Beleidsregel gehandicaptenparkeerbeleid gemeente Hoogeveen

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-09-2026

Intitulé

Beleidsregel gehandicaptenparkeerbeleid gemeente Hoogeveen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;

gelezen het ambtelijk voorstel;

overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor

de afweging van belangen bij het verlenen van gehandicaptenparkeerkaarten en het aanwijzen van gehandicaptenparkeerplaatsen;

omdat de bestaande beleidsregels (“Beleidsregels aanwijzing gehandicaptenparkeerplaatsen 2009”) verouderd zijn en behoefte bestaat aan actualisatie en verduidelijking, onder andere door het opnemen van bepalingen over de passagierskaart en het verbeteren van de uitvoeringspraktijk;

gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) en de Regeling gehandicaptenparkeerkaart;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregel gehandicaptenparkeerbeleid gemeente Hoogeveen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. college: college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen;

  • b. algemene gehandicaptenparkeerplaatsen: een bij verkeersbesluit aangewezen openbare parkeerplaats die is bestemd voor het parkeren van motorvoertuigen door houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart;

  • c. individuele gehandicaptenparkeerplaats: een bij verkeersbesluit aangewezen parkeerplaats die is gereserveerd voor het motorvoertuig met een specifiek kenteken, ten behoeve van een persoon die beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart;

  • d. gehandicaptenparkeerkaart: een door of namens het college van burgemeester en wethouders afgegeven kaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, waarmee de houder gerechtigd is te parkeren op daartoe bestemde gehandicaptenparkeerplaatsen;

  • e. bestuurderskaart: een gehandicaptenparkeerkaart die wordt verstrekt aan een persoon die zelf een motorvoertuig bestuurt en vanwege een ernstige loopbeperking aangewezen is op een gehandicaptenparkeerplaats;

  • f. passagierskaart: een gehandicaptenparkeerkaart die wordt verstrekt aan een persoon die zelf niet kan autorijden en voortdurend afhankelijk is van een chauffeur om van deur tot deur te reizen;

  • g. gesloten gehandicaptenvoertuig: een gehandicaptenvoertuig met een gesloten carrosserie dat qua vorm en afmetingen vergelijkbaar is met een kleine auto.

Artikel 2 Aanwijzing individuele gehandicaptenparkeerplaats als bestuurder;

  • 1. Het college wijst een aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats als bestuurder toe wanneer:

    • a.

      sprake is van een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of van een bestuurder van een gesloten gehandicaptenvoertuig;

    • b.

      uit de medische beoordeling die ten grondslag ligt aan de afgegeven gehandicaptenparkeerkaart blijkt dat de onder a genoemde bestuurder niet meer dan 100 meter te voet kan afleggen;

    • c.

      de onder a genoemde bestuurder het motorvoertuig niet kan parkeren op het erf bij de eigen woning; en

    • d.

      naar het oordeel van het college de verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer door de aanwezigheid van de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt belemmerd.

  • 2. De in het eerste lid genoemde aanwijzing vindt alleen plaats als de individuele parkeerplaats kan worden gerealiseerd in de directe nabijheid van de eigen woning.

Artikel 3 Aanwijzing individuele gehandicaptenparkeerplaats als passagier

  • 1. Het college wijst een aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats als passagier toe wanneer: De aanvrager voor het vervoer afhankelijk is van het voertuig dat een huisgenoot, die op het adres van de aanvrager als bewoner staat ingeschreven, bestuurt. De aanvrager die passagier is, komt in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats als:

    • a.

      de aanvrager in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart (type passagierskaart); en

    • b.

      ten gevolge van een aandoening of gebrek andere aantoonbare ernstige beperkingen heeft dan alleen loopbeperking; of

    • c.

      voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van een bestuurder; of

    • d.

      niet alleen gelaten kan worden na het uitstappen uit het voertuig, gedurende de tijd die de bestuurder in de regel nodig heeft om het voertuig (elders) te parkeren.

    • e.

      het onder sub d. genoemde motorvoertuig niet op het erf bij de eigen woning geparkeerd kan worden; en

    • f.

      naar het oordeel van het college de verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer door de aanwezigheid van de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt belemmerd.

  • 2. De in het eerste lid genoemde aanwijzing vindt alleen plaats als de individuele parkeerplaats kan worden gerealiseerd in de directe nabijheid van de eigen woning.

Artikel 4 Aanwijzing algemene gehandicaptenparkeerplaats

  • 1. Het college wijst algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aan bij gebouwen en locaties waarin minimaal één of meerdere bestuurders die houder zijn van een geldige gehandicaptenparkeerkaart aanwezig kunnen zijn.

  • 2. Onder de in het eerste lid genoemde gebouwen en locaties worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      wooncomplexen;

    • b.

      flats;

    • c.

      instellingen, waaronder zorginstellingen;

    • d.

      sporthallen;

    • e.

      sportterreinen;

    • f.

      winkelcentra.

  • 3. Het college wijst voor de in het tweede lid onder a en b genoemde gebouwen en locaties in beginsel een vergelijkbaar aantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aan als het aantal bestuurders dat houder is van een gehandicaptenparkeerkaart en dat woonachtig is in deze gebouwen.

  • 4. Het college wijst voor de in het tweede lid onder c tot en met f genoemde gebouwen en locaties in beginsel twee algemene gehandicaptenparkeerplaatsen per gebouw of locatie aan.

Artikel 5 Intrekken individuele gehandicaptenparkeerplaats

Het college trekt een aangewezen individuele parkeerplaats in wanneer:

  • a. de in artikel 2 of artikel 3 genoemde bestuurder/passagier is verhuisd;

  • b. de in artikel 2 of artikel 3 genoemde bestuurder/passagier is overleden;

  • c. de in artikel 2 of artikel 3 genoemde bestuurder/huisgenoot niet langer in het bezit is van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of een gesloten gehandicaptenvoertuig;

  • d. de in artikel 2 of artikel 3 genoemde bestuurder niet langer in het bezit is van een rechtsgeldige gehandicaptenparkeerkaart/passagierskaart en uit de medische verklaring van een onafhankelijke medische instantie blijkt dat er niet langer een medische noodzaak aanwezig is om de individuele gehandicaptenparkeerplaats in stand te houden.

Artikel 6 Slotbepalingen

  • 1. De beleidsregel gehandicaptenparkeerplaatsen van 14 juli 2009 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.

  • 2. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

  • 3. Op aanvragen tot aanwijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats die zijn ingediend voor de in het tweede lid genoemde datum blijven de in het eerste lid genoemde beleidsregels van toepassing, tenzij de nieuwe beleidsregels gunstiger zijn voor de aanvrager.

  • 4. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel gehandicaptenparkeerbeleid gemeente Hoogeveen

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 augustus 2026

De secretaris,

De burgemeester,

Mike Hacking Martijn Breukelman