Beleidsregels capaciteitsprioritering netcongestie woningbouwprojecten gemeente Zwijndrecht 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 14-09-2026

Intitulé

Beleidsregels capaciteitsprioritering netcongestie woningbouwprojecten gemeente Zwijndrecht 2026

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente Zwijndrecht;

gezien het voorstel inzake Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit;

gelet op

  • -

    artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet;

  • -

    de artikelen 7.21 tot en met 7.23 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek Boek 3

overwegende dat,

  • -

    in Zwijndrecht sprake is van netcongestie en aanvragen om transportcapaciteit daardoor te maken kunnen krijgen met een wachtlijst;

  • -

    de gemeente Zwijndrecht binnen één relevant congestiegebied valt;

  • -

    gemeenten vanaf 1 oktober 2026 voor woningbouwprojecten gebruik kunnen maken van de werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”;

  • -

    deze beleidsregels gelden voor aanvragen die gedaan worden in de periode van inwerkingtreding tot en met 23 oktober 2026. De beleidsregels zijn niet van toepassing voor aanvragen na deze datum.

  • -

    de gemeente bij het aanvragen en rangschikken van schaarse transportcapaciteit gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel;

  • -

    het wenselijk is vooraf transparante, objectieve en toetsbare regels vast te stellen voor het aanmelden, beoordelen en rangschikken van woningbouwprojecten;

  • -

    de beschikbaarheid en uiteindelijke toewijzing van transportcapaciteit de verantwoordelijkheid van de netbeheerder blijft;

  • -

    Zwijndrecht bij de gemeentelijke rangschikking gewicht wil toekennen aan projectrijpheid, netbewustheid en maatschappelijk belang.

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende “Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Zwijndrecht 2026”

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • Bestuursverklaring: de door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026.

  • Civielrechtelijke overeenkomst: een koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst, intentieovereenkomst of andere overeenkomst als bedoeld in de toelichting bij tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026, waaruit voldoende concreet blijkt dat het project binnen een bepaalde termijn zal starten.

  • Congestiegebied: het gebied waarbinnen de netbeheerder heeft vastgesteld dat de beschikbare transportcapaciteit ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026.

  • Netbeheerder: de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in de Energiewet die het distributiesysteem in het congestiegebied beheert.

  • Project: een woningbouwproject dat valt onder de functie woonbehoefte en waarvoor de gemeente gebruik kan maken van de werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”.

  • Projectlocatie: de locatie waar het project wordt ontwikkeld.

  • Projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die de gemeente verzoekt voor een project transportcapaciteit en maatschappelijke prioriteit aan te vragen bij de netbeheerder.

  • Prioriteringsverzoek: een verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit 2026.

  • Projectdossier: het geheel van gegevens en bewijsstukken dat ten behoeve van een project wordt samengesteld ter onderbouwing van het verzoek om transportcapaciteit en prioritering.

  • Transportcapaciteit: de capaciteit die beschikbaar is voor het transport van elektriciteit op het distributiesysteem.

  • Volgordelijst: de door het college vastgestelde rangordelijst van projecten waarvoor de gemeente transport- en prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder indient.

  • Woonbehoefte: de bouw en renovatie van woningen, waaronder collectieve woonvormen, alsmede daaraan gekoppelde collectieve voorzieningen en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, overeenkomstig de functie woonbehoefte in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing en rangschikking van projecten op de volgordelijst waarvoor de gemeente gebruikmaakt van de werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”.

  • 2.

    Projecten waarvoor vóór 1 juli 2026 overeenkomstig de toen geldende vereisten reeds een volledige aanvraag voor transportcapaciteit bij de netbeheerder is ingediend en die volgens het bestaande proces worden behandeld, worden niet op grond van deze beleidsregels opnieuw gerangschikt.

  • 3.

    Projecten die door de netbeheerder onder de overgangsregeling “Onder handen werk” worden behandeld, worden niet op grond van deze beleidsregels opnieuw gerangschikt zolang zij onder die regeling vallen. Indien een door de gemeente aangemeld project niet wordt aangemerkt als 'onder handen werk' door Stedin voor 15 september 18.00, dan wel deze status nadien vervalt, wordt het betreffende project opgenomen in de gemeentelijke prioriteitenlijst voor aanvragen van transportcapaciteit overeenkomstig het door Stedin gehanteerde proces 'Eerder aanvragen in het bouwproces'."

  • 4.

    Indien een project niet langer onder de overgangsregeling “Onder handen werk” wordt behandeld en voor dat project gebruik wordt gemaakt van de werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”, zijn deze beleidsregels alsnog van toepassing.

Artikel 3 Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    bij te dragen aan de realisatie van woonbehoefte in het congestiegebied door de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering op een transparante wijze uit te oefenen;

  • b.

    een transparante, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst te waarborgen;

  • c.

    bij de rangschikking van projecten gewicht toe te kennen aan projectrijpheid, netbewustheid en maatschappelijk belang;

  • d.

    aansprakelijkheidsrisico’s voor het college als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder te beperken, in het bijzonder risico’s die voortvloeien uit ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

  • e.

    rechtszekerheid te bieden aan projectontwikkelaars over de wijze waarop de gemeente haar rol bij het aanvragen van transportcapaciteit en prioritering uitoefent.

Hoofdstuk 2. Het aanmelden en beoordelen van projecten

Artikel 4 Benodigde gegevens transportcapaciteit

  • 1.

    Een projectontwikkelaar kan bij de gemeente verzoeken een project op de volgordelijst te plaatsen, indien het project valt onder de functie woonbehoefte en in aanmerking komt voor de werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”.

  • 2.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst. Hij gebruikt hierbij het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier met informatie over ten minste de volgende gegevens voor het aanvragen van transportcapaciteit:

    • a.

      een omschrijving en de locatie van het project, met vermelding van het type bouw (grondgebonden woningen, gestapelde woningen of een combinatie daarvan) en de geografische begrenzing van het projectgebied, bij voorkeur als polygoon;

    • b.

      het verwachte totale aantal woningen en de verdeling naar woningtype, waaronder sociaal, middenhuur en koop;

    • c.

      de verwachte elektrische belasting van het project, waaronder:

      • i.

        het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten,

      • ii.

        de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen; iii. de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en binnen een maximale termijn van tien jaar na de datum van indiening;

      • iii.

        een motivatie, die bevat:

        • a)

          een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

        • b)

          een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

        • c)

          een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

        • d)

          als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

        • e)

          als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie;

        • f)

          alle voor de prioritering conform artikel 5 benodigde bewijsstukken;

        • g)

          een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

        • h)

          een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

        • i)

          instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt weggenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • 3.

    Voor eigen gemeentelijke projecten worden voor het aanvragen van transportcapaciteit dezelfde gegevens in het projectdossier opgenomen als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5 Benodigde gegevens prioritering

  • 1.

    Ten behoeve van het verzoek om prioritering worden in het projectdossier de volgende gegevens en bewijsstukken opgenomen:

    • a.

      een civielrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de projectontwikkelaar;

    • b.

      indien niet kan worden voldaan aan onderdeel a: een verklaring waaruit blijkt dat het project past binnen het geldende omgevingsplan;

    • c.

      indien niet kan worden voldaan aan onderdeel a of b: een of meer alternatieve bewijsstukken die op grond van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de functie woonbehoefte zijn toegestaan, zoals prestatieafspraken tussen woningcorporatie en gemeente, een toegekende rijkssubsidie en/of een college- of raadsbesluit, inclusief de relevante bijlagen;

    • d.

      een concrete en onderbouwde datum voor de start van de bouw, onderbouwd met een projectplanning.

  • 2.

    Op basis van het complete projectdossier stelt het college de bestuursverklaring op als bedoeld in artikel 10.

  • 3.

    Voor eigen gemeentelijke projecten worden voor het aanvragen van prioritering dezelfde gegevens en bewijsstukken in het projectdossier opgenomen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6 Ontvankelijkheid en verantwoordelijkheid

  • 1.

    Een project wordt aangemeld met gebruikmaking van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier, op de door het college bekendgemaakte wijze.

  • 2.

    De gegevens en bewijsstukken als bedoeld in de artikelen 4 en 5 moeten uiterlijk op 15 september 2026,18.00 door het college zijn ontvangen.

  • 3.

    Indien gegevens of bewijsstukken ontbreken of nadere verduidelijking nodig is voor een volledige beoordeling, kan het college de projectontwikkelaar verzoeken de aanvraag aan te vullen. De gevraagde aanvulling moet uiterlijk op 15 september 2026,12.00 zijn ontvangen.

  • 4.

    Het college toetst de ontvangen gegevens en bewijsstukken per project en ontvangen projectdossiers.

  • 5.

    De projectontwikkelaar blijft verantwoordelijk voor de juistheid, actualiteit en onderbouwing van de door hem aangeleverde gegevens en bewijsstukken.

  • 6.

    Een aanvraag die na 15 september 2026, 18.00 wordt ingediend, of die na afloop van de hersteltermijn niet volledig is, wordt niet meegenomen in de betreffende beoordelings- en indienronde. Het project kan in een volgende indienronde opnieuw of alsnog worden beoordeeld en wordt dan overeenkomstig deze beleidsregels gerangschikt.

Artikel 7 Beoordelingscriteria en puntentoekenning

Het college stelt een rangorde op voor prioriteringsverzoeken op basis van een puntenstelsel. Het college beoordeelt elk project aan de hand van de volgende criteria. In totaal zijn maximaal 150 punten te behalen.

Criteria projectrijpheid

Punten

1.

Projecten met 11 woningen of minder.

50

2.

Projecten met 12 woningen of meer:

  • a.

    Complete aanvraag of aanvragen voor de voor het project vereiste omgevingsvergunning(en) voor de ruimtelijke bouwactiviteit en, voor zover vereist, de technische bouwactiviteit zijn ingediend.

10

  • b.

    Onherroepelijke bouwtitel op basis van een in werking getreden omgevingsplan of een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

10

  • c.

    Een anterieure of andere privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten, waarin afspraken over fasering zijn vastgelegd en het kostenverhaal is verzekerd.

10

  • d.

    Een aannemingsovereenkomst is gesloten waaruit blijkt dat de bouw binnen één jaar start.

10

  • e.

    De voor het project benodigde gronden zijn in eigendom of het eigendom daarvan is verzekerd.

10

Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel

50

Criteria netbewustheid

Punten

3.

De grondgebonden woningen kennen een gemiddelde piekbelasting van 10 W/m² of lager.

10

4.

De grondgebonden woningen kennen een gemiddelde piekbelasting van 8 W/m² of lager (aanvullend op criterium 3).

20

5.

De gestapelde woningen kennen een gemiddelde piekbelasting van 11 W/m² of lager.

5

6.

De gestapelde woningen kennen een gemiddelde piekbelasting van 9 W/m² of lager (aanvullend op criterium 5).

10

Indien een project zowel grondgebonden als gestapelde woningen omvat, wordt voor de gebouwgebonden netbewustheid een gewogen gemiddelde score toegekend op basis van de verhouding tussen het aantal grondgebonden en gestapelde woningen. De gebouwgebonden score bedraagt maximaal 30 punten.

30

7.

Aanvullende niet-gebouwgebonden piekreductiemaatregelen worden aantoonbaar getroffen waardoor het elektriciteitsnet minder wordt belast.

10

Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel

40

Criteria maatschappelijk belang

Punten

8.

Het project draagt in grote mate bij aan de uitbreiding van de woningvoorraad en omvat 50 woningen of meer.

40

9.

Meerwaarde voor Zwijndrecht. Het project draagt aantoonbaar bij aan de doelen uit de omgevingsvisie.

20

Totaal maximaal te behalen voor dit onderdeel

60

Artikel 8 Totaalscore en rangordebepaling

  • 1.

    Het college maakt een verslag van de beoordeling en de rangordebepaling.

  • 2.

    Het college berekent per project de totaalscore door de scores voor projectrijpheid, netbewustheid en maatschappelijk belang bij elkaar op te tellen. De maximaal te behalen totaalscore is 150 punten.

  • 3.

    De volgordelijst wordt samengesteld in aflopende volgorde van de totaalscore. Het project met de hoogste totaalscore krijgt de hoogste positie.

  • 4.

    Het college stelt de definitieve volgordelijst vast en maakt deze openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad.

  • 5.

    Op de gepubliceerde volgordelijst wordt per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen, de totaalscore en de positie op de lijst.

Artikel 9 Regionale afstemming

De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied, zodat sprake is van een evenwichtige en evenredige prioritering van projecten.

Artikel 10 Bestuursverklaring

Voor het aanvragen van transportcapaciteit en prioritering stelt het college een bestuursverklaring op die voldoet aan de eisen van artikel 7.21, derde en vierde lid, en tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026.

Artikel 11 Rangschikking bij gelijke totaalscore

Indien twee of meer projecten een gelijke totaalscore als bedoeld in artikel 8 behalen, krijgt het project met de hoogste score op het onderdeel maatschappelijk belang voorrang. Indien ook de score op het onderdeel maatschappelijk belang gelijk is, krijgt het project met de vroegste concrete en onderbouwde startdatum van de bouw voorrang. De startdatum moet blijken uit een concrete en onderbouwde projectplanning. Indien ook de startdatum gelijk is, wordt de onderlinge volgorde door loting bepaald.

Artikel 12 Geschillenregeling

  • 1.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst of met de positie van een project op de volgordelijst, kan binnen tien werkdagen na bekendmaking daarvan een gemotiveerd geschil voorleggen aan het college.

  • 2.

    Het geschil bevat ten minste:

    • a.

      de naam en contactgegevens van de indiener;

    • b.

      de aanduiding van het project waarop het geschil betrekking heeft;

    • c.

      de gronden van het geschil; en

    • d.

      de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept.

  • 3.

    Het college beoordeelt het geschil aan de hand van deze beleidsregels en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die op grond van artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn.

  • 4.

    Het college kan de indiener en andere betrokkenen in de gelegenheid stellen het geschil mondeling toe te lichten.

  • 5.

    Het college neemt binnen twintig werkdagen na ontvangst van het geschil een gemotiveerd standpunt in en stelt de indiener daarvan schriftelijk in kennis.

  • 6.

    Als het college aanleiding ziet de volgordelijst te wijzigen, stelt het de gewijzigde volgordelijst vast en maakt deze bekend overeenkomstig artikel 8. Indien de betreffende transport- of prioriteringsverzoeken reeds bij de netbeheerder zijn ingediend, informeert het college de netbeheerder over de wijziging en verzoekt het college de wijziging, voor zover mogelijk, te verwerken.

  • 7.

    Deze geschillenregeling laat de mogelijkheid onverlet een geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.

Artikel 13 Kosten

Wanneer de netbeheerder bij de gemeente kosten in rekening brengt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor aansluiting of transportcapaciteit, worden deze kosten doorbelast aan de projectontwikkelaar. Door het indienen van een aanvraag bij het college verklaart de projectontwikkelaar zich akkoord met deze kostenverplichting.

Artikel 14 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

  • 2.

    Voor transformatie van bestaande bouw waarbij het redelijkerwijs niet mogelijk blijkt om maatregelen te treffen om te voldoen aan de criteria voor netbewustheid in artikel 7, kan het college punten voor netbewustheid toekennen op basis van aantoonbare, realistische maatregelen die de netbelasting beperken.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het elektronisch publicatieblad van de gemeente.

Artikel 16 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Zwijndrecht 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 september 2026.

Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht,

Loco-secretaris, Burgemeester,

W. Schultink, L.C.A. Anink

Algemene toelichting

Aanleiding

Netcongestie beperkt de mogelijkheid om nieuwe en zwaardere aansluitingen direct van transportcapaciteit te voorzien. Vanaf 1 oktober 2026 kunnen gemeenten voor woningbouwprojecten gebruikmaken van de landelijke werkwijze “Eerder aanvragen in het bouwproces”. Daarmee kan voor projecten tot tien jaar vooruit eerder een transportaanvraag worden ingediend. De aanvraag geeft geen garantie op transportcapaciteit; de uiteindelijke beoordeling en toewijzing blijven bij de netbeheerder.

Beleidsruimte en gekozen systematiek

De VNG heeft voor deze nieuwe gemeentelijke rol modelbeleidsregels opgesteld. Binnen de Drechtsteden heeft Dordrecht daarop een aanvullende systematiek ontwikkeld waarin projectrijpheid en netbewustheid worden beoordeeld. Zwijndrecht sluit voor de puntensystematiek aan bij de Dordtse aanpak, maar past deze aan op de Zwijndrechtse beleidskeuzes.

In Zwijndrecht bestaat de hoofdbeoordeling uit drie onderdelen: projectrijpheid (maximaal 50 punten), netbewustheid (maximaal 40 punten) en maatschappelijk belang (maximaal 60 punten). Daarmee bedraagt de maximale totaalscore 150 punten. Maatschappelijk belang is dus onderdeel van de primaire beoordeling en krijgt daarnaast bij een gelijke totaalscore extra gewicht als eerste doorslaggevend criterium.

Het Zwijndrechtse onderdeel maatschappelijk belang bestaat uit de omvang van de woningtoevoeging (50 woningen of meer) en aantoonbare bijdrage aan de doelen van de omgevingsvisie.

Gelijke behandeling

De gemeente kan zowel verzoeken ontvangen voor projecten van externe initiatiefnemers als zelf bij woningbouwprojecten betrokken zijn. Daarom wordt voor alle projecten dezelfde informatie verzameld en worden dezelfde beoordelingscriteria toegepast. De beleidsregels leggen deze werkwijze vooraf vast en maken de rangschikking controleerbaar en navolgbaar.

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begrippen sluiten waar mogelijk aan op de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De definitie van woonbehoefte verwijst naar tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode. De bestuursverklaring volgt uit artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode.

Artikel 2 Toepassingsbereik

De beleidsregels zijn bedoeld voor projecten waarvoor de gemeente gebruikmaakt van “Eerder aanvragen in het bouwproces”. Projecten die reeds volgens het bestaande proces worden behandeld op basis van een vóór 1 juli 2026 volledig ingediende aanvraag, en projecten die onder de overgangsregeling Onder handen werk vallen, worden niet opnieuw gerangschikt. Valt een project uit de OHW-regeling en wordt vervolgens gebruikgemaakt van Eerder aanvragen, dan gelden deze beleidsregels alsnog. Indien Stedin voor 15 september 2026 kenbaar maakt welke projecten binnen de OHW-regeling vallen, dan vallen deze projecten af de Eerder aanvragen lijst. Indien een door de gemeente aangemeld project niet wordt aangemerkt als 'onder handen werk' door Stedin, dan wel deze status nadien vervalt, wordt het betreffende project opgenomen in de gemeentelijke prioriteitenlijst voor aanvragen van transportcapaciteit overeenkomstig het door Stedin gehanteerde proces 'Eerder aanvragen in het bouwproces'."

Artikel 3 Doel

De beleidsregels dienen enerzijds de voortgang van de woningbouwopgave en anderzijds een transparante en gelijke verdeling van gemeentelijke posities op de volgordelijst. De Zwijndrechtse rangschikking weegt projectrijpheid, netbewustheid en maatschappelijk belang.

Artikelen 4 en 5 Benodigde gegevens

Voor het indienen van transport- en prioriteringsverzoeken moet een projectdossier beschikbaar zijn. De projectontwikkelaar levert via het aanvraagformulier de projectgegevens en bewijsstukken aan. Voor eigen gemeentelijke projecten worden dezelfde gegevens en bewijsstukken in het dossier opgenomen. Het college stelt op basis van het dossier zelf de bestuursverklaring op.

Artikel 6 Ontvankelijkheid en verantwoordelijkheid

De gemeente beoordeelt of de ontvangen informatie compleet is en kan gedurende een hersteltermijn om aanvulling vragen. De precieze data voor de eerste Zwijndrechtse indienronde worden nog ingevuld. Te late of na herstel onvolledige aanvragen worden niet achteraan in dezelfde lijst geplaatst, maar kunnen in een volgende ronde opnieuw volgens dezelfde criteria worden beoordeeld en gerangschikt.

Artikel 7 Beoordelingscriteria

Projectrijpheid geeft de mate van realisatiezekerheid weer. Projecten met maximaal 12 woningen krijgen voor dit onderdeel automatisch 50 punten. Daarmee worden kleinschalige projecten niet onevenredig zwaar belast met eisen aan projectrijpheid. Projecten met 13 woningen of meer kunnen de 50 punten behalen via vijf afzonderlijke criteria.

Maatschappelijk belang telt in Zwijndrecht direct mee in de totaalscore. Een project van 50 woningen of meer krijgt 40 punten. Aantoonbare bijdrage aan de doelen uit de omgevingsvisie levert 20 punten op. De onderbouwing daarvan maakt onderdeel uit van het projectdossier.

Artikel 8 Totaalscore en rangordebepaling

De drie onderdelen worden bij elkaar opgeteld tot maximaal 150 punten. De volgordelijst wordt in aflopende volgorde vastgesteld. De beoordeling wordt vastgelegd, zodat inzichtelijk is hoe de rangorde tot stand is gekomen.

Artikel 9 Regionale afstemming

Afstemming met andere gemeenten binnen hetzelfde congestiegebied is nodig om te voorkomen dat gemeenten elkaar bij de indiening van prioriteringsverzoeken onbedoeld verdringen en om tot een evenwichtige regionale indiening te komen.

Artikel 10 Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is een vereist bewijsstuk voor maatschappelijke prioritering. De inhoud moet voldoen aan artikel 7.21, derde en vierde lid, en tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026.

Artikel 11 Rangschikking bij gelijke totaalscore

Bij een gelijke totaalscore geeft eerst de score op maatschappelijk belang de doorslag. Daarmee krijgt maatschappelijk belang bewust extra gewicht in de Zwijndrechtse systematiek. Is ook die score gelijk, dan volgt de vroegste concreet onderbouwde startdatum. Alleen wanneer ook die gelijk is, wordt geloot.

Artikel 12 Geschillenregeling

Omdat de gemeentelijke volgordelijst samenhangt met privaatrechtelijke aanvragen bij de netbeheerder, voorziet deze beleidsregel in een eigen geschillenregeling. Dit laat de toegang tot de bevoegde burgerlijke rechter onverlet. Indien een wijziging nodig is nadat verzoeken al zijn ingediend, zal de gemeente de netbeheerder vragen de wijziging voor zover mogelijk te verwerken.

Artikel 13 Kosten

Eventuele kosten die de netbeheerder rechtstreeks aan de gemeente in rekening brengt voor behandeling van een aanvraag worden doorbelast aan de betrokken projectontwikkelaar.

Artikel 14 Hardheidsclausule

De hardheidsclausule biedt ruimte voor uitzonderlijke situaties waarin strikte toepassing van de regels tot onevenredige gevolgen leidt. Voor transformatie van bestaande bouw is daarnaast expliciet bepaald dat realistische netbewuste maatregelen kunnen worden gewaardeerd wanneer de reguliere criteria technisch redelijkerwijs niet haalbaar zijn.

Artikelen 15 en 16

De beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en hebben de in artikel 16 opgenomen citeertitel.