Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767027
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR767027/1
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027
Intitulé
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027De raad van de gemeente Aa en Hunze;
gelezen het voorstel van het college van gemeente Aa en Hunze,
gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging, artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
begraafplaatsen:
- o
Anloo, Bosweg 6
- o
Eext, ’t Witzand 6
- o
Gasselte, Borgerweg
- o
Gasselternijveen, Vaart
- o
Gieten, Oude Groningerweg 19
- o
Gieterveen, Broek 7E
- o
Gieterveen, Streek
- o
Grolloo, Hoofdstraat
- o
Rolde, Hunebedweg
- o
- b.
graf: een zandgraf of grafkelder;
- c.
grafkelder: een betonnen constructie waarin één of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet. Of een particulier graf waarvoor een vergunning is verleend tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden;
- d.
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
- e.
urn: een sierlijke bewaarplaats ter berging van één of meer asbussen of als bewaarplaats van de as van een overledene;
- f.
particulier graf: een enkel of dubbel graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- 1.
het doen begraven en begraven houden van overledenen;
- 2.
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen en/of urnen;
- 1.
-
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder "particulier graf', mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particuliere grafkelder.
- g.
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin enkel overledenen worden begraven van gemeentewege;
- h.
particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;
- i.
particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen en bijgezet houden van asbussen en/of urnen;
- j.
particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen en/of urnen;
- k.
verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;
- l.
gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
- m.
grafbeplanting: beplanting die op een graf wordt aangebracht;
- n.
grafbedekking: gedenkteken, afdekplaat, grafbeplanting en andere voorwerpen op een graf of bij een urnenruimte;
- o.
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;
- p.
rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf, een particulier kindergraf, particuliere grafkelder, een particulier urnengraf, een particuliere urnennis of het doen verstrooien van as;
- q.
belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
- r.
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze;
- s.
grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier (kinder)graf, of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf of urnennis;
- t.
ruimen: de stoffelijke resten uit het graf opgraven en herbegraven in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats, zodat het graf opnieuw uitgegeven kan worden;
- u.
nadere regels: specifiekere regels met betrekking tot het gebruik en onderhoud van de begraafplaats welke het college vaststelt in het uitvoeringsbesluit.
Artikel 2. Voorwaarden
-
1. Aan krachtens deze verordening te verlenen toestemmingen, vergunningen of ontheffingen kunnen voorwaarden worden verbonden.
-
2. Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan het college besluiten de toestemming, vergunning of ontheffing in te trekken.
-
3. Degene aan wie de toestemming, ontheffing of vergunning is verleend, is verplicht deze op eerste vordering te tonen aan hen, die belast zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening. Bij weigering hiervan wordt de houder geacht zonder toestemming, vergunning of ontheffing te hebben gehandeld.
Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaatsen
Artikel 3. Openstelling
-
1. De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
-
2. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
-
3. Het college kan de toegang(en) van de begraafplaatsen tijdelijk sluiten.
Artikel 4. Ordemaatregelen
-
1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
-
2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
Artikel 5. Niet-toegestane handelingen
-
1. Het is verboden op de begraafplaatsen:
- a.
de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden of te beschadigen;
- b.
dieren mee te nemen, met uitzondering van aangelijnde (hulp)honden;
- c.
dieren te begraven;
- d.
zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde ingangen;
- e.
iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene;
- f.
overlast te veroorzaken;
- g.
(brom)fietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden;
- h.
met motorijtuigen sneller dan 5 km per uur te rijden;
- i.
zonder toestemming van de beheerder een geluidsinstallatie aanwezig te hebben en/of te gebruiken op de begraafplaatsen;
- j.
zich op hinderlijke wijze te gedragen;
- k.
goederen ter verkoop aan te bieden;
- l.
op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf.
- a.
-
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in lid 1.
-
3. De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 van dit artikel de toegang tot de begraafplaatsen te ontzeggen.
Artikel 6. Plechtigheden
-
1. Het is verboden zonder toestemming van het college herdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen te houden.
-
2. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste vijf werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.
-
3. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het tweede lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
-
4. Het college kan de toestemming weigeren op grond van vrees voor verstoring van de openbare orde op de begraafplaatsen.
Hoofdstuk 3. Indeling begraafplaats en uitgifte van graven
Artikel 7. Soorten graven en asbestemmingen
-
1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:
- a.
particuliere graven;
- b.
particuliere kindergraven;
- c.
particuliere urnengraven;
- d.
particuliere urnennissen;
- e.
particuliere grafkelders.
- a.
-
2. Op de begraafplaatsen kan het gebruik worden verleend voor
- a.
algemene graven;
- b.
de gemeentelijke verstrooiingsplaatsen.
- a.
-
3. Het college bepaalt in de nadere regels hoeveel overledenen kunnen worden begraven en bijgezet en het aantal overledenen dat in een algemeen graf kan worden begraven. En hoeveel asbussen en/of urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven.
-
4. Tevens bepaalt het college de afmetingen en uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
-
5. Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf een vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.
Artikel 8. Volgorde van uitgifte
-
1. De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
-
2. De uitgifte van particuliere urnennissen wordt in samenspraak met de beheerder bepaald.
-
3. Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.
Artikel 9. Termijn graven
-
1. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
-
2. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden wanneer de graftermijn wordt verlengd zodat deze weer voldoet aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 10, lid 1 bedoelde personen.
-
3. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
-
4. Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. Het grafrecht geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening.
-
5. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
-
6. Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.
Artikel 10. Overschrijving van verleende rechten
-
1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgeno(o)t(e) of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
-
2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
-
3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.
-
4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Hoofdstuk 4. Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 11. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
-
1. Degene die wil doen begraven, as wil bijzetten of as wil laten verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder.
-
2. Degene die wil doen begraven, as wil bijzetten of as wil laten verstrooien, levert uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, de benodigde stukken voor de activiteit schriftelijk aan. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
-
3. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
-
4. Het openen en sluiten van een particulier graf mag uitsluitend in opdracht van een in leven zijnde rechthebbende worden uitgevoerd. In geval van een overleden rechthebbende dient het grafrecht eerst overgeschreven te zijn aan een nieuwe rechthebbende.
-
5. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
-
6. De zich op een particulier graf bevindende grafbedekking of voorwerpen moeten in opdracht van de rechthebbende uiterlijk twee werkdagen voorafgaand het openen van het graf worden verwijderd.
-
7. Het plaatsen van een asbus of een asverstrooiing dient altijd plaats te vinden onder toezicht van de beheerder.
-
8. In bijzondere gevallen kan het college voor dit artikel ontheffing verlenen.
Artikel 12. Over te leggen stukken
-
1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.
-
2. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
Artikel 13. Tijden van begraven en asbezorging
-
1. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaanden, of de persoon die namens de nabestaanden optreedt, vastgesteld.
-
2. Het begraven buiten de in de nadere regels benoemde tijden op werkdagen en zaterdagen is slechts mogelijk met ontheffing van het college. In dat geval wordt de tijd van begraven aangemerkt als een buitengewoon uur.
Hoofdstuk 5. Grafbedekking
Artikel 14. Vergunning grafbedekking
-
1. Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
-
2. De wijze van aanvraag van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen stelt het college vast in de nadere regels.
-
3. Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.
Artikel 15. Verwijdering grafbedekking
-
1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op vergoeding.
-
2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste drie maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bekend door middel van een bij het graf te plaatsen bordje of bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord.
-
3. De grafbedekking blijft nog gedurende twaalf weken ter beschikking na verwijdering van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 14 (Vergunning grafbedekking) was verleend. Middels een sticker op de grafbedekking wordt de datum van verwijdering geregistreerd. De aanvraag voor het behoud van de grafbedekking kan worden ingediend voor het verlopen van het grafrecht.
-
4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:
- a.
geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;
- b.
de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat de graftermijn is verlopen, is afgehaald.
- a.
-
5. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een overledene of de bijzetting van een asbus en/of urn in een particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende.
-
6. Een rechthebbende is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen in opdracht van en op kosten van de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk kunnen worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.
Hoofdstuk 6. Het vervallen en ruimen van graven
Artikel 16. Vervallen grafrechten
-
1. Het grafrecht vervalt:
- a.
door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;
- b.
indien de rechthebbende schriftelijk afstand doet van het grafrecht;
- c.
indien de begraafplaats wordt opgeheven of aan zijn bestemming wordt onttrokken.
- a.
-
2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren, indien:
- a.
de betaling van de grafrechten of een verlenging van het grafrecht, ondanks een aanmaning, niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;
- b.
de rechthebbende, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
- c.
de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 10, lid 2, gestelde termijn is overgeschreven.
- a.
-
3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.
Artikel 17. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
-
1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf ten minste één jaar vóór de ruiming bekend door middel van een bordje bij het graf, een mededeling op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats of een publicatie in een lokale krant.
-
2. De bij de ruiming van een graf aanwezige stoffelijke resten van overledenen en/of asbussen, worden begraven respectievelijk verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats.
-
3. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze in een ander particulier graf opnieuw te doen begraven, bij te zetten of te verstrooien. Het college kan in bijzondere gevallen anders beslissen. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus en/of urn elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
-
4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving in een particulier graf op de begraafplaats of op een begraafplaats elders.
-
5. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 2 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale wettelijke grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag.
-
6. De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 3 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende van het betreffende graf.
-
7. Indien de dag waarop het graf geruimd mag worden de grafbedekking niet is verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
-
8. Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus of urn, in een ander particulier graf op de begraafplaats geschiedt uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen personen.
-
9. Het opgraven van stoffelijke resten en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.
Hoofdstuk 7. Historische graven
Artikel 18. Lijst graven met historische betekenis
-
1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
-
2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
-
3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 19. Beslissingsbevoegdheid
In geval waarin deze verordening niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.
Artikel 20. Strafbepaling
Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van een voorschrift aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gestraft.
Artikel 21. Intrekkingen en inwerkingtreding
-
1. De verordening "Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2004" wordt ingetrokken op 1 januari 2027.
-
2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027.
Artikel 22. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2027".
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en Hunze, gehouden op 17 september 2026.
De griffier,
H.M. Flokstra
De voorzitter
A.W. Hiemstra
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl