Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766301
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766301/1
Regeling vervalt per 01-01-2030
Openstellingsbesluit GLB-NSP Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Drenthe 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 09-09-2026 t/m 31-12-2029
Intitulé
Openstellingsbesluit GLB-NSP Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Drenthe 2026Gedeputeerde Staten van Drenthe;
gelet op artikel 1.2 en paragraaf 2.3 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Drenthe;
overwegende dat met dit openstellingsbesluit wordt ingezet op niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven op landbouwgrond die bijdragen aan de opgaven voortvloeiend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurherstelverordening, de Kaderrichtlijn Water, de Drentse Bomen- en Bossenstrategie en de Omgevingsvisie Drenthe, inclusief het beleid voor de Basiskwaliteit Natuur Drenthe;
BESLUITEN:
het Openstellingsbesluit GLB-NSP Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Drenthe 2026 vast te stellen.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Autochtoon: autochtone soorten (ook wel genetisch inheems genoemd) zijn natuurlijke inheemse selecties die zelfstandig meer dan 100 jaar zichzelf in stand houden in een bepaald gebied;
Basiskwaliteit Natuur Drenthe: Basiskwaliteit Natuur (BKN) gaat over de basisvoorwaarden die algemene soorten nodig hebben. (https://www.provincie.drenthe.nl/publish/pages/143606/handreiking_bkn_landelijk_gebied_bebouwde_omgeving_webversie.zip)
Biodiversiteit: alle soorten, planten en dieren die voorkomen en thuishoren in het landschap, met zijn specifieke kenmerken, waar het project plaatsvindt;
Catalogus Groenblauwe Diensten: De Catalogus GroenBlauwe Diensten (CGBD) is een gereedschapskoffer waarmee overheden regelingen kunnen ontwikkelen op gebied van aanleg en beheer van natuur, landschap, water, recreatie en cultuurhistorie;
De Drentse Bomen- en Bossenstrategie: een provinciaal beleidsplan met de uitwerking van de landelijke bossenstrategie en richt zich op meer biodiversiteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit.
Faunaschade Preventiekit module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en te beperken zoals gepubliceerd op de website van BIJ12;
Inheems: soorten die van nature in een bepaald gebied voorkomen;
KRW: Kaderrichtlijn Water, de Europese richtlijn 2000/60/EG, die tot doel heeft uiterlijk in 2027 een goede chemische en ecologische waterkwaliteit te bereiken in alle Europese oppervlaktewateren en grondwateren en de lidstaten verplicht de daartoe noodzakelijke maatregelen te nemen;
KRW-doelen: de provinciale doelstellingen voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater zoals beschreven in de bij het Besluit Europese Kaderrichtlijn Water provincie Drenthe vastgestelde factsheets (OW_33, OW_34, OW_59, OW_44, NLGW0001, NLGW0002, NLGW0003, NLGW0010 alle voor zover betrekking hebbend op Drents grondgebied) die zijn opgenomen in het landelijke KRW portaal: https://waterkwaliteitsportaal.nl/;
KRW-maatregelen: maatregelen die bijdragen aan de realisatie van de Drentse KRW-doelen;
Landbouwgrond: aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, die in het bezit is van een bedrijfsregistratienumer (BRS) ofwel relatienummer RVO;
Landschapstypen: landschapstypen als opgenomen in Handboek landschapselementen Drenthe: https://www.provincie.drenthe.nl/publish/pages/143606/handboek_landschapselementen.pdf
Natuurherstelverordening: EU-verordening bevat voorschriften die moeten bijdragen aan het langdurige en duurzame herstel van biodiverse en veerkrachtige ecosystemen in de land- en zeegebieden van de lidstaten door middel van het herstel van aangetaste ecosystemen.
Niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf;
NNN: Natuur Netwerk Nederland, het NNN is het landelijk netwerk van bestaande natuurgebieden, in te richten natuurgebieden en agrarische gebieden met belangrijke natuurwaarden;
Omgevingsvisie Drenthe: de omgevingsvisie schetst het toekomstperspectief voor Drenthe in 2050. De visie laat zien voor welke maatschappelijke opgaven we staan en wat de provincie Drenthe doet om deze samen met onze partners aan te pakken.
PNP Drenthe: Programma Natuurlijk Platteland Drenthe;
Samenwerkingsverbanden: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;
SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland;
Uitvoeringsplan Drentse Boerenlandvogels 2021-2025: Is een gezamenlijk werkprogramma van het samenwerkingsplatform Ermberaad gericht op herstel van populaties boerenlandvogels
Verordening: Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Drenthe.
Vogel- en Habitatrichtlijn: De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke planten en dieren en hun natuurlijke habitats (leefgebieden) beschermd moeten worden door de lidstaten van de Europese Unie. De Vogelrichtlijn (VR) is gericht op in het wild levende vogelsoorten. De Habitatrichtlijn (HR) is gericht op dier- en plantensoorten. De richtlijnen zorgen voor gebieds- en soortenbescherming in Europa;
Wolvenconsulenten provincie Drenthe: De wolvenconsulenten van de provincie Drenthe zijn personen die door de provincie Drenthe zijn aangewezen om dierhouders te adviseren en te begeleiden bij het voorkomen van schade door wolven.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Onverminderd artikel 2.3.1 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt voor de activiteiten opgenomen in de bijlagen 1, 2 en 3.
Artikel 3 Aanvrager
-
1. Voor de activiteiten in bijlage 1 kan subsidie uitsluitend worden verstrekt aan de aanvragers als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Verordening.
-
2. Voor de activiteiten in de bijlagen 2 en 3 kan subsidie uitsluitend worden verstrekt aan de in artikel 2.3.2, onder d, van de Verordening.
Artikel 4 Openstellingsperiode
-
1. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 29 september 2026 om 9.00 uur tot en met 16 november 2026 om 17.00 uur.
-
2. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode door SNN is ontvangen via het daarvoor ontwikkelde webportaal: http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27.
-
3. Op grond van artikel 1.14, onder b, van de Verordening beslissen Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen de aanvraag ontvangen moet zijn bij de verdelingswijze op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
Artikel 5 Subsidieplafond
-
1. Het subsidieplafond bedraagt € 2.600.000,--.
-
2. Het subsidieplafond is als volgt onderverdeeld in deelplafonds:
- a.
€ 1.300.000 voor de activiteiten genoemd in bijlage 1;
- b.
€ 300.000 voor de activiteiten genoemd in bijlage 2;
- c.
€ 1.000.000 voor de activiteiten genoemd in bijlage 3.
- a.
-
3. Het deelplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is als volgt onderverdeeld:
- a.
€ 300.000 voor activiteiten die betrekking hebben op figuur 2, zoekgebied landschap 1;
- b.
€ 700.000 voor activiteiten die betrekking hebben op figuur 2, zoekgebied landschap 2.
- a.
-
4. Indien een deelplafond als bedoeld in het tweede lid niet volledig wordt benut en een ander deelplafond wordt overvraagd, kunnen de resterende middelen worden overgeheveld naar het overvraagde plafond.
-
5. Indien één deelplafond als bedoeld in het tweede lid niet volledig wordt benut en twee andere deelplafonds worden overvraagd, worden de resterende middelen van het onderbenutte deelplafond in gelijke delen toegevoegd aan de twee overvraagde deelplafonds.
-
6. Als het deelplafond het derde lid, sub a, wordt ondervraagd, dan wordt dit niet overgeheveld naar de andere deelplafonds.
Artikel 6 Hoogte subsidie
Op grond van artikel 1.2, derde lid, onder g, van de Verordening bedraagt de minimale hoogte van de subsidie € 125.000.
Artikel 7 Subsidiabele kosten
-
1. In aanvulling op artikel 2.3.5, eerste lid, van de Verordening komen op grond van artikel 2.3.5, tweede lid, van de Verordening tevens de kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b, van de Verordening voor subsidie in aanmerking.
-
2. Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a, leden 1, onder a, 2 en 3, artikel 1.9b of artikel 1.9c, leden 1, onder a, en 2 van de Verordening.
-
3. In afwijking op artikel 1.10 van de regeling komen kosten als bedoeld in artikel 1.10, onder e, uitsluitend voor niet-overheden, voor subsidie in aanmerking.
Artikel 8 Aanvraagvereisten
-
1. Onverminderd de artikelen 1.6 en artikel 2.3.3 van de Verordening, en in aanvulling op artikel 1.3 van de Verordening, wordt een aanvraag om subsidie:
- a.
per deelplafond als bedoeld in artikel 5, tweede lid, afzonderlijk ingediend, waarbij een aanvraag uitsluitend betrekking heeft op activiteiten die vallen onder één deelplafond;
- b.
ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe via SNN, door middel van een daarvoor ontwikkelde webportaal, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van dit openstellingsbesluit;
- c.
ingediend met gebruikmaking van het door SNN verstrekte projectplanformat, dat volledig is ingevuld en vergezeld gaat van de van toepassing zijnde bijlagen.
- a.
-
2. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag om subsidie:
- a.
een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd conform het format van SNN;
- b.
een kaart met daarop aangegeven de locatie of locaties waar de activiteit wordt uitgevoerd of, indien deze locatie of locaties nog niet exact bekend is, een zoekgebiedenkaart voor de activiteit, of een beschrijving van de investeringen waarbij aantoonbaar wordt gemaakt dat de investeringen effect hebben op deze gebieden;
- c.
een omschrijving van de voor de uitvoering van de activiteit vereiste vergunningen, voor zover de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar verwachting kan leiden tot negatieve omgevingseffecten.
- a.
-
3. In aanvulling op het tweede lid bevat een aanvraag om subsidie, voor zover de aanvraag betrekking heeft op activiteiten als bedoeld in:
- a.
bijlage 1, voor zover de aanvraag betrekking heeft op het treffen van wolfwerende maatregelen op in de provincie Drenthe gelegen landbouwgrond die niet in eigendom is bij de aanvrager: een document waaruit blijkt dat de eigenaar van de landbouwgrond toestemming verleend voor het uitvoeren en in stand houden van de voorgenomen maatregelen, bijvoorbeeld door overlegging van een schriftelijke verklaring van de grondeigenaar;
- b.
bijlage 2, voor zover de aanvraag betrekking heeft op het verwijderen van houtopstanden: bijvoorbeeld door overlegging van een schriftelijke reactie van de gemeente, en dat de houtopstanden geen deel uitmaken van historische structuren;
- c.
bijlage 3: een verantwoording waaruit blijkt hoe de voorgenomen maatregelen:
- 1°.
landschappelijk passen binnen de landschapstypen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe 2022;
- 2°.
cultuurhistorisch passen binnen het Cultuurhistorisch Kompas: Hoofdstructuur & beleidsvisie, versie 2024;
- 3°.
aansluiten op de ontwerpprincipes uit het Handboek landschapselementen voor Drenthe; en
- 4°.
aansluiten op de omschrijving van de landschapselementen per landschapstype zoals opgenomen in de Handreiking BKN Landelijk gebied & gebouwde omgeving en passen binnen de kernkwaliteiten landschap, bedoeld in bijlage I bij de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
- 1°.
- a.
Artikel 9 Selectiecriteria
-
1. Aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden door een adviescommissie en conform artikel 2.3.8 van de Verordening gerangschikt.
-
2. Voor ieder van de in artikel 2.3.8, tweede lid, van de Verordening bedoelde criteria kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald.
-
3. De criteria hebben de volgende wegingsfactoren:
- a.
het criterium bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening, onder a, heeft een wegingsfactor van 4;
- b.
het criterium bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening, onder b, heeft een wegingsfactor van 3;
- c.
het criterium bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening, onder c, heeft een wegingsfactor van 3;
- d.
het criterium bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening, onder d, heeft een wegingsfactor van 2.
- a.
-
4. Indien een aanvraag minder dan 36 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
-
5. Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1) Effectiviteit, 2) Haalbaarheid, 3) Urgentie en 4) Efficiëntie. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
Artikel 10 Bevoorschotting
Op grond van artikel 1.17, tweede lid, van de Verordening bedraagt het voorschot 50% van de verleende subsidie.
Artikel 11 Deelbetaling
In afwijking op artikel 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen deelbetalingen.
Artikel 12 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
- a.
de aanvraag niet voldoet aan de subsidievereisten als bepaald in artikel 1.6 van de Verordening of artikel 8 van dit openstellingsbesluit;
- b.
de aanvraag wordt ontvangen buiten de openstellingsperiode als aangegeven in artikel 4 van dit openstellingsbesluit;
- c.
de aanvrager niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 3 van dit openstellingsbesluit;
- d.
na beoordeling van de aanvraag blijkt dat de subsidie minder dan € 125.000, - bedraagt;
- e.
de aanvraag bij de in artikel 9 van dit openstellingsbesluit bedoelde rangschikking minder dan 36 punten behaalt.
Artikel 13 Verplichtingen
-
1. Op grond van artikel 1.2, derde lid, onder k, van de Verordening worden de volgende overige verplichtingen aan de subsidieontvanger opgelegd:
- a.
de subsidieontvanger is verplicht de niet-productieve investering in stand te houden voor vijf jaar, tenzij sprake is van een investering door een mkb-onderneming of sprake is van een investering die leidt tot door een mkb-onderneming gecreëerde banen, in welk geval de instandhoudingsverplichting drie jaar bedraagt conform artikel 65 van Verordening 2021/1060;
- b.
in aanvulling op artikel 1.21 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk in te dienen:
- 1°.
op 30 juni 2028 voor activiteiten als opgenomen in bijlage 1;
- 2°.
op 31 december 2028 voor activiteiten als opgenomen in bijlage 2 en 3.
- 1°.
- a.
-
2. Indien vergunningen als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder c, benodigd zijn, dienen de vergunningen uiterlijk bij aanvraag tot vaststelling van de subsidie te worden overlegd.
-
3. Ontvanger van subsidie voor wolfwerende maatregelen, zoals opgenomen in bijlage 1, is verplicht bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een opleveringsrapport van een van de Drentse provinciale wolvenconsulenten te overleggen waaruit blijkt dat de maatregelen voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de Faunaschade Preventiekit module wolven zoals vermeld op de website van BIJ12.
Artikel 14 Slotbepalingen
-
1. Dit openstellingsbesluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2030.
-
2. De bijlagen maken integraal onderdeel uit van dit openstellingsbesluit.
Artikel 15 Citeertitel
Dit openstellingsbesluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB-NSP Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Drenthe 2026.
Ondertekening
Gedeputeerde Staten voornoemd,
drs. A.H. Mulder, voorzitter
M. Visser, wnd. secretaris
Assen, 1 september 2026
Kenmerk 4.13/2026001235
Bijlage 1.
Wolfwerende maatregelen zijn een noodzakelijke randvoorwaarde voor het mogelijk maken van en draagvlak houden voor de instandhouding van deze beschermde diersoort binnen het landelijke gebied. De volgende maatregelen die een directe bijdrage aan de biodiversiteitsdoelen van het GLB-NSP leveren zijn subsidiabel:
- a.
Vaste en mobiele wolfwerende rasters, inclusief alle benodigde onderdelen zoals hoek- en weidepalen, stroomdraden, poortgrepen, draadspanners en isolatoren;
- b.
Kosten voor het plaatsen van permanente wolfwerende maatregelen;
- c.
Schrikdraadapparaten, inclusief benodigde materialen zoals accu’s en zonnepanelen;
- d.
Anti-diefstalkasten voor schrikdraadapparaten, accu’s en zonnepanelen;
- e.
Afrasteringsalarmen/schrikdraadbewakingssystemen voor elektrische afrasteringen;
- f.
Wolfwerende toegangspoorten voor weides;
- g.
Autowindersystemen voor het plaatsen en opruimen van mobiele wolfwerende rasters;
- h.
Turbo fladry, fox-lights en andere materialen die na een wolvenaanval als aanvullende preventieve maatregel kunnen worden ingezet;
- i.
Maaiapparatuur voor het beheer van begroeiing onder wolfwerende rasters;
- j.
Voorzieningen om dieren gedurende de nacht veilig onder te brengen, zoals nachtkralen.
De maatregelen om wolvenschade te voorkomen moeten voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de Faunaschade PreventieKit (FPK) voor wolven die op de website van BIJ12 is vermeld.
Bijlage 2.
De volgende maatregelen en activiteiten ten behoeve van weidevogelclusters uit het uitvoeringsplan Drentse Boerenlandvogels 2021-2025 (figuur 1) zijn subsidiabel:
- a.
aanleg weidevogelvriendelijke oevers
- b.
verbreden van sloten met aanleg met aanleg natuurvriendelijke oever
- c.
graven greppels
- d.
aanleg dammen en stuwen
- e.
aanleg plas-dras-locaties (volvelds)
- f.
plasdras pompen
- g.
grote pomp op zonne-energie, goed voor ongeveer 2 tot 3 ha plasdras
- h.
versterken van de openheid/ verwijderen van houtopstanden
- i.
aanschaf elektronische vossenrasters (flexibel inzetbare en vaste opstelling)
- j.
aanschaf elektronische vossenrasters ter bescherming van wulpennesten
- k.
predatierasters bouwen (vaste opstellingen)
- l.
elektronische zoogdierverjagers
- m.
(wild)camera’s en toebehoren o.a. t.b.v. monitoring preventief predatiebeheer
- n.
investeringen voor het vernatten t.b.v. het optimaliseren van het weidevogelbiotoop
- o.
waterinfiltratiesystemen (WIS) of het aanbrengen van greppels ten behoeve van greppelinfiltratie, baggerpomp
- p.
inheems kruidenmengsel ten behoeve van akkerranden
- q.
afrasteringen ter bescherming van NVO
- r.
aanschaf weidevogeldrones voor monitoring
- s.
gestabiliseerde verrekijker en toebehoren voor monitoring
- t.
warmtebeeldkijkers en toebehoren voor monitoring
- u.
herinzaai extensief kruidenmengsel rondom plasdrassen
- v.
voorbereidingskosten en begeleiding uitvoering (uren)
Alleen maatregelen en activiteiten in onderstaande gebieden zijn subsidiabel:
Figuur 1. Weidevogelclusters vanuit het Uitvoeringsplan Boerenlandvogels 2021-2025
Toelichting op figuur 1: De lichtgroen gekleurde gebieden komen in aanmerking voor subsidie. De donkergroen gekleurde gebieden betreffen natuurgronden en komen daarmee niet in aanmerking voor subsidie.
Bijlage 3.
De volgende maatregelen en activiteiten ten behoeve van het versterken van bestaande of de aanleg van nieuwe landschapselementen uit onderstaande opsomming zijn subsidiabel:
- a.
houtwal en houtsingel
- b.
elzensingel
- c.
knotbomenrij
- d.
solitaire knotboom
- e.
bomenrij
- f.
knip- en scheerheg
- g.
struweelhaag
- h.
struweelrand
- i.
half- en hoofstamboomgaard
- j.
hakhoutbosje
- k.
bosje
- l.
poel, dobbe, pingoruïne, wiel
- m.
natuurvriendelijke oever
- n.
rietzoom
- o.
klein rietperceel
- p.
smalle sloten (slootbreedte < 6m)
- q.
brede sloten (> 4 – 10 m)
- r.
onverharde wegen
- s.
bomen in bermen langs verharde en semi-verharde wegen
- t.
bermen langs (semi) verharde wegen zonder bomen
- u.
keverbank
- v.
rasters ten behoeve van bescherming landschapselementen
- w.
alle andere benodigde inrichtingsmaatregelen ten behoeve van het realiseren of versterken van bovengenoemde maatregelen zijn subsidiabel
- x.
algemene projectkosten die gemaakt moeten worden om de maatregelen te realiseren zijn tevens subsidiabel. Deze bestaan uit:
- -
werving, informatieavonden en erfbezoeken
- -
projectbegeleiding tijdens uitvoering
- -
verantwoording en vaststelling subsidieaanvraag
- -
Figuur 2: zoekgebieden maatregelen aanleg landschapselementen
Toelichting op het openstellingsbesluit GLB-NSP Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven 2026
Met dit openstellingsbesluit geeft de provincie Drenthe uitvoering aan het GLB-NSP voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven in 2026. De regeling is gericht op investeringen die bijdragen aan maatschappelijke doelen op het gebied van biodiversiteit en landschap, zonder dat deze primair zijn gericht op verhoging van de landbouwproductie. Met de openstelling willen wij agrarische ondernemers ondersteunen bij het nemen van maatregelen die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en een veerkrachtig landelijk gebied.
Deze openstelling sluit aan bij de provinciale ambitie om te werken aan een vitaal platteland waarin landbouw, natuur, water en leefomgeving in samenhang worden ontwikkeld. Niet-productieve investeringen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit en verbeteren van het landschap. Met Europese middelen uit het GLB wordt ruimte geboden om investeringen te realiseren die voor individuele ondernemers vaak niet of beperkt rendabel zijn, maar wel een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde hebben.
Om bij te kunnen dragen aan de doelen van het GLB-NSP zullen boeren niet-productieve investeringen op het landbouwbedrijf moeten doen. Deze zijn bedrijfseconomisch niet rendabel (ze dragen niet bij aan de productiviteit), maar zijn maatschappelijk wel gewenst. De openstelling geldt voor het hele grondgebied van Drenthe of specifieke gebieden waar het de boerenlandvogels betreft. In het GLB-NSP wordt aangegeven dat de investeringen moeten bijdragen aan de basisdoelen, de opgaven die voortvloeien uit de Green Deal, en wordt ingezet op het ontwikkelen, benutten en beschermen van de natuur en biodiversiteit. Investeringen die voor subsidie in aanmerking komen zijn niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur, landschap en water. Het betreft niet-productieve investeringen voor de inrichting en herinrichting van het landelijk gebied voor zover het landbouwgrond betreft.
Artikel 6 Hoogte subsidie
Om de uitvoeringskosten van de regeling in verhouding te laten zijn met de subsidie kiezen we ervoor om de ondergrens van de subsidie 125.000 euro te laten zijn. Voor activiteiten die gesubsidieerd worden onder bijlage 1, wordt de mogelijkheid geboden voor samenwerkingsverbanden van agrariërs om aan te vragen.
Artikel 9 Selectiecriteria
Alle aanvragen voor subsidie die voor subsidie in aanmerking te komen, worden gerangschikt op de vier criteria die in artikel Artikel 2.3.8 Rangschikking, lid 2 genoemd staan. Per criterium kan 0 tot en met 5 punten behaald worden.
Een aanvraag moet op basis van de criteria minimaal 36 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Behaald een aanvraag minder dan 36 punten dan wordt de aanvraag alsnog geweigerd. Aanvragen met de hoogste scores worden het hoogst gerangschikt. De subsidies worden verleend op volgorde van de rangschikking, totdat het deelplafond van het betreffende beheergebied is bereikt.
De selectiecriteria waarop de aanvragen worden gescoord zijn: de mate van effectiviteit, de haalbaarheid, de urgentie en de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.
De mate van effectiviteit
Bij dit selectiecriterium gaat het om de bijdrage die het project, waarvoor subsidie wordt gevraagd, levert aan de interventie en de beleidsdoelstellingen als opgenomen in de inleiding van dit openstellingsbesluit, de aanvraagvereisten als opgenomen in artikel 8 van dit openstellingsbesluit en maatregelen in bijlage 1, 2 en 3.
De effectiviteit van de activiteit is afhankelijk van de te bereiken, in dit openstellingsbesluit gespecificeerde, doelstelling(en) in een gebied en de mate waarin de activiteit beoogt aan het bereiken van die doelstelling(en) bij te dragen. De hoogte van het gevraagde subsidiebedrag wordt hierbij in ogenschouw genomen. De mate van effectiviteit wordt bepaald op basis van het aantal doelen waaraan met het project wordt bijgedragen. Bij de beoordeling van de “effectiviteit” wordt daarnaast niet enkel gekeken naar de omvang en het bereik van het project. Dit om te voorkomen dat aan grotere projecten automatisch een hogere score toegekend moet worden dan aan kleinere projecten. Het effect blijft het leidende element.
De punten worden als volgt toegekend.
0 punten: zeer geringe bijdrage. Van een zeer geringe bijdrage is sprake als het project niet bijdraagt aan de doelen van dit openstellingsbesluit.
1 punt: geringe bijdrage. Van een geringe bijdrage is sprake als het project een geringe bijdrage levertaan een van de doelen uit het openstellingsbesluit.
2 punten: matige bijdrage. Van een matige bijdrage is sprake als enigszins een bijdrage wordt geleverd aan een van de doelen uit het openstellingsbesluit.
3 punten: voldoende bijdrage. Van een voldoende bijdrage is sprake als overtuigend aan een van de doelen van dit openstellingsbesluit wordt bijgedragen.
4 punten: goede bijdrage. Van een goede bijdrage is bijvoorbeeld sprake als enigszins aan beide doelen van het openstellingsbesluit wordt bijgedragen. Daarbij is de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag, gelet op het effect, redelijk.
5 punten: zeer goede bijdrage. Van een zeer goede bijdrage is sprake als overtuigend aan beide doelen van het openstellingsbesluit wordt bijgedragen. Daarbij is de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag, gelet op het effect, zeer redelijk.
Haalbaarheid
De kans dat het project succesvol uitgevoerd kan worden en/of succesvol zal zijn in het ‘verder gaan’. Of een project succesvol uitgevoerd kan worden hangt onder andere af of aan de randvoorwaarden is voldaan en of er een risicoanalyse is uitgevoerd en er passende beheermaatregelen getroffen kunnen worden.
Of een project haalbaar is, kan worden bepaald aan de hand van de kwaliteit van het projectplan en is mede afhankelijk van de concrete situatie/omstandigheden waar het project plaats zal vinden. Er wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten:
- •
zijn relevante partijen in voldoende mate bij de uitvoering van het plan betrokken, is voldoende aannemelijk dat rechthebbenden mee zullen werken;
- •
kent het project een realistische planning, opzet en begroting.
Op basis van bovenstaande aspecten wordt de haalbaarheid als volgt gekwalificeerd:
0 punten: de haalbaarheid is zeer gering. Er is geen vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd;
1 punt: de haalbaarheid is gering. Er is enig vertrouwen dat de activiteit kan worden uitgevoerd;
2 punten: de haalbaarheid is matig. Om de activiteit te kunnen uitvoeren, moet nog aan een aantal voorwaarden (bijvoorbeeld vergunningen) worden voldaan, waarbij het nog onzeker is of aan de voorwaarden voldaan kan worden;
3 punten: de haalbaarheid is voldoende. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn inzichtelijk gemaakt, maar nog niet concreet beheersbaar gemaakt;
4 punten: de haalbaarheid is goed. De activiteit kan worden uitgevoerd, de risico’s zijn benoemd en beheersbaar gemaakt;
5 punten: de haalbaarheid is zeer goed. De activiteit kan worden uitgevoerd, ook als er zich gedurende de uitvoering financiële tegenvallers voor doen.
Urgentie
Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre de opgave(n) die aangepakt worden geïdentificeerd zijn als opgaven die noodzakelijk aangepakt dienen te worden en op welke termijn die aanpak noodzakelijk is om een bijdrage te leveren aan een van de doelen als opgenomen in deze openstelling.
Bij het criterium urgentie worden de scores op de volgende manier uitgewerkt:
0 punten: De urgentie is zeer gering. De activiteit is op de lange termijn niet noodzakelijk.
1 punt: De urgentie is gering. De activiteit is niet op de middellange maar wel op de lange termijn noodzakelijk.
2 punten: De urgentie is matig. De activiteit is op de middellange termijn noodzakelijk.
3 punten: De urgentie is voldoende. De activiteit is op korte termijn noodzakelijk.
4 punten: De urgentie is hoog. De activiteit is op zeer korte termijn noodzakelijk.
5 punten: De urgentie is zeer hoog. Langer wachten met het uitvoeren van de activiteit is echt niet langer verantwoord, er is gelijk actie noodzakelijk (zeer dringende urgentie).
De mate van efficiëntie
Bij dit criterium wordt beoordeeld of de input (geld, kennis, kunde en overige middelen) efficiënt wordt ingezet om de gewenste output te realiseren. Daarbij wordt bezien of de opgevoerde kosten passend zijn (worden de resultaten met de juiste middelen gehaald?), wordt gekeken in hoeverre de proceskosten die in het projectgemaakt worden in verhouding staan tot de feitelijke projectkosten én wordt bezien of binnen het project op een goede manier gebruik gemaakt wordt van reeds bestaande kennis en kunde.
Op basis van de genoemde aspecten worden de volgende scores toegekend:
0 punten: de efficiëntie is zeer gering. Kosten worden niet doelmatig gemaakt en middelen niet doelmatig ingezet. De opgevoerde project kosten zijn te hoog in relatie tot de output. Ook wordt er geen gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde;
1 punt: de efficiëntie is gering. Kosten en middelen worden onvoldoende doelmatig ingezet. De aanvraag bevat bijvoorbeeld veel uren van adviseurs of kosten voor haalbaarheidsstudies, in plaats van bestaande kennis en kunde gebruik te maken;
2 punten: de efficiëntie is matig. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten en de ingezette middelen is matig. Er wordt wel gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde, maar de opgevoerde project kosten zijn hoog in relatie tot de output;
3 punten: de efficiëntie is voldoende. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten zijn redelijk en de benodigde kennis en kunde is in kaart gebracht en wordt gebruikt in het project. Daarbij is de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in overeenstemming met wat normaliter de kosten zijn van een dergelijke activiteit;
4 punten: de efficiëntie is goed. De opgevoerde projectkosten staan in goede verhouding met de output van het project. Het project wordt efficiënt uitgevoerd;
5 punten: de efficiëntie is zeer goed. Het project wordt efficiënter uitgevoerd dan redelijkerwijs verwacht mag worden. De aanvrager realiseert de grootst mogelijke output met de zo klein mogelijke inzet van geld, kennis, kunde en overige middelen.
Wegingsfactoren
Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een adviescommissie beoordeeld. Op basis van de in artikel 9 bedoelde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.
De behaalde punten per selectiecriterium worden vervolgens gewogen:
|
Selectiecriterium |
Weging |
Te behalen punten |
Maximum per criterium |
|
|
a |
Effectiviteit |
4 |
0-5 |
20 |
|
b |
Haalbaarheid |
3 |
0-5 |
15 |
|
c |
Urgentie |
3 |
0-5 |
15 |
|
c |
Efficiëntie |
2 |
0-5 |
10 |
|
Totaal te behalen punten |
60 |
|||
Het maximumaantal punten dat behaald kan worden is 60. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk adviescommissie die Gedeputeerde Staten adviseert. Er worden maximaal 5 punten toegekend per criterium. Aan elk selectiecriterium is een wegingsfactor toegekend.
In totaal zijn maximaal 60 punten te behalen. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan het project toekent. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van 60 punten = minimaal 36 punten). Indien een aanvraag minder dan 36 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle aanvragen onderling te vergelijken en de beste aanvragen uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl