Mandaatbesluit gemeente Montferland 2026

Geldend van 25-09-2026 t/m heden

Intitulé

Mandaatbesluit gemeente Montferland 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland

en

de burgemeester van de gemeente Montferland,

ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

gelet op:

  • •

    de artikelen 59a, 168 en 171 van de Gemeentewet;

  • •

    de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat:

  • •

    de ambtelijke organisatie is doorontwikkeld sinds de wijziging van de organisatiestructuur;

  • •

    er behoefte bestaat om een aantal bevoegdheden binnen de organisatie opnieuw te beschrijven;

  • •

    in dit mandaatbesluit publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden aan medewerkers in de organisatie worden toegekend om hen in staat te stellen de toegekende taken rechtmatig en doelmatig uit te voeren;

  • •

    in dit Mandaatbesluit is gekozen voor de toekenning van zoveel mogelijk wettelijke bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders en burgemeester aan medewerkers in de organisatie, met uitzondering van die bevoegdheden die specifiek voorbehouden zijn aan het college van burgemeester en wethouders, aan de burgemeester, de algemeen directeur/gemeentesecretaris, de domeinmanagers, de teammanagers of aan medewerkers met een specifieke functie.

B E S L U I T E N

het ‘Mandaatbesluit gemeente Montferland 2026’ vast te stellen;

Artikel 1 Definities

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen directeur: de medewerker die door het college is aangesteld en eindverantwoordelijk is voor de ambtelijke organisatie;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan, in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • e.

    bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van de gemeente Montferland;

  • f.

    bijlage: een bijlage behorende bij dit Mandaatbesluit;

  • g.

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente Montferland;

  • h.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland;

  • i.

    directieteam: de algemeen directeur en de domeinmanagers;

  • j.

    domeinmanager: degene die is belast met de integrale aansturing van een aantal teams en behoort tot het directieteam van de gemeentelijke organisatie;

  • k.

    functionaris: een medewerker als bedoeld in artikel 1 onder u. van dit besluit alsmede een lid van het college als bedoeld in artikel 1 onder f. van dit besluit;

  • l.

    gemeentebestuur: het college, de gemeenteraad en de burgemeester;

  • m.

    gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Montferland;

  • n.

    gemeentesecretaris: de functionaris zoals bedoeld in artikel 103 Gemeentewet;

  • o.

    leidinggevende: degene die op grond van de binnen de gemeente Montferland geldende hiërarchische structuur rechtstreeks verantwoordelijk is voor de aansturing van een medewerker en als diens direct leidinggevende bevoegd is aanwijzingen en instructies te geven over de uitvoering van werkzaamheden;

  • p.

    machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, in de zin van artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • q.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen in de zin van artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • r.

    mandaatgever: het bevoegde bestuursorgaan dat aan een ander de bevoegdheid verleent om in zijn naam besluiten te nemen;

  • s.

    mandaathouder/gemandateerde: degene aan wie door de mandaatgever mandaat is verleend om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • t.

    medewerker: ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017. Met een medewerker worden voor de toepassing van dit mandaatbesluit gelijkgesteld uitzendkrachten, gedetacheerden, inhuurkrachten, zzp’ers en andere personen die anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling in opdracht van of onder verantwoordelijkheid van de gemeente Montferland werkzaamheden verrichten;

  • u.

    ondermandaat: de bevoegdheid van een mandaathouder om de aan hem verleende mandaatbevoegdheid geheel of gedeeltelijk door te mandateren aan een ander;

  • v.

    ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid om een door het bevoegde bestuursorgaan of een mandaathouder genomen besluit of uitgaand stuk namens dat bestuursorgaan te ondertekenen;

  • w.

    portefeuillehouder: het lid van het college dat bestuurlijk verantwoordelijk is voor een bepaald onderwerp;

  • x.

    taakveld: het geheel van taken, beleidsonderwerpen en verantwoordelijkheden dat aan een medewerker is toebedeeld op grond van de binnen de gemeente Montferland geldende organisatiestructuur, functiebeschrijving en werkinstructies;

  • y.

    teammanager: degene die is belast met de aansturing van een team;

  • z.

    volmacht: de bevoegdheid die aan een ander wordt verleend om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, in de zin van artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2 Schakelbepaling mandaat, volmacht, machtiging

Op grond van artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht zijn de mandaatregels overeenkomstig van toepassing op het verlenen van een volmacht en op het verlenen van een machtiging. Waar in dit besluit gesproken wordt over mandaat, wordt daaronder ook verstaan: machtiging en volmacht.

Artikel 3 Inhoud en omvang mandaat

  • 1. De bevoegdheid om in mandaat besluiten te nemen, rechtshandelingen en feitelijke handelingen te verrichten omvat tevens de bevoegdheid tot het verrichten van alle noodzakelijke voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, waaronder begrepen de vertegenwoordiging in en buiten rechte.

  • 2. De mandaathouder heeft naast de bevoegdheid het in het eerste lid genoemde besluit te nemen ook de bevoegdheid het desbetreffende besluit te ondertekenen.

Artikel 4 Mandaat aan eenieder

  • 1. Het college en de burgemeester verlenen de medewerker het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig zijn.

  • 2. Het gestelde in het eerste lid geldt uitsluitend wanneer voldaan is aan alle in dit mandaatbesluit genoemde voorwaarden en er geen sprake is van uitzonderingen zoals genoemd in artikel 7 van dit mandaatbesluit.

Artikel 5 Voorwaarden algemeen

  • 1. De mandaathouder maakt uitsluitend gebruik van het mandaat voor zover de uitoefening van die bevoegdheid behoort tot zijn taakveld en verantwoordelijkheden.

  • 2. De uitoefening van bevoegdheden op grond van dit mandaatbesluit vindt plaats met inachtneming van de vastgestelde procesbeschrijvingen, werkinstructies en regels inzake de administratieve organisatie van de gemeente Montferland. Ten aanzien van financiële rechtshandelingen geldt dat het vier-ogen-principe wordt toegepast.

  • 3. De mandaatgever kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheden worden uitgeoefend.

Artikel 6 Voorwaarden financieel

  • 1. Indien de mandaathouder tevens budgethouder is, maakt hij slechts gebruik van het mandaat voor zover de uitoefening daarvan past binnen het aan hem toegekende budget.

  • 2. Een bevoegdheid met financiële gevolgen wordt slechts in mandaat uitgeoefend voor zover daarin in de gemeentebegroting of een ander daartoe strekkend financieel kader is voorzien.

  • 3. Bij de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden worden naast dit mandaatbesluit ook de op dat moment geldende Budgethoudersregeling en het Treasurystatuut in acht genomen.

  • 4. In geval van strijdigheid tussen dit mandaatbesluit en de Budgethoudersregeling en/of het Treasurystatuut, gaan de laatsten voor.

Artikel 7 Uitzonderingen mandaatverlening

  • 1. De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college.

  • 2. De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de burgemeester.

  • 3. De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de algemeen directeur/gemeentesecretaris.

  • 4. De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de domeinmanager.

  • 5. De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teammanager.

  • 6. De in bijlage 6 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de daarin genoemde functionarissen.

  • 7. De mandaten aan derden zijn opgenomen in bijlage 7.

  • 8. Het in artikel 4 verleende mandaat geldt niet indien de mandaatgever besluit de aangelegenheid zelf af te doen.

  • 9. Indien bij de voorbereiding van een in mandaat te nemen besluit meerdere medewerkers betrokken zijn en tussen hen geen overeenstemming bestaat over het te nemen besluit, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door de hiërarchisch leidinggevende van de medewerker die met de voorbereiding van het besluit is belast.

  • 10. Indien de mandaathouder direct of indirect een persoonlijk belang heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid, dan wel sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door diens hiërarchisch leidinggevende.

Artikel 8 Voorafgaand overleg

De mandaathouder draagt er zorg voor dat overleg plaatsvindt met de portefeuillehouder(s) of de burgemeester voordat een besluit wordt genomen of een (rechts)handeling plaatsvindt indien:

  • a.

    het een aangelegenheid betreft waarover door de gemeenteraad in een eerder stadium vragen zijn gesteld aan het college, de portefeuillehouder(s) of de burgemeester;

  • b.

    het college, een portefeuillehouder of de burgemeester dit kenbaar heeft gemaakt;

  • c.

    het een aangelegenheid betreft waarover de raad moties en/of amendementen heeft aangenomen;

  • d.

    het een aangelegenheid betreft waarover de portefeuillehouder toezeggingen heeft gedaan aan de raad(scommissie);

  • e.

    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het besluit of de (rechts)handeling ingrijpende financiële consequenties kan hebben, bijvoorbeeld dreigende budgetoverschrijding of het aangaan van meerjarige verplichtingen;

  • f.

    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat uit het besluit of de (rechts)handeling aanzienlijke juridische, financiële, organisatorische, politiek-bestuurlijke en/of publicitaire consequenties kunnen voortvloeien;

  • g.

    redelijkerwijs kan worden aangekomen dat de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid, dan wel redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit kan gebeuren.

  • h.

    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben op de (ruimtelijke) omgeving, voor een groot aantal inwoners, bedrijven, verenigingen of belangengroepen.

Artikel 9 Specifieke mandaten aan derden

  • 1. Uitsluitend het college en de burgemeester zijn bevoegd ten aanzien van hun eigen bevoegdheden mandaat te verlenen aan personen die niet werkzaam zijn onder hun verantwoordelijkheid, als bedoeld in artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. Mandaat aan een persoon die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur wordt slechts verleend met instemming van die persoon of van degene onder wiens verantwoordelijkheid die persoon werkzaam is.

  • 3. Ondermandaat van bevoegdheden die aan derden in mandaat zijn verleend, is niet toegestaan, tenzij bij het verlenen van dat mandaat uitdrukkelijk anders is bepaald.

  • 4. Dit mandaatbesluit is niet van toepassing op bevoegdheden en taken die op grond van een gemeenschappelijke regeling door een ander bestuursorgaan of een andere organisatie worden uitgeoefend.

  • 5. Voor zover specifieke mandaten aan derden zijn verleend, zijn deze opgenomen in bijlage 7.

Artikel 10 Hiërarchie

Indien mandaat is verleend aan een medewerker, komt dat mandaat eveneens toe aan diens hiërarchisch leidinggevenden, tenzij anders is bepaald.

Artikel 11 Plaatsvervanging

  • 1. Bij afwezigheid van een teammanager wordt deze vervangen door een andere teammanager uit hetzelfde domein.

  • 2. Bij afwezigheid van de domeinmanager kan deze worden vervangen door een andere domeinmanager of door de algemeen directeur.

  • 3. Voor de toepassing van dit besluit worden de algemeen directeur en de gemeentesecretaris met elkaar gelijkgesteld. De vervanging van de algemeen directeur onderscheidenlijk de gemeentesecretaris geschiedt overeenkomstig de door het college vastgestelde volgorde van loco-secretarisschap.

Artikel 12 Wijze van ondertekenen

  • 1. Een krachtens mandaat genomen besluit of ander uitgaand stuk vermeldt namens welk bestuursorgaan het is genomen of verzonden en wordt als volgt ondertekend:

    • a.

      indien het besluit of stuk namens het college van burgemeester en wethouders is genomen of verzonden:

      ‘Namens burgemeester en wethouders van Montferland,’

      gevolgd door:

        • •

          de handtekening van de mandaathouder, tenzij deze in het kader van digitale afdoening wordt weggelaten;

        • •

          de naam van de mandaathouder; en

        • •

          de functieaanduiding van de mandaathouder.

    • b.

      indien het besluit of stuk namens de burgemeester is genomen of verzonden:

      ‘Namens de burgemeester van Montferland,’

      gevolgd door:

        • •

          de handtekening van de mandaathouder, tenzij deze in het kader van digitale afdoening wordt weggelaten;

        • •

          de naam van de mandaathouder; en

        • •

          de functieaanduiding van de mandaathouder.

  • 2. Indien geen mandaat is verleend, wordt het besluit ondertekend door de burgemeester.

  • Stukken die van het college uitgaan, worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de gemeentesecretaris, overeenkomstig artikel 59a, eerste lid, van de Gemeentewet, tenzij het college op grond van artikel 59a, tweede lid, van de Gemeentewet heeft toegestaan dat de ondertekening wordt opgedragen aan een ander lid van het college, aan de gemeentesecretaris of aan een of meer andere gemeenteambtenaren.

  • 3. Indien geen mandaat is verleend, maar wel ondertekeningsmandaat is verleend, wordt een uitgaand stuk als volgt ondertekend:

    • a.

      bij een besluit van het college:

      ‘Overeenkomstig het besluit van burgemeester en wethouders van Montferland,’

      gevolgd door:

        • •

          de handtekening van de functionaris aan wie ondertekeningsmandaat is verleend, tenzij deze in het kader van digitale afdoening wordt weggelaten;

        • •

          de naam van deze functionaris; en

        • •

          de functieaanduiding van deze functionaris.

    • b.

      bij een besluit van de burgemeester:

      ‘Overeenkomstig het besluit van de burgemeester van Montferland,’

      gevolgd door:

        • •

          de handtekening van de functionaris aan wie ondertekeningsmandaat is verleend, tenzij deze in het kader van digitale afdoening wordt weggelaten;

        • •

          de naam van deze functionaris; en

        • •

          de functieaanduiding van deze functionaris.

  • 4. Het college en de burgemeester kunnen nadere regels stellen over de wijze van ondertekening en digitale afdoening van besluiten en andere uitgaande stukken.

  • 5. Behoudens in zaken van routinematige aard geldt het ondertekeningsmandaat niet voor stukken gericht aan de Kroon, een minister, een staatssecretaris, de commissaris van de Koning of gedeputeerde staten, tenzij daarin uitdrukkelijk is voorzien.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat deze is bekendgemaakt.

Artikel 14 Intrekking oude regelingen

Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit worden de volgende besluiten ingetrokken:

  • -

    ‘Mandaatbesluit Montferland 2024’;

  • -

    ‘Mandaatbesluit Wet Hersteloperaties Toeslagen brede ondersteuning’ van Montferland;

  • -

    ‘Mandaatbesluit voor de uitvoering van de woonruimteverdeling 2016’ van Montferland;

  • -

    ‘Mandaatbesluit Huisvestingsverordening Montferland 2024’;

  • -

    ‘Mandaatverlening vergunningverlening ViA15, aangehaald als ‘Mandaatbesluit vergunningverlening ViA15’.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Mandaatbesluit gemeente Montferland 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Didam op 15 september 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Montferland,

De secretaris,

B.F.M. Booltink

De burgemeester,

A.C.V. Fellinger

De burgemeester van de gemeente Montferland,

De burgemeester,

A.C.V. Fellinger

Bijlage 1 Bevoegdheden voorbehouden aan het college

PUBLIEKRECHT

  • 1.

    Het doen van voorstellen aan de gemeenteraad, het informeren van de gemeenteraad en het beantwoorden van schriftelijke vragen van (leden) van de gemeenteraad.

  • 2.

    Het instellen van commissies als bedoeld in de artikelen 83 en 84 Gemeentewet en overige adviesorganen van het college.

  • 3.

    Voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift anders dan het aangaan van een dienstverband, het benoemen van personen in commissies en adviesorganen van het college en het benoemen van voorzitter, leden, tellers van een stembureau en een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

  • 4.

    Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente in organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

  • 5.

    Het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van het beleid, richtlijnen, bestendige bestuurspraktijk en/of voorschriften.

  • 6.

    Correspondentie en besluiten gericht tot:

    • a.

      de gemeenteraad;

    • b.

      leden van het Koninklijk Huis;

    • c.

      de gemeenteraad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;

    • d.

      de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamers gevormde commissie;

    • e.

      de vicepresident van de Raad van State;

    • f.

      de president van de Algemene Rekenkamer.

  • 7.

    Contrair beslissen op een bezwaarschrift in afwijking van het dictum van het advies van de bij verordening ingestelde commissie voor bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

PRIVAATRECHT

  • 1.

    Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.

  • 2.

    Het aanvragen van surseance van betaling of faillissement van contractspartijen.

  • 3.

    Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van een schenking, erfstelling of legaat of het doen van een schenking.

  • 4.

    Het nemen van besluiten over het verstrekken van een gemeentegarantie of -lening aan een derde (zoals een stichting of een vereniging) in de uitoefening van een publieke taak nadat de raad is gevraagd wensen of bedenkingen kenbaar te maken aan het college.

  • 5.

    Het vaststellen en wijzigen van privacyverklaring(en).

PERSONEELSAANGELEGENHEDEN

  • 1.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van de algemeen directeur/gemeentesecretaris inzake diens benoeming, alsmede het aangaan, wijzigen, ontbinden en overige mutaties van de arbeidsovereenkomst, en alle overige personele aangelegenheden.

Bijlage 2 Bevoegdheden voorbehouden aan de burgemeester

PUBLIEKRECHT

  • 1.

    Besluiten op grond van de volgende artikelen in de Gemeentewet:

    • •

      151b (aanwijzing als veiligheidsrisicogebied)

    • •

      151c (instellen cameratoezicht)

    • •

      151d (aanpak woonoverlast)

    • •

      154a (bestuurlijke ophouding)

    • •

      154b (bestuurlijke boete)

    • •

      172 t/m 176a (handhaving openbare orde)

  • 2.

    Alle overige in de Gemeentewet, Hoofdstuk XI, aan de burgemeester toegekende bevoegdheden op het gebied van openbare orde en veiligheid, tenzij uitdrukkelijk gemandateerd.

  • 3.

    Als een hiërarchisch leidinggevende van de mandaathouder heeft aangegeven dat zij het te nemen besluit aan de burgemeester wenst voor te leggen.

  • 4.

    Een besluit op grond van de Wet tijdelijk huisverbod.

  • 5.

    Het opleggen van een last onder bestuursdwang op een woning, lokaal of daarbij behorend erf (artikel 13b Opiumwet).

  • 6.

    Uitvoering Naturalisatie (ceremonie) op grond van artikel 5 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap.

  • 7.

    Alle bevoegdheden op grond van de Wet aanpak woonoverlast en de daarop gebaseerde bepalingen in de APV.

  • 8.

    Het besluit inhoudende een last tot inbewaringstelling (psychiatrisch ziekenhuis) in het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

  • 9.

    Het verlenen van mandaat betreffende bevoegdheden van de burgemeester aan externen die niet werkzaam zijn onder directe verantwoordelijkheid van het college of de burgemeester.

  • 10.

    Het instellen van een noodverordening/noodbevel.

  • 11.

    Alle bevoegdheden op grond van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 12.

    Alle bevoegdheden op grond van de Wet openbare manifestaties.

  • 13.

    Het sluiten van een horeca-inrichting en/of de intrekking van deze vergunning.

  • 14.

    Het behandelen van en beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Awb over gedragingen van de algemeen directeur/gemeentesecretaris.

Bijlage 3 Bevoegdheden voorbehouden aan algemeen directeur/gemeentesecretaris

PUBLIEKRECHT

  • 1.

    Het behandelen van en beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Awb over gedragingen van domeinmanagers die onder zijn hiërarchische verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

PERSONEELSAANGELEGENHEDEN

  • 1.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van aan hem direct hiërarchisch ondergeschikte medewerkers inzake het aangaan, wijzigen, ontbinden en overige mutaties van arbeidsovereenkomsten, alsmede alle overige personele aangelegenheden.

  • 2.

    Het opleggen van een disciplinaire maatregel aan een medewerker waaronder het ontzeggen van de toegang tot het gemeentekantoor.

  • 3.

    Het doen van aangifte van een strafbaar feit onder voorbehoud van voorafgaand overleg met en goedkeuring door de burgemeester.

  • 4.

    Het nemen van besluiten aangaande vaststellingsovereenkomsten met medewerkers.

  • 5.

    Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 6.

    Het vaststellen van de functiebeschrijvingen van hiërarchisch ondergeschikte medewerkers.

  • 7.

    Het vaststellen, wijzigen of intrekken van regelingen en arbeidsvoorwaarden in het personeelshandboek.

  • 8.

    Mandatering tot aanpassingen aan het personeelshandboek.

  • 9.

    Het nemen van niet-reguliere besluiten in personeelsaangelegenheden, voor zover daarbij met toepassing van een hardheidsclausule of anderszins gemotiveerd wordt afgeweken van het geldende beleid, richtlijnen, bestendige bestuurspraktijk en/of voorschriften.

  • 10.

    Het uitoefenen van de bevoegdheden van de bestuurder inzake medezeggenschap.

  • 11.

    Het nemen van besluiten inzake overige rechten en plichten van medewerkers (zoals opgenomen in de Cao).

  • 12.

    Het toekennen van bijdragen aan de personeelsvereniging, gemeentelijke sportevenementen en sinterklaasvieringen.

  • 13.

    Het jaarlijks vaststellen van de voor het personeel geldende brugdagen overeenkomstig het personeelshandboek.

Bijlage 4 Voorbehouden aan domeinmanager

PUBLIEKRECHT

  • 1.

    Het behandelen van en beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Awb over gedragingen van teammanagers die onder zijn hiërarchische verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

PERSONEELSAANGELEGENHEDEN

  • 1.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van aan hem direct hiërarchisch ondergeschikte medewerkers inzake het aangaan, wijzigen, ontbinden en overige mutaties van arbeidsovereenkomsten, alsmede alle overige personele aangelegenheden.

  • 2.

    Het uitvoeren van de risico-inventarisatie en -evaluatie, het opstellen van het bijbehorende plan van aanpak waarin de te treffen maatregelen ter beheersing of vermindering van arbeidsrisico’s zijn opgenomen, alsmede het bekendmaken van deze documenten, voor zover dit voortvloeit uit de geldende wet- en regelgeving inzake arbeidsomstandigheden.

Bijlage 5 Voorbehouden aan teammanager

PUBLIEKRECHT

  • 1.

    Het behandelen van en beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Awb over gedragingen van medewerkers die onder zijn hiërarchische verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

  • 2.

    Het aanvragen van een subsidie.

  • 3.

    Het oninbaar verklaren van belastingvorderingen.

  • 4.

    Het beslissen op administratief beroep inzake kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

  • 5.

    Het nemen van aanwijzingsbesluiten op grond van enig wettelijk voorschrift.

  • 6.

    Het verstrekken van een legitimatiebewijs aan toezichthouders.

  • 7.

    Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie.

  • 8.

    Het vaststellen van delen van het omgevingsplan, voor zover deze bevoegdheid is gedelegeerd.

  • 9.

    Het toepassen van de coördinatieregeling zoals bedoeld in afdeling 3.5 van de Awb.

  • 10.

    Het namens de burgemeester verlenen van toestemming voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 11.

    Het sluiten van een individuele overeenkomst ten behoeve van de inzet van jeugdzorg, waarbij wordt afgeweken van de geldende drempelbedragen in het inkoop- en aanbestedingsbeleid, voor zover het Europese aanbestedingsdrempelbedrag niet wordt overschreden.

  • 12.

    Het nemen van besluiten tot toepassing van de hardheidsclausule in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde gemeentelijke regelgeving.

  • 13.

    Het uitvoeren van de eerste stap van het sanctieprotocol kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang en de relevante gemeentelijke regelgeving.

  • 14.

    Het namens de gemeente indienen van een aanvraag dan wel verzoeken tot het instellen van een maatregel van beschermingsbewind, curatele of mentorschap ten behoeve van een ingezetene van de gemeente Montferland.

  • 15.

    Het benoemen van voorzitter, leden, tellers van een stembureau en een voldoend aantal plaatsvervangende leden, zoals bedoeld in de Kieswet.

PRIVAATRECHT

  • 1.

    Het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot het inhuren van tijdelijk personeel.

  • 2.

    Het oninbaar verklaren van civiele vorderingen.

  • 3.

    Het opleggen van een toegangsontzegging voor gemeentelijke accommodaties voor sport en recreatie.

PERSONEELSAANGELEGENHEDEN

  • 1.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van aan hem direct hiërarchisch ondergeschikte medewerkers inzake het aangaan, wijzigen, ontbinden en overige mutaties van arbeidsovereenkomsten, alsmede alle overige personele aangelegenheden.

  • 2.

    Het melden en registreren van (bijna) ongevallen en beroepsziekten.

  • 3.

    Het uitvoeren van de agressieprotocollen en het in dat kader opleggen van sancties.

ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING EN CYBERBEVEIIGINGSWET

  • 1.

    Het besluiten tot het aangaan, wijzigen, beëindigen en ondertekenen van verwerkersovereenkomsten en gegevensuitwisselingsovereenkomsten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 2.

    Het op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming onverwijld meedelen aan betrokkene(n) van een inbreuk in verband met persoonsgegevens.

  • 3.

    Het nemen van besluiten op verzoeken van betrokkenen tot uitoefening van hun rechten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 4.

    Het bijhouden van het register van verwerkingsactiviteiten als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 5.

    Het vaststellen van een Gegevensbeschermingseffectsbeoordeling (Data Protection Impact Assessment, afgekort: DPIA) zoals bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 6.

    Het overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming voorafgaand aan de verwerking raadplegen van de toezichthoudende autoriteit, indien uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling blijkt dat de verwerking zonder maatregelen ter beperking van het risico een hoog risico zou opleveren.

  • 7.

    Het overeenkomstig de Cyberbeveiligingswet uitvoering geven aan passende en evenredige technische, organisatorische en operationele maatregelen om cyberrisico’s te beheersen.

Bijlage 6 Voorbehouden aan specifieke functies

PRIVACY OFFICER

  • 1.

    Het overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming onverwijld melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit.

  • 2.

    Het overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming documenteren van inbreuken in verband met persoonsgegevens.

CHIEF INFORMATION SECURITY OFFICER

  • 1.

    Het registreren van de gemeente in het entiteitenregister (registratieplicht) inclusief wijzigingen en actueel houden van de registratie, overeenkomstig de Cyberbeveiligingswet.

  • 2.

    Het melden van significante cyberincidenten bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC).

BUITENGEWOON AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND

  • 1.

    Het afgeven van verlof tot begraving of crematie buiten de geldende termijnen overeenkomstig de Wet op de lijkbezorging.

  • 2.

    Het afgeven van schriftelijk verlof tot ontleding, uiterlijk op de derde dag na die van het overlijden, overeenkomstig de Wet op de lijkbezorging.

  • 3.

    Het uitoefenen van bevoegdheden en het verrichten van handelingen inzake de afgifte van een ‘laissez-passer’ voor het internationaal vervoer van lijken.

  • 4.

    Het doen van opgaaf van geregistreerde sterfgevallen aan de inspecteur Registratie en Successie van de Belastingdienst.

Bijlage 7 Mandaat aan derden

Toelichting Mandaatbesluit gemeente Montferland 2026

Algemeen

Dit mandaatbesluit strekt ertoe de bevoegdheidsverdeling binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente Montferland te regelen. Aanleiding is de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatiestructuur, die aanleiding geeft een aantal bevoegdheden opnieuw te beschrijven.

Het uitgangspunt van dit mandaatbesluit is dat zoveel mogelijk wettelijke bevoegdheden van het college en de burgemeester worden toegekend aan medewerkers in de organisatie, met uitzondering van die bevoegdheden die uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan een specifiek orgaan of functionaris.

Toelichting op artikel 1 (Definities)

De definitiebepaling strekt tot een eenduidige en met de wet overeenkomende omschrijving van de begrippen die in dit besluit worden gehanteerd. De kernbegrippen sluiten nauw aan bij de wettelijke definities.

Toelichting op artikel 2 (Schakelbepaling mandaat, volmacht, machtiging)

Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 10:12 Awb, op grond waarvan de mandaatregels van afdeling 10.1.1 Awb van overeenkomstige toepassing zijn op volmacht en machtiging.

Artikel 168 Gemeentewet hanteert "machtigen" als verzamelbegrip voor mandateren, verlenen van volmacht en machtigen tot uitoefening van feitelijke bevoegdheden.

Waar in dit besluit over "mandaat" wordt gesproken, wordt daaronder daarom ook volmacht en machtiging begrepen, tenzij de aard of strekking van een bepaling zich daartegen verzet.

Toelichting op artikel 3 (Inhoud en omvang mandaat)

Dit artikel verduidelijkt de reikwijdte van de verleende mandaatbevoegdheid. Uitgangspunt is dat een mandaat — tenzij uitdrukkelijk anders bepaald — niet alleen ziet op het nemen van het genoemde besluit zelf, maar ook op alle handelingen die voor de voorbereiding, uitvoering, wijziging, intrekking en afwikkeling daarvan noodzakelijk zijn.

Op grond van het eerste lid omvat de bevoegdheid om in mandaat besluiten te nemen in elk geval ook de bevoegdheid om:

  • •

    een aanvraag niet in behandeling te nemen (artikel 4:5 Awb);

  • •

    het besluit te wijzigen of in te trekken;

  • •

    de beslistermijn te verdagen of op te schorten (artikelen 4:14 en 4:15 Awb);

  • •

    de aanvraag geheel of gedeeltelijk te weigeren;

  • •

    het bestuursorgaan in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

  • •

    het besluit te ondertekenen.

Hiermee wordt voorkomen dat voor samenhangende of onlosmakelijk verbonden handelingen telkens afzonderlijk mandaat moet worden verleend.

Voor mandaat dat betrekking heeft op het aangaan van een overeenkomst, omvat de bevoegdheid eveneens de volledige contractuele afwikkeling. De mandaathouder is in elk geval bevoegd om:

  • •

    de overeenkomst te wijzigen, te verlengen of te beëindigen;

  • •

    samenhangende rechtshandelingen te verrichten, waaronder de afwikkeling en het transport van notariële akten;

  • •

    alle contractuele en wettelijke rechten uit te oefenen, zoals ingebrekestelling, nakoming, ontbinding of schadevergoeding en toestemming bij contractoverneming — met uitzondering van het voeren van juridische procedures;

  • •

    het bestuursorgaan in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

  • •

    de overeenkomst te ondertekenen.

Het tweede lid stelt buiten twijfel dat de bevoegdheid tot besluitvorming en die tot ondertekening in beginsel in één hand zijn gelegd, tenzij uitdrukkelijk anders is geregeld.

Toelichting op artikel 4 (Mandaat aan eenieder)

Dit artikel verleent alle medewerkers een algemeen mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor een goede taakuitoefening.

Het algemene karakter van het mandaat in lid 1 wordt begrensd door de voorwaarden van artikel 5, de financiële voorwaarden van artikel 6 en de uitzonderingen van artikel 7. Buiten die grenzen mag de medewerker geen gebruik maken van het mandaat.

Toelichting op artikel 5 (Voorwaarden algemeen)

Lid 1 beperkt het gebruik van het mandaat tot het eigen taakveld en de eigen verantwoordelijkheden van de mandaathouder.

Lid 2 koppelt de uitoefening van het mandaat aan de vastgestelde procesbeschrijvingen, werkinstructies en regels inzake de administratieve organisatie. Ten aanzien van financiële rechtshandelingen geldt het vier-ogen-principe als aanvullende procedurele waarborg.

Lid 3 belichaamt de instructiebevoegdheid van de mandaatgever. Artikel 10:6 Awb biedt de mandaatgever namelijk de wettelijke grondslag om instructies te geven over de wijze waarop de gemandateerde zijn bevoegdheden uitoefent.

Toelichting op artikel 6 (Voorwaarden financieel)

De financiële uitoefening van mandaat is gebonden aan drie kaders: het toegekende budget, de gemeentebegroting of een ander financieel kader, en de Budgethoudersregeling en het Treasurystatuut.

De achtergrond hiervan is dat de bevoegdheidsverdeling in een mandaatbesluit niet los kan worden gezien van de financiële verantwoordingsstructuur van de gemeente. Ingeval van strijdigheid gaan de Budgethoudersregeling en het Treasurystatuut voor, nu die regelingen specifieke en meer gedetailleerde normen bevatten voor de financiële rechtmatigheid van uitgaven.

Toelichting op artikel 7 (Uitzonderingen mandaatverlening)

In de bijlagen 1 tot en met 7 van het mandaatbesluit staan de uitzonderingen op de algemene mandaatverlening. In deze bijlagen zijn bevoegdheden opgenomen die zijn voorbehouden aan een bepaald bestuursorgaan of aan een bepaald functieniveau.

Lid 8 benadrukt dat de mandaatgever te allen tijde bevoegd blijft de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen (artikel 10:7 Awb) en kan besluiten een zaak naar zich toe te trekken.

Lid 9 en 10 voorzien in regels voor conflictsituaties: bij meningsverschil over het te nemen besluit beslist de hiërarchisch leidinggevende, en bij (de schijn van) belangenverstrengeling oefent de hiërarchisch leidinggevende de bevoegdheid uit.

Toelichting op artikel 8 (Voorafgaand overleg)

Dit artikel codificeert de informatie- en signaleringsplicht van de mandaathouder jegens de portefeuillehouder of burgemeester. Deze plicht vloeit ook voort uit de aard van de mandaatverhouding: de mandaatgever draagt de eindverantwoordelijkheid voor de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid en moet in staat worden gesteld die verantwoordelijkheid waar te maken. De mandaathouder draagt er zorg voor dat voorafgaand overleg plaatsvindt bij politiek-bestuurlijk gevoelige zaken, bij dreigende budgetoverschrijding, bij aanzienlijke juridische of publicitaire risico's, en bij besluiten met ingrijpende gevolgen voor de (ruimtelijke) omgeving of grote groepen inwoners en instellingen.

De verplichting tot voorafgaand overleg laat de mandaatbevoegdheid van de medewerker onverlet, maar draagt bij aan de democratische inbedding van ambtelijke besluitvorming. De gemeenteraad kan het college immers aanspreken op de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden; dat vereist dat college en portefeuillehouders van politiek gevoelige ontwikkelingen op de hoogte zijn.

Toelichting op artikel 9 (Specifieke mandaten aan derden)

Mandaatverlening aan personen die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur is slechts mogelijk indien de mandaatgever zelf de bevoegdheid heeft waarvan hij mandaat verleent, en mits de gemandateerde of diens bevoegd gezag instemt met het mandaat (artikel 10:4 Awb).

Ondermandaat van bevoegdheden die aan derden zijn verleend, is niet toegestaan tenzij het verleende mandaat daarin uitdrukkelijk voorziet. Dit besluit is niet van toepassing op bevoegdheden die op grond van een gemeenschappelijke regeling door een ander bestuursorgaan of organisatie worden uitgeoefend. De specifieke mandaten aan derden zijn opgenomen in bijlage 7.

Toelichting op artikel 10 (Hiërarchie)

Dit artikel bepaalt dat een aan een medewerker verleend mandaat van rechtswege ook toekomt aan diens hiërarchisch leidinggevenden, tenzij anders is bepaald. De hiërarchische meeloper-bevoegdheid voorkomt dat leidinggevenden steeds expliciet mandaat moeten ontvangen voor bevoegdheden die aan hun ondergeschikten zijn verleend.

Toelichting op artikel 11 (Plaatsvervanging)

Een plaatsvervanger of waarnemer handelt niet in mandaat, maar treedt op in dezelfde functie als de functionaris die hij vervangt of waarneemt. Dit artikel regelt de plaatsvervanging van teammanagers, domeinmanagers en de algemeen directeur/gemeentesecretaris, telkens binnen de hiërarchische structuur van de organisatie. De vervanging van de algemeen directeur en gemeentesecretaris geschiedt overeenkomstig de door het college vastgestelde volgorde van loco-secretarisschap.

Toelichting op artikel 12 (Wijze van ondertekening)

De wijze van ondertekening dient naar buiten toe kenbaar te maken namens welk bestuursorgaan een besluit of stuk is genomen of verzonden. Dit vereiste van kenbaarheid vloeit voort uit artikel 10:11 lid 2 Awb: bij ondertekeningsmandaat moet naar buiten toe blijken dat het besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf is genomen, zodat geen verwarring met afdoeningsmandaat mogelijk is.

Bij een krachtens (afdoenings)mandaat genomen besluit vermeldt het stuk "Namens burgemeester en wethouders van Montferland" respectievelijk "Namens de burgemeester van Montferland", gevolgd door de handtekening, naam en functieaanduiding van de mandaathouder.

Bij een ondertekeningsmandaat vermeldt het stuk "Overeenkomstig het besluit van burgemeester en wethouders van Montferland" respectievelijk "Overeenkomstig het besluit van de burgemeester van Montferland", gevolgd door de handtekening, naam en functieaanduiding van de functionaris aan wie het ondertekeningsmandaat is verleend.

Lid 2 verwijst naar de wettelijke ondertekeningsplicht voor stukken die van het college uitgaan: zij worden door de burgemeester ondertekend en medeondertekend door de gemeentesecretaris, overeenkomstig artikel 59a lid 1 Gemeentewet. Dat artikel biedt het college tevens de mogelijkheid om te bepalen dat de ondertekening wordt opgedragen aan een ander lid van het college, de gemeentesecretaris of andere gemeenteambtenaren.

Lid 5 beperkt het ondertekeningsmandaat voor stukken gericht aan de Kroon, ministers, staatssecretarissen, de commissaris van de Koning en gedeputeerde staten, tenzij daarin uitdrukkelijk is voorzien. De reden hiervan is dat stukken aan deze organen doorgaans een politiek-bestuurlijk gewicht hebben dat medeondertekening door een bestuursorgaan zelf vereist.

Toelichting op artikelen 13 en 14 (Inwerkingtreding en intrekking)

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Een algemeen mandaatbesluit heeft het karakter van een besluit van algemene strekking dat overeenkomstig artikel 3:42 Awb bekendgemaakt moet worden.