Afwegingskader wonen en zorg gemeente Montferland

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 29-09-2026

Intitulé

Afwegingskader wonen en zorg gemeente Montferland

Inleiding

De vraag naar woonruimte voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag groeit. De gemeente ontvangt steeds vaker initiatieven voor woonzorgvoorzieningen, variërend van herbestemming van vastgoed tot nieuwbouw. Voor deze initiatieven is vaak een wijziging van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig. Om initiatieven zorgvuldig en integraal te beoordelen, is dit afwegingskader opgesteld. Het bevat heldere en uitlegbare criteria en helpt bij een gezamenlijke beoordeling vanuit de beleidsvelden wonen, welzijn en zorg.

Aanleiding

De gemeenteraad heeft de Visie Wonen, Welzijn en Zorg vastgesteld, met vijf thema’s:

  • •

    Eigen kracht en samenredzaamheid

  • •

    Passende woningen en woonvormen

  • •

    Betaalbare, effectieve zorg en ondersteuning

  • •

    Doorontwikkeling van woonzorgzones

  • •

    Samenwerking

Een actie uit het uitvoeringsprogramma is het opstellen van dit afwegingskader voor nieuwbouw en transformatie voor woonzorg initiatieven.

Doel van het afwegingskader

Dit afwegingskader wordt gebruikt om nieuwe initiatieven voor wonen met zorg te beoordelen. Dit afwegingskader kan daarnaast gebruikt worden als handvat om het (ambtelijk) gesprek te voeren in de verschillende fases van ontwikkeling van een woon(zorg)initiatief.

Het uiteindelijke doel is zorgen voor een dekkend zorglandschap in de gemeente Montferland. Dat betekent dat inwoners met een zorgvraag, zoals ouderen, mensen met een beperking of inwoners met een psychische kwetsbaarheid, in hun eigen omgeving passende ondersteuning en woonmogelijkheden kunnen vinden. Voorzieningen hoeven niet in elke kern aanwezig te zijn, maar wel voldoende dichtbij en zó georganiseerd dat inwoners er eenvoudig gebruik van kunnen maken. Het gaat om een goed en toegankelijk lokaal aanbod, waarbij wonen, ondersteuning en zorg goed op elkaar aansluiten.

De stappen en criteria in het hoofdstuk ‘toetsingscriteria’ worden gebruikt als handvat in de totstandkoming van het ambtelijk advies over de ontwikkeling van een marktinitiatief. Het ondersteunt de beoordelaar bij het onderbouwen en formuleren van het advies. Het betreft een openbaar afwegingskader dat initiatiefnemers proactief kunnen gebruiken.

Resultaat

Op basis van dit afwegingskader wordt een advies opgesteld over het marktinitiatief op. De mogelijke eindresultaten na het doorlopen van het afwegingskader zijn:

  • 1.

    Positief advies

  • 2.

    Positief advies onder voorwaarden

  • 3.

    Negatief advies

Toetsingscriteria

De beoordeling van een initiatief verloopt in stappen. De initiatiefnemer dient een onderbouwing aan te leveren langs de drie stappen van dit afwegingskader. De gemeente beoordeelt het initiatief integraal en maakt een afweging op basis van kwaliteit, behoefte en inpasbaarheid.

Stap 1: Toets aan beleidskaders

Allereerst wordt gekeken of het initiatief aansluit bij de gemeentelijke en regionale uitgangspunten op het gebied van wonen en zorg, waaronder:

  • -

    Omgevingsvisie ‘Ons Mooie Montferland’

  • -

    De Visie Wonen, Welzijn en Zorg 2025-2035

  • -

    De Woonvisie 2025-2035

  • -

    Regiovisie Opvang en Bescherming 2017

  • -

    Achterhoekse visie op Nationaal Aktieplan dakloosheid 2024

  • -

    de Visie Sociaal Domein gemeente Montferland 2025-2033

  • -

    Woondeal Achterhoek

  • -

    Achterhoekse aanpak Wonen, Welzijn en Zorg 2025-2035

Resultaat van de toets aan beleidskader

  • -

    Positief: Het initiatief past binnen het geldende beleid;

  • -

    Negatief: Er volt een negatief advies, met een toelichting en de mogelijkheid voor de indiener om het plan aan te passen.

Stap 2: Behoeftetoets

In deze stap wordt beoordeeld in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de ambitie “voldoende, aantrekkelijk en divers aanbod van woningen” en specifiek aan de behoefte aan woonzorgwoningen/-plekken in Montferland (nu en in de toekomst), conform de Visie Wonen, Welzijn en Zorg en de Woonvisie.

1.Kwantitatieve behoefte

De initiatiefnemer toont aan:

  • •

    Het aantal woonplekken dat wordt gerealiseerd met het plan (inclusief onderscheid eigendomsvormen en marktsegmenten);

  • •

    op welke doelgroep(en) het initiatief zich richt;

  • •

    of en zo ja hoe het initiatief in verhouding staat tot de bouwopgave zoals beschreven in de Woonzorgvisie en Woonvisie;

  • •

    hoe de kwantitatieve behoefte zich voor deze doelgroep ontwikkelt en hoe dit initiatief hier op inspeelt;

  • •

    hoe het initiatief bijdraagt aan doorstroming binnen de lokale woningmarkt.

2.Kwalitatieve behoefte

De initiatiefnemer toont aan:

  • •

    wat voor soort woningen er worden gerealiseerd in dit plan (nultreden, levensloopbestendig, zorggeschikt en geschikt maken van bestaande woningen, intramurale plekken, geclusterde woonvormen, etc.);

  • •

    hoe het initiatief bijdraagt aan de diversiteit van de het woningaanbod in de gemeente en dorp;

  • •

    hoe het initiatief bijdraagt aan geclusterde en gemengde woonvormen in de gemeente en de wijk.

  • •

    aan in hoeverre het initiatief bijdraagt aan het oplossen van een acuut probleem, zoals wachtlijsten of dreigende dakloosheid;

  • •

    de verwachte doorlooptijd van de ontwikkeling van het woonzorginitiatief en de bijbehorende stappen.

Resultaat van de behoeftetoets

  • -

    Positief: Past het initiatief binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woonvoorzieningen voor deze doelgroep(en), dan wordt stap 3 getoetst.

  • -

    Negatief: Past het initiatief niet bij de behoeften die er binnen de gemeente zijn? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het marktinitiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom negatief wordt geadviseerd. We denken met de indiener mee en aan de indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen.

Stap 3: Kwalitatieve toets

In deze stap wordt de vraag beantwoord in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de doelen en ambities uit woonzorgvisie. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de kwaliteit van de woningen. Maar ook naar de (nabijheid van) zorg, voorzieningen, de buitenruimte en de omgeving. De criteria in stap 3 worden beoordeeld in samenhang.

Per onderdeel (geschiktheid, toegankelijkheid, organisatie en ontmoeten) wordt een oordeel gegeven (voldoende, aandachtspunt, onvoldoende):

1.Geschiktheid van de locatie

  • •

    De initiatiefnemer onderbouwt de locatiekeuzen en onderzochte alternatieven.

  • •

    Liggen belangrijke voorzieningen (supermarkt, huisarts, OV) binnen een redelijke afstand (indicator: ± 500 meter)?

  • •

    Is de omgeving rustig en veilig genoeg voor de doelgroep (prikkels, verkeersdrukte)?

  • •

    Zijn er groenvoorzieningen of andere prettige verblijfsplekken in de buurt?

  • •

    Is de openbare ruimte rondom het complex toegankelijk (stoepen, oversteekplaatsen)?

  • •

    Levert de doelgroep geen disproportionele druk of risico’s op in de buurt?

  • •

    Is de locatie geschikt voor de doelgroep / geschikt te maken voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar toegankelijkheid van de openbare ruimte? Zijn hier aanpassingen voor nodig?

Kosten voor aanpassingen in de openbare ruimte die rechtstreeks voortvloeien uit een initiatief dat niet past in het omgevingsplan moet de gemeente op grond van de Omgevingswet verhalen op de initiatiefnemer.

2.Toegankelijkheid van de woningen

De initiatiefnemer motiveert het plan aan de hand op toegankelijkheid aan de hand van onderstaande vragen.

  • •

    Zijn de woningen gelijkvloers of met een lift bereikbaar?

  • •

    Kunnen bewoners zonder trap of drempels binnenkomen?

  • •

    Is binnen voldoende manoeuvreerruimte voor hulpmiddelen (rollator/rolstoel)?

  • •

    Is er plek voor stalling en opladen van hulpmiddelen (scootmobiel/elektrische fiets)?

  • •

    Kunnen toekomstige aanpassingen redelijk eenvoudig worden gedaan (bijv. beugels plaatsen)?

  • •

    Welke technologieën en digitalisering wordt ingezet in het initiatief?

  • •

    Hoe wordt voorkomen dat er binnen enkele jaren maatwerk en/of aanvullende WMO aanpassingen/voorzieningen nodig zijn?

  • •

    Op welke manier verloopt de toewijzing van woonruimten aan bewoners?

  • •

    Zijn de woonruimten uitsluitend (en blijvend) bestemd voor de (zorg)doelgroep?

3.Organisatie van de zorg

De initiatiefnemer toont aan:

  • •

    Hoe zorg en ondersteuning zijn georganiseerd en welke zorgpartijen zijn verbonden aan het initiatief (Zijn deze gecontracteerd?);

  • •

    uit welke bron de cliënten worden gefinancierd;

  • •

    of de inkoop van zorg door het initiatief wordt geregeld of door cliënten zelf ingekocht;

  • •

    of er structurele zorg beschikbaar is en hoe er is nagedacht over de organisatie van zorg in de nachtelijke uren;

  • •

    of er een huisarts bereid is om cliënten in te schrijven of te ondersteunen;

  • •

    of er afspraken zijn met het zorgkantoor en huisartsen;

  • •

    of er een mix van formele en informele zorg gebruikt wordt en zo ja op welke manier;

  • •

    of de zorg tijdelijk of blijvend is en hoe dit wordt geborgd;

  • •

    Wat de ervaring van de zorgorganisatie met de doelgroep van het initiatief;

  • •

    of en in welke mate cliënten een beroep doen op ondersteuning vanuit de Participatiewet (zoals algemene of bijzondere bijstand), en – indien hiervan sprake is – hoe het initiatief bijdraagt aan het voorkomen van instroom dan wel het bevorderen van een zo snel mogelijke uitstroom uit de bijstand.

De gemeente onderzoekt wat de ervaring in de gemeente is met deze zorg/welzijnsorganisatie(s).

4.Ontmoeten, omzien naar elkaar

  • •

    Op welke manier bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar van bewoners onderling?

  • •

    Is er een ontmoetingsruimte? En is de eventuele ontmoetingsruimte ook bedoeld voor mensen uit de buurt?

  • •

    Worden bewoners uit de wijk actief benaderd om te participeren in activiteiten (als deelnemer of vrijwilliger)?

  • •

    Wordt er dagbesteding en/of logeeropvang geboden voor mensen in de wijk?

  • •

    Is de eventuele tuin openbaar toegankelijk of gesloten?

  • •

    Heeft het woonzorginitiatief een andere buurtfunctie? Of kunnen ruimten gezamenlijk gebruikt worden?

Eindresultaat toets na doorlopen 3 stappen

De mogelijke eindresultaten na het doorlopen van het afwegingskader zijn:

  • •

    Een positief advies;

  • •

    Een positief advies onder voorwaarden;

  • •

    Een negatief advies.

Ondertekening