Beleidsregels cameratoezicht openbare orde gemeente Arnhem 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 26-09-2026

Intitulé

Beleidsregels cameratoezicht openbare orde gemeente Arnhem 2026

De burgemeester van de gemeente Arnhem;

Overwegende dat:

  • -

    de burgemeester belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en in dat kader bevoegd is tot de inzet van cameratoezicht op openbare plaatsen;

  • -

    het Openbaar Ministerie, in het bijzonder de officier van justitie, richting de burgemeester een adviserende rol vervult bij de besluitvorming over de inzet van cameratoezicht;

  • -

    de operationele regie voor het cameratoezicht en de verwerking van de camerabeelden bij de politie ligt;

  • -

    er in 2023 een evaluatie cameratoezicht heeft plaatsgevonden waarbij de aanbevelingen als basis dienen voor het actualiseren van de beleidsregels en het opstellen van de werkwijze om te komen tot een zorgvuldig en doelmatig proces van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van cameratoezicht;

gelet op artikel 151c Gemeentewet, artikel 2.9.1 van de APV en artikel 4:81 en verder van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Vast te stellen de

BELEIDSREGELS CAMERATOEZICHT OPENBARE ORDE GEMEENTE ARNHEM 2026, inclusief bijlage

Introductie

Cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet is een onmisbaar maar ook ingrijpend middel, waarbij de privacy van de burger in het geding kan zijn. Daarom ga ik zorgvuldig en terughoudend om met de bevoegdheid tot het nemen van een dergelijk aanwijzingsbesluit. De wijze waarop ik omga met deze bevoegdheid is vastgelegd in de hiernavolgende Beleidsregels cameratoezicht openbare orde Arnhem 2026 (hierna: Beleidsregels) en de daarbij behorende werkwijze (bijlage 1). Ik hecht eraan te benadrukken dat in elk gebied waar sprake is van openbare ordeproblemen, altijd een integraal pakket aan maatregelen wordt ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om het overzichtelijk inrichten en onderhouden van de openbare ruimte, goede straatverlichting, toezicht en handhaving op straat door politie en gemeente, afspraken met (horeca)ondernemers, een lokale persoonsgerichte aanpak, de inzet van sociaal-preventieve interventies zoals bijvoorbeeld een gerichte inzet van jongerenwerk enzovoorts. Er is dus nooit uitsluitend sprake van alleen cameratoezicht.

Reikwijdte

Deze beleidsregels hebben geen betrekking op cameratoezicht dat direct wordt ingezet bij verkeershandhaving of verkeersmanagement, bewaking van vitale infrastructuur of andere voorzieningen, onvoorziene verstoringen van de openbare orde (het inzetten van artikel 151c Gemeentewet in relatie tot artikel 3 Politiewet 2012), noch op cameratoezicht dat uitsluitend een strafrechtelijk doel heeft, tot uitsluitend doel heeft eigendommen te beschermen of publiek-privaat cameratoezicht betreft.

Doel en mechanismen cameratoezicht

Het doel van cameratoezicht is om als onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen bij te dragen aan het verbeteren van de veiligheid en aan het gevoel van veiligheid en leefbaarheid in de stad. Onderstaand model maakt duidelijk op welke manier dat werkt. Camera’s kunnen drie mechanismen activeren: 1. Potentiële veroorzakers van overlast of plegers van criminaliteit afschrikken, waardoor problemen worden voorkomen. 2. Door rechtstreeks mee te kijken met de camerabeelden, kunnen observanten in de cameratoezichtruimte snel reageren op incidenten. Zij attenderen handhavers of de politie zodat deze incidenten in de kiem kunnen smoren voordat ze verder escaleren. 3.Opgenomen camerabeelden kunnen door de politie worden gebruikt voor opsporingsonderzoek. Hierdoor kunnen verdachten worden opgespoord en vervolgd. De doelen worden niet alleen beïnvloed door cameratoezicht. Waar mogelijk wordt bij de onderbouwing voor cameratoezicht in het aanwijzingsbesluit onderscheid gemaakt tussen de invloed van camera’s en andere (externe) factoren.

afbeelding binnen de regeling

Mechanismen cameratoezicht

Artikel 1. Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    Aanwijzingsbesluit

    een besluit van de burgemeester waarin hij het gebied aanwijst waarin voor een bepaalde duur vaste en mobiele camera’s geplaatst en verplaatst mogen worden, voor zover dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats en/of parkeerterrein of stadion dat voor eenieder toegankelijk is;

  • -

    APV

    Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Arnhem;

  • -

    Cameraobservant

    de geautoriseerde functionaris die camerabeelden rechtstreeks bekijkt en die is belast met het bedienen van het camerasysteem;

  • -

    Driehoeksoverleg

    het overleg als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Politiewet 2012;

  • -

    Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB)

    een instrument om vooraf de privacy risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen zodat de organisatie maatregelen kan nemen om deze risico’s te verkleinen

  • -

    Veiligheidsanalyse

    een gezamenlijk document van politie en gemeente dat dient als onderbouwing voor een aanwijzingsbesluit.

Artikel 2. Doel beleidsregels en werkwijze

Het doel van deze beleidsregels is aan te geven hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheid uit artikel 2.9.1 van de APV en artikel 151c van de Gemeentewet. De werkwijze die is opgenomen in bijlage 1 geeft richtlijnen voor het tot stand komen en uitvoeren van het aanwijzingsbesluit.

Artikel 3. Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit

  • 1. De burgemeester gaat alleen over tot het nemen van een aanwijzingsbesluit als er in een bepaald gebied regelmatig sprake is van een dreigende of feitelijke verstoring van de openbare orde waardoor de inzet van het cameratoezicht noodzakelijk is om toezicht te houden op openbare plaatsen, met als doel de openbare orde te handhaven. Dit aanwijzingsbesluit wordt onderbouwd door een veiligheidsanalyse van politie en gemeente.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid geldt dat de inzet van cameratoezicht in verhouding moet staan tot de dreigende of feitelijke verstoring van de openbare orde. Deze inzet van cameratoezicht moet dusdanig zijn dat het de schending van de persoonlijke levenssfeer rechtvaardigt.

  • 3. In aanvulling op het eerste en het tweede lid geldt dat de burgemeester alleen een aanwijzingsbesluit neemt wanneer op basis van de veiligheidsanalyse de inschatting gemaakt kan worden dat met andere (minder vergaande) maatregelen de veiligheidsdoelen niet bereikt kunnen worden.

Artikel 4. Vorm en duur cameratoezicht

  • 1. De burgemeester hanteert twee vormen van cameratoezicht, te weten langdurend cameratoezicht door middel van vaste camera’s en kortdurend cameratoezicht door middel van flexibele camera’s.

  • 2. Vaste camera’s worden geplaatst in gebieden waar steeds verstoringen van de openbare orde kunnen voorkomen.

  • 3. Flexibele camera’s worden geplaatst in gebieden waar de problematiek niet zozeer verbonden is aan de aard van het gebied (treinstation, voetbalstadion, uitgaansgebied, winkelgebied e.d.), maar aan het gedrag van mensen (drugsdealen, ernstige overlast, incidenten met explosieven e.d.).

  • 4. Langdurend cameratoezicht geldt voor een periode van maximaal 4 jaar met de mogelijkheid tot verlenging.

  • 5. Kortdurend cameratoezicht geldt voor een periode van maximaal 3 maanden en kan éénmalig met 3 maanden worden verlengd.

Artikel 5. Uitzonderingen

In situaties van spoed kan de politie op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012 kortdurend en incidenteel gebruikmaken van mobiele camera’s. Het gaat hierbij om het in vooraf niet voorziene situaties inzetten van mobiele camera’s bij evenementen, risicowedstrijden of andere ordeverstoringen van tijdelijke aard om groepen personen in beeld te brengen. In dergelijke situaties maakt de burgemeester geen gebruik van de bevoegdheid uit artikel 2.9.1 van de APV.

Artikel 6. Veiligheidsanalyse

  • 1. De veiligheidsanalyse ligt ten grondslag aan ieder aanwijzingsbesluit dat wordt genomen en bevat tenminste de volgende onderdelen;

    • a.

      de aanleiding tot het cameratoezicht;

    • b.

      of deze aanleiding nog relevant en actueel is;

    • c.

      welke incidenten zich hebben voorgedaan;

    • d.

      wat het te verwachten effect is van het plaatsen van camera’s of wat de effecten van cameratoezicht zijn geweest;

    • e.

      of de inzet van cameratoezicht noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is in relatie tot het doel wat ermee beoogd wordt;

  • 2. Wijst de veiligheidsanalyse naar het oordeel van de burgemeester uit dat cameratoezicht niet noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is in het belang van de openbare orde, dan ziet hij af van verlenging van het aanwijzingsbesluit, dan wel ziet hij af van een nieuw aanwijzingsbesluit.

  • 3. Wijst de veiligheidsanalyse naar het oordeel van de burgemeester uit dat cameratoezicht in het belang van de openbare orde noodzakelijk blijft én nog steeds proportioneel en subsidiair is, dan verlengt hij het aanwijzingsbesluit dan wel neemt hij een nieuw aanwijzingsbesluit voor het betreffende gebied.

Artikel 7. Overleg met de officier van justitie

  • 1. De burgemeester voert voorafgaand aan het nemen van een beslissing over het aanwijzingsbesluit overleg met de officier van justitie in het driehoeksoverleg.

  • 2. De overlegverplichting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel houdt geen verplichting tot overeenstemming met de officier van justitie in.

Artikel 8. Aanwijzingsbesluit

  • 1. In aanvulling op artikel 1 neemt de burgemeester de volgende informatie op in het aanwijzingsbesluit:

    • a.

      een beschrijving van het probleem op basis van een veiligheidsanalyse;

    • b.

      de maatregelen die al ingezet worden;

    • c.

      het doel van de inzet van cameratoezicht en of het om langdurend of kortdurend cameratoezicht gaat als bedoeld in artikel 4;

    • d.

      de afwegingen met betrekking tot de noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit dan wel een verwijzing naar documenten waarin dit staat beschreven. In het geval van een verwijzing wordt het document waarnaar verwezen wordt als bijlage aan het aanwijzingsbesluit toegevoegd;

    • e.

      de begrenzing van het gebied waarbinnen camera’s worden ingezet;

    • f.

      een kaart waarop het gebied staat aangegeven;

    • g.

      de periode waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt;

    • h.

      de periode waarin de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken;

    • i.

      de geldigheidsduur van het besluit;

    • j.

      de datum en plaats van ondertekening;

    • k.

      de ondertekening door de burgemeester;

    • l.

      een bezwaarclausule.

Artikel 9. Kenbaarheid

  • 1. Direct na ingebruikname van de in het aangewezen gebied geplaatste camera’s wordt in dat gebied gedurende de periode dat de camera’s aanwezig en in gebruik zijn met bebording kenbaar gemaakt dat het voor publiek toegankelijke gebied in beeld wordt gebracht.

  • 2. Het kenbaar maken als bedoeld in het eerste lid houdt niet in dat de camera’s zichtbaar moeten zijn of dat zichtbaar is dat de camera’s in werking zijn.

Artikel 10. Uitvoering

  • 1. De camerabeelden worden alleen bekeken door geautoriseerde personen, onder operationele regie van de politie;

  • 2. In aanvulling op het eerste lid houdt operationele regie in het kader van cameratoezicht in dat:

    • a.

      De beslissing tot daadwerkelijke inzet van politiepersoneel op basis van camerabeelden slechts genomen kan worden door de politie zelf, uiteraard in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag.

    • b.

      Dat het uitkijken van camerabeelden door zowel cameraobservanten van de politie als door geautoriseerde cameraobservanten van de gemeente kan plaatsvinden.

    • c.

      Het Team Technisch Toezicht van de politie het rechtstreeks uitkijken van camerabeelden bij urgente situaties en meldingen op elk moment kan overnemen van lokale cameraobservanten.

  • 3. De fysieke en digitale inrichting van de ruimte waar de camerabeelden worden uitgekeken dient te voldoen aan de eisen die de politie daaraan stelt.

  • 4. De vastgelegde beelden kunnen met inachtneming van de Wet politiegegevens worden gebruikt ten behoeve van de opsporing van een strafbaar feit.

  • 5. De vastgelegde beelden worden na ten hoogste vier weken vernietigd, met uitzondering van beelden waarvan een concrete aanleiding bestaat dat de gegevens voor de opsporing van een strafbaar feit nodig zijn.

Artikel 11. Evaluatie

  • 1. Langdurend cameratoezicht wordt iedere 4 jaar geëvalueerd. Kortdurend cameratoezicht na 3 maanden. Voor de evaluatie wordt gebruik gemaakt van de veiligheidsanalyse als bedoeld in artikel 7 en bijlage 1.

  • 2. De positie van de camera's, de gemaakte werkafspraken en de onderlinge samenwerking tussen gemeente, basisteam politie en Team Technisch Toezicht politie worden jaarlijks geëvalueerd in een gesprek.

Artikel 12. Intrekking oude beleidsregels

De “Beleidsregels cameratoezicht openbare orde Arnhem (2020)” worden ingetrokken per datum van inwerkingtreding van de “Beleidsregels cameratoezicht openbare orde gemeente Arnhem 2026".

Artikel 13. Ingangsdatum en naam van deze beleidsregels

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels cameratoezicht openbare orde gemeente Arnhem 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de burgemeester van Arnhem,

A. Marcouch

Bijlage 1: Werkwijze aanwijzingsbesluiten cameratoezicht openbare orde gemeente Arnhem 2026

  • 1.

    De behoefte aan (het behouden van) cameratoezicht wordt kenbaar gemaakt

    De Afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving houdt in het kader van het veiligheidsbeleid de vinger aan de pols in alle gebieden van de stad. Ook wordt regelmatig overlegd over de veiligheid met politie, handhavers en andere partners, zoals ondernemersverenigingen en bewonersgroepen. Daaruit kan een behoefte naar voren komen om het bestaande cameratoezicht te verlengen en/of cameratoezicht op nieuwe locaties. Deze behoefte wordt besproken in het wijkveiligheidsoverleg.

  • 2.

    Veiligheidsanalyse

    De gemeente maakt samen met de politie (Basisteam en Team Technisch Toezicht) een veiligheidsanalyse. De veiligheidsanalyse wordt in de eerste plaats gebaseerd op politie-informatie. Dat wil zeggen op basis van concrete aantallen meldingen, incidenten en het gebruik van camerabeelden per locatie, veiligheids- en wijkbeelden, operationele ervaring van surveillancediensten, horecadienst, wijkagenten, recherche en beschikbare evaluaties naar aanleiding van incidenten en grootschalige en risicovolle evenementen.

    De gemeente vult bovenstaande informatie aan met eigen cijfers en kwalitatieve data van bijvoorbeeld toezicht en handhaving, veiligheidsprofessionals en samenwerkingspartners in de betreffende gebieden. Als dan blijkt dat er inderdaad een probleem is dat ernstig genoeg is om cameratoezicht te kunnen rechtvaardigen, is aan de eerste eis van proportionaliteit voldaan. Maar dat is niet genoeg om camera’s te plaatsen. Uit de analyse moet ook naar voren komen welke lichtere instrumenten en interventies er worden ingezet en waarom daarbovenop cameratoezicht nodig is of blijft om problemen op te lossen of beheersbaar te houden. Om aan deze eis van subsidiariteit te voldoen (zie artikel 3.3 van de beleidsregels) wordt ook gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten over de effecten van cameratoezicht.

  • 3.

    GEB

    De politie voort indien dit noodzakelijk wordt geacht een gegevensbeschermingseffectbeoordeling genoemd) uit.

  • 4.

    Ambtelijk advies

    Een adviseur van de Afdeling Veiligheid, Vergunningen & Handhaving stelt ter voorbereiding van het aanwijzingsbesluit in samenwerking met een juridisch adviseur van de gemeente een advies aan de burgemeester op waarin de afwegingen rond noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit staan beschreven op basis van de veiligheidsanalyse. Deze wordt als bijlage toegevoegd aan dit advies.

  • 5.

    Afweging na beraadslaging lokale driehoek

    De burgemeester overlegt in de driehoek met de officier van justitie over het ambtelijk advies.

  • 6.

    Besluitvorming

    De burgemeester neemt het (gemotiveerde) aanwijzingsbesluit voor de vastgestelde periode.

  • 7.

    Plaatsing camera's (indien van toepassing)

    De gemeente draagt zorg voor plaatsing van de camera’s. Deze handeling kan ook eerder in het proces plaatsvinden, mits de camera’s nog niet in bedrijf zijn. De naam en plaats van de camera wordt voorafgaand aan de inbedrijfstelling door de gemeente Arnhem, (de Connectie) doorgegeven aan het Team Technisch Toezicht. De registratie dient als volgt plaats te vinden:

    Plaatsnaam afgekort (spatie) Cameranummer (spatie) Vast/PTZ (spatie) – (spatie) Straatnaam

    Voorbeeld: ARN 105 PTZ – Eusebiusvest

    Voorbeeld: ARN 118 Vast – Fietstunnel Walburgstraat

    Voorbeeld: ARN 042 PTZ – Ketelstraat 16

  • 8.

    Publicatie aanwijzingsbesluit en kenbaar maken cameratoezicht

    Een adviseur van de Afdeling Veiligheid, Vergunningen & Handhaving van de gemeente levert een scan van het aanwijzingsbesluit, samen met een digitaal tekstbestand van het besluit en een ingevuld metadata formulier aan via bekendmakingen@arnhem.nl. Een medewerker van de Afdeling Juridische Zaken van de gemeente draagt zorgt voor het publiceren van het aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit wordt gepubliceerd op www.overheid.nl en in het digitale gemeenteblad. Daarnaast wordt het breed gecommuniceerd, onder andere op het gedeelte van de website van de gemeente Arnhem met informatie over cameratoezicht. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het aanwijzingsbesluit. De gemeente maakt met borden en/of stickersen een bewonersbrief nieuw cameratoezicht kenbaar en actualiseert het overzicht op de gemeentelijke website.

  • 9.

    Inbedrijfstelling of verwijderen camera’s

    De gemeente zorgt in afstemming met het Team Technisch Toezicht voor de inbedrijfstelling van de camera’s op de dag van inwerkingtreding van het Besluit. De door de camera’s geregistreerde beelden worden uitsluitend door daartoe bevoegde personen bekeken, in het belang van de handhaving van de openbare orde, onder operationeel toezicht van de politie. Als er geen noodzaak is tot verlenging van het cameratoezicht, wordt de camera door de gemeente verwijderd.

  • 10.

    Evaluatie

    Het aanwijzingsbesluit voor langdurend cameratoezicht wordt na vier jaar geëvalueerd. De evaluatie moet uiterlijk drie maanden voor afloop van het aanwijzingsbesluit zijn afgerond. Indien de evaluatie daar aanleiding toe geeft volgt een verzoek tot verlenging van opnieuw vier jaar.

    Uiterlijk twee weken voor afloop van het aanwijzingsbesluit voor kortdurend cameratoezicht vindt een evaluatie plaats. Indien de evaluatie daar aanleiding toe geeft volgt een verzoek tot verlenging van maximaal drie maanden.

    De positie van de camera's, de werkafspraken en onderlinge samenwerking tussen gemeente, politie (basisteam en Team Technisch Toezicht) worden jaarlijks in een gesprek geëvalueerd op initiatief van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving.