Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766198
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766198/1
Beleidsregels inzake tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Hengelo
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 08-09-2026
Intitulé
Beleidsregels inzake tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente HengeloHet College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo;
Overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels op te stellen waarin in algemene termen wordt aangegeven in welke gevallen de gemeente Hengelo een tegemoetkoming in de kosten kinderopvang toekent;
Gelet op het bepaalde in:
- -
De Verordening Sociaal Medische Indicatie gemeente Hengelo 2025;
- -
Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
- -
Wet Kinderopvang;
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsregels inzake tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Hengelo
Artikel 1: Begripsbepalingen
Begrippen in deze regeling worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet of de Verordening.
Artikel 2: Doelgroepen
Het college verstrekt uitsluitend een tegemoetkoming voor de noodzakelijke kosten van kinderopvang:
- 1.
Als aanvulling op kinderopvangtoeslag, die door de Belastingdienst wordt verstrekt aan de in de gemeente woonachtige ouder die:
- a.
Een bijstandsuitkering ontvangt en een traject naar werk volgt;
- b.
Een bijstandsuitkering ontvangt en werkt;
- c.
Jonger is dan 18 jaar en een opleiding volgt;
- d.
Een opleiding volgt en/of student is en een opleiding volgt waarvoor men studiefinanciering kan ontvangen;
- e.
Statushouder is en een inburgeringscursus volgt bij een goedgekeurde school.
- a.
- 2.
Op grond van een sociaal medische indicatie.
Artikel 3: Aanvullende voorwaarden aanvraag SMI
-
1. Het College kan een ouder een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang verstrekken als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
de ouder is ingezetene van de gemeente Hengelo; en
- b.
het kind woont in bij de ouder; en
- c.
de ouder heeft (tijdelijk) geen recht op kinderopvangtoeslag; en
- d.
de ouder is op basis van sociaal-medische gronden niet in staat om voor een kind/de kinderen tot en met 12 jaar (dan wel een kind in de laatste groep van de basisschool) te zorgen.
- a.
-
2. De tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 wordt door het college toegekend als er sprake is van minimaal één van de volgende situaties:
- a.
het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking van wie is vast komen te staan dat één of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken;
- b.
er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in geding is;
- c.
er is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk is;
- d.
er is vastgesteld dat sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging op zich te nemen.
- a.
Artikel 4: Weigeringsgronden
Het College kan de aanvraag afwijzen, indien:
- a.
de ouder op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen.
- b.
er binnen de aanvraag recht bestaat op basis van andere voorliggende wetten of andere voorzieningen die het gezin kunnen ondersteunen. Hiertoe wordt in ieder geval gerekend:
- i.
een tegemoetkoming op grond van de Wet Kinderopvang;
- ii.
een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO);
- iii.
een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Jeugdwet;
- iv.
een vergoeding of voorziening als bedoeld in de Wet Langdurige Zorg (WLZ);
- v.
een voorschoolse educatie of opvang in een peuterspeelzaal (VVE);
- vi.
een bijdrage van de werkgever;
- vii.
een tegemoetkoming of uitkering van het UWV;
- viii.
een tegemoetkoming of uitkering vanuit de Participatiewet;
- ix.
een tegemoetkoming op grond van een aanvullende ziektekostenverzekering.
- i.
- c.
er andere ondersteuning vanuit de gemeente kan worden geboden, waardoor de noodzaak tot deze vangnetregeling komt te vervallen.
- d.
de ouder onjuiste gegevens heeft aangeleverd of bij onderzoek aantoonbaar frauduleus handelt.
- e.
de ouder niet meewerkt aan de benodigde onderzoeken binnen de vraagverheldering en de aanvraagprocedure.
- f.
de ouder niet meewerkt aan het hulpverleningsplan, inclusief doelstelling en inspanningsverplichting tot het beoogde resultaat.
- g.
de opvang plaats zou vinden in een instelling voor kinderopvang, die niet geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
Artikel 5: Advisering tegemoetkoming kinderopvang op grond van SMI
-
1. Het college kan een door hem daartoe aangewezen specialist of instantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op grond van een SMI.
-
2. De advisering als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de reden voor de noodzaak van de opvang, de persoon ten aanzien van wie de indicatie geldt, de soort en omvang van de gewenste kinderopvang alsmede de duur van de indicatie.
Artikel 6: Hoogte en duur van de tegemoetkoming
-
1. De tegemoetkoming bedraagt:
- a.
De kosten van kinderopvang voor het aantal uren kinderopvang dat noodzakelijk wordt geacht.
- b.
Niet meer dan het maximale uurtarief voor kinderopvang, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag en wordt gehanteerd door de Belastingdienst.
- a.
-
2. Op de tegemoetkoming wordt de kinderopvangtoeslag die door de Belastingdienst wordt verstrekt en een eventuele eigen bijdrage in mindering gebracht.
-
3. De geldigheidsduur van de toekenning van de tegemoetkoming op grond van artikel 2 eerste lid is zolang de situatie daarom vraagt. Ieder halfjaar vindt een heronderzoek plaats.
-
4. Bij beëindiging van een situatie zoals bedoeld in artikel 2 eerste lid, heeft de ouder/verzorger nog recht op een tegemoetkoming tot en met de zesde maand na de datum van beëindiging.
-
5. De tegemoetkoming als bedoeld in het vierde lid geldt niet voor de doelgroep als bedoeld in artikel 2 eerste lid onder d.
-
6. De geldigheidsduur van de toekenning van de tegemoetkoming op grond van artikel 2 tweede lid wordt bepaald door het college, maar is niet langer dan één jaar.
-
7. De tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de datum van het besluit tot toekenning van de tegemoetkoming.
-
8. Indien daartoe zwaarwegende redenen zijn, is er de mogelijkheid tot één of meerdere keren verlengen van de tegemoetkoming op grond van artikel 2 tweede lid met telkens maximaal één jaar. Twee maanden voor afloop van de beschikking, vindt er een heronderzoek plaats. Indien nodig wordt de tegemoetkoming voor de kinderopvang op grond van SMI verlengd voor de duur van maximaal één jaar.
Artikel 7: Hardheidsclausule
Het college kan in uitzonderlijke situaties afwijken van deze regels als het strikt volgen ervan tot onredelijke gevolgen zou leiden.
Artikel 8: Slotbepalingen
-
1. Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
-
2. Deze regeling kan worden aangehaald als “beleidsregels inzake tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Hengelo”.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl