Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766850
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766850/1
Regeling vervalt per 01-01-2031
Subsidieregeling transformatie en beter benutten bestaande woningvoorraad Fryslân 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 25-09-2026 t/m 31-12-2030
Intitulé
Subsidieregeling transformatie en beter benutten bestaande woningvoorraad Fryslân 2026Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Gelet op het bepaalde in artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
Gelet op Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L van15.12.2023, blz. 1 e.v.);
Overwegende dat het op grond van activiteiten op het gebied van ruimte en wonen wenselijk is door middel van subsidie een stimulans te geven aan versnelling van de realisatie van meer betaalbare woningen en het transformeren en beter benutten van bestaande gebouwen en woningvoorraad in de provincie Fryslân, met een extra stimulans voor nultredenwoningen;
Besluiten de Subsidieregeling transformatie en beter benutten bestaande woningvoorraad Fryslân 2026 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
- b.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- c.
bestaand gebouw: een gebouw dat op het moment van de subsidieaanvraag ten minste 5 jaar oud is;
- d.
betaalbare woning:
- 1°.
betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam bij eerste verkoop van ten hoogste de bovengrens, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014;
- 2°.
huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte. In het geval van vermeerdering, kan dit niet meer bedragen dan genoemd in artikel 8a, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte;
- 3°.
sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
- 1°.
- e.
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L van 15.12.2023, blz. 1 e.v.), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
- f.
externe deskundige: persoon of organisatie die op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren in het kader van een op grond van deze regeling te subsidiëren activiteit. De deskundige staat ingeschreven in het handelsregister en is onafhankelijk, zonder schijn van belangenverstrengeling met de subsidieaanvrager of de aangevraagde subsidiabele activiteit;
- g.
gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
- h.
haalbaarheidsonderzoek: analyse op technisch, financieel, planologisch of juridisch vlak met duidelijke aanbevelingen of adviezen met betrekking tot de toe te voegen woningen, op grond waarvan een vervolgbesluit genomen kan worden;
- i.
nultredenwoning: woning die zowel vanaf de openbare ruimte als binnen de woning zonder traplopen toegankelijk en bruikbaar is en waarvan de primaire woonfuncties zich op één bouwlaag bevinden;
- j.
optoppen: het realiseren van één of meer zelfstandige woningen door het toevoegen van een extra verdieping aan een bestaand gebouw;
- k.
prestatiesubsidie: subsidie waarbij geen specifieke kostenposten subsidiabel worden gesteld, maar een vast subsidiebedrag voor het realiseren van de subsidiabele activiteit wordt verstrekt;
- l.
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
- m.
Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen voor het openbaar bestuur;
- n.
woningaanbouw: aanbouwen van één of meer zelfstandige woningen tegen een bestaande woning van tenminste vijf jaar oud;
- o.
woningsplitsing: verbouwen van een woning van tenminste vijf jaar oud tot twee of meer kleinere zelfstandige woningen;
- p.
woning: een gebouw of een gedeelte daarvan dat bestemd is tot bewoning en vanuit bouwtechnisch oogpunt bezien geschikt is voor bewoning, dat een eigen toegang heeft en dat de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning;
- q.
woningbouwcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
Artikel 2 Doel
De subsidie heeft tot doel projecten te stimuleren die leiden tot het versnellen van de realisatie van nieuwe betaalbare woningen door het transformeren of beter benutten van de bestaande woningvoorraad in de provincie Fryslân.
Artikel 3 Doelgroep
-
1. Voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan uitsluitend subsidie worden verstrekt aan de eigenaar van de woning of het bestaande gebouw of een gedeelte daarvan waarnaar het haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd of aan een Vereniging van Eigenaars die die woning of dat bestaande gebouw of een gedeelte daarvan in beheer of onderhoud heeft.
-
2. Voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid, kan subsidie uitsluitend worden verstrekt aan de eigenaar van het bestaande gebouw of een gedeelte daarvan of van de woning ten behoeve waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
-
3. Een Vereniging van Eigenaars kan alleen subsidie aanvragen als de ledenvergadering van die Vereniging van Eigenaars aantoonbaar een besluit heeft genomen een subsidiabele activiteit uit te voeren.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
-
1. Een subsidie kan worden verstrekt voor een project dat ziet op het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek op een specifieke locatie om minimaal twee betaalbare woningen nieuw te realiseren door middel van ten minste één van de volgende activiteiten:
- a.
het transformeren van een bestaand gebouw of een gedeelte van een bestaand gebouw, van niet zijnde een woning naar woningen;
- b.
woningaanbouw;
- c.
het optoppen van woningen;
- d.
woningsplitsing.
- a.
-
2. Een subsidie kan worden verstrekt voor het nieuw realiseren van ten minste twee betaalbare woningen door middel van het transformeren van een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, van niet zijnde een woning naar woning.
-
3. Een subsidie kan worden verstrekt voor het nieuw realiseren van ten minste twee betaalbare woningen door middel van:
- a.
woningaanbouw;
- b.
het optoppen van woningen;
- c.
woningsplitsing.
- a.
Artikel 5 Subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in paragraaf 2.3 van de UAsv 2022 komen voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, alleen de door de externe deskundige geoffreerde kosten voor het haalbaarheidsonderzoek voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie voor het haalbaarheidsonderzoek, genoemd in artikel 4, eerste lid, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,-.
-
2. De subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, tweede lid, is een prestatiesubsidie en bedraagt € 6.000,- per nieuw te realiseren betaalbare woning tot maximaal € 60.000,- per aanvraag. Indien er nultredenwoningen worden gerealiseerd, bedraagt de subsidie € 8.000,- per nieuw te realiseren nultredenwoning tot maximaal € 80.000,- per aanvraag.
-
3. De subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, derde lid, is een prestatiesubsidie en bedraagt € 6.000,- per nieuw te realiseren betaalbare woning tot maximaal € 60.000,- per aanvraag. Indien er nultredenwoningen worden gerealiseerd, bedraagt de subsidie € 8.000,- per nieuw te realiseren nultredenwoning tot maximaal € 80.000,- per aanvraag.
-
4. Indien een aanvraag bestaat uit een combinatie van nieuw te realiseren betaalbare woningen en nultredenwoningen wordt de in het tweede of derde lid genoemde berekeningswijze gehanteerd en bedraagt de subsidiehoogte maximaal € 80.000,- per aanvraag.
Artikel 7 Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel 8, eerste lid, bedraagt:
- a.
voor de activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid, € 50.000,-;
- b.
voor de activiteiten genoemd in artikel 4, tweede lid € 500.000,-;
- c.
voor de activiteiten genoemd in artikel 4, derde lid € 450.000,-.
Artikel 8 Aanvraag en aanvraagperiode
-
1. Subsidie kan worden aangevraagd van 1 oktober 2026 tot en met 15 april 2027.
-
2. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.
-
3. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
- a.
een projectplan, met een overzicht, omschrijving en bouwtekeningen, van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b.
een recent uittreksel uit het Kadaster (maximaal zes maanden oud);
- c.
voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een offerte van een externe deskundige voor het haalbaarheidsonderzoek;
- d.
een afschrift van de notulen van de vergadering van een Vereniging van Eigenaars waarin is besloten de subsidiabele activiteit uit te gaan voeren als de aanvrager die vereniging is of als de subsidiabele activiteit in, tegen of aan een bestaand gebouw of gedeelte daarvan wordt gerealiseerd dat in beheer of onderhoud van een Vereniging van Eigenaars is een afschrift van de notulen van de vergadering van die vereniging waaruit voldoende instemming of goedkeuring met de subsidiabele activiteit blijkt;
- e.
een ingevulde de-minimisverklaring volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format;
- f.
een verklaring van het daartoe bevoegde bestuursorgaan van de betreffende gemeente waarbinnen het gebouw of de woning is gelegen, dat deze bereid is medewerking te verlenen aan de subsidiabele activiteiten.
- a.
Artikel 9 Toetsingscriteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria:
- a.
de activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, wordt gerealiseerd in de provincie Fryslân;
- b.
de activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, wordt gerealiseerd voor eigen rekening en verantwoording van de aanvrager;
- c.
voor activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid, moet aantoonbaar worden gemaakt dat het onderzoek rekening houdt of aansluit bij de afspraken in de desbetreffende Regionale Woondeal Fryslân 2022-2030, de herijking hiervan en dat het onderzoek past binnen het woonbeleid van de desbetreffende gemeente;
- d.
voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede lid mag het bestaande gebouw of het gedeelte daarvan, waarin de subsidiabele activiteit wordt gerealiseerd, op het moment van ontvangst van de aanvraag vanuit bouwtechnisch oogpunt bezien niet geschikt zijn voor bewoning;
- e.
voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, heeft het daartoe bevoegde bestuursorgaan van de betreffende gemeente waarbinnen het gebouw of woning is gelegen, schriftelijk verklaard bereid te zijn medewerking te verlenen aan de subsidiabele activiteiten.
Artikel 10 Verdeelsystematiek
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van ontvangst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van ontvangst.
-
2. Voor zover door verlening van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.
Artikel 11 Weigeringsgronden
In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 2.4 van de Asv, wordt subsidie geweigerd indien en voor zover:
- a.
vóór ontvangst van de aanvraag reeds is gestart met de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek of met de feitelijke bouwwerkzaamheden ter verwezenlijking van de subsidiabele activiteit;
- b.
subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met het in artikel 2 genoemde doel van deze regeling;
- c.
de subsidieaanvrager niet behoort tot de in artikel 3 genoemde doelgroep van deze regeling;
- d.
geen sprake is van een subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4;
- e.
de aanvraag is ontvangen buiten de in artikel 8, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode;
- f.
de aanvrager op grond van deze regeling reeds een subsidie voor een activiteit zoals genoemd in artikel 4, eerste, tweede of derde lid heeft ontvangen gedurende hetzelfde indieningstijdvak, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, en nu opnieuw onder hetzelfde lid van artikel 4 subsidie voor een activiteit aanvraagt;
- g.
er aan een mede-eigenaar van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van deze regeling reeds onder hetzelfde lid van artikel 4 voor die activiteit een subsidie is verstrekt gedurende hetzelfde indieningstijdvak, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid;
- h.
niet is voldaan aan de in artikel 9 genoemde toetsingscriteria;
- i.
er sprake is van een situatie zoals genoemd onder artikel 3 van de Wet Bibob;
- j.
voor dezelfde activiteiten reeds een andere provinciale subsidie is verstrekt.
Artikel 12 Opschortende voorwaarde
-
1. Subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat binnen een jaar na de verzenddatum van het subsidieverleningsbesluit door het daartoe bevoegde bestuursorgaan de voor het project vereiste besluiten zijn genomen en een afschrift daarvan door Gedeputeerde Staten is ontvangen.
-
2. Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger eenmalig besluiten de in het eerste lid genoemde termijn te verlengen met maximaal 6 maanden, mits de subsidieontvanger daarvoor naar het oordeel van Gedeputeerde Staten gegronde redenen aanvoert.
Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd de verplichtingen uit paragraaf 2.4 van de Asv en de UAsv, is de subsidieontvanger verplicht om:
- a.
voor de activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, mee te werken aan een onderzoek zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob. Dit onderzoek wordt na subsidieverlening standaard uitgevoerd, behalve bij subsidieaanvragen van gemeenten en woningbouwcorporaties;
- b.
het gesubsidieerd project conform de aanvraag en de subsidieverleningsbeschikking onder eigen verantwoordelijkheid uit te voeren;
- c.
betaalbare woningen te realiseren in de zin van artikel 1, aanhef en onder d;
- d.
de gesubsidieerde activiteit, genoemd in artikel 4, eerste lid, binnen een jaar na de verzenddatum van het subsidieverleningsbesluit te voltooien;
- e.
de gesubsidieerde activiteit, genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, binnen 36 maanden na de verzenddatum van het subsidieverleningsbesluit te voltooien;
- f.
desgevraagd, op een door Gedeputeerde Staten te bepalen wijze, aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- g.
de in het kader van de subsidieverstrekking gevoerde administratie tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling te bewaren.
Artikel 14 Staatssteun
-
1. Subsidie aan ondernemingen in het kader van deze regeling wordt verstrekt met toepassing van de de-minimisverordening.
-
2. Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 300.000,- over een periode van drie jaar per onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.
Artikel 15 Voorschot
-
1. Bij een subsidie tot € 25.000 voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt ambtshalve 100% van het verleende subsidiebedrag als voorschot uitbetaald.
-
2. Bij een subsidie tot € 25.000 voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, tweede of derde lid, wordt, na het voldoen aan de opschortende voorwaarde en het met goed gevolg doorlopen van het onderzoek genoemd in artikel 13, aanhef en onder a, ambtshalve 100% van het verleende subsidiebedrag als voorschot uitbetaald.
-
3. Bij een subsidie vanaf € 25.000 wordt, na het voldoen aan de opschortende voorwaarde en het met goed gevolg doorlopen van het onderzoek genoemd in artikel 13, aanhef en onder a, ambtshalve 80% van het verleende subsidiebedrag als voorschot uitbetaald. Betaling van het eventueel resterende bedrag vindt plaats na vaststelling van de subsidie.
Artikel 16 Verantwoording en vaststelling
-
1. Subsidie voor een activiteit genoemd in artikel 4, eerste lid, wordt ambtshalve vastgesteld na ontvangst van het haalbaarheidsonderzoek binnen 13 weken na de datum waarop de gesubsidieerde activiteit moet zijn verricht of, indien dat eerder is, binnen 13 weken nadat de activiteit feitelijk is verricht.
-
2. Voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, dient de subsidieontvanger een vaststellingsaanvraag in. De aanvraag moet worden ingediend binnen 13 weken na de datum waarop de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht of, indien dat eerder is, binnen 13 weken nadat de activiteiten feitelijk zijn verricht.
-
3. Bij de in het tweede lid bedoelde aanvraag worden overgelegd:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
een verklaring waaruit blijkt dat de aanvangshuurprijs of de koopprijs in het jaar van oplevering betaalbaar is in de zin van artikel 1, aanhef, onder d van de regeling, volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format.
- a.
Artikel 17 Inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
-
2. Deze regeling vervalt op 31 december 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 18 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling transformatie en beter benutten bestaande woningvoorraad Fryslân 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 15 september 2026
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. ing. J.J. Algra
TOELICHTING
Algemeen
Er is sprake van een historisch woningtekort in Nederland. Er zijn ruim 400.000 huishoudens op zoek naar een passende woning.
In de regionale Woondeals zijn afspraken gemaakt om in de periode tussen 2022 en 2030 in Fryslân 22.406 woningen te bouwen, waarvan twee derde betaalbaar moet zijn. Het gaat om zowel koop als huur en het beter benutten van bestaande gebouwen.
Door de vergrijzing is er een toenemende behoefte aan woningen voor ouderen. Volgens het beleidsprogramma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ gaat het om een behoefte aan 250.000 woningen. Volgens het Rijk is de opgave voor de provincie Fryslân het realiseren van 2.900 nultredenwoningen.
De subsidie heeft tot doel projecten te stimuleren die leiden tot het versnellen van de realisatie van nieuwe betaalbare woningen door het transformeren en beter benutten van bestaande gebouwen en woningvoorraad in de provincie Fryslân, met een extra stimulans voor nultredenwoningen.
Artikelsgewijzetoelichting
Artikel 1 Begripsbepalingen
Aanhef en onder i
Een nultredenwoning betreft een woning die zonder trappen van buiten af bereikbaar is en waarin de zogenaamde primaire verblijfsruimtes keuken, sanitair, woonkamer en minimaal één slaapkamer zich op dezelfde woonlaag bevinden waardoor de gehele woning geschikt is voor gebruik van rollator, rolstoel, scootmobiel en dergelijke.
Artikel 3 Doelgroep
Een aanvrager voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede of derde lid, moet op het moment van ontvangst van de aanvraag en op het moment van subsidieverlening eigenaar zijn van de woning of van het bestaande gebouw of een gedeelte daarvan waarop de subsidiabele activiteit betrekking heeft. Uitgezonderd hiervan is de Vereniging van Eigenaars die voor een haalbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een aanvraag kan indienen. Zij zal moeten aantonen dat het onderzoek betrekking heeft op een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan dat zij in beheer of onderhoud heeft. Om te kunnen controleren of de aanvrager ook eigenaar is, moet bij de aanvraag een recent uittreksel uit het Kadaster worden overgelegd. Als de aanvraag wordt gedaan door iemand anders dan de eigenaar, moet deze persoon een rechtsgeldige machtiging overleggen waaruit blijkt dat de eigenaar hem of haar gemachtigd heeft de aanvraag in te dienen. Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager niet valt binnen de doelgroep.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor het haalbaarheidsonderzoek, genoemd in artikel 4, eerste lid, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,-.
De subsidies voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, zijn aan te merken als prestatiesubsidies. Dat wil zeggen een subsidie waarbij geen specifieke kostenposten subsidiabel worden gesteld, maar een vast subsidiebedrag wordt verstrekt voor het realiseren van de subsidiabele activiteit. De subsidie bedraagt € 6.000,- per nieuw te realiseren betaalbare woning tot maximaal € 60.000,- per aanvraag. Indien er nultredenwoningen gerealiseerd worden, bedraagt de subsidie € 8.000,- per nieuw te realiseren nultredenwoning tot maximaal € 80.000,- per aanvraag.
Als een aanvrager een aanvraag indient voor zowel het realiseren van betaalbare woningen als nultredenwoningen is het mogelijk om dit te combineren. De subsidie bedraagt in dat geval € 6.000 per betaalbare woning en € 8.000 per betaalbare nultredenwoning, met een maximum van € 80.000 per aanvraag.
Het doet aldus niet ter zake welke kosten de aanvrager maakt voor de realisatie van één of meer betaalbare woningen, zolang deze activiteiten maar worden gerealiseerd. Voor het verkrijgen van de subsidie moet uiteraard wel zijn voldaan aan alle vereisten die de regeling daaraan stelt.
Artikel 9 Toetsingscriteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet zijn voldaan aan een aantal toetsingscriteria. Indien niet wordt voldaan aan één of meer van deze criteria, komt de aanvraag niet in aanmerking voor subsidie en levert dat een weigeringsgrond op.
Artikel 10 Verdeelsystematiek
Eerste lid
Verdeling van subsidie vindt plaats op basis van het principe “wie het eerst komt, het eerst maalt”; de aanvraag die het eerst binnenkomt, wordt in beginsel als eerste behandeld. Daarbij is de volledigheid van de aanvraag bepalend voor de datum van binnenkomst. Dit betekent dat indien een aanvraag onvolledig is, bijvoorbeeld omdat een verplichte bijlage ontbreekt, de datum van binnenkomst wordt bepaald op de datum van ontvangst van de aanvullende informatie door Gedeputeerde Staten (mits de aanvraag op dat moment ook daadwerkelijk volledig is). Na ontvangst van een volledige aanvraag wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de regeling en zal worden beoordeeld of de aanvraag voor subsidie in aanmerking komt.
Indien een subsidieplafond genoemd in artikel 7 door verstrekking van een subsidie zou worden overschreden, wordt de subsidie op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geweigerd, ook al voldoet de aanvraag aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.
Tweede lid
Denkbaar is dat op dezelfde dag meerdere subsidieaanvragen binnenkomen en honorering van al die aanvragen tot een overschrijding van het beschikbaar gestelde subsidieplafond voor de betreffende subsidiabele activiteit zou leiden. Daarom is een voorziening opgenomen om voor die situatie een nadere rangorde aan te kunnen brengen in de aanvragen van de desbetreffende dag. Die rangorde wordt bepaald door middel van loting van volledige aanvragen. Alle aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen en volledig zijn – onvolledige aanvragen gaan niet mee in de loting – maken gelijke kans om voor subsidie in aanmerking te komen. Het maakt niet uit hoe laat de aanvraag op de desbetreffende dag is ontvangen. Het indienen van meerdere aanvragen voor dezelfde subsidiabele activiteit onder hetzelfde lid van artikel 4 beïnvloedt de loting niet na eerdere subsidiëring gedurende hetzelfde tijdvak zoals genoemd in artikel 8, eerste lid. Er kan slechts één subsidieaanvraag voor dezelfde subsidiabele activiteit onder hetzelfde lid van artikel 4 gehonoreerd worden.
Artikel 11 Weigeringsgronden
Aanhef en onder a
Uitgangspunt is dat de subsidie wordt geweigerd indien vóór ontvangst van de aanvraag reeds is gestart met de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek of met de feitelijke bouwwerkzaamheden ter verwezenlijking van de subsidiabele activiteit.
Aanhef en onder f
Dit artikel geeft een weigeringsgrond in het geval er aan dezelfde aanvrager reeds op grond van deze subsidieregeling en gedurende dezelfde aanvraagperiode, zoals genoemd in artikel 8, eerste lid, subsidie is verstrekt aan een activiteit onder hetzelfde lid van artikel 4. Per aanvraagperiode kan er ten hoogste één aanvraag voor een subsidiabele activiteit zoals genoemd in artikel 4 in het kader van deze subsidieregeling per aanvrager gehonoreerd worden. Zo wordt zoveel mogelijk subsidieverstrekking over verschillende aanvragers gestimuleerd. In artikel 4 worden drie subsidiabele activiteiten onderscheiden: in het eerste lid de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek, in het tweede lid de uitvoering van een transformatieproject en in het derde lid de uitvoering van optoppen, woningaanbouw of woningsplitsing. Een aanvrager kan, mits de aanvraag voldoet aan de criteria van de regeling, voor elk genoemde subsidiabele activiteit maximaal één keer in aanmerking komen voor subsidie.
Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Aanhef en onder a
De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan een onderzoek zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob, welk onderzoek standaard wordt uitgevoerd bij alle verleende subsidieaanvragen. Dit geldt niet wanneer de aanvrager een gemeente of een woningbouwcorporatie is.
Na ontvangst van de subsidieverleningsbeschikking neemt de provincie Fryslân contact op met de aanvrager voor het opstarten van het Bibob-onderzoek en wordt de aanvrager verzocht om het Bibob-vragenformulier in te vullen en met bijlagen in te dienen. Deze informatie wordt, evenals de resultaten van het bronnenonderzoek, meegenomen in het onderzoek. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om in aanvulling op het eigen onderzoek een advies aan te vragen bij het Landelijk Bureau Bibob. Dit alles dient om de mate van gevaar te bepalen dat de toegekende subsidie (mede) gebruikt zal worden om criminele voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen. Wanneer de subsidieontvanger weigert mee te werken aan het Bibob-onderzoek zal de subsidieverleningsbeschikking worden ingetrokken.
In de Beleidsregel Wet Bibob provincie Fryslân 2024 staat het beleid van de provincie Fryslân met betrekking tot de Wet Bibob.
Aanhef en onder c
De betaalbaarheidsgrenzen voor woningen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2026 gelden de volgende betaalbaarheidsgrenzen:
- •
betaalbare koopwoning: maximaal € 420.000,-;
- •
betaalbare huurwoning voor middenhuur: huurprijs vanaf € 932,94 tot maximaal € 1.228,07;
- •
betaalbare sociale huurwoning: huurprijs maximaal € 932,93.
In het aanvraagformulier moet de subsidieontvanger verklaren de woningen in het jaar van de oplevering te gaan verhuren of verkopen voor betaalbare prijzen. De te realiseren woningen moeten betaalbaar zijn in de zin van artikel 1, aanhef en onder d.
Bij de aanvraag tot vaststelling voegt de subsidieontvanger een verklaring volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format toe. Uit deze verklaring moet blijken dat de aanvangshuurprijzen of de koopprijzen in het jaar van oplevering betaalbaar zijn volgens de voor dat jaar geïndexeerde betaalbaarheidsgrenzen in de zin van artikel 1, aanhef en onder d van de regeling. Het aantal gerealiseerde woningen wordt onderscheiden naar de wijze van realisering: transformatie, optoppen, woningsplitsing of woningaanbouw. Aangezien er een aparte berekeningswijze in de subsidieverstrekking geldt voor de realisering van nultredenwoningen worden deze woningen apart genoemd. Bijgevoegd bij de verklaring wordt een stuk waarmee aangetoond wordt dat de gerealiseerde woning conform het in de subsidieaanvraag aangegeven voornemen gerealiseerd is in een betaalbare prijssegment, dat wil zeggen in sociale huur, middenhuur of sociale koop. Tevens wordt verklaard dat de desbetreffende woning in dat prijssegment op de markt zal worden gezet. Bij een sociale huurwoning of woning in de middenhuur kan deze betaalbaarheidsgrens worden aangetoond met bijvoorbeeld een rapport waarmee het aantal WWS-punten voor de nieuw gerealiseerde huurwoningen is bepaald. Bij betaalbare koop kan bijvoorbeeld de koopovereenkomst of een anterieure overeenkomst worden bijgevoegd. Aangezien er aansluiting is met de tussen het Rijk, provincie en gemeenten gesloten Regionale Woondeal Fryslân 2022-2030 wordt de verklaring mede ondertekend door de desbetreffende gemeente.
Voor zover de nieuw gerealiseerde woningen of nultredenwoningen niet betaalbaar blijken te zijn wordt bij de vaststelling van de verleende prestatiesubsidie deze gerealiseerde woningen niet als gerealiseerde prestatie meegerekend.
Artikel 14 Staatssteun
Het steunkader waarbinnen subsidie wordt verstrekt in het kader van deze regeling is de de-minimissteun, geregeld in VERORDENING (EU) 2023/2831 VAN DE COMMISSIE van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L van 15.12.2023, blz. 1 e.v.). Op grond van deze verordening kunnen Gedeputeerde Staten aan één onderneming over een periode van drie jaar tot € 300.000,- aan voordeel verstrekken zonder dat dit staatssteun oplevert. Om te kunnen beoordelen of dat bedrag niet wordt overschreden met de subsidieverstrekking op grond van deze regeling, dient bij de aanvraag een ingevulde de-minimisverklaring te worden overgelegd.
Artikel 16 Verantwoording en vaststelling
Subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid, wordt ambtshalve vastgesteld. Dit betekent dat de subsidieontvanger geen aanvraag om vaststelling van de subsidie hoeft in te dienen. In de verleningsbeschikking wordt aangegeven op welk moment de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt moeten zijn uitgevoerd en het gerealiseerde haalbaarheidsonderzoek wordt toegestuurd.
Om de betaalbaarheid in het jaar van oplevering te kunnen toetsen is het wenselijk dat alle subsidieontvangers voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, een vaststellingsaanvraag indienen. Er wordt voor activiteiten genoemd in artikel 4, tweede of derde lid, dus niet direct of ambtshalve vastgesteld.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl