Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766093
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766093/1
Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-09-2026
Intitulé
Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026Toelichting
Op veel plaatsen in Nederland is er te weinig transportcapaciteit op het elektriciteitsnet, deze schaarste heet netcongestie. Systeembeheerders kunnen nieuwe verbruikers daardoor op dit moment niet in alle gevallen direct op het elektriciteitsnetwerk aansluiten en aansluitingen van bestaande verbruikers kunnen niet in alle gevallen direct worden uitgebreid. Overheden, netbeheerders en toezichthouders werken aan maatregelen om de negatieve gevolgen van deze netcongestie zo veel mogelijk te beperken.
Om de beschikbare transportcapaciteit eerlijk te verdelen hanteren systeembeheerders een verdelingssystematiek, waarbij transportcapaciteit in beginsel wordt toegekend op volgorde van binnenkomst. Deze verdelingssystematiek was eerst alleen van toepassing op grootverbruikers. Vanaf 1 juli 2026 geldt deze verdelingssystematiek ook voor kleinverbruikers en komen alle kleinverbruik en grootverbruik stroomaanvragen in gebieden met netcongestie op één wachtlijst.
Om te zorgen dat in netcongestiegebieden belangrijke maatschappelijke functies zoals scholen, woningen en ziekenhuizen voorrang krijgen op een aansluiting, heeft de Autoriteit Consument & Markt (hierna: de ACM) het maatschappelijk prioriteringskader opgesteld. Daarmee zetten systeembeheerders de aanvragen voor transportcapaciteit op basis van maatschappelijk belang op de wachtlijst. Het kader werkt net als bij de prioritering op een wachtlijst voor huurwoningen. Het creëert geen extra ruimte, maar regelt enkel de verdeling van de beschikbare transportcapaciteit. Dit betekent dat ook geprioriteerde aanvragen op een wachtlijst komen, maar wel voorrang krijgen op andere aanvragen.
Gemeenten kunnen in een vroegtijdig stadium prioriteit voor onderwijs en woonbehoefte (tot maximaal 10 jaar vooruit) aanvragen, zodat de projecten duidelijkheid krijgen of er transportcapaciteit voorradig is bij oplevering. Voor het aanleveren en verwerken van deze aanvragen is op initiatief van de ACM de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ afgesproken. Eenmalig worden deze aanvragen gecoördineerd ingediend aan de hand van tijdsblokken. Daarna wordt het prioriteringskader ook gebruikt voor andere verzoeken dan de gecoördineerde verzoeken van de volgordelijst.
In deze beleidsregel is opgenomen hoe het college invulling geeft aan de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’, waardoor het college in staat wordt gesteld vanaf 1 oktober 2026 vroeg in het planproces om transportcapaciteit en prioriteit te verzoeken bij de systeembeheerder voor onderwijs en woonbehoefte.
Besluitvorming
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op:
- -
artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
- -
artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet,
- -
het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken 2025, kenmerk ACM/UIT/652233,
- -
artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026, en
- -
het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661),
besluit vast te stellen de Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
- bestuursverklaring: |
verklaring door of namens het college als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026; |
|
- BOPA: |
omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet voor het gehele project; |
|
- college: |
college van burgemeester en wethouders van Den Haag; |
|
- initiatiefnemer: |
rechtspersoon of natuurlijk persoon die een verzoek indient, dan wel de gemeente als publiekrechtelijke rechtspersoon als het om een gemeentelijk project gaat; |
|
- Integraal Huisvestingsplan Onderwijs: |
strategisch plan voor de huisvesting van primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026, waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over onder andere de bouw en financiering van onderwijsinstellingen; |
|
- omgevingsvergunning: |
omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet in samenhang met de artikelen 2.25 en 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor het gehele project; |
|
- overeenkomst: |
overeenkomst als bedoeld in tabel 4, onder Woonbehoefte algemeen en collectieve woonvormen van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026; |
|
- project: |
activiteit die voorziet in Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs, en Woonbehoefte - Algemeen of - Collectieve woonvormen, als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026; |
|
- startbouwjaar: |
verwachte kalenderjaar van de start van de bouwwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de Regeling Woningbouwimpuls 2020; |
|
- systeembeheerder: |
distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; |
|
- volgordelijst: |
door het college gerangschikte en vastgestelde lijst van projecten in volgorde van indiening bij de systeembeheerder; |
|
- werkwijze ‘Eerder Aanvragen’: |
werkwijze die is opgesteld door het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Autoriteit Consument en Markt, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Netbeheer Nederland voor het vroeg in het planproces verzoeken om transportcapaciteit en prioriteit bij de systeembeheerder voor onderwijs en woonbehoefte. |
Artikel 2 Toepassingsbereik
-
1. Deze beleidsregel is van toepassing op de wijze waarop het college omgaat met verzoeken die betrekking hebben op projecten die voorzien in onderwijs of woonbehoefte in een congestiegebied, als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, in Den Haag, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:
- a.
de fase voor het indienen van verzoeken uiterlijk op 10 september 2026, het plaatsen van verzoeken op de volgordelijst en het eenmalig gecoördineerd in tijdblokken indienen van verzoeken bij de systeembeheerder; en
- b.
de fase voor het indienen van verzoeken vanaf 11 september 2026, en vervolgens het indienen van verzoeken bij de systeembeheerder.
- a.
-
2. De projecten betreffen zowel projecten van natuurlijke personen en rechtspersonen als projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.
Artikel 3 Rol gemeente
-
1. De gemeente heeft de volgende rol:
- a.
het beoordelen van verzoeken om transportcapaciteit en prioriteit;
- b.
het toevoegen, indien van toepassing, van de bestuursverklaring aan het verzoek voorafgaand aan de indiening bij de systeembeheerder;
- c.
het indienen van een verzoek om transportcapaciteit en prioriteit bij de systeembeheerder; en
- d.
het informeren van de initiatiefnemer over de indiening van het verzoek bij de systeembeheerder.
- a.
-
2. Het verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit bij de systeembeheerder is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet, waardoor er geen sprake is van het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Alle bevoegdheden van de gemeente die in deze beleidsregel genoemd worden komen, zijn daarom privaatrechtelijk van aard.
Artikel 4 Gelijke behandeling verzoeken
-
1. Een project waarvan de gemeente zelf de initiatiefnemer is, wordt op basis van dezelfde criteria beoordeeld en gerangschikt als projecten van andere initiatiefnemers.
-
2. De gemeente motiveert de positie van de gemeentelijke projecten op de volgordelijst.
Hoofdstuk 2 Werkwijze ‘Eerder aanvragen’ bij verzoeken uiterlijk op 10 september 2026
Artikel 5 Verzoek transportcapaciteit en eventueel prioriteit
-
1. Het college verzoekt met ingang van 1 oktober 2026 om transportcapaciteit bij de systeembeheerder voor verzoeken die uiterlijk op 10 september 2026 zijn ingediend.
-
2. Als verzoeken om transportcapaciteit ook voor prioriteit in aanmerking komen, dient het college met het verzoek om transportcapaciteit ook een verzoek om prioriteit bij de systeembeheerder in.
-
3. Een project komt uitsluitend voor een verzoek bij de systeembeheerder in aanmerking als het verzoek volledig is en het project voorziet in onderwijs of woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026.
-
4. Als een verzoek onvolledig is, stelt het college de initiatiefnemer hiervan op de hoogte en biedt het de initiatiefnemer de gelegenheid het verzoek uiterlijk op 10 september 2026 aan te vullen.
-
5. Het college neemt verzoeken die na de termijn uit het vierde lid worden aangevuld, na het eenmalig gecoördineerd aanvragen in tijdsblokken, in behandeling volgens de bepalingen in Hoofdstuk 3.
Artikel 6 Stap 1: vereisten verzoek transportcapaciteit
-
1. Het college neemt een verzoek om transportcapaciteit alleen in behandeling als het verzoek in ieder geval de volgende gegevens bevat:
- a.
de naam, contactgegevens en indien van toepassing, de rechtsvorm van de initiatiefnemer;
- b.
de locatie en programma van het project, waaronder het aantal gebouwen en het type onderwijshuisvesting, dan wel het aantal en het type woningen;
- c.
de verwachte behoefte aan aansluiting op het elektriciteitsnetwerk uitgedrukt in het aantal en het type aansluitingen;
- d.
het aantoonbare startbouwjaar van het project en de verwachte datum van oplevering van het project, uitgedrukt in maand en jaar; en
- e.
een namens initiatiefnemer door een of meer daartoe bevoegde personen volledig ingevulde en ondertekende verklaring als bedoeld in de bijlage bij deze beleidsregel.
- a.
-
2. Het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing op een verzoek waarbij de gemeente de initiatiefnemer is.
-
3. Het college neemt een verzoek om transportcapaciteit alleen in behandeling als hiervoor gebruik is gemaakt van het door het college ter beschikking gestelde formulier.
-
4. Het college bevestigt de ontvangst van het verzoek om transportcapaciteit schriftelijk.
Artikel 7 Stap 1: samenstellen volgordelijst transportcapaciteit
-
1. Het college plaatst de verzoeken om transportcapaciteit die uiterlijk op 10 september 2026 zijn ingediend op een volgordelijst.
-
2. De verzoeken worden op die volgordelijst gerangschikt op basis van het aantoonbare startbouwjaar, waarbij aan een project met een eerder aantoonbaar startbouwjaar een hogere plaats op de volgordelijst wordt toegekend.
-
3. Het startbouwjaar is alleen aantoonbaar als het is onderbouwd met een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, contractuele planning, subsidievoorwaarden uit een verleningsbeschikking, omgevingsvergunning, BOPA, of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat de bouw van het project in dat jaar zal starten.
-
4. Als projecten hetzelfde aantoonbare startbouwjaar hebben, rangschikt het college deze projecten door deze op basis van de ingediende bewijsstukken in de volgende categorieën in te delen:
- a.
categorie 1: verzoek bevat een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, of een overeenkomst en onherroepelijke omgevingsvergunning;
- b.
categorie 2: verzoek bevat een overeenkomst en een onherroepelijke wijziging omgevingsplan voor het gehele project of BOPA;
- c.
categorie 3: verzoek bevat uitsluitend een onherroepelijke omgevingsvergunning;
- d.
categorie 4: verzoek bevat uitsluitend een overeenkomst;
- e.
categorie 5: verzoek bevat uitsluitend een onherroepelijke wijziging omgevingsplan voor het gehele project of BOPA; of
- f.
categorie 6: verzoek bevat onvoldoende bewijsstukken.
- a.
-
5. Een Integraal Huisvestingplan Onderwijs geldt slechts als bewijsstuk als daaruit blijkt dat op de specifieke locatie een school zit of komt.
-
6. Een onherroepelijke wijziging omgevingsplan geldt slechts als bewijsstuk als daaruit blijkt dat op de specifieke locatie in woonbehoefte of een onderwijsvorm is voorzien.
-
7. Als projecten na toepassing van het tweede en vierde lid gelijk zijn gerangschikt, bepaalt het college de onderlinge rangschikking van die projecten op basis van de verwachte datum van oplevering, uitgedrukt in maand en jaar, van het project.
-
8. Als projecten na toepassing van het zevende lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die projecten vast aan de hand van een loting. De loting wordt uitgevoerd door een notaris en de uitkomst van de loting is bindend en wordt schriftelijk vastgelegd.
Artikel 8 Stap 2: vereisten verzoek prioriteit
-
1. Een project komt uitsluitend voor prioriteit in aanmerking als:
- a.
het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit en de bewijsstukken, als bedoeld voor primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, en woonbehoefte - algemeen of - collectieve woonvormen, in tabel 4 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026, bevat;
- b.
de verzochte transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit; en
- c.
sprake is van een project dat op grond van artikel 7, vierde lid, in de categorieën 1 tot en met 5 is ingedeeld.
- a.
-
2. Als het college van oordeel is dat de bestuursverklaring bij het verzoek om prioriteit voldoet aan de eisen in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, stuurt het college deze mee bij het verzoek om prioriteit bij de systeembeheerder.
-
3. Projecten die op grond van artikel 7, vierde lid, in categorie 6 zijn ingedeeld, komen niet in aanmerking voor prioriteit.
Artikel 9 Stap 2: herschikken volgordelijst transportcapaciteit
Het college past in de volgordelijst de rangschikking aan van de verzoeken om transportcapaciteit die uiterlijk op 10 september 2026 zijn ingediend.
Artikel 10 Vaststelling en bekendmaking van de volgordelijst
-
1. Het college stelt de volgordelijst vast en maakt deze uiterlijk op 17 september 2026 bekend via de gemeentelijke website en het Gemeenteblad.
-
2. De volgordelijst vermeldt:
- a.
de projectnaam en locatie;
- b.
het aantoonbare startbouwjaar; en
- c.
de plaats op de volgordelijst.
- a.
-
3. Het college verstrekt op verzoek van de initiatiefnemer een schriftelijke toelichting op de plaats van een verzoek om transportcapaciteit op de volgordelijst.
Artikel 11 Reactiemogelijkheid
-
1. Het college neemt een schriftelijke reactie van een initiatiefnemer die het oneens is met de plaats van diens verzoek om transportcapaciteit of prioriteit op de volgordelijst of de afwijzing van diens verzoek om transportcapaciteit of prioriteit, uiterlijk op 24 september 2026 in behandeling. Na deze datum is het niet meer mogelijk om een reactie in te dienen.
-
2. Het college reageert uiterlijk op 29 september 2026 op een tijdig ingediende reactie.
-
3. Indien een initiatiefnemer zich niet kan verenigen met de plaats van diens verzoek om transportcapaciteit of prioriteit op de volgordelijst of de afwijzing van diens verzoek, kan diegene een kort geding aanhangig maken. Het college verzoekt initiatiefnemers dit, indien mogelijk, uiterlijk 30 september 2026 te doen, zodat vóór het gecoördineerd aanvragen in tijdsblokken, duidelijkheid kan bestaan.
Hoofdstuk 3 Werkwijze ‘Eerder aanvragen’ bij verzoeken op of na 11 september 2026
Artikel 12 Verzoek transportcapaciteit en eventueel prioriteit
Voor verzoeken die vanaf 11 september 2026 bij het college worden ingediend, geldt dat het college vanaf 23 oktober 2026 binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek een verzoek indient bij de systeembeheerder.
Artikel 13 Schakelbepaling verzoeken op of na 11 september 2026
De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit die op of na 11 september 2026 worden ingediend.
Artikel 14 Volgorde van binnenkomst en aanvullen onvolledige verzoeken
-
1. Het college dient voor verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit die op of na 11 september 2026 zijn ingediend, op volgorde van binnenkomst een verzoek bij de systeembeheerder in.
-
2. Als een verzoek onvolledig is, stelt het college de initiatiefnemer hiervan schriftelijk op de hoogte en biedt het de initiatiefnemer de gelegenheid het verzoek binnen tien werkdagen aan te vullen.
-
3. Als een onvolledig verzoek wordt aangevuld, geldt als ontvangstdatum van het verzoek de datum en het tijdstip waarop het verzoek volledig is.
-
4. Wanneer verzoeken na toepassing van het tweede en derde lid, niet zijn aangevuld, neemt het college deze verzoeken niet in behandeling.
Artikel 15 Informeren indienen verzoek en reactiemogelijkheid
-
1. Het college stelt de initiatiefnemer schriftelijk van de indiening van het verzoek bij de systeembeheerder en de datum van de indiening op de hoogte.
-
2. Op verzoek van de initiatiefnemer verstrekt het college een schriftelijke toelichting als wel een verzoek om prioriteit is ingediend, maar het verzoek niet voor prioriteit in aanmerking gekomen is.
-
3. Het college neemt een schriftelijke reactie van een initiatiefnemer die het oneens is met de afwijzing van diens verzoek, uiterlijk binnen tien werkdagen nadat initiatiefnemer hiervan op de hoogte is gesteld, in behandeling. Na het verloop van tien werkdagen is het niet meer mogelijk om een reactie in te dienen.
-
4. Indien een initiatiefnemer zich niet kan verenigen met de afwijzing van diens verzoek om transportcapaciteit of prioriteit, kan diegene een kort geding aanhangig maken. Het college verzoekt initiatiefnemers dit, indien mogelijk, binnen tien werkdagen te doen.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 16 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 17 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026.
Ondertekening
Den Haag, 1 september 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Bijlage Verklaring initiatiefnemer, bijlage ingevolge artikel 6, eerste lid, onder e, van de Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026
- 1.
Gegevens
Initiatiefnemer:
- •
Naam en KVK gegevens:
- •
Adres: (straat + huisnummer, postcode, plaats):
- •
E-mailadres contactpersoon:
- •
-
Project:
- •
Projectnaam:
- •
Projectlocatie:
- •
Startbouwjaar:
- •
- 2.
Vooraf
- -
Gelet op artikel 6, eerste lid, onder e, van de Beleidsregel transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Den Haag 2026 (‘beleidsregel’), waarin als voorwaarde is gesteld dat initiatiefnemer een volledig ingevulde en bevoegd ondertekende verklaring indient.
- -
Initiatiefnemer realiseert het project voor eigen rekening en risico en is in dat kader onder meer verantwoordelijk voor het verkrijgen van de voor het project benodigde transportcapaciteit en/of prioriteit. Het verkrijgen van voornoemde transportcapaciteit en/of prioriteit is en blijft een aangelegenheid tussen initiatiefnemer en de systeembeheerder en de gemeente is tot niets meer gehouden dan het vervullen van haar rol zoals omschreven in artikel 3 lid 1 van de beleidsregel.
- -
Deze verklaring en het feit dat de gemeente – afhankelijk van de specifieke situatie – haar rol zoals omschreven in artikel 3 lid 1 van de beleidsregel zal vervullen, doet niets af aan het feit dat het al dan niet (geheel) verkrijgen van transportcapaciteit en/of prioriteit en de bijbehorende aansprakelijkheden geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer zijn en blijven.
- -
- 3.
Initiatiefnemer verklaart hierbij het volgende jegens de gemeente
- A.
Initiatiefnemer verstrekt op eerste verzoek van de gemeente alle informatie die de gemeente nodig acht in verband met het/de in te dienen of ingediende verzoek(en) en de in dat kader gesloten en te sluiten overeenkomsten, en wel in de door de gemeente gewenste vorm.
- B.
Initiatiefnemer garandeert dat alle door hem op grond van het bepaalde in de beleidsregel en deze verklaring verstrekte informatie volledig, juist en actueel is en naar waarheid is verstrekt.
- C.
De gemeente zal alle rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst(en) die zij met de systeembeheerder zal sluiten in zijn geheel aan initiatiefnemer overdragen als bedoeld in art. 6:159 BW, waarvoor initiatiefnemer door ondertekening van deze verklaring bij voorbaat onherroepelijk toestemming verleent. De overdracht van voornoemde overeenkomst(en) door de gemeente aan initiatiefnemer komt tot stand op de dag dat de gemeente dit schriftelijk aan initiatiefnemer heeft medegedeeld, welke mededeling vergezeld zal gaan van een afschrift van de betreffende overeenkomst(en).
- D.
Initiatiefnemer betaalt aan de gemeente, op eerste verzoek van de gemeente:
- (i)
alle bedragen die de gemeente aan de systeembeheerder moet betalen in verband met het/de in te dienen of ingediende verzoek(en) en de in dat kader gesloten en te sluiten overeenkomsten. Deze bedragen zijn exclusief de verschuldigde btw over de in rekening te brengen bedragen; en
- (ii)
als de gemeente ten behoeve van het/de in te dienen of ingediende verzoek(en) een betaling aan de systeembeheerder doet, de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW te rekenen vanaf de dag dat de gemeente de betreffende betaling doet tot de dag der algehele betaling van het verschuldigde bedrag en de alsdan eventueel verschuldigde rente door initiatiefnemer aan de gemeente; en
- (iii)
een bedrag van EUR 1,50 exclusief btw, per aansluiting die initiatiefnemer heeft opgegeven als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de beleidsregel, voor de kosten gemoeid met het verwerken en indienen van de verzoeken en de uitvoering daarvan.
- (i)
-
Betaling van de bedragen als bedoeld in de onderdelen (i), (ii) en (iii) geschiedt op basis van door de gemeente aan initiatiefnemer toe te sturen facturen, binnen de in de betreffende factuur door de gemeente op te nemen termijn en op de in de factuur opgenomen wijze. De gemeente onderbouwt bij bedragen als bedoeld onder (i) dat zij het betreffende bedrag aan de systeembeheerder verschuldigd is. Het bepaalde in dit artikel (D.) geldt ook als een project uiteindelijk niet wordt gerealiseerd en initiatiefnemer heeft in dat geval ook geen recht op terugbetaling van enig bedrag.
- E.
Initiatiefnemer zal alles doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om ervoor te zorgen dat alle in verband met het/de in te dienen of ingediende verzoek(en) gemaakte afspraken met de systeembeheerder, ongeacht of deze door initiatiefnemer of de gemeente zijn gemaakt, kunnen worden nagekomen.
- F.
Initiatiefnemer informeert de gemeente onverwijld en schriftelijk over iedere wijziging in de gegevens, het project en/of de omstandigheden zoals vermeld in of relevant voor deze verklaring en/of het/de verzoek(en). Hieronder wordt in ieder geval begrepen:
- (i)
een wijziging van de rechtsvorm, zeggenschap of contactgegevens van initiatiefnemer;
- (ii)
een wijziging van de projectlocatie, het bouwprogramma, de beoogde functie(s), de fasering, het startbouwjaar en/of de verwachte datum van oplevering;
- (iii)
een wijziging van de benodigde of aangevraagde transportcapaciteit of de benodigde of aangevraagde aansluitcapaciteit;
- (iv)
het geheel of gedeeltelijk niet doorgaan, stilleggen, vertragen of overdragen van het project; en
- (v)
iedere andere omstandigheid waarvan initiatiefnemer redelijkerwijs vermoedt of behoort te vermoeden dat deze relevant kan zijn voor deze verklaring en/of het/de verzoek(en).
- (i)
-
Initiatiefnemer en de gemeente treden zo spoedig mogelijk na een melding als hiervoor bedoeld met elkaar in overleg over de gevolgen van de wijziging en over de vraag of en, zo ja, op welke wijze de gemeente hierover de systeembeheerder informeert.
- G.
Als initiatiefnemer tekortschiet in de nakoming van enige verbintenis voortvloeiende uit deze verklaring:
- (i)
is de gemeente onder meer gerechtigd deze verklaring te ontbinden of de nakoming van de op haar rustende verbintenis(sen) op te schorten zonder dat zij, op welke grondslag dan ook, schadeplichtig is jegens initiatiefnemer; en
- (ii)
is initiatiefnemer gehouden alle door de gemeente geleden schade en in verband met – de uitvoering van – deze verklaring en tekortkoming zijdens initiatiefnemer gemaakte kosten te vergoeden.
- (i)
- H.
Initiatiefnemer vrijwaart de gemeente ter zake van iedere aanspraak van derden (waaronder mede te verstaan systeembeheerders), ex art. 6:74 BW, art. 6:162 BW of enige andere grondslag, op schadevergoeding of iedere andere vorm van aansprakelijkheid die verband houdt met het/de verzoek(en) en de in dat kader gesloten en te sluiten overeenkomsten.
- I.
Voor zover wettelijk toegestaan, is de aansprakelijkheid van de gemeente jegens initiatiefnemer in verband met het/de in te dienen of ingediende verzoek(en) uitgesloten, ongeacht de aard van de schade of de rechtsgrond van de vordering (wanprestatie, ontbinding of andersoortige beëindiging, onrechtmatige daad of anderszins). Onder het begrip 'schade' valt onder meer gevolgschade, gederfde inkomsten en winsten, reputatieschade, gemiste besparingen, verminderde goodwill, schade door bedrijfsstagnatie, aanspraken van derden, gemaakte kosten, boetes en alle andere vormen van directe of indirecte schade. Deze uitsluiting geldt niet voor schade die het rechtstreekse gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de gemeente of haar leidinggevend personeel.
- J.
Initiatiefnemer is zich bewust van de mogelijkheden om te reageren op de plaats van diens verzoek(en) op de volgordelijst of de afwijzing van diens verzoek(en), de bijbehorende uiterlijke termijnen en het feit dat de rechten van initiatiefnemer ter zake vervallen als hij niet of niet tijdig reageert op de wijze als omschreven in de beleidsregel.
- A.
Initiatiefnemer (naam): ________________________________
Namens deze (naam + functie): __________________________
Plaats en datum: ______________________________________
Handtekening: ________________________________________
Verplicht door initiatiefnemer aan te leveren bijlage: bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid ondertekenaar(s) namens initiatiefnemer (o.a. KVK gegevens)
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1Definities
De definities sluiten aan bij de terminologie uit de Systeemcode elektriciteit 2026.
Definitie overeenkomst
De definitie wordt ruim uitgelegd, omdat de Systeemcode vereist dat er in de overeenkomst concrete afspraken staan, waardoor het redelijkerwijs aannemelijk is dat het project zal starten. Het gaat hier bijvoorbeeld om een koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of verleningsbeschikking voor een rijkssubsidie ten behoeve van woningbouw.
Definitie project
Hoewel middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is opgenomen onder Onderwijs in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode, heeft de gemeente vanuit ruimtelijke ordening geen sturende rol bij de bouw van mbo-locaties en ontbreekt een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs als bewijsstuk voor de realisatie van de bouw. Het mbo valt daardoor buiten het bereik van deze beleidsregel. De mbo-instelling moet dus zelf rechtstreeks bij de systeembeheerder een verzoek indienen.
Onder woonbehoefte vallen naast woningbouw ook kleinschalige, onlosmakelijk verbonden activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van de woonbehoefte. Kleinschalig betekent dat de hoofdfunctie van een gebouw of project het voorzien in woningen is, terwijl de activiteiten los staan van deze functie, maar wel randvoorwaardelijk zijn voor de realisatie van het woningbouwproject. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om een supermarkt of zorgpraktijk. Daarnaast vallen ook collectieve voorzieningen die nodig zijn om een gebouw bewoonbaar te maken onder woonbehoefte, zoals warmtevoorzieningen, liften en centrale verlichting. Verder gaat het ook om collectieve woonvormen. Voorbeelden hiervan zijn de opvang van asielzoekers, beschermd wonen, langdurige zorginstellingen, accommodaties voor verstandelijk gehandicapten, jeugdhulp met verblijf en woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten of studenten.
Definitie volgordelijst
De volgordelijst bevat de rangschikking die het college aanbrengt bij het indienen van de verzoeken. Het gaat niet om de volgorde waarin projecten door de systeembeheerder, naar aanleiding van die verzoeken, al dan niet op de wachtlijst worden geplaatst. Hiervoor is het college ook niet verantwoordelijk. Dat is aan de systeembeheerder. Het college heeft alleen een inspanningsverplichting om het verzoek bij de systeembeheerder in te dienen.
Artikel 2Toepassingsbereik
Eerste lid
Het college kan, ingevolge de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’, alleen om transportcapaciteit en prioriteit verzoeken voor projecten die voorzien in onderwijs of woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026. Projecten die voorzien in andere behoeften vallen niet onder deze beleidsregel.
Partijen kunnen voor die projecten op grond van artikel 7:21, eerste lid, onderdeel b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 rechtstreeks bij de systeembeheerder een verzoek indienen. Daarnaast is deze beleidsregel niet van toepassing op projecten waarvoor reeds een huisnummerbesluit is afgegeven. De werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ is bedoeld om vroeg in het planproces om transportcapaciteit of prioriteit te verzoeken. Projecten waarvoor al een huisnummerbesluit beschikbaar is, bevinden zich niet meer vroeg in het planproces. Voor die projecten kunnen initiatiefnemers zelf een verzoek indienen bij de systeembeheerder. Verder vallen ook projecten waarvoor al een transportovereenkomst met de systeembeheerder is gesloten, buiten het toepassingsbereik van deze beleidsregel. De transportcapaciteit daarvoor is immers al toegekend.
Tenslotte is in het eerste lid onderscheid gemaakt tussen de twee verschillende fases voor het indienen van verzoeken. Ten eerste betreft dit de eerste fase voor het indienen van verzoeken uiterlijk op 10 september 2026, het plaatsen van verzoeken op de volgordelijst en het eenmalig gecoördineerd in tijdblokken indienen van verzoeken bij de systeembeheerder vanaf 1 oktober 2026. Het eenmalig gecoördineerd aanvragen is nodig om verzoeken voor woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting vanuit alle gemeenten in een logische volgorde op de wachtlijst van de systeembeheerder te zetten, zodat projecten die eerder transportcapaciteit nodig hebben deze ook eerder toegewezen krijgen, en er geen ongelijk speelveld ontstaat. Na het eenmalig gecoördineerd indienen van verzoeken in tijdblokken bij de systeembeheerder, worden verzoeken om transportcapaciteit en prioriteit op volgorde van binnenkomst bij het college behandeld en ingediend. Dit ziet op fase 2, namelijk verzoeken die vanaf 11 september 2026 worden ingediend bij het college.
Artikel 3Rol gemeente
Tweede lid
Handelingen die in het kader van deze beleidsregel worden verricht zijn handelingen ter voorbereidingen van een privaatrechtelijke rechtshandeling, namelijk het verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit. Omdat er geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zijn hoofdstuk 6, 7 en 8 van de Awb niet op handelingen van de gemeente uit deze beleidsregel van toepassing.
Artikel 4Gelijke behandeling verzoeken
Gemeentelijke projecten worden beoordeeld aan de hand van dezelfde regels als projecten van andere initiatiefnemers en genieten geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op de volgordelijst op grond van de vereisten voor prioriteit dit rechtvaardigt.
Artikel 5Verzoek transportcapaciteit en eventueel prioriteit
Eerste tot en met derde lid
Volgens de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ kan het college, namens een initiatiefnemer, met ingang van 1 oktober 2026 bij de systeembeheerder een verzoek indienen om transportcapaciteit of prioriteit voor een project dat voorziet in onderwijs of woonbehoefte. Om ervoor te zorgen dat het college de verzoeken tijdig bij de systeembeheerder kan indienen, is een strak tijdpad noodzakelijk. De uiterste datum voor het indienen van verzoeken door initiatiefnemers is daarom vastgesteld op 10 september 2026. Dat geeft het college voldoende tijd om de volgordelijsten op te stellen, voordat deze worden aangeboden aan de systeembeheerder.
De procedure is in deze beleidsregel in twee stappen vormgegeven. Stap 1 betreft de voorwaarden en bepalingen voor het aanvragen van transportcapaciteit, en stap 2 betreft de voorwaarden en bepalingen voor het aanvragen van prioriteit.
Stap 1: Voor een verzoek om transportcapaciteit dient een initiatiefnemer een verzoek in bij het college. De eisen die aan dit verzoek worden gesteld, zijn opgenomen in artikel 6. Het college plaatst de verzoeken om transportcapaciteit vervolgens op een volgordelijst. De rangschikking van projecten op die volgordelijst vindt plaats op grond van artikel 7.
Stap 2: Gelijktijdig met een verzoek om transportcapaciteit kan ook een verzoek om prioriteit worden ingediend. Als een verzoek van een initiatiefnemer ook ziet op prioriteit, moet het verzoek aanvullende bewijsstukken bevatten, waaronder een bestuursverklaring. Als verder ook wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 8, herschikt het college de verzoeken om transportcapaciteit die ook in aanmerking komen voor prioriteit op de volgordelijst.
Het college verzoekt vervolgens, op basis van de volgordelijst, om enkel transportcapaciteit, dan wel prioriteit bij de systeembeheerder.
Van belang is dat de datum van indiening van het verzoek om transportcapaciteit bij de systeembeheerder bepalend is voor de plaats van een project op de wachtlijst van de systeembeheerder. Een verzoek om prioriteit hoeft daarom niet gelijktijdig met het verzoek om transportcapaciteit te worden ingediend en kan ook op een later moment worden gedaan.
Vierde en vijfde lid
Het college neemt verzoeken die uiterlijk op 10 september zijn ingediend alleen in behandeling als deze volledig zijn, en dus de gegevens bevatten die voor transportcapaciteit of prioriteit zijn vereist. Vanwege het strakke tijdpad voor de behandeling van deze verzoeken is er na 10 september geen ruimte meer om onvolledige verzoeken aan te vullen. Die verzoeken komen dan in een latere fase voor behandeling en eventueel indiening bij de systeembeheerder in aanmerking. Dit is de periode na het eenmalig gecoördineerd in tijdsblokken indienen van verzoeken die uiterlijk op 10 september moeten zijn ingediend.
Artikel 6Stap 1: vereisten verzoek transportcapaciteit
Tweede lid
Een van de vereisten voor het verzoek om transportcapaciteit is een verklaring die is bedoeld voor situaties waarin het college optreedt namens een initiatiefnemer (artikel 6, eerste lid, onder e). Deze verklaring regelt de rechtsverhouding tussen de gemeente en de initiatiefnemer, onder meer ten aanzien van de juistheid van de verstrekte gegevens, vrijwaring, aansprakelijkheid en, indien van toepassing, doorbelasten van kosten. Wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer is, ontbreekt de rechtsverhouding tussen de gemeente en een initiatiefnemer, dat zijn namelijk één en dezelfde. Om die reden is deze verklaring in die situatie niet vereist.
Artikel 7Stap 1: samenstellen volgordelijst transportcapaciteit
De maatstaf op basis van het aantoonbare startbouwjaar van een project is afgeleid van het vereiste dat de activiteit 'op korte termijn' van start moet gaan, als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdeel c, van de Systeemcode elektriciteit 2026. Hiermee wordt voorkomen dat initiatiefnemers strategisch een vroege datum opgeven en zo eerder in aanmerking kunnen komen voor prioriteit.
Als meerdere projecten naar verwachting in hetzelfde jaar zullen starten, geldt vervolgens voor de rangschikking dat hoe concreter het project en hoe meer zekerheid bestaat dat het project zal starten, hoe hoger de positie op de volgordelijst van het college. Zo bieden een overeenkomst én een omgevingsvergunning waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan meer zekerheid dat met het project wordt gestart, dan alleen een overeenkomst, of een onherroepelijke wijziging omgevingsplan voor de locatie of BOPA. Dit heeft te maken het planproces van projecten. Een omgevingsvergunning is het meest vergevorderde juridisch-planologische product en wordt doorgaans pas verleend wanneer een project zich in een vergevorderd stadium bevindt. Na verlening kan in principe op korte termijn met de bouw worden gestart. Daarentegen vormt een omgevingsplan voor de locatie het planologische kader waarbinnen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt en kan ook betrekking hebben op projecten die zich nog in een eerder stadium van de planvorming bevinden. Een BOPA is een omgevingsvergunning voor een project dat afwijkt van het omgevingsplan. Omdat de Systeemcode elektriciteit 2026 vereist dat aannemelijk is dat een project daadwerkelijk tot uitvoering komt, sluiten de categorieën aan bij de fase waarin een project zich bevindt binnen het planproces. Hoe verder een project in het planproces is gevorderd, hoe groter de zekerheid dat daadwerkelijk met de bouw wordt gestart.
Het kan ook voorkomen dat een verzoek onvoldoende bewijsstukken bevat. Hiermee wordt bedoeld dat er niet voldoende bewijs is om voor het project prioriteit aan te kunnen vragen. Wel kan voor dit project enkel om transportcapaciteit worden verzocht.
Als meerdere projecten in dezelfde categorie zijn ingedeeld, vindt de rangschikking van deze projecten plaats op basis van de verwachte datum van oplevering. Als projecten dan alsnog gelijk gerangschikt zijn, zal er voor de plaatsing op de volgordelijst geloot worden door een notaris.
Artikel 8Stap 2: vereisten verzoek prioriteit
Eerste lid
De bewijsstukken die voor een verzoek om prioriteit nodig zijn, zijn bedoeld om aan te tonen dat het project voldoende concreet is. Uit de toelichting bij het prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt blijkt dat de naam of vorm van de overeenkomst die betrekking heeft op een project dat voorziet in woonbehoefte, daarbij niet doorslaggevend is. Drie punten staan centraal: (1) concrete bindende afspraken over te bouwen woonbehoefte, inclusief collectieve voorzieningen en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, op een specifieke locatie; (2) indien van toepassing, de geplande wijziging van het omgevingsplan voor de locatie; en (3) afspraken die redelijkerwijs aannemelijk maken dat het project start, bijvoorbeeld concrete afspraken over de datum van start bouw of oplevering. Naast de in het prioriteringskader genoemde overeenkomsten kan het bijvoorbeeld ook gaan om een overeenkomst met het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw of een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling. Dit zolang aan de drie bovenstaande punten is voldaan.
Bij een verzoek om prioriteit moet het verzoek ook een bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevatten. Hierin wordt onderbouwd op welke manier wordt voldaan aan de gestelde eisen en wordt dus gemotiveerd dat de verzochte transportcapaciteit noodzakelijk is voor de onderwijsfunctie of woonbehoefte, het project niet kan starten zonder de verzochte transportcapaciteit en het project op korte termijn, na de realisatie van de aansluiting, zal starten. Deze bestuursverklaring is noodzakelijk voor het verzoeken om prioriteit, maar wordt als bewijsstuk door of namens het college vereist. Hiervoor is in het tweede lid een bepaling opgenomen.
Als verder binnen een project dat voorziet in woonbehoefte, sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten of collectieve voorzieningen, wordt de noodzaak van het toekennen van prioriteit voor deze activiteiten of voorzieningen afzonderlijk onderbouwd in de bestuursverklaring.
Tweede lid
Op grond van de Systeemcode elektriciteit 2026 is een bestuursverklaring door of namens het college vereist voor prioriteit. Deze bestuursverklaring wordt door de initiatiefnemer opgesteld, omdat deze het best in staat is om deugdelijk te motiveren waarom transportcapaciteit voor het project noodzakelijk is. In de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ is het college echter de partij die een overeenkomst aangaat met de systeembeheerder en dus de bestuursverklaring moet onderschrijven. Het is daarom van belang dat het college kan vertrouwen op de juistheid van de feiten en motivering in de bestuursverklaring.
Derde lid
De Systeemcode elektriciteit 2026 stelt zware eisen aan een verzoek om prioriteit. Hierdoor komen niet alle verzoeken in aanmerking voor een verzoek om prioriteit, ofwel een hogere positie op de wachtlijst, bij de systeembeheerder. Deze verzoeken komen wel op de volgordelijst van het college, maar op een lagere positie dan projecten die wel voldoen aan de eisen voor prioriteit.
Artikel 10Vaststelling en bekendmaking van de volgordelijst
Derde lid
Als het college een toelichting geeft op de plaats die een project inneemt op de volgordelijst, dan zal in die toelichting zijn opgenomen waarom het project in de betreffende categorie is ingedeeld. Projecten die niet in aanmerking komen voor prioriteit vallen in categorie 6, dus een toelichting op categorie 6 is automatisch een antwoord op de vraag waarom een project niet in aanmerking komt voor prioriteit. Ook voor projecten waarvoor uitsluitend transportcapaciteit is aangevraagd, verstrekt het college op verzoek een toelichting op de plaats van het project op de volgordelijst.
Artikel 11Reactiemogelijkheid
De vaststelling van de volgordelijst vormt een handeling ter voorbereiding op deze privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet. Van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb is daarom geen sprake en er is dus ook geen mogelijkheid voor bestuursrechtelijk bezwaar en beroep. Wel wordt er via deze bepaling een alternatieve procedure geboden. De reactietermijn biedt de ruimte om kennelijke fouten of onvolledigheden in de beoordeling van verzoeken te herstellen voordat verzoeken bij de systeembeheerder worden ingediend. Initiatiefnemers die menen dat het college bij de rangschikking in strijd heeft gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur, kunnen verder, naast indienen van een reactie bij het college, een kort geding aanhangig maken. Het college gaat per 1 oktober de verzoeken gecoördineerd indienen bij de systeembeheerder. Het is daarom van belang dat een kort geding zo snel mogelijk aanhangig wordt gemaakt, zodat de plek op de volgordelijst eventueel nog kan worden aangepast.
Artikel 12Verzoek transportcapaciteit en eventueel prioriteit
De digitale omgeving van de systeembeheerder voor het indienen van verzoeken volgens ‘Eerder Aanvragen’ gaat op 1 oktober 2026 open. Hierna is deze de eerste weken uitsluitend beschikbaar voor verzoeken die vóór 11 september zijn ingediend. Verzoeken die vanaf 11 september binnenkomen, kunnen daarom niet direct worden ingediend bij de systeembeheerder. Dit kan vanaf 23 oktober 2026. Voor verzoeken die tussen 11 september en 23 oktober binnenkomen, dient het college binnen vijf werkdagen na de heropening van de digitale omgeving op 23 oktober 2026 een verzoek bij de systeembeheerder in. Voor verzoeken die na 23 oktober bij het college worden ingediend, dient het college uiterlijk binnen vijf werkdagen na indiening van het verzoek door de initiatiefnemer, een verzoek bij de systeembeheerder in. Het college heeft een inspanningsverplichting om het verzoek bij de systeembeheerder in te dienen. Het indienen van verzoeken volgens ‘Eerder Aanvragen’ blijft overigens een geldende werkwijze zoalang er sprake is van netcongestie.
Artikel 14Volgorde van binnenkomst en aanvullen onvolledige verzoeken
Eerste lid
Omdat per 1 oktober de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ van start gaat, komt een groot aantal projecten tegelijkertijd in aanmerking voor transportcapaciteit of prioriteit. Om een gelijk speelveld te waarborgen, worden alle verzoeken die op uiterlijk 10 september worden ingediend bij het college, op basis van de vastgestelde criteria gerangschikt in de volgordelijst. Op grond van die volgordelijst worden de verzoeken vervolgens door het college ingediend bij de systeembeheerder. De volgordelijst bepaalt de plek die een project bij de systeembeheerder op de integrale wachtlijst krijgt. Hierna kunnen initiatiefnemers nog steeds gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder Aanvragen,’ maar wordt voor verzoeken die zijn ingediend op of na 11 september 2026, op volgorde van binnenkomst een verzoek ingediend bij de systeembeheerder. Deze projecten komen vervolgens op een lagere positie op de wachtlijst te staan dan de projecten waarvoor op grond van de volgordelijst een verzoek bij de systeembeheerder is ingediend.
Tweede tot en met vierde lid
Een initiatiefnemer kan een onvolledig verzoek binnen tien werkdagen aanvullen. Wanneer het verzoek na die geboden gelegenheid en termijn alsnog niet volledig is, neemt het college deze verzoeken niet in behandeling. Initiatiefnemer zal dan een nieuw verzoek moeten indienen.
Artikel 15Informeren indienen verzoek en reactiemogelijkheid
Het verzoek om transportcapaciteit of prioriteit bij de systeembeheerder is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet. Van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb is daarom geen sprake en er is dus ook geen mogelijkheid voor bestuursrechtelijk bezwaar en beroep. Wel wordt er via deze bepaling een alternatieve procedure geboden door middel van het indienen van een reactie bij het college, en een kort geding aanhangig maken.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl