Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Bunnik 2026

Geldend van 23-09-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Bunnik 2026

Overwegende dat:

de gemeente bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ prioriteit en transportcapaciteit aanvraagt bij de netbeheerder;

de gemeente als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur, ook bij privaatrechtelijk handelen; en

het noodzakelijk is transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria vast te stellen voor de prioritering en aanvraag voor transportcapaciteit voor woningbouw;

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Bunnik 2026

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • •

    bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • •

    BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:

    • a.

      een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

    • b.

      een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

  • •

    civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • •

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;

  • •

    congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • •

    netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • •

    project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • •

    projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

  • •

    projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • •

    prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • •

    projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

  • •

    transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • •

    transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • •

    volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2.

    Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • c.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • d.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

  • e.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

  • 3.

    De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 1 september 2026.

  • 3.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

  • 2.

    De gemeente stuurt binnen 2 werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 14 genoemde rechtsbeschermingsprocedure.

  • 3.

    Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.

  • 4.

    Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.

  • 2.

    Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • g.

    als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

  • h.

    als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

Stap 2: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:

afbeelding binnen de regeling

Stap 3: maatschappelijk belang

Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang en de netimpact van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als het voldoet aan één of meer van de volgende eisen:

  • a.

    Het woonprogramma van het project is 100% sociale huur of voldoet aan de vigerende Visie op Wonen van de gemeente Bunnik. Een uitzondering hierop is het project Kersenweide. Het woonprogramma van dit project is door de raad vast gesteld, toen er een ander woonprogramma actueel was, onder de Visie op Wonen 2017-2022. De Kersenweide moet daarmee voldoen aan het woonprogramma dat met de raad is afgestemd.

  • b.

    De sociale huurwoningen zijn van of komen na de bouw in handen van een woningcorporatie, met reeds bezit in de gemeente Bunnik.

  • c.

    Het woonprogramma van het project voorziet in de huisvesting van bijzondere doelgroepen zijnde ouderen (geclusterd wonen, zorggeschikte woningen), zorgbehoevenden met 24 uurs zorg of ambulante zorg (uitstroom Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen), statushouders en/of jongeren (zie definitie in de regionale huisvestingsverordening).

  • d.

    Het project voorziet in een maatschappelijke voorziening zoals een onderwijsinstelling of centraal punt waar zorg wordt geleverd.

  • e.

    Het project past aantoonbaar technische maatregelen toe die piekbelasting op het elektriciteitsnet verminderen (zoals collectieve opslag, smart charging, sturing van warmtepompen).

Stap 4: datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 8 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

  • 3.

    Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.

  • 4.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 11. Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting te vermelden.

  • 2.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

  • 1.

    De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen, en de positie op de lijst.

Artikel 13. Rechtsbescherming

  • 1.

    Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk bezwaar indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om bezwaar in te dienen.

  • 2.

    Een projectontwikkelaar die bezwaar heeft tegen zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan na de in het eerste lid bedoelde bezwaarprocedure binnen tien dagen een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken.

  • 3.

    Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.

Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3.

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.

  • 4.

    Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder

Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de bezwaartermijn, bedoeld in artikel 13 is verstreken, dan wel – als tijdig bezwaar is ingediend – nadat op het bezwaar is beslist.

  • 2.

    De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:

    • a.

      financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of

    • b.

      de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.

  • 3.

    De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied zodat het verzoek met de hoogste rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 17. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Bunnik 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 september 2026.

De burgemeester,

De secretaris,

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Bunnik 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Bunnik 2026)

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Bunnik invulling aan de wijze waarop zij omgaat met

haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid

om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie

woonbehoefte bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor

nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit

concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een

gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te

stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het

zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met

de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit

prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323,

in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in

congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te

werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de

prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’

bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later

opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de

  • beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de

  • nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder

  • woonbehoefte.

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is

geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe

voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in

het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium

transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar

definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten

toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een

dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met

projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel

het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente

daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van

behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het

zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de

Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026

beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De

onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de

inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van

elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en nietdiscriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te

voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer

vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg

in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben

gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de

impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire

werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze

beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven

de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • •

    Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot

  • privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • •

    Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels

  • vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • •

    De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode

  • Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van

  • transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • •

    Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het

  • burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of

ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het

  • gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij

beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en

collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies

waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode

Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke

projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers

de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar

regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient

en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet

maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan

Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om

projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels

aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model zijn

bij de artikel 9 eigen keuzes gemaakt, die beter aansluiten bij de situatie van de gemeente Bunnik.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De

aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van

beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat

sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak

niet kon worden afgewacht.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de

Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen

worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3

van de Systeemcode Elektriciteit 2026

.

Project

De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een

project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk

project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op

basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.

Volgordelijst

De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de

Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNGledenbrief lbr-26-010 (april 2026).

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden

toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze

‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze

intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als

contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken

op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn.

Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van

de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop

projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en

prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze

om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden

uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente

10/16

daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal

dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het

project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het

prioriteringsverzoek indient.

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het

uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van

transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit

in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding

van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en

beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen

aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het

aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid

en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek

3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald

dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten

nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15

november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de

toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid,

evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van

Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet

mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar

is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een

openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria.

Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de

'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze

beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan

de gemeente moet voldoen.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de

Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke

projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de

rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer

een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De

beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het

vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere

projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het

benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke

datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de

volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij

een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van

transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet

levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom

de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de

gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een

volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar

die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen

van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke

informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier

beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de

gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van

toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.

Aanvraag transportcapaciteit

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en

  • rechtsvorm van de projectontwikkelaar;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw,

  • laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij

  • voorkeur als polygoon);

  • c.

    het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop);

  • d.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

  • 1.

    het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst

  • naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

  • 2.

    de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de

  • netbelasting;

  • 3.

    de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met

  • een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader

Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van

bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt

zijn vereist:

Woningbouw — algemeen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback);

  • 3.

    Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode

  • Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen.

Woningbouw — collectieve woonvormen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback).

Verder is van belang:

  • 1.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de

  • verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de

  • projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste

  • informatie jegens de netbeheerder;

  • 2.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de

  • procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat

  • met de vervaltermijnen conform artikel 13;

  • 3.

    Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het

  • aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en

  • 4.

    Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel

  • het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22

  • jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in

  • artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het

Het projectdossier wordt ingediend via Eerder aanvragen. De gemeente bevestigt ontvangst van

het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering

elektronisch bestuurlijk verkeer.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen

project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de

volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook

wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is

alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek

nog niet is verstreken.

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen

dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen

een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de

netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een

prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is.

Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder

de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn

opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en

vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen

dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken,

dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning

zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode

Elektriciteit 2026-vereisten.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de

volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didamjurisprudentie stelt aan selectiecriteria.

Artikel 9 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is

uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1 – Start bouw

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan

projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start

bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of

een vergunning planning.

De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis

van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA

zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start

bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning,

subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de

bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.

Stap 2- Projectrijpheid

Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De

rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter

de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.

De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke

binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning

voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of

de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate

van zekerheid over de realisatie van het project.

Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken

kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste.

De gemeente motiveert de indeling per project transparant.

Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026

is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een

bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de

toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026

zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld

aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.

Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:

  • •

    Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw.

  • •

    Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties.

  • •

    College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.

Stap 3 – Maatschappelijk belang

De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven

bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen

onderscheid hebben opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met de

prioriteiten zoals opgenomen in de gemeentelijke woonvisie.

Stap 4 – Datum van oplevering

Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid

bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste

onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft

een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt

benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt

toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste

woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden

behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico

mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid

bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende

en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is

vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.

De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van

een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De

aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de

gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle

deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het

proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd

op de bezwaartermijn van artikel 13. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking

van de volgordelijst om bezwaar te maken. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn

bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van

bezwaar door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.

Artikel 13. Rechtsbescherming

Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente

op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is

een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3

van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en

beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om toch een

alternatieve bezwaarprocedure te creëren.

De bezwaartermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het

aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan

indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en

omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de

deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van

prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een

concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig bezwaar te maken, zonder dat de

procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 15,

eerste lid, verankert die standstill.

Het tweede en derde lid introduceren een contractuele vervaltermijn voor twee onderscheiden

rechtsmiddelen: het bezwaar bij de gemeente en de kortgedingprocedure bij de civiele rechter. Het

recht op bezwaar bij de gemeente vervalt tien kalenderdagen na bekendmaking van de

volgordelijst, tien kalenderdagen hierna vervalt het recht om een kortgedingprocedure aanhangig

te maken. De contractuele grondslag maakt de termijn robuuster dan een eenzijdig door de

gemeente vastgestelde termijn: zij berust op de wilsovereenstemming van de aanvrager, zodat

een beroep op rechtsverwerking wegens het niet-tijdig aanwenden van een rechtsmiddel een

sterkere basis heeft. De VNG Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke

gronduitgiftepraktijk beveelt een dergelijke constructie aan.