Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766343
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766343/1
Tijdelijke beleidsregel Pilot Herbeoordeling verlengingen ambulante jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026
Geldend van 12-09-2026 t/m heden
Intitulé
Tijdelijke beleidsregel Pilot Herbeoordeling verlengingen ambulante jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk,
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikel 8 lid 4 van de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026
BESLUIT
- 1.
de tijdelijke beleidsregel Pilot Verlengingen ambulante jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026 vast te stellen per 1 september 2026
Tijdelijke beleidsregel Pilot herbeoordeling verlengingen ambulante jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
-
1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
wet: de Jeugdwet;
- b.
verordening: de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk;
- d.
pilot: de tijdelijke pilot herbeoordeling verlengingen ambulante jeugdhulp zoals vastgesteld door het college;
- e.
eerste beschikking: de eerste beschikking waarbij een individuele ambulante voorziening wordt toegekend;
- f.
verlenging: een aanvraag tot voortzetting van een lopende individuele ambulante voorziening vóór afloop van de geldende beschikking;
- g.
hernieuwde aanvraag: een aanvraag voor dezelfde of vergelijkbare ambulante voorziening die wordt ingediend binnen twee jaar na beëindiging van een eerder ambulant traject;
- h.
integrale herbeoordeling: het onderzoek als bedoeld in de Jeugdwet, de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk en deze beleidsregel, waarbij opnieuw wordt beoordeeld welke ondersteuning noodzakelijk en passend is;
- i.
voorliggende voorziening: een algemeen toegankelijke of andere passende voorziening waarvoor geen individuele beschikking op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is;
- j.
productbeschrijvingen: de Productbeschrijvingen Jeugdhulp Haaglanden 2025 (H8), inclusief eventuele gedurende de pilot geldende wijzigingen.
- a.
-
2. Voor begrippen die niet in deze beleidsregel zijn omschreven gelden de definities uit de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026.
Artikel 2 Doel en reikwijdte
-
1. Deze beleidsregel heeft tot doel te onderzoeken of een meer systematische en uniforme herbeoordeling van verlengingen van ambulante jeugdhulp leidt tot:
- a.
een doelmatigere inzet van specialistische jeugdhulp;
- b.
tijdige afschaling naar eigen kracht, het sociale netwerk of algemene voorzieningen waar dit verantwoord mogelijk is;
- c.
een betere kwaliteit en motivering van beschikkingen;
- d.
een rechtmatige en uniforme uitvoering van de Jeugdwet.
- a.
-
2. Deze beleidsregel beperkt het recht op een passende individuele voorziening als bedoeld in de Jeugdwet niet. Indien uit het individuele onderzoek blijkt dat een langere of andere voorziening noodzakelijk is, kent het college deze toe.
-
3. Deze beleidsregel is tijdelijk en geldt uitsluitend gedurende de door het college vastgestelde pilotperiode.
Hoofdstuk 2 Toepassingsbereik
Artikel 3 Producten waarop de pilot van toepassing is
-
1. De pilot is uitsluitend van toepassing op de volgende ambulante producten:
Productcode
Product (voorziening)
Uitgangspunt verlenging
45C05
Individuele begeleiding middel
Maximaal 6 maanden
45C09
Individuele begeleiding zwaar
Maximaal 3 maanden
45HBO
Jeugd- en Opvoedondersteuning ambulant HBO
overeenkomstig de productbeschrijvingen; in beginsel maximaal 6 maanden, behoudens de daarin opgenomen uitzonderingen zoals genoemd in lid 4 van dit artikel.
45S05
Individuele begeleiding middel – Jeugdhulp op school
Maximaal 6 maanden
54002
Specialistiche Jeugd-GGZ
Maximaal 6 maanden
-
2. Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op:
- a.
aanvragen tot verlenging van de lopende ambulante voorzieningen zoals genoemd onder lid 1 van dit artikel; en
- b.
hernieuwde aanvragen die worden ingediend binnen twee jaar na beëindiging van een eerdere ambulante voorziening zoals genoemd onder lid 1 van dit artikel.
- a.
-
3. Voor het product 45HBO Jeugd- en Opvoedhulp ambulant HBO gelden tevens de volgende uitgangspunten overeenkomstig de Productbeschrijvingen:
- a.
indien de ambulante ondersteuning in combinatie met tijdelijk verblijf wordt ingezet, kan de inzet gedurende het verblijf plaatsvinden;
- b.
aansluitend kan, indien noodzakelijk, ambulante ondersteuning worden ingezet voor maximaal negen maanden met een eventuele verlenging van maximaal drie maanden;
- c.
indien de ambulante ondersteuning aansluit op groepsbehandeling kan ondersteuning worden ingezet voor maximaal negen maanden met een eventuele verlenging van maximaal drie maanden.
- a.
-
4. In bijzondere omstandigheden kan het college afwijken van de uitgangspunten die gelden ten aanzien van de maximale termijn om de producten als omschreven in dit artikel te verlengen.
-
5. Van bijzondere omstandigheden die noodzaken tot afwijking is sprake indien uit het individuele onderzoek blijkt dat:
- a.
voortzetting gedurende een langere periode noodzakelijk is om passende jeugdhulp te bieden;
- b.
beëindiging of afschaling leidt tot een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid of ontwikkeling van de jeugdige;
- c.
de aard van de behandeling, de geldende productbeschrijving of de omstandigheden van het individuele geval een langere duur noodzakelijk maken.
- a.
-
6. Het college toetst iedere aanvraag zelfstandig aan de Jeugdwet, de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026, deze beleidsregel en de geldende productbeschrijvingen. Aan de in dit artikel genoemde uitgangspunten kunnen geen zelfstandige aanspraken of beperkingen worden ontleend.
Hoofdstuk 3 Onderzoek en besluitvorming
Artikel 4 Onderzoek en integrale herbeoordeling
-
1. Voor iedere aanvraag tot verlenging of hernieuwde aanvraag als bedoeld in artikel 3 voert het college een zorgvuldig en integraal onderzoek uit overeenkomstig de Jeugdwet, de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk 2026 en de Algemene wet bestuursrecht.
-
2. Het onderzoek heeft ten doel vast te stellen:
- a.
of de hulpvraag nog actueel is;
- b.
of de jeugdige nog is aangewezen op een individuele voorziening;
- c.
welke resultaten met de eerder ingezette ondersteuning zijn bereikt;
- d.
welke ondersteuningsbehoefte resteert;
- e.
welke vorm, intensiteit en duur van ondersteuning noodzakelijk en passend zijn.
- a.
-
3. Bij het onderzoek betrekt het college in ieder geval:
- a.
de aard, ernst en duur van de opgroei- of opvoedproblemen;
- b.
de ontwikkelings- en veiligheidsrisico's voor de jeugdige;
- c.
de actuele situatie van het gezin en het sociale netwerk;
- d.
de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouders;
- e.
de mogelijkheden van gebruikelijke hulp;
- f.
de inzet van het sociale netwerk;
- g.
de beschikbaarheid en passendheid van algemene of voorliggende voorzieningen;
- h.
de resultaten van de eerder verleende jeugdhulp;
- i.
de actuele doelen van het ondersteuningsplan;
- j.
de zienswijze van de jeugdige, de ouders en – indien van toepassing – de wettelijke vertegenwoordiger;
- k.
relevante informatie van de betrokken jeugdhulpaanbieder en overige professionals.
- a.
-
4. Indien noodzakelijk vraagt het college aanvullende informatie op of vindt nader overleg plaats met de betrokken hulpverlener, met inachtneming van de geldende privacywetgeving.
-
5. Bij iedere herbeoordeling onderzoekt het college expliciet of:
- a.
beëindiging van de individuele voorziening verantwoord is;
- b.
afschaling naar een lichtere individuele voorziening mogelijk is;
- c.
ondersteuning geheel of gedeeltelijk kan plaatsvinden door eigen kracht, het sociale netwerk of algemene voorzieningen;
- d.
een andere individuele voorziening beter aansluit bij de ondersteuningsbehoefte.
- a.
-
6. Het onderzoek wordt vastgelegd in een schriftelijke rapportage die onderdeel vormt van de besluitvorming.
Artikel 5 Beoordelingscriteria voor verlenging
-
1. Een verlenging van een individuele voorziening wordt uitsluitend toegekend indien uit het onderzoek blijkt dat de voorziening nog noodzakelijk is om passende jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet te bieden.
-
2. Bij de beoordeling betrekt het college in onderlinge samenhang ten minste de volgende criteria:
- a.
de oorspronkelijke hulpdoelen zijn nog niet volledig bereikt;
- b.
de resterende hulpdoelen zijn concreet, realistisch en binnen een afzienbare periode bereikbaar;
- c.
voortzetting van de voorziening levert naar verwachting een aantoonbare bijdrage aan het behalen van deze doelen;
- d.
de ondersteuning is passend gelet op de aard en ernst van de problematiek;
- e.
een minder ingrijpende of lichtere vorm van ondersteuning is onvoldoende passend;
- f.
afschaling of beëindiging leidt naar verwachting tot onaanvaardbare risico's voor de ontwikkeling of veiligheid van de jeugdige;
- g.
de gevraagde ondersteuning is doelmatig en proportioneel in relatie tot de ondersteuningsvraag.
- a.
-
3. Indien één of meer beoordelingscriteria daartoe aanleiding geven, onderzoekt het college of een andere individuele voorziening beter passend is dan voortzetting van de bestaande voorziening.
-
4. Het enkele feit dat een jeugdige reeds langdurig gebruikmaakt van een voorziening vormt op zichzelf geen grond voor verlenging of beëindiging van die voorziening.
-
5. Evenmin vormt het verstrijken van de in artikel 3 genoemde uitgangstermijnen zelfstandig een grond om een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
Artikel 6 Motivering van het besluit
-
1. Iedere beschikking tot verlenging, wijziging of beëindiging van een individuele voorziening berust op een deugdelijke, kenbare en individuele motivering.
-
2. Uit de motivering blijkt ten minste:
- a.
welke feiten en omstandigheden aan het besluit ten grondslag liggen;
- b.
welke informatie bij het onderzoek is betrokken;
- c.
welke doelen zijn behaald;
- d.
welke doelen nog openstaan;
- e.
waarom voortzetting, wijziging, afschaling of beëindiging passend wordt geacht;
- f.
waarom eventuele algemene of voorliggende voorzieningen wel of niet toereikend zijn;
- g.
waarom de gekozen duur van de voorziening noodzakelijk en evenredig is.
- a.
-
3. Indien het college afwijkt van een advies van een zorgaanbieder of behandelaar, wordt deze afwijking afzonderlijk en deugdelijk gemotiveerd.
-
4. Indien een aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, motiveert het college waarom met het genomen besluit nog steeds wordt voorzien in passende jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet.
-
5. Het besluit bevat een kenbare belangenafweging waarbij het belang van de jeugdige centraal staat en waarbij tevens rekening wordt gehouden met de doelmatige inzet van publieke middelen.
Hoofdstuk 4 Afwijkingsbevoegdheid
Artikel 7 Afwijking in individuele gevallen
-
1. Van afwijking kan in ieder geval sprake zijn indien:
- a.
de veiligheid van de jeugdige of zijn omgeving in het geding is;
- b.
sprake is van ernstige ontwikkelingsbedreiging;
- c.
de aard van de behandeling een langere ononderbroken behandelperiode noodzakelijk maakt;
- d.
beëindiging of afschaling naar verwachting leidt tot ernstige terugval;
- e.
de productbeschrijvingen H8 of andere contractuele afspraken een afwijkende duur voorschrijven;
- f.
andere zwaarwegende individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven.
- a.
-
2. Indien uit het onderzoek blijkt dat een langere duur of een andere vorm van ondersteuning noodzakelijk is om te voldoen aan de Jeugdwet, prevaleert deze wettelijke verplichting boven de uitgangspunten van deze beleidsregel.
-
3. De toepassing van dit artikel wordt afzonderlijk gemotiveerd in de beschikking.
Hoofdstuk 5 Monitoring, evaluatie en slotbepalingen
Artikel 8 Monitoring
-
1. De looptijd van de pilot is van 1 september 2026 tm 31 maart 2027. Gedurende de looptijd van de pilot monitort het college de uitvoering van deze beleidsregel om de effecten op kwaliteit, rechtmatigheid, doelmatigheid en uitvoerbaarheid te beoordelen.
-
2. De monitoring heeft in ieder geval betrekking op:
- a.
het aantal aanvragen tot verlenging en hernieuwde aanvragen;
- b.
het aantal toegekende, gewijzigde en afgewezen verlengingen;
- c.
de gemiddelde duur van ambulante trajecten;
- d.
de mate waarin wordt afgeschaald naar algemene of andere passende voorzieningen;
- e.
de inzet van de verschillende productcodes waarop de pilot betrekking heeft;
- f.
de ontwikkeling van de uitgaven aan de betrokken productgroepen;
- g.
de doorlooptijd van de besluitvorming;
- h.
het aantal ingediende bezwaren, beroepen en klachten;
- i.
ervaringen van jeugdigen, ouders, aanbieders en consulenten;
- j.
de uitvoerbaarheid van de werkwijze.
- a.
-
3. De monitoring vindt plaats met gebruikmaking van geanonimiseerde managementinformatie en met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
-
4. De uitkomsten van de monitoring worden periodiek besproken binnen de ambtelijke projectorganisatie en gebruikt voor het verbeteren van de uitvoering gedurende de pilot.
Artikel 9 Evaluatie
-
1. Uiterlijk binnen drie maanden na afloop van de pilot evalueert het college de toepassing en de resultaten van deze beleidsregel.
-
2. De evaluatie richt zich in ieder geval op:
- a.
de rechtmatigheid van de besluitvorming;
- b.
de kwaliteit van de uitgevoerde onderzoeken;
- c.
de kwaliteit van de motivering van beschikkingen;
- d.
de effecten op de inzet en duur van ambulante jeugdhulp;
- e.
de effecten op de inzet van algemene voorzieningen;
- f.
de financiële effecten;
- g.
de gevolgen voor de uitvoeringspraktijk;
- h.
de ervaringen van jeugdigen, ouders, aanbieders en medewerkers.
- a.
-
3. De evaluatie vormt de basis voor een besluit van het college over:
- a.
beëindiging van de pilot;
- b.
aanpassing van de werkwijze;
- c.
structurele invoering van de werkwijze;
- d.
eventuele uitbreiding naar andere ambulante productgroepen.
- a.
Artikel 10 Inwerkingtreding en vervaldatum
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag van de start van de pilot, namelijk 1 september 2026.
-
2. De beleidsregel geldt uitsluitend gedurende de looptijd van de door het college vastgestelde pilot.
-
3. Deze beleidsregel vervalt van rechtswege na afloop van de pilot, tenzij het college besluit de beleidsregel geheel of gedeeltelijk voort te zetten of te vervangen.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk in zijn vergadering van 1 september 2026.
Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk,
De secretaris,
P.M. Schuit
de burgemeester,
H. Sahin
Algemene toelichting
Inleiding
De gemeente Rijswijk verstrekt op grond van de Jeugdwet individuele voorzieningen aan jeugdigen die zijn aangewezen op jeugdhulp. Een deel van deze voorzieningen betreft ambulante jeugdhulp die na afloop van een beschikking wordt voortgezet door middel van een verlengingsaanvraag. Daarnaast komen aanvragen voor waarbij binnen twee jaar na beëindiging van een ambulant traject opnieuw een aanvraag voor een vergelijkbare voorziening wordt ingediend.
Het college voert gedurende de periode van de pilot een aangepaste werkwijze uit voor de beoordeling van verlengingen en hernieuwde aanvragen voor een aantal specifiek aangewezen ambulante jeugdhulpproducten. De pilot heeft uitsluitend betrekking op de beoordeling van verlengingen en hernieuwde aanvragen. De beoordeling van eerste aanvragen voor een individuele voorziening blijft plaatsvinden overeenkomstig de Jeugdwet, de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk en de geldende uitvoeringsregels.
Met de pilot wordt onderzocht welke effecten een uniforme en integrale herbeoordeling van verlengingen en hernieuwde aanvragen heeft op de uitvoering van de Jeugdwet. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de toepassing van de beoordelingscriteria, de motivering van besluiten, de inzet van algemene en individuele voorzieningen, de uitvoerbaarheid van de werkwijze en de gevolgen voor de duur en het gebruik van ambulante jeugdhulp.
Deze beleidsregel geeft invulling aan de wijze waarop het college gedurende de looptijd van de pilot uitvoering geeft aan de beoordeling van verlengingen en hernieuwde aanvragen binnen de daarvoor aangewezen productgroepen. De beleidsregel vormt een nadere uitwerking van de bevoegdheden van het college op grond van de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk en laat de wettelijke verplichting om in iedere individuele situatie een zorgvuldig onderzoek uit te voeren en passende jeugdhulp toe te kennen onverlet.
Juridisch kader
Deze beleidsregel is vastgesteld op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. De beleidsregel geeft invulling aan de wijze waarop het college uitvoering geeft aan de beoordelingsruimte die de Jeugdwet en de Verordening Jeugdhulp gemeente Rijswijk bieden.
De beleidsregel bevat uitsluitend uitvoeringsregels voor de beoordeling van verlengingen en hernieuwde aanvragen gedurende de looptijd van de pilot. De beleidsregel wijzigt de inhoud van de Jeugdwet of de gemeentelijke verordening niet en beperkt evenmin het recht op passende jeugdhulp.
De in deze beleidsregel genoemde verlengingstermijnen zijn daarom nadrukkelijk beoordelingsuitgangspunten. Indien uit het individuele onderzoek blijkt dat een langere duur noodzakelijk is, kent het college een langere duur voor de voorziening toe.
De beleidsregel laat de wettelijke verplichting onverlet om in iedere individuele situatie een zorgvuldig onderzoek uit te voeren en een passende voorziening toe te kennen indien dit op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is.
Maatwerk
Het uitgangspunt van de Jeugdwet blijft dat iedere aanvraag individueel wordt beoordeeld. De persoonlijke omstandigheden van de jeugdige en het gezin zijn steeds leidend.
De beleidsregel kan daarom nooit leiden tot automatische afwijzing van een verlenging uitsluitend vanwege het bereiken van een bepaalde termijn of het behoren tot een bepaalde productgroep.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
Dit artikel bevat de belangrijkste begripsomschrijvingen. De definities sluiten aan bij de Jeugdwet, de gemeentelijke verordening en de H8-productbeschrijvingen.
Artikel 2
Hierin wordt de reikwijdte van de pilot afgebakend. De beleidsregel richt zich op ambulante jeugdhulp.
Artikel 3
Dit artikel beperkt de toepassing van de pilot tot de productgroepen die binnen de projectopdracht zijn aangewezen. De genoemde termijnen zijn beoordelingsuitgangspunten en geen absolute maxima. Hiermee blijft de beleidsregel in overeenstemming met het maatwerkbeginsel van de Jeugdwet. De beleidsregel ziet uitsluitend op verlengingen en hernieuwde aanvragen binnen twee jaar. De eerste beschikking blijft buiten de pilot.
Artikel 4
Dit artikel werkt de wettelijke onderzoeksplicht nader uit. Het college moet steeds beschikken over voldoende actuele informatie om een zorgvuldig besluit te kunnen nemen. Daarbij wordt expliciet onderzocht of afschaling of beëindiging verantwoord is.
Artikel 5
Dit artikel bevat de inhoudelijke beoordelingscriteria voor een verlenging. De criteria zijn ontleend aan de uitgangspunten van de Jeugdwet, de gemeentelijke verordening en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij waarborgen dat een verlenging uitsluitend wordt toegekend wanneer deze noodzakelijk, passend, proportioneel en doelmatig is.
Artikel 6
Dit artikel concretiseert de motiveringsplicht van het college. Een besluit moet inzichtelijk maken hoe de feiten zijn gewogen en waarom voor een bepaalde duur of voorziening is gekozen. Hiermee wordt de rechtsbescherming van jeugdigen en ouders versterkt.
Artikel 7
Dit artikel bevat de afwijkingsbevoegdheid. De hardheidsclausule voorkomt dat de beleidsregel leidt tot onredelijke of onevenredige uitkomsten. Indien een langere voorziening noodzakelijk is om passende jeugdhulp te bieden, prevaleert de Jeugdwet boven de uitgangspunten van deze beleidsregel.
Artikel 8
Monitoring heeft tot doel de effecten van de pilot gedurende de looptijd te volgen en waar nodig tussentijds bij te sturen. Hierbij worden zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens verzameld.
Artikel 9
De evaluatie vormt de basis voor besluitvorming over een eventuele structurele invoering van de werkwijze. Daarbij worden naast financiële effecten nadrukkelijk ook kwaliteit, rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en cliëntuitkomsten betrokken.
Artikel 10
Dit artikel regelt de inwerkingtreding en het tijdelijke karakter van de beleidsregel. Omdat sprake is van een pilot vervalt de beleidsregel van rechtswege na afloop van de pilot, tenzij het college besluit tot voortzetting of vervanging.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl