Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026

Geldend van 08-09-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn tot vaststelling van de Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn;

congestiegebied: gebied waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten (KOVA): kleine ruimtes of voorzieningen bij een woningbouwproject die essentieel zijn voor het realiseren van het project;

netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

project: realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte, algemeen of collectief, als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

projectontwikkelaar: rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een aanvraag transportcapaciteit;

start bouw: de maand en het jaar waarin naar verwachting met de bouwwerkzaamheden wordt begonnen, bepaald zonder rekening te houden met de mogelijke duur van bezwaar- en beroepsprocedures;

transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregel is van toepassing op de plaatsing van woningbouwprojecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2.

    Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op woningbouwprojecten voor de functie woonbehoefte, algemeen of collectief, als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

  • 3.

    Als een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over welke gemeente het project opneemt op haar volgordelijst. Uitgangspunt is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

  • 4.

    Als een project uit meerdere zelfstandig realiseerbare fasen bestaat, wordt iedere fase voor de toepassing van deze beleidsregel als afzonderlijk project beschouwd.

Artikel 3 Doel

Deze beleidsregel heeft tot doel:

  • 1.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • 2.

    het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden;

  • 3.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • 4.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars;

  • 5.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent; en

  • 6.

    het zo effectief mogelijk benutten van beschikbare transportcapaciteit en het stimuleren van netbewuste ontwikkeling.

Artikel 4 Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de in deze beleidsregel opgenomen rangschikkingscriteria dit rechtvaardigt.

  • 3.

    De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Artikel 5 Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregel in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek voor de eerste aanvraagronde kan worden ingediend tot en met 13 september 2026. Na deze datum wordt de volgordelijst bepaald voor het eerste aanmeldmoment voor de werkwijze Eerder aanmelden van 1 oktober 2026.

  • 3.

    Na afloop van de eerste aanvraagronde kunnen verzoeken tot plaatsing van een project op de volgordelijst doorlopend worden ingediend. Deze verzoeken worden, nadat zij volledig zijn geworden, behandeld in de volgorde waarin zij volledig zijn ontvangen.

  • 4.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert uitsluitend in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om prioriteit en transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder. De gemeente garandeert de beschikbaarheid of toewijzing daarvan niet.

Artikel 6 Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project en maakt bij het indienen van het verzoek gebruik van het daartoe door de gemeente beschikbaar gestelde formulier en portaal.

  • 2.

    De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek.

  • 3.

    Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk ter kennis en vermeldt welke gegevens en bescheiden ontbreken en binnen welke termijn het verzoek kan worden aangevuld.

  • 4.

    Voor verzoeken die voor de eerste aanvraagronde zijn ingediend, kan aanvulling plaatsvinden tot en met de in artikel 5, tweede lid, genoemde datum. Verzoeken die na deze datum worden ingediend, kunnen worden aangevuld binnen een termijn van vier weken. Een verzoek wordt pas in behandeling genomen nadat het projectdossier volledig is.

  • 5.

    Een project wordt uitsluitend op de volgordelijst geplaatst indien de projectontwikkelaar het projectdossier volledig heeft aangeleverd en de tussen de gemeente en de projectontwikkelaar te sluiten overeenkomst heeft ondertekend. De overeenkomst bevat in ieder geval afspraken over de vergoeding van de door de gemeente gemaakte kosten, de verdeling van verantwoordelijkheden en risico's en de inspanningsverplichting van de gemeente.

  • 6.

    De voorwaarden genoemd in artikel 6, lid 5, zullen door de gemeente verwerkt worden in een privaatrechtelijke overeenkomst. Deze overeenkomst wordt binnen een termijn uiterlijk van 2 werkdagen na het volledig worden van het projectdossier opgestuurd aan de projectontwikkelaar.

    • a.

      Voor verzoeken in de eerste aanvraagronde dient deze overeenkomst uiterlijk 18 september 2026 ondertekend teruggestuurd te worden aan de gemeente. Heeft de gemeente na deze datum geen ondertekende overeenkomst in haar bezit dan zal het desbetreffende project van de volgordelijst verwijderd worden. De gemeente stuurt uiterlijk 25 september 2026 een door beide partijen ondertekende versie terug naar de ontwikkelaar.

    • b.

      Voor verzoeken die na 13 september 2026 binnen komen dient de overeenkomst binnen een termijn van twee weken na het ontvangen, ondertekend teruggestuurd te worden aan de gemeente. Heeft de gemeente na deze datum geen ondertekende overeenkomst in haar bezit dan zal het desbetreffende project van de volgordelijst verwijderd worden. De gemeente stuurt binnen een termijn van twee weken een door beide partijen ondertekende versie terug naar de ontwikkelaar.

  • 7.

    Plaatsing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen positie wordt niet overgeheveld naar een ander project of een andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

  • 8

    Het projectdossier bevat ten minste de gegevens en bewijsstukken zoals beschreven in artikel 1 en die de netbeheerder op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 verlangt.

Artikel 7 Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.

  • 2.

    Plaatsing op de volgordelijst is project- en projectlocatie gebonden. Een verkregen positie wordt niet overgeheveld naar een ander project of een andere projectlocatie.

Artikel 8 Bestuursverklaring

  • 1.

    Voor het doen van een prioriteringsverzoek dient de benodigde bewijslast, zoals genoemd in het prioriteringskader van het ACM, verzameld te worden. Hiervoor is in ieder geval een bestuursverklaring nodig als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026, alsook een overeenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar waarin concrete bindende afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en de termijn waarbinnen deze gerealiseerd wordt.

  • 2.

    Zodra er een overeenkomst gesloten is, zoals genoemd in artikel 8, eerste lid, zal de gemeente zorgen voor een complete en deugdelijke bestuursverklaring. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het format van Stedin zoals opgenomen als Bijlage 1 bij deze beleidsregel.

Artikel 9 Rangordebepaling volgordelijst

De gemeente bepaalt de rangorde voor woningbouwprojecten op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1. Start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand (en het jaar) van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. De maand van start bouw moet voldoende concreet en met objectief verifieerbare projectinformatie zijn onderbouwd. Op basis van deze informatie maakt de gemeente naar eigen afweging een oordeel over het verwachtte startmoment van het project.

Stap 2. Projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in de volgende onderrangorde van één tot en met acht:

Rangorde

Beschikbare documenten

1

Stukken waaruit blijkt dat de KOVA, waarvan het bijbehorende project op de “onderhanden lijst” van Stedin staat, los wordt aangevraagd.

2

Er is een civielrechtelijke overeenkomst en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie.

3

Er is een civielrechtelijke overeenkomst en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of een onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

4

Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie.

5

Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst.

6

Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of een vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

7

Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering.

8

Er zijn geen bewijsstukken als bedoeld onder nummer 1 tot en met 7.

Stap 3. Datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een verdere onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Stap 4. Hoogste aantal woningen per gemeente

Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt, voor zover binnen het voor Baarn geldende congestiegebied een gezamenlijke intergemeentelijke volgordelijst volgens deze systematiek wordt gehanteerd, een onderverdeling plaats op basis van het hoogste aantal woningen per gemeente: eerst komt van elke gemeente het project met het hoogste aantal woningen aan de beurt, daarna van elke gemeente het op één na grootste, enzovoort. Dit criterium geldt alleen voor projecten die na de stappen 1 tot en met 3 nog op dezelfde plaats staan.

Artikel 10 Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepalen de betrokken gemeenten in het congestiegebied de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

  • 3.

    Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.

  • 4.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 11 Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen van artikel 9 en een eventuele loting te vermelden.

  • 2.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 12 Bekendmaking volgordelijst

  • 1.

    De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst voor de eerste aanmeldronde openbaar via de gemeentelijke website, vanaf 18 september, en vermeldt daarbij de wijze waarop binnen tien dagen projectontwikkelaars feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk kunnen melden.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de globale locatie, het aantal woningen en de positie op de lijst.

  • 3.

    Voor de periode na 1 oktober zal de gemeente de volgordelijst openbaar houden via de gemeentelijke website en waar nodig aanvullen met nieuwe informatie.

Artikel 13 Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; of

    • d

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere, hogere of lagere, plek op de volgordelijst krijgt.

  • 3

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.

  • 4

    Wijziging of intrekking op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 14 Rechtsbescherming na plaatsing op volgordelijst

  • 1.

    Plaatsing op de volgordelijst strekt uitsluitend tot het bepalen van de volgorde waarin projecten door de gemeente worden meegenomen bij het indienen van een prioriterings- of transportverzoek bij de netbeheerder. Plaatsing op de volgordelijst geeft geen aanspraak op toekenning of verkrijging van transportcapaciteit.

  • 2.

    Tegen plaatsing op de volgordelijst staat geen bezwaar of beroep open.

  • 3.

    De gemeentelijke inzet in het kader van een prioriteringsverzoek dan wel transportverzoek betreft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting.

Artikel 15 Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1.

    De gemeente dient het prioriteringsverzoek en transportverzoek in conform de vastgestelde volgordelijst, nadat de volgordelijst is bekendgemaakt en projectontwikkelaars gedurende de publicatietermijn op de bekendgemaakte wijze feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk hebben kunnen melden.

  • 2.

    De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied zodat het verzoek met de hoogste rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt.

Artikel 16 Mandatering bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn mandateert de portefeuillehouder Duurzaamheid om namens het college:

  • 1.

    Het besluit te nemen tot het aangaan, wijzigen, verlengen of beëindigen van overeenkomsten met projectontwikkelaars zoals beschreven in artikel 6, lid 5 en lid 6.

  • 2.

    Een bestuursverklaring af te geven en te ondertekenen, zoals beschreven in artikel 8.

  • 3.

    De aanbieding te accepteren en te ondertekenen, die de netbeheerder stuurt zodra er voor een project capaciteit beschikbaar is. Pas na ondertekening van het aanbod is de transportcapaciteit definitief vastgelegd.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.

Artikel 18 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Baarn op 8 september 2026.

De gemeentesecretaris,

Mevrouw E. van Haarlem

De burgemeester,

De heer M. Röell

Toelichting

bij de Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Baarn 2026

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregel geeft de gemeente Baarn invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte en onderwijs

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregel vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregel is opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregel is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijshuisvesting . Met verwijzing naar tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 gaat het wat betreft onderwijshuisvesting specifiek om primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Dit betreft een strikte afbakening. Het prioriteringskader voor onderwijs is door de ACM beperkt tot instellingen die wettelijk onderwijs aanbieden in het kader van de leerplicht en kwalificatieplicht. Particuliere onderwijsinstellingen, hbo-instellingen en universiteiten vallen hier buiten en komen derhalve niet in aanmerking voor maatschappelijke prioriteit op de wachtlijst voor netaansluiting. Onderwijshuisvesting is niet in deze Baarnse beleidsregel opgenomen, omdat het voorliggende document uitsluitend betrekking heeft op woningbouwprojecten. Er zijn momenteel geen lopende of verwachtte onderwijshuisvestingsprojecten waarvoor nieuwe aansluitingen of netverzwaring noodzakelijk zijn, die voldoende concreet zijn om aan te melden in dit proces.

Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregel voorziet daarin. De beleidsregel stelt de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregel is vastgesteld op grond van:

  • 1.

    Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • 2.

    Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan een beleidsregel vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • 3.

    De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • 4.

    Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

  • 5.

    In de Wet op het primair onderwijs (WPO) en, Wet op de expertisecentra (WEC) is aangegeven nieuwbouw en uitbreiding van onderwijshuis-vesting onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.

De beleidsregel vult het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperkt de beleidsregel zich tot de prioriteitsfunctie onderwijs (subfuncties: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) en woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregel heeft geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregel laat de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

VNG-modelbeleidsregel

Bij het opstellen van deze beleidsregel is gebruikgemaakt van de VNG-modelbeleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten (juli 2026) en van de in regio opgestelde versie van het document zoals als bijlage 2.2 is opgenomen in het regionale bestuurlijk overleg congestiegebied 1b van 03 september 2026. Onderwijshuisvesting is niet in deze Baarnse beleidsregel opgenomen, omdat het voorliggende document uitsluitend betrekking heeft op woningbouwprojecten.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregel is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van een beleidsregel met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregel, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

Artikelsgewijs

Hieronder worden de bepalingen toegelicht die voor de uitvoering nadere uitleg behoeven.

Artikel 1 Definities

De begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregel.

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Project

De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en ziet specifiek op de realisatie van projecten ten behoeve van de functie woonbehoefte en de functie onderwijs Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.

Volgordelijst

De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).

Artikel 2 Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregel wordt toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregel van toepassing is. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.

Artikel 3 Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.

Artikel 4 Gelijke behandeling

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.

Artikel 5 Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar of schoolbestuur onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar of het schoolbestuur. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

Artikel 6 Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website

Een volledig projectdossier ten minste onderstaande zaken, zoals vastgelegd in het invulformat van de VNG:

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar of onderwijsinstelling;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

    • 1.

      het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

    • 2.

      de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;

    • 3.

      de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente aangewezen digitale kanaal. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Om te voorkomen dat er na 1 oktober nieuwe beleidsregels moeten worden vastgesteld is getracht om al zoveel mogelijk rekening te houden met een werkproces voor projecten die na deze datum worden ingediend.

Vanwege de snelheid waarmee dit nieuwe werkproces tot stand is gekomen is er nog veel onduidelijk over welke financiële- en aansprakelijkheids-risico’s de gemeente loopt met haar nieuwe rol. De gemeente kan alleen meewerken aan dit proces wanneer de projectontwikkelaars bereid zijn om eventuele kosten op zich te nemen en bereid zijn om af te zien van toekomstige claims richting de gemeente. Hiervoor dienen er per project korte overeenkomsten gesloten te worden tussen gemeente en projectontwikkelaar waarin dit wordt vastgelegd. Als een projectontwikkelaar niet bereid is deze overeenkomst te tekenen, dan zal de gemeente geen vervolg geven aan een verzoek om op de volgordelijst geplaatst te worden, projecten kunnen in dat geval van de gemeentelijke en regionale volgordelijst verwijderd worden. In de beleidsregels zijn voor beide partijen heldere termijnen opgenomen voor het heen- en weer aanleveren van stukken.

In de privaatrechtelijke overeenkomst worden ieder geval de onderstaande voorwaarden opgenomen:

  • a.

    de projectontwikkelaar verklaard dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, compleet zijn;

  • b.

    de projectontwikkelaar vergoed aan de gemeente alle kosten, die netbeheerder in rekening brengt als gevolg van een transport- of prioriteringsverzoek;

  • c.

    de projectontwikkelaar stemt in met het feit dat plaatsing op de volgordelijst en het indienen van het prioriterings- en transportverzoek geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht vormen en dat eventuele geschillen aan de civiele rechter zullen worden voorgelegd;

  • d.

    de projectontwikkelaar stemt in dat de gemeentelijke inzet een inspanningsverplichting is en geen resultaatsverplichting;

  • e.

    de projectontwikkelaar stemt in met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of sprake is van vervalsing van de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend

Artikel 8 Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten

Voor het afgeven van een bestuursverklaring is een bewijslast benodigd die in Baarn altijd het gevolg is van bestuurlijke besluitvorming door het college. Daarom is gekozen om het compleet maken van de bestuursverklaring een taak van de gemeente laten, om dit proces zoveel mogelijk te stroomlijnen.

Artikel 9 Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering voor uit in verschillende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1 – Start bouw

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning. In de begripsbepalingen is vastgelegd dat vertraging door bezwaar- en beroepsprocedures hierbij buiten beschouwing te laten.

De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum (exclusief juridische procedures) concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen en maakt daarna naar eigen afweging een oordeel over het verwachte startmoment.

Stap 2- Projectrijpheid

Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.

De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.

Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.

Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.

Onder categorie 7 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:

- Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw.

- Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties.

- College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.

Stap 3 – Datum van oplevering

Stap 3 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.

Stap 4 – Hoogste aantal woningen per gemeente

Het woningaantal zoals vermeld in de bewijsstukken, zoals de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA.

Artikel 10 Loting

Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.

De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.

Artikel 12 Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van 18 september van indiening door de gemeente geeft een projectontwikkelaars de gelegenheid om de gepubliceerde volgordelijst te controleren en uitsluitend feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk op de door de gemeente bekendgemaakte wijze onder de aandacht van de gemeente te brengen. Voor deze reactiemogelijkheid geldt een termijn van 10 kalenderdagen na publicatie van de volgordelijst. De gemeente beoordeelt de resterende dagen binnen de twee-wekentermijn of een ontvangen reactie aanleiding geeft tot eventuele correcties , voordat de definitieve volgordelijst bij de netbeheerder wordt ingediend.

Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening zijn geïnformeerd over de criteria voor de rangordebepaling. Ook vereist het spoedeisend belang bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ - in he bijzonder de datum van 1 oktober 2026 – een compacte procedure die tijdig indienen van prioriteitsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om uitsluitend feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk bekend te maken. Deze reactiemogelijkheid is geen bezwaarprocedure en schort de werking van de volgordelijst niet op.

Artikel 13 Wijziging en intrekking

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar of schoolbestuur op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

Artikel 14 Rechtsbescherming na plaatsing op volgordelijst

Ht oorspronkelijke artikel 13, met als opschrift ‘Rechtsbescherming’, is grotendeels vervallen. Dat artikel regelde een gemeentelijke bezwaarprocedure tegen de positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst, een daaropvolgende termijn voor het aanhangig maken van een kort geding en een instemmingsbepaling waarmee projectontwikkelaars of schoolbesturen bij indiening van een verzoek met die procedure zouden instemmen.

Het artikel is verwijderd omdat de term ‘bezwaar’ bestuurlijk en juridisch verwarrend kan zijn. De plaatsing op de volgordelijst en het indienen van een transport- en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder vormen geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat om een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente. Tegen dergelijke voorbereidingshandelingen staat geen bestuursrechtelijk bezwaar of beroep open.

Ook is ervan afgezien om in de beleidsregels een afzonderlijke alternatieve bezwaarprocedure of contractuele vervaltermijn op te nemen. Een dergelijke regeling kan de indruk wekken dat alsnog een formeel rechtsbeschermingsregime wordt geopend of dat de toegang tot de civiele rechter eenzijdig door de gemeente wordt beperkt. Dat is in deze context onwenselijk, omdat eventuele geschillen over de gevolgde procedure, de toepassing van de rangschikkingscriteria of de positie op de volgordelijst aan de civiele rechter kunnen worden voorgelegd.

De verwijdering laat onverlet dat de gemeente zorgvuldig, transparant en controleerbaar moet handelen. De bescherming van projectontwikkelaars wordt geborgd door vooraf bekendgemaakte objectieve criteria, een kenbare aanvraagprocedure, publicatie van de volgordelijst, motivering van de rangschikking en een beperkte reactiemogelijkheid voor feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden voordat de gemeente de verzoeken bij de netbeheerder indient.

Indien een projectontwikkelaar of schoolbestuur meent dat de gemeente onrechtmatig handelt, bijvoorbeeld wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel, kan deze zich wenden tot de civiele rechter. Daarmee sluit de regeling beter aan bij het privaatrechtelijke karakter van de gemeentelijke aanvraagrol en wordt voorkomen dat de beleidsregels een niet-bestaande bestuursrechtelijke rechtsgang suggereren.

Artikel 15 Indienen verzoek conform volgordelijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. De gemeente volgt daarbij de vastgestelde volgordelijst. Vóór indiening bestaat alleen een compacte reactiemogelijkheid: projectontwikkelaars kunnen gedurende de publicatietermijn feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk melden. Deze mogelijkheid is bedoeld om kennelijke fouten te herstellen en vormt geen bezwaarprocedure, geen heroverweging van de rangschikking en geen opschortende voorwaarde voor indiening bij de netbeheerder.

De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgorde tot stand. Dit wordt niet in de normtekst uitgewerkt, maar in de toelichting en implementatie praktisch geduid.

Regionale samenwerking en afstemming binnen het congestiegebied

De regionale afstemming binnen het congestiegebied heeft tot doel te voorkomen dat de volgorde waarin afzonderlijke gemeenten hun verzoeken indienen bepalend wordt voor de feitelijke verdeling van schaarse transportcapaciteit. De afstemming is een uitvoeringsafspraak tussen gemeenten en leidt niet tot een zelfstandig besluit, een gemeenschappelijke regeling of overdracht van bevoegdheden. Iedere gemeente blijft verantwoordelijk voor de eigen volgordelijst, de eigen motivering, de eigen financiële dekking en de eigen indiening bij de netbeheerder.

Voor een effectieve samenwerking maken de betrokken gemeenten vooraf praktische afspraken over het proces van afstemming. Daarbij ligt in ieder geval vast wie namens iedere gemeente aanspreekpunt is, op welk moment de conceptvolgordelijsten worden gedeeld, hoe de integrale volgorde binnen het congestiegebied wordt bepaald, hoe eventuele verschillen van inzicht worden opgelost en op welke wijze de gezamenlijke indiening bij de netbeheerder feitelijk wordt georganiseerd.

De gemeenten streven ernaar om waar mogelijk dezelfde aanvraagtermijnen, beoordelingsmomenten, publicatietermijnen, reactiemogelijkheden en indieningsmomenten te hanteren. Daarmee wordt voorkomen dat lokale procesverschillen leiden tot ongelijke behandeling van projecten binnen hetzelfde congestiegebied. Indien lokale afwijkingen noodzakelijk zijn, worden deze vooraf gemotiveerd en in de regionale afstemming betrokken.

Richting projectontwikkelaars of schoolbesturen communiceert de gemeente dat de gemeentelijke volgordelijst wordt ingebracht in de regionale afstemming binnen het congestiegebied en dat de uiteindelijke positie bij de netbeheerder mede afhankelijk kan zijn van projecten uit andere gemeenten binnen datzelfde congestiegebied. Deze communicatie laat onverlet dat de gemeente uitsluitend beslist over de eigen volgordelijst en de eigen indiening.

Artikel 16 Mandatering

Dit artikel regelt welke uitvoeringsbevoegdheden het college mandateert aan de portefeuillehouder Klimaatneutraal en circulair. De mandatering is bedoeld om de uitvoering van de beleidsregels voortvarend te laten verlopen en te voorkomen dat voor iedere afzonderlijke uitvoeringshandeling opnieuw een collegebesluit nodig is.

De portefeuillehouder kan namens het collegeovereenkomsten met projectontwikkelaars aangaan, wijzigen, verlengen of beëindigen voor zover deze rechtstreeks samenhangen met de aanvraag van transportcapaciteit en de daarbij behorende financiële en uitvoeringsafspraken als bedoeld in artikel 6.

Daarnaast is de portefeuillehouder bevoegd om de bestuursverklaring als bedoeld in artikel 8 af te geven en te ondertekenen. Deze verklaring vormt een noodzakelijk onderdeel van het prioriteringsverzoek en wordt afgegeven nadat ambtelijk is vastgesteld dat het projectdossier aan de geldende voorwaarden voldoet.

Tot slot kan de portefeuillehouder het aanbod van de netbeheerder accepteren en ondertekenen zodra voor een project transportcapaciteit beschikbaar is. Met deze ondertekening wordt de beschikbare transportcapaciteit voor het betreffende project definitief vastgelegd.

Bijlage 1 Bestuursverklaring

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling