Reglement van orde Kamer Cultuurhistorie

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 24-09-2026

Intitulé

Reglement van orde Kamer Cultuurhistorie

Besluit van de Kamer Cultuurhistorie tot vaststelling van haar reglement van orde

De Kamer Cultuurhistorie;

Gelet op artikel 13b van de Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultuurhistorie Doesburg,

Besluit vast te stellen:

Reglement van orde Kamer Cultuurhistorie

PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg;

  • -

    commissie: Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultuurhistorie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, bestaande uit de Kamer Omgevingskwaliteit en de Kamer Cultuurhistorie;

  • -

    cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bepaald in artikel 1.1. van de Erfgoedwet ;

  • -

    erfgoedregister: erfgoedregister van de gemeente Doesburg;

  • -

    Erfgoedverordening: Erfgoedverordening van de gemeente Doesburg;

  • -

    Kamer: Kamer Cultuurhistorie;

  • -

    Kamer Omgevingskwaliteit : Kamer die bij aanvragen voor een omgevingsvergunning onafhankelijk adviseert over omgevingskwaliteit en cultuurhistorische waarden;

  • -

    verordening: Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultuurhistorie Doesburg;

  • -

    wet: de Omgevingswet;

PARAGRAAF 2. SAMENSTELLING KAMER

Artikel 2. Voorzitter van de Kamer.

De Kamer voorziet uit haar midden in het voorzitterschap en de vervanging daarvan. Zowel de voorzitter als diens vervanger hebben stemrecht;

Artikel 3. Opvolging leden

  • 1. De Kamer stelt een uitstroomrooster op, op basis waarvan de opvolging van de aftredende leden wordt geregeld, zodanig dat de continuïteit van de Kamer wordt gewaarborgd. In een uitstroomschema staat welke leden aftredend zijn met een planning van het voorziene moment van opvolging.

  • 2. Het bestaan van tussentijdse vacatures laat de taken en bevoegdheden van de Kamer onverlet.

Artikel 4. Functioneren Kamerleden

  • 1. Indien een kamerlid handelingen verricht welke kennelijk ten nadele strekken van de Kamer of indien een kamerlid zijn plichten als kamerlid verwaarloost, kan de Kamer het college verzoeken de betreffende persoon als kamerlid te ontslaan.

  • 2. Een dergelijk besluit dient te worden genomen in een vergadering waar ten minste vier leden aanwezig zijn en vereist een gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

PARAGRAAF 3. WERKWIJZE BESLUITVORMING KAMER

Artikel 5. Vergadering Kamer

  • 1. De Kamer vergadert minimaal 4 maal per kalenderjaar, of zoveel extra als nodig is.

  • 2. De vergaderingen van de Kamer zijn openbaar.

  • 3. In gevallen waarbij sprake is van vertrouwelijke aangelegenheden kan op voordracht van de voorzitter, de secretaris of tenminste vier leden van de Kamer worden besloten de vertrouwelijke aangelegenheden niet openbaar te behandelen.

  • 4. De verslagen van besloten vergaderingen worden niet in openbare vergaderingen behandeld.

  • 5. De Kamer kan bij meerderheid besluiten om naast reguliere vergaderingen elders bijeen te komen voor het uitvoeren van inventarisaties of inspecties.

  • 6. In dringende gevallen waarbij het advies dat van de Kamer is gevraagd niet kan wachten tot de eerstkomende vergadering, of in gevallen waarbij het noodzakelijke quorum van een vergadering niet wordt gehaald, is schriftelijke raadpleging van de Kamer mogelijk. De uitkomst van de schriftelijke raadpleging wordt door de Kamer in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. Raadpleging via mail- en/of videoverkeer wordt ook gezien als schriftelijke raadpleging.

Artikel 6. Werkwijze Kamer

  • 1. De Kamer regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement en in goed overleg met het college.

  • 2. De voorzitter leidt de vergadering van de Kamer.

  • 3. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden van de Kamer.

  • 4. Indien bij het nemen van enig besluit door geen der leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

  • 5. In geval van onenigheid binnen de Kamer of indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Artikel 7. Strijdige belangen

  • 1. Een kamerlid dat ten aanzien van enig onderwerp tijdens de vergadering direct of indirect zodanig betrokken is dat er sprake is van strijdige belangen, waardoor de objectiviteit van de Kamer kan worden geschaad, doet hiervan mededeling aan de voorzitter. Het is het betreffende lid niet toegestaan om gedurende de behandeling van het betreffende onderwerp deel te nemen aan de vergadering.

  • 2. Indien de voorzitter vermoedt dat er sprake is van strijdige belangen als genoemd in lid 1 stelt deze betrokkene daarvan direct in kennis. De beperkende maatregelen zijn in dat geval van toepassing tot het Kamerlid het tegendeel voldoende aannemelijk heeft gemaakt.

Artikel 8. Quorum

  • 1. De Kamer mag niet vergaderen noch besluiten nemen wanneer minder dan vier van de zitting hebbende stemgerechtigde leden aanwezig zijn, tenzij zich een situatie voordoet waarbij in de opvolging van aftredende leden nog niet is voorzien.

  • 2. Indien het in het vorige lid genoemde aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, welke ten minste achtenveertig uur na de oorspronkelijke vergaderdatum wordt gehouden. In die vergadering kunnen over de in de oproepen voor de oorspronkelijke vergadering vermelde onderwerpen besluiten worden genomen, ongeacht het aantal Kamerleden dat aanwezig is.

Artikel 9. Verslaglegging

  • 1. Het verslag van de vergadering wordt door de Kamer vastgesteld in de eerst volgende vergadering.

  • 2. De door de Kamer uitgebrachte adviezen worden geacht te zijn uitgebracht op de in het vastgestelde verslag van de vergadering aangegeven datum.

  • 3. Het verslag wordt ter kennis gesteld aan het college en specifiek de verantwoordelijke portefeuillehouder.

Artikel 10. Relatie Kamer met de Kamer Omgevingskwaliteit

  • 1. De Kamer en de Kamer Omgevingskwaliteit stemmen de behandeling van de op de vergaderingen aan de orde gestelde voor beide kamers relevante onderwerpen met elkaar af. De secretarissen van beide kamers dragen zorg voor het uitwisselen van informatie over genoemde relevante onderwerpen.

  • 2. In het kader van de onderlinge afstemming tussen beide kamers heeft een lid met architectuurhistorische of bouwhistorische uit de Kamer Omgevingskwaliteit ook zitting in de Kamer.

PARAGRAAF 4. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit reglement van orde treedt in werking op 12 februari 2024

  • 2. Dit reglement van orde wordt aangehaald als: Reglement van orde Kamer Cultuurhistorie.

  • 3. Het college draagt zorg voor bekendmaking van het door de Kamer vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in Doesburg, in de vergadering van de Kamer Cultuurhistorie van 12 februari 2024

De voorzitter,

De secretaris,