Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766683
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766683/1
Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 17-09-2026
Intitulé
Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;
Gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
Besluit vast te stellen:
Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- •
Bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- •
BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:
- a.
Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
- b.
Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;
- a.
- •
Civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;
- •
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;
- •
Congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- •
Netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;
- •
Positieve gemeentelijke beoordeling: een schriftelijk vastgelegde beoordeling door of namens het college waaruit blijkt dat een project voldoende concreet en kansrijk is om de gemeentelijke plan- of projectprocedure verder te doorlopen. Voor een initiatief van een derde kan hiervan onder meer sprake zijn na een positieve beoordeling in de gemeentelijke intakeprocedure. Voor een gemeentelijk project kan hiervan blijken uit een college- of raadsbesluit, projectopdracht of een daarmee vergelijkbaar intern besluit. Een positieve gemeentelijke beoordeling houdt geen toezegging in dat planologische medewerking wordt verleend, een omgevingsvergunning wordt verleend of het project daadwerkelijk kan worden gerealiseerd;
- •
Project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of onderwijshuisvesting als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- •
Projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;
- •
Projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;
- •
Prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- •
Projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;
- •
Start bouw: het starten van bouwwerkzaamheden, met inbegrip van de daarmee samenhangende ontgravingswerkzaamheden;
- •
Transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;
- •
Transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;
- •
Volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente transportverzoeken en, bij voldoende bewijslast, prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.
Artikel 2. Toepassingsbereik
-
1. Deze beleidsregel is van toepassing op de plaatsing van woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van derden als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.
-
2. Per afzonderlijk congestiegebied kan de gemeente een afzonderlijke volgordelijst vaststellen.
-
3. Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.
Artikel 3. Doel
Deze beleidsregel heeft tot doel:
- a.
Het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- b.
Het bijdragen aan de realisatie van woon- en onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van wonen en onderwijshuisvesting, die de grondslag vormen voor de opname van deze functies in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- c.
Het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);
- d.
Het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en
- e.
Het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
-
1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.
-
2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.
-
3. De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
-
1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregel in het gemeenteblad.
-
2. Voor deelname aan de eenmalig gecoördineerde indieningsronde in oktober 2026 moet een volledig verzoek uiterlijk zijn ontvangen op de door het college bekendgemaakte uiterste indieningsdatum.
-
3. Vanaf 23 oktober 2026 kunnen verzoeken doorlopend worden ingediend. Volledige nieuwe verzoeken worden zo spoedig mogelijk beoordeeld en, als aan de voorwaarden wordt voldaan, bij de netbeheerder ingediend volgens de dan geldende landelijke werkwijze.
-
4. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
-
1. Een project komt uitsluitend in aanmerking voor opname op de volgordelijst indien het project voorafgaand aan het verzoek positief door de gemeente is beoordeeld.
-
2. Van een positieve gemeentelijke beoordeling als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake wanneer:
- a.
het project een positieve beoordeling heeft gekregen in de gemeentelijke intakeprocedure; of
- b.
uit een andere schriftelijke beoordeling door of namens het college blijkt dat de gemeente bereid is het project verder in de gemeentelijke plan- of projectprocedure te onderzoeken of uit te werken.
- a.
-
3. Bij de positieve gemeentelijke beoordeling wordt ten minste betrokken of:
- a.
de projectlocatie en het voorgenomen programma op hoofdlijnen voldoende duidelijk zijn;
- b.
het project voldoende concreet is om de verdere gemeentelijke plan- of projectprocedure te doorlopen;
- c.
er op het moment van beoordeling geen omstandigheden bekend zijn waardoor verdere gemeentelijke medewerking op voorhand uitgesloten is; en
- d.
een voldoende concrete en realistische globale planning beschikbaar is.
- a.
-
4. Een positieve gemeentelijke beoordeling is uitsluitend een voorwaarde voor deelname aan de procedure op grond van deze beleidsregel. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van planologische medewerking, vergunningverlening, besluitvorming over het project of de beschikbaarheid van transportcapaciteit.De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.
-
5. De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde rechtsbeschermingsprocedure.
-
6. Een verzoek dat onvolledig of onvoldoende onderbouwd is, wordt niet beoordeeld. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert over de mogelijkheid het dossier aan te vullen. Voor de eenmalig gecoördineerde indieningsronde kan aanvulling alleen plaatsvinden binnen de bekendgemaakte indieningstermijn.
-
7. Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten
-
1. Een project dat de gemeente zelf initieert of realiseert, komt uitsluitend in aanmerking voor opname op de volgordelijst indien uit een college- of raadsbesluit, projectopdracht of een daarmee vergelijkbare schriftelijke gemeentelijke beoordeling blijkt dat het project voldoende concreet en kansrijk is om verder te worden uitgewerkt.
-
2. Bij deze beoordeling worden dezelfde criteria toegepast als bedoeld in artikel 6, derde lid.
-
3. De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.
-
4. Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.
Artikel 8. Bestuursverklaring
De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:
- a.
Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief dan wel onderwijshuisvesting, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
- b.
Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;
- c.
Een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;
- d.
Een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;
- e.
Een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;
- f.
Instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;
- g.
Als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om het project te realiseren; en
- h.
Als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor de woon- of onderwijsfunctie.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Voor de eenmalige start in oktober 2026 worden projecten eerst ingedeeld in het toepasselijke landelijke tijdsblok op basis van het startbouwjaar. De hierna genoemde stappen bepalen de onderlinge volgorde binnen hetzelfde tijdsblok.
Stap 1: start bouw
Als eerste stap vindt binnen het toepasselijke landelijke tijdsblok een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. De opgegeven maand moet voldoende concreet en met projectdocumentatie zijn onderbouwd.
Stap 2: projectrijpheid
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:
|
Rangorde: |
Beschikbare documenten: |
|
1 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. |
|
2 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie. |
|
3 |
Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie. |
|
4 |
Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst. |
|
5 |
Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie. |
|
6 |
Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering. |
Stap 3: gewenste datum aansluiting
Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de gewenste datum waarop transportcapaciteit nodig is. Een project wordt hoger gerangschikt als de benodigde transportcapaciteit aantoonbaar eerder nodig is.
- a.
De gewenste aansluitdatum sluit logisch aan op de start bouw, fasering en oplevering van het project;
- b.
De gewenste aansluitdatum is onderbouwd met de beschikbare projectplanning en bewijsstukken; en
- c.
Bij een gefaseerd project wordt per fase aangegeven wanneer de transportcapaciteit noodzakelijk is.
Stap 4: datum oplevering
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
-
1. Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.
-
2. De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.
-
3. Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.
-
4. De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.
Artikel 11. Transparantie en motivering
-
1. De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting te vermelden.
-
2. Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
-
1. Voor de eenmalig gecoördineerde indieningsronde maakt de gemeente de voorlopige volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, voorafgaand aan indiening bij de netbeheerder.
-
2. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project uitsluitend de informatie die noodzakelijk is voor een transparante rangschikking, waaronder de projectnaam, locatie, projectcategorie, omvang en positie op de lijst.
-
3. Na afloop van de termijn voor het verzoek om heroverweging en na verwerking van eventuele heroverwegingen dan wel verwerking van wijzigingen of intrekkingen van de volgordepositie als bedoeld in artikel 14, stelt de gemeente de definitieve volgordelijst vast en maakt deze bekend in het gemeenteblad en via de gemeentelijke website.
Artikel 13. Rechtsbescherming
-
1. Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de voorlopige volgordelijst of met de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de voorlopige volgordelijst kan binnen acht kalenderdagen na bekendmaking schriftelijk een volledig gemotiveerd verzoek om heroverweging indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt de mogelijkheid om een verzoek om heroverweging in te dienen of een ingediend verzoek om heroverweging aan te vullen.
-
2. Na vaststelling en bekendmaking van de definitieve volgordelijst geldt een vrijwillige civiele wachttermijn van acht kalenderdagen. Binnen deze termijn kan een projectontwikkelaar een kort geding aanhangig maken bij de civiele rechter.
-
3. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
-
1. De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:
- a.
De projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;
- b.
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat het project niet meer voor realisatie in aanmerking komt;
- c.
De projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;
- d.
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat het project onuitvoerbaar is geworden.
- a.
-
2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.
-
3. De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.
-
4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
-
1. De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de definitieve volgordelijst het transportverzoek en, bij voldoende bewijslast, het prioriteringsverzoek in behandeling te nemen nadat – als verzoeken tot heroverweging zijn ingediend en/of een kort geding is gevoerd – de rechtsbeschermingsprocedure van artikel 13 is doorlopen.
-
2. De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in, indien de projectontwikkelaar ermee instemt dat de aanbetaling aan de netbeheerder voor zijn rekening komt – hetgeen hij doet door indiening van het formulier met zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst – en nadat de gemeente deze kosten aan de projectontwikkelaar heeft gefactureerd en hij deze volledig heeft voldaan.
-
3. De gemeente stemt het moment van indienen af met andere gemeenten binnen het congestiegebied en met de netbeheerder.
Artikel 16. Rangregeling, inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Bij discrepanties tussen deze beleidsregel en de bijbehorende toelichting op de beleidsregel, gaat de beleidsregel voor.
-
2. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.
-
3. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 september 2026.
De burgemeester,
De secretaris,
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden tot vaststelling van de Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026 (Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026)
Algemeen
Inleiding
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Rheden invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functies woonbehoefte en onderwijshuisvesting bij de netbeheerder.
Aanleiding
Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.
Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:
- 1.
Netcongestieverzachters: partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;
- 2.
Veiligheid: partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;
- 3.
Basisbehoeften: partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte en onderwijshuisvesting.
Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit eerder aan te vragen voor woningbouw en onderwijshuisvesting, ook als het project nog niet in de uitvoeringsfase is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
De VNG heeft gemeenten in 2026 opgeroepen de voorbereidingen voor Eerder Aanvragen tijdig te treffen. Voor de start in oktober 2026 geldt een eenmalig tijdsblokkenschema op basis van het startbouwjaar. Na afloop van dit schema kunnen gemeenten vanaf 23 oktober 2026 doorlopend aanvragen indienen volgens de dan geldende landelijke werkwijze.
Doelstelling
De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid en adequate onderwijshuisvesting. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.
De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit eerder aan te vragen voor woningbouw en onderwijshuisvesting. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:
- •
Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.
- •
Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.
- •
De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.
- •
Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.
De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfuncties woonbehoefte en onderwijshuisvesting, voor zover deze onder de landelijke werkwijze Eerder Aanvragen vallen. Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.
VNG-modelbeleidsregels
Bij het opstellen van deze beleidsregel is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels, de actuele VNG-uitwerking van Eerder Aanvragen en de informatie van de netbeheerder.
Artikelsgewijs
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Project
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.
Volgordelijst
De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de actuele landelijke werkwijze Eerder Aanvragen.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoeften woonbehoefte en onderwijshuisvesting als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.
De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.
Artikel 3. Doel
De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.
Uitwerking
De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en onderwijshuisvesting in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het bieden van een transparante verdelingsprocedure is een belangrijk element van de vereiste gelijke behandeling. Artikel 5 maakt onderscheid tussen de eenmalig gecoördineerde start in oktober 2026 en de doorlopende werkwijze daarna.
Voor de eerste indieningsronde wordt een uiterste indieningsdatum bekendgemaakt. Na 23 oktober 2026 kunnen nieuwe verzoeken doorlopend worden ingediend. In beide situaties is voor de initiatiefnemer vooraf kenbaar welke informatie vereist is.
De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een helder en transparant aanvraagproces is essentieel voor een zorgvuldige en rechtmatige uitvoering van de werkwijze Eerder Aanvragen. Artikel 6 regelt daarom de voorwaarden waaronder een project van een initiatiefnemer in aanmerking kan komen voor opname op de volgordelijst. Het artikel bepaalt tevens welke informatie de projectontwikkelaar moet aanleveren en vormt daarmee de basis voor de verdere beoordeling en rangschikking van projecten.
Positieve gemeentelijke beoordeling
De mogelijkheid om transportcapaciteit eerder in het planproces aan te vragen is bedoeld voor projecten waarvoor een reëel vooruitzicht op verdere ontwikkeling bestaat. Het is niet wenselijk om transportcapaciteit vroegtijdig aan te vragen voor initiatieven waarvan nog onvoldoende duidelijk is of deze gemeentelijk verder worden uitgewerkt.
Daarom geldt als toegangseis dat een project vooraf positief door de gemeente is beoordeeld. Voor initiatieven van derden zal dit in de regel blijken uit een positieve uitkomst van de gemeentelijke intakeprocedure. Indien een project niet via deze procedure loopt, kan ook een andere schriftelijk vastgelegde gemeentelijke beoordeling als grondslag dienen.
Bij deze beoordeling wordt in ieder geval bezien of de projectlocatie en het voorgenomen programma op hoofdlijnen voldoende duidelijk zijn, het project voldoende concreet is om de gemeentelijke plan- of projectprocedure verder te doorlopen, er op het moment van beoordeling geen omstandigheden bekend zijn waardoor verdere gemeentelijke medewerking op voorhand is uitgesloten en een voldoende concrete en realistische globale planning beschikbaar is.
De positieve gemeentelijke beoordeling ziet uitsluitend op de vraag of het initiatief voldoende concreet en kansrijk is om de gemeentelijke plan- of projectprocedure verder te doorlopen. De beoordeling is geen besluit over planologische medewerking, geen toezegging dat een omgevingsvergunning wordt verleend en geen garantie dat het project uiteindelijk kan of zal worden gerealiseerd.
Met deze voorwaarde wordt voorkomen dat projecten met een zeer lage mate van concreetheid voortijdig in de gemeentelijke aanvraag- en rangschikkingsprocedure worden opgenomen. Daarmee wordt tevens het risico beperkt dat transportcapaciteit vroegtijdig wordt aangevraagd voor projecten waarvan de realisatie nog onvoldoende aannemelijk is. Tegelijkertijd worden vooraf kenbare en objectieve criteria gehanteerd, zodat initiatiefnemers onder gelijke omstandigheden op gelijke wijze worden behandeld.
Volledig projectdossier
Naast een positieve gemeentelijke beoordeling is voor het aanvragen van transportcapaciteit en, waar van toepassing, prioritering een volledig en voldoende onderbouwd projectdossier noodzakelijk. De gemeente moet de gegevens en bewijsstukken kunnen gebruiken voor het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder.
Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt een project op de volgordelijst te plaatsen, wordt daarom verwacht dat hij alle daarvoor noodzakelijke informatie tijdig en volledig aanlevert.
De gemeente stelt hiervoor een digitaal aanvraagformulier beschikbaar. In dit formulier worden de gegevens en bewijsstukken gevraagd die nodig zijn voor de gemeentelijke beoordeling, de rangschikking en de latere indiening bij de netbeheerder. Het formulier bevat tevens de verklaringen en instemmingen die samenhangen met de toepasselijke rechtsbeschermingsprocedure als bedoeld in artikel 13.
Aanvraag transportcapaciteit
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
- a.
De naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;
- b.
Een omschrijving en de locatie van het project, onder vermelding van het type bouw en de geografische begrenzing van het projectgebied, bij voorkeur als digitaal polygoonbestand of een andere voldoende nauwkeurige situatieweergave;
- c.
Het verwachte programma van het project, waaronder:
- ●
Voor woningbouw: het aantal en type woningen;
- ●
Voor onderwijshuisvesting: het type onderwijs, de omvang van de onderwijsvoorziening en de relevante gezamenlijke of collectieve voorzieningen;
- ●
- d.
De verwachte elektrische belasting van het project, waaronder in ieder geval:
- 1.
Het aantal en de grootte of doorlaatwaarde van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar woningen of gebouweenheden, collectieve voorzieningen en eventuele onlosmakelijk verbonden activiteiten;
- 2.
De op planniveau voorziene wijze van verwarmen en, voor zover relevant voor de netbelasting, koelen, warmtapwaterbereiding, laadinfrastructuur en andere substantiële elektrische voorzieningen;
- 3.
Het verwachte benodigde transportvermogen, voor zover dit redelijkerwijs kan worden bepaald;
- 4.
De gewenste datum waarop transportcapaciteit noodzakelijk is en de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase.
- 1.
Voor de werkwijze Eerder Aanvragen geldt dat de gewenste definitieve aansluitdatum binnen de op grond van de landelijke werkwijze geldende maximale termijn moet liggen. Indien een project uit meerdere fasen bestaat waarvoor op verschillende momenten transportcapaciteit nodig is, worden deze fasen afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en, voor zover de landelijke werkwijze dit vereist, afzonderlijk aangevraagd.
De initiatiefnemer moet de opgegeven behoefte zo realistisch mogelijk onderbouwen. Wanneer exacte aansluitwaarden of vermogens in deze fase van het project nog niet bekend zijn, kan gebruik worden gemaakt van een voldoende gemotiveerde raming. De gemeente en de netbeheerder kunnen aanvullende informatie verlangen indien de opgegeven gegevens onvoldoende zijn om de aanvraag te beoordelen.
Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader
Wanneer een project in aanmerking komt voor maatschappelijke prioritering, moet het projectdossier tevens voldoen aan de bewijsvereisten uit tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Voor woningbouw – algemeen bevat het dossier, voor zover volgens de Systeemcode vereist:
- 1.
Een bestuursverklaring als bedoeld in artikel 8;
- 2.
Een civielrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de projectontwikkelaar, dan wel het volgens tabel 4 van bijlage 3 van de systeemcode elektriciteit 2026 toegestane alternatieve bewijsstuk;
- 3.
Indien van toepassing, een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, vierde lid, van de systeemcode elektriciteit 2026 en de vereiste bewijsstukken voor kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten of collectieve voorzieningen.
Voor woningbouw in de vorm van collectieve woonvormen bevat het dossier, voor zover volgens de Systeemcode vereist:
- 1.
Een bestuursverklaring als bedoeld in artikel 8;
- 2.
Een overeenkomst of ander volgens tabel 4 van bijlage 3 van de systeemcode elektriciteit 2026 toegestaan bewijsstuk waaruit de collectieve woonvorm voldoende blijkt.
Voor onderwijshuisvesting verschillen de vereiste bewijsstukken per onderwijsfunctie. De toepasselijke bewijsstukken volgen rechtstreeks uit tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. De gemeente dient alleen een prioriteringsverzoek in wanneer de voor de betreffende onderwijsfunctie vereiste bewijsstukken compleet en voldoende zijn.
De bestuursverklaring vormt een belangrijk onderdeel van het prioriteringsverzoek. Daarin moet onder meer worden gemotiveerd dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de betreffende woon- of onderwijsfunctie, dat de activiteit zonder deze capaciteit niet kan starten en dat de activiteit binnen een reële termijn na beschikbaarstelling van de capaciteit zal aanvangen. Deze vereisten zijn nader uitgewerkt in artikel 8.
Verklaringen van de projectontwikkelaar
Naast de voor het transport- en prioriteringsverzoek benodigde projectgegevens en bewijsstukken bevat het projectdossier:
- 1.
een verklaring van de projectontwikkelaar dat de verstrekte gegevens en bewijsstukken naar beste weten juist en volledig zijn en dat hij verantwoordelijk is voor de juistheid van de door hem aangeleverde informatie;
- 2.
een verklaring dat de projectontwikkelaar instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming en kennis heeft genomen van de termijnen en procedure voor heroverweging en civiele rechtsbescherming als bedoeld in artikel 13;
- 3.
een verklaring dat de projectontwikkelaar ermee bekend is dat de gemeente uitsluitend een inspanningsverplichting aangaat ten aanzien van het aanvragen van transportcapaciteit en, waar van toepassing, prioritering en dat geen sprake is van een resultaatsverplichting;
- 4.
voor zover van toepassing, de informatie waaruit blijkt dat het project in overeenstemming is met relevante instructies, instructieregels, provinciale besluiten of andere bindende ruimtelijke kaders die voor het project gelden.
De projectontwikkelaar blijft verantwoordelijk voor het verkrijgen van alle vergunningen, planologische besluiten en overige toestemmingen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het project. Opname op de volgordelijst of het indienen van een verzoek bij de netbeheerder treedt daarvoor niet in de plaats.
Indiening en volledigheidscontrole
Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente Rheden beschikbaar gestelde digitale formulier. De gemeente bevestigt de ontvangst van het verzoek binnen twee werkdagen.
Na ontvangst beoordeelt de gemeente eerst of aan de voorwaarden voor deelname aan de gemeentelijke procedure is voldaan. Daarbij wordt onder meer gecontroleerd of sprake is van een positieve gemeentelijke beoordeling en of het projectdossier volledig en voldoende is onderbouwd.
Een verzoek dat niet voldoet aan de in artikel 6 opgenomen toelatingsvoorwaarden, onvolledig is of onvoldoende is onderbouwd, wordt niet inhoudelijk beoordeeld en komt op dat moment niet in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en geeft daarbij aan of en op welke wijze het verzoek kan worden aangevuld.
Voor deelname aan de eenmalig gecoördineerde indieningsronde in oktober 2026 kan aanvulling uitsluitend plaatsvinden binnen de daarvoor bekendgemaakte indieningstermijn.
Vanaf 23 oktober 2026 geldt de doorlopende werkwijze als bedoeld in artikel 5, derde lid. Een onvolledig of onvoldoende onderbouwd verzoek wordt in dat geval pas inhoudelijk beoordeeld nadat het dossier voldoende is aangevuld. De datum waarop het dossier volledig is, kan daarbij relevant zijn voor de verdere behandeling en indiening volgens de dan geldende landelijke werkwijze.
Project- en locatiegebonden karakter
Een verzoek tot opname op de volgordelijst heeft uitsluitend betrekking op het in het projectdossier omschreven project en de daarbij behorende projectlocatie en projectfase.
Het is niet mogelijk om op basis van een reeds ingediend verzoek een ander project, een andere projectlocatie of een wezenlijk gewijzigde projectfase voor te dragen. In dat geval moet een nieuw verzoek worden ingediend overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen.
Ook relevante wijzigingen in het programma, de locatie, de planning of de benodigde transportcapaciteit kunnen aanleiding geven tot een herbeoordeling en, afhankelijk van de aard en omvang van de wijziging, tot het vervallen van de bestaande positie en de noodzaak van een nieuwe aanvraag. Dit sluit aan op de regeling voor wijziging en intrekking van de volgordepositie in artikel 14.
Artikel 8. Bestuursverklaring
De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.
Artikel 9 werkt de gemeentelijke rangschikking uit in vier achtereenvolgende stappen. Voor de eenmalige start in oktober 2026 geldt eerst de landelijke indeling in tijdsblokken op basis van het startbouwjaar. De gemeentelijke criteria bepalen vervolgens de onderlinge volgorde binnen hetzelfde tijdsblok.
Stap 1 – Start bouw
Binnen hetzelfde landelijke tijdsblok staan projecten met een eerder geplande maand van start bouw hoger dan projecten met een latere start bouw. Het moet gaan om een concreet en plausibel onderbouwde planning.
De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.
Stap 2- Projectrijpheid
Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.
De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.
Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.
Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.
Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld waarvoor andere bewijsmiddelen zijn waaruit blijkt dat het project voldoende concreet is, zoals – maar niet uitputtend – de volgende bewijsstukken:
- •
Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw en onderwijshuisvesting.
- •
Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties.
- •
College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouw- of onderwijshuisvestingsontwikkeling.
Stap 3 – Gewenste datum aansluiting
Als start bouw en projectrijpheid geen onderscheid opleveren, wordt gekeken naar het moment waarop de transportcapaciteit daadwerkelijk nodig is. Hiermee wordt voorkomen dat capaciteit eerder wordt aangevraagd dan de projectplanning rechtvaardigt.
Stap 4 – Datum van oplevering
Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
Loting als tiebreaker voorkomt dat gelijk gerangschikte projecten willekeurig verschillend worden behandeld. Dit is met name relevant wanneer meerdere projecten binnen hetzelfde landelijke tijdsblok op alle rangschikkingscriteria gelijk eindigen.
De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
Voor de eenmalig gecoördineerde start wordt de voorlopige volgordelijst vooraf openbaar gemaakt. De publicatie maakt de toegepaste criteria en rangschikking controleerbaar en biedt betrokken initiatiefnemers gelegenheid om tijdig om heroverweging te verzoeken.
Artikel 13. Rechtsbescherming
Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt een mogelijkheid tot heroverweging geboden.
De termijn van acht kalenderdagen voor een verzoek om heroverweging is kort, maar sluit aan bij het spoedeisende karakter van de verdeling van schaarse transportcapaciteit. Het betreft geen bezwaar in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de rangschikking een voorbereiding is op privaatrechtelijk handelen van de gemeente.
Artikel 13 bevat een interne heroverwegingsmogelijkheid en een vrijwillige civiele wachttermijn. De initiatiefnemer wordt vooraf over deze procedure geïnformeerd. Een geschil over de privaatrechtelijke rangschikking kan uiteindelijk aan de civiele rechter worden voorgelegd.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.
Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om een kort geding bij de civiele rechter te voeren tegen (diens positie op) de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.
Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking bestaat uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. De projectontwikkelaar stemt door indiening van het formulier met diens verzoek tot plaatsing op de volgordelijst ermee in dat de aanbetaling aan de netbeheerder voor zijn rekening komt, hetgeen ook op dat formulier vermeld staat. De gemeente factureert deze kosten aan de projectontwikkelaar. Na volledige voldoening door de projectontwikkelaar aan de gemeente dient de gemeente het transportverzoek en eventueel prioriteringsverzoek in bij netbeheerder Liander.
Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder. Bij de eenmalige start in oktober 2026 geldt een landelijk tijdsblokkenschema. De gemeente Rheden stemt het moment van indienen af met de betrokken netbeheerder en andere gemeenten
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl