de in lid 2 aangegeven tijden worden kosten in rekening gebracht voor het tarief buitengewoon uur.
-
4. Voor werkzaamheden aan graven zijn de begraafplaatsen geopend op werkdagen van 8.00 uur tot 17.00 uur.
-
5. Er mag op hetzelfde tijdstip op de begraafplaats niet meer dan één begrafenis c.q. bezorging van as plaatsvinden.
Artikel 4. Aantal overledenen en asbussen
-
1. Per graf mogen maximaal worden geplaatst:
a.
particulier dubbeldiep graf
2 personen en 2 asbussen
b.
particulier dubbel graf (2 keer enkel)
2 personen en 2 asbussen
c.
particulier enkelgraf
1 persoon en 2 asbussen
d.
particulier kindergraf
1 persoon en 2 asbussen
e.
particulier keldergraf
1 persoon en 2 asbussen
f.
algemeen graf
1 persoon
g.
particulier urnengraf
2 asbussen of urnen
h.
particulier urnennis
2 asbussen of urnen
-
2. Een dubbeldiep graf bestaat uit twee lagen. De tweede laag betreft de eerst begravene en de eerste laag de laatst begravene.
-
3. Het college kan in bijzondere gevallen van deze aantallen afwijken.
-
4. Asbussen of urnen mogen in particuliere graven geplaatst worden na schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Het plaatsen van een asbus of urn in een algemeen graf is niet toegestaan.
Artikel 5. Het verstrooien van as
-
1. De as van een overledene mag op de daarvoor bestemde plekken worden verstrooid in samenspraak met de beheerder.
-
2. Het is niet toegestaan de as te verstrooien op openbare voorzieningen op de begraafplaatsen zoals paden, groenstroken, inrichtingselementen en gebouwen.
-
3. Het is verboden zonder voorafgaande toestemming van de beheerder as op de begraafplaatsen te (laten) verstrooien.
-
4. Voor verstrooiing moet een vergunning worden aangevraagd bij het college. In de aanvraag moeten naam, overlijdensdatum, plaats van overlijden en naam en adres van de nabestaande worden vermeld. Ook moet melding gemaakt worden van welke verstrooiplaats men gebruik wil maken.
-
5. De beheerder moet minimaal drie werkdagen voorafgaande aan de verstrooiing hiervan in kennis worden gesteld.
Artikel 6. Grafkelders
-
1. Het stichten van een grafkelder geschiedt namens de rechthebbende, voor risico en op kosten van de rechthebbende na verkregen vergunning van het college. Het zelf bouwen of metselen van een grafkelder is niet toegestaan.
-
2. De voorwaarden waaraan een grafkelder moet voldoen zijn:
- a.
de gebruikte materialen zijn duurzaam;
- b.
de fundering en constructie zijn veilig;
- c.
de grafkelder is beheer-technisch en esthetisch aanvaardbaar;
- d.
de grafkelder is een water- en vloeistofdichte betonnen ruimte;
- e.
er is een ontluchtingssysteem aangebracht;
- f.
de bovenkant van een grafkelder ligt 30 cm onder het maaiveld.
- a.
-
3. De afmetingen van de ruimte waarbinnen een grafkelder mag worden aangebracht, zijn lengte 225 cm x breedte 100 cm x hoogte 280 cm beneden maaiveld.
-
4. Het openen van een grafkelder voor het daarin doen begraven van overledenen en het direct na de begrafenis sluiten daarvan, komt voor rekening en risico van de rechthebbende.
-
5. Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen is verboden, tenzij de beheerder van de begraafplaatsen hiervoor toestemming heeft verleend.
-
6. Een vergunning voor een reeds bestaande grafkelder kan worden gewijzigd of ingetrokken worden, indien:
- a.
niet voldaan wordt aan de vastgestelde regels in het uitvoeringsbesluit;
- b.
de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
- c.
de constructie van de grafkelder ondeugdelijk is;
- d.
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstreken;
- e.
het college om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.
- a.
-
7. De kosten voor het verlenen van een vergunning voor een grafkelder worden voldaan door of in naam van de rechthebbende.
Artikel 7. Graftermijnen
-
1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, de volgende uitsluitende rechten:
- a.
het recht op een particulier (kinder)graf en particulier urnengraf voor een termijn van 20, 30 of 50 jaar;
- b.
het recht op een particuliere urnennis voor een termijn van 10, 20 of 30 jaar.
- a.
-
2. In lid 1a en lid 1 b van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd telkens met een termijn van 5, 10 of 20, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende graftermijn wordt ingediend.
Artikel 8. Afmetingen graf
-
1. De afmetingen (lxb) van het grafoppervlak bedragen:
a.
particulier dubbeldiepgraf
200 x 100 cm
b.
particulier dubbelgraf (2 keer enkel)
200 x 200 cm
c.
particulier enkelgraf
200 x 100 cm
d.
particulier kindergraf
160 x 90 cm
e.
particulier keldergraf
200 x 100 cm
f.
algemeen graf
200 x 100 cm
g.
particulier urnengraf
90 x 90 cm
Gedenkteken
Artikel 9. Voorwaarden gedenktekens
-
1. Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, hardglas of een verduurzaamde houtsoort.
-
2. De lengte en de breedte van het gedenkteken (inclusief grondplaat of grafrand) mogen die van het graf, genoemd in artikel 8, niet overschrijden.
-
3. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.
-
4. Gedenktekens moeten zodanig worden gefundeerd, dat verzakking niet mogelijk is. De constructie moet zodanig zijn, dat zij uit en in elkaar gezet kan worden zonder de cementvoegen te verbreken. Eventuele verbindingen moeten vakkundig worden aangebracht.
-
5. Staande gedenktekens worden alleen aan de hoofdzijde van het graf geplaatst.
-
6. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te leggen.
-
7. Het is niet toegestaan op een graf voor of naast het gedenkteken of voor of naast de beplanting één of meerdere kantafzettingen aan te brengen.
-
8. De particuliere urnennissen zijn voorzien van een afsluitplaat welke op kosten van de rechthebbende door de gemeente beschikbaar wordt gesteld. Het is verplicht deze te gebruiken. De rechthebbende kan deze laten voorzien van een inscriptie.
-
9. Urnen op een particulier (urnen)graf moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.
Artikel 10. Grindbedekking
-
1. Gebruik van los grind als grafbedekking is niet toegestaan. Grind is alleen toegestaan op een particulier graf onder die voorwaarde dat het grind wordt geplaatst in een dichte bak en mag de in artikel 8 benoemde afmetingen van het gedenkteken niet overschrijden.
-
2. Indien het grind de afmetingen uit artikel 8 overschrijdt, is de beheerder van de begraafplaats bevoegd dit grind te verwijderen zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een schadevergoeding.
-
3. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het aanvullen van grind; de rechthebbende is verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanvulling van het grind op het betreffende particuliere graf.
-
4. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het (laten) verwijderen van het grind bij een begraving in het betreffende particuliere graf.
Artikel 11. Afmetingen grafmonument
-
1. Alle gedenktekens op graven dienen op een deugdelijke fundering te worden geplaatst. De fundering dient onder het maaiveld te worden aangebracht. De fundering van een gedenkteken dient te bestaan uit een gewapend betonraam van 200 x 100 cm, waarbij de banden van het raam 5 cm dik en 15 cm breed zijn;
-
2. De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier graf één of tweediep moeten voldoen aan de volgende eisen:
- °
situatie liggend lengte 200 cm x breedte 100 cm
- °
situatie staand breedte 100 cm x hoogte 100 cm
- °
-
3. De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier dubbelgraf (2 keer enkel) moeten voldoen aan de volgende eisen:
- °
situatie liggend lengte 200 cm x breedte 200 cm
- °
situatie staand breedte 200 cm x hoogte 100 cm
- °
-
4. De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier kindergraf moeten voldoen aan de volgende eisen:
- °
situatie liggend lengte 160 cm x breedte 90 cm
- °
situatie staand breedte 90 cm x hoogte 100 cm
- °
-
5. De maximale afmetingen van een gedenkteken op een particulier urnengraf moeten voldoen aan de volgende eisen:
- °
situatie liggend lengte 90 cm x breedte 55 cm
- °
situatie staand breedte 90 cm x hoogte 55 cm
- °
-
6. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen voor de toepassing van andere afmetingen.
Artikel 12. Vergunning grafbedekking
-
1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken op een graf te plaatsen.
-
2. Voor het plaatsen van een plaat ter afsluiting van een urnennis is geen vergunning nodig. De plaat wordt door de gemeente geleverd.
-
3. Een vergunning voor het hebben of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd op verzoek van de rechthebbende.
-
4. Bij de aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:
- a.
een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen;
- b.
de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
- c.
de vermelding van de tekst en/of de letters etc. ingehakt of van metaal of andere soort zijn;
- d.
de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);
- e.
het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;
- f.
een kopie van de foto of afbeelding van het te plaatsen portret op het gedenkteken;
- g.
naam van de rechthebbende;
- a.
-
5. De werktekening dient minstens vier weken voor het plaatsen te worden ingediend bij het college. De steenhouwer geeft minimaal 24 uur van te voren bericht aan de beheerder wanneer het voornemen is om het gedenkteken te plaatsen. Bij afwijkingen van de in deze verordening genoemde maten en materialen beslist het college.
-
6. Het plaatsen of vervangen van een gedenkteken wordt altijd in afstemming met de beheerder gepland.
-
7. Het college kan de vergunning weigeren indien:
- a.
niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;
- b.
de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
- c.
de duurzaamheid van materialen onvoldoende is;
- d.
de reconstructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
- a.
Artikel 13. Plaatsing en verwijdering gedenkteken
-
1. Het tijdstip van plaatsing, herstel, vervanging of verwijdering van het gedenkteken dient ten minste twee werkdagen van tevoren kenbaar gemaakt te worden aan de beheerder. Het plaatsen van een gedenkteken dient plaats te vinden op werkdagen van maandag t/m vrijdag van 08:00 tot 17:00 uur. In overleg met de beheerder wordt bepaald wanneer en onder welke voorwaarden de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
-
2. Een gedenkteken inclusief belettering op een particulier urnengraf of urnennis dient aanwezig te zijn tijdens het plaatsingsmoment van de asbus of urn.
-
3. Indien er beschadigingen ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan het gedenkteken, moet de veroorzaker hiervan zich melden bij de beheerder van de begraafplaats. In overleg met de beheerder wordt bepaald of de schade door of op kosten van de veroorzaker worden hersteld.
Artikel 14. Grafbeplanting
-
1. Nog voor het beplanten wordt door de rechthebbende contact gelegd met de beheerder om het moment van planten af te stemmen.
-
2. Het oppervlak van het particulier graf kan door de rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte, in artikel 11, niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet overschrijden, zie artikel 11.
-
3. Grafbeplanting die buiten het graf, zonder toestemming of anders dan aangewezen is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden wordt op last van het college door de beheerder verwijderd. Dit vindt niet eerder plaats dan nadat de rechthebbende op een particulier graf per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is opgeroepen en gelegenheid is geboden voor aanpassing. Bij verwijdering van de beplanting is geen recht op schadevergoeding.
-
4. Op graven mogen niet-winterharde beplanting en bloemen in potten en vazen worden geplaatst. Op een graf mogen perkplanten (éénjarige en meerjarige) gewassen worden geplant. Deze mogen de hoogte van het grafmonument niet overschrijden. Het planten van bomen, heesters, bamboe, haagplanten en coniferen is niet toegestaan.
-
5. Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Artikel 15. Losse bloemen, planten en ornamenten
-
1. Het plaatsen van losse bloemen op graven in op de ondergrond bevestigde vazen, eenjarige planten en planten in potten is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking. Glazen vazen zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.
-
2. Het is op, achter en in de nabijheid van grafbedekkingen verboden losse voorwerpen te plaatsen.
-
3. Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen één maand na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de belanghebbende worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze zonder voorafgaande kennisgeving te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
-
4. Alle sporen van afval, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de gedenktekenen dienen van de begraafplaats te worden meegenomen. Beschadigingen, ontstaan ten gevolgde van werkzaamheden op of aan de gedenktenenen moeten worden hersteld.
Artikel 16. Aansprakelijkheid
-
1. De in artikel 9 bedoelde gedenktekens en andere voorwerpen of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht.
-
2. Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het gebrek aan onderhoud of weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende.
-
3. De rechthebbende is verplicht de, door welke omstandigheden ook, daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen.
-
4. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld.
-
5. Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.
Artikel 17. Onderhoud door de gemeente
-
1. Het college voorziet in het algemeen onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaatsen. Dit betekent dat het college voorziet in:
- a)
periodiek onderhoud aan begroeiing en bomen;
- b)
periodiek onderhoud aan de paden;
- c)
onderhoud aan de algemene verstrooiingsplaats;
- d)
schoonhouden van de begraafplaatsen.
- a)
-
2. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, welke zich op of bij het graf bevinden. Evenmin kan zij aansprakelijk worden gesteld voor schade aan deze voorwerpen, diefstal of het zoekraken daarvan, tenzij aan de zijde van de gemeente opzet of grove schuld aanwezig is.
Artikel 18. Onderhoud door de rechthebbende
-
1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende.
-
2. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt verstaan:
- a)
Het schoonmaken van het gedenkteken;
- b)
Het indien nodig stellen van het gedenkteken;
- c)
Het verven of vergullen van letters en andere figuren op het gedenkteken;
- d)
Het aanbrengen, onderhouden en eventueel vernieuwen van losse planten en één- of meerjarige planten;
- e)
Het verwijderen van dode planten;
- f)
Het uitvoeren van herstellingen van het gedenkteken en andere grafbedekking.
- a)
-
3. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking (geheel of gedeeltelijk) doen verwijderen.
Slotbepalingen
Artikel 19. Citeertitel
-
1. Deze voorschriften treden in werking op 1 januari 2027 en treden in de plaats van alle voorafgaande voorschriften van de gemeentelijke begraafplaatsen met betrekking tot de grafbedekkingen.
-
2. Deze voorschriften kunnen worden aangehaald als “Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de openbare vergadering van 25 augustus 2026.
Het college van Aa en Hunze
Namens dezen,
de secretaris,
de burgemeester,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl