Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766285
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766285/1
Regeling vervalt per 01-09-2027
Subsidieregeling autodelen Zwolle 2026-2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 09-09-2026 t/m 31-08-2027 met terugwerkende kracht vanaf 02-09-2026
Intitulé
Subsidieregeling autodelen Zwolle 2026-2027Burgemeester en wethouders van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;
overwegende dat het gemeentebestuur het gebruik van deelauto’s wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle 2022;
besluit vast te stellen de Subsidieregeling autodelen Zwolle 2026-2027.
Artikel 1 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Zwolle 2022;
- –
bewonersgroep: twee of meer huishoudens die binnen een straal van 1 kilometer van de standplaats wonen en die één of meer auto’s delen;
- –
buurtcoöperatie: vijf of meer huishoudens die binnen een straal van 1 kilometer van de standplaats wonen en die één of meer auto’s delen door middel van een coöperatie die is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- –
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;
- –
deelauto: auto die al dan niet in het bezit is van een bewoner en die op aanvraag en tegen betaling beschikbaar is voor het delen met andere huishoudens;
- –
deelsysteem: digitaal systeem om toegang tot, reservering, gebruik en betaling van deelauto's mogelijk te maken;
- –
huishouden: alleenstaande of twee of meer personen die samen een woning bewonen in de gemeente Zwolle en een gemeenschappelijke huishouding voeren;
- –
pilot: tijdelijke plaatsing van een deelauto op de standplaats met als doel toe te werken naar het minimale aantal deelnemende huishoudens dat een aanbieder van een deelauto hanteert voor plaatsing of voortzetting van de deelauto;
- –
sleutelloos maken: verwijderen van het fysieke slot- en sleutelmechanisme waardoor een deelauto zonder gebruik van een fysieke sleutel kan worden geopend en gestart;
- –
standplaats: (beoogde) locatie in de gemeente Zwolle waar de deelauto in hoofdzaak wordt geparkeerd en van waaruit deze door deelnemers wordt opgehaald en teruggebracht.
Artikel 2 Toepasselijkheid ASV
De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 3 Doel
Subsidie op grond van deze regeling heeft als doel het stimuleren van het gebruik van deelauto’s door huishoudens in de gemeente Zwolle, door het ondersteunen van initiatieven die het gebruik van deelauto's mogelijk maken.
Artikel 4 Aanvrager
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan bewonersgroepen en buurtcoöperaties in de gemeente Zwolle.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die direct bijdragen aan het gebruik van deelauto’s door huishoudens, waaronder in ieder geval:
- a.
het oprichten van een buurtcoöperatie;
- b.
het geschikt maken van een auto voor gebruik als deelauto;
- c.
het inrichten van en het operationeel maken van een deelsysteem;
- d.
activiteiten gericht op het uitbreiden, toegankelijk maken of promoten van het gebruik van een deelauto.
- a.
-
2. Subsidie kan ook worden verstrekt voor een pilot als een bewonersgroep of buurtcoöperatie (nog) niet het minimale aantal deelnemende huishoudens heeft dat nodig is voor (bij)plaatsing of voortzetting van een deelauto door een aanbieder van deelauto's.
Artikel 6 Subsidiecriteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de kosten waar subsidie voor wordt aangevraagd zijn redelijk, marktconform en noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 5;
- b.
een activiteit als bedoeld in artikel 5 is niet gericht op commerciële exploitatie of het behalen van winst;
- c.
voor zover sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt aannemelijk gemaakt dat deze activiteit leidt tot groei van het aantal deelnemende huishoudens en tot structureel gebruik van de deelauto.
Artikel 7 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 12 van de ASV wordt de subsidie geweigerd als:
- a.
de aanvrager of een persoon uit een deelnemend huishouden voor dezelfde activiteiten al subsidie ontvangt of heeft ontvangen op grond van deze of een andere regeling;
- b.
voor dezelfde standplaats van de deelauto, of voor een standplaats binnen een straal van 1 kilometer daarvan, al subsidie is verstrekt op grond van deze subsidieregeling;
- c.
de activiteit waar subsidie voor wordt gevraagd uitgevoerd is vóór 1 januari 2026.
Artikel 8 Subsidiabele kosten
-
1. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden én die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, als genoemd of bedoeld in artikel 5.
-
2. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, vallen in ieder geval:
- a.
de kosten voor het oprichten van een buurtcoöperatie;
- b.
de kosten voor het sleutelloos maken van een deelauto;
- c.
de kosten voor het inrichten van een deelsysteem, waaronder:
- 1°.
de aanschaf van software om de deelauto te kunnen delen;
- 2°.
de kosten voor het plaatsen van de deelauto;
- 3°.
de aanschaf en plaatsing van sleutelkastje;
- 4°.
de aanschaf en plaatsing van smartlock systemen;
- 5°.
de aanschaf en plaatsing van een track en trace device;
- 6°.
de aanschaf van software om ritten te registreren;
- 7°.
het bestickeren of markeren van de deelauto;
- 1°.
- d.
de kosten voor het uitbreiden, toegankelijk maken of promoten van het gebruik van de deelauto;
- e.
andere kosten die redelijkerwijs voortvloeien uit het inrichten en operationeel maken van een deelauto.
- a.
Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 6, van de ASV, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten voor de aanschaf van een deelauto;
- b.
kosten voor (individueel) gebruik van een deelauto;
- c.
kosten van schade aan een deelauto;
- d.
kosten van verzekeringen en belastingen voor een deelauto;
- e.
boetes, dwangsommen en schadevergoedingen gerelateerd aan het gebruik van een deelauto;
- f.
de verrekenbare BTW over de gesubsidieerde kosten;
- g.
andere doorlopende kosten die voortvloeien uit het gebruik van de deelauto;
- h.
niet noodzakelijke of bovenmatige kosten.
Artikel 10 Subsidiehoogte
Een subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,--.
Artikel 11 Subsidieplafond en aanvraagtermijn
Het college stelt het subsidieplafond en de aanvraagtermijn waarbinnen de subsidieaanvraag moet worden ingediend vast.
Artikel 12 Wijze van verdeling
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten, geldt als datum van binnenkomst.
-
2. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op hetzelfde moment zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.
Artikel 13 Indieningsvereisten
-
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
-
2. De aanvrager legt, in aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASV, de volgende gegevens over:
- a.
een omschrijving van de opzet van de wijze van delen van de deelauto;
- b.
de namen van de personen uit de deelnemende huishoudens, inclusief het adres van ieder huishouden;
- c.
een offerte of, in afwijking van artikel 10, derde lid, van de ASV, een factuur van de kosten waar subsidie voor wordt aangevraagd.
- a.
-
3. Voor zover subsidie wordt aangevraagd voor de activiteit, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, legt de aanvrager in aanvulling op het tweede lid tevens de volgende gegevens over:
- a.
de namen van de personen binnen de huishoudens die deel gaan uitmaken van de buurtcoöperatie, inclusief het adres van ieder huishouden;
- b.
een offerte van de notariskosten, voor zover subsidie wordt aangevraagd voor deze kosten.
- a.
-
4. Voor zover subsidie wordt aangevraagd voor de activiteit, genoemd in artikel 5, tweede lid, legt de aanvrager, in aanvulling op het tweede lid tevens de volgende gegevens over:
- a.
een schriftelijke verklaring van de aanbieder van de deelauto waaruit blijkt dat deze instemt met het ter beschikking stellen van de deelauto gedurende de pilotperiode;
- b.
een onderbouwing van het financiële tekort dat ontstaat doordat nog niet wordt voldaan aan het minimale aantal deelnemende huishoudens dat nodig is voor (bij)plaatsing of voortzetting van een deelauto door een aanbieder van deelauto’s;
- c.
een plan van aanpak waarin is beschreven:
- 1°.
op welke wijze het aantal deelnemende huishoudens en het gebruik van de deelauto worden vergroot tijdens de pilotperiode; en
- 2°.
welke activiteiten de aanvrager daarbij ten minste uitvoert.
- 1°.
- a.
Artikel 14 Verplichtingen
-
1. Het college legt aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:
- a.
mee te werken aan de enquête voor de nulmeting die vooraf plaatsvindt en aan de enquête voor de monitoring die tijdens de gebruiksfase plaatsvindt;
- b.
op verzoek de gebruiksgegevens over het aantal ritten, de ritduur en ritafstand van de deelauto te delen met als doel inzicht te krijgen in het gebruik van de deelauto(‘s). Indien deze gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijk persoon, zorgt de subsidieontvanger ervoor dat de gegevens worden geanonimiseerd voordat deze gedeeld worden.
- a.
-
2. De activiteiten waar subsidie voor is verstrekt, dienen binnen twaalf maanden na de datum van verlening van de subsidie te worden afgerond, tenzij het college in de verleningsbeschikking een andere termijn heeft bepaald.
-
3. Als subsidie is verstrekt voor een activiteit als bedoeld in artikel 5, tweede lid, gelden in aanvulling op het eerste en tweede lid de volgende verplichtingen:
- a.
de pilot duurt minimaal zes maanden;
- b.
de subsidieontvanger geeft gedurende de pilotperiode uitvoering aan de activiteiten, bedoeld in artikel 13, vierde lid, onderdeel c, en organiseert in ieder geval:
- 1°.
een activiteit bij de start van de pilot, gericht op de introductie van de deelauto in de buurt; en
- 2°.
ten minste één aanvullende activiteit uiterlijk drie maanden na de start van de pilot, gericht op het vergroten van het gebruik van de deelauto.
- 1°.
- a.
Artikel 15 Staatssteun
Indien sprake is van staatssteun wordt subsidie op grond van deze regeling verstrekt voor zover dit mogelijk is met toepassing van de de-minimisverordening.
Artikel 16 Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 2 september 2026.
-
2. Deze subsidieregeling vervalt op 1 september 2027.
-
3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling autodelen Zwolle 2026-2027.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2026
P. Snijders, burgemeester
D. Emmer, secretaris.
Toelichting bij de subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van het gebruik van deelauto’s in Zwolle door het ondersteunen van bewonersinitiatieven die het delen van auto’s mogelijk maken of verbeteren. De subsidieregeling is gericht op collectieve vormen van autodelen door huishoudens die in elkaars nabijheid wonen.
De subsidie richt zich op het wegnemen van organisatorische en financiële drempels, zodat meer huishoudens, waaronder ook huishoudens met een laag inkomen, toegang krijgen tot een deelauto. Dit sluit aan bij bredere gemeentelijke ambities, zoals het verminderen van het aantal auto’s in de openbare ruimte, het terugdringen van uitstoot en het versterken van sociale samenhang. Door bewonersgroepen en buurtcoöperaties te ondersteunen, wordt het voor bewoners eenvoudiger om gezamenlijk een deelauto te organiseren en deze daadwerkelijk te gebruiken. Initiatieven die gericht zijn op commerciële exploitatie van deelauto’s vallen buiten het bereik van deze subsidieregeling.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 4 Aanvrager
Een aanvraag kan ook namens een bewonersgroep of buurtcoöperatie worden ingediend door een penvoerder of vertegenwoordiger.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
Artikel 5 bepaalt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Het gaat om activiteiten die in de praktijk direct bijdragen aan het gebruik van deelauto’s door huishoudens of dit stimuleren. De opsomming in het eerste lid geeft de belangrijkste categorieën weer van activiteiten die nodig zijn om een deelauto te organiseren en te gebruiken. Zo komt het oprichten van een buurtcoöperatie in aanmerking voor subsidie, omdat een formele organisatie bewoners helpt om het gebruik en beheer van een deelauto duurzaam te organiseren. Ook het geschikt maken van een auto voor gedeeld gebruik, zoals het sleutelloos maken of het installeren van systemen voor toegang, ritregistratie en veiligheid, is subsidiabel. Het inrichten en operationeel maken van een deelsysteem is ook subsidiabel, omdat een betrouwbaar reserverings- en betalingssysteem essentieel is voor het functioneren van een deelauto.
Activiteiten die de bekendheid, toegankelijkheid of het gebruik van de deelauto vergroten zijn eveneens subsidiabel. Dit kan bijvoorbeeld gaan om begrijpelijke communicatie, (professionele) ondersteuning voor bewoners die minder digitaal vaardig zijn of promotieactiviteiten in de buurt.
In het tweede lid is bepaald dat subsidie kan worden verstrekt voor een pilot. Van een pilot is sprake wanneer een initiatief nog niet voldoet aan het minimale aantal deelnemende huishoudens dat een aanbieder van deelauto’s hanteert voor het (bij)plaatsen of voortzetten van een deelauto. Aanbieders van deelauto’s hanteren doorgaans een minimale groepsgrootte voordat zij bereid zijn een deelauto te plaatsen. Deze ondergrens is nodig om te kunnen garanderen dat de exploitatie rendabel is voor de aanbieder van de deelauto. In de praktijk blijkt echter dat bewonersinitiatieven niet altijd direct voldoende deelnemers weten te verzamelen. Hierdoor wordt de deelauto soms niet geplaatst, terwijl er wel potentie is voor groei van het aantal deelnemende huishoudens zodra de auto daadwerkelijk beschikbaar is.
De pilot maakt het mogelijk om de deelauto alsnog te plaatsen, zodat bewoners ervaring kunnen opdoen met het gebruik van een deelauto en zodat de groep deelnemende huishoudens kan groeien.
Artikel 6, onderdeel c Subsidiecriteria
Als subsidie verstrekt wordt voor een pilot, moet de aanvrager aannemelijk maken dat toegewerkt wordt naar structureel gebruik van de deelauto. De aanvrager maakt dit aannemelijk door bij het indienen van de aanvraag (artikel 13, vierde lid) te onderbouwen dat er een financieel tekort is om de deelauto te kunnen plaatsen of voortzetten. Dit tekort wordt aangetoond middels:
- –
een berekening van het tekort; en,
- –
een schriftelijke verklaring van de aanbieder van de deelauto waarin deze (ondanks het tekort) instemt met het ter beschikking stellen van de deelauto gedurende de pilotperiode; en,
- –
een plan van aanpak met onder andere activiteiten die gericht zijn op het vergroten van deelname aan en gebruik van de deelauto.
Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat een pilot alleen wordt gesubsidieerd als er een (realistisch en uitvoerbaar) perspectief bestaat op voortzetting van de deelauto zonder subsidie.
Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten
Artikel 9 bepaalt welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen, om te voorkomen dat de regeling wordt gebruikt voor uitgaven die niet bijdragen aan het doel van het stimuleren van deelmobiliteit. Het gaat om kosten die horen bij het bezit of individueel gebruik van een auto, zoals de aanschaf van een deelauto, verzekeringen, belastingen, schade en boetes.
Ook doorlopende gebruikskosten vallen buiten de regeling, omdat de subsidie bedoeld is voor het opzetten en mogelijk maken van gedeeld gebruik, niet voor het financieren van ritten of exploitatie. Door deze afbakening blijft de subsidie gericht op de noodzakelijke, eenmalige en opstartgerichte activiteiten die bewonersgroepen en buurtcoöperaties helpen om een deelauto toegankelijk en operationeel te maken, zonder dat reguliere gebruikskosten of bovenmatige uitgaven worden gesubsidieerd.
Artikel 14, derde lid Verplichtingen
De subsidieregeling gaat ervan uit dat de daadwerkelijke aanwezigheid van een deelauto een belangrijke stimulans vormt voor andere bewoners om zich aan te sluiten bij de bewonersgroep of buurtcoöperatie. Om dit effect te versterken, worden aan een pilot aanvullende verplichtingen verbonden. Een pilot moet minimaal zes maanden duren en gedurende deze periode voert de subsidieontvanger de activiteiten uit die zijn opgenomen in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, vierde lid, onderdeel c. De subsidieontvanger organiseert in ieder geval een activiteit bij de start van de pilot, gericht op de introductie van de deelauto in de buurt en ten minste één aanvullende activiteit om de bekendheid en het gebruik van de deelauto te vergroten. Deze activiteiten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
- –
een informatiebijeenkomst in de buurt;
- –
een proefritdag;
- –
laagdrempelige communicatie via flyers, buurtapps of sociale media;
- –
ondersteuning bij inschrijving of eerste gebruik, met aandacht voor bewoners die laaggeletterd en/of minder digitaal vaardig zijn.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl