Projectbesluit vispassage en gemaal Arcen

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-10-2026

1 Projectbesluit

1.1 Introductie

Dit projectbesluit ziet toe op het (1) aanleggen van een Vispassage als onderdeel van het project Vispassage en gemaal Arcen, ter bevordering van de ecologische kwaliteit van het water en de diversiteit van soorten in het gebied en (2) het realiseren van een gemaal in de primaire waterkering ter verbetering van de bescherming van Arcen tegen hoogwater.

1.2 Projectbeschrijving

Het projectgebied ligt in de gemeente Venlo. Het plan voorziet in een vispassage die de Maas en het bovenstroomse tracé van de Lingsforterbeek met elkaar verbindt waardoor vissen en andere fauna de watermolen kunnen passeren. Het tracé waar de vispassage is voorzien, takt noordelijk af van de Lingsforterbeek en gaat in westelijke richting om de molenaarswoning en de Wijmarsche watermolen heen en sluit, net voor de kistdam en het gemaal, aan op de Lingsforterbeek. De vispassage wordt uitgevoerd met twee visliften.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 1: Overzicht van het projectplangebied met het te realiseren gemaal en de vispassage

Daarnaast is in het (goedgekeurde en onherroepelijke) projectplan Waterwet Dijkversterking en -verlegging Arcen opgenomen dat nabij de watermolen een nieuw gemaal wordt gerealiseerd. Het gemaal wordt in een nieuw aan te leggen kistdam gebouwd die tevens functioneert als primaire kering. Dit nieuwe gemaal zorgt ervoor dat bij hoogwater op de Maas het binnendijkse gebied in en rond Arcen niet volloopt met water dat afkomstig is van lokaal gevallen neerslag. Het gemaal zal het regenwater dat binnendijks gevallen is en dat door de lokale beken wordt aangevoerd, afvoeren naar de Maas.

Figuur met daarin een impressie van het ontwerp. De ontwerplijnen van de vispassage en het gemaal staan hierin aangegeven op de kaart.
Figuur 2 Impressie van ontwerplijnen van het definitief ontwerp

2 Uitvoering

2.1 Ontwerpuitgangspunten

De vispassage verbindt de Maas en het bovenstroomse tracé van de Lingsforterbeek. Het tracé waar de vispassage is voorzien, takt noordelijk af van de Lingsforterbeek en gaat in westelijke richting om de molenaarswoning  en  de Wijmarsche watermolen heen en sluit net voor de kistdam en het gemaal, aan op de Lingsforterbeek. De vispassage wordt uitgevoerd met twee visliften van de firma Vislift, welke tevens zorgdragen voor een goede waterverdeling tussen de vispassage en de watermolen. 

Voor de vispassage zijn de volgende uitgangspunten bepaald:

  • de lokstroom heeft binnendijks bij de vislift 100 liter/seconde nodig;

  • bij minder dan 50 liter/seconde valt de vislift uit;

  • de watermolen mag één keer per twee weken voor de economische functie gedurende maximaal 24 uur stuwen.

 

Het gemaal wordt zo gerealiseerd dat het aangevoerde water vanuit het achterland, via de Lingsforterbeek en de Lommerbroeklossing, bij een normaal Maas-peil (stuwpeil) altijd afgevoerd wordt via de doorlaat in de kistdam. Zodra het Maas-peil enkele meters stijgt en het water zowel binnen- als buitendijks een peil bereikt boven ca. NAP +13,30m zullen de beide hefschuiven in deze doorlaatvoorziening sluiten, en neemt het naastgelegen gemaal de waterafvoer over.  Het water verzamelt zich dan binnen de nieuwe kistdam in de maalkom ten zuiden van de watermolen bij de kistdam. 

Voor het gemaal zijn de volgende uitgangspunten bepaald:

  • De droge ruimte in het gemaal is constructief berekend op het kunnen weerstaan van een binnendijks hoogwaterpeil van NAP +16,75 m.

  • De nieuwe waterkering is ontworpen op een maatgevend hoogwater (MHW) dat hoort bij de voor dit traject gehanteerde veiligheidsbenadering, met een herhalingstijd van circa 1:100 tot 1:300 jaar.

  • Het kunstwerk (gemaal en waterkerende constructie) is gedimensioneerd op een zichtjaar 2125, uitgaande van het meest behoudende klimaatscenario (W+).

  • De capaciteit van het gemaal als geheel kan – afhankelijk van het aantal ingeschakelde pompen en de toegepaste toerentallen – variëren tussen circa 27 en 210 m³/min, zowel bij lage als bij hoge peilverschillen.

 

Voor zowel de vispassage als het gemaal is de levensduur van de betonconstructie en damwanden ontworpen op 100 jaar. De overige onderdelen hebben een levensduur van tenminste 50 jaar (uitgezonderd elektrotechnische installatie en toe te passen kunststof / rubber onderdelen). 

2.2 Permanente maatregelen

De permanente maatregelen voor de vispassage bestaan uit:

  • begrenzing van de tuin behorend bij Schans 20 aanpassen. Door de aanleg van de kistdam door de tuin wordt noordelijk van de tuin (plek  richting huidig gemaal) de tuin gereconstrueerd. De aktepassering met Stichting Het Limburgs landschap heeft hiervoor al plaatsgevonden;

  • Aanpassen en graven watergangen met de aanleg van onderhoudspaden; 

  • Plaatsen van twee visliften.

 

De permanente maatregelen voor het gemaal bestaan uit:

  • Aanbrengen paalfundatie, damwandplanken en legankers;

  • Opvullen van de ruimte tussen de damwanden met grond;

  • Realiseren van grondwerk rondom het gemaal;

  • Realiseren gemaal, bestaand uit een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw heeft een instroomvloer op NAP +11,00m en bevat  achtereenvolgens een vuilrooster, drie instroomkokers met de pompen en een droge kelder met het leidingwerk dat het water door de dijk heen afvoert naar de Maas-zijde. Dit leidingwerk is vanuit het oogpunt van waterveiligheid voorzien van twee keermiddelen; een automatische schuifafsluiter en een eindklep aan de Maas-zijde van de kistdam. De instroomzijde is voorzien van een dek op NAP +14,50m ten behoeve van het reinigen van het vuilrooster. Het dek is bereikbaar voor onderhoudsvoertuigen vanaf de zuidzijde via een afrit vanaf de kistdam.

2.3 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen

Ten behoeve van de aanleg van de Vispassage en het gemaal vinden verschillende tijdelijke werkzaamheden plaats. Voor dit tijdelijk ruimtebeslag is een inschatting gemaakt. De werkzaamheden vinden plaats in het 'Werkgebied Projectbesluit Vispassage en Gemaal Arcen’ zoals weergegeven in Figuur 3. Binnen dit tijdelijk ruimtebeslag dient de aannemer haar werkzaamheden te organiseren. Indien een aannemer aanvullende gronden nodig heeft voor realisatie dient de aannemer daar zelf aanvullende afspraken over te maken. Het betreft de volgende tijdelijke werkzaamheden:

  • Rij- en werkstroken ten behoeve van de bouwlogistiek;

  • Werkterreinen;

  • Tijdelijke depots;

 

Uitgangspunt hierbij is dat het werkterrein voorafgaand aan de aanleg van de vispassage en het gemaal bouwrijp wordt gemaakt, waarna het volledig nieuw in te richten terrein tijdelijk in gebruik wordt genomen. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de aannemer de bouwlogistiek inzichtelijk maken en afstemmen met de gemeente, als onderdeel van de te verkrijgen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden zijn een tijdelijke werkstrook en bouwroute nodig. De werkstrook maakt deel uit van het tijdelijk tijdelijk ruimtebeslag (Bijlage 2). De bouwroute loopt evenwijdig aan de Schans en sluit op twee plekken erop aan, waar veilige inritten worden gecreëerd.

Een luchtfoto met daarop het ontwerp en de bouwroute gedurende de uitvoeringsfase weergegeven.
Figuur 3: Bovenaanzicht van werkterrein (geel) en bouwroute gedurende de uitvoeringsfase

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt er rekening gehouden met de kans dat een hoogwatersituatie kan optreden. Bij werkzaamheden op of aan de primaire waterkeringen dient het bestaande veiligheidsniveau altijd aantoonbaar te zijn geborgd. Voor de uitvoering wordt een door Waterschap Limburg goed te keuren noodplan opgesteld.

2.4 Bouw- en aanlegfase

De vispassage en het gemaal worden via de volgende stappen gerealiseerd:

1. Voorbereidende werkzaamheden zoals onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten, kappen van bomen en ecologische maatregelen;

2. Tijdelijk omleggen van de beek om de bouw van de nieuwe doorlaat droog te kunnen uitvoeren;

3. Aanbrengen van paalfundatie onder het gemaal en de doorlaat;

4. Aanvullen van het bestaande maaiveld ter plaatse van de damwand en kistdam tot een hoogte van 15.00+m NAP;

5. Aanbrengen van damwandplanken voor de kistdam, doorlaat en gemaal;

6. Plaatsen van legankers tussen de dampwanden; 

7. Opvullen van de ruimte tussen de damwanden met grond;

8. Realiseren van het rondwerk rondom de kistdam en het gemaal;

9. Realiseren van het gemaal en de doorlaat en het plaatsen van de visliften;

10. Afbouw met o.a. metselwerk, straatwerk, inzaaien en plaatsen van hekwerken.

2.5 Beheer en onderhoud

Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de vispassage en het gemaal. In het ruimtelijk ontwerp is qua ruimtebeslag rekening gehouden met voldoende bereikbaarheid ten behoeve van toekomstig beheer en onderhoud.

2.6 Ambtshalve wijzigingen

Het ontwerpprojectbesluit heeft met de ontwerp-omgevingsvergunning bouwen en werken en het ontwerpwijzigingsbesluit werkingsgebieden vanaf 16 mei 2026 tot en met 26 juni 2026 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. 

Op 15 juni 2026 is een positief advies met instemming van Rijkswaterstaat ontvangen. Geadviseerd is om in het definitief projectbesluit enkele aanvullingen op te nemen. Deze aanvullingen zijn opgenomen waardoor het definitief projectbesluit ambtshalve is gewijzigd ten opzicht van het ontwerp-projectbesluit,. 

Deze ambtshalve wijzigingen houden enkel in, dat voor de beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk de voorschriften uit de paragrafen 3.3.6 en 3.3.7 van de Richtlijn Vaarwegen 2020 gelden en 9 bijlagen met ontwerptekeningen zijn toegevoegd. De voorschriften zijn ogenomen in  paragraaf 5.1 van deze regeling.

 Deze ontwerptekeningen zijn ook onderdeel van de (ontwerp)omgevingsvergunning bouwen en werken. Voor het overige is het projectbesluit definitief gemaakt met de daarbij behorende wijzigingen en actualisatie, zoals het wijzigen van de termen ontwerpprojectbesluit in  projectbesluit.

3 Flexibiliteitsbepaling

De maatregelen en voorzieningen worden uitgevoerd volgens de kaartbeelden bij dit projectbesluit. Niet uit te sluiten is dat in de uitvoering kleine afwijkingen ontstaan van de maatvoering zoals opgenomen in de kaarten. Dit is inherent aan de aard van de werkzaamheden, de machines die worden gebruikt en de gesteldheid van het terrein. 

Bij de realisatie van de vispassage en het gemaal mag worden afgeweken van het projectbesluit mits:

  • het type gekozen oplossing niet wijzigt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een grondoplossing niet door een constructieve oplossing vervangen kan worden of andersom. Een wijziging van materiaal is bijvoorbeeld wel mogelijk zolang ook aan de overige voorwaarden van deze flexibiliteitsbepaling is voldaan; en 

  • het ontwerp binnen het definitief ruimtebeslag blijft;

  • de aan het ontwerp verbonden milieu- en omgevingseffecten niet groter zijn dan de milieu- en omgevingseffecten die zijn beschreven in de motivering van het Projectbesluit en in de mer-aanmeldingsnotitie en er geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving; 

 

Met andere woorden: Het uitvoeringsontwerp dient te passen binnen het ontwerp van dit projectbesluit, tenzij het (detail)afwijkingen betreft die passen binnen de bovenstaande voorwaarden.  

4 Maatregelen ter beperking of voorkoming van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving

4.1 Introductie

Op sommige aspecten van de leefomgeving hebben de vispassage en het gemaal een effect. Hiervoor worden aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Deze maatregelen worden in de volgende paragrafen (niet limitatief) opgesomd.

4.2 Flora en Fauna

Er wordt gewerkt binnen de vergunning van de dijkversterking en volgens het ecologisch werkprotocol (Backx, 2024) en daarnaast is de algemene zorgplicht (art 1.6 Omgevingswet) van kracht om negatieve effecten op beschermde soorten en overtreding van het onderdeel soortenbescherming uit de Omgevingswet te voorkomen. 

4.3 Bomen

Middels het kappen en aanplanten van struiken en bomen wordt de vispassage landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een melding kap houtopstanden gedaan. Er worden 25 bomen teruggeplaatst voor de 25 te kappen bomen. Dit staat los van de compensatie van 17 bomen bij de MFA (multifunctionele accommodatie) in Arcen, wat de compensatie vanuit de omgevingsvergunning kap betreft. Deze omgevingsvergunning was verleend t.b.v. het project dijkversterking Arcen. Er worden ten opzichte van de huidige situatie geen extra bomen toegevoegd aan het blijvend buitendijks gebied. Wel wordt binnen- en buitendijks het aantal te kappen bomen in een gelijk aantal in het projectgebied, op een andere plek dan waar de kap plaatsvindt, herplant. 

4.4 Stikstofdepositie

Met de inzet van stikstofarm materieel voor de werkzaamheden is de uitstoot van emissies beperkt en is er minder geluidshinder, waarbij gewerkt dient te worden binnen de kaders van de vergunning zoals verleend voor de dijkversterking. Er zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig. 

4.5 Water

De watertoevoer door de vispassage kan worden gereguleerd middels een bypass en afsluiters. Afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid water kunnen de bovenstroomse en benedenstroomse vislift aan- of uitgezet worden. Hierdoor blijft de vispasseerbaarheid gewaarborgd en worden ongunstige situaties voor vismigratie voorkomen, terwijl er ook zorg gedragen wordt voor voldoende water voor de molen. 

Vanuit de KRW zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig voor de eindsituatie. Er zijn alleen tijdelijke effecten. Die blijven onder de grenswaarden. Wel geldt dat de aanplant van nieuwe bomen en struiken aansluitend aan de realisatie moet plaats vinden om schaduwwerking te bevorderen en er bij het werken gestreefd moet worden naar minimale vertroebeling.

4.6 Bodem (milieuhygiënisch)

Op de locatie waar op basis van het ontwerp bodemroerende werkzaamheden gepland zijn en waar aan de hand van (water)bodemonderzoek en bijbehorende beoordeling mogelijk sprake is van bodemverontreiniging, wordt afperkend onderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden. Aangetroffen verontreinigingen kunnen dan eerst gesaneerd worden voordat de realisatie van het gemaal en de vispassage verder plaats vindt. Hierover heeft de aannemer net zoals bij eerdere situaties in Arcen noord en midden overleg en afstemming met RWS of gemeente Venlo. In casu is er sprake van waterbodem en wordt de situatie met RWS, als bevoegd gezag, kortgesloten. 

4.7 Landschap

In het definitieve ontwerp is zo veel mogelijk geoptimaliseerd om landschappelijke effecten te minimaliseren. Dit is vooral gebeurd door het ruimtebeslag van de vispassage klein te houden. Ook wordt middels aanplant van struiken en bomen de vispassage landschappelijk ingepast.

4.8 Archeologie

In de voorbereiding hebben divers archeologische onderzoeken plaats gevonden en is er een proefsleuf gegraven. Voor de realisatie geldt dat door middel van archeologische begeleiding bij toevalsvondsten, het zorgvuldig omgegaan met archeologische waarden wordt geborgd en worden negatieve effecten voorkomen. Conform de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) dienen eventuele vondsten te worden gemeld.

4.9 Kabels en leidingen

Door laagsgewijs te graven wordt tijdens de uitvoering zorgvuldig omgegaan met onzekerheden in de ondergrond, zoals mogelijke verstoringen door het puinpad en onvoorziene kabels/leidingen.

4.10 Trillingen

Uitvoering vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving voor trilling- en geluidshinder. Er is aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van vervorming en trillingshinder. Vooraf worden bouwkundige opnames gedaan aan de omliggende gebouwen (Schans 20 en 20a) en infrastructuur en wordt een monitoring opgezet zodat tijdig kan worden ingegrepen om schade zo veel mogelijk te voorkomen

5 Omgevingsvergunningen

5.1 Geïntegreerde omgevingsvergunningen

De Ow biedt de mogelijkheid in het projectbesluit te bepalen dat het projectbesluit eveneens geldt als een omgevingsvergunning, indien een dergelijke vergunning voor de uitvoering van het projectbesluit is vereist (artikel 5.52, lid 2, onder a, Ow). Daarmee krijgt het projectbesluit juridisch het karakter van een integraal besluit. Dit is bij dit projectbesluit het geval voor die werkzaamheden die een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk vereisen. De uitvoering van de in het projectbesluit beschreven maatregelen voor zover die vallen onder de bestemmingsregel ‘Waterstaat – Stroomvoerend deel rivierbed’ zijn aan te merken als vergunningplichtige activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk is vereist. Dit projectbesluit is daarmee aan te merken als een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedsactiviteit met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen, voor zover de uitvoering van de in dit besluit beschreven maatregelen op grond van de paragrafen 6.2.1, 6.2.2 en 6.2.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplichtige activiteiten zijn. Die omgevingsvergunning is integraal onderdeel van onderhavig projectbesluit. 

Voorschrift Omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit

De dwarsstroomsnelheid op de bakenlijn bedraagt maximaal:

  • 0,30 m/s bij een dwarsstroomdebiet van 50 m³/s of minder; 

  • 0,15 m/s bij een dwarsstroomdebiet van meer dan 50 m³/s.


Na afronding van dijkversterking en de aanleg van het gemaal en de vispassage, zal het ‘beperkingengebied in beheer bij het Rijk’ een nieuwe begrenzing krijgen. 

De vispassage en het gemaal zijn niet strijdig met het geldende Omgevingsplan en daarom hoeft het projectbesluit niet als omgevingsvergunning voor een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) te gelden. 

De omgevingsvergunning kap wordt gelijktijdig met de gecoördineerde terinzagelegging van het ontwerpprojectbesluit bekendgemaakt en ligt ter inzage. Deze volgt de regulier procedure. Dit laatste gebeurt, zodat de kapwerkzaamheden vanaf september 2026 kunnen worden uitgevoerd en mitigerende maatregelen voor de kamsalamander, dassen en bevers tijdig kunnen worden uitgevoerd. 

5.2 Coördinatie omgevingsvergunningen

Voor het gemaal en vispassage coördineert het Provincie Limburg het verlenen van een aantal hoofdvergunningen dat nodig is voor het gemaal en de vispassage. Met het projectbesluit en het besluit wijziging werkingsgebieden wordt de omgevingsvergunningen bouw en werk/werkzaamheden gecoördineerd met toepassing van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. 
De omgevingsvergunning kap en de melding kap houtopstanden zijn separaat verleend en bekendgemaakt. Dit gebeurt, zodat de kapwerkzaamheden vanaf september 2026 kunnen worden uitgevoerd en mitigerende maatregelen voor de kamsalamander, dassen en bevers tijdig kunnen worden uitgevoerd. 

5.3 Reeds vergund

Er zullen werkzaamheden verricht worden in een beperkingengebied bij een waterkering. Deze werkzaamheden worden door de aannemer nog aangevraagd.

In het kader van projectplan waterwet ‘dijkversterking  en –verlegging Arcen’ is de Omgevingsvergunning (Flora- en fauna-activiteit en N2000 gecombineerd, bevoegd gezag provincie Limburg) reeds verleend en passend voor de realisatie van het gemaal en de vispassage. Hiervoor is geen wijzigingsvergunning nodig. 

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten