Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766785
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766785/1
Beleidsregel bestuurlijke boete Basisregistratie Personen 2017
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 24-09-2026
Intitulé
Beleidsregel bestuurlijke boete Basisregistratie Personen 2017Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
de wet: de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);
college: het college van burgemeester en wethouders;
toezichthouder: de op grond van het bepaalde in artikel 4.2 van de wet benoemde ambtenaar;
boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 4.17 van de wet;
overtreder: degene die verwijtbaar niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 4.17 onder a van de wet, zich schuldig heeft gemaakt aan het bepaalde in artikel 4.17 onder b van de wet of een valse aangifte heeft gedaan;
Awb: Algemene wet bestuursrecht.
-
2. De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregel onverkort van toepassing.
Artikel 2 Doel
Het doel van de boete is om de burger te bewegen te voldoen aan de verplichtingen die de wet hem oplegt.
Artikel 3 Algemene bepalingen
-
1. Per geconstateerde overtreding kan slechts één bestuurlijke boete worden opgelegd.
-
2. Een bestuurlijke boete wordt opgelegd binnen drie jaar nadat het college de overtreding heeft geconstateerd.
-
3. In geval een verplichting, als bedoeld in de wet, moet worden vervuld door een ander dan de ingeschrevene of de aangifteplichtige zelf, wordt de boete opgelegd aan degene op wie de verplichting ingevolge de wet rust.
-
4. Als op grond van de wet aan meerdere personen een boete kan worden opgelegd ten aanzien van dezelfde overtreding en het college besluit de boete ook aan meerdere personen op te leggen, dan zijn deze personen afzonderlijk hoofdelijk voor de gehele boete aansprakelijk.
-
5. Indien de overtreder vóór inning van de opgelegde bestuurlijke boete komt te overlijden, vervalt de de boete op de datum van overlijden.
Artikel 4 Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden
-
1. Voor het opleggen van een boete moet er sprake zijn van verwijtbaarheid.
-
2. Het college kan van het opleggen van een boete afzien indien de overtreder aannemelijk maakt dat het opleggen van de boete een onevenredig zware sanctie is op grond van:
- -
de ernst van de overtreding,
- -
de mate van verwijtbaarheid,
- -
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert.
- -
-
3. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien bijzondere omstandigheden van toepassing zijn, waarmee bij de vaststelling van deze beleidsregels geen rekening is gehouden.
Artikel 5 Hoogte van de boete
-
1. De hoogte van de standaardboete bedraagt € 200.
-
2. De boete bedraagt € 325 als:
- a.
het aannemelijk is dat de aangifteverplichting opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39, 2.43 van de wet bewust niet is nagekomen;
- b.
er in verband met een aangifte (of bij vermoedelijk verzuim van een aangifte) sprake is van de overlegging van valse of vervalste documenten
- c.
er sprake is van ‘gelegenheid geven’ als bedoeld in artikel 4.17 onder b. van de wet;
- d.
er sprake is van recidive.
- a.
Artikel 6 Valsheid in geschrifte
-
1. Indien een tot aangifte verplicht persoon een valse of vervalste aangifte doet, zich uitgeeft voor iemand anders dan wel valse of vervalste documenten overlegt met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken is er sprake van valsheid in geschrifte.
-
2. Van valsheid in geschrifte wordt aangifte gedaan bij de politie.
Artikel 7 Onvoorziene omstandigheden en afwijkingsbevoegdheid
In de gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 8 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel bestuurlijke boete BRP 2017.
Artikel 9 Inwerkingtreding
De beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na publicatie.
Ondertekening
Toelichting
Algemene toelichting
De gemeente Hengelo heeft het beheer over de persoonsgegevens van haar inwoners in de Basisregistratie Personen (BRP). Persoonsgegevens zijn gegevens over de burgerlijke staat, nationaliteit en adres. De BRP is een basisregistratie. Overheidsinstanties zijn verplicht om de persoonsgegevens uit de BRP te halen. De gemeente is verantwoordelijk voor een juiste en actuele registratie van deze gegevens. Een juiste registratie is bijvoorbeeld van belang bij:
- •
beslissingen in noodsituaties,
- •
beslissingen over te verstrekken voorzieningen,
- •
tenuitvoerlegging van sancties en incasso van schulden en boetes,
- •
te heffen belastingen.
Inwoners zijn wettelijk verplicht om wijzigingen in hun gegevens aan de gemeente door te geven. De meeste burgers voldoen netjes aan die verplichtingen en geven informatie tijdig door. Helaas doen niet alle burgers dat. Soms komt dat voort uit onwetendheid, gemakzucht of slordigheid, maar er zijn ook burgers die belang hebben bij een onjuiste inschrijving in de BRP. Zo wordt een substantieel deel van de fraude met overheidsvoorzieningen gepleegd door mensen die niet of niet juist in de BRP staan ingeschreven.
Om de kwaliteit van de BRP zo hoog mogelijk te houden, doet de gemeente Hengelo veel onderzoek. Als er bijvoorbeeld twijfel is aan de juistheid van iemands adres, wordt er een adresonderzoek uitgevoerd. Vaak wordt dan alsnog achterhaald waar de betreffende burger verblijft. In sommige gevallen kan de bestuurlijke boete een extra prikkel zijn om een burger tot medewerking te bewegen.
Bij de uitvoering van de beleidsregel bestuurlijke boete wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Bestuurlijke Boete van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) en eventuele aanvullingen op die handreiking.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
In dit artikel zijn de in de regeling gebruikte begrippen nader gedefinieerd en is aansluiting gezocht bij de wettelijke begripsomschrijvingen, die onverkort van toepassing zijn.
Een bestuurlijke boete kan alleen worden opgelegd als die is gegrond op een wettelijke bepaling. In de Wet BRP is artikel 4.17 de wettelijke basis. Hierin staat vermeld welke overtredingen beboet kunnen worden. Het gaat om de overtredingen die in onderstaand schema zijn opgenomen.
|
Overtreding |
Artikelen wet BRP |
|
Het niet doen van aangifte bij vestiging uit het buitenland, adreswijziging of vertrek naar het buitenland |
2.38, 2.39, 2.43 |
|
Het in verband met een aangifte (of bij vermoedelijk verzuim van een aangifte) niet verstrekken van inlichtingen, niet overleggen van geschriften of niet in persoon verschijnen |
2.45 lid 1, 2.47 |
|
Het in verband met een aangifte (of bij vermoedelijk verzuim van een aangifte) overleggen van valse documenten |
2.45 lid 1, 2.47 (zie ook art 5:44 Awb) |
|
Het als briefadresgever of hoofd van een instelling niet voldoen aan de informatie- of zorgplicht jegens ingeschrevene of gemeente |
2.40 lid 5, 2.45 leden 2 t/m 5, 2.50 |
|
Het niet voldoen aan de identificatieplicht |
2.52 |
|
Het niet verstrekken van inlichtingen of overleggen van geschriften m.b.t. het overlijden van een familielid in het buitenland |
2.51 |
|
Het in verband met feiten over burgerlijke staat en nationaliteit niet verstrekken van inlichtingen, niet overleggen van geschriften of niet in persoon verschijnen |
(2.44), 2.46 |
|
Het bewust verklaren of toelaten dat iemand zich op zijn adres als wonend laat inschrijven, terwijl men weet dat dat onjuist is (gelegenheid geven) |
4.17 sub b |
Artikel 2
Het heffen van de bestuurlijke boete is geen doel op zich. De bedoeling is primair dat deze boete de (weigerachtige) burger een extra prikkel geeft om toch aan zijn verplichtingen te voldoen.
Door het bestaan van de bestuurlijke boete te vermelden op de gemeentelijke website en op te nemen in bepaalde correspondentie, gaat er mogelijk ook een meer preventieve werking vanuit.
Artikel 3
Lid 1
Één overtreding kan slechts beboet worden met één bestuurlijke boete (artikel 5:43 Awb).
Lid 2
De bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervalt drie jaar nadat de overtreding is begaan (artikel 5:45 Awb). Uitgangspunt is dat de overtreding wordt begaan bij constatering ervan door het college. Na overtreden van de aangifteplicht blijft de overtreding actueel. Elke dag dat de burger in gebreke blijft, overtreedt hij de wet. De termijn schuift daarmee dus ook op.
Lid 3
Meestal ligt de verplichting in de Wet BRP alleen bij de ingeschrevene, maar soms rust die verplichting op een ander. De boete wordt dan opgelegd aan degene(n) die volgens de wet de verplichting moest(en) vervullen.
|
Verplichting Wet BRP |
Ingeschrevenen |
Verantwoordelijken |
Verplichting geldt niet als |
|
2.38, 2.39 en 2.43, 2.44, 2.45, 2.46 en 2.47 Verplichting tot aangifte, verstrekken inlichtingen en overleggen van geschriften |
Minderjarigen tot 16 jaar. |
Ouders, voogden of verzorgers. |
n.v.t. |
|
2.38, 2.39 en 2.43, 2.44, 2.45, 2.46 en 2.47 |
Minderjarigen van 16 tot 18 jaar. |
Ouders, voogden of verzorgers. |
De minderjarige zelf aangifte doet. |
|
2.38, 2.39 en 2.43, 2.44, 2.45, 2.46 en 2.47 |
Onder curatele gestelde personen. |
Curatoren |
n.v.t. |
|
2.51 Verplichting tot verstrekken inlichtingen of overleggen van geschriften m.b.t. iemands overlijden in het buitenland |
In het buitenland overleden ingeschrevenen. |
Echtgenoot, geregistreerde partner, andere nabestaanden tot en met de tweede graad. |
n.v.t. |
Lid 4
Soms rust een verplichting op grond van de wet op meerdere personen, bijvoorbeeld op beide ouders. Zij zijn dan hoofdelijk aansprakelijk: aan elk van hen kan afzonderlijk een boete worden opgelegd. Zij moeten dan wel afzonderlijk worden aangeschreven. Als een van hen betaalt, is de ander gevrijwaard van het betalen van de boete.
Overigens wordt in eerste instantie gekeken op wie de verplichting in hoofdzaak rust. Zo rust de plicht tot het doorgeven van een adreswijziging van een minderjarig kind eerder op de ouder bij wie het kind gaat wonen dan op de ouder bij wie het kind niet meer woont.
Lid 5
Een bestuurlijke boete kan niet worden opgelegd als de overtreder is overleden. Wanneer de boete bij leven van de burger is opgelegd en de burger vóór de inning komt te overlijden, dan vervalt de boete.
Artikel 4
Lid 1
Een voorwaarde voor het opleggen van een bestuurlijke boete is dat er sprake is van verwijtbaar gedrag:
- •
er is feitelijk een regel overtreden en
- •
de overtreder weet (of kan redelijkerwijs weten) dat hij nalatig is in het nakomen van een op hem rustende verplichting.
Of er sprake is van verwijtbaar gedrag moet blijken uit het dossier op grond waarvan uiteindelijk de boete wordt opgelegd (artikel 5:41 Awb).
Lid 2
Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval kan van een boete worden afgezien. Als een burger bijvoorbeeld met spoed in een ziekenhuis wordt opgenomen, kan hem niet altijd verweten worden dat hij zijn verplichting niet tijdig is nagekomen.
Lid 3
Bijzondere omstandigheden worden niet snel aangenomen. In ieder geval niet in de volgende situaties:
- •
de overtreder heeft al eerder eenzelfde overtreding begaan;
- •
de overtreder zegt de inhoud van de correspondentie van de gemeente niet te begrijpen, bijvoorbeeld door onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal;
- •
de overtreder stelt niet op de hoogte te zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4.17 van de wet;
- •
de overtreder stelt dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan, maar kan dat niet aantoonbaar bewijzen;
Artikel 5
In het bestuursrecht wordt onderscheid gemaakt tussen lage en hoge bestuurlijke boetes. Voor lage bestuurlijke boetes gelden minder voorschriften dan voor de hoge boetes. De grens ligt op
€ 340. De Wet BRP stelt een maximum van € 325. Daarmee valt deze bestuurlijke boete onder de lage boetes. De NVVB adviseert om twee boetebedragen te hanteren: een standaardboete van
€ 200 en een maximale boete van € 325. De gemeente Hengelo sluit zich daarbij aan.
De maximale boete wordt alleen opgelegd in de in artikel 5 lid 2 genoemde gevallen. In alle andere gevallen geldt de standaardboete.
Een bestuurlijke boete kan alleen worden opgelegd als de burger vooraf is geïnformeerd dat hem deze boete kan worden opgelegd.
Artikel 6
Soms levert overtreding van de wet BRP ook een strafbaar feit op. Denk bijvoorbeeld aan oplichting of valsheid in geschrifte. Er is dan sprake van samenloop met de bestuurlijke boete. In zo’n geval moet de zaak eerst aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd (art. 5:44 Awb). Besluit het Openbaar Ministerie niet strafrechtelijk te vervolgen, dan kan alsnog een bestuurlijke boete worden opgelegd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl