Regeling vervalt per 01-10-2041

Verordening Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 04-09-2026 t/m 30-09-2041

Intitulé

Verordening Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed

Provinciale Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht bekend dat zij in hun vergadering van 18 en 19 juni 2026 het volgende besluit hebben genomen:

Provinciale Staten van Limburg,

Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten van Limburg d.d. 5 mei 2026,

Gelet op artikel 143 van de Provinciewet,

BESLUITEN

Vast te stellen de volgende verordening:

Verordening Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene Groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 187/1 van 26 juni 2014);

  • b.

    aanvrager: een rechtspersoon, niet zijnde een overheidsorgaan of andere publiekrechtelijke rechtspersoon, die activiteiten verricht die naar hun aard zijn gericht op het dienen van een maatschappelijk belang en die niet in overwegende mate zijn gericht op het maken van winst, en die juridisch eigenaar is van, dan wel het duurzaam beheer voert over het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft1;

  • c.

    college: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg;

  • d.

    de-minimisverordening: verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • e.

    duurzaam beheer: het beheer van vastgoed op basis van een schriftelijke overeenkomst met een looptijd van ten minste 5 jaar, waarbij de aanvrager verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer en het planmatig onderhoud van het vastgoed;

  • f.

    maatschappelijk vastgoed: gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie die wordt gebruikt voor maatschappelijke doeleinden.

    Indien sprake is van een multifunctioneel pand, wordt slechts dat gedeelte van het pand als maatschappelijk vastgoed aangemerkt dat aantoonbaar voor ten minste 75% van het gebruiksoppervlak wordt gebruikt voor maatschappelijke doeleinden;

  • g.

    maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 4 die leiden tot energieopslag, de productie van duurzame energie of energiebesparende maatregelen, waaronder isolatie, beglazing en constructieonderdelen;

  • h.

    lening: een zakelijke lening die onderhands of hypothecair wordt verstrekt ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van maatregelen;

  • i.

    SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM–vergunning nummer 12013647;

  • j.

    toewijzing: het besluit van het college op basis waarvan de aanvrager een aanvraag kan indienen bij SVn voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed;

  • k.

    werkelijke kosten: de kosten van materialen en werkzaamheden voor zover noodzakelijk en redelijk voor het treffen van maatregelen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening is uitsluitend van toepassing op leningaanvragen:

  • 1.

    Voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, dat is gelegen binnen de Nederlandse provincie Limburg

  • 2.

    De aanvrager van een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel b.

Artikel 3 Kenmerken

  • 1. De looptijd van de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed bedraagt minimaal 5 jaar en maximaal 20 jaar.

  • 2. De Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed wordt annuïtair verstrekt via SVn. Uitbetaling vindt plaats overeenkomstig de door SVn gehanteerde procedures.

  • 3. Van de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed wordt een hypothecaire of onderhandse akte opgemaakt.

  • 4. Indien de aanvrager geen juridisch eigenaar is van het vastgoed, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

    • a.

      een schriftelijke overeenkomst tussen de aanvrager en de juridisch eigenaar van het vastgoed waaruit het duurzaam beheer als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, en de in dat kader gemaakte afspraken blijken;

    • b.

      een schriftelijke verklaring van de juridisch eigenaar waaruit diens instemming met de voorgenomen investering blijkt; en

    • c.

      een door SVn aanvaarde vorm van zekerheidsstelling, waaronder mede kan worden begrepen een garantie of borgstelling.

  • 5. Het rentepercentage voor de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed bedraagt indicatief 2% en wordt door het college vastgesteld op het moment van toewijzing.

    • a.

      Het rentepercentage kan door het college worden aangepast indien daarvoor aantoonbare aanleiding of noodzaak bestaat;

    • b.

      Een wijziging van het rentepercentage heeft geen gevolgen voor reeds toegewezen Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

  • 6. De voorwaarden voor de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed worden door het college bepaald en vervat in de toewijzing en maken onderdeel uit van de leningvoorwaarden van SVn. De voorwaarden zijn opgenomen op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/fonds-verduurzaming-maatschappelijk-vastgoed.

Artikel 4 Maatregelen

  • 1. Tot de maatregelen worden gerekend verduurzamingsmaatregelen die bijdragen aan energiebesparing, duurzame energieopwekking en/of vermindering van de CO₂-uitstoot van het maatschappelijk vastgoed, alsmede de daarmee direct samenhangende bouwkundige en installatietechnische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de doelmatige uitvoering daarvan, voor zover deze zijn opgenomen in het tweede lid.

  • 2. Een limitatief overzicht van de in aanmerking komende maatregelen is opgenomen op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/fonds-verduurzaming-maatschappelijk-vastgoed.

  • 3. De Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed bedraagt nooit meer dan de werkelijke kosten, met een maximum van € 250.000,- inclusief BTW.

Artikel 5 Beleidsdoelen

  • 1. Het college kan een aanvraag voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed toewijzen indien met de uitvoering van de maatregelen aantoonbaar wordt bijgedragen aan energiebesparing, duurzame energieopwekking en/of vermindering van de CO₂-uitstoot van het maatschappelijk vastgoed.

  • 2. Indien het college de aanvraag toewijst, wordt de aanvrager op grond van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde bevoegdheid verwezen naar SVn voor het indienen van een aanvraag voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

  • 3. SVn behandelt de aanvraag overeenkomstig haar eigen acceptatie- en toetsingskader.

Artikel 6 Budget

Het college stelt het budget voor de Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed vast. Het budget is opgenomen op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/fonds-verduurzaming-maatschappelijk-vastgoed.

Artikel 7 Bevoegdheid college

  • 1. Het college toetst de aanvraag aan het bepaalde in deze verordening en is bevoegd om de aanvrager bij toewijzing van de aanvraag te verwijzen naar SVn voor het indienen van een aanvraag voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

  • 2. Het in artikel 3, vijfde lid, genoemde indicatieve rentepercentage kan door het college worden aangepast indien daartoe conform artikel 3, vijfde lid aantoonbare aanleiding of noodzaak bestaat op grond van marktomstandigheden, uitvoeringspraktijk of andere relevante ontwikkelingen.

  • 3. Het besluit van het college tot toewijzing, afwijzing of intrekking van een aanvraag is een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8 Procedure aanvraag en toewijzing

  • 1. Een aanvraag voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed kan uitsluitend worden ingediend bij het college met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde (digitale) aanvraagformulier dat is geplaatst op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/fonds-verduurzaming-maatschappelijk-vastgoed.

  • 2. Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te zijn, voorzien van alle bij het aanvraagformulier gespecificeerde bijlagen, en te worden ingediend op de wijze die in het aanvraagformulier is aangegeven.

  • 3. Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die voor de beoordeling noodzakelijk zijn, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vier weken aan te vullen.

  • 4. Indien de aanvraag niet binnen de in het derde lid genoemde termijn volledig is aangevuld, kan het college besluiten de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling te laten.

  • 5. Het college behandelt aanvragen in volgorde van datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 6. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van een volledige aanvraag en deelt de beslissing mee aan de aanvrager bij toewijzings- of afwijzingsbesluit. Deze termijn kan eenmaal met twaalf weken worden verlengd.

  • 7. Overschrijding van de in het zesde lid genoemde termijn houdt niet in dat de aanvraag van rechtswege is of wordt geacht te zijn gehonoreerd.

  • 8. Een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed wordt uitsluitend toegewezen onder voorbehoud van een positieve krediettoets door SVn.

Artikel 9 Afwijzen aanvraag en intrekken toewijzing

  • 1. Het college wijst een aanvraag voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed af indien:

    • a.

      het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren; of

    • b.

      de werkelijke kosten naar haar oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; of

    • c.

      de werkelijke kosten van de maatregelen minder bedragen dan € 5.000,- inclusief btw; of

    • d.

      de maatregelen waarvoor de lening wordt aangevraagd onvoldoende aansluiten bij de beleidsdoelen als bedoeld in artikel 5;

    • e.

      niet wordt voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden.

  • 2. Het college trekt de toewijzing van een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in indien:

    • a.

      de toewijzing is gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens; of

    • b.

      de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed niet tot stand komt binnen de in de toewijzing genoemde termijn, waardoor de toewijzing van rechtswege vervalt.

Artikel 10 Financiële toets, verstrekken en beheer door SVn

  • 1. De toewijzing door het college betreft een reservering voor een Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed uit het provinciale budget. De toewijzing vormt het startpunt voor een zelfstandige financiële toetsing door SVn.

  • 2. Deze verordening is in overeenstemming met de productspecificaties van de Stimuleringslening Zakelijk van SVn en de samenwerking tussen de Provincie Limburg en SVn.

    SVn stelt op basis van haar toetsing de definitieve hoogte van de Stimuleringslening voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed vast, binnen de kaders van deze verordening, en brengt bij een positieve financiële toets een offerte uit.

  • 2. Bij een negatieve financiële toets wordt de lening geweigerd en stelt SVn de aanvrager daarvan in kennis.

  • 3. SVn verstrekt en beheert de lening en is belast met de financiële toetsing daarvan. Indien de aanvrager zich niet kan verenigen met de uitkomst van de financiële toets van SVn, kan hij gebruikmaken van de klachtenprocedure van SVn en/of zich wenden tot de bevoegde rechter.

  • 4. SVn treedt bij de uitvoering van deze verordening niet op als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 11 Staatssteun

  • 1. Een lening wordt slechts verstrekt voor zover deze verenigbaar is met artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het toepasselijke staatssteunkader, waaronder in voorkomende gevallen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of de de-minimisverordening.

  • 2. Het college kan van de aanvrager verlangen dat deze:

    • a.

      een de-minimisverklaring overlegt waaruit blijkt welke de-minimissteun de aanvrager in de afgelopen drie belastingjaren heeft ontvangen;

    • b.

      verklaart of sprake is van een onderneming als bedoeld in artikel 107 VWEU;

    • c.

      overige gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de staatssteunrechtelijke toelaatbaarheid.

  • 3. De aanvrager is verantwoordelijk voor het volledig en juist verstrekken van de voor de staatssteuntoets relevante gegevens en voor het doen van de meldingen als bedoeld in het vierde lid.

  • 4. De aanvrager is verplicht onverwijld aan het college melding te maken van omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de staatssteunrechtelijke toelaatbaarheid van de lening.

  • 5. Indien een lening niet verenigbaar is met het staatssteunkader, kan het college de toewijzing intrekken en de reeds verstrekte middelen geheel of gedeeltelijk terugvorderen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Artikel 12 Hardheidsclausule

  • 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

  • 2. Indien toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college leidt tot onbillijkheden van overwegende aard, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening.

  • 3. Een besluit van het college op grond van dit artikel wordt onverwijld kenbaar gemaakt aan SVn, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de lening. SVn voert de lening uit met inachtneming van dat besluit.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 september 2026.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Stimuleringsleningen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed”.

Ondertekening

Maastricht, d.d. 18 en 19 juni 2026.

Provinciale Staten voornoemd

de voorzitter,

de heer E.G.M. Roemer

de griffier,

de heer mr. A.O.J. Pregled


Noot
1

Zie de website van de Provincie Limburg voor nadere duiding: www.limburg.nl/fonds-verduurzaming-maatschappelijk-vastgoed .