Reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-09-2026

Intitulé

Reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht;

gelet op artikel 52 van de Gemeentewet;

besluit het volgende reglement vast te stellen:

Reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht 2026

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht;

  • -

    secretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet en bij zijn afwezigheid de locosecretaris.

Artikel 2 Verdeling werkzaamheden

  • 1. Het college regelt de verdeling van zijn werkzaamheden.

  • 2. Het college regelt de vervanging bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester en de wethouders.

  • 3. Een lid van het college dat verhinderd is zijn activiteiten uit te oefenen, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de secretaris.

Artikel 3 Dag en plaats van de vergaderingen

  • 1. Het college vergadert wekelijks op dinsdagochtend vanaf 9.00 uur in het gemeentehuis.

  • 2. Het college kan afwijken van het eerste lid.

  • 3. Leden van het college en overige personen kunnen langs digitale weg deelnemen aan de vergadering.

  • 4. Een lid van het college kan een verzoek doen voor een extra vergadering. De burgemeester bepaalt plaats en tijdstip van deze vergadering. De conceptagenda en vergaderstukken worden zo spoedig mogelijk aan de leden van het college beschikbaar gesteld.

  • 5. Het college stelt de recesperioden vast. Tijdens het reces vinden geen vergaderingen plaats, tenzij op grond van het vorige lid een extra vergadering plaatsvindt.

Artikel 4 Secretaris

  • 1. De secretaris neemt deel aan de beraadslaging van het college en heeft daarin een adviserende stem.

  • 2. De secretaris draagt zorg voor al hetgeen binnen de hem opgedragen taak nodig is in het belang van een goed verloop van de vergadering.

  • 3. De secretaris kan zich bij de vervulling van zijn taak doen bijstaan door één of meer ambtenaren.

  • 4. Als de secretaris verhinderd is aanwezig te zijn in de vergadering, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de burgemeester. De secretaris wordt in dat geval vervangen door de locosecretaris.

Artikel 5 Aanwezigheid en deelneming derden

Het college kan ambtenaren en derden uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en daaraan deel te nemen.

Artikel 6 Agenda en vergaderstukken

  • 1. De secretaris draagt zorg voor de conceptagenda.

  • 2. De conceptagenda en de vergaderstukken worden uiterlijk de vrijdag voorafgaand aan de vergadering aan de leden van het college beschikbaar gesteld. Bij een extra vergadering die op een andere dag plaatsvindt worden de stukken zo spoedig mogelijk voor de vergadering beschikbaar gesteld.

  • 3. Na beschikbaarstelling van de conceptagenda en tot sluiting van de vergadering kunnen nagekomen stukken in geval van spoedeisendheid door de burgemeester aan de vergaderstukken worden toegevoegd.

  • 4. Bij aanvang van de vergadering stelt het college de agenda vast, waarbij op verzoek van een lid een hamerstuk kan worden omgezet in een bespreekstuk of andersom, dan wel van de agenda kan worden afgehaald.

Artikel 7 Voorstellen

  • 1. De portefeuillehouder doet voorstellen aan het college. Een voorstel wordt uitsluitend geagendeerd nadat de verantwoordelijk portefeuillehouder heeft ingestemd met alle voorgestelde beslispunten. Eventuele aandachtspunten, kanttekeningen of nadere toelichting op het voorstel worden opgenomen in de kanttekeningen, zodat het college hierover bij de behandeling van het voorstel volledig wordt geïnformeerd.

  • 2. De burgemeester kan als bestuursorgaan zelfstandig besluiten nemen, waarbij bij voorkeur het college wordt geconsulteerd.

  • 3. Een voorstel wordt voorzien van beslispunten en een ambtelijk advies. Het ambtelijk advies omvat ten minste de argumenten die hebben geleid tot het voorstel, de relevante kanttekeningen, en de financiële, juridische en communicatieve aspecten van het voorstel.

  • 4. Indien naar het oordeel van de secretaris een voorstel niet besluitrijp is of van onvoldoende kwaliteit, kan hij de portefeuillehouder voorstellen om het niet te agenderen.

  • 5. Voorstellen tot vaststelling van losse uitgaande stukken worden in beginsel geagendeerd zonder ambtelijk advies. Indien een lid van het college daarom verzoekt, wordt het stuk voorzien van een ambtelijk advies geagendeerd in de eerstvolgende vergadering.

  • 6. De secretaris stelt ten minste eenmaal per jaar een overzicht op van alle aangehouden en nog niet opnieuw geagendeerde voorstellen. Het college besluit voor elk voorstel of dit blijft aangehouden dan wel wordt afgevoerd.

Artikel 8 Besluiten in en buiten de vergadering

  • 1. Besluitvorming vindt in beginsel tijdens een vergadering plaats.

  • 2. Het college kan besluiten nemen buiten een vergadering. De secretaris, of een door hem aangewezen ambtenaar, zendt een voorstel daartoe naar de leden van het college. De secretaris, of een door hem aangewezen ambtenaar, vermeldt daarbij, in overleg met de burgemeester, de uiterste reactietermijn. Als de meerderheid leden van het college te kennen hebben gegeven in te stemmen met het voorstel, is het voorstel aangenomen. Het besluit wordt geacht te zijn genomen op het moment dat de meerderheid van het college zijn standpunt omtrent het voorstel te kennen heeft gegeven respectievelijk op het moment van het verstrijken van de reactietermijn.

  • 3. Besluiten die buiten een vergadering tot stand zijn gekomen, worden vermeld op de besluitenlijst van de eerstvolgende vergadering.

Artikel 9 Stemmingen

  • 1. Een voorstel wordt zonder stemming aangenomen, tenzij een van de leden van het college bij het nemen van een besluit om een stemming vraagt.

  • 2. Als een lid van het college bij het nemen van een besluit om stemming vraagt, wordt mondeling gestemd.

  • 3. Indien bij een stemming de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd en als de stemmen dan nóg staken, beslist de stem van de voorzitter (de burgemeester).

  • 4. Als een stemming over een benoeming, voordracht of aanbeveling beperkt is tot één persoon en de stemmen staken, dan vindt in dezelfde vergadering een herstemming plaats. Staken de stemmen over dezelfde benoeming, voordracht of aanbeveling dan weer, dan beslist het lot.

  • 5. Als de stemming gaat over meer dan één persoon en niemand bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen met de meeste stemmen. Als de stemmen zijn verdeeld over meer dan twee personen, vindt een tussenstemming plaats om te bepalen tussen welke twee personen de tweede stemming plaats zal vinden. Als de stemmen bij de tweede stemming of tussenstemming staken, beslist het lot.

Artikel 10 Belangenverstrengeling

  • 1. Als een lid van het college inschat dat er mogelijk sprake kan zijn van mogelijke verstrengeling van belangen bij een voorstel of brief, geeft hij of zij dit bij aanvang van de behandeling van het agendapunt aan. Hij of zij neemt dan niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming. Dit wordt aangetekend in de besluitenlijst.

Artikel 11 Besluitenlijsten

  • 1. De secretaris draagt zorg voor een openbare besluitenlijst en zo nodig een niet-openbare besluitenlijst van een vergadering.

  • 2. Op een besluitenlijst wordt ten minste vermeld:

    • a.

      de namen van de aanwezige en afwezige leden van het college;

    • b.

      een vermelding van de behandelde agendapunten;

    • c.

      een formulering van de genomen besluiten;

    • d.

      indien van toepassing de vermelding dat een of meerdere leden niet hebben deelgenomen aan de beraadslaging of besluitvorming van een of meerdere agendapunten.

  • 3. Op een besluitenlijst kan een overweging, toelichting of (gedeeltelijke) weergave van de beraadslaging worden opgenomen.

  • 4. Op verzoek van een lid van het college wordt diens standpunt ten aanzien van een agendapunt op de besluitenlijst aangetekend.

  • 5. Het college stelt de besluitenlijst(en) in de eerstvolgende vergadering vast.

  • 6. Het college mandateert de secretaris om op verzoek van het college marginale wijzigingen in lijn met de beraadslaging tijdens het college in de (concept) besluitenlijst te verwerken.

Artikel 12 Wethoudersbrieven

  • 1. Een wethouder kan de gemeenteraad schriftelijk informeren over aangelegenheden die behoren tot de eigen portefeuille.

  • 2. Indien een voorgenomen brief betrekking heeft op onderwerpen die meerdere portefeuilles raken of anderszins het collegiaal bestuur betreffen, of impact hebben op de beleidsontwikkeling of de samenleving, wordt de brief verzonden namens het college, tenzij het college anders besluit.

Artikel 13 Nevenfuncties, geschenken en belangen

  • 1. Een lid van het college meldt tijdens de collegevergadering aan de secretaris iedere wijziging in diens nevenfuncties. Het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie moet aan de gemeenteraad gemeld worden.

  • 2. Een lid van het college doet indien van toepassing opgave van zijn financiële belangen (inkomsten en vermogensbestanddelen in de ruimste zin van het woord) in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Indien dit voorkomt, noteert de secretaris dit in een besloten register.

  • 3. Een lid van het college meldt tijdens de collegevergadering aan de secretaris de ontvangst van geschenken, faciliteiten of diensten met een waarde van meer dan € 50.

  • 4. De secretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5. Indien een lid van het college buiten de behandeling van voorstellen of brieven een persoonlijk belang heeft bij een gemeentelijke aangelegenheid of er mogelijk sprake kan zijn van belangenverstrengeling, wordt door het desbetreffende lid een mededeling gedaan in de collegevergadering. Het college beoordeelt of dit moet resulteren in maatregelen of andere vervolgstappen.

Artikel 14 Intrekken oude regeling

Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college, vastgesteld op 13 maart 2012, wordt ingetrokken.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht op 26 augustus 2026,

de secretaris,

L. van Zanten MSc

de burgemeester,

drs. R.E. Schneider