Natuurbeheerplan Limburg 2027

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 03-09-2026

Intitulé

Natuurbeheerplan Limburg 2027

Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in art. 3.12 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bekend dat zij in hun vergadering van 25 augustus 2026 het volgende besluit hebben genomen:

Gedeputeerde Staten van Limburg,

Kennisgeving vaststelling Natuurbeheerplan Limburg 2027

Gedeputeerde Staten van Limburg maken bekend dat zij op 25 augustus 2026 het Natuurbeheerplan Limburg 2027 definitief hebben vastgesteld. De wijzigingen betreffen zowel de kaarten als het tekstuele deel van het Natuurbeheerplan. De overwegingen met betrekking tot de wijzigingen zijn opgenomen in de ‘Nota van Wijzigingen 2027’ evenals de behandelingen van de zienswijzen in de ‘Nota van Zienswijzen’. De locaties van de wijzigingen zijn tevens ruimtelijk weergegeven in de digitale viewer van de provincie Limburg.

Het Natuurbeheerplan vormt het beleidskader voor de realisatie van het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid. Het plan vormt tevens het kader voor subsidieverlening uit het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer.

Procedure

De voorbereiding en vaststelling van de wijzigingen van het Natuurbeheerplan Limburg 2027 volgen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Awb.

Inzage stukken

Het besluit en de bijbehorende stukken, waaronder de Nota van Wijzigingen 2027 en de Nota van Zienswijzen, liggen vanaf de dag na deze publicatie gedurende zes weken ter inzage bij de Provincie Limburg, Limburglaan 10 te Maastricht, en zijn in te zien via: https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/

1. Wat is het Natuurbeheerplan?

1.1. Inleiding

Voor u ligt het Natuurbeheerplan Limburg 2027. Dit plan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen in de provincie. Het natuurbeheerplan is verankerd in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Dit stelsel bestaat uit: de ‘Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016’ (SVNL) voor het beheer van natuur en landschap en de ‘Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap 2021’ (SKNL) voor investeringen in natuur en landschap (omvorming, inrichting en kwaliteitsontwikkeling).

De provincie stelt de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer door dit Natuurbeheerplan vast te stellen. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Daarnaast financiert de provincie een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor de aanvraag van deze subsidies.

Het plan is geen statisch document. De provincie kan de inhoud van de plantekst en de kaarten, indien nodig, jaarlijks aanpassen. Hoewel het Natuurbeheerplan de laatste tijd met een jaarlijkse frequentie is aangepast, kan het plan voor meerdere jaren gelden tot Gedeputeerde Staten weer een nieuwe wijziging van het Natuurbeheerplan vaststellen.

1.2. Doel en status Natuurbeheerplan

Beleidskader

Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, Rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuur- en landschapsbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden en bevat daartoe de begrenzing van de natuur- en agrarische gebieden, met name toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu-, water- en klimaatdoelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuur- en landschapsbeleid en ook voor de implementatie van artikel 65 van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid- Nationaal Strategisch Plan (GLB-NSP)). Het plan is verankerd in de SVNL en SKNL en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies.

Waterdoelen

In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen. Als waterschappen voor waterbeheerdiensten (Blauwe diensten) gebruik willen maken van EU-cofinanciering dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, het Natuurbeheerplan en de SVNL. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten.

Klimaatdoelen

In het GLB-NSP is afgesproken om naast de internationale soortendoelen en KRW doelen ook klimaatdoelen op te nemen. Het kader hiervoor wordt gevormd door het Klimaatakkoord, de nationale klimaatadaptatiestrategie en de bossenstrategie. Er wordt ingezet op klimaatadaptatie en -mitigatie, bijvoorbeeld het verminderen van effecten van extreme weersomstandigheden door water-, bodem- en teeltmanagement, of reductie van de uitstoot van broeikasgassen.

Bepalen van huidige en gewenste beheerdoelen van natuurgebieden

In het Natuurbeheerplan zijn de huidige en de gewenste beheerdoelen voor de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Limburg en agrarische gebieden met natuurwaarden opgenomen. In dit plan begrenst en beschrijft de provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, en van agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden. Met ingang van 2023 is het doelbereik van het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) verbreed op het vlak van Klimaat en Water. Voor de begrenzing van agrarisch natuurbeheer zijn kaarten beschikbaar op het niveau van agrarische zoekgebieden/leefgebieden. De begrenzing voor natuurgebieden is aangeduid op twee kaarten: de beheertypenkaart en de ambitiekaart.

De vaststelling van het Natuurnetwerk Nederland in planologisch opzicht is opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg en de daaraan gekoppelde vastgestelde Omgevingsverordening Limburg. Ten opzichte van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening geeft het natuurbeheerplan een nadere onderverdeling van het Natuurnetwerk in verschillende subcategorieën, alsmede een gedetailleerde invulling van de binnen het Natuurnetwerk aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden; de zogenaamde “wezenlijke kenmerken en waarden” van het Natuurnetwerk.

Het natuurbeheerplan heeft geen planologische consequenties of consequenties voor beheerfunctiesplannen en heeft dus geen invloed op eigendomsrechten of bestaande gebruiksmogelijkheden.

Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Ook kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Opname van een terrein in het Natuurbeheerplan leidt niet vanzelfsprekend tot een positief besluit over subsidiëring van het beheer of de ontwikkeling van natuur op dat terrein. Het zorgt er alleen voor dat beheerders en gecertificeerde agrarische collectieven van de gronden die zijn begrensd als natuurgebied, als agrarische natuur of als landschapselement de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden. Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor natuurgerichte en verbrede agromilieu-, klimaat- en waterdoelen.

1.3. Wijzigingen Natuurbeheerplan 2027

Dit Natuurbeheerplan is op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van het vorige Natuurbeheerplan.

  • De tekst van het Natuurbeheerplan is geactualiseerd en aangepast aan recente beleidsontwikkelingen.

  • De meest actuele begrenzingen van het Natuurnetwerk Limburg zijn opgenomen.

  • De Beheertypenkaart, de Ambitiekaart zijn geactualiseerd.

  • De kaart met zoekgebieden voor ANLb is geactualiseerd.

1.4. Leeswijzer

In dit Natuurbeheerplan wordt achtereenvolgens beschreven:

Hoofdstuk 2: Het beleidskader

Hoofdstuk 3: Subsidiestelsel Natuur en Landschap 2016

Hoofdstuk 4: Natuur- en landschapsdoelen

Hoofdstuk 5: Subsidiemogelijkheden en openstelling van subsidieregelingen

Hoofdstuk 6: Procedureel: wijzigen van het Provinciaal Natuurbeheerplan

Hoofdstuk 7: Meer informatie en contactgegevens

2. Beleidskader

2.1. Europees kader natuur en landschap

Het Natuurbeheerplan is gebaseerd op het vigerend beleid voor het landelijk gebied ten aanzien van natuur, landschap, water, milieu, klimaat en ruimtelijke ordening van de Europese Unie, het Rijk en de provincie. In dit hoofdstuk lichten wij de belangrijkste onderdelen van het vigerend beleid en de recente ontwikkelingen toe.

De lidstaten van de EU hebben gezamenlijk specifieke wetten en beleidsdoelen vastgesteld voor het instandhouden van bepaalde plant- en diersoorten en natuurlijke habitats van internationale betekenis via de Vogel- en Habitatrichtlijn (VR/HR) en Natura 2000, voor de instandhouding van gezonde watersystemen (Kaderrichtlijn water) en voor een schoon milieu (Nitraatrichtlijn). De Europese Commissie (EC) ziet erop toe dat de lidstaten deze afspraken nakomen.

Naast de bovenstaande beleidskaders is zowel de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016 (SVNL) als de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap 2021 (SKNL) getoetst op staatssteun. Op basis van de Richtsnoeren voor de land en bosbouwsector heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend aan de beide modelverordeningen en hebben de provincies zich daarmee gecommitteerd aan de bijbehorende vereisten.

GLB-NSP 2023-2027

Voor het platteland zijn door de Europese Commissie beleidsdoelen en regels vastgesteld met betrekking tot de verduurzaming en vergroening van de landbouw. Dit wordt concreet geëffectueerd in de vorm van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB 2023-2027) en de Nederlandse invulling daarvan: het Nationaal Strategisch Plan (NSP), waarin verdergaande regels en subsidies zijn opgenomen voor duurzame landbouw, vergroening en agrarisch natuurbeheer.

Het GLB beoogt toekomstbestendig boeren beter belonen en omvat daartoe negen doelen (specific objectives) die in samenhang aan de orde komen, afhankelijk van de behoeften van de lidstaat. Daarin is de lidstaat niet helemaal vrij, het GLB kent een aantal Europese vereisten. Daarnaast worden ook de nationale vereisten meegenomen in het Nationaal Strategisch Plan.

Het GLB-NSP staat in het teken van de noodzaak om een toekomstbestendige landbouw te realiseren, aan de hand van negen Europese specifieke doelstellingen en een overkoepelende opgave tot innoveren, netwerken en kennisverspreiding. Het GLB-NSP moet ook ingezet worden voor de Green Deal, met in het bijzonder de strategieën Farm2Fork (Boer tot Bord) en Biodiversiteit.

Met het GLB-NSP zetten Rijk, provincies en waterschappen samen de beleidslijnen uit voor beide subsidiefondsen van het GLB, zowel het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (pijler 2), als het Europees Landbouw Garantiefonds (ELGF) (pijler 1). Het ELGF wordt deels ingezet via het nieuwe instrument ‘ecoregelingen’ en door budget over te hevelen naar het ELFPO, waardoor meer ruimte ontstaat voor investeringen, innovatie, samenwerken en kennisoverdracht voor toekomstgerichte bedrijven en verbreding en optimalisatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Duidelijk is inmiddels dat ecoregelingen en conditionaliteiten uit pijler 1 van het GLB-NSP en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer uit pijler 2 van het GLB-NSP op onderdelen naast elkaar kunnen worden ingezet en elkaar kunnen versterken. Ook is het mogelijk om ze beide in te zetten mits zogenaamde ‘double funding’ voorkomen wordt. Dit betekent dat voor dezelfde activiteit op een perceel niet twee keer subsidie mag worden verleend. De ecoregelingen en conditionaliteiten zijn nationaal generiek ingevuld (met regionale gebiedsgerichte accenten). Het herstel en de instandhouding van habitats en landschappen vergt een integrale aanpak die past bij het gebied. Het ANLb richt zich op gebiedsgerichte activiteiten die boeren samen ondernemen om doelsoorten te ondersteunen, als ook doelen uit de opgaven Water en Klimaat.

De bijdrage die de Nederlandse lidstaat levert aan het agro-milieu en klimaat is vastgelegd in het NSP, waarin de ambitie van Nederland is aangeduid. Het agrarisch natuurbeleid, het ecologisch waterbeheer en klimaatdoelen worden gekoppeld aan het ANLb en worden deels gefinancierd met Europees geld. Daarmee moet de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer inclusief natuurgerelateerde water- en klimaatdoelen voldoen aan het NSP. In NSP zijn vijf zogenaamde zoekgebieden opgenomen. Deze bestaan uit drie leefgebieden (open grasland, open akkerland, dooradering), een categorie Water en een categorie Klimaat.

Natuurherstelverordening

Op 18 augustus 2024 is de Europese natuurherstelverordening (hierna: NHV) in werking getreden. Deze verordening verplicht lidstaten om doeltreffende maatregelen te treffen om de natuur te herstellen, continu te verbeteren en niet te laten verslechteren. Het bevat oplopende kwantitiatieve doelstellingen voor terrestrische, kust- en zoetwaterecosystemen en mariene ecosystemen die nu niet in goede conditie verkeren, voor 2030, 2040 en 2050. Ook zijn er aanvullende doelstellingen, bijvoorbeeld voor landbouwecosystemen. Daarnaast gelden er verplichtingen m.b.t. het opstellen van een nationaal natuurherstelplan, monitoring en verslaglegging. Alle artikelen van de verordening zijn direct van toepassing.

In september 2025 heeft het (demissionaire) kabinet het programmaplan vastgesteld, die de stappen omschrijft richting het opstellen en het indienen van het nationale natuurherstelplan (hierna: Natuurplan). Een concept moet voor 1 september 2026 worden ingediend bij de Europese commissie, een definitief Natuurplan uiterlijk 1 september 2027. Bestaande natuurbeleidsprogramma’s worden, waar mogelijk, in samenhang ondergebracht in het Natuurplan. Verder wordt verkend welke aanvullende opgaven de NHV stelt ten opzichte van bestaand natuurbeleid. De NHV heeft daarom op dit moment nog niet geleid tot aanpassing van het natuurbeheerplan. Bij de vaststelling van dit Natuurplan, en de bijbehorende afspraken over de implementatie van de natuurherstelverordening, zullen provincies bepalen of en welke wijzingen van het natuurbeheerplan gewenst zijn.

2.2. Rijksbeleid natuur en landschap

Het Rijk stelt in het kader van de internationale verplichtingen op hoofdlijnen de ambities voor de agromilieu- en klimaatdiensten vast en geeft de kaders aan waarbinnen die ambities gerealiseerd kunnen worden.

Het Rijksbeleid heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld langs twee lijnen: de eerste lijn betreft het versterken en verbeteren van het bestaande natuurbeleid. Dit richt zich op natuurgebieden en de directe omgeving daarvan. Denk hierbij aan de uitvoering van het Natuurpact (2013) door de provincies. Daarnaast heeft het Rijk verantwoordelijkheid voor het beheren en verbeteren van natuur in de grote wateren, duurzame bescherming van de Noordzee en het verder ontwikkelen van de Nationale Parken. Met het Programma Natuur is in het kader van de stikstofaanpak extra geld beschikbaar gesteld voor natuurherstel en -ontwikkeling met een focus op stikstofgevoelige natuurgebieden. De tweede lijn gaat over het verbreden van het natuurbeleid naar andere sectoren en domeinen. Hierin past de transitie naar een natuurinclusieve samenleving, waaronder de transitie in de landbouw richting kringlooplandbouw. Hierin werkt het Ministerie van LNV via onder andere de Agenda Natuurinclusief, het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en Basiskwaliteit Natuur samen met provincies en maatschappelijke partijen aan de transitie naar een natuurinclusieve samenleving.

De uitvoering van het stimuleringsbeleid voor natuur en platteland is met ingang van 2014 gedecentraliseerd naar de provincies en vastgelegd in een decentralisatieakkoord 2014-2027 en een Natuurpact van overheden en maatschappelijke organisaties. Dit is op 18 september 2013 door staatssecretaris Dijksma aangeboden aan de Tweede kamer. In dit Natuurpact zijn de ambities vastgelegd met betrekking tot ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland voor de periode tot en met 2027. Het Rijk draagt bij aan de realisatie van deze ambities door jaarlijks extra te investeren in natuur. De onderdelen van deze ambities zijn:

  • -

    Ontwikkeling Robuust Natuurnetwerk Nederland (NNN) inclusief Natura 2000-gebieden. Het NNN moet een robuuste ruggengraat van de natuur in Nederland zijn. Dat gaat gebeuren door hem te vergroten, te verbeteren en belangrijke natuurlijke verbindingen te realiseren tussen natuurgebieden onderling en tussen natuurgebieden en hun omgeving.

  • -

    Soortenbescherming; Bescherming van afzonderlijke plant- en diersoorten is nodig vanwege Europese verplichtingen en afspraken waaraan Nederland zich in internationaal verband heeft gecommitteerd (VR/HR). Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het NNN door het nemen van juridische en/of fysieke maatregelen, die vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.

  • -

    Natuur buiten het NNN; er zal een extra impuls gegeven worden aan het beheer van natuur buiten het NNN.Het is belangrijk dat er meer samenhang komt tussen de natuur in het NNN en daarbuiten.

  • -

    Agrarisch natuurbeheer; het ANLb kan buiten en binnen het NNN worden toegepast op agrarische grond. De uitvoering van het agrarisch natuurbeheer moet eenvoudiger en met minder kosten, en zal een duidelijke meerwaarde voor natuur, landschap en agrarisch ondernemerschap moeten opleveren. Het ANLb moet vooral worden ingezet voor het beschermen en verbeteren van internationale soorten. In de contourenbrief ANB (Tweede Kamer, 33576-460) is aangegeven dat de extra middelen voor ANLb prioritair worden ingezet in specifieke aandachtsgebieden te weten: 1) de leefgebieden voor de grutto en 2) in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en aangrenzend gelegen beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. In deze gebieden wordt integraal ingezet op de doelen voor natuur, water en klimaat.

  • -

    Voor de inzet van extra middelen voor het ANLb in 2027 is door Rijk en provincies de ‘Leidraad 2.0 inzet ANLb groeimiddelen 2027’ (verder de leidraad genoemd) ontwikkeld. Deze leidraad geeft richting aan waar en op welke wijze de extra middelen ingezet behoren te worden. Doel is om te zorgen dat extra middelen op duurzame wijze ingezet kunnen worden op de plekken waar dat het meeste prioriteit heeft. Daarbij wordt aangesloten bij de prioritaire gebieden die hierboven zijn genoemd.

  • -

    Natuur en water; Er zijn diverse mogelijkheden om de ontwikkeling van de natuur, de vergroting van het NNN en de aanpak van de Natura 2000-gebieden optimaal te laten samengaan met het verbeteren van de condities van de kwantiteit en de kwaliteit van het water. Er wordt daarbij maximale synergie gezocht met maatregelen om te voldoen aan de KRW en de Nitraatrichtlijn.

Aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur

De Minister van LVVN heeft besloten het Nationaal Programma Landelijk Gebied te beëindigen en te vervangen door de aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur. Voor deze uitwerking is een contourenbrief gepubliceerd.

De Ministeriële commissie Economie en Natuurherstel (MCE&N) heeft een aanpak met maatregelen gepubliceerd gericht op natuurherstel en stikstofreductie. Deze aanpak is uitgewerkt in een startpakket en vervolgpakket, die maatregelen bevatten die bij moeten dragen om Nederland van het slot te halen.

Als inbreng en nadere concretisering heeft het IPO Bestuur een drietal bouwstenen vastgesteld, die moeten bijdragen aan geborgde stikstofreductie en geborgd natuurherstel. Deze bouwstenen ‘emissiereductie landbouw’, ’natuur’ en ‘agrarisch natuur- en landschapsbeheer’. De provincies hebben deze bouwstenen aan het Rijk aangeboden als basis voor de nadere uitwerking van de voorstellen van de MCE&N.

De aanpak is aanvullend op de bestaande aanpak via onder andere het Natuurpact en het Programma Natuur. Het kabinetsbeleid is nog in ontwikkeling en heeft in deze fase niet geleid tot aanpassing van het natuurbeheerplan.

2.3. Provinciaal beleid

De provincies zijn – op grond van het decentralisatieakkoord natuur – volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid. De doelen en middelen worden door de provincies vastgelegd in onder andere dit natuurbeheerplan.

In dit provinciale Natuurbeheerplan, dat de kaders en ambities bevat waarbinnen een subsidieaanvraag kan worden ingediend, is aangegeven in welke gebieden bepaalde natuur-, agromilieu- en klimaatdiensten ingezet kunnen worden.

Het provinciale beleid geeft invulling aan het Europese beleid en Rijksbeleid en voegt daar provinciale doelen aan toe. Provincies houden bij de uitvoering van het natuurbeleid, conform de door Nederland geratificeerde Europese Landschapsconventie, rekening met beleidsdoelen van andere overheden en activiteiten in het landelijk gebied, zoals het landschapsbeleid, waterbeleid, recreatiebeleid en milieubeleid, zodat synergie kan worden bereikt.

De basis van het provinciaal beleid voor natuur en landschap is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Limburg. De provincie vindt het van belang dat voor heel Limburg gewerkt wordt aan behoud, herstel en beheer van de landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige kernkwaliteiten van het landschap en het vergroten van de beleving en toegankelijkheid daarvan. In de visie-documenten is dit daarom als generieke opgave voor heel Limburg vastgelegd.

De waterdoelen zijn eerder in 2015 door de Provincie Limburg vastgesteld in de Provinciale Omgevingsvisie 2021 en geactualiseerd in het Waterprogramma 2022-2027. Als waterschappen voor waterbeheerdiensten gebruik willen maken van EU-cofinanciering dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, het Natuurbeheerplan en de SVNL. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten.

De systematiek voor maatregelen in het agrarische gebied is opgenomen in de regeling voor Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb), onderdeel van de SVNL. De maatregelen staan sinds 2016 vooral in het teken van de instandhoudingsdoelstellingen voor Europees beschermde soorten en maatregelen ten behoeve van de Kader Richtlijn Water en de Nitraatrichtlijn. Zoals in paragraaf 2.2 is beschreven vindt er een accentverschuiving plaats in het overkoepelende Europese en Nationale beleid. De verbrede doelstellingen zijn in het ANLb ook terug te zien, via de mogelijkheden voor agrarisch klimaatbeheer en verbreed agrarisch waterbeheer binnen het ANLb stelsel.

3. Subsidiestelsel Natuur en Landschap 2016

Dieren en planten worden vanwege hun intrinsieke waarde beschermd. Biodiversiteit is daarbij een belangrijke factor en daarnaast verhoogt de diversiteit van dieren en planten de spankracht van de natuur. De provincie hecht veel belang aan het behoud en de ontwikkeling van de provinciale natuur. Daarom verleent zij daarvoor subsidie via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL).

De provincie bepaalt in het Natuurbeheerplan binnen welke gebieden natuurbeheerders, natuurcollectieven en agrarische collectieven subsidie kunnen krijgen voor (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer, blauwe diensten en klimaatdiensten. In het Natuurbeheerplan liggen de verschillende beheertypen van de Index Natuur en Landschap voor percelen en/of terreinen vast. Subsidie is alleen mogelijk voor het beheertype dat in het natuurbeheerplan is aangegeven en begrensd.

Voor agrarische beheercollectieven wordt op het niveau van vijf ‘zoekgebieden’ de mogelijkheden aangegeven. De zoekgebieden betreffen drie agrarische leefgebieden, welke in de Index Natuur en Landschap zijn aangegeven als ‘agrarische natuurtypen’ (www.bij12.nl). Daarnaast zijn er twee zoekgebieden in de vorm van een categorie Water en een categorie Klimaat.

Subsidie voor beheer en kwaliteitsimpulsen

In het Subsidiestelsel Natuur en Landschap wordt een onderscheid gemaakt tussen financiering van het beheer van bestaande natuur en landschappen en eenmalige investeringen ter verbetering van de natuurkwaliteit (kwaliteitsimpulsen). De subsidie voor het beheer van natuur, agrarische natuur en landschapselementen is geregeld in de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016 (SVNL). De subsidie voor de kwaliteitsimpulsen is geregeld in de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap 2021 (SKNL). Voor meer informatie over de subsidieverordening- en regelingen en subsidiemogelijkheden zie https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/ of https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/verordeningen/

3.1. De Index Natuur en Landschap 2016

De basis voor het Natuurbeheerplan vormt de Index Natuur en Landschap. Deze Index is een landelijk uniforme en sterk gestandaardiseerde “natuurtaal” waarin de Nederlandse natuur- en landschapselementtypen worden vastgelegd. De Index is van belang voor de aanduiding en monitoring van de natuur- en landschapsdoelen door de overheid en bevordert een goede afstemming tussen beheerders en overheden.

De Index Natuur en Landschap bestaat uit de onderdelen natuur, agrarische natuur en landschapselementen. In de Index worden twee niveaus onderscheiden: de natuurtypen voor de sturing op landelijk niveau en de beheertypen voor de operationele aansturing van het beheer op regionaal en lokaal niveau. Voor de begrenzing in het natuurbeheerplan en de subsidieverlening wordt voor het natuurbeheer het niveau van de beheertypen gebruikt. Voor het agrarisch natuurbeheer kan ook het niveau van natuurtypen worden gebruikt.

De natuurtypen zijn voor natuurgebieden bedoeld als sturings- en verantwoordingsinstrument op landelijk niveau. Daarbij valt te denken aan afspraken en rapportages tussen Rijk en Europa en tussen het rijk en de provincies. De beheertypen zijn geschikt voor de aansturing van het beheer op interprovinciaal, provinciaal en lokaal niveau. Zij vormen de basis voor afspraken over doelen en middelen tussen provincie en beheerder.

  • Er bestaan zeventien natuurtypen. Binnen elk van de natuurtypen worden één of meerdere natuurbeheertypen onderscheiden. In totaal zijn er 49 natuurbeheertypen;

  • Voor landschap zijn er drie landschapselementtypen met daaronder dertien landschapselementen voor natuurgronden;

  • Voor het agrarisch natuurbeheer zijn er drie agrarische natuurtypen. Dit zijn de leefgebieden open grasland, open akkerland, en dooradering. Binnen elk van de agrarische natuurtypen worden één of meerdere agrarische beheertypen onderscheiden.

  • Er is een categorie Water en een categorie Klimaat met daaronder een aantal beheertypen voor agrarische gronden

In de Index Natuur en Landschap worden de natuurtypen, beheertypen, landschapstypen, agrarische natuurtypen en agrarische beheertypen beschreven.

Voor meer informatie over de Index Natuur en Landschap zie onderdeel thema ‘Index Natuur en Landschap’ op www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/

3.2. Natuurbeheerplan: de Beheertypenkaart, de Ambitiekaart en de agrarische zoekgebiedenkaart

Het natuurbeheerplan kent voor het beheer van natuurgebieden een Beheertypenkaart en een Ambitiekaart. Daarnaast zijn voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer kaarten opgenomen met de agrarische zoekgebieden voor de drie leefgebieden en de categorieën klimaat en water. Zij vormen met de beschrijving van de doelen de kern van het plan.

De beheertypenkaart geeft alle bestaande, beheerwaardige natuur en landschap weer met de benamingen volgens de landelijk uniforme systematiek van de Index Natuur en Landschap. Met de beheertypenkaart stimuleert de provincie de instandhouding van de op die kaart aangegeven en begrensde beheertypen. Deze kaart vormt ook de basis voor het verlenen van beheersubsidies op grond van de SVNL.

Voor een deel van de natuurgebieden en agrarische gebieden met natuurwaarden bestaat een ambitie om het huidige gebruik of beheer te veranderen. De mogelijkheden hiertoe zijn vastgelegd in de ambitiekaart. De ambitiekaart kent twee onderdelen: de ambitiekaart – gebiedscategorieën en de ambitiekaart – streefbeheertypen. De ambitiekaart – gebiedscategorieën laat zien waar natuur wordt geambieerd en aan welke terreinen prioriteit wordt gegeven. De ambitiekaart- streefbeheertypen laat zien waar welk type natuur wordt geambieerd. De ambitiekaart vormt de basis voor de (subsidiering van) kwaliteitsimpulsen op grond van de SKNL. De SKNL is niet van toepassing op inrichting op agrarische gronden ten behoeve van het agrarisch natuurbeheer.

Het verstrekken van subsidies voor beheer en voor kwaliteitsimpulsen draagt bij aan de realisatie van het in hoofdstuk 2 beschreven beleid en de in hoofdstuk 4 beschreven provinciale natuur- en landschapsdoelen.

Zowel de beheertypenkaart als de ambitiekaart zijn afgestemd op de beheerplannen die in het kader van Natura 2000 worden opgesteld. Het kaartmateriaal is onderdeel van dit Natuurbeheerplan.

3.2.1. Beheertypenkaart

Op de Beheertypenkaart is per natuurterrein aangegeven welke natuurtypen (N01-N17) of landschapselementtypen (L01 – L04) aanwezig zijn en waarvan het behoud wordt nagestreefd. Per (deel van het) natuurterrein is één beheertype toegekend. Indien er nog geen bestaand beheertype aanwezig is, betekent dit dat hier ontwikkeling tot een gewenst beheertype uit de Ambitiekaart nodig is. Voor het bepalen van het dan gewenste beheertype moet in sommige gevallen nog aanvullend onderzoek plaatsvinden.

Op bestaande of gerealiseerde areaaluitbreiding van natuur kan ook subsidie voor landschapsbeheer worden verstrekt. Op de beheertypenkaart is aangegeven voor welke landschapselementen subsidies landschapsbeheer kunnen worden verstrekt. Individuele landschapselementen die in natuurbeheergebied liggen en door de provincie als zodanig worden erkend, zijn op de beheertypenkaart aangegeven.

De beheertypenkaart volgt de ontwikkeling van de natuurbeheertypen die in het veld voorkomen. Dit houdt in dat Gedeputeerde Staten de kaart kunnen actualiseren, bijvoorbeeld op basis van een recente vegetatiekartering. Beheerders dienen er daarom rekening mee te houden dat de beheertypen op hun percelen kunnen wijzigen. Beheerders worden om die reden geadviseerd de beheertypenkaart regelmatig te controleren, ook tijdens een lopende subsidietermijn. Indien zij dit nodig achten, kunnen beheerders bij een herziening van het natuurbeheerplan een verzoek indienen voor wijziging van de beheertypenkaart. Dit geldt vooral in de jaren voorafgaand aan een nieuwe aanvraag voor beheersubsidie.

Let op: De beheerder/aanvrager is nadrukkelijk zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) signaleren van noodzakelijke wijzigingen en het indienen van een wijzigingsverzoek alvorens beheersubsidie aan te vragen.

3.2.2. Agrarische zoekgebieden - Beheersubsidie voor Agrarische natuur- en landschapsbeheer (ANLb)

Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) onderscheidt de provincie de volgende drie leefgebieden: open grasland, open akkerland en dooradering. Deze drie leefgebieden zijn de drie agrarische natuurtypen van de Index Natuur en Landschap. Daarnaast wordt gewerkt met een categorie water en een categorie klimaat.

In het Natuurbeheerplan worden deze drie agrarische natuurtypen en de categorieën water en klimaat als agrarische zoekgebieden op kaart aangeduid. Alleen binnen de begrenzing van de zoekgebieden is subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer mogelijk.

Voor de drie agrarische natuurtypen en categorieën worden subsidiecriteria meegegeven. Deze criteria beschrijven de instapeisen voor een ecologisch effectieve subsidieaanvraag.

De agrarische collectieven werken dit verder uit naar beheerpakketten voor verschillende typen beheer en sluiten met hun deelnemers contracten af voor de beheeractiviteiten die zij zullen uitvoeren.

In de provinciale viewer zijn de kaarten te vinden voor de agrarische leefgebieden en de categorieën waterbeheergebied en klimaatbeheergebied. De leefgebieden en de categorie water kennen op hun beurt ‘deelgebieden’. Daarom is in de benaming steeds aangeven tot welk leefgebied een deelgebied behoort. Bijvoorbeeld het deelgebied ‘Broedende akkervogels in leefgebied Open akkerland’. De ‘Deelgebieden’ zoals bedoeld in dit natuurbeheerplan zijn in feite gebieden met uitgewerkte specifieke voorwaarden, zoals verder uitgewerkt in paragraaf 4.3 en 4.4 en in Bijlagen van dit Natuurbeheerplan.

Het doel binnen de leefgebieden is om populaties van bedreigde (agrarische) doelsoorten te beschermen en te versterken, waarvoor specifiek agrarisch natuurbeheer wordt gevoerd. Welke specifieke doelstellingen de provincie heeft met betrekking tot soorten of soortengroepen wordt beschreven in hoofdstuk 4 en de bijlagen.

Bij de begrenzing van de agrarische leefgebieden/zoekgebieden in het Natuurbeheerplan en de keuze voor doelsoorten, is rekening gehouden met aanwezige waarden in aangrenzende natuur, aangrenzende provincies en het buitenland.

Het streven is om het beheer in te zetten in de meest kansrijke leefgebieden, voor stabiele populaties. Hierbij is de versterking, buffering en/of verbinding van het Limburgse Natuur Netwerk een belangrijk uitgangspunt. Tevens is het gericht op kansrijkheid voor soorten die (deels) afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Vanaf 2027 wordt het ANLb aanvullend versterkt met Rijksmiddelen uit het programma Agrarisch Natuurbeheer (ANB). Deze middelen worden conform een gezamenlijk (LVVN en IPO) opgestelde Leidraad ingezet in de prioritaire gebieden. De Leidraad wordt specifiek omschreven in hoofdstuk 4 paragraaf 4.3 en 4.4.

In het openstellingsbesluit worden de subsidiemogelijkheden voor agrarische collectieven aangegeven, zoals het subsidieplafond, de beheerperiode en de zoekgebieden. De afbakening van de zoekgebieden is op kaart te zien in de digitale kaartviewer van het natuurbeheerplan. Specifieke subsidievoorwaarden en verplichtingen zullen in de subsidiebeschikking worden vastgelegd. Individuele beheerders kunnen geen ANLb subsidie bij de provincie aanvragen, enkel gecertificeerde agrarische collectieven kunnen dat. De voorwaarden en mogelijkheden voor beheervergoedingen van de individuele beheerders krijgen zij van het agrarische collectief waarbij zij als lid zijn aangesloten.

3.2.2.1Mogelijkheden agrarisch natuurbeheer binnen het Natuurnetwerk

Het agrarisch natuurbeheer binnen het Natuurnetwerk is alleen mogelijk binnen de op de Agrarische Leefgebiedenkaart aangewezen leefgebieden op nog te realiseren areaaluitbreiding natuur (C1 of C2 gronden). Op deze hoofdregel bestaat één uitzondering wanneer het agrarisch natuurbeheer een wezenlijke bijdrage levert aan het te realiseren natuurdoel (eindbeheer). Hieronder valt, maar is niet beperkt tot, terreinen waarop wordt ingezet op instandhouding en uitbreiding van de prioritaire soort de hamster en het donker pimpernelblauwtje. Daarnaast is het mogelijk om het agrarische natuur- en landschapsbeheer, waar dat afgelopen jaar is uitgevoerd, te continueren tot aan de definitieve omvorming naar natuur. Op deze manier kan het agrarisch natuurbeheer een overgang vormen bij de omvorming van landbouwgrond naar natuurgrond. In afstemming met het agrarische natuurcollectief wordt aangestuurd op de realisatie van het prioritair nog te realiseren natuurareaal.

3.2.3. Ambitiekaart

De Ambitiekaart geeft weer op welke terreinen het de ambitie is om tot ontwikkeling te komen van terreinen anders dan natuur naar natuur, dan wel het verbeteren van de kwaliteit van de aanwezige natuur in een natuurterrein of op landbouwgrond.

3.2.3.1Gebiedscategorieën

Op de Ambitiekaart zijn de terreinen ingedeeld in gebiedscategorieën. De Ambitiekaart kent de volgende gebiedscategorieën:

Tabel 1: Beschrijving van de gebiedscategorieën binnen het Provinciaal Natuurbeheerplan.

Gebiedscategorie

Omschrijving

Bestaande natuur

B

Bestaand natuurterrein

Areaaluitbreiding natuur (verwerving & functieverandering gerealiseerd)

C

Areaaluitbreiding natuur (C): verworven & ingericht door provincie of het rijk of door een derde reeds gerealiseerd

Areaaluitbreiding natuur (verwerving)

Cni

Areaaluitbreiding natuur (Cni): blijvend beschikbaar voor natuur door verwerving door provincie of het rijk of een derde (deze laatste met vestiging KV ten gunste van de provincie), waarbij de inrichting nog moet plaatsvinden.

Areaaluitbreiding natuur (nog te realiseren verwerving/functieverandering)

C1

Areaaluitbreiding nog niet gerealiseerde prioritaire natuur (C1): functieverandering: subsidiabel SKNL (indien opengesteld)

Areaaluitbreiding natuur (zoekgebied natuurcompensatie)

C2

Areaaluitbreiding nog niet gerealiseerde verwerving of functieverandering minder prioritaire natuur/zoekgebied natuurcompensatie(C2): functieverandering en inrichting niet subsidiabel SKNL/zoekgebied natuurcompensatie

Nog agrarisch verpachte begrensde natuur

Cp1

Vóór 2011 door de Staat en/of Provincie in verpachte staat gefinancierde prioritaire natuurgronden, met status natuur, in bezit van terreinbeheerders: ontpachting subsidiabel SKNL (indien opengesteld)

Nog agrarisch verpachte begrensde natuur

Cp2

Vóór 2011 door de Staat en/of Provincie in verpachte staat gefinancierde natuurgronden, met status natuur, in bezit van terreinbeheerders: ontpachting niet subsidiabel SKNL*

Aanvullende categorieën

Cm

Areaaluitbreiding natuur: functieverandering en inrichting door derden gerealiseerd of nog te realiseren binnen Grensmaasgebied: beheer subsidiabel.

 

Cs

Areaaluitbreiding natuur: gerealiseerd door provincie of rijk binnen Grensmaasgebied: beheer niet subsidiabel

 

Co

Areaaluitbreiding natuur: realisatie of nog te realiseren natuur als gevolg van vereiste natuurcompensatie en/of gefinancierd door een derde partij).

 

Cob

Areaaluitbreiding natuur: realisatie of nog te realiseren natuur als gevolg van vereiste natuurcompensatie en/of gefinancierd door een derde partij op terreinen die onderdeel zijn van de ontwikkelopgave natuur.

*Tenzij GS in het openstellingbesluit wel tot (gedeeltelijke) openstelling besluiten

Bovenstaande indeling (bestaande natuur, areaaluitbreiding natuur, beheersgebied) komt grotendeels overeen met de opbouw van het Natuurnetwerk Limburg in de Provinciale Omgevingsvisie (voorheen de Goudgroene natuurzone in het POL-2014), waarvan het Provinciaal Natuurbeheerplan een nadere uitwerking is.

3.2.3.2Streefbeheertypen

Op de Ambitiekaart zijn voor (toekomstige) natuurterreinen streefbeheertypen opgenomen. De streefbeheertypen zijn een weergave van de ambitie voor die specifieke terreinen. Nadat de streefbeheertypen zijn gerealiseerd, worden deze overgenomen op de beheertypenkaart. Het gaat met name om terreinen die nog omgevormd moeten worden naar natuur of terreinen waar een kwaliteitsimpuls wenselijk is. Opname van de streeftypen in de ambitiekaart is ook de basis voor het eventuele openstellingsbesluit voor functieverandering, inrichting en kwaliteitsverbetering op grond van de SKNL.

Voor de streefbeheertypen wordt aangesloten bij de Index Natuur en Landschap.

3.2.4. Beschikbaarheid van het Provinciaal Natuurbeheerplan en kaartmateriaal

De teksten, tabellen en het kaartmateriaal van het Natuurbeheerplan zijn enkel digitaal te raadplegen via de provinciale website (zie hieronder). Voor het bekijken van het kaartmateriaal is een kaartviewer beschikbaar. In deze viewer zijn de kaarten van het natuurbeheerplan, alsmede diverse andere topografische ondergronden en beleidskaarten te raadplegen.

Het Natuurbeheerplan is te raadplegen via onderstaande website (rechter kolom):

https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/

3.2.5. Monitoring

Er wordt gewerkt aan het provinciaal monitoringplan. De provincie heeft in 2015 het provinciaal meerjarenprogramma monitoring vastgesteld met als belangrijk onderdeel daarin de rapportagecyclus. Op basis van dit meerjarenprogramma wordt periodiek (jaarlijks tot eens in de zes jaar) de monitoring voor zowel natuur in de natuurgebieden als natuur in de agrarische gebieden uitgevoerd.

Monitoring is een essentieel onderdeel van de beheercyclus. De uitvoering van het beleid en het beheer dient onderzocht te worden om te weten of de afgesproken doelen ook gehaald en zo nodig bijgesteld moeten worden. Behalve informatie over de gerealiseerde hectares en het daarvoor benodigde geld (kwantiteit), is ook informatie nodig over de resultaten in termen van bijv. aantallen dieren en planten (kwaliteit).

Voor de monitoring van het (agrarisch) natuurbeheer is een uniforme landelijke systematiek ontworpen.

Natuurbeheer

Voor de monitoring van het natuurbeheer is door de gezamenlijke provincies in overleg met de natuurbeheerders een methodiek vastgesteld, die is beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS”, die te vinden is op de website van BIJ12 (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/productencatalogus/methodieken/werkwijze-monitoring/). Hierin wordt per beheertype beschreven welke monitoring noodzakelijk is en hoe deze moet worden uitgevoerd. Op de website van BIJ12 zijn ook bijlagen en achtergronddocumenten te downloaden.

Gecertificeerde natuurbeheerders hebben het recht om de monitoring zelf uit te (laten) voeren en krijgen daarvoor een monitoringssubsidie gebaseerd op de monitoringstarieven zoals vastgesteld in het openstellingsbesluit. Voor de overige natuurbeheerders voert de provincie de monitoring uit.

Agrarisch natuur- en landschapsbeheer

Voor de monitoring van het agrarisch natuurbeheer is in 2016 een systematiek ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen beheermonitoring (het verzamelen van natuurgegevens die nodig zijn om het beheer (beter) uit te voeren) en beleidsmonitoring (het verzamelen van gegevens om de realisatie van de beleidsdoelen (op provinciaal, landelijk en Europees niveau) te evalueren).

De verantwoordelijkheid voor de beheermonitoring bij het agrarisch natuurbeheer ligt bij de agrarische collectieven. De provincies zijn verantwoordelijk voor de beleidsmonitoring.

Water

De blauwe diensten worden ingezet op het leveren van een bijdrage aan de waterkwaliteit van de KRW-watergangen en het verhogen van het waterbergend vermogen. Hiervoor is een bestaand monitoringsprogramma van waterschappen en provincies (kwaliteit en kwantiteit) via welke lijn de toestand en ontwikkeling van de betreffende parameters worden gemonitord. Dit betekent dat voor blauwe diensten niet een apart monitoringsprogramma ontwikkeld hoeft te worden.

Klimaat

Klimaatmaatregelen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan CO2 vastlegging en het reduceren van broeikasgassen. Daarnaast wordt er ingezet op klimaatadaptatie door middel van vernatting, het opvangen van waterpieken en droogte en omgaan met verzilting.

Er is voor klimaatmaatregelen (ANLb) momenteel geen specifiek beleidsmonitoringsprogramma ontwikkeld.

4. Natuur- en Landschapsdoelen

Dit Natuurbeheerplan geeft invulling aan het in hoofstuk 2 beschreven natuur- en landschapsbeleid van de Europese Unie, het Rijk, de provincie en overige gebiedspartijen.

In dit hoofdstuk worden de beleidsdoelen en criteria beschreven ten aanzien van onze natuur, landschaps- en waterdoelen. Hieraan zullen de subsidieaanvragen van natuurbeheerders en de gebiedsaanvragen van de agrarische collectieven worden getoetst.

4.1. Beleidsdoelen voor ontwikkeling van natuurterreinen

De Provinciale visie op de ontwikkeling van natuurterreinen is vastgelegd in de Ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan. In paragraaf 3.2 staat een toelichting op de interpretatie en werkwijze van de ambitiekaart. Het wijzigen van de Ambitiekaart (op verzoek van een derde) wordt getoetst aan de ‘Beleidsnotitie aanpassen Natuurbeheerplan op verzoek 2021’.

De uitvoering van de realisatie van nieuwe natuur zoals opgenomen in de Ambitiekaart, zoals beschreven in paragraaf 3.2, geschiedt via het Uitvoeringsprogramma natuurrealisatie.

4.2. Beleidsdoelen en criteria voor natuur- en landschapsbeheer

De begrenzingen op de Ambitiekaart zijn tot stand gekomen binnen het beschikbare budget voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) op basis van ten minste één van de onderstaande twee beleidscriteria:

  • 1.

    De beoogde natuurontwikkeling levert een wezenlijke bijdrage aan het bereiken van de verbeterde staat van instandhouding van natuurwaarden in Natura 2000-gebied conform aanwijzingsbesluiten van Natura 2000-gebieden.

  • 2.

    De beoogde natuurontwikkeling levert een wezenlijke bijdrage aan de verbetering van de staat van instandhouding van prioritaire soorten in Limburg. Onder prioritaire soorten in Limburg wordt verstaan:

    • a.

      soorten die vanuit Europees perspectief bescherming behoeven en de voor Limburg kenmerkende en tevens bedreigde soorten, en;

    • b.

      de bedreigde van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten op de Rode Lijsten.

De ambities voor het natuurbeheer zijn vastgelegd op de Ambitiekaart –streefbeheertypen en de te realiseren beheerdoelen op de beheertypenkaart. In paragraaf 3.2 staat een toelichting op de interpretatie en werkwijze van de beheertypenkaart en de ambitiekaart.

4.3. Beleidsdoelen en criteria voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer

In deze paragraaf wordt beschreven welke beleidsdoelen de provincie heeft, de begrensde gebieden, hoe tot de begrenzing is gekomen en waar het gebied idealiter aan moet voldoen.

Beleidsdoelen

Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer streeft de provincie naar het behoud van een aantal soorten die van internationaal en/of provinciaal prioritair belang zijn, zoals blauwe kiekendief, grauwe gors, kraanvogel, patrijs, hamster, ingekorven vleermuis, kamsalamander, geelbuikvuurpad, vliegend hert, donker pimpernelblauwtje, gaffellibel en roggelelie. Op de website van BIJ12 is per agrarische beheertype een aantal soorten genoemd. Duiding van de soorten is eveneens te vinden via het rapport https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2024/02/Rap_2013-65_kansrijke_gebieden_voor_agrarisch_natuurbeheer.pdf

Sinds 2023, zijn ook beleidsdoelen in het kader van klimaat en bodem opgenomen.

Selectie en begrenzing van de gebieden

Om de gewenste ecologische effectiviteit te bereiken zijn bij het begrenzen van de agrarische zoekgebieden keuzes gemaakt. Provincie Limburg heeft een aantal criteria gehanteerd om te komen tot de begrenzing. Het gaat hier onder andere om criteria t.a.v. de aanwezigheid van doelsoorten en dichtheden van doelsoorten, voldoende openheid, omvang en connectiviteit, draagvlak, synergie met andere doelen, beleidskaders en financiën. Collectieven kunnen dan alleen voor deze begrensde gebieden een gebiedsaanvraag doen.

De leefgebieden vervullen een functie als kerngebied of hebben de potentie om dat te worden. Dat betekent dat ze aan de voorwaarden moeten voldoen voor de instandhouding van vitale populaties van soorten in het agrarische gebied zoals opgesomd in het zogenaamde ‘rijksdoelenkader’. Sommige kerngebieden kunnen van voldoende omvang en kwaliteit zijn om op zichzelf een brongebied voor de verspreiding van deze soorten te zijn. Andere beheerde gebieden functioneren in samenhang met (en in aansluiting op) reservaten, of hebben vooral een buffer- of verbindingsfunctie.

De categorie agrarisch waterbeheergebied is gedefinieerd als een apart zoekgebied, deze kent zijn eigen doelen, waarbij het gaat over natuurgericht waterbeheer en milieugericht waterbeheer.

Het agrarisch klimaatbeheergebied betreft een verbreding van de doelstelling van het agrarische natuurbeheer om synergie met de (landelijke en regionale) opgave voor klimaat te bereiken. De uit te voeren beheermaatregelen dragen bij aan verbetering van klimaatmitigatie en/of –adaptatie, bijvoorbeeld door het vastleggen van CO2, het tegengaan van verdroging door het verhogen van het organisch stofgehalte in akkerbouwbodems, of door adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden.

Via een Openstellingsbesluit van GS wordt bepaald welk bedrag beschikbaar is, voor welke periode, en voor welke zoekgebieden (eventueel opgedeeld in deelgebieden). Alleen binnen de agrarische leefgebieden/zoekgebieden kan subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer worden aangevraagd. De zoekgebieden zijn te vinden via de provinciale viewer. Daar is te zien dat de zoekgebieden verschillende deelgebieden kennen. De deelgebieden zijn in feite ‘gebieden met voorwaarden’. Deze gebieden en hun voorwaarden (ecologische criteria) zijn beschreven in de bijlagen bij het natuurbeheerplan. Deze moeten door de agrarische collectieven worden gebruikt om hun gebiedsaanvragen/subsidieaanvragen te onderbouwen.

Code

Omschrijving 'gebieden met voorwaarden' (deelgebieden)

DG60

Weidevogels in open grasland

DG61

Hamster in open akker

DG62

Overwinterende akkervogels in open akker

DG63

Broedende akkervogels in open akker

DG64

Kraanvogel in open akker

DG65

Doelsoorten in een mozaïek in dooradering

DG66

Donker pimpernelblauwtje in dooradering

De doelsoorten zijn opgenomen in de tabel met doelen voor het agrarisch natuurbeheer, deze is te vinden in bijlage 1. Verdere toelichting op de leefgebieden en gebieden met voorwaarden (ecologische criteria) wordt gegeven in Bijlage 2. Binnen de agrarische leefgebieden en de categorie water kunnen de beheerfuncties worden gekozen zoals vermeld in paragraaf 4.5. De in paragraaf 4.5 geschetste leefgebieden en beheerfuncties worden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO; het vroegere DR) gebruikt om de gebiedsaanvraag te toetsen.

Het stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (gestart per 2016) is primair opgericht voor het behoud van populaties van doelsoorten, middels het optimaliseren van leefgebieden. Tegelijkertijd draagt het stelsel bij aan het behoud en de versterking van het landschap, wat vele doelen dient. Vanwege ratificatie van de Europese Landschapsconventie door Nederland en uitgaande van het in deze conventie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel, hebben provincie en gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het Limburgse landschap kwalitatief in stand te houden en zo nodig verder te ontwikkelen. Dit heeft geresulteerd in twee belangrijke landschapsstudies: de Landschapsvisie Zuid-Limburg en het Landschapskader Noord- en Midden Limburg. De provinciale doelen op het gebied van Landschap zijn verder uitgewerkt in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de groenblauwe mantel zoals benoemd in de Omgevingsverordening Limburg.

Groeimiddelen 2027 binnen prioritaire gebieden

Voor de inzet van groeimiddelen in 2027 in prioritaire gebieden volgens Leidraad 2.0 wordt een set aan inhoudelijke eisen gehanteerd, waarmee wordt toegewerkt naar een groter aandeel geconcentreerd zwaar beheer in deze gebieden. De prioritaire gebieden zijn:

  • 1.

    In en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden

Het betreft landbouwgrond in en rondom de 21 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Limburg, inclusief bovenstrooms en aangrenzend gelegen beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Indien deze leefgebieden zijn begrensd als open akkerland, dooradering of open grasland (indien geen kerngebied voor de Grutto) dan gelden de volgende richtinggevende landelijke uniforme criteria voor beoordeling van de gebiedsaanvragen:

  • Clusters van minimaal 100 ha (robuust genoeg);

  • Minimaal 10% (zware) beheermaatregelen 1 binnen het cluster:

    • De verhouding van de inzet van de beheermaatregelen wordt gericht op de specifieke doelstellingen in het gebied en synergie tussen de betreffende leefgebieden/categorieën;

    • Bij voorkeur toepassing van volveldse maatregelen;

    • Beperkte toepassing van drijf- en kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

4.4. Beleidsdoelen en criteria water en klimaat

Groeimiddelen 2027 binnen prioritaire gebieden in en rondom stikstofgevoelige Natura2000-gebieden

Ook voor de categorieën water en klimaat kan beheer worden gerealiseerd op landbouwgrond in en rondom stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Daarmee wordt voorgesorteerd op het mogelijk nemen van maatregelen rondom de N2000-gebieden en te verwachten opgaven uit de Natuurherstelverordening. Binnen de gebieden is het van belang dat voldoende maatregelen geclusterd worden ingezet en de clusters van voldoende omvang zijn. De inzet van de maatregelen kan worden gericht op het beperken van drukfactoren rondom de Natura 2000-gebieden. Denk bijvoorbeeld aan het beperken van de (stikstof)emissies, beperking van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of het stimuleren van hydrologisch herstel afhankelijk van het gebied.

Het betreft landbouwgrond in en rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, inclusief bovenstrooms en aangrenzend gelegen beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Indien deze leefgebieden zijn begrensd als open akkerland, dooradering of open grasland (indien geen kerngebied voor de Grutto) dan gelden de volgende richtinggevende landelijke uniforme criteria voor beoordeling van de gebiedsaanvragen:

  • Clusters van minimaal 100 ha (robuust genoeg);

  • Minimaal 10% (zware) beheermaatregelen2 binnen het cluster:

    • De verhouding van de inzet van de beheermaatregelen wordt gericht op de specifieke doelstellingen in het gebied en synergie tussen de betreffende leefgebieden/categorieën;

    • Bij voorkeur toepassing van volveldse maatregelen;

    • Beperkte toepassing van drijf- en kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

4.4.1. Water

Het waterbeleid van de provincie Limburg is opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027. Het programma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de Provincie de komende periode samen met onze partners willen bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem. Het waterprogramma geeft uitwerking aan de provinciale belangen:

  • -

    Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas.

  • -

    Het in samenhang bezien en aanpakken van de zoetwatervoorziening (voor drinkwater en andere functies), natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw en de stikstofproblematiek.

  • -

    Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen.

Deze waterdoelen zijn ook het uitgangspunt voor het agrarisch natuurbeheer in Limburg.

De waterdoelen sluiten aan bij de Stimuleringsregeling Water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022. Het zijn diverse maatregelen die aansluiten op de verschillende teelten van gewassen die plaatsvinden in Zuid-Limburg. Door de maatregelen toe te passen, wordt er extra water op een landbouwperceel vastgehouden. De genoemde maatregelen dragen bij aan het duurzaam bergen van water maar hebben daarnaast ook deels invloed op andere opgaven die spelen in het landelijk gebied zoals droogte, waterkwaliteitsverbetering en biodiversiteit. De waterdoelen sluiten ook aan bij de uitvoeringsovereenkomst ‘Propositie Heuvelland’ die tot doel heeft samen te werken aan de verduurzaming van water- en bodembeheer door agrariërs in het Heuvelland.

In dit Natuurbeheerplan komen de doelen van het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 tot uiting in onder andere de bijdrage die wordt geleverd aan de verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit en verbetering van de grondwaterkwaliteit, alsook het verminderen van nutriëntenuitspoeling en –afstroming (vooral naar natuurgebieden) en het opvangen en langer vasthouden van water als gevolg van weersextremen.

De gedefinieerde zoekgebieden voor de waterdoelen, en de gekoppelde gebieden met voorwaarden, zijn weergegeven op de Agrarische zoekgebieden-kaart.

Code

Omschrijving 'gebieden met voorwaarden' (deelgebieden)

DG67

Vermindering uitspoeling naar natuurgebieden

DG68

Vermindering afstroming naar natuurgebieden

DG69

Vermindering verdroging van natuurgebieden

DG70

Vermindering uitspoeling en afstroming naar waterlopen

DG71

Vermindering verdroging van beekdalen

4.4.2 Klimaat

De categorie Klimaat is gericht op klimaatbeheermaatregelen die CO2-vastlegging, het verminderen van broeikasgassen en het vasthouden en afvoeren van water als doelstelling hebben. Deze doelstelling is opgesplitst in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Het rapport ‘Advies inzake verdeling GLB-middelen voor verbreed subsidiestelsel Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer’ van de Commissie Beukema uit november 2021 biedt houvast bij de invulling van de hierboven genoemde doelen.

Het rapport Beukema onderscheidt de volgende maatregelen binnen klimaatmitigatie die in beheerfuncties vertaald worden:

  • a)

    Verhogen gehalte organische stof in akkerbouwbodems;

  • b)

    Aanpassing gewaskeuze en teelttechniek in akkerbouw en weidebouw, inclusief onderhoud en beheer van nieuwe boomrijen, nieuwe struweellinten, het toepassen van agroforestry, het toepassen van meer CO2-bindende gewassen en precisie-landbouw;

  • c)

    Vermindering oxidatie van veenbodems, onder andere via verhoging grondwaterpeil en/of overstap naar natte teelten/paludicultures.

Voor klimaatadaptatie gelden de volgende maatregelen die in beheerfuncties vertaald worden:

  • a.

    Meer water vasthouden in beekdalen en infiltratiegebieden;

  • b.

    Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden.

Een wat uitgebreidere toelichting op de categorie Klimaat staat in Bijlage 2. Zoekgebieden, en gekoppelde gebieden met voorwaarden, voor klimaatmaatregelen via het ANLb worden weergegeven in de Agrarische zoekgebieden-kaart.

Code

Omschrijving 'gebieden met voorwaarden' (deelgebieden)

DG72

Erosiebeperking op steile hellingen

DG73

Brede klimaatdoelen

4.5 Beoordelingscriteria gebiedsaanvragen

De in deze paragraaf geschetste leefgebieden en beheerfuncties worden door RVO gebruikt om de gebiedsaanvraag en de jaarlijkse beheerplannen te toetsen op EU-conformiteit. In een gebiedsaanvraag worden meerdere leefgebieden/zoekgebieden opgenomen.

De toetsing vindt plaats op de begrenzing van de zoekgebieden/leefgebieden en de beheerfuncties.

De kaarten met de leefgebieden/zoekgebieden (voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en agromilieu- en klimaatdiensten) zijn digitaal te raadplegen. De Agrarische zoekgebieden-kaart in de provinciale viewer laat de zoekgebieden en ‘deelgebieden’ zien, waarbij nadrukkelijk wordt opgemerkt dat de deelgebieden geen eigen minimale of maximale oppervlakte begrenzing (hectares) hebben en gedefinieerd zijn als ‘gebieden met voorwaarden’. De gebieden met voorwaarden worden door de provincie gebruikt bij de beoordeling van gebiedsaanvragen/subsidieaanvragen, zie verder paragraaf 4.3 en de Bijlagen.

Agrarisch zoekgebied

Gebieden met voorwaarden (deelgebieden zonder eigen min.max.)

Keuze uit één of meerdere van onderstaande beheerfuncties

Open grasland A11

Weidevogels in open grasland

Optimaliseren foerageer-, en broed- en opgroeimogelijkheden (F01.12)

Creëren nat biotoop (F01.15)

Open Akkerland (A12)

Hamster in open akker

Overwinterende akkervogels in open akker

Broedende akkervogels in open akker

Kraanvogel in open akker

Creëren foerageergebied (F01.11)

Optimaliseren voortplantingsmogelijkheden (F01.13)

Dooradering (A15)

Doelsoorten in een mozaïek in dooradering

Donker pimpernelblauwtje in dooradering

Optimaliseren foerageer-, en broed en opgroei-mogelijkheden (F01.12)

Verschralen (F01.14)

Waterbeheergebieden (W01)

Vermindering uitspoeling naar natuurgebieden

Vermindering afstroming naar natuurgebieden

Vermindering verdroging van natuurgebieden

Vermindering uitspoeling en afstroming naar waterlopen

Vermindering verdroging van beekdalen

Waterberging (F02.11)

Vernatting (F02.13)

Water vasthouden (F02.14)

Verbeteren chemische waterkwaliteit (F02.15)

Verbeteren ecologische waterkwaliteit (F02.16)

Klimaatbeheergebieden (K01)

Erosiebeperking op steile hellingen

Brede klimaatdoelen

Vastleggen CO2 (F03.11)

Reduceren broeikasgassen (F03.12)

Vernatten (F03.13)

Opvangen waterpieken en droogte (F03.14)

4.6 Aanvullende vereisten voor de aanleg van beboste gronden onder de SKNL

Bij de aanleg van nieuw bos binnen het kader van de SKNL gelden de volgende voorschriften, gebaseerd op punt 504 van de Staatssteunrichtsnoeren voor de Land- en Bosbouwsector:

  • a)

    Selectie van soorten, arealen en methoden

    • Bij de aanleg van nieuw bos moet worden voorkomen:

      • een niet-passende bebossing van kwetsbare habitats, zoals veengebieden en wetlands;

      • negatieve effecten op gebieden met een hoge ecologische waarde, waaronder landbouwgebieden gericht op hoge natuurwaarden.

    • In Natura 2000-gebieden is bebossing alleen toegestaan indien deze volledig in overeenstemming is met de beheersdoelstellingen van het gebied en hierover overeenstemming is bereikt met de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van Natura 2000.

    • Bebossing in gebieden met ecologische waarden wordt zorgvuldig afgewogen om negatieve milieueffecten te voorkomen.

  • b)

    Weerbaarheid, soortenkeuze en bosbeheer

    • Bij de keuze van boomsoorten, rassen, ecotypen en herkomst wordt rekening gehouden met:

      • De weerbaarheid tegen klimaatverandering en natuurrampen.

      • De bodem- en hydrologische gesteldheid van het betrokken gebied.

      • Het voorkomen van het gebruik van potentieel invasieve soorten.

    • Begunstigden zijn verplicht het nieuw aangelegde bos gedurende de periode waarin premies voor gederfde landbouwinkomsten en onderhoud worden verstrekt, te beschermen en beheren. Deze zorg omvat:

      • Verzorging, uitdunning of beweiding voor de toekomstige ontwikkeling van het bos.

      • Regulering van de concurrentie met kruidachtige vegetatie en het voorkomen van een ophoping van brandgevoelig materiaal.

    • Voor snelgroeiende soorten geldt een minimumperiode van 8 jaar en een maximumperiode van 20 jaar voordat deze soorten mogen worden gekapt.

  • c)

    Alternatieven bij moeilijke omstandigheden

    • Wanneer vanwege ongunstige bodem-, klimatologische of milieuomstandigheden (inclusief aantasting van het milieu) geen bosbedekking volgens de nationale wetgeving kan worden gerealiseerd, mag alternatieve houtige vegetatie worden aangeplant, zoals struiken of heesters die geschikt zijn voor de lokale omstandigheden.

Deze alternatieve vegetatie wordt beheerd en beschermd op een vergelijkbaar niveau als voor bossen geldt.

5. Subsidiemogelijkheden en openstelling van de subsidieregelingen

5.1. Beheersubsidies voor natuur en landschap

De doelen uit het Natuurbeheerplan zullen via uitvoerend beheer door natuurbeheerders (natuurorganisaties, particuliere natuurbeheerders, agrarische collectieven) worden gerealiseerd. Voor de kosten van het beheren en uitvoeren van maatregelen zijn er verschillende subsidiemogelijkheden.

In het SNL is subsidie mogelijk voor natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer en water en klimaatdoelen. Natuurbeheerders en agrarische collectieven kunnen subsidie aanvragen voor een beheertype met een looptijd van zes jaar. Dit wordt ook wel een subsidieperiode genoemd

5.2. Subsidiemogelijkheden natuur- en landschapsbeheer op basis van de Beheertypenkaart

Beheersubsidie is een vergoeding voor het beheer van een beheertype. Een beheertype beschrijft aan welke terreinkenmerken het terrein moet voldoen. Beheertypen mogen elkaar niet overlappen. Op een oppervlakte kan één natuurbeheertype worden aangevraagd.

Bij de subsidie voor natuurbeheer moet de beheerder zijn terrein openstellen. Het natuurterrein is opengesteld als het minimaal 358 dagen per jaar gratis fysiek bereikbaar en toegankelijk is voor de burgers.

Sinds 2017 kunnen beheerders beneden de 150 hectare alleen nog via een collectief subsidie krijgen voor natuur- en landschapsbeheer. Een collectief is een (coöperatieve) vereniging/ een samenwerkingsverband in een (zelfgekozen) samenstelling die bestaat uit particuliere natuurbeheerders en andere beheerders met eigendomsrecht. Het collectief is eindbegunstigde van de subsidie.

Beheerders met een beheeroppervlakte boven de ondergrens kunnen deelnemen aan een collectief maar kunnen ook individueel subsidie aanvragen.

Daarnaast moeten beheerders gecertificeerd zijn om in aanmerking te komen voor subsidie. Dit kan door individueel een certificaat aan te vragen of door een aanvraag te doen via een gecertificeerd collectief.

Voor natuur- en landschapsbeheer staat op de beheertypenkaart aangegeven voor welke terreinen en welk natuurbeheertype of landschapselementen beheersubsidie en eventuele toeslagen op grond van de SVNL kunnen worden verstrekt. Voor natuurterreinen en landschapselementen die niet zijn opgenomen op de Beheertypenkaart kan geen beheersubsidie worden verstrekt. De kolom subsidiabel geeft uitsluitsel of het terrein subsidiabel is gezien het beleid gekoppeld aan de historie van het (ontstaan van het) natuurterrein en de daarop bevindende natuurbeheertypen en landschapselementtypen. Een subsidie kan alsnog worden afgewezen omdat de aanvrager niet voldoet aan de eisen die aan hem worden gesteld (SVNL2016 of Openstellingsbesluit) dan wel er sprake is van cumulatie met een andere beheersubsidie.

5.2.1. Voorwaarden en beperkingen beheersubsidie in SVNL

In paragraaf 2 van de SVNL is onder andere bepaald door welke partijen natuur- of landschapsbeheersubsidie kan worden aangevraagd, welke activiteiten en kosten subsidiabel zijn, welke absolute weigeringsgronden er zijn en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verleend.

5.2.2. Invulling kan-bepaling SVNL het Natuurbeheerplan

In artikel 2.3, tweede lid, van de SVNL is opgenomen dat een subsidie kan worden geweigerd indien het natuurterrein aan de subsidieontvanger is overgedragen door een overheidsinstantie (uitgezonderd Staatsbosbeheer) of een waterleidingmaatschappij. De hoofdregel is dat subsidie wordt geweigerd als het natuurterrein is verkregen van een overheidsinstantie (met uitzondering van Staatsbosbeheer) of een waterleidingmaatschappij, tenzij sprake is van een van de onderstaande uitzonderingen.

Uitzondering 1: nieuw gerealiseerde natuur met gebiedscategorie C.

De voorwaarden om onder deze uitzondering te vallen, onverminderd de andere voorwaarden in de verordening en het Natuurbeheerplan:

  • 1.

    Op het natuurterrein is een Kwalitatieve Verplichting ten gunste van de Provincie Limburg gevestigd waarin het gerealiseerde Natuurbeheertype is geborgd.

  • 2.

    Op de Ambitiekaart is het natuurterrein aangeduid als areaaluitbreiding Natuurnetwerk Limburg met de code C.

  • 3.

    Op de Beheertypenkaart is voor het natuurterrein het natuurbeheertype en eventuele landschapselementen opgenomen.

In het geval een Kwalitatieve Verplichting is gevestigd voor een natuurterrein dat voldoet aan de voorwaarden 1 en 2 wordt de Beheertypenkaart ambtshalve aangepast. Door deze aanpassing wordt aan alle 3 de voorwaarden voldaan en kan voor het natuurterrein beheersubsidie worden verleend. Of daadwerkelijk beheersubsidie wordt verleend is afhankelijk van het voldoen aan de andere voorwaarden in de SVNL en het Openstellingsbesluit SVNL.

Uitzondering 2: terreinen waarvoor overheden of waterleidingmaatschappij in het verleden natuurbeheersubsidie (SVNL2016, of de rechtsvoorganger) hebben ontvangen:

  • 1.

    De overheid of waterleidingmaatschappij waarvan het terrein is verkregen, heeft eerder op grond van paragraaf 2 van de SVNL2016 natuurbeheersubsidie ontvangen.

Uitzondering 3: niet subsidiabele terreinen waarvoor een gelijkwaardig (financieel gezien; op basis van de vigerende beheertypenkaart) subsidiabel terrein is geruild met een overheid dat daardoor niet meer subsidiabel is:

  • 1.

    Het natuurterrein is onderdeel van een grondruil tussen subsidieontvanger en een overheid of waterleidingmaatschappij.

  • 2.

    Op het natuurterrein is een Kwalitatieve Verplichting ten gunste van de provincie Limburg gevestigd waarin het Natuurbeheertype of Landschapselementtype is geborgd.

  • 3.

    De terreinen die geruild worden of zijn moeten volgens de subsidietarieven behorende bij het meest recente openstellingsbesluit per saldo gelijk, dan wel lager zijn vergeleken met de nieuwe met subsidie in beheer te nemen terreinen.

  • 4.

    Deze wijziging van subsidiabiliteit moet middels een wijzigingsverzoek van het Natuurbeheerplan worden aangevraagd, waarbij een shapefile van de geruilde percelen wordt aangeleverd tezamen met een berekening van de uitkomst als bedoeld onder voorwaarde 3.

Deze voorwaarden borgen de hoofdregel dat overheidsinstanties (uitgezonderd Staatsbosbeheer) en de waterleidingmaatschappijen een eigen verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van natuurbeheer. De uitzondering zorgt ervoor dat gronden in principe subsidiabel zijn voor beheer daar waar dat billijk wordt geacht vanwege de realisatie van de provinciale ambitie (ontwikkelopgave).

5.2.3. Openstellingsbesluit SVNL

Alvorens daadwerkelijk subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt dient de SVNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SVNL, het Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor het al dan niet verstrekken van beheersubsidie.

In het openstellingsbesluit wordt het subsidieplafond of -plafonds vastgesteld die gelden voor de verschillende deelgebieden, onderdelen en pakketten van de SVNL De subsidieplafonds bepalen het budget dat voor de beheersubsidies of uitbreidingen van lopende beheersubsidies onder de ingediende openstelling beschikbaar is voor beheer van natuur en landschap. Wanneer het subsidieplafond wordt uitgeput, zullen de ingediende aanvragen (deels) worden afgewezen. Daarnaast wordt in het openstellingsbesluit ook de maximale subsidietermijn vastgesteld.

5.3. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer, agromilieu- en klimaatdiensten

5.3.1. Subsidiemogelijkheden op basis van de zoekgebiedenkaart

De agrarische leefgebieden-/zoekgebiedenkaart geeft de afbakening aan van de gebieden waarvoor subsidie kan worden aangevraagd en voor welk type leefgebied of categorie.

5.3.2. Voorwaarden en beperkingen beheersubsidie in SVNL

In paragraaf 3 van de SVNL is onder andere bepaald door welke partijen agrarische natuur- of landschapsbeheersubsidie kan worden aangevraagd, welke activiteiten en kosten subsidiabel zijn, welke weigeringsgronden er zijn en onder welke voorwaarden subsidie wordt verleend.

Alleen een gecertificeerd agrarisch collectief kan uit de SVNL-regeling subsidie krijgen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Een agrarisch collectief is een gecertificeerde (coöperatieve) vereniging / een samenwerkingsverband in een (zelfgekozen) begrensd gebied die bestaat uit agrariërs en andere beheerders met gebruiksrecht van landbouwgrond in een gebied.

Het collectief is eindbegunstigde van de subsidie.

Voor het verkrijgen van subsidie is een samenhangende gebiedsaanvraag vereist. Deze aanvraag is in afstemming met gebiedspartners tot stand gekomen, en vormt een ecologisch effectief en economisch efficiënt plan van een agrarisch collectief voor het uitvoeren van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en/of agrarisch waterbeheer in een bepaald gebied. Subsidieaanvragen door individuele agrariërs zijn binnen dit stelsel niet mogelijk. Per gebied wordt er maar 1 aanvraag gehonoreerd.

De eisen die gesteld worden aan de gebiedsaanvraag staan in de subsidieverordening.

5.3.3. Openstellingsbesluit SVNL

Alvorens subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt dient de SVNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SVNL, Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor subsidieaanvragen. Of daadwerkelijk aanspraak gemaakt kan worden op deze subsidies is afhankelijk van het openstellingsbesluit en de beoordeling van de aanvragen, welke beiden door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld.

5.4. Kwaliteitsimpuls: investeringen en functieverandering

5.4.1. Subsidiemogelijkheden kwaliteitsimpuls op basis van de Ambitiekaart

Investeringssubsidies voor inrichting en kwaliteitsverbetering op grond van de SKNL kunnen gericht zijn op:

  • a.

    de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan;

  • b.

    de realisatie en bescherming van een landschapsbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan;

  • c.

    de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype;

  • d.

    de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapsbeheertype;

  • e.

    de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype; of

  • f.

    de realisatie of verhoging van de natuurkwaliteit van een habitattype.

Op de ambitiekaart is aangegeven in welke gebieden gebruik kan worden gemaakt van een subsidie voor inrichting van landbouwgronden tot natuur, of een kwaliteitsimpuls van bestaande natuur en agrarische natuur. Voor die gronden is een streefbeheertype opgenomen op de ambitiekaart. Op de beheertypenkaart kan nu bijvoorbeeld bos zijn aangegeven, terwijl het de wens is om hier heide te ontwikkelen. De subsidie voor kwaliteitsimpuls kan dan worden gebruikt voor de verandering van bos naar heide. Subsidie kan worden verstrekt mits de gronden opengesteld zijn in het openstellingsbesluit/subsidieplafond.

Na het toekennen van de subsidie (vanuit SKNL) en het uitvoeren van de inrichtingsmaatregelen zal de beheertypenkaart en daarmee het natuurbeheerplan moeten worden aangepast zodat er voor heide beheersubsidie kan worden aangevraagd op basis van de SVNL.

Subsidie functieverandering op grond van de SKNL is gericht op landbouwgronden die binnen de ambitiekaart in de categorie "areaaluitbreiding natuur" vallen, en waarop nog geen natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden. Deze gronden kunnen definitief worden omgevormd tot natuur, waarbij de waardevermindering van de grond aan de eigenaar wordt vergoed. Naast terrein beherende natuurorganisaties komen ook particulieren (of samenwerkingsverbanden van particulieren) voor deze vergoeding in aanmerking. Subsidie kan worden verstrekt mits de gronden opengesteld zijn in het openstellingsbesluit/subsidieplafond. De eigenaren behouden in dat geval het eigendom van de gronden. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling.

Omdat in de praktijk blijkt dat veel kadastrale percelen niet geheel binnen de categorie “areaaluitbreiding” liggen, is bij een subsidieaanvraag een beperkte afwijking toegestaan van 20% met een maximum van 0,5 hectare per aanvraag. Dit houdt in dat een terrein waarvoor subsidie functieverandering wordt aangevraagd maximaal 20% (met een maximum van 0,5 hectare) buiten de categorie areaaluitbreiding mag liggen. Op dit terrein is dan tevens investeringssubsidie mogelijk voor inrichting als natuur. Voorwaarde is dat het terrein één geheel vormt met een om te vormen terrein dat binnen de categorie “areaaluitbreiding natuur” valt. Verder moet het terrein voldoen aan alle overige voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een subsidie functieverandering. Aan deze richtlijn voor het toestaan van een beperkte afwijking kunnen geen rechten worden ontleend, Gedeputeerde Staten beoordelen per geval of met deze afwijkingen de doelen ten aanzien van natuurrealisatie nog voldoende worden gediend. Het Natuurbeheerplan wordt in dergelijke gevallen met terugwerkende kracht aangepast; bij de eerstvolgende herziening van het Natuurbeheerplan wordt de afwijking opgenomen in de categorie “areaaluitbreiding natuur”, zodat de oppervlakte meegerekend wordt in de realisatie van de provinciale natuuropgave.

5.4.2. Beoordelingscriteria voor SKNL subsidie inrichting, kwaliteitsimpuls en functieverandering

De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag SKNL vindt plaats aan de hand van de abiotische omstandigheden van het terrein in combinatie met de in het aanwijzingsbesluit en beheerplan Natura-2000 (Wet natuurbescherming) geformuleerde instandhoudings- en uitbreidingsdoelstellingen en de bescherming van prioritaire soorten. Onder prioritaire soorten wordt verstaan:

  • Soorten die vanuit Europees perspectief bescherming behoeven en de voor Limburg kenmerkende en tevens bedreigde soorten;

  • De bedreigde van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten op de Rode Lijsten.

Vanaf het Natuurbeheerplan 2021 is de Provincie Limburg begonnen om bovenstaande beleid te vertalen in de streefbeheertypen in de ambitiekaart voor de gronden die voor de verschillende subsidiemogelijkheden in aanmerking komen. Aangezien dit een veelomvattend proces is, zal dit de komende jaren verder ingevuld worden. Dit betekent dat in de ambitiekaart de algemene code N00.01: ‘nog om te vormen naar natuur’ geleidelijk vervangen zal worden in concrete streefbeheertypen. Daar waar deze algemene codes nog aanwezig zijn, blijft toetsing plaatsvinden op basis van bovenstaande criteria.

5.4.3. Openstellingsbesluit SKNL

Alvorens daadwerkelijk subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt, dient de SKNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SKNL, Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor het al dan niet verstrekken van subsidie voor inrichting en/of functieverandering.

In het openstellingsbesluit wordt het subsidieplafond of -plafonds vastgesteld die gelden voor de verschillende deelgebieden en onderdelen van de SKNL. De subsidieplafonds bepalen het budget dat voor subsidie beschikbaar is. Wanneer het subsidieplafond wordt uitgeput, zullen de ingediende aanvragen (deels) worden afgewezen. Daarnaast kan in het openstellingsbesluit ook de subsidietermijn worden vastgesteld.

6. Procedureel: wijzigen van het Provinciaal Natuurbeheerplan

Wijzigingen op verzoek

Het Natuurbeheerplan wordt ieder jaar gewijzigd. Zodoende wordt maatwerk geboden en kunnen kansrijke initiatieven voor natuurontwikkeling worden gestimuleerd. Voor het wijzigen van het ontwerp Natuurbeheerplan kan een verzoek door belanghebbenden worden ingediend. Deze wijzigingen worden beoordeeld conform de ’Beleidsnotitie aanpassen natuurbeheerplan op verzoek 2021’. Indien Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat het Natuurbeheerplan conform verzoek moet worden aangepast nemen ze deze aanpassingen mee in de herziening van het ontwerp Natuurbeheerplan.

Geen gehele herziening

Gedeputeerde Staten stellen periodiek wijzigingen van het Provinciaal Natuurbeheerplan vast (inclusief wijzigingen van de beheertypenkaart, ambitiekaart, agrarische leefgebiedenkaart). Deze versies moeten beschouwd worden als partiële herzieningen ten opzichte van voorgaande versies van het Provinciaal Natuurbeheerplan inclusief kaarten, en niet als een integrale vaststelling van het gehele plan inclusief kaarten. Voor de leesbaarheid wordt een integrale tekst van Natuurbeheerplan (inclusief kaarten) na wijzigingen beschikbaar gesteld (de wijzigingen zijn gemarkeerd). Als gevolg hiervan kunnen na vaststelling van het ontwerp Natuurbeheerplan enkel zienswijzen worden ingediend tegen de wijzigingen die hebben plaatsgevonden ten opzichte van de voorgaande versie. In het definitieve Natuurbeheerplan worden de beoordelingen van de zienswijzen tegen de ontwerpwijzigingen meegenomen. Delen van het plan (inclusief de kaarten) die niet zijn gewijzigd ten opzichte van de voorgaande versie zijn onherroepelijk. Tegen deze onderdelen kan daarom na vaststelling van het definitieve Natuurbeheerplan geen beroep worden ingesteld.

Procedure & Rechtsbescherming

De vaststelling van het Natuurbeheerplan Limburg 2027 (inclusief de wijzigingen op de kaarten) doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat het na vaststellen van het ontwerp Natuurbeheerplan 2027, tijdens de ter inzage legging gedurende zes weken mogelijk is voor belanghebbenden om zienswijzen in te dienen. Na afloop van de zienswijzentermijn worden alle zienswijzen verwerkt in een zienswijzennota, die na definitieve vaststelling door Gedeputeerde Staten aan alle indieners van een zienswijze wordt toegezonden. De ingediende zienswijzen worden afgewogen en bij de besluitvorming over de vaststelling van het definitieve Natuurbeheerplan Limburg 2027 betrokken.

Beroepsclausule

Tegen vaststelling van het definitieve Natuurbeheerplan Limburg 2027 staat beroep open. Het instellen van beroep is alleen mogelijk voor zover het beroep betrekking heeft op wijzigingen van het definitieve Natuurbeheerplan 2027 en de daarbij behorende kaarten, voor zover deze wijzigingen afwijken van het voorgaande definitieve Natuurbeheerplan 2026 en de daarbij behorende kaarten.

Het beroep moet worden ingesteld binnen zes weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd. Van deze terinzagelegging wordt kennisgegeven op www.officielebekendmakingen.nl.

Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Het beroepschrift moet worden ondertekend en ten minste bevatten:

  • a.

    de naam en het adres van de indiener;

  • b.

    de datum;

  • c.

    een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; en

  • d.

    de redenen van het beroep (motivering).

Het beroepschrift moet worden gericht aan:

Rechtbank Limburg, locatie Roermond

Sector Bestuursrecht

Postbus 950

6040 AZ Roermond

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de internetpagina van de Rechtbank Limburg: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Rechtsgebieden/Bestuursrecht/Procedures/Paginas/Beroepsprocedure.aspx

Voor wijzigingen waartoe reeds in een ander ruimtelijk spoor besluitvorming heeft plaatsgevonden en waartegen eerder rechtsbescherming heeft opengestaan, heeft de aanpassing van het Natuurbeheerplan slechts een feitelijk gevolg. Tegen deze onderdelen kan daarom geen beroep worden ingesteld.

Separate procedure: actualisatie Natuurnetwerk Limburg

De in het Natuurbeheerplan Limburg 2027 opgenomen natuurterreinen maken deel uit van het Natuurnetwerk Limburg zoals begrensd in de Omgevingsverordening Limburg. Op deze manier worden de middelen die beschikbaar zijn voor natuurontwikkeling en natuurbeheer (Natuurbeheerplan als basis voor de relevante subsidieregelingen) ingezet op de locaties waar de Provincie een planologisch beschermingsregime ten behoeve van natuur van toepassing heeft verklaard (Natuurnetwerk Limburg in de Omgevingsverordening Limburg).

De wijzigingen in het Natuurbeheerplan Limburg 2027 die nopen tot aanpassing van het Natuurnetwerk Limburg in de Omgevingsverordening Limburg worden verwerkt in een actualisatie van de Omgevingsverordening Limburg via een separate procedure.

7. Meer informatie en contactgegevens

Voor meer informatie omtrent het Provinciaal Natuurbeheerplan en het SNL kunt u terecht op de volgende websites:

https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/

Op deze website vindt u alle documenten van het Natuurbeheerplan Limburg. Via deze site zijn ook de kaarten van het Natuurbeheerplan in te zien via een digitale kaartviewer.

Digitale kaartviewer Atlas Limburg: Via deze applicatie is het kaartmateriaal van het provinciaal natuurbeheerplan, waaronder de beheertypenkaart, agrarische leefgebieden/zoekgebieden en de ambitiekaart, digitaal in te zien. De viewer van het Provinciaal Natuurbeheerplan bevat naast de beheertypenkaart, de ambitiekaart en de zoekgebieden agrarisch natuurbeheer ook diverse ondergronden, waaronder een recente luchtfoto, een kadastrale ondergrond en de begrenzing van het Natuurnetwerk Limburg.

De kaartbestanden van het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn via Atlas Limburg, het geo-dataportaal, als GIS-bestand (shapefile) te downloaden. Atlas Limburg is als volgt te benaderen: Ga naar www.limburg.nl, en kies vervolgens voor “onderwerpen” en kies dan “Natuur en Landschap” om vervolgens naar “Natuur en subsidies” te navigeren. Op deze pagina kunt u de viewer openen in de rechter kolom onder de verwijzing “Atlas Limburg”. Ga aan de rechterkant in het tabblad Bibliotheek naar het Thema Natuur; klik vervolgens de bestanden onder Natuurbeheerplan 2027 aan.

https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/snl/: Dit is een landelijke website over het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer.

Contactgegevens:

Indien u vragen heeft over het Provinciaal Natuurbeheerplan Limburg, het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer of de relevante openstellingsbesluiten kunt u contact opnemen met de provincie via het mailadres natuurbeheerplan@prvlimburg.nl.

Ondertekening

Maastricht, d.d. (25 augustus 2026)

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

E.G.M. Roemer

secretaris,

D.F. Timmer


Noot
1

Lichte beheermaatregelen zoals bodemverbetering, legselbeheer en ruige mest kunnen wel aanvullend op de 10% zware beheermaatregelen worden ingezet.

Noot
2

Lichte beheermaatregelen zoals bodemverbetering, legselbeheer en ruige mest kunnen wel aanvullend op de 10% zware beheermaatregelen worden ingezet.