Mandaat voor het verlenen van beschikkingen in het kader van de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg)

Geldend van 01-09-2026 t/m heden

Intitulé

Mandaat voor het verlenen van beschikkingen in het kader van de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg)

Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) van de gemeente Kerkrade;

Overwegende dat:

- het wenselijk is om de besluitvorming rondom operationele en uitvoeringstaken te mandateren aan functionarissen die het dichtst bij de uitvoering staan;

- dit bijdraagt aan een efficiënte en slagvaardige bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie;

- artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de juridische grondslag biedt om mandaat te verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet.

Gelet op:

- Artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

- De Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg).

BESLUIT:

Artikel 1. Verlening van mandaat

  • 1. Aan de hoofden van afdelingen Milieu & Bouwen en Openbare Orde & Veiligheid wordt mandaat verleend om namens het college besluiten te nemen, beschikkingen te geven en handelingen te verrichten ter uitvoering van de Wet explosieven voor civiel gebruik.

  • 2. Onder het in het eerste lid genoemde mandaat wordt mede verstaan:

    o Het zowel in negatieve als positieve zin beslissen op aanvragen voor een overbrengingsvergunning als bedoeld in de Wet explosieven voor civiel gebruik;

    o Het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen;

    o Het uitreiken van bewijs van ontvangst en dergelijke;

    o Het verzoeken om aanvullende informatie;

    o Het voeren van correspondentie, die direct samenhangt met de opgedragen taken;

    o Het bekendmaken van besluiten/beschikkingen en de toezending daarvan;

    o Het intrekken van besluiten;

    o Het buiten behandeling laten, c.q. niet in behandeling nemen van aanvragen, en alle andere besluiten/handelingen die genomen/verricht moeten worden binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid.

Artikel 2. Grenzen aan het verleende mandaat

  • 1. Indien, met inachtneming van het gestelde in het tweede lid, bij of namens het college van B&W te nemen besluit, het beleid van het college is betrokken, legt de gemandateerde, de aangelegenheid ter nadere besluitvorming voor aan het college.

  • 2. Voor toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het beleid van het college geacht bij een te nemen besluit te zijn betrokken indien en voor zover:

    a. het nieuw beleid betreft dat (nog) niet is voorbereid, vastgesteld en bekendgemaakt, met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht c.q. met inachtneming van het bepaalde in de ‘Participatieverordening Gemeente Kerkrade’;

    b. het voornemen bestaat tot aanvulling c.q. wijziging van bestaand en bekendgemaakt beleid en bedoelde aanvulling c.q. wijziging toepassing behoeft van hetgeen is bepaald in de ‘Participatieverordening Gemeente Kerkrade’;

    c. Het college dan wel één of meerdere leden van het college en/of de algemeen directeur zulks kenbaar heeft/hebben gemaakt.

  • 3. Indien gemandateerde of op enigerlei wijze zelf belanghebbende is bij de uitoefening van de bevoegdheid waarop het mandaat betrekking heeft, legt hij de aangelegenheid ter besluitvorming voor aan het college.

Artikel 3. Rechtmatigheid

Indien bij de uitoefening van mandaat sprake is van enig financieel belang, wordt integraal uitvoering gegeven aan de geldende verslaggeving-eisen en interne beheersvoorschriften, richtlijnen en procedures.

Artikel 4. Bezwaar/administratief rechtelijke voorziening

Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, leden 2 en 3 Algemene wet bestuursrecht, is de gemandateerde:

a. Niet bevoegd tot het nemen van een beslissing op een bezwaarschrift gericht tegen een bij mandaat genomen besluit;

b. Niet bevoegd tot het nemen van een beslissing indien een andere administratiefrechtelijke voorziening is gevraagd tegen een bij mandaat genomen besluit.

Artikel 5. Ondertekening

  • 1. Een bij mandaat genomen besluit wordt als volgt ondertekend: “namens het college”, gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde/, handtekening van de gemandateerde, alsmede de naam van de gemandateerde;

  • 2. Een bij plaatsvervanging genomen besluit wordt als volgt ondertekend: “namens het college”, gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde, “voor deze”, gevolgd door de functieaanduiding van de plaatsvervanger, handtekening van de plaatsvervanger, naam van de plaatsvervanger;

  • 3. In door het college te bepalen gevallen kan de ondertekening van documenten ingeval van mandaat plaatsvinden langs geautomatiseerde weg.

Artikel 6. Slotbepaling

  • 1. Dit besluit kan worden aangehaald als “mandaatbesluit overbrengingsvergunningen Kerkrade 2026”.

  • 2. Dit besluit treedt na de bekendmaking met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 september 2026.

Ondertekening

Het college, De secretaris,

mevr. dr. T.P. Dassen-Housen dhr. R.M.J.S. Stijns