Verkeersbesluit vaarwegen waterschap Aa en Maas 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-09-2026

Intitulé

Verkeersbesluit vaarwegen waterschap Aa en Maas 2026

Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas is bevoegd gezag voor het nautisch beheer op de waterlopen in zijn beheergebied. Op grond van de Scheepvaartverkeerswet mag het dagelijks bestuur regels stellen voor het varen op deze waterlopen. De geldende verkeersregels dateren uit 2012 en worden daarom geactualiseerd. Dat is nodig om duidelijker en beter onderbouwde regels te bieden voor vaarrecreatie, mede vanwege de toegenomen aandacht voor natuur, waterkwaliteit en de omgeving langs de waterlopen. Daarbij spelen onder meer ecologische kwetsbaarheid, de Kaderrichtlijn Water en waterstaatkundige belangen een rol.

Definitieve vaststelling

Het dagelijks bestuur heeft het verkeersbesluit vaarwegen waterschap Aa en Maas 2026 en de daarbij behorende beleidsregels definitief vastgesteld. Het ontwerpbesluit en de ontwerpbeleidsregels hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. De definitief vastgestelde stukken zijn als bijlage bij deze bekendmaking gevoegd.

Inwerkingtreding

Het verkeersbesluit en de beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. Vanaf dat moment gelden de nieuwe regels voor het recreatief gebruik van de vaarwegen in beheer bij waterschap Aa en Maas.

Beroep

U kunt als belanghebbende een gemotiveerd beroepschrift indienen, als u het niet eens bent met dit besluit. Dat kan gedurende zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit.

Het beroepschrift bevat tenminste:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening (datum van indienen);

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;

  • de gronden van het beroep;

  • uw handtekening.

Richt het beroepschrift aan de rechtbank Oost Brabant, Sector bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch. Hiervoor is griffierecht verschuldigd.

Als u een beroepschrift indient, hoeft u alleen het besluit mee te sturen. U hoeft niet alle relevante stukken mee te sturen. De rechtbank vraagt aan het waterschap alle stukken die betrekking hebben op de zaak.

U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Voorlopige voorziening

Het besluit treedt direct in werking, ook als u een beroepschrift indient. U kunt een verzoek om een voorlopige voorziening indienen als u van mening bent dat, zolang nog niet op het beroepschrift is beslist, het besluit niet in werking zou moeten treden. Een voorlopige voorziening is een tijdelijke maatregel en kunt u enkel treffen als sprake is van een spoedeisend belang. U betaalt voor de indiening van dat verzoek griffierecht.

Het verzoek om een voorlopige voorziening kunt u indienen bij Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, sector Bestuursrecht, de Voorzieningenrechter, postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch.

U kunt dit verzoek ook digitaal indienen bij Rechtbank Oost-Brabant via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Raadpleeg de nadere voorwaarden op de hiervoor genoemde website.

Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas,

overwegende dat:

  • 1.

    Bevoegd gezag (nautisch beheer)

    • het dagelijks bestuur door de provincie Noord-Brabant is aangewezen als bevoegd gezag in de zin van artikel 2, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet (nautisch beheer);

    • onder nautisch beheer wordt verstaan: het reguleren van het scheepvaartverkeer op basis van de Scheepvaartverkeerswet in de regionale wateren in beheer bij het waterschap;

    • een uitzondering hierop betreft de bebouwde kom van ’s‑Hertogenbosch en de Traverse in de gemeente Helmond; daar voert de betreffende gemeente het nautisch beheer.

  • 2.

    Kerntaken en belangen

    • het waterschap op grond van zijn kerntaken zorg draagt voor waterveiligheid, voldoende water en het bereiken en in stand houden van een goede chemische en ecologische waterkwaliteit, waaronder doelen vanuit onder andere de Kaderrichtlijn Water en ecologische verbindingszones;

    • recreatieve vaaractiviteiten, mits zorgvuldig ingepast, kunnen bijdragen aan de beleving van water en natuur en aan maatschappelijk draagvlak daarvoor;

    • recreatieve vaaractiviteiten bij onvoldoende sturing kunnen leiden tot verstoring van kwetsbare natuur, beschadiging van oever- en watervegetatie, verslechtering van waterkwaliteit (onder meer door opwoeling van slib) en aantasting van waterkeringen en overige waterstaatswerken;

    • het daarom noodzakelijk is dat recreatievaart op wateren in beheer bij het waterschap alleen wordt toegestaan voor zover dit past binnen de ecologische draagkracht van het watersysteem en verenigbaar is met waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit.

  • 3.

    Juridische grondslag en doel van het besluit

    • krachtens de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer kan het dagelijks bestuur een verkeersbesluit nemen voor het plaatsen van verkeerstekens met een verbod of gebod, respectievelijk een bekendmaking laten uitgaan met dezelfde strekking als een verkeersteken;

    • het dagelijks bestuur, gebruikmakend van deze bevoegdheid, in beperkte mate en onder voorwaarden recreatievaart op zijn wateren toestaat;

    • met dit besluit wordt beoogd schade door recreatievaart aan de waterhuishouding, waterkwaliteit, oevers, waterkeringen en landschappelijke en natuurwaarden te voorkomen of te beperken;

    • gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Scheepvaartverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer, alsmede de beleidsnota “Gezamenlijke visie op recreatie” (vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 maart 2012) en de beleidsregels verantwoord recreatief medegebruik vaarwegen Aa en Maas (vastgesteld door het dagelijks bestuur op 25 augustus 2026).

B E S L U I T:

tot de volgende bekendmaking als bedoeld in artikel 8 van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 13 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer:

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    vaartuig: drijfmiddel dat is bestemd of feitelijk wordt gebruikt om zich varend te verplaatsen.

  • b.

    vaaractiviteit: het varen op hetzelfde traject in hetzelfde tijdvak door één of meer personen, met een gemeenschappelijk vertrekpunt, een gezamenlijke organisatie of een gemeenschappelijke aanbieder of contactpersoon. Twee of meer gelijktijdige activiteiten op hetzelfde traject gelden als één vaaractiviteit indien zij door dezelfde aanbieder of contactpersoon zijn georganiseerd of gefaciliteerd.

  • c.

    kleinschalige recreatievaart: recreatieve vaaractiviteit met ten hoogste vijf deelnemers.

  • d.

    incidentele groepsrecreatievaart: recreatieve vaaractiviteit met zes of meer deelnemers, die in totaal ten hoogste vijf vaardagen per kalenderjaar omvat.

  • e.

    structurele groepsrecreatievaart: recreatieve vaaractiviteit met zes of meer deelnemers, die in totaal zes of meer vaardagen per kalenderjaar omvat.

  • f.

    vaardag: kalenderdag waarop één of meer vaaractiviteiten plaatsvinden.

  • g.

    samenvoeging van vaaractiviteiten: voor de toepassing van artikel 3 (structurele groepsrecreatievaart) en artikel 5 (incidentele groepsrecreatievaart) worden vaaractiviteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van vaartuigen die door dezelfde aanbieder of onder dezelfde contactpersoon ter beschikking zijn gesteld, samen als één groep van activiteiten aangemerkt. Het aantal vaardagen wordt per aanbieder dan wel per contactpersoon cumulatief bepaald.

  • h.

    recreatievaarkaart: de bij dit verkeersbesluit behorende kaart (Bijlage 1) waarop de voor recreatievaart opengestelde vaarwegen of trajecten en eventuele beperkingen/categorieën zijn aangegeven.

  • i.

    aanbieder: degene die in het kader van bedrijfsmatige activiteiten of in verenigingsverband vaartuigen verhuurt of anderszins ter beschikking stelt ten behoeve van recreatievaart.

  • j.

    contactpersoon: natuurlijke persoon of rechtspersoon die namens de deelnemers optreedt als aanspreekpunt bij een melding of ontheffingsaanvraag.

  • k.

    deelnemer: iedere persoon die aan de vaaractiviteit deelneemt, ongeacht of deze zelf een vaartuig bestuurt.

  • l.

    beleidsregels: “Beleidsregels verantwoorde recreatievaart op vaarwegen Aa en Maas” (vastgesteld op 26 mei 2026), hierna: beleidsregels.

Artikel 2 Algemeen verbod

Het is verboden op de in beheer bij het waterschap zijnde vaarwegen met een vaartuig te varen of ligplaats in te nemen (ankeren of aanmeren).

Artikel 3 Structurele groepsrecreatievaart

  • 1. Het dagelijks bestuur kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, voor structurele groepsrecreatievaart, voor zover uitsluitend wordt gevaren met ongemotoriseerde vaartuigen en het betreffende vaartraject op de recreatievaarkaart is opengesteld voor groepsrecreatievaart. Hiertoe wordt een schriftelijk verzoek ingediend.

  • 2. De aanvraag wordt getoetst aan de beleidsregels. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 3. De ontheffing wordt verleend aan de aanbieder of contactpersoon en kan mede betrekking hebben op het gebruik door derden van vaartuigen die door de aanbieder ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 4 Vaaractiviteiten met elektromotor

  • 1. Het dagelijks bestuur kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, voor het varen met een door een elektromotor aangedreven vaartuig, voor zover het betreffende vaartraject op de recreatievaarkaart is opengesteld voor met elektromotor aangedreven recreatievaart. Hiertoe wordt een schriftelijk verzoek ingediend.

  • 2. De aanvraag wordt getoetst aan de beleidsregels en er kunnen voorschriften aan de ontheffing worden verbonden.

  • 3. Ontheffing op grond van dit artikel kan mede betrekking hebben op gelijktijdige kleinschalige of groepsrecreatievaart met ongemotoriseerde vaartuigen tijdens dezelfde vaaractiviteit.

  • 4. Indien de beoogde vaaractiviteit waarvoor ontheffing op grond van dit artikel wordt gevraagd tevens kwalificeert als structurele groepsrecreatievaart (artikel 3), kan de aanvraag gelijktijdig worden ingediend. Het dagelijks bestuur beoordeelt de aanvraag aan de hand van de cumulatieve voorwaarden van de artikelen 3 en 4 en kan één gecombineerde ontheffing verlenen, met de daaraan verbonden voorschriften.

Artikel 5 Incidentele groepsrecreatievaart

  • 1. Het verbod, bedoeld in artikel 2, geldt niet voor incidentele groepsrecreatievaart, voor zover uitsluitend wordt gevaren met ongemotoriseerde vaartuigen en uiterlijk twee weken voorafgaand aan de activiteit melding is gedaan overeenkomstig het tweede lid, tenzij anders aangegeven op de recreatievaarkaart en/of op bebording langs de waterkant.

  • 2. De melding wordt gedaan bij het dagelijks bestuur en bevat ten minste: datum, tijdstip, vaartraject, type vaartuigen, het verwachte aantal deelnemers en de gegevens van de contactpersoon.

  • 3. Indien de melding niet tijdig of niet volledig is gedaan, stelt het dagelijks bestuur de contactpersoon in de gelegenheid de melding binnen vijf werkdagen aan te vullen of te herstellen, tenzij de activiteit reeds heeft plaatsgevonden of aanvang dreigt te nemen vóór het verstrijken van die termijn.

  • 4. Indien de melding niet tijdig wordt hersteld, is het verbod, bedoeld in artikel 2, onverminderd van toepassing op de betreffende vaaractiviteit. Het dagelijks bestuur kan de contactpersoon hiervan schriftelijk in kennis stellen.

Artikel 6 Kleinschalige recreatievaart

Het verbod, bedoeld in artikel 2, geldt niet voor kleinschalige recreatievaart, voor zover uitsluitend wordt gevaren met ongemotoriseerde vaartuigen, tenzij anders aangegeven op de recreatievaarkaart en/of op bebording langs de waterkant.

Artikel 7 Werkzaamheden namens/door het waterschap of hulpdiensten

  • 1. Het verbod, bedoeld in artikel 2, geldt niet voor werkzaamheden die door of namens het waterschap worden verricht met behulp van een (gemotoriseerd) vaartuig.

  • 2. Het verbod, bedoeld in artikel 2, geldt niet voor vaaractiviteiten die door of namens hulpdiensten en overheidsorganen met een wettelijke taak worden verricht met behulp van een (gemotoriseerd) vaartuig.

Artikel 8 Gedragsregels

In alle gevallen van recreatieve vaaractiviteiten waarvoor het verbod, bedoeld in artikel 2, niet geldt, wordt voldaan aan de volgende gedragsregels:

  • a.

    Er wordt uitsluitend gevaren op vaarwegen/trajecten die op de recreatievaarkaart zijn opengesteld; aanwijzingen en verboden op borden en afzettingen worden nageleefd.

  • b.

    Oeverzones, rietkragen, waterbodem en en watervegetatie worden ontzien; contact daarmee wordt zoveel mogelijk vermeden.

  • c.

    Aanlanden, ankeren of afmeren is uitsluitend toegestaan op daarvoor aangewezen plekken; het is verboden vaartuigen vast te maken aan vegetatie of waterstaatswerken.

  • d.

    Het is verboden te varen in (tijdelijk) afgesloten trajecten, rustzones en (aangewezen) kwetsbare natuur- of habitatgebieden.

  • e.

    Er wordt zodanig gevaren dat hinder, gevaar, golfslag en schade aan oevers, waterstaatswerken en watervegetatie wordt voorkomen; eventueel aangegeven maximumsnelheden worden nageleefd.

  • f.

    Fauna wordt niet verstoord; seizoensgebonden beperkingen (o.a. broed- en paaitijd) worden nageleefd.

  • g.

    Bij passeren en kruisen wordt tijdig vaart geminderd en voldoende afstand gehouden; vaarbewegingen worden zodanig uitgevoerd dat gevaar en hinder wordt voorkomen.

  • h.

    Werkzaamheden en vaartuigen van het waterschap, alsmede hulpdiensten, worden te allen tijde ongehinderd doorgelaten.

  • i.

    Het is verboden onderhoudsstroken, taluds en oevers te beschadigen, onder meer door slepen, trekken of betreden buiten aangewezen in- en uitstapplaatsen.

  • j.

    Het is verboden afval achter te laten of stoffen te lozen in of nabij de watergang.

  • k.

    Verspreiding van invasieve soorten wordt voorkomen; vaartuigen en uitrusting worden vóór verplaatsing naar ander water ontdaan van plantenresten, modder en aanhangend materiaal.

  • l.

    Geluidsoverlast wordt voorkomen.

Artikel 9 (Tijdelijke) afsluiting en/of aanvullende beperkingen

  • 1. Het dagelijks bestuur kan, indien dit vanwege waterveiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit, ecologische omstandigheden (zoals broedseizoen, paaitijd of de aanwezigheid van kwetsbare habitats) of doelmatig beheer noodzakelijk is, bij afzonderlijk besluit één of meer vaarwegen of delen daarvan (tijdelijk) afsluiten voor alle recreatieve vaaractiviteiten, aanvullende beperkingen stellen of eerder verleende ontheffingen geheel of gedeeltelijk intrekken.

  • 2. Alvorens een ontheffing geheel of gedeeltelijk in te trekken, stelt het dagelijks bestuur de houder van de ontheffing in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet. Bij de afweging betrekt het dagelijks bestuur het evenredigheidsbeginsel, waaronder de mate waarin de houder van de ontheffing heeft geïnvesteerd op basis van de verleende ontheffing. Van het besluit tot intrekking wordt de houder van de ontheffing schriftelijk en gemotiveerd in kennis gesteld.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Op dat tijdstip wordt het Verkeersbesluit vaarwegen waterschap Aa en Maas 2012, inclusief daarop betrekking hebbende wijzigingsbesluiten, ingetrokken, met dien verstande dat de op grond van dat besluit verleende ontheffingen nog gedurende één jaar na inwerkingtreding van dit besluit van kracht blijven.

Artikel 11 Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als “Verkeersbesluit vaarwegen waterschap Aa en Maas 2026”.

Ondertekening

Waterschap Aa en Maas, aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 25 augustus 2026,

de secretaris,

Peter Verlaan

de dijkgraaf,

Mario Jacobs

afbeelding binnen de regeling

Toelichting

Bij Artikel 1, lid g: Samenvoeging van vaaractiviteiten

Met samenvoeging van vaaractiviteiten wordt bedoeld dat losse vaartochten niet altijd afzonderlijk worden beoordeeld. Als op hetzelfde traject en in dezelfde periode meerdere vaartochten plaatsvinden die in feite bij elkaar horen, tellen die samen als één geheel. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer zij door dezelfde aanbieder worden georganiseerd of onder dezelfde contactpersoon vallen. Zo wordt voorkomen dat groepsactiviteiten die in feite meldings- of ontheffing plichtig zijn gepresenteerd worden als meerdere zogenaamde kleinschalige activiteiten.

Daarnaast wordt het aantal vaardagen per kalenderjaar cumulatief bepaald per aanbieder dan wel per contactpersoon. Daarmee wordt voorkomen dat structurele groepsrecreatievaart wordt gepresenteerd als een reeks zogenaamd incidentele tochten. Voor die beoordeling is dus niet doorslaggevend welke personen feitelijk deelnemen aan de afzonderlijke vaartochten, maar via welke aanbieder of contactpersoon de activiteiten worden georganiseerd of aangeboden.

Bij Artikel 5: Melding bij incidentele groepsvaart

Voor incidentele groepsrecreatievaart is geen ontheffing nodig, maar wel een melding. Die melding is bedoeld om het waterschap vooraf inzicht te geven in wanneer, waar en met hoeveel deelnemers de activiteit plaatsvindt. Zo kan worden beoordeeld of de activiteit past binnen de geldende regels en of er aanleiding is om contact op te nemen, bijvoorbeeld bij onduidelijkheden of bij samenloop met andere omstandigheden op het water. Als de melding tijdig en volledig is gedaan en aan de voorwaarden van dit verkeersbesluit is voldaan, geldt het verbod niet voor die activiteit. De melding is dus geen aanvraag om toestemming, maar een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de uitzondering op het verbod. Een eventuele reactie op die melding is dan ook geen besluit waar bezwaar en beroep tegen openstaat.

Beslisboom

Op de volgende pagina is een beslisboom opgenomen waarmee kan worden bepaald of voor een vaaractiviteit een verbod geldt, een melding volstaat of een ontheffing is vereist.

Beslisboom Verkeersbesluit vaarwegen Aa en Maas 2026

afbeelding binnen de regeling