Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit gemeente Assen 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 03-09-2026

Intitulé

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit gemeente Assen 2026

Artikel 1. Definities

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

    • civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

    • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen;

    • congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

    • onderwijsvoorziening: een voorziening voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak van de gemeente;

    • prioriteitenlijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van projecten waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder;

    • project: realisatie van een basisbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, zijnde:

      • woonbehoefte, waaronder algemene woonbehoefte en collectieve woonvormen; en

      • onderwijsvoorzieningen waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak;

    • projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

    • projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

    • projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

    • start bouw: het starten van bouwwerkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, onderbouwd met contractstukken, opdrachtverstrekking, uitvoeringsplannen of andere voldoende concrete bewijsstukken;

    • transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

    • transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet.

  • 2.

    Op deze beleidsregels zijn voorts de definities uit artikel 1.1 van de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026 van toepassing.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de prioriteitenlijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden toegepast indien sprake is van een situatie waarin niet alle prioriteringswaardige projecten gelijktijdig kunnen worden ingediend of gerealiseerd. Indien daarvan geen sprake is, worden alle volledige en prioriteitswaardige projecten voorgedragen zonder rangschikking.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    het bijdragen aan de realisatie van projecten in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • c.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de prioriteitenlijst, in overeenstemming met artikel 3:14 BW en de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • d.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

  • e.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

Artikel 5. Procedure verzoek opname prioriteitenlijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de prioriteitenlijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met vrijdag 11 september 2026.

  • 3.

    Opname van een project op de prioriteitenlijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

Artikel 6. Opname op de prioriteitenlijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de prioriteitenlijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

  • 2.

    De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 14 opgenomen mogelijkheid een reactie in te dienen.

  • 3.

    Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan binnen vier dagen na aanmelding schriftelijk in kennis en daarna heeft de projectontwikkelaar nog maximaal 4 werkdagen om het dossier nog aan te vullen, tot uiterlijk 15 september.

  • 4.

    Toewijzing op de prioriteitenlijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

  • 5.

    Door indiening van een verzoek verklaart de projectontwikkelaar dat alle verstrekte gegevens, documenten en verklaringen volledig, juist en actueel zijn.

  • 6.

    De projectontwikkelaar blijft verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie en vrijwaart de gemeente voor aanspraken van derden en schade die voortvloeit uit onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

Artikel 7. Opname op de prioriteitenlijst van eigen projecten

  • 1.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de prioriteitenlijst.

  • 2.

    Toewijzing op de prioriteitenlijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8. Financiële dekking

  • 1.

    Het college dient een prioriteringsverzoek uitsluitend in indien volledige financiële dekking bestaat voor de verplichtingen jegens de netbeheerder.

  • 2.

    Financiële dekking kan bestaan uit:

    • a.

      een overeenkomst met de initiatiefnemer waarin deze de financiële verplichtingen draagt; of

    • b.

      dekking vanuit de gemeentelijke begroting.

  • 3.

    De initiatiefnemer draagt de financiële risico’s en vrijwaart de gemeente voor alle gevolgen van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

Artikel 9. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van projecten algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • g.

    als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de projecten te realiseren; en

  • h.

    als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor het project.

Artikel 10. Rangordebepaling prioriteitenlijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

Stap 2: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:

Rangorde Beschikbare documenten

  • 1.

    Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie.

  • 2.

    Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

  • 3.

    Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie.

  • 4.

    Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst.

  • 5.

    Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

  • 6.

    Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering, zijnde: a. overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw en/of integrale gebiedsontwikkeling; of b. prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties; of c. college- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.

Stap 3: maatschappelijk belang en netimpact

Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang en de netimpact van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als:

  • a.

    het een bijdrage levert aan woningbouwlocaties waarbij sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren; of

  • b.

    het een onderwijsvoorziening betreft waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak.

Stap 4: datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Artikel 11. Loting bij gelijke rangordebepaling prioriteitenlijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 10 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

  • 3.

    Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting (digitaal) bij te wonen.

  • 4.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 12. Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de voorlopige en definitieve rangorde transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting vast te leggen.

  • 2.

    De gemeente informeert de projectontwikkelaar schriftelijk over de voorlopige positie van het project en de gronden waarop deze positie is gebaseerd.

  • 3.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een nadere schriftelijke toelichting op de beoordeling en positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 13. Bekendmaking voorlopige rangorde

  • 1.

    De gemeente stelt op basis van de beoordeling van de ingediende projecten een voorlopige rangorde vast.

  • 2.

    De gemeente informeert iedere projectontwikkelaar die een project heeft aangemeld voor opname op de prioriteitenlijst schriftelijk over de voorlopige positie van het project.

  • 3.

    De schriftelijke kennisgeving bevat in ieder geval:

    • a.

      de voorlopige positie van het project op de prioriteitenlijst;

    • b.

      de gronden waarop de voorlopige rangschikking is gebaseerd.

  • 4.

    De gemeente vermeldt in de schriftelijke kennisgeving de termijn waarbinnen de projectontwikkelaar een schriftelijke reactie kan indienen.

Artikel 14. Reactie en heroverweging

  • 1.

    Een projectontwikkelaar kan naar aanleiding van de in artikel 13 bedoelde kennisgeving binnen tien kalenderdagen een schriftelijke reactie indienen bij de gemeente.

  • 2.

    De reactie kan uitsluitend betrekking hebben op de beoordeling en rangschikking van het eigen project.

  • 3.

    Het college beoordeelt de tijdig ingediende reacties en kan, indien daartoe aanleiding bestaat, de rangorde wijzigen.

  • 4.

    Wijzigingen worden gemotiveerd vastgelegd.

  • 5.

    De definitieve prioriteitenlijst wordt vastgesteld na beoordeling van de ingediende reacties.

  • 6.

    Na vaststelling van de definitieve prioriteitenlijst staat voor projectontwikkelaars de civielrechtelijke weg open.

Artikel 15. Wijziging of intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de prioriteitenlijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de onder artikel 14 benoemde reactie leidt tot nieuwe inzichten;

    • b.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • c.

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • d.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • e.

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de prioriteitenlijst zal krijgen.

  • 3.

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.

  • 4.

    Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de prioriteitenlijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 16. Indienen verzoek conform prioriteitenlijst

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de prioriteitenlijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de reactietermijn, bedoeld in artikel 14, is verstreken.

Artikel 17. Voorbehouden

  • 1.

    De projectontwikkelaar accepteert dat hij aansprakelijk is voor de juistheid en volledigheid van alle aangeleverde gegevens en dat hij de gemeente vrijwaart voor alle gevolgen van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

  • 2.

    De netbeheerder beslist zelfstandig over de toekenning van prioriteit en transportcapaciteit. Een plaatsing op de prioriteitenlijst houdt geen garantie in dat de netbeheerder transportcapaciteit toekent.

  • 3.

    Een plaatsing op de prioriteitenlijst betekent niet dat de gemeente instemt met het project of dat het project planologisch, juridisch of financieel uitvoerbaar is. Alle reguliere gemeentelijke procedures en toetsingen blijven volledig van toepassing. Een plaatsing op de prioriteitenlijst vormt uitsluitend een interne rangschikking voor het indienen van een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder en kan door initiatiefnemers niet worden opgevat als een toezegging, instemming, beleidsmatige ondersteuning, financiële bijdrage of enige andere vorm van gemeentelijke medewerking.

Artikel 18. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 19. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit gemeente Assen 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen van maandag 31 augustus 2026.

De burgemeester,

De secretaris,

Toelichting

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Assen invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten en onderwijsvoorzieningen heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld. Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters;

  • 2.

    Veiligheid;

  • 3.

    Basisbehoeften.

Onder basisbehoeften vallen onder meer woonbehoefte en de in deze beleidsregels opgenomen onderwijsvoorzieningen.

Gemeenten kunnen gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw en onderwijsvoorzieningen.

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

De gemeente heeft daarom een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze nodig voor de rangschikking van projecten.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten en onderwijsvoorzieningen op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijsvoorzieningen. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet;

  • artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  • de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfuncties woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Zij bepalen niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder. Dat is de bevoegdheid van de netbeheerder. De beleidsregels regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet.

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. De gemeente Assen heeft daarbij de bepalingen aangepast voor de eigen gemeentelijke situatie en voor de in deze beleidsregels opgenomen woningbouw- en onderwijsvoorzieningen.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Project

De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd.

Prioriteitenlijst

De definitie van 'prioriteitenlijst' sluit aan bij de definitie van ‘volgordelijst’ gebruikt in het VNG-model voor deze beleidsregels en het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen'.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen.

Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit.

Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte en onderwijsvoorzieningen als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijk rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder.

De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en onderwijsvoorzieningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.

Artikel 5. Procedure verzoek opname prioriteitenlijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden ingediend, vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine.

Door het benoemen van een concrete einddatum kan er geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de prioriteitenlijst.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, terwijl niet de gemeente maar de netbeheerder daarover gaat.

Artikel 6. Opname op de prioriteitenlijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder.

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    het verwachte totale aantal en type woningen, dan wel, indien het een onderwijsvoorziening betreft, een omschrijving van de onderwijsvoorziening en het type onderwijs (primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs);

  • d.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

    • 1.

      het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

    • 2.

      de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;

    • 3.

      de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

Voor het overige bevat het projectdossier de bewijsstukken die op grond van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 zijn vereist.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan binnen vier dagen na aanmelding schriftelijk in kennis. De projectontwikkelaar krijgt vervolgens de gelegenheid het dossier binnen de daarvoor gestelde termijn aan te vullen.

Artikel 9. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is.

Artikel 10. Rangordebepaling prioriteitenlijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de prioriteitenlijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn.

Artikel 10 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

Stap 1 – Start bouw

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de prioriteitenlijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier om een start bouwmaand die voldoende concreet is onderbouwd.

Stap 2 – Projectrijpheid

Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid.

Stap 3 – Maatschappelijk belang en netimpact

De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd.

Bij de beoordeling wordt aangesloten bij de beoordelingssystematiek zoals opgenomen in de beleidsregels van de gemeente Eindhoven. Daarbij wordt gekeken naar de bijdrage aan woningbouwlocaties waarbij sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen dat in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen wordt gerealiseerd.

Daarnaast wordt rekening gehouden met onderwijsvoorzieningen waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak.

Stap 4 – Datum oplevering

Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte opleverdatum biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten.

Artikel 11. Loting bij gelijke rangordebepaling prioriteitenlijst

Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Als de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als objectieve methode gelden.

De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen.

Artikel 12. Transparantie en motivering

De gemeente maakt de wijze waarop de rangschikking tot stand is gekomen inzichtelijk. Hierdoor kunnen projectontwikkelaars controleren hoe hun project is beoordeeld.

De voorlopige rangorde wordt niet openbaar gemaakt. Iedere projectontwikkelaar wordt individueel geïnformeerd over de voorlopige positie van het eigen project en de gronden waarop deze positie is gebaseerd. Hiermee wordt de projectontwikkelaar in staat gesteld de beoordeling te controleren en daarop binnen de gestelde termijn te reageren.

Artikel 13. Bekendmaking voorlopige rangorde

De gemeente stelt een voorlopige rangorde vast nadat de ingediende projecten zijn beoordeeld.

De voorlopige rangorde wordt niet openbaar gepubliceerd. Iedere projectontwikkelaar die een project heeft aangemeld wordt individueel geïnformeerd over de voorlopige positie van het eigen project, de beoordeling en de gronden waarop de voorlopige rangschikking is gebaseerd.

Hiermee wordt de projectontwikkelaar in staat gesteld eventuele onjuistheden of onvolledigheden in de beoordeling tijdig onder de aandacht van de gemeente te brengen.

Artikel 14. Reactie en heroverweging

Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente. De mogelijkheid die in dit artikel wordt geboden betreft daarom een mogelijkheid om een schriftelijke reactie in te dienen voordat de definitieve prioriteitenlijst wordt vastgesteld.

De gemeente beoordeelt de ontvangen reacties en kan naar aanleiding daarvan de rangorde wijzigen.

Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf beschikt.

De in artikel 15 genoemde gronden kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Wijziging kan alleen plaatsvinden zolang de prioriteitenlijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 16. Indienen verzoek conform prioriteitenlijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt plaats nadat projectontwikkelaars de gelegenheid hebben gehad om op hun voorlopige rangschikking te reageren.

De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde prioriteitenlijst.

Artikel 17. Voorbehouden

De projectontwikkelaar accepteert dat hij aansprakelijk is voor de juistheid en volledigheid van alle aangeleverde gegevens en dat hij de gemeente vrijwaart voor alle gevolgen van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

De netbeheerder beslist zelfstandig over de toekenning van prioriteit en transportcapaciteit. Een plaatsing op de prioriteitenlijst houdt geen garantie in dat de netbeheerder transportcapaciteit toekent.

Een plaatsing op de prioriteitenlijst betekent niet dat de gemeente instemt met het project of dat het project planologisch, juridisch of financieel uitvoerbaar is. Alle reguliere gemeentelijke procedures en toetsingen blijven volledig van toepassing.

Een plaatsing op de prioriteitenlijst vormt uitsluitend een interne rangschikking voor het indienen van een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder en kan door initiatiefnemers niet worden opgevat als een toezegging, instemming, beleidsmatige ondersteuning, financiële bijdrage of enige andere vorm van gemeentelijke medewerking.