Beleidsregels prioritering aanvraag transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Barneveld

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 24-09-2026

Intitulé

Beleidsregels prioritering aanvraag transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Barneveld

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de:

Beleidsregels prioritering aanvraag transportcapaciteit voor de functies woonbehoefte en onderwijs in de Gemeente Barneveld.

Artikel 1. Toepassingsbereik

Deze beleidsregels zijn van toepassing voor het door de gemeente bij netbeheerder Liander vervroegd aanvragen van transportcapaciteit voor projecten van de functies woonbehoefte en onderwijs (basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs) in de categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode elektriciteit 2026. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert. De beleidsregel geeft de werkwijze voor het bepalen van de volgorde waarop in de periode 1 t/m 22 oktober gecoördineerd transportvermogen wordt aangevraagd voor woningbouwprojecten bij de netbeheerder.

Artikel 2. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze van indiening van verzoeken van transportcapaciteit.

Artikel 3. Gelijke behandeling projecten

  • a.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • b.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de beleidsregels dit rechtvaardigt.

Artikel 4. Bestuursverklaring

Een bestuursverklaring maakt onderdeel uit van de aanvraag voor transportcapaciteit en bevat:

  • a.

    een motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van de functie woonbehoefte (algemeen en collectief), bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026

  • b.

    een motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

Artikel 5. Onderbouwing van de gevraagde transportcapaciteit

De aanvraag van transportcapaciteit bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    een beschrijving van het project en een onderbouwing van de gevraagde transportcapaciteit;

  • b.

    de locatie van het project;

  • c.

    een datum van de start van de bouw; en

  • d.

    een realisatie binnen 10 jaar na de indiening van de aanvraag

Artikel 6. Rangordebepaling projectenlijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de projectenlijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1: jaar start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van het jaar van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. De volgorde van indiening van de verzoeken voor transportcapaciteit wordt bepaald de aan de hand van de verwachte datum van de start van de bouw van het betreffende project.

Stap 2: omvang woningbouwproject

Binnen de op basis van de stap 1 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de omvang van het project in aantal woningen, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als het aantal te bouwen woningen in het project hoger is.

Stap 3: Planologische status van het woningbouwproject

Binnen de op basis van de stap 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de planologische status van het project waarbij een project hoger wordt gerangschikt als het planologisch proces verder gevorderd is, in de volgorde van hoog naar laag:

  • -

    1A. Onherroepelijk

  • -

    1B. Onherroepelijk, uitwerkingsplicht

  • -

    2A. Vastgesteld

  • -

    2B. Vastgesteld, uitwerkingsplicht

  • -

    1C. Onherroepelijk, wijzigingsbevoegdheid

  • -

    2C. Vastgesteld, wijzigingsbevoegdheid

  • -

    3. In voorbereiding

  • -

    4A. Visie

  • -

    4B. Optie/Idee.

Stap 4: datum laatste oplevering

Binnen de op basis van de stap 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het verwachte jaar van de oplevering van de laatste woningen in het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering van de laatste woningen in het project eerder plaatsvindt.

Artikel 7. Locatie

Toewijzing van de positie op de projectenlijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing kan niet worden overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8. Indiening aanvragen transportcapaciteit

Het aanvragen van transportcapaciteit kan eenmalig gecoördineerd plaatsvinden in tijdsblokken op basis van het startbouwjaar, in de periode van 1 oktober t/m 22 oktober 2026, via het aanvraagportaal van de netbeheerder. Een voorwaarde is dat de projecten waarvoor transportcapaciteit wordt aangevraagd uiterlijk in 2036 worden opgeleverd.

Artikel 9. Slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag van de bekendmaking ervan.

  • 2. Dit besluit kan aangehaald worden als ‘Beleidsregels prioritering aanvraag transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Barneveld’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 15 september 2026,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak,

Burgemeester