Nota kostenverhaal en financiële bijdragen 2025

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-10-2026

Intitulé

Nota kostenverhaal en financiële bijdragen 2025

De raad van de gemeente Waddinxveen, gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders d.d. 11 februari 2025 besluit:

  • 1.

    De Nota kostenverhaal en financiële bijdragen Waddinxveen 2025 (bijlage 1, ook te noemen: Nota kostenverhaal 2025 en/of Nota) vast te stellen en daarmee te kiezen voor het vragen van een financiële bijdrage aan ontwikkelaars voor de verbetering van de fysieke leefomgeving in de gemeente.

  • 2.

    De Nota in werking te laten treden op 1 mei 2025.

  • 3.

    De Nota Kostenverhaal 2019 in te trekken na in de inwerkingtreding van de Nota kostenverhaal 2025.

Samenvatting kostenverhaal en financiële bijdragen

afbeelding binnen de regeling

1. Inleiding

Goed gepositioneerd in de uitlopers van het Groene Hart en stedelijke regio van Rotterdam is Waddinxveen een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en verblijven. Nieuwe inwoners kiezen voor Waddinxveen vanwege de centrale ligging en de rustige en veilige omgeving. De groei die het met zich meebrengt stelt de gemeente voor een uitdaging. Een groeiopgave betekent ook dat de gemeente blijft investeren in de fysieke leefomgeving om een prettig leef- en verblijfklimaat te behouden. Investeringen in goede infrastructuur in en rondom de kern en een groene leefomgeving met voldoende natuur- en recreatiegebieden om te zorgen dat de bestaande en nieuwe inwoners Waddinxveen blijven ervaren als een fijne gemeente om te wonen en te werken.

Kostenverhaal en financiële bijdragen

De gemeente Waddinxveen voert een dynamisch grondbeleid. In de uitvoering van de beleidsopgave en ambities van Waddinxveen maakt de gemeente de afweging of de markt deze uitvoering kan oppakken of dat de uitvoering van de opgave via de grondexploitaties van de gemeente moet lopen. Met de uitvoering door de markt moet de gemeente ook inspanningen leveren. Denk daarbij aan het aanleggen van infrastructuur, kosten voor de ambtelijke inzet en de eventuele aanpassingen van de fysieke leefomgeving voor een specifiek bouwplan. Bij deze initiatieven van marktpartijen faciliteert de gemeente dus de bouwplannen (in het Omgevingsbesluit ook wel kostenverhaalsplichtige activiteiten genoemd). Voor deze inzet zijn gemeenten verplicht om kosten te verhalen op initiatiefnemers 1 . Daarnaast biedt de Omgevingswet (hierna: Ow) mogelijkheden om initiatiefnemers een financiële bijdrage te vragen en te verhalen voor de benodigde investeringen in de openbare ruimte en het landschap die samenhangen met de groei van de gemeente en de verbetering en behoud van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

De bovengenoemde investeringen worden niet volledig verhaald op de initiatiefnemers cq. marktpartijen. Alle partijen die hier profijt van hebben, dragen bij aan de financiering van deze investeringen. Ook de gemeente zelf. Op basis van de vastgoedwaarde (zie berekening bijlage 5) is een aandeel van 83% van de investeringen toe te rekenen aan de huidige inwoners en gebruikers. De gemeente Waddinxveen ‘betaalt’ dus het grootste deel van deze investeringen. Het resterende aandeel van 17%, kan worden toegerekend aan de toekomstige inwoners en gebruikers. De grondeigenaar of ontwikkelaar die de woningen en gebouwen realiseert ‘betaalt’ dit deel van de investeringen. Het is redelijk dat ook bouwplannen voor toekomstige ontwikkelingen bijdragen aan deze investeringen.

Waarvoor dient deze Nota kostenverhaal en financiële bijdragen?

In deze Nota kostenverhaal en financiële bijdragen (hierna: de Nota) wordt toegelicht hoe de gemeente Waddinxveen haar kosten gaat verhalen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in de verschillende kosten die de gemeente op een initiatiefnemer gaat verhalen. Er zijn namelijk kosten die direct samenhangen met het nieuwe bouwplan (kostenverhaal). Er zijn ook kosten die voor meerdere ontwikkellocaties gemaakt worden of waarvan ook bestaande gebieden profiteren (financiële bijdragen).

Deze Nota geeft duidelijke kaders hoe Waddinxveen het kostenverhaal en de financiële bijdragen bepaalt. De Nota schrijft een uniforme werkwijze voor die geldt voor iedere initiatiefnemer die een nieuw bouwplan of bouwactiviteit2 binnen de gemeente wil realiseren. Na het vaststellen van deze Nota bepaalt de gemeente dus op een transparante manier de bijdrage voor de ontwikkeling van een gebied op initiatiefnemers. De Nota vormt ook de basis voor een bijdrage vanuit de gemeentelijke grondexploitaties aan de investeringsopgave. Ook het ontwikkelprogramma in gemeentelijke grondexploitaties profiteren namelijk van de investeringsopgave van gemeente Waddinxveen. De Nota is een aanvulling op de nota grondbeleid en een nadere uitwerking van de omgevingsvisie op het gebied van kostenverhaal en financiële bijdragen.

Status van de Nota

Deze Nota noemt de investeringen en de (woningbouw)ontwikkelingen die uitsluitend gebruikt zijn om de financiële bijdragen te bepalen. Deze nota heeft niet als doel om deze investeringen en (woningbouw)ontwikkelingen bestuurlijk vast te stellen. Hiervoor is een separaat bestuurlijk besluit nodig. De gehanteerde gegevens betreffen een inschatting op basis van herleidbare en beschikbare informatie; een momentopname dus. De lijst is indicatief en niet limitatief. Ook de ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien, zullen bijdragen aan de financiële bijdragen. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan investeringen of (woningbouw)ontwikkelingen genoemd in deze Nota.

2. Hoe verhaalt Waddinxveen haar kosten en financiële bijdragen?

Hoofdstuk 2 van deze Nota beschrijft hoe de gemeente Waddinxveen invulling geeft aan het kostenverhaal en financiële bijdragen. Wilt u meer lezen over het wettelijk kader? In bijlage I zijn de mogelijkheden die de Ow geeft verder uitgewerkt.

Wanneer is een initiatiefnemer kostenverhaal en financiële bijdragen verschuldigd?

Als onderstaande twee punten beiden aan de orde zijn dan verhaalt de gemeente de kosten en de financiële bijdragen.

  • 1.

    Planologische wijziging

    Voor een initiatief is een planologische wijziging nodig. Bijvoorbeeld de wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Als hiervan geen sprake is dan zijn kostenverhaal en de financiële bijdragen niet aan de orde.

  • 2.

    Kostenverhaalsplichtige activiteit

    Het initiatief betreft kostenverhaalsplichtige activiteiten3 . Denk hierbij aan de bouw van een of meerdere woningen, de bouw van een ander gebouw of een grotere verbouwing of transformatie. In bijlage 1 wordt dit uitgebreider beschreven. Voor andere activiteiten, de zogenaamde verruimde activiteiten4 , kan de gemeente op basis van vrijwilligheid afspraken maken over de financiële bijdragen.

Contractering

Als een initiatiefnemer wil bouwen of verbouwen, maar dit past niet binnen het omgevingsplan dan kan hij een principeverzoek indienen. Het initiatief wordt door de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) in behandeling genomen. De ODMH maakt een inschatting of het initiatief voorstelbaar is. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de legesverordening.

Als een initiatief haalbaar is, dan sluiten de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. De overeenkomst wordt pas gesloten nadat het college heeft besloten in principe planologisch medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Voor complexe(re) initiatieven kan de gemeente eerst een intentieovereenkomst sluiten. In de intentieovereenkomst staan afspraken over de haalbaarheidsfase, bijvoorbeeld de verdeling van werkzaamheden (wat doet de initiatiefnemer en wat doet de gemeente?), de planning en de vergoeding voor de inzet van de gemeente tijdens de haalbaarheidsfase. In de anterieure overeenkomst staan de afspraken over onder andere de ruimtelijke kaders, het te realiseren programma, de fasering, het kostenverhaal en de financiële bijdragen. Nadat de gemeente en de initiatiefnemer de anterieure overeenkomst hebben ondertekend en daarmee het kostenverhaal is verzekerd, wordt de juridisch planologische procedure gestart.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1 Relatie tussen de legesverordening en het privaatrechtelijk kostenverhaal

Het uitgangspunt is dat gemeente Waddinxveen met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst sluit en hierin de afspraken over kostenverhaal en financiële bijdragen vastlegt. Daarmee wordt het kostenverhaal via publiekrechtelijke weg voorkomen en is vooraf voor alle partijen duidelijkheid.

Als de gemeente geen anterieure overeenkomst kan sluiten en de gemeente de juridisch-planologische procedure toch wil starten om de kostenverhaalsplichtige activiteit mogelijk te maken, dan borgt de gemeente het kostenverhaal en de financiële bijdragen publiekrechtelijk door kostenverhaalsregels op te nemen in het omgevingsplan. Indien nodig kan de gemeente de onderbouwing van de financiële bijdragen in het omgevingsplan nader onderbouwen in aanvulling op deze Nota. Bij een BOPA wordt het kostenverhaal publiekrechtelijk geborgd met kostenverhaalsvoorschriften.

Financiële zekerheid

Om de betaling van de te verhalen kosten en de financiële bijdragen te verzekeren, vraagt de gemeente de initiatiefnemer om een zekerheid van betaling. In de basis betreft dit de daadwerkelijke betaling van het kostenverhaal bij het afsluiten van de intentieovereenkomst en de anterieure overeenkomst. De gemeente bepaalt in de anterieure overeenkomst of, en zo ja, wanneer de initiatiefnemer de te verhalen kosten en financiële bijdragen in termijnen moet voldoen5 . Als sprake is van een betaling in termijnen dan dient de initiatiefnemer een bankgarantie af te geven voor het restant van het verschuldigde bedrag. De initiatiefnemer overlegt ook een bankgarantie voor de aanleg van het toekomstige openbare gebied wanneer zij dit zelf realiseert en voor de nadeelcompensatie.

De gemeente brengt zonder deze financiële zekerheid de planologische maatregel niet in procedure. Bij de facturatie gelden de gemeentelijke betaaltermijnen en betalingsvoorwaarden. Als niet is voldaan aan de betalingsverplichting geldt een bouwverbod6 .

3. Welke kosten verhaalt Waddinxveen?

Per kostenverhaalsplichtige activiteit bepaalt de gemeente voor het kostenverhaalsgebied (het bouwplan cq ontwikkelgebied) wat de te verhalen kosten zijn. Dit is maatwerk. De te verhalen kosten kunnen binnen het kostenverhaalsgebied liggen, maar ook daarbuiten. Hieronder staat hoe de gemeente deze kosten bepaalt. Het uitgangspunt hierbij is dat alle gemeentelijke kosten, die worden voorzien voor de ontwikkeling van het gebied, ten laste komen van de initiatiefnemer. De bijhorende kostensoorten staan in bijlage 3. Veel voorkomende situaties worden hierna beschreven.

Gemeente Waddinxveen maakt geen gebruik van de bevoegdheid om af te zien van kostenverhaal.

Samenvatting kostenverhaal

Het kostenverhaal in Waddinxveen ziet er schematisch als volgt uit:

Categorie

Omschrijving

Toelichting

Gebiedseigen kosten

Gemeentelijke plan- en apparaatskosten

Voor kleine bouwactiviteiten7 en binnenstedelijke woningbouwactiviteiten tot en met vier woningen hanteert de gemeente vaste bedragen.

Voor de overige initiatieven bepaalt de gemeente de gemeentelijke plan- en apparaatskosten met de plankostenscan8. De kosten verbonden aan zienswijze en een eventuele beroepsprocedure worden volledig doorbelast.

Inbreng gemeentelijke gronden

Als gemeentelijke gronden nodig zijn om een initiatief ruimtelijk mogelijk te maken, dan hoort dit bij de gebiedseigen kosten. De gemeente brengt dan de marktwaarde van de grond in rekening.

Bouw- en woonrijp maken

Als de gemeente kosten maakt dan worden deze volledig doorbelast aan de initiatiefnemer.

Onderzoeken

Onderdeel van de apparaatskosten zijn de gemaakte kosten voor het beoordelen van de door de initiatiefnemer uitgevoerde onderzoeken. Als de gemeente zelf onderzoeken verricht, belast zij deze kosten volledig door.

Nadeelcompensatie (planschade)

De gemeente belast de uitgekeerde nadeelcompensatie, de proceskosten en rente behorende bij de afwikkeling van de nadeelcompensatie volledig door aan de initiatiefnemer.

Overige verhaalbare kosten,

voor zover van toepassing

Maatwerk.

Gebiedsoverstijgende kosten

Bovenwijkse voorzieningen

De gemeente belast de investeringen van bovenwijkse voorzieningen op basis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit door aan initiatiefnemers. Dit is maatwerk.

Gemeentelijke plan- en apparaatskosten

De hoogte van de plan- en apparaatskosten bepaalt de gemeente met de plankostenscan9 . De uitkomst van de plankostenscan wordt aangevuld met de kosten voor het opstellen van de intentie- en anterieure overeenkomst. Daarnaast wordt de uitkomst geïndexeerd met de consumentenprijsindex (CPI) naar het verwachte betalingsmoment. Per product en activiteit bepaalt de gemeente wie de activiteit uitvoert. Het deel dat de gemeente uitvoert, vergoedt de initiatiefnemer aan de gemeente. Voor werkzaamheden die de initiatiefnemer zelf uitvoert en onderdeel zijn van de plankostenscan verminderd de gemeente de uitkomst van de plankostenscan. Hierbij houdt ze rekening met de maximale vermindering 10 zodat onder andere de kosten voor het toetsen van de werkzaamheden van de initiatiefnemer wel gewaarborgd zijn.

Voor kleine bouwactiviteiten 11 , waaronder de bouw van 1 woning, hanteert Waddinxveen vaste bedragen. Ook voor binnenstedelijke woningbouwinitiatieven van 2, 3 of 4 woningen is het bedrag vast. Hierbij geldt in algemeenheid dat voor deze initiatieven de inrichting van de openbare ruimte niet hoeft te worden aangepast. Mochten er wel aanpassingen noodzakelijk zijn, of een complexe stedenbouwkundige inpassing aan de orde zijn, dan berekent de gemeente de plan- en apparaatskosten met de plankostenscan. De vaste bedragen zijn tot de eerste actualisatie door het college als volgt:

categorie

vast bedrag

art. 13.5.1 incl. 1 woning

€ 10.300

2 woningen

€ 14.500

3 woningen

€ 18.600

4 woningen

€ 22.100

De kosten die de gemeente maakt voor het behandelen van eventuele zienswijzen en beroepsprocedure worden afzonderlijk aan de initiatiefnemer in rekening gebracht.

Inbreng gemeentelijke gronden

Als gemeentelijke gronden nodig zijn om een initiatief ruimtelijk mogelijk te maken, dan hoort dit bij de gebiedseigen kosten. Als de gemeente bereid is om haar gronden te verkopen dan worden de gronden gewaardeerd tegen de marktwaarde. Indien de gemeente kostenverhaalsregels opstelt dienen alle gronden gewaardeerd te worden op basis van een raming van de huidige waarde 12 of de WOZ-waarde. Na aanleg van de openbare ruimte neemt de gemeente -als zij dit wenst- het openbaar gebied voor € 1,- over van de initiatiefnemer.

Bouw- en woonrijp maken 13

Per kostenverhaalsgebied wordt bepaald of de initiatiefnemer of de gemeente het gebied geheel of gedeeltelijk bouw- en woonrijp maakt. Als de gemeente de aanleg of aanpassingen van werken14 in het openbaar gebied verzorgt, dan bepaalt de gemeente het te verhalen bedrag voor de investering op basis van kengetallen of een bestekraming. Deze werken kunnen zowel binnen als buiten het kostenverhaalsgebied liggen. Ook de voorbereidingskosten en het toezicht en directievoering op de werkzaamheden worden bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Als de initiatiefnemer de openbare ruimte zelf aanlegt dan vraagt de gemeente een zekerheidstelling in de vorm van een bankgarantie.

Onderzoeken 15

Het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer de onderzoeken laat uitvoeren. Mocht de gemeente onderzoeken laten uitvoeren, dan belast de gemeente de onderzoekskosten volledig door aan de initiatiefnemer. Denk hierbij aan onderzoeken voor de planologische procedure en de uit te voeren werken, zoals grondmechanisch en milieukundig bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, ander milieukundig onderzoek, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek en onderzoek voor natuurbescherming. Ook de kosten voor het beoordelen van de onderzoeken, al dan niet door de gemeente uit te voeren, worden aan de initiatiefnemer doorbelast. De beoordeling van een eventueel grondmechanisch onderzoek is opgenomen in de plankostenscan.

Nadeelcompensatie 16

De gemeente maakt een inschatting of sprake kan zijn van nadeelcompensatie. Als deze verwachting er is dan stelt de initiatiefnemer een risicoanalyse nadeelcompensatie op. De initiatiefnemer geeft een bankgarantie af voor de nadeelcompensatie te verhogen met een inschatting van de procedurekosten voor de afhandeling van verzoeken voor nadeelcompensatie. De gemeente belast de tegemoetkoming in nadeelcompensatie te verhogen met de wettelijke rente, de procedurekosten en advieskosten van externe adviseurs voor de afhandeling volledig door aan de initiatiefnemer.

Overige verhaalbare kosten, voor zover van toepassing

Buiten de hierboven genoemde gebiedseigen kosten zijn er nog meer verhaalbare kosten. Meestal verricht de initiatiefnemer de hieraan gerelateerde werkzaamheden zelf of laat deze verrichten en daarmee is er geen sprake van gemeentelijke kosten. Mocht het voorkomen dat de gemeente deze kosten maakt, dan belast zij deze volledig door aan de initiatiefnemer op basis van werkelijk gemaakte kosten of indien van toepassing de legesverordening. Voorbeelden zijn het slopen van opstallen, bodemsanering en de aanleg van een collectief warmtesysteem waar de gemeente een bijdrage aansluitkosten voor vraagt.

Bovenwijkse voorzieningen 17

Het kan voorkomen dat meerdere kostenverhaalsgebieden profijt hebben van werken, zogenaamde bovenwijkse voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn een ontsluitingsweg voor meerdere ontwikkelingen of een centrale waterberging waar de wateropgave van meerdere ontwikkelingen in wordt gerealiseerd. Als een initiatief profijt heeft van deze voorziening dan wordt zijn aandeel in de kosten op basis van maatwerk bepaald. Op basis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit worden de kosten van de voorzieningen toegerekend aan de kostenverhaalsgebieden en verhaalt op de initiatiefnemer(s). Het verschil met investeringen voor de verbetering van de fysieke leefomgeving is dat er geen causaal verband is tussen de ontwikkeling en de investering. Bij een bovenwijkse voorziening is dit causale verband wel aanwezig.

4. Welke financiële bijdragen vraagt en verhaalt Waddinxveen?

De gemeente Waddinxveen investeert in de verbetering van de fysieke leefomgeving. Dit doet de gemeente om, ook met de groeiambitie, het leefklimaat op niveau te houden. Het zijn investeringen die de algemene leefbaarheid verbeteren, het voorzieningenniveau van de gemeente vergroten en de nieuwe en bestaande inwoners van de gemeente natuur, landschap, recreatieve en infrastructurele netwerkvoorzieningen meer te laten ervaren. Deze investeringen heeft de gemeente vertaald in een financiële bijdrage. De financiële bijdrage verhaalt de gemeente op alle kostenverhaalsplichtige activiteiten 18 en vraagt deze bij verruimde activiteiten 19 (de ruimtelijke ontwikkelingen). Dit hoofdstuk beschrijft welke financiële bijdragen Waddinxveen vraagt en verhaalt.

Financiële bijdragen voor de fysieke leefomgeving

Bij kostenverhaalsplichtige activiteiten verhaalt en bij verruimde activiteiten vraagt de gemeente financiële bijdragen fysieke leefomgeving. Deze financiële bijdragen bestaan uit investeringen waar het bestaande en nieuwe gebied profijt van hebben. De investeringen komen de fysieke leefomgeving van de hele gemeente Waddinxveen ten goede. Er is een functionele samenhang tussen de verbeteringen en de groei van de gemeente. De manier waarop deze functionele samenhang aanwezig is verschilt per type investering:

  • -

    Het verbeteren van het landschap en de aanleg en bescherming van natuur

    De investeringen die de gemeente verricht voor het verbeteren van het landschap en de natuur hebben een positief uitstralingseffect op de ontwikkellocaties. De kwaliteit van het woon- en leefklimaat wordt namelijk verbeterd.

  • -

    Infrastructuur voor verkeer en openbaar vervoer

    De gemeente investeert in het opwaarderen en uitbreiden van bestaande wegen, paden en voorzieningen voor het openbaar vervoer. Deze investeringen maken onderdeel uit van het totale verkeersnetwerk. De verkeersafwikkeling van nieuwe initiatieven zal via dit netwerk plaatsvinden.

  • -

    De aanleg van recreatievoorzieningen

    Nieuwe bewoners en bedrijven kunnen gebruik maken van de nieuwe recreatieve voorzieningen. Door de investering(en) heeft de gemeente iets extra’s te bieden ten opzichte van de huidige recreatieve voorzieningen.

  • -

    Stedelijke herstructurering

    Doordat de gemeente investeert in de herstructurering van bestaande woonwijken en bedrijventerreinen wordt de leefbaarheid in de hele gemeente verbeterd. Deze verbetering heeft een positief uitstralingseffect op de ontwikkellocaties.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 2 Schematisch voorbeeld van verschillende gebiedsoverstijgende kosten en financiële bijdragen fysieke leefomgeving

Financiële bijdragen van de gemeente Waddinxveen

De financiële bijdragen voor wonen in de gemeente Waddinxveen zijn gebaseerd op het verschil in vastgoedwaarde van de verschillende woningcategorieën. Hierbij wordt uitgegaan van de categorie sociale huur (maandhuur tot € 879,66, midden huur (maandhuur tot € 1.184,82), sociale koop (tot € 250.000 VON), betaalbare koop (tot € 355.000 VON) en dure koop/dure huur (vanaf € 355.000 VON)20 . Het uitgangspunt is dat de dure woningcategorie relatief gezien de hoogste bijdrage betaalt.

Voor alle niet-wonen functies geldt de bijdrage op basis van kaveloppervlakte of per m2 bruto vloeroppervlakte (bvo). De gemeente maakt voor de bijdrage niet-wonen geen specifiek onderscheid tussen de verschillende categorieën die er binnen niet-wonen kunnen zijn. Voor alle categorieën geldt dezelfde bijdrage per m² bvo of kaveloppervlakte. Het omslagpunt hiervoor ligt bij een fsi van >121 .

categorie

financiele bijdrage

eenheid

wonen

sociale huur

€ 1.720

per woning

midden huur

€ 1.850

per woning

sociale koop

€ 1.620

per woning

betaalbare koop

€ 2.300

per woning

dure huur en koop

€ 5.130

per woning

niet-wonen

€ 4,80

per m² uitgeefbaar of bvo bij FSI >1

De tarieven voor de financiële bijdragen bepaalt de gemeente in een aantal stappen. In bijlage 5 worden deze stappen verder toegelicht.

5. Actualisatie en verantwoording

Actualisatie

De tarieven voor de financiële bijdrage fysieke leefomgeving zijn een vast bedrag. Ten minste één keer per twee jaar actualiseert het college de berekening en daarmee het tarief van de financiële bijdragen fysieke leefomgeving. Vanwege het dynamische karakter is een periodieke actualisatie, indicatief ieder jaar of bij grote wijzigingen, van de investerings- en ontwikkelopgave het uitgangspunt. Als er grote wijzigingen zijn of ambities worden bijgesteld, dan is er aanleiding om eerder te actualiseren. Bij een actualisatie worden de stappen in bijlage 5 (opnieuw) uitgevoerd en doorlopen.

Bij stap 1 omvat dit het bijstellen van de investeringsbedragen en de status, het aanvullen met nieuwe investeringen en het verwijderen van investeringen die onverhoopt niet doorgaan. Bij stap 2 betekent dit het ontwikkelprogramma bijstellen, aanvullen met nieuwe ontwikkelingen en verwijderen van ontwikkelingen die niet doorgaan. Daarnaast moet de vastgoedwaarde van het bestaande gebied en van de nieuwe ontwikkeling bepaald worden.

Bepalen van de financiële bijdragen fysieke leefomgeving per kostenverhaalsplichtige activiteit

Bij het berekenen van de bijdrage voor een specifiek initiatief geldt dat het gaat om de extra toevoeging van het programma. Het betreft dus nieuwbouw verminderd met sloop of bij transformatie de gebruikswijziging. Afhankelijk van dit specifieke programma zal de gemeente het bedrag in mindering brengen dat al is toe te rekenen aan de bestaande functie(s) tot een maximum van de te betalen financiële bijdragen. Bijlage 6 geeft twee fictieve berekeningen van een financiële bijdrage. Bij het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt de bijdrage berekend op basis van de mogelijkheden in de beoogde planologische maatregel.

Bestemmingsreserve verbetering fysieke leefomgeving

De financiële bijdragen fysieke leefomgeving van initiatiefnemers en van de gemeentelijke grondexploitaties worden gestort in de bestemmingsreserve verbetering fysieke leefomgeving. Uit de reserve betaalt de gemeente naar rato een deel van de investeringen (cofinanciering). Het overige deel betaalt de gemeente uit de eigen (algemene) middelen.

De bestemmingsreserve verbetering fysieke leefomgeving kan enkel ingezet worden voor investeringen voor de verbetering van de fysieke leefomgeving van de gemeente Waddinxveen.

De bijdrage van initiatiefnemers wordt gestort in de bestemmingsreserve bij ontvangst van de betaling. De gemeentelijke grondexploitaties dragen ook bij aan de bestemmingsreserve. Als er in een jaar grond wordt uitgegeven en de levering bij de notaris heeft plaatsgevonden dan vindt er een storting plaats in de bestemmingsreserve verbeteringen fysieke leefomgeving.

Het opmaken van de stand van de bestemmingsreserve en de verantwoording van de bestedingen vindt jaarlijks plaats en is een onderdeel van de jaarlijkse planning-en-controlcyclus.

Per investering kan op basis van de procentuele verdeling tussen het bestaande gebied (83%) en het nieuwe gebied (17%) een deel van de netto-investering worden bekostigd uit de bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve wordt daarbij maximaal ingezet tot het saldo € 0,=. Daarmee worden alle verkregen bijdragen ingezet als dekking voor investeringen uit deze Nota.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 3 De manier waarop de investeringsopgave wordt gefinancierd

Hoofdregel en afwijking

De hoofdregel is dat de gemeente bij iedere nieuwe kostenverhaalsplichtige activiteit haar kosten verhaalt.

Het college kan in uitzonderlijke situaties afwijken van de hoofdregel. Dit kan als een gebiedsontwikkeling voor de gemeente een maatschappelijke meerwaarde heeft én de initiatiefnemer objectief met een onderbouwing van een onafhankelijke, gecertificeerde taxateur kan aantonen dat een activiteit financieel niet haalbaar is als het kostenverhaal en de financiële bijdragen betaald dienen te worden (en de gemeente komt tot dezelfde conclusie). Deze afwijking houdt in dat het college in uitzonderlijke situaties haar kosten niet of deels verhaalt en een lagere of geen financiële bijdragen verhaalt. Daarmee neemt de gemeente de kosten die niet verhaald worden voor haar rekening. Dit vormt een uitzondering en verlangt een gemotiveerd besluit van het college en eventueel een raadsbesluit in verband met het budgetrecht.

Vrijstelling

Bepaalde initiatieven hebben een onrendabele top of dragen vanuit het initiatief bij aan kwaliteitsverbetering binnen de gemeente. Het college ziet af van de financiële bijdragen voor deze initiatieven als wordt voldaan aan deze criteria.

De vrijstelling is van toepassing op de onderstaande initiatieven:

  • o

    Sociale huurwoningen die door een toegelaten instelling, waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft, met een eigen grondexploitatie gerealiseerd worden en daarna door de toegelaten instelling zelf geëxploiteerd worden.

  • o

    Maatschappelijk vastgoed zonder winstoogmerk. Dit betreffen bijvoorbeeld gemeenschapshuizen, sportverenigingen en wijkgebouwen.

  • o

    Initiatieven voor de ontwikkeling van een landgoed23 .

6. Uitvoering

Dit hoofdstuk schetst de bevoegdheden van de raad en het college van B&W ten aanzien van de Nota.

Omschrijving

Rol van het college

Rol van de raad

Nota kostenverhaal en financiële bijdragen

Voordragen

Vaststellen

Actualiseren van de vaste plankosten voor kleine bouwactiviteiten

VaststSellen

Periodiek actualiseren en vaststellen van het tarief voor de financiële bijdragen

Vaststellen

Jaarlijkse rapportage over voortgang en inzet van de bestemmingsreserve verbetering fysieke leefomgeving in de planning en control cyclus

Voordragen

Vaststellen

Bepalen van de hoogte, in rekening brengen, innen en stellen van zekerheden voor de betaling van het kostenverhaal en de financiële bijdragen zoals beschreven in deze Nota

Vaststellen

Afwijken kostenverhaal en financiële bijdragen, onderbouwd met een onafhankelijke taxatie / exploitatieopzet

Vaststellen

Ondertekening

Bijlage 1 Wettelijk kader

De wettelijke basis ligt in de Ow. De Ow is verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (hierna: Ob) en de Omgevingsregeling (hierna: Or).

Kostenverhaalsplicht en verbod 24

Gemeenten zijn verplicht om bij kostenverhaalsplichtige activiteiten25 kosten26 te verhalen. Hierbij geldt dat de toerekenbare kosten proportioneel moeten zijn wat betreft het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. Met andere woorden, de gemeente moet kijken of er een causaal verband is tussen de gemaakte kosten en het initiatief, bijvoorbeeld de bouw van een woning. Vervolgens kan het zijn dat er nog andere initiatieven of het bestaande gebied baat hebben. Zo ja, dan wordt een deel van de kosten toegerekend. Zo niet, dan moet het initiatief alle kosten betalen.

Het kostenverhaal is verbonden aan het mogelijk maken van de kostenverhaalsplichtige activiteit in het omgevingsplan of met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Als hiervan geen sprake is, is het kostenverhaal ook niet aan de orde.

Een gemeente is bevoegd en heeft daarmee de keuze om kosten niet te verhalen27 als:

  • 1.

    Er minder dan € 10.000 aan kosten te verhalen is.

  • 2.

    Er geen verhaalbare kosten28 zijn. Denk hierbij o.a. aan sloop, bodemsanering en kosten van aanleg of wijziging van de openbare ruimte.

  • 3.

    De verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of op de nutsvoorzieningen betreffen.

Verhaalbare kostensoorten

In het Ob ligt vast welke kostensoorten de gemeente verplicht moet verhalen. In tabel A van bijlage IV van het Ob staan de kosten die altijd verhaald moeten worden, dus zowel bij kostenverhaalsgebieden waarvoor een tijdvak is opgenomen als bij kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak is opgenomen. In tabel B staan kostensoorten die gemeenten moeten verhalen bij kostenverhaalsgebieden met een tijdvak. Het onderscheid dat wordt aangebracht in deze bijlage is met name van toepassing op het moment dat de gemeente haar kosten via de publiekrechtelijke weg gaat verhalen. Gemeente Waddinxveen verhaalt haar kosten bij voorkeur via de privaatrechtelijke weg door middel van het sluiten van een anterieure overeenkomst. In bijlage 2 van de Nota staan de verhaalbare kostensoorten uitgeschreven.

Zolang de initiatiefnemer de verschuldigde kosten niet heeft betaald, geldt een verbod om de activiteit te verrichten; een bouwverbod of verbod om de activiteit te verrichten. In een anterieure overeenkomst kunnen de gemeente en een initiatiefnemer overeenkomen dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt. Een voorwaarde hierbij is dat de initiatiefnemer aanvullende zekerheden voor betaling overlegt. Dit kan in de vorm van een bankgarantie.

Financiële bijdragen 29

Een gemeente heeft de bevoegdheid om een financiële bijdrage te vragen voor de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en te verhalen bij kostenverhaalsplichtige activiteiten. Dit is dus geen wettelijke verplichting, maar een gemeentelijke keuze. Financiële bijdragen kan de gemeente afdwingen. Hierbij gelden wel wettelijke kaders. Deze worden hieronder beschreven. Voor andere activiteiten, de zogenaamde verruimde activiteiten30 , kan de gemeente op basis van vrijwilligheid afspraken maken over een financiële bijdrage.

De financiële bijdragen hebben betrekking op:

  • 1.

    Ontwikkelingen om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren

    Dit zijn investeringen gericht op:

    • o

      het verbeteren van het landschap;

    • o

      de aanleg en bescherming van natuur;

    • o

      de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;

    • o

      de aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur;

    • o

      stedelijke herstructurering waaronder het slopen van woningen en het aanpassen van wegen.

  • Om de financiële bijdragen af te dwingen, is het verplicht om in de omgevingsvisie, een programma of omgevingsplan de functionele samenhang tussen de beoogde ontwikkeling waarvoor de financiële bijdragen wordt gevraagd en de activiteit te borgen. Daarnaast mag de bekostiging van de beoogde ontwikkeling niet al op een andere manier zijn verzekerd, bijvoorbeeld door een subsidie. De ontvangen financiële bijdragen mogen alleen besteed worden aan de beoogde ontwikkelingen. De gemeente legt periodiek verantwoording af over de besteding van de ontvangen financiële bijdragen.

  • 2.

    Ontwikkelingen gericht op het bereiken van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad

    Een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad naar prijsklasse houdt in dat, naast middelduur segment en vrije sector, er ook voldoende sociale huur- en/of sociale koopwoningen toegevoegd worden. Een initiatief dat minder sociale huur- en/of koopwoningen realiseert dan in het woonbeleid vastligt, betaalt een financiële bijdrage zodat deze woningen op een andere locatie (hierna: compensatielocatie) extra gebouwd kunnen worden.

    Om de financiële bijdragen voor woningbouw publiekrechtelijk af te dwingen, zijn de onderstaande drie uitgangspunten van toepassing.

    • 1.

      De financiële bijdragen dienen om voldoende sociale huurwoningen en/of sociale koopwoningen te realiseren.

    • 2.

      De beoogde compensatielocatie(s) is/zijn opgenomen in het omgevingsplan of een programma.

    • 3.

      Het realiseren van de sociale huur- of koopwoningen leidt tot een (groter) financieel tekort op de grondexploitatie van de compensatielocatie(s).

Het wettelijke kader van het kostenverhaal en de financiële bijdragen zijn schematisch in de navolgende figuur a weergegeven.

afbeelding binnen de regeling

Figuur a: Onderdelen van het kostenverhaal en financiële bijdragen

Hoe verhaalt een gemeente kosten?

Een gemeente kan haar kosten op twee manieren verhalen op initiatiefnemers, namelijk via het privaatrechtelijke en het publiekrechtelijke spoor.

afbeelding binnen de regeling

Figuur b: Privaatrechtelijk of publiekrechtelijk spoor voor kostenverhaal en eventueel financiële bijdragen (Handreiking Kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet april 2022, bewerking GrondGidsen)

Privaatrechtelijke spoor

Het privaatrechtelijke spoor, ook wel het anterieure spoor genoemd, heeft de voorkeur; zoals ook staat in de nota grondbeleid. Dit houdt in dat de gemeente met de initiatiefnemer afspraken maakt over de kostenverhaalsplichtige activiteit. De afspraken gaan onder andere over de ruimtelijke kaders, het te realiseren programma, de fasering, het kostenverhaal en eventueel de financiële bijdragen. Deze afspraken leggen de gemeente en de initiatiefnemer vast in een anterieure overeenkomst. Dit is een privaatrechtelijke overeenkomst, die de gemeente en de initiatiefnemer ondertekenen, voordat de planologische maatregel (het omgevingsplan of de BOPA) wordt vastgesteld. De anterieure overeenkomst is vormvrij en vrijwillig voor beide partijen. Dit geeft dat de gemeente en de initiatiefnemer ruimte om maatwerk toe te passen.

Grondslag en kaders

De mogelijkheden voor kostenverhaal en financiële bijdragen zijn bij het privaatrechtelijke spoor ruimer dan bij het publiekrechtelijke spoor (hierna omschreven). Hierbij gelden wel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het kostenverhaal moet redelijk en billijk zijn. In de nota legt de gemeente de kaders voor het kostenverhaal en de financiële bijdragen vast. Dit is transparant en geeft initiatiefnemers duidelijkheid. Dit is een belangrijke voorwaarde om te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en om de redelijkheid en billijkheid te waarborgen.

Tenslotte mogen gemeenten geen baatafroming plegen, dus de verkregen bijdragen dienen te zijn gebaseerd op concrete kosten die de gemeente maakt of gaat maken. De nota geeft duidelijkheid over de doelbestemming van bijdragen en sluit hiermee baatafroming uit.

Publiekrechtelijk spoor

Als een gemeente het kostenverhaal niet kan borgen met een anterieure overeenkomst en zij brengt de planologische wijziging van een kostenverhaalsplichtige activiteit in procedure dan moet zij het kostenverhaal publiekrechtelijk borgen. De gemeente neemt dan voor het kostenverhaalsgebied, het gebied waarbinnen de activiteit plaats vindt, kostenverhaalsregels op in het omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften bij een BOPA.

Het publiekrechtelijke kostenverhaal is strikt gebonden aan de wet- en regelgeving (Ow, Ob en Or). Zo moet bijvoorbeeld onderbouwd worden dat de toerekenbare en verhaalbare kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. Ook moet getoetst worden of de opbrengsten van een initiatief wel hoog genoeg zijn om de kosten en bijdragen te betalen. Dit principe wordt de macro-aftopping of waardevermeerderingstoets genoemd.

Bijlage 2 Begrippen

In deze begrippenlijst staan de op deze Nota van toepassing zijnde artikelen uit de Ow en Ob.

Aanvullende activiteiten waarvoor financiële bijdragen op vrijwillige basis kunnen worden overeengekomen (ook wel verruimde activiteiten)

Onder de Ow is het mogelijk om privaatrechtelijk op vrijwillige basis de financiële bijdragen overeen te komen voor de volgende activiteiten uit art. 8.20 Ob sub b en c:

  • -

    de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor:

    • o

      land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt;

    • o

      opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager;

    • o

      infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur;

    • o

      handelsreclame; of

    • o

      recreatie; en

  • -

    andere activiteiten, voor zover het gaat om het gebruik van:

    • o

      een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto vloeroppervlakte van de nieuw toegelaten functie ten minste 1.500 m2 bedraagt;

    • o

      gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt, of

    • o

      een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.

Anterieure overeenkomst

Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een initiatiefnemer over de grondexploitatie, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel, zoals bedoeld in artikel 13.13 Ow. Deze overeenkomst kan de volgende benaming hebben anterieure exploitatieovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst, (koop)realisatieovereenkomst etc. De initiatiefnemer is grondeigenaar of wordt grondeigenaar van het plangebied.

Financiële bijdragen

Artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald) Ob

  • 1.

    Als categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarvoor, als wordt voldaan aan de criteria van artikel 13.23, eerste lid, onder a en b, van de wet, in een omgevingsplan kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in artikel 13.11 van de wet verricht, worden aangewezen:

    • a.

      wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen;

    • b.

      aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet of gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving:

      • 1°.

        ter vermindering van de stikstofdepositie; of

      • 2°.

        ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;

    • c.

      aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnet-werken van gemeentelijk of regionaal belang;

    • d.

      aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden;

    • e.

      ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving buiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt, voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen:

      • 1°.

        in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en

      • 2°.

        tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, op grond van het eerste lid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat; en

    • f.

      stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen.

  • 2.

    Onder de aanwijzing valt niet de aanleg van voorzieningen of het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving waarvoor kosten worden gemaakt die op grond van artikel 13.11, eerste lid, van de wet geheel of gedeeltelijk moeten worden verhaald op degene die de betrokken activiteit verricht.

Intentieovereenkomst

Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een initiatiefnemer over de haalbaarheidsfase. In de overeenkomst staan de afspraken over de verdeling van de werkzaamheden, de planning en de vergoeding voor de inzet van de gemeente tijdens de haalbaarheidsfase. De ontwikkelende partij/initiatiefnemer is grondeigenaar of wordt grondeigenaar van het plangebied.

Initiatiefnemer

Een private partij, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, bouwbedrijf of een particuliere grondeigenaar, die een kostenverhaalsplichtige activiteit wil realiseren, waarvoor een planologische wijziging nodig is.

Kostenverhaalsregels en -voorschriften

Als de gemeente publiekrechtelijk haar kosten verhaalt dan doet zij dit met ‘kostenverhaalsregels’ in het omgevingsplan of de ‘kostenverhaalsvoorschriften’ in een BOPA.

Kostenverhaalsgebied

Het kostenverhaalsgebied wordt zo begrensd dat alle onderdelen van de beoogde ontwikkeling erin vallen. Het gaat zowel om de gronden waar de kostenverhaalsplichtige activiteiten zijn geprojecteerd als om de gronden voor openbare ruimte en andere voorzieningen.

Kostenverhaalsplichtige activiteit

Artikel 8.13 Ob

  • a.

    de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie;

  • b.

    de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie;

  • c.

    de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie;

  • d.

    de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte;

  • e.

    de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een woonfunctie betreft;

  • f.

    de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.

Plankosten kleine bouwactiviteiten

Artikel 13.5. Or (prijspeil 1 januari 2025)

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 13.2 Or tot en met 13.4 Or bedraagt het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, met uitzondering van de plankosten van de producten en activiteiten genoemd in de onderdelen 2.6a tot en met 2.6d van bijlage XXXIV Or en 2.6a tot en met 2.6c van bijlage XXXIVa Or:

    • a.

      € 7.718,– bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 3.000 m2;

    • b.

      € 10.252,– bij:

      • 1°.

        het bouwen van een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

      • 2°.

        het bouwen van een hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden zonder bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie of winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m2, of een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

      • 3°.

        een uitbreiding met niet meer dan 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte van een gebouw met een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, of een uitbreiding met niet meer dan een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

      • 4°.

        een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

      • 5°.

        kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 m2 en niet meer dan 10.000 m2; of

      • 6°.

        een verbouwing als bedoeld in artikel 8.13, onder e of f, van het Omgevingsbesluit;

    • c.

      € 12.196,– bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 10.000 m2 en niet meer dan 30.000 m2.

  • 2.

    Bij het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden opgeteld de kosten van de producten en activiteiten:

    • a.

      voor kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is vastgesteld: in bijlage XXXIVa, tabel 1, onder 2.6a tot en met 2.6c; en

    • b.

      voor kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is vastgesteld: in bijlage XXXIV, tabel 1, onder 2.6a tot en met 2.6d.

  • 3.

    Op de berekening van de kosten voor producten en activiteiten, bedoeld in het tweede lid, is artikel 13.2 is van overeenkomstige toepassing.

PTP-criteria

De criteria genoemd in artikel 13.11 lid 1 Ow.

Profijt

De nieuwe ontwikkeling moet nut ondervinden van de te treffen werken, werkzaamheden en maatregelen.

Toerekenbaarheid

Er moet een causaal verband zijn tussen de activiteit en de investering.

Proportionaliteit

Indien meerdere gebieden profijt hebben van werken, werkzaamheden en maatregelen, moeten deze naar evenredigheid worden verdeeld.

Sociale huurwoningen

Woningen met een maandhuur tot maximaal de liberalisatiegrens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en verhuurd door een toegelaten instelling (Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en Woningwet).

Bijlage 3 Kostensoorten bij kostenverhaal

A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak

A1: De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A2: De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Ob

A3: De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten

A4: Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten

A5: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2

A6: De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2

A7: De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen

A8: De kosten van de aanleg of wijziging van:

  • •

    1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken;

  • •

    2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken;

  • •

    3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen;

  • •

    4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen;

  • •

    5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte;

  • •

    6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en 7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken

A9: De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit

A10: De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A11: Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de Ow

A12: Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10

A13: De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten

A14: De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen

B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A

B1: De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Ow, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Ob

B2: De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten

B3: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder B1

B4: De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1

Bijlage 4 Specificatie investerings- en ontwikkelopgave

Investeringsopgave

categorie

netto investering

%- t.b.v berekening tarief

subtotaal per status

subtotaal per categorie

totaal t.b.v. berekening

infrastructuur

gerealiseerd

€ 160.539

100%

€ 160.539

 
 

hard

€ 13.816.771

100%

€ 13.816.771

 
 

zacht

€ 360.000

75%

€ 270.000

 
 

ambitie

€ 61.200.000

50%

€ 30.600.000

 
 

totaal infra en recreatie

€ 75.537.310

 

€ 44.847.310

€ 44.847.310

 

landschap, natuur en recreatie

gerealiseerd

€ 332.057

100%

€ 332.057

 
 

hard

€ 642.025

100%

€ 642.025

 
 

zacht

€ -

75%

€ -

 
 

ambitie

€ 29.500.000

50%

€ 14.750.000

 
 

totaal landschap, natuur en recreatie

€ 30.474.082

 

€ 15.724.082

€ 15.724.082

 

totaal

€ 106.011.392

 

€ 60.571.392

 

€ 60.571.392

Ontwikkelopgave

categorie

aantal

%- t.b.v berekening tarief

gewogen programma

Wonen (aantal woningen)

hard

663

100%

663

zacht

597

75%

448

ambitie

3.034

50%

1.517

totaal wonen

4.294

 

2.628

Niet-wonen (m2 terrein oppervlakte / bvo)

hard

39.603

100%

39.603

zacht

367.409

75%

275.557

ambitie

11.988

50%

5.994

totaal niet-wonen

419.000

 

321.154

Bijlage 5 Stappen voor bepalen financiële bijdragen

Stap 1 bepalen van de investeringsopgave

Om de gevolgen van de nieuwbouwplannen op te vangen, het leefklimaat op niveau te houden en daarnaast te anticiperen op de klimaatveranderingen, investeert gemeente Waddinxveen in de verbetering van de fysieke leefomgeving door:

  • -

    landschappelijke verbetering;

  • -

    de aanleg en bescherming van natuur;

  • -

    de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;

  • -

    de aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur;

  • -

    ontwikkelingen gericht op het bereiken van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad en stedelijke herstructurering.

Omdat de concreetheid van de (beoogde) investeringen zoals opgenomen in bijlage 4 verschilt, zijn deze opgedeeld in drie groepen, namelijk:

groep

Omschrijving

% meegenomen in investeringsopgave

  • 1.

    hard

De investeringen zijn gerealiseerd in afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot en met 2023), of er is een bestuurlijk besluit genomen over de uitvoering en het investeringsbedrag is bekend.

100%

  • 2.

    zacht

Er is een bestuurlijke uitspraak dat de investering wenselijk is, waarbij het bedrag en/of de financiële dekking nog niet zeker is.

75%

  • 3.

    ambitie

Er is een sterke bestuurlijke ambitie, waarbij het bedrag en/of de financiële dekking nog niet zeker is.

50%

De afgelopen vier jaar investeerde en de komende tien jaar investeert gemeente Waddinxveen naar verwachting € 106 miljoen in voorzieningen die de leefbaarheid ten goede komen; dit is de netto-investering. Als rekening wordt gehouden met de concreetheid van de (beoogde) investeringen is in deze Nota € 60,6 miljoen opgenomen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • 1.

    Hard 100% x [€ 0,5 miljoen (gerealiseerd) + €14,5 miljoen (nog te realiseren)] = € 15 miljoen

  • 2.

    Zacht 75% x € 0,4 miljoen = € 0,3 miljoen

  • 3.

    Ambitie 50% x € 90,7 miljoen = € 45,3 miljoen

De investeringen kwamen / komen voort uit onder andere het collegeprogramma, de programmabegroting en de omgevingsvisie.

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten of een actuele kostenraming. De ramingen variëren van globale ramingen tot werkelijke kosten als het werk aanbesteed en uitgevoerd is. De raming bevat de eventuele verwervingskosten, sloopkosten, aanlegkosten, plankosten en VTU (voorbereiding, toezicht en uitvoeringskosten). De investeringsbedragen betreffen netto bedragen. Dit betekent dat subsidies en bijdragen van derden in mindering op het bruto investeringsbedrag zijn gebracht. De grote(re) investeringen lichten we hierna toe. Daarnaast geeft bijlage 4 de totale investeringsopgave weer.

Stap 2 Toerekenen investeringsopgave aan bestaand en nieuw gebied

De investeringsopgave komt grotendeels voor rekening van het bestaande gebied en voor een kleiner deel draagt het nieuwe gebied bij. De toerekening is bepaald op basis van de vastgoedwaarde van het onroerend goed 31 in Waddinxveen. Dit geeft als resultaat dat het bestaande gebied 83% en het nieuw gebied 17% krijgt toegerekend van het totaal aan investeringsopgave.

vastgoedwaarde / woz-waarde

waarde

verhouding

WOZ-waarde bestaand gebied

7.780.375.000

83%

bestaand gebied

Vastgoedwaarde ontwikkelopgave

1.550.285.769

17%

nieuw gebied

totaal vastgoedwaarde

9.330.660.769

100%

 

De investeringsopgave is in stap 1 bepaald en kan op basis van de vastgoedwaarde die in stap 2 is bepaald, toegerekend worden aan het bestaand gebied en het nieuw gebied. De gemeente draagt de lasten van het deel dat toegerekend wordt aan het bestaand gebied. Daarnaast komen ook de lasten van het deel van het nieuw gebied, waar al een anterieure overeenkomst is gesloten voor het vaststellen van deze Nota, de gemeentelijke grondexploitaties en de vrijgestelde functies voor rekening van de gemeente.

De Nota schetst de investerings- en ontwikkelopgave om de financiële bijdragen te bepalen. De Nota heeft niet als doel om deze investeringen en (woningbouw)ontwikkeSlingen bestuurlijk vast te stellen. Hiervoor is een separaat bestuurlijk besluit nodig. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan de in deze Nota genoemde investeringen of (woningbouw)ontwikkelingen. Daarnaast betreft het een inschatting op basis van de beschikbare informatie medio 2024; een momentopname. De lijst is indicatief en niet limitatief. Ook ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien, gaan de financiële bijdragen betalen.

Stap 3 Verdeling naar functies in het nieuw gebied

De functies in het nieuw gebied verdeelt gemeente Waddinxveen in twee hoofdcategorieën, wonen en niet-wonen. De categorie wonen is daarbij nog onderverdeeld in vijf subcategorieën. Bij het bepalen van de vastgoedwaarde wordt een correctie toegepast of de voorziene ontwikkeling hard of zacht is. Hierdoor kan per categorie het percentage van de totale vastgoedwaarde worden berekend.

wonen

aantal woningen

afslag i.v.m status

aantal woningen t.b.v. berekening tarief

vastgoedwaarde per woning

totale vastgoedwaarde

% vastgoedwaarde

sociale huur

1.143

478

665

€ 265.000

€ 176.158.750

11%

midden huur

507

193

314

€ 285.000

€ 89.518.500

6%

sociale koop

167

81

87

€ 250.000

€ 21.687.500

1%

betaalbare koop

690

215

475

€ 355.000

€ 168.713.750

11%

dure huur en koop

1.787

700

1.087

€ 790.000

€ 858.651.000

55%

totaal aantal woningen

4.294

1.666

2.628

 

€ 1.314.729.500

 

niet-wonen

aantal m² uitgeefbaar / bvo

afslag i.v.m status

aantal uitgeefbaar / bvo t.b.v. berekening tarief

vastgoedwaarde per m² niet-wonen

 
 

totaal niet-wonen

419.000

97.846

321.154

€ 733

€ 235.556.269

15%

totaal vastgoedwaarde ontwikkelopgave

€ 1.550.285.769

100%

Stap 4 Bepalen bijdragen per (sub)categorie

Op basis van het procentuele aandeel in de vastgoedwaarde (stap 3) is de investering die is toegerekend aan het nieuw gebied verdeeld. Door per categorie het bedrag te delen door het programma wordt de bijdrage per categorie verkregen.

categorie

% vastgoedwaarde

x

investering nieuw gebied

aandeel investering per categorie

financiele bijdrage

financiele bijdrage (afgerond)

eenheid

wonen

sociale huur

11%

€ 1.143.561

€ 1.720

€ 1.720

per woning

midden huur

6%

€ 581.123

€ 1.850

€ 1.850

per woning

sociale koop

1%

x

€ 10.063.914

€ 140.788

€ 1.623

€ 1.620

per woning

betaalbare koop

11%

€ 1.095.231

€ 2.305

€ 2.300

per woning

dure huur en koop

55%

€ 5.574.062

€ 5.128

€ 5.130

per woning

niet-wonen

15%

€ 1.529.149

€ 4,76

€ 4,80

per m² uitgeefbaar of bvo bij FSI >1

totaal nieuw gebied

€ 10.063.914

Onderstaand zijn de te doorlopen stappen nog in één figuur weergegeven.

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 6 Voorbeelden financiële bijdragen verbetering fysieke leefomgeving

Voorbeeld 1

programma wonen

tarief per woning

financiële bijdragen

20

sociale huur

€ 1.720

vrijgesteld

 

betaalbare huur

€ 1.850

€ -

10

sociale koop

€ 1.620

€ 16.200

10

betaalbare koop

€ 2.300

€ 23.000

5

dure huur en koop

€ 5.130

€ 25.650

programma niet-wonen

tarief m2 bvo

financiële bijdragen

250

m2 bvo horeca

€ 4,80

€ 1.200

2.000

m2 bvo detailhandel

€ 4,80

€ 9.600

totaal financiële bijdragen

€ 75.650

Voorbeeld 2

programma wonen

tarief per woning

financiële bijdragen

10

sociale huur

€ 1.720

vrijgesteld

5

midden huur

€ 1.850

€ 9.250

 

sociale koop

€ 1.620

€ -

5

betaalbare koop

€ 2.300

€ 11.500

5

dure huur en koop

€ 5.130

€ 25.650

programma niet-wonen

tarief m2 bvo

financiële bijdragen

250

m2 bvo horeca

€ 4,80

€ 1.200

2.000

m2 bvo detailhandel

€ 4,80

€ 9.600

-1.500

m2 bvo sloop bedrijfshal

€ 4,80

€ -7.200

totaal financiële bijdragen

€ 50.000


Noot
1

Artikel 8:13 Ob

Noot
2

Artikel 8.13 Ob

Noot
3

Artikel 8.13 Ob

Noot
4

Artikel 8.20 sub b en c Ob

Noot
5

Artikel 13.13 lid 2 Ow

Noot
6

Artikel 13.12 Ow

Noot
7

Artikel 13.5 Or

Noot
8

Bijlage XXXIV en bijlage XXXIVa bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5 lid 2 en 3, 13.8 lid 2 en 13.9 lid 1, Or

Noot
9

Bijlage XXXIV en bijlage XXXIVa bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5 lid 2 en 3, 13.8 lid 2 en 13.9 lid 1, Or

Noot
10

Artikel 13.8 Or

Noot
11

Artikel 13.5 Or

Noot
12

Artikel 15.21 tot en met 15.24 Ow

Noot
13

Bijlage IV (kostensoorten A8), Ob

Noot
14

Bijlage IV (kostensoorten A5 t/m A9), Ob

Noot
15

Bijlage IV (kostensoorten A1 en A10), Ob

Noot
16

Bijlage IV (kostensoorten A11), Ob. Deze nota gaat over het kostenverhaal van nadeelcompensatie op de initiatiefnemer en gaat niet over degene die verzoekt om nadeelcompensatie.

Noot
17

De bestemmingsreserve BoVo ingesteld op basis van de nota kostenverhaal Waddinxveen 2019 bekostigd een aantal specifieke investeringen. Na realisatie van deze investeringen kan de reserve worden opgeheven.

Noot
18

Artikel 8.13 Ob

Noot
19

Artikel 8.20 sub b en c Ob

Noot
20

Prijspeil 2024.

Noot
21

Floor space index: verhouding tussen kaveloppervlakte en de oppervlakte van het gebouwde vastgoed op die kavel. Als de oppervlakte van het gebouwde vastgoed groter is dan de kaveloppervlakte (dus de fsi is groter dan 1) dan wordt de m2 bvo als uitgangspunt genomen. 

Noot
23

Landgoederen voldoen aan de criteria volgens Natuurschoonwet (NSW)

Noot
24

Afdeling 13.6 Ow

Noot
25

Artikel 8.13 Ob

Noot
26

Artikel 8.15 Ob

Noot
27

Artikel 8.14 Ob

Noot
28

Als bedoeld in onderdelen A5 t/m A9 van bijlage IV Ob

Noot
29

Afdeling 13.7 Ow

Noot
30

Artikel 8.20 sub b en c Ob

Noot
31

WOZ-waarden van het bestaande gebied en VON-prijzen voor de ontwikkelopgave