GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE STADSKANAAL 2026

Geldend van 04-09-2026 t/m heden

Intitulé

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE STADSKANAAL 2026

De gemeenteraad van Stadskanaal

Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;

Gelezen het voorstel van het fractievoorzittersoverleg van 16 december 2025;

BESLUIT:

voor raadsleden de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT RAADSLEDEN 2026

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies, gemeenten of waterschappen contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.

Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.

Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.

Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten1.

1 Algemene bepalingen

  • 1.1.

    De gedragscode geldt voor de raadsleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

  • 1.2.

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

2 Voorkomen van belangenverstrengeling

  • 2.1.

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.2.

    De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 2.3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

3 Informatie

  • 3.1.

    Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van Raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.

  • 3.2.

    Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

  • 4.1.1.

    Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 4.1.2.

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 4.1.3.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.1.4.

    De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 4.1.5.

    Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.

  • 4.2.1.

    Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.

  • 4.2.2.

    De informatie is via internet beschikbaar.

  • 4.3.1.

    Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.

  • 4.3.2.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

  • 5.1.1.

    Burgemeester en wethouders bestuur richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de de gemeente.

  • 5.1.2.

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

  • 5.2.

    Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 5.3.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

6 Uitvoering gedragscode

  • 6.1.

    De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

  • 6.2.1.

    Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad afspraken over de navolgende onderwerpen:

  • a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;

  • b. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;

  • c. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.

  • d. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

  • 6.2.2.

    De afspraken als bedoeld onder 1, worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 juni 2026

W.J. Onrust

griffier

Toelichting op gedragscode

In deze toelichting vindt u de wetsartikelen waaraan deze gedragscode zijn grondslag vindt. Ook vindt u daar waar nodig de toelichting op de artikelen uit de gedragscode.

Wettelijke grondslag hoofdstuk 1

De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden (artikel 15, derde lid,

Gemeentewet).

Wettelijk kader hoofdstuk 2

• Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van

de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid

benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook,

enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt

te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen

of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal

nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.”

• Persoonlijke belangen:

Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming

over

- een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij

als vertegenwoordiger is betrokken;

- de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is

of tot welks bestuur hij hoort

(artikel 28 Gemeentewet)

Incompatibiliteiten en nevenfuncties:

• Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar

de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij

mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of

middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.

(artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).

Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het

lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet)

• Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een

aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat

betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet)

• Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke

nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis

(artikel 12 Gemeentewet).

Toelichting hoofdstuk 2

Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De

informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de

tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.

Wettelijk kader hoofdstuk 3

• Informatieplicht

Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de

volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een

actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie

vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169

Gemeentewet)

• Geheimhouding

- Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de

beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs

moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter

zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die

gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit

zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

- Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de

Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die

bevoegdheid.

- De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. - Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht)

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 3

3.1

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden

vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in

de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met

wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime

informatie.

Wettelijk kader hoofdstuk 4

De eed of belofte die het raadslid op grond artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft

onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie

voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter

voorkoming van belangenverstrengeling.

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 4

4.1

In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden

geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is

in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een

geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het

huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er

zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere

geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van

de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register

wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke

bestemming daaraan is gegeven.

4.2 en 4.3

Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als

raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van

een politieke partij vallen hier dus niet onder.

Wettelijk kader hoofdstuk 5

• Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO)

Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van

declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en

over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.

• Buitenlandse excursie of reis voor raadsleden (modelverordeningen VNG en IPO)

De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming

verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor

rekening van de gemeente. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 5

5.1

Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen

geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft

de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in

het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:

a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;

b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld,

wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;

c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties,

wordt tot een minimum beperkt;

d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op

internet.

Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden

gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en

de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de

uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en

procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 6

6.1

De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de

inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor

wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

6.2

De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een

gedragscode vast te stellen.

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode

een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.

De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente

te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet,). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de

portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang

de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij

incidenten.

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn

in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige

bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de

volksvertegenwoordiging als met het bestuur.

De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of

vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/ griffier-directeur) kan hier in relatie tot de de

gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad

met de burgemeester nadere afspraken maken/maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval

zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en

rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook

afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.

Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel

uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend.


Noot
1

Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van ‘Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018.