Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Velsen 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 12-09-2026

Intitulé

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Velsen 2026

De raad van de gemeente Velsen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum nummer];

gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Velsen 2026

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

Administratie:

het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.Autorisatieniveau:

Niveau waarop de raad de programmabegroting autoriseert.

Overheidsbedrijf:

onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.

Programma:

een samenhangend geheel van activiteiten vast te stellen door de Raad.

Taakveld:

een uniform, genummerd classificatiesysteem (een set van 48 eenheden) dat gemeenten gebruiken om hun uitgaven en baten in de begroting en jaarrekening te structureren en te vergelijken, zoals 'onderwijs', 'jeugdzorg' of 'musea', waardoor financiële informatie transparant en analyseerbaar wordt.

Verantwoordingsgrens:

Een verantwoordingsgrens bij de afgifte van een rechtmatigheidsverklaring in een gemeente is een door de gemeenteraad vastgesteld percentage van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan reserves), waarboven het college (B&W) verplicht is om afwijkingen te rapporteren in de rechtmatigheidsverantwoording.

Paragraaf 2. Begroting en verantwoording

Artikel 2. Vaststelling programma-indeling

  • 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.

  • 2. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma.

  • 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma in ieder geval de verplichte indicatoren zoals aangegeven in de BBV vast.

  • 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Standaard worden al de paragrafen Subsidies en Investeringen toegevoegd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en lasten per Taakveld weergegeven

  • 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nog niet gestarte investeringen per programma het benodigde investeringskrediet weergegeven.

  • 3. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

  • 4. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.

Artikel 4. Kaders (concept)begroting en meerjarenraming

  • 1. Het college biedt de raad een voorjaarsnota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de (concept)begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt de kaders uit deze nota vast.

  • 2. De ramingen van onderhoudsbudgetten in de (concept)begroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsbeleidsplannen zoals die door de raad zijn vastgesteld.

  • 3. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 100.000 opgenomen

Artikel 5. Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen

  • 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de pc-documenten (begroting, voorjaarsnota, najaarsnota) de (gewijzigde) baten en de lasten per programma.

  • 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

  • 3. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf bij het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.

  • 4. In de begroting wordt één post onvoorzien opgenomen (zie artikel 4). Het college is bevoegd onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdelijke uitgaven ten laste van deze post te doen. In de eerstvolgende rapportage wordt de raad hierover geïnformeerd en wordt gevraagd de begroting te wijzigen.

  • 5. College informeert de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.

  • 6. Bij de behandeling van de voorjaarsnota in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages

  • 1. Het college informeert de raad door middel van de voorjaarsnota (eerste 4 maanden) en najaarsnota (8 maanden) over de realisatie van de begroting van de gemeente over het lopend boekjaar.

  • 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

    • a.

      de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden

    • b.

      het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden

    • c.

      het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c;

    • d.

      de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

    • e.

      het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e;

    • f.

      de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten;

  • 3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan 100.000 toegelicht

Artikel 7. Jaarstukken

  • 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

  • 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen

In het kader van de actieve informatieplicht (uitwerking artikel 169, vierde lid Gemeentewet) beslist college niet over:

  • a.

    de aan- en verkoop van niet strategische onroerendegoederen groter dan € 500.000

  • b.

    de strategische aankoop onroerende goederen in het kader van actief grondbeleid groter dan € 3.000.000

  • c.

    omvangrijke, meerjarige verplichtingen met aanmerkelijke risico’s

  • d.

    een geldlening of borgstelling een bedrag hoger dan € 500.000

  • e.

    de bijstelling van doelstellingen uit een beleidsprogramma

dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen

Artikel 9. EMU-saldo

Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 1. De verantwoordingsgrens en de rapportagegrens is vastgelegd in het interne controleprotocol die door de raad is vastgesteld.

  • 2. Fouten en onduidelijkheden (afwijkingen) worden afzonderlijk geëvalueerd. Zowel voor de fouten als de onduidelijkheden geldt de verantwoordingsgrens afzonderlijk.

  • 3. Indien de verantwoordingsgrens wordt overschreden door het totaal aan afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) wat in een begrotingsjaar is geconstateerd, dan rapporteert het college de afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening.

  • 4. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden) die zijn opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording nader toegelicht voor zover deze de rapportagegrens overschrijden. De genomen beheersmaatregelen worden hier ook nader toegelicht

Artikel 11 Voorwaardencriterium

  • 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Deze aspecten kunnen het recht, hoogte en duur bij de uitvoering van de financiële beheershandeling bepalen

  • 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

Artikel 12 Begrotingscriterium

  • 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

  • 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

  • 3. In het intern controleprotocol en het afwijkingenbeleid zijn de spelregels genomen die van belang zijn bij de beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid. De raad stelt het intern controleprotocol vast.

  • 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting in lasten en investeringen als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen in lasten en investeringen worden als acceptabel aangemerkt zoals opgenomen in het afwijkingenbeleid.

  • 5. Het college draagt zorg voor een actueel, door de raad vastgestelde nota Afwijkingenbeleid. Om de vier jaar biedt het college een evaluatie van (de uitvoering van) het Afwijkingenbeleid aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van de bestaande nota.

  • 6. De nota Afwijkingenbeleid geeft bepalingen om te voorkomen dat in strijd wordt gehandeld met het budgetrecht van de raad en daarmee begrotingsonrechtmatigheid te voorkomen

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik

  • 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.

  • 2. Het college draagt zorg voor een actueel, door de raad vastgestelde nota Voorkoming Misbruik en oneigenlijk gebruik gemeente Velsen. In deze nota zijn de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen vastgelegd.

Paragraaf 4. Financieel beleid

Regelgeving die aangehaald wordt in deze paragraaf:

• nota Investeren en afschrijven;

• nota Reserves en Voorzieningen;

• nota Afwijkingenbeleid;

• Treasurystatuut (uitvoeringsregels vast te stellen door college);

• Toetsingskader borgstellingen en geldleningen (uitvoeringsregels vast te stellen door college);.

Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa

College biedt de raad eens in de 4 jaar een nota investeringen en afschrijven aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval:

a. de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd;

b. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie;

c. het moment van starten met afschrijven;

d. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn;

e. de componentenbenadering;

f. restwaarde;

College biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als paragraaf bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.

Artikel 15. Reserves en voorzieningen

  • 1. In de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan plaats.

  • 2. College biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval:

    • a.

      de vorming en besteding van reserves;

    • b.

      de vorming en besteding van voorzieningen, en

    • c.

      bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve.

  • 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:

    • a.

      het specifieke doel van de reserve;

    • b.

      het bestedingsplan van de reserve

    • c.

      de voeding van de reserve;

    • d.

      de maximale hoogte van de reserve, en

    • e.

      de maximale looptijd.

  • 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

Artikel 16. Kostprijsberekening

  • 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken en de kosten voor straatreiniging betrokken.

  • 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

  • 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

  • 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.

  • 6. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

  • 7. In afwijking van het eerste lid wordt bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend, een uitzondering hierop zijn de grondexploitaties. Hier kunnen ook rentebaten worden bijgeschreven als de opbrengsten overheersen. Bij projectfinanciering worden de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van de omslagrente.

Artikel 17. Prijzen economische activiteiten

  • 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.

  • 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.

  • 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.

  • 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.

  • 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.

Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

  • 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen en rioolheffingen, afvalstoffenheffing, leges, grafrechten en marktgelden.

  • 2. Het college biedt eens in de vier jaar de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten. De raad stelt de nota vast.

  • 3. College legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad. .

Artikel 19. Financieringsfunctie

  • 1. College neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

    • a.

      voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

    • b.

      er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

  • 2. College legt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal vast in een uitvoeringsnota “Borgstellingen en geldleningen”.

Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Regelgeving die aangehaald wordt in deze paragraaf:

• nota Vastgoedbeleid (bevat o.a. kaders voor kwaliteitsnorm van de gebouwen)

• nota Grondbeleid

Artikel 20 Lokale heffingen

Bij de begroting neemt het college in de paragraaf Lokale heffingen, naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, eveneens op:

• een overzicht redelijk peil belastingdruk (onbenutte belastingcapaciteit) op

• een overzicht kostendekkendheid van het rioolheffing, afvalstoffenheffing, bouwleges, markgelden en grafrechten.

• de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht;

Artikel 21. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

  • 1. College neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

    • a.

      Het weerstandsvermogen zijnde de relatie tussen de te kwantificeren risico’s en de weerstandscapaciteit;

    • b.

      een berekening van het weerstandsvermogen in een ratio;

  • 2. College biedt minimaal eens in de vier jaar aan de raad een nota risico en weerstandsvermogen aan. Met de nota kan de raad de kaders voor het toekomstig risicobeleid vaststellen.

Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen, naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op:

    • a.

      de voortgang van het geplande onderhoud van de kapitaalgoederen;

    • b.

      de omvang van het (eventuele) achterstallig onderhoud.

  • 2. Het college draagt zorg voor een, door de raad vastgesteld, actueel onderhoudsbeleidsplan openbare ruimte. Het plan geeft (in deelplannen) het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. Om de vier jaar biedt het college een evaluatie van (de uitvoering van) het onderhoudsbeleidsplan aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van het bestaande plan.

  • 3. Het college biedt de raad tenminste eens in de acht jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. Om de vier jaar biedt het college een evaluatie van (de uitvoering van) het rioleringsplan aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van het bestaande plan.

  • 4. Het college draagt zorg voor een, door de raad vastgesteld, actueel vastgoedbeleidsplan en een onderhoudsbeleidsplan gebouwen. De plannen geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. Om de vier jaar biedt het college een evaluatie van (de uitvoering van) het onderhoudsbeleidsplan aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van het bestaande plan.

  • 5. Het college draagt zorg voor een, door de raad vastgesteld, actueel onderhoudsbeleidsplan sportaccommodaties Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de bijbehorende kosten aan de sportaccommodaties. Om de vier jaar biedt het college een evaluatie van (de uitvoering van) het onderhoudsbeleidsplan aan, met daarin een voorstel tot aanpassing of handhaving van het bestaande plan.

Artikel 23. Financiering

In de paragraaf Financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op:

  • a.

    de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

  • b.

    de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage.

Artikel 24. Bedrijfsvoering

In de paragraaf Bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval op:

  • a.

    de omvang van het personeelsbestand en de loonkosten;

  • b.

    de kosten van inhuur derden;

  • c.

    een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;

  • d.

    een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;

  • e.

    rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;

  • f.

    geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt

Artikel 25. Verbonden partijen

  • 1. In de paragraaf Verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval van elke verbonden partij op:

    • a.

      de naam, vestigingsplaats en rechtsvorm;

    • b.

      doelstelling van de verbonden partij;

    • c.

      het doel van de verbonden partij, de visie op en het financieel belang van de gemeente;

    • d.

      de overige deelnemende partijen;

    • e.

      financiële gegevens en risico’s die de gemeente zou kunnen lopen;

    • f.

      de bestuurlijke vertegenwoordiging;

    • g.

      informatie over stuur- en beïnvloedingsmogelijkheden van de raad.

  • 2. Het college draagt zorg voor een, door de raad vastgestelde nota Verbonden partijen.

Artikel 26. Grondbeleid

  • 1. College draagt zorg voor een actuele door de raad vastgestelde nota Grondbeleid. De nota grondbeleid bevat in ieder geval:

    • a.

      de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente;

    • b.

      de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

Artikel 27. Subsidies

In de paragraaf Subsidies van de begroting wordt een totaal overzicht opgenomen van de te verstrekken subsidies en wordt per hoofddoelstelling een totaal bedrag opgenomen.

In het jaarverslag wordt, bij bedragen boven de € 50.000, per subsidieontvanger het bedrag aan subsidies vermeld. De bedragen onder de € 50.000 worden per autorisatieniveau opgeteld en getoond.

Artikel 28. Investeringen

In de paragraaf Investeringen wordt in de begroting een meerjarig overzicht van de nog te starten investeringen opgenomen; In het jaarverslag wordt in de paragraaf middels een overzicht de uitputting van de nog lopende kredieten weergegeven. Beide is conform de beschrijving in de nota investeren en afschrijven.

Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 30. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

  • c.

    het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

  • e.

    het afleggen van verantwoording door college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en

  • f.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 31. Financiële organisatie

College draagt in ieder geval zorg voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de domeinen

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie en waaronder vastlegging in een treasurystatuut en toetsingskader borgstellingen en geldleningen. Het college draagt zorgt voor het actueel houden van beide nota’s.;

  • e.

    de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen

  • h.

    het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

  • i.

    het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Artikel 32. Interne controle

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel en informeert de raad hierover.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 33. Intrekking oude regeling

De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Gemeente Velsen 2023 wordt ingetrokken , met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeente Velsen 2026 treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dag van publicatie en werkt terug tot en met 1 januari 2026 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Gemeente Velsen 2023.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeente Velsen 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van <xx>

De voorzitter,

De griffier,