Regeling vervalt per 01-01-2030

Subsidieregeling groen en blauwe maatregelen Ooststellingwerf

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 26-10-2026 t/m 31-12-2029

Intitulé

Subsidieregeling groen en blauwe maatregelen Ooststellingwerf

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf;

gelet op de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026;

besluit:

vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling groen en blauwe maatregelen Ooststellingwerf

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    afkoppelen: het via fysieke ingrepen loskoppelen van de afvoer van hemelwater van verhard oppervlak van de riolering in de bestaande woonkernen met een gemengd stelsel of vuilwaterriool, met als doel het hemelwater ter plaatse vast te houden, te infiltreren, aan te sluiten op het hemelwaterstelsel of direct te lozen op oppervlakte water;

  • b.

    afvalwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van huishoudelijk en/of bedrijfsafvalwater naar de rioolwaterzuivering;

  • c.

    BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • d.

    bomenlijst: de door het college vastgestelde lijst die bij deze subsidieregeling hoort.

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf;

  • f.

    drukriolering: riolering waarbij afvalwater via een onder druk werkend systeem met pompen wordt afgevoerd naar een lozingspunt, zoals een bestaand riool, ander drukrioolstelsel, persleiding of waterzuivering;

  • g.

    gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • h.

    groen dak: een vegetatiepakket op het dakoppervlak van een gebouw of overkapping, dat tenminste bestaat uit een drainage-, een substraat,- en een vegetatielaag (eventueel aangevuld met dakbeschermend of wortelwerend doek), met een waterbergend vermogen. Het vegetatiepakket bestaat uit sedum, kruiden sedum of een mix voor een dakbloemenweide:

    • -

      sedum dak: een vegetatiepakket voor een groen dak dat bestaat uit vetplanten die goed tegen felle zon en droogte kunnen;

    • -

      kruiden sedumdak: een vegetatiepakket voor een groen dak dat bestaat uit verschillende soorten sedum gemengd met kruiden, wat zorgt voor variatie in bloeitijd en kleur en meer biodiversiteit;

    • -

      dakbloemenweide: een vegetatiepakket voor een groen dak dat een gevarieerde mix van inheemse plantensoorten bevat wat zorgt voor een rijke voedselbron voor bijen, vlinders en andere insecten en meer biodiversiteit;

  • i.

    hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

  • j.

    hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

  • k.

    infiltratie: het op eigen terrein in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van afgekoppeld dakoppervlak of verhard oppervlak, via het maaiveld (bodempassage) of met behulp van een boven- of ondergrondse voorziening;

  • l.

    installatie nuttig gebruik regenwater: een systeem dat opgeslagen regenwater toepast bij het doorspoelen van toiletten en/of wasmachine en/of waterirrigatie van de tuin. Het systeem kan inpandig of in de tuin worden aangebracht en bevat de volgende componenten: reservoir, pomp, aansluiting op gebruikspunten; een overstort en een suppletievoorziening;

  • m.

    nuttig gebruik hemelwater: buffering en filtering van neerslag voor (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, maar niet voor consumptiedoeleinden;

  • n.

    oppervlaktewater: open water, bijvoorbeeld een vijver of een sloot, waar hemelwater geloosd kan worden;

  • o.

    pand: woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en) met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond, opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;

  • p.

    vergroenen: verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen, grind, kunstgras of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als (kruidenrijk) gras, bloemenweide, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd.

Artikel 1.2. Doel subsidie

Het college heeft met deze regeling als doel inwoners in de gemeente Ooststellingwerf te stimuleren om zelf klimaatadaptieve maatregelen te nemen op of bij het pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee de effecten van klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte. De maatregelen leiden tot een afname van risico’s op (economische) schade of ongemak.

Artikel 1.3. Subsidiabele maatregelen

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende maatregelen:

    • a.

      het vasthouden van regenwater door het plaatsen van een regenton, -waterzak, -zuil en/of -schutting;

    • b.

      ontstenen en vergroenen;

    • c.

      het planten van bomen;

    • d.

      het aanleggen van een groen dak;

    • e.

      het afkoppelen van verhard oppervlak eventueel in combinatie met infiltratievoorzieningen;

    • f.

      installatie nuttig gebruik regenwater.

Artikel 1.4. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt het subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 3. Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 4. Dreigt het subsidieplafond te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 1.5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die direct verbonden zijn met de in artikel 1.3, eerste lid, bedoelde maatregelen en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de in artikel 1.3, eerste lid bedoelde maatregelen.

  • 2. Als er voor hetzelfde pand meerdere subsidieaanvragen worden ingediend, mogen deze in totaal het maximale subsidiebedrag of het aantal dat beschikbaar is gesteld, niet overschrijden;

  • 3. Herstel, reparatie, onderhoud of uitbreiding van een bestaande maatregel komen niet voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking.

Artikel 1.6. Verplichtingen

  • 1. Het college verleent een subsidie onder de volgende verplichtingen:

    • a.

      de aanvrager dient de maatregelen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

    • b.

      de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een controle ter plaatse.

    • c.

      Ontwerp, aanleg en/of installatie van de maatregel zijn deugdelijk uitgevoerd;

Artikel 1.7. Aanvraag

  • 1. Onder een aanvrager voor subsidie wordt binnen deze regeling verstaan:

    • a.

      een natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

    • b.

      vereniging van eigenaars: als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2. Een aanvraag moet worden ingediend binnen zes maanden na aankoop én realisatie van de maatregelen waar de aanvraag betrekking op heeft;

  • 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 moet een aanvraag voor maatregelen die zijn gerealiseerd in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling, vanaf 1 april 2026, worden ingediend voor 1 februari 2027.

  • 4. De aanvraag moet worden ingediend via het door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in lid 5 zijn opgenomen.

  • 5. Na aankoop en realisatie van de maatregel(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

    • a.

      een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;

    • b.

      bij aankopen tot € 250,-: een aankoopbewijs met aankoopdatum en bedrag van de maatregelen waarvoor een aanvraag wordt ingediend;

    • c.

      bij aankopen van € 250,- of meer: een factuur met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;

    • d.

      een foto van de bestaande situatie zonder maatregel en de nieuwe situatie met maatregel, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is. Bij een ondergrondse maatregel ook een foto van tijdens de aanleg;

    • e.

      als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;

    • f.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar (als de aanvrager een huurder of pachter is);

  • 2. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te vragen, wanneer deze voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.8. Beslistermijn

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

Hoofdstuk 2 Vasthouden van regenwater

Artikel 2.1. Subsidievoorwaarden

Voor de maatregelen zoals opgenomen in artikel 1.3, sub a, geldt in aanvulling op artikel 1.6 dat:

  • 1.

    de regenwateropslag een minimale opslagcapaciteit heeft van 100 liter;

  • 2.

    per pand subsidie verstrekt wordt voor maximaal twee van de onder artikel 1.3, sub a, bedoelde maatregelen.

Artikel 2.2. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton, -waterzak, -zuil of schutting kleiner dan 300 liter, bedraagt maximaal 50% van de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs, met een maximum van € 250,-.

  • 2. De subsidie voor het plaatsen van een regenton, -waterzak, -zuil of schutting van 300 liter of groter, bedraagt maximaal 50% van de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs, met een maximum van € 500,-.

Hoofdstuk 3 Ontstenen en vergroenen

Artikel 3.1. Subsidievoorwaarden

De maatregelen die genomen worden, betreffen het vervangen van verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen, grind, kunstgras of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein door beplanting als (kruidenrijk) gras, bloemenweide, planten, struiken of bomen.

Artikel 3.2. Hoogte van de subsidie

De subsidie voor ontstenen en vergroenen bedraagt € 10,- per m², met een maximum van € 500,- subsidie per pand.

Hoofdstuk 4 Het planten van bomen

Artikel 4.1. Subsidievoorwaarden

Voor de maatregelen zoals opgenomen in artikel 1.3, sub c, geldt in aanvulling op artikel 1.6 dat:

  • a.

    per pand subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee bomen;

  • b.

    de aan te planten boomsoort is opgenomen in de bomenlijst (bijlage 1) en hebben een minimale stamomtrek van 8 tot 10 centimeter (gemeten op 1 meter hoogte).

  • c.

    de subsidieaanvrager houdt bij het planten van een boom rekening met de erfgrensregels.

Artikel 4.2. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor het planten van een boom bedraagt maximaal € 50,- per boom en niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs.

  • 2. Er wordt geen subsidie verstrekt voor bomen die in het kader van een herplantverplichting moeten worden geplant.

Hoofdstuk 5 Groen dak

Artikel 5.1. Subsidievoorwaarden

Voor de maatregelen zoals opgenomen in artikel 1.3, sub d, geldt in aanvulling op artikel 1.6 dat:

  • a.

    de subsidieaanvrager zelf verantwoordelijk is voor de bouwkundige staat van het gebouw en de draagkracht van de groene dakconstructie. De dakconstructie moet geschikt zijn om het groen dak te kunnen dragen;

  • b.

    het groen dak moet een laagdikte hebben van tenminste 8 cm;

  • c.

    het groen dak heeft een minimaal aaneengesloten oppervlakte van 6 m².

Artikel 5.2. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor de aanleg van een groen dak bedraagt:

    • a.

      € 20,- per m² aangelegd sedumdak;

    • b.

      € 25,- per m² aangelegd kruiden-sedumdak;

    • c.

      € 30,- per m² aangelegd dakbloemenweide;

    met een maximum van € 2.500,- subsidie per pand en niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs.

Hoofdstuk 6 Afkoppelen, eventueel in combinatie met infiltratievoorzieningen=

Artikel 6.1. Subsidievoorwaarden

Voor de maatregelen zoals opgenomen in artikel 1.3, sub e, geldt in aanvulling op artikel 1.6 dat:

  • a.

    het afkoppelen plaatsvindt bij een pand, waarbij het hemelwater is aangesloten op de gemengde riolering, afvalwaterriolering of drukriolering;

  • b.

    bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn;

  • c.

    de subsidieaanvrager zelf verantwoordelijk is voor het adequaat verwerken van het hemelwater zonder dat er nadelige gevolgen bij omliggende percelen ontstaan.

  • d.

    de subsidieaanvraag zelf verantwoordelijk is voor het adequaat afkoppelen van het hemelwater, waarbij de be- en ontluchting van de huisriolering in stand blijft.

Artikel 6.2. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder infiltratievoorzieningen bedraagt € 10,- per m² afgekoppeld verhard oppervlak, met een maximum van € 500,- per pand en niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs;

  • 2. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak met infiltratievoorzieningen bedraagt voor:

    • a.

      het plaatsen van infiltratiekratten: € 50,- per 100 liter opslagcapaciteit;

    • b.

      het aanleggen van een infiltratieveld: € 100,- per m³ verwijderde grond voor berging door middel van maaiveldverlaging;

    met een maximum van € 1.000,- per pand en niet meer dan de werkelijke kosten zoals vermeld op factuur of aankoopbewijs.

Hoofdstuk 7 Installatie nuttig gebruik regenwater

Artikel 7.1. Subsidievoorwaarden

Voor de maatregelen zoals opgenomen in artikel 1.3, sub f, geldt in aanvulling op artikel 1.6 dat:

  • a.

    de installatie (hemelwaterbuffer voorzien van filters, pomp en waterverdeling) zo moet zijn aangesloten en uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van was- en proceswater en vergelijkbare toepassingen in de woning/bedrijf of als tuindruppelinstallatie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het gebufferde hemelwater alleen ingezet worden voor deze doelen. Het water mag niet versproeid of verneveld worden of voor consumptiedoeleinden worden gebruikt.

  • c.

    de voorziening moet voldoende bereikbaar zijn voor onderhoud en inspectie;

  • d.

    er wordt minimaal 1000 liter hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater.

Artikel 7.2. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de gemaakte subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.500,- per pand.

  • 2. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering van de maatregel, waaronder in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting zijn inbegrepen.

  • 3. Er wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a.

      de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;

    • b.

      de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Hoofdstuk 8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden

Artikel 8.1. Absolute weigeringsgronden

Het college weigert de subsidieaanvraag in ieder geval:

  • a.

    Als de vereiste schriftelijke toestemming van de eigenaar om de maatregelen zoals bedoeld in artikel 1.3 aan te leggen niet is verkregen;

  • b.

    Als de maatregel niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en niet is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, et cetera);

Artikel 8.2. Relatieve weigeringsgronden

Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken en terugvorderen als:

  • a.

    de maatregel waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staat tot de doelen genoemd in artikel 1.2 van deze regeling.

  • b.

    de activiteit gelijk of vergelijkbaar is met activiteiten waarvoor het college ook op grond van een andere subsidieregeling subsidie zou kunnen verlenen

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1. Slotbepalingen

  • 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling groen en blauwe maatregelen Ooststellingwerf.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op 26 oktober 2026.

  • 3. Deze regeling vervalt op 1 januari 2030 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verleend.

Ondertekening

Bijlage 1 – Bomenlijst subsidieregeling groen en blauwe maatregelen Ooststellingwerf

Deze bomenlijst helpt je met het kiezen van een geschikte boom. De meeste soorten op deze lijst zijn inheems. Dat betekent dat ze van nature voorkomen in Nederland. Ze hebben zich aangepast aan het klimaat en groeien daarom vaak beter. Ook dieren, zoals vlinders en vogels hebben zich in de loop der tijd aan deze bomen aangepast. Inheemse bomen zijn daarom beter voor de biodiversiteit.

De bomen op deze lijst komen in aanmerking voor subsidie. Bij de keuze voor de aan te planten boom houd je rekening met de grootte van de boom en de afmeting van je tuin:

  • een tuin kleiner dan 500 m2: bomen tot 6 meter hoogte;

  • een tuin van 500 m2 tot 1000 m2: bomen met een hoogte van 6 tot 12 meter;

  • een tuin groter dan 1000 m2: bomen hoger dan 12 meter.

De uiteindelijke grootte van een boom wordt bepaald door de standplaats en het klimaat.

Nederlandse naam

Latijnse naam

Hoogte

Bloeitijd

Grondsoort

Licht

Waardevol voor

Amandelwilg

Salix Triandra

max. 6 m

april-mei

vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders

Appelboom (hoogstam)

Malus domestica/communis

5-8 m

mei-juni

vochtig

zon

bijen, insecten, vlinders, vogels, eetbaar

Beuk

Fagus sylvatica

max. 45 m

mei-juni

droog-vochtig

schaduw-halfschaduw-zon

insecten, vogels

Bittere wilg

Salix purpurea

max. 6 m

april-mei

vochtig-nat

zon

bijen, insecten, vlinders

Boswilg

Salix caprea

max. 14 m

maart-april

droog-vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Geoorde wilg

Salix aurita

max. 3 m

april-mei

nat

zon

bijen, insecten, vlinders

Gewone es

Fraxinus excelsior

30-40 m

maart-april

vochtig-nat

halfschaduw-zon

vlinders

Gewone vogelkers

Prunus padus

max. 15 m

april-mei

vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Gladde iep/veldiep

Ulmus minor

max. 30 m

maart-april

vochtig

halfschaduw-zon

vlinders

Grauwe wilg

Salix cinerea

max. 10 m

maart-april

vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders

Grootbladige linde of zomerlinde

Tilia platyphyllos

max. 40 m

juni-juli

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Haagbeuk(boom)

Carpinus betulus

max. 20 m

april-mei

vochtig

halfschaduw-zon

insecten

Katwilg

Salix viminalis

6-10 m

maart-april

vochtig-nat

zon

bijen, insecten, vlinders

Kleinbladige of winterlinde

Tilia cordata

max. 30 m

juni-juli

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Kraakwilg

Salix fragilis

max. 25 m

april-mei

vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders

Laurierwilg

Salix pentandra

max. 12 m

mei-juni

nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders

Lijsterbes

Sorbus aucuparia

12-15 m

mei-juni

droog-vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Meidoorn (eenstijlig)

Crataegus monogyna

max. 8 m

mei-juni

droog-vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Wilde mispel

Mespilus germanica

max. 6 m

mei-juni

vochtig

halfschaduw

bijen, vlinders, eetbaar

Okkernoot (walnoot)

Juglans regia

25-30 m

mei-juni

vochtig

zon

vogels, eetbaar

Perenboom (hoogstam)

Pyrus domestica/communis

6-10 m

april-mei

vochtig

zon

bijen, vogels, eetbaar

Populier, grauwe abeel

Populus canescens

25-30 m

maart-april

vochtig

zon

insecten, vlinders

Pruimenboom (hoogstam)

Prunus domestica/communis

4-6 m

april-mei

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels, eetbaar

Ruwe berk

Betula Pendula

max. 20 m

april-mei

droog-vochtig

zon

vlinders, vogels

Ruwe iep

Ulmus glabra

25-40 m

maart-april

vochtig-nat

halfschaduw

insecten, vlinders

Schietwilg

Salix alba

max. 30 m

april-mei

vochtig

zon

bijen, vlinders

Steeliep/fladderiep

Ulmus laevis

max. 25 m

maart-april

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders vogels

Tamme kastanje

Castanea sativa

20-30 m

juni-juli

droog-vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, eetbaar

Veldesdoorn/spaanse aak

Acer campestre

max. 18 m

april-mei

droog-vochtig

zon

bijen, insecten, vlinders, vogels

Wilde appel

Malus sylvestris

10-12 m

april-mei

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels, eetbaar

Wilde peer

Pyrus pyraster

8-20 m

april-mei

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels, eetbaar

Wintereik

Quercus petraea

15-30 m

mei-juni

droog-vochtig

halfschaduw-zon

insecten, vlinders, vogels

Witte els

Alnus icana

15-25 m

februari-maart

droog-vochtig-nat

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vogels

Witte paardenkastanje

Aesculus hippocastanum

25-30 m

april-mei

droog-vochtig

halfschaduw-zon

bijen

Zachte berk

Betula pubescens

max. 20 m

april-mei

vochtig-nat

halfschaduw-zon

insecten, vlinders, vogels

Zoete kers

Prunus avium

max. 20 m

april-mei

vochtig

halfschaduw-zon

bijen, insecten, vlinders, vogels, eetbaar

Zomereik

Quercus robur

max. 20 m

tegelijk met bladopkomst

vochtig

halfschaduw-zon

insecten, vlinders, vogels

Zwarte els

Alnus glutinosa

10-25 m

februari-april

vochtig-nat

halfschaduw-zon

insecten, vogels