Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766780
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766780/1
Beleidsregels toepassing gebiedsontzegging, verblijfsontzegging en gebiedsverbod gemeente Oisterwijk 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 24-09-2026
Intitulé
Beleidsregels toepassing gebiedsontzegging, verblijfsontzegging en gebiedsverbod gemeente Oisterwijk 2026De burgemeester van de gemeente Oisterwijk
Overwegende dat:
- -
het wenselijk is nieuwe beleidsregels vast te stellen aangaande de bevoegdheid om een gebiedsontzegging en verblijfsontzegging op te leggen op grond van artikel 2:78 en 3:9 lid 4 APV Oisterwijk;
- -
de burgemeester op grond van artikel 2:78 en 3:9 lid 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Oisterwijk in het belang van de openbare orde aan personen een gebieds- en verblijfsontzegging kan opleggen van maximaal 8 weken;
gelet op artikel 2:78 en 3:9 lid 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oisterwijk 2021 en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de Beleidsregels gebiedsontzegging, verblijfsontzegging en gebiedsverbod gemeente Oisterwijk 2026
Artikel 1 Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
- -
APV Oisterwijk : Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oisterwijk;
- -
Awb : Algemene wet bestuursrecht;
- -
Betrokkene : De persoon op wie de maatregel wordt toegepast;
- -
Ernstig letsel : Letselcategorie 1 en volgende conform de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven;
- -
Gebied : Een aangewezen deel en/of aangeduid object binnen de gemeente;
- -
Gebiedsontzegging : Gebiedsontzegging zoals bedoeld in artikel 2:78 APV;
- -
Gebiedsverbod : Een op grond van artikel 172a of 172b Gemw gegeven bevel zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente;
- -
Gemw : Gemeentewet;
- -
Gering letsel : Gelijk aan Letselcategorie 0 conform de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven;
- -
Groepsverbod : Een op grond van artikel 172a Gemw gegeven bevel zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden;
- -
First offender : Een persoon die niet eerder een maatregel opgelegd heeft gekregen, of aan wie langer dan twee jaar geleden een maatregel werd opgelegd, waarbij in het geval van een minderjarige geldt dat dan de overlast veroorzakende persoon wordt bedoeld en niet de persoon tot wie de maatregel zich formeel richt;
- -
Kwetsbare omgeving : Dit is een gebied dat gevoeliger is voor overlast. Hierbij kan het bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, gaan over plaatsen en gebieden rondom maatschappelijke voorzieningen en (basis)scholen of om plaatsen en gebieden waar kwetsbare inwoners verblijven;
- -
Maatregelen : De gebiedsontzegging, de verblijfsontzegging en het gebiedsverbod;
- -
Minderjarige : De persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
- -
Recidive : Een persoon die binnen 2 jaar nadat een maatregel is opgelegd, opnieuw de openbare orde in die mate verstoort dat een maatregel kan worden opgelegd;
- -
Verblijfsontzegging : De ontzegging zoals bedoeld in artikel 3:9 lid 4 APV Oisterwijk;
- -
VPT : Veilige Publieke Taak.
Artikel 2 Gebiedsontzegging en verblijfsontzegging
-
1. Hieronder wordt aangegeven voor welke feiten en voor welke duur een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging (in het geval van straatprostitutie) kan worden opgelegd. De duur van het verbod is afhankelijk van de ernst van het gepleegde feit.
-
Feitentabel
Feiten
Duur
Categorie 1: First offenders (inclusief straatprostitutie in een niet-kwetsbare omgeving en/of gedragingen in strijd met de openbare orde waarbij geen sprake is van een situatie zoals omschreven in categorie 2.
24 uur
Categorie 2: Er is sprake van één of meer van de volgende situaties:
- a.
gebruik van een wapen (of voorwerpen die kunnen dienen als wapen);
- b.
bezit van een hoeveelheid soft- of harddrugs groter dan een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik;
- c.
straatprostitutie in een kwetsbare omgeving;
- d.
geweld tegen hulpverleners/mensen met een publieke taak;
- e.
bijzonder gewelddadig geweld en/of grootschalige vechtpartij of daartoe aanleiding geven;
- f.
ernstig letsel: door betrokkene veroorzaakt.
In geval van een combinatie van de hierboven genoemde situaties kan ook categorie 3 worden toegepast.
2 weken
Categorie 3: in geval van recidive binnen 6 maanden of samenloop
8 weken
- a.
-
2. Aan de gebiedsontzegging of verblijfsontzegging (in geval van straatprostitutie) wordt een voorschrift verbonden met het tijdvak, de dagen en een aanduiding van het gebied waarop het van toepassing is. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de gebiedsontzegging of verblijfsontzegging niet van toepassing is.
Artikel 3 Toepassing gebiedsverbod
De burgemeester kan, aan een persoon of personen die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde, een gebiedsverbod of groepsverbod opleggen zoals bedoeld in artikel 172a en b Gemw.
Artikel 4 Geografische reikwijdte maatregelen
-
1. In beginsel beperkt een opgelegde maatregel zich tot het gebied waar de maatregelwaardige gedraging heeft plaatsgevonden.
-
2. Indien een maatregel is opgelegd naar aanleiding van een reeks incidenten en deze incidenten hebben op verschillende locaties plaatsgevonden, kan de maatregel opgelegd worden voor meerdere gebieden.
-
3. Indien de aanleiding voor het opleggen van een maatregel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, sportparken of het station wordt de maatregel opgelegd voor één of meer van de in bijlage 1 tot en met 3 gelegen gebieden.
-
4. Indien de betrokkene woonachtig of werkzaam is in het opgelegde gebied, kunnen op verzoek wegen en/of objecten aangewezen worden die uitgezonderd zijn van de maatregel.
Artikel 5 Besluitvormingsprocedure
-
1. Een besluit tot het opleggen van een maatregel wordt voorafgegaan door een (mondeling) voorgenomen besluit.
-
2. Een zienswijze kan per e-mail, telefonisch of schriftelijk naar voren worden gebracht en kan mondeling toegelicht worden ten overstaan van een ambtenaar Inwonerszaken en Veiligheid of ten aanzien van een ambtenaar van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant.
-
3. Dit artikel vindt geen toepassing indien een situatie zoals bedoeld in artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht aan de orde is.
Artikel 6: Handhaving
Besluiten tot het opleggen van een gebiedsontzegging, verblijfsontzegging, gebiedsverbod of omgevingsverbod worden in het kader van handhaving gedeeld met politie en boa’s.
Artikel 7: Inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het elektronisch gemeenteblad.
-
2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels gebiedsontzegging, verblijfsontzegging en gebiedsverbod gemeente Oisterwijk 2026’.
Ondertekening
Oisterwijk, 14 september 2026
Hans Janssen
burgemeester van Oisterwijk
Bijlage 1 – Horecaconcentratiegebieden
Horecaconcentratiegebied Oisterwijk
Dorpsstraat, Stationsstraat, De Lind, Lindeplein, Gemullenhoekenweg Oisterwijk
Horecaconcentratiegebied Moergestel
Rootven, Kerkstraat, Raadhuisstraat, St Ermelindishof, Pastoorspaadje, Postelstraat, Sint Jansplein Moergestel
Bijlage 2 – (Sport)parken
Sportpark Den Donk Oisterwijk
Sportlaan, Stroomdalpad, Donkpad, Moergestelseweg Oisterwijk
Rugbyvelden
Scheibaan, Kievitsblekweg, Vennenlaan en Posthoornseweg Oisterwijk
Park tussen De Voorste Stroom en de Vloet Oisterwijk en het 2-college Durendael
Stroomdalpad vanaf De Balbian Versterlaan, Burgemeester Verwielstraat, Baerdijk tot Van Kemenadelaan Oisterwijk
Lindepark Oisterwijk
Stroomdalpad tussen Gemullenhoekenweg en Burgemeester Verwielstraat Oisterwijk
Willem van der Aa-park Oisterwijk
Willem van der Aa-park, Zoom, Lavendel, Langvennen-Noord, Dieze Oisterwijk
Bijlage 3 – Station Oisterwijk
Spoorlaan, Station
Toelichting
Algemeen
Aanleiding
Door middel van deze beleidsregels wordt beoogd:
- ➤
Problemen, als gevolg van dezelfde overlastgevers die vaak herhaaldelijk in overlastsituaties worden aangetroffen, overlast als gevolg van drank- en drugsgebruik en/of handel én overlast veroorzaakt door dak- en thuislozen, op plaatsen te verdunnen zodat ze ook oplossen;
- ➤
Inwoners, die geen aanspraak willen maken op benodigde zorg die in de openbare ruimte verblijven en hier overlast veroorzaken, te bewegen zorg te aanvaarden;
- ➤
Naast het strafrecht dat in beginsel bestraffend van aard en gericht is op een verdachte, middels een bestuurlijke maatregel in de vorm van een gebiedsontzegging, verblijfsontzegging, gebiedsverbod of omgevingsverbod de omgeving te beschermen. Strafrechtelijke boetes hebben niet altijd het gewenste effect. Overigens is een strafrechtelijke benadering in voorliggende zaken zeker wel vereist, enerzijds bijvoorbeeld middels een strafrechtelijke gedragsaanwijzing, maar anderzijds ook om de overtredingen feitelijk vast te stellen.
Deze beleidsregels stellen het beleid vast bij de oplegging van de diverse aan de burgemeester toegekende maatregelen op grond van de artikel 2:78 en artikel 3:9 lid 4 APV Oisterwijk.
Het opleggen van deze maatregelen impliceert dat personen in hun bewegingsvrijheid worden beperkt. Het betreffen dan ook maatregelen met ingrijpende gevolgen. Deze beleidsregel heeft tot doel duidelijk te maken onder welke omstandigheden welke maatregel wordt opgelegd. Met het opstellen en publiceren van deze beleidsregel wordt ook voldaan aan het voorzienbaarheidsvereiste.
Verhouding tussen verschillende maatregelen
Zowel de APV als de Gemw bevatten bepalingen die een inperking van de bewegingsvrijheid inhouden. Uit zowel het toepassingsbereik als redactie van de bepalingen is af te leiden dat deze maatregelen oplopen in zwaarte waarbij geldt dat het omgevingsverbod als een specialis moet worden gezien ten opzichte van de drie andere maatregelen. De gebiedsontzegging, verblijfsontzegging en het gebiedsverbod hebben veel overlap met elkaar. Dit wordt hierna toegelicht. Voor de leesbaarheid wordt overigens volstaan met het enkel noemen van het gebiedsverbod terwijl daaronder ook het groepsverbod wordt verstaan.
Het omgevingsverbod geldt specifiek voor de omgeving van de sportvelden en daar moet ook de aanleiding voor het opleggen in gelegen zijn.
Het onderscheid tussen de gebiedsontzegging en het gebiedsverbod blijkt uit het gegeven dat een gebiedsontzegging voor maximaal 8 weken opgelegd kan worden zonder mogelijkheid van verlenging. Een gebiedsverbod kan daarentegen verlengd worden en in gespreide termijnen worden opgelegd. Daarnaast kan aan een gebiedsverbod ook een meldplicht worden gekoppeld.
Voor het opleggen van een verblijfsontzegging volstaat het om te handelen in strijd met de openbare orde of een aan de openbare orde gerelateerd delict te plegen. Een gebiedsverbod kan in dergelijke situaties pas opgelegd worden indien er sprake is van herhaalde gedragingen, een ernstige vrees moet bestaan voor verdere verstoring van de openbare orde of een andere verzwarende omstandigheid aan de orde is.
Zoals gezegd zien deze beleidsregels enkel op de toepassing van een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging (in het geval van straatprostitutie). In ernstige gevallen waarbij een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging niet volstaat, kan worden uitgeweken naar artikel 172a of 172b Gemw. Omdat deze gevallen individueel beoordeeld moeten worden, is voor de toepassing hiervan geen beleid opgesteld.
Openbare orde
Er is geen sluitende definitie te geven voor het begrip openbare orde. Ook in de literatuur en rechtspraak is een dergelijke definitie niet terug te vinden. Wat onder openbare orde - en dus ook de verstoring of overtreding daarvan - moet worden verstaan, is afhankelijk van de situatie. In het Zakboek openbare orde en veiligheid van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters wordt dit in de inleiding uiteengezet en ook verwezen naar een arrest en bijbehorende conclusie van de Hoge Raad. Daaruit kan wel afgeleid worden dat beoordeeld moet worden wat de normale gang van zaken is in of aan de desbetreffende openbare ruimte. Gedragingen die ervoor zorgen dat een verstoring van enige betekenis daarop plaatsvindt, hebben te gelden als verstoring van de openbare orde.
Daarnaast wordt in artikel 2:78 APV Oisterwijk en in de Gemw in enkele gevallen ook vereist dat sprake moet zijn van een ernstige verstoring. Het onderscheid tussen verstoring en ernstige verstoring wordt nergens nader toegelicht. In de memorie van toelichting bij de Gemw wordt aangegeven dat het ook niet mogelijk is om voorbeelden te geven aangezien dit van geval tot geval bekeken kan worden. Wel wordt als voorbeeld van een ernstige verstoring genoemd het gooien van stenen naar politieambtenaren. Het onderscheid tussen een 'gewone' en een 'ernstige' verstoring zal dan ook moeten blijken uit het dossier en het besluit.
In een aantal gevallen is op voorhand al wel duidelijk dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde. In het Wetboek van Strafrecht en in de APV Oisterwijk zijn een aantal bepalingen opgenomen die gedragingen strafbaar stellen die op voorhand worden geacht de openbare orde te verstoren. Ongeacht het moment en de plaats. Het Wetboek van Strafrecht kent bijvoorbeeld twee titels met respectievelijk misdrijven tegen de openbare orde en overtredingen betreffende de openbare orde. Ook de APV Oisterwijk kent een hoofdstuk openbare orde en een afdeling met maatregelen tegen overlast en baldadigheid. In deze situaties hoeft de verstoring van de openbare orde niet nader omschreven te worden en worden overtredingen van deze normen dan ook als verstoring beschouwd.
Dit laat overigens onverlet dat ook andere gedragingen of delicten van invloed kunnen zijn op de openbare orde die niet in voornoemde titels dan wel hoofdstukken staan. Bestuurlijke rapportages, eigen bevindingen of proces-verbaal van bevindingen kunnen aannemelijk maken waarom toch sprake is van een situatie waarbij de openbare orde is verstoord en waardoor een maatregel geraden is.
Vaststellen of een maatregel opgelegd moet worden en dossieropbouw
Het signaal om een maatregel op te leggen, kan blijken uit bevindingen van ambtenaren van de gemeente, de politie, justitie, Zorg- en Veiligheidshuis, maatschappelijk werk en particuliere organisaties zoals bijvoorbeeld de sportverenigingen of een woningbouwvereniging.
Dit signaal kan binnenkomen in de vorm van een melding op basis van een convenant, of door het uitwisselen van politiegegevens of justitiële gegevens. Er zal dan beoordeeld worden of er voldoende informatie aanwezig is of dat er nog nadere informatie nodig is of ingewonnen moet worden. Vervolgens wordt een beoordeling uitgevoerd en kan het besluitvormingsproces in gang worden gezet.
De Algemene wet bestuursrecht geldt voor de opbouw van het dossier als ondergrens: zo moeten besluiten zorgvuldig voorbereid worden, moet een belangenafweging plaatsvinden en de motivering moet deugdelijk en kenbaar zijn. In aanvulling hierop geldt specifiek voor de maatregelen dat deze proportioneel moet zijn. Dit geldt zowel voor (1) het opleggen van de maatregel, (2) de duur en (3) het gebied.
First offender / recidivist
In de beleidsregels wordt een onderscheid gemaakt tussen een first offender en een recidivist. Het onderscheid daarin is gelegen in het feit dat een eerste verstoring van de openbare orde minder verstorend is dan iemand die vaker de openbare orde verstoort. Als er ten aanzien van de first offender sprake is van verzwarende omstandigheden dan geldt de zwaardere categorie. Bij straatprostitutie geldt bijvoorbeeld dat een kwetsbare omgeving bij een first offender ervoor zorgt dat er sprake is van een verzwarende omstandigheid. De bescherming van de openbare orde is in het geval van verzwarende omstandigheden of recidive dan ook meer gediend bij een langer durende maatregel. Van een recidivist is sprake als iemand binnen 6 maanden nadat een maatregel is opgelegd, opnieuw in die mate de openbare orde heeft verstoord dat een maatregel kan worden opgelegd.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Definities
Deze beleidsregels vormen een invulling van de bevoegdheden die toegekend zijn aan de burgemeester op grond van de APV Oisterwijk en de Gemw. In beginsel dienen definities zoals in de beleidsregels gebruikt dan ook begrepen te worden zoals opgenomen in de APV Oisterwijk en de Gemw.
Voor het onderscheid tussen gering en ernstig letsel wordt aangehaakt bij de actuele letselcategorieën zoals het Schadefonds Geweldsmisdrijven deze hanteert waarbij in deze beleidsregels onder gering letsel, letsel uit letselcategorie 0 moet worden begrepen, en onder ernstig letsel, al het letsel vanaf letselcategorie 1. In de richtlijn van 1 augustus 2021 wordt tussen letselcategorie 0 en 1 het navolgende onderscheid gemaakt:
-
Letselcategorie 0
- -
Fysiek letsel waarbij volledig herstel optreedt, zonder verdere medische gevolgen, met geen of zeer geringe beperkingen en/of afhankelijkheid, die maximaal zes weken duurt.
Letselcategorie 1
- -
Fysiek letsel waarbij behandeling nodig is, met tijdelijke beperkingen en/of enige afhankelijkheid langer dan zes weken.
- -
Fysiek letsel waarbij een ziekenhuisopname >24 uur noodzakelijk is.
Artikel 2 Voorwaarden voor het opleggen van een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging
In het kader van subsidiariteit en proportionaliteit is toepassing van de gebiedsontzegging of verblijfsontzegging geadviseerd wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan. De mate van verstoring zijn onderverdeeld in categorieën waaraan een bepaalde duur van een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging is verbonden. Daarnaast is het artikel zo ingestoken dat er maatwerk geleverd kan worden bij openbare orde verstoringen die gerelateerd zijn aan bepaalde gebeurtenissen.
Hierbij moet onder geweld tegen hulpverleners/mensen met een publieke taak, zowel fysiek als verbaal geweld worden begrepen. Fysiek en/of verbaal geweld tegen hulpverleners/mensen met een publieke taak wordt als zeer ernstig beschouwd.
Artikel 3 Toepassing gebiedsverbod
In een aantal situaties, zoals bij het bestaan van een ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde of een ernstige mate van recidive, wordt het niet langer proportioneel geacht om te volstaan met het opleggen van een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging om daarmee ook de rechten van derden - de omgeving of samenleving - beter te kunnen beschermen. Zoals gezegd zien deze beleidsregels enkel op de toepassing van een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging. In ernstige gevallen waarbij een gebiedsontzegging of verblijfsontzegging niet volstaat, kan worden uitgeweken naar het gebiedsverbod op grond van artikel 172a of 172b Gemw. Omdat deze gevallen individueel beoordeeld moeten worden is voor de toepassing hiervan geen beleid opgesteld. Maatwerk is hierbij van belang.
Artikel 4 Toepassing omgevingsverbod
Het omgevingsverbod kan voor alle sportwedstrijden opgelegd worden en is niet gelimiteerd qua duur. Het gaat hier om een omgevingsverbod om zich niet op te houden in de omgeving van het sportveld indien daar door een organisator een wedstrijd wordt gehouden. In de praktijk kan het voorkomen dat iemand die zich misdraagt in of in de omgeving van het sportveld, zich bijvoorbeeld ook misdraagt in het centrum van Oisterwijk of andere (winkel)gebieden. In dat geval kan er aanleiding zijn om, ook, een andere maatregel op te leggen zodat betrokkene ook uit andere delen van de stad geweerd kan worden. Daarnaast is deze samenloop ook mogelijk, omdat sportwedstrijdgerelateerde activiteiten niet alleen plaatsvinden op of rond het sportveld of -centrum, maar ook bijvoorbeeld in het centrum zoals een corteo of supportersfeest. In dat geval kan het ook noodzakelijk zijn iemand bij die gelegenheden te kunnen weren.
Bij misdragingen op een voetbalterrein zijn zowel de voetbalclubs als de KNVB ook bevoegd een terreinverbod op te leggen. Dit gebeurt op grond van de algemene voorwaarden en huisregels.
Artikel 5 Geografische reikwijdte maatregelen
De gebiedsontzegging of verblijfsontzegging heeft een preventief en herstellend karakter. Zij is gericht op het voorkomen van verdere verstoring van de openbare orde en/of op het herstel daarvan. Aangezien de openbare orde plaatsafhankelijk is, dient het herstel dan ook daar plaats te vinden.
Voor een verstoring in een woonwijk kan meestal geen herstelmaatregel opgelegd worden in het horecaconcentratiegebied. Er zijn mogelijkheden denkbaar te veronderstellen dat een verstoring op een plek gaat plaatsvinden waar nog geen verstoring is geweest wanneer de overlastgever bij meerdere verstoringen betrokken is geweest. Dit geldt ook als er concrete aanwijzingen zijn dat er op meerdere locaties overlast veroorzakat gaat worden. In die gevallen bestaat de mogelijkheid meerdere gebieden aan te wijzen. In drie situaties is voorzien in een vast gebied: het horecaconcentratiegebied, de sportterreinen en het station kennen in beginsel een vast aangewezen gebied. In de motivering van de besluiten kan dan ook daar naar verwezen worden.
Artikel 6 Besluitvormingsprocedure
Het opleggen van een maatregel wordt voorafgegaan door een voorgenomen besluit. Dit kan mondeling geschieden. Gelet op de aard van de maatregel wordt een relatief korte termijn gegund om een zienswijze in te dienen. Indien een met redenen omkleedt verzoek wordt ingediend voor een verlenging van de zienswijzetermijn, dan kan dit worden gehonoreerd. De reden voor de relatief korte termijnen is erin gelegen dat het om herstelmaatregelen gaat en dat effectuering daarvan op zo kort mogelijke termijn gewenst is.
Een zienswijze wordt afgegeven bij een ambtenaar Inwonerszaken en Veiligheid of bij een ambtenaar van de politie. Indien een zienswijze telefonisch of persoonlijk wordt ingediend, wordt de inhoud daarvan schriftelijk vastgelegd.
In spoedeisende gevallen en in gevallen waarbij de betrokkene niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats wordt direct overgegaan tot besluitvorming.
Deze bepaling laat overigens onverlet dat artikel 172a lid 9 Gemw voorziet in een situatie dat nieuwe feiten en omstandigheden kunnen nopen tot aanpassing - ten nadele - van de opgelegde maatregel.
Artikel 7 Handhaving
Met de handhaving zijn belast de in de APV aangewezen boa’s en de politie. Zij ontvangen een afschrift van het besluit of verstrekken een afschrift aan de adviseur openbare orde en veiligheid gemeente Oisterwijk.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl