Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766023
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR766023/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Oisterwijk 2027
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-10-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Oisterwijk 2027Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk;
Overwegende dat:
- -
gemeenten de wettelijke verplichting hebben om voor voldoende voorzieningen te zorgen, in aantal en spreiding, waar kinderen met een risico op een (taal)achterstand (kinderen met VVE-indicatie) deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie;
- -
gemeenten een minimaal aanbod dienen te realiseren van 16 uur voorschoolse educatie per week;
Gelet op de bepalingen in de Wet kinderopvang, de Wet op het primair onderwijs (Wpo), het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026;
Besluit:
de Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Oisterwijk 2027 vast te stellen.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a)
Aanbieder: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), met een locatie in de gemeente Oisterwijk;
- b)
Algemene subsidieverordening (ASV): de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026;
- c)
Doelgroepdefinitie: de in het geldende onderwijskansenbeleid van de gemeente Oisterwijk vastgestelde omschrijving van de doelgroep, op basis waarvan de jeugdgezondheidszorg (JGZ) beoordeelt of een peuter in aanmerking komt voor een VVE-indicatie;
- d)
Fiscaal maximum: het jaarlijks door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde maximum uurtarief kinderopvang;
- e)
Hbo-beleidsmedewerker VE: de pedagogisch beleidsmedewerker/coach op hbo werk- en denkniveau als bedoeld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
- f)
Inkomensafhankelijke ouderbijdrage (hierna: ouderbijdrage): de inkomensafhankelijke financiële bijdrage die ouders aan de aanbieder moeten betalen voor de deelname van hun kind aan peuteropvang of voorschoolse educatie, vastgesteld in de VNG-adviestabel;
- g)
Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen, een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
- h)
Kleine kern: de kern Moergestel of de kern Haaren;
- i)
LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
- j)
Ouder: ouder(s) of verzorger(s) van de peuter of VE-peuter die gebruik maakt van peuteropvang of voorschoolse educatie;
- k)
Peuter: het bij de gemeente Oisterwijk in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar oud;
- l)
Peutermonitor: het door de gemeente Oisterwijk gefaciliteerde digitale monitoringsysteem waar aanbieders gegevens in uploaden, dat als basis dient voor de uitbetaling van de subsidie voor voorschoolse educatie en peuteropvang;
- m)
Reguliere peuteropvang: het aanbod van een kindcentrum zonder een VE-registratie in het LRK, gericht op peuters van 2,5 tot 4 jaar die wonen in de gemeente Oisterwijk;
- n)
Subsidiabel uurtarief peuteropvang: het jaarlijks door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor kinderopvang (fiscaal maximum), dat geldt als maximaal te subsidiëren uurtarief voor peuteropvang;
- o)
Subsidiabel uurtarief voorschoolse educatie (VE): het jaarlijks door de gemeente Oisterwijk vastgestelde maximaal te subsidiëren uurtarief voor voorschoolse educatie, aangeboden op een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK;
- p)
VE-locatie: een locatie van een aanbieder met een VE-registratie in het LRK;
- q)
VE-peuter: peuter die op basis van een VVE-indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor voorschoolse educatie. Deelname is mogelijk vanaf 2,5 jaar, of vanaf 2 jaar wanneer de JGZ inschat dat het wenselijk is om eerder te starten;
- r)
VE-registratie: een registratie van de aanbieder in het LRK, waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie;
- s)
VNG-adviestabel: de meest recente adviestabel ouderbijdrage peuteropvang van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
- t)
Voorschoolse educatie: onderdeel van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor peuters van 2,5 tot 4 jaar, waarin aan de hand van een VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, in een kindercentrum met een VE-registratie in het LRK;
- u)
Voorschoolse voorziening: organisatie voor peuteropvang of kinderopvang, die ingeschreven staat in het LRK en die een locatie heeft binnen de gemeente Oisterwijk;
- v)
VVE: voor- en vroegschoolse educatie: educatie voor kinderen met een risico op een (onderwijs)achterstand, bestaande uit voorschoolse educatie (voor peuters) en vroegschoolse educatie (groep 1 en 2 van de basisschool);
- w)
VVE-indicatie: een indicatie die wordt afgegeven door de JGZ, waarbij de JGZ op basis van de doelgroepdefinitie inschat dat er sprake is van een risico op een achterstand in één of meer domeinen van de ontwikkeling (taal, spel, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling) en die recht geeft op extra uren voorschoolse educatie.
Artikel 2 Reikwijdte
-
1. Deze regeling is van toepassing op de verlening van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten.
-
2. Deze regeling is niet van toepassing op peuterplaatsen voor een peuter met een Sociaal Medische Indicatie (SMI).
-
3. Op deze subsidieregeling is de ASV van toepassing.
Artikel 3 Doel
De doelstelling van deze subsidieregeling is om door middel van subsidieverstrekking te zorgen voor:
- a.
het stimuleren van deelname van peuters aan reguliere peuteropvang;
- b.
een toereikend en kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters als voorbereiding op de basisschool;
- c.
het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid;
- d.
het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie;
- e.
het bieden van gelijke kansen op een goede start in het onderwijs voor alle peuters;
- f.
voldoende aanbod van voorschoolse educatie over de gemeente;
- g.
verbinding met basisscholen ten behoeve van een sterke doorlopende leerlijn;
- h.
gemengde VE-peutergroepen, zodat VE-peuters en peuters samen spelen en leren;
- i.
het behouden van voorschoolse educatie in de kleine kernen.
Artikel 4 Subsidieontvanger
Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die voldoet aan de vereisten uit de Wet kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving, waaronder in ieder geval het Besluit kwaliteit kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Regeling Wet kinderopvang.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend op aanvraag verleend aan een aanbieder voor:
- 1.
het aanbieden van reguliere peuteropvang aan peuters zonder VVE-indicatie, geplaatst op een groep zonder VE-registratie, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
- 2.
het aanbieden van voorschoolse educatie aan:
- a.
de peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
- b.
de peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- c.
de VE-peuter met recht op kinderopvangtoeslag;
- d.
de VE-peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- a.
- 3.
het aanbieden van voorschoolse educatie in kleine kernen;
- 4.
de wettelijk verplichte inzet van een hbo-beleidsmedewerker VE op VE-locaties;
- 5.
het bieden van extra ondersteuning op VE-locaties.
Artikel 6 Subsidieduur
-
1. De subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar, voor een periode van maximaal 40 (school)weken in dat kalenderjaar.
-
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de periode dat de peuter gebruik maakt van de voorschoolse voorziening en uiterlijk tot de dag waarop de peuter 4 jaar wordt.
Artikel 7 Subsidie reguliere peuteropvang
De hoogte van de subsidie voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 5, onder 1, wordt als volgt berekend:
- 1.
Het college stelt jaarlijks voor 1 december het subsidiabel uurtarief voor reguliere peuteropvang vast op basis van het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid.
- 2.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de reguliere peuteropvang gebruik heeft gemaakt, vermenigvuldigd met het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 320 uur per jaar (8 uur per week x 40 weken).
- 3.
Het geldende uurtarief wordt berekend op de wijze zoals opgenomen in tabel 1: het subsidiabel uurtarief peuteropvang (fiscaal maximum) verminderd met de ouderbijdrage.
Tabel 1:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag |
Uurtarief vanaf 0 tot en met 8 uur per week |
|
Nee |
Fiscaal maximum – (minus) ouderbijdrage |
Artikel 8 Subsidie voorschoolse educatie
De hoogte van de subsidie voor voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 5, onder 2, wordt als volgt berekend:
- 1.
Het college stelt jaarlijks voor 1 december het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
- a.
het jaarlijks wettelijk vastgesteld uurtarief kinderopvang, vastgesteld door de Rijksoverheid;
- b.
een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de bovenwettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie, zoals bepaald in het op dat moment geldende onderwijskansenbeleid van de gemeente Oisterwijk.
- a.
- 2.
De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de voorschoolse educatie gebruik heeft gemaakt, vermenigvuldigd met het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 960 uur gedurende anderhalf jaar (640 uur per jaar).
- 3.
Het geldende uurtarief wordt berekend op de wijze zoals opgenomen in tabel 2.
Tabel 2:
|
Ouder recht op kinderopvangtoeslag |
Uurtarief van 0 tot en met 8 uur per week |
Uurtarief vanaf 9 tot en met 16 uur per week |
|
Ja |
Subsidiabel uurtarief VE – (minus) fiscaal maximum |
Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE |
|
Nee |
Subsidiabel uurtarief VE – (minus) ouderbijdrage |
Met VVE-indicatie: subsidiabel uurtarief VE |
- 4.
Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een ouderbijdrage over de eerste twee dagdelen van maximaal 480 uur per anderhalf jaar (= 320 uur per jaar).
- 5.
De hoogte van de ouderbijdrage voor het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt, wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het daaraan voorafgaande kalenderjaar en wordt gebaseerd op de VNG-adviestabel.
- 6.
Ten behoeve van de vaststelling van de ouderbijdrage zorgt de aanbieder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de aanbieder. De aanbieder verplicht de ouder om wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.
- 7.
Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.
Artikel 9 Subsidie voorschools aanbod in kleine kernen
-
1. Het college kan aanvullend subsidie als bedoeld in artikel 5, onder 3, verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om het voorschools aanbod (voorschoolse educatie en/of reguliere peuteropvang) in een kleine kern te borgen, indien dit op basis van het subsidiabel uurtarief niet op rendabele wijze in stand gehouden kan worden.
-
2. Om in aanmerking te komen voor deze subsidie geldt dat:
- a.
er in de betreffende kleine kern maximaal één aanbieder van voorschools aanbod aanwezig is; indien in een kleine kern meer dan één aanbieder aanwezig is, wordt geen subsidie op grond van dit artikel verstrekt;
- b.
de aanvrager een aantoonbare onderbezetting heeft van minder dan 5 VE-peuters; hiervoor draagt de aanbieder per locatie gegevens aan.
- a.
-
3. De hoogte van de aanvullende subsidie per locatie is 1 VE-peuterplaats (640 uur per jaar), vermenigvuldigd met het subsidiabel uurtarief voor voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Artikel 10 Subsidie hbo-beleidsmedewerker VE
De hoogte van de subsidie voor een hbo-beleidsmedewerker VE als bedoeld in artikel 5, onder 4, wordt als volgt bepaald:
- 1.
De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een hbo-beleidsmedewerker VE voor 10 uur per jaar per VE-peuter per VE-locatie.
- 2.
De peildatum voor het vaststellen van de subsidie op basis van het aantal VE-peuters per locatie is 1 januari van het desbetreffende subsidiejaar.
- 3.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 9, trede 35. Het college stelt het uurtarief jaarlijks voor 1 december voorafgaand aan het subsidiejaar vast op basis van de dan geldende CAO Kinderopvang.
Artikel 11 Subsidie extra ondersteuning op VE-locaties
De hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-locaties als bedoeld in artikel 5, onder 5, wordt als volgt bepaald:
- 1.
De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een extra pedagogisch medewerker per VE-locatie met meer dan 50% VE-peuters. Dit percentage betreft de verhouding tussen peuters zonder VVE-indicatie en VE-peuters, gebaseerd op unieke peuters die in het kalenderjaar voorafgaand aan het subsidiejaar stonden ingeschreven op de locatie. Het college verifieert deze verhouding aan de hand van de door de aanbieder in de Peutermonitor aangeleverde gegevens.
- 2.
Het subsidiebedrag wordt op uurbasis verstrekt en is gebaseerd op de CAO Kinderopvang, schaal 6, trede 23. Het college stelt het uurtarief jaarlijks voor 1 december voorafgaand aan het subsidiejaar vast op basis van de dan geldende CAO Kinderopvang.
Artikel 12 Verplichtingen subsidieontvanger
-
1. De aanbieder die subsidie voor peuteropvang ontvangt:
- a.
verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle op de wettelijke vereisten.
- b.
int de ouderbijdrage.
- c.
stimuleert de brede ontwikkeling van peuters.
- d.
maakt gebruik van een op de peuterleeftijd aangepast programma of methodiek.
- e.
draagt zorg voor een aanbod van peuteropvang in horizontale groepen voor peuters van 2 tot 4 jaar.
- f.
zorgt ervoor dat het aanbod van peuteropvang aan een peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag maximaal 480 uur over een periode van anderhalf jaar bedraagt, waarbij het aanbod per week verdeeld is over twee momenten van 4 uur per dag.
- a.
-
2. De aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
- a.
verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle op de wettelijke vereisten.
- b.
int de ouderbijdrage.
- c.
neemt actief deel aan overleg over VE-peuteropvang in het kader van de doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep.
- d.
zorgt voor een goede overdracht van peuters naar het onderwijs, die aansluit bij de afspraken die daarover tussen college, aanbieders en schoolbesturen zijn vastgelegd.
- e.
levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente.
- f.
verleent VE-peuters, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is.
- g.
zorgt ervoor dat het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter minimaal 960 uur over een periode van anderhalf jaar bedraagt, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.
- a.
-
3. De aanbieder die aanvullende subsidie voor voorschools aanbod in kleine kernen ontvangt, toont aan dat in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag minimaal 2 VE-peuters gebruik hebben gemaakt van voorschoolse educatie.
Artikel 13 Aanvraag
Een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling wordt door een aanbieder digitaal, middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier via het subsidieportaal, of schriftelijk ingediend bij het college.
Artikel 14 Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 november voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft (subsidiejaar).
-
2. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om subsidie worden ingediend gedurende een subsidiejaar. De subsidie wordt dan op aanvraag verstrekt naar rato van het aantal resterende volledige kalendermaanden in het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te rekenen vanaf het moment dat het college een volledige aanvraag heeft ontvangen.
-
3. Als een aanvraag niet volledig is ingediend, geeft het college de indiener van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een hersteltermijn om de aanvraag aan te vullen. Als datum van aanvraag geldt dan de datum van ontvangst van de volledige aanvraag. Als de aanvraag niet of niet geheel binnen de gestelde termijn is aangevuld, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.
-
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden aanvragen die na het einde van de indieningstermijn worden ontvangen, afgewezen.
Artikel 15 Beslistermijn
-
1. Het college beslist op een volledige aanvraag om subsidie op grond van deze regeling uiterlijk op 31 december van het jaar waarin deze aanvraag is ingediend.
-
2. In afwijking van het eerste lid beslist het college bij een eerste aanvraag die gedurende het subsidiejaar wordt ingediend, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, binnen 4 weken nadat de volledige eerste aanvraag is ingediend.
-
3. Het college kan de beslissing op een volledige aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel voor ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de indiener van de aanvraag hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 16 Weigeringsgronden
-
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de weigeringsgronden genoemd in de ASV en het bepaalde in artikel 14, vierde lid, weigert het college de subsidie in ieder geval indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in de artikelen 5 tot en met 12 van deze regeling.
-
2. Het college kan een aanvraag om subsidie weigeren als het heeft vastgesteld dat er conform artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs reeds voldoende voorzieningen in aantal en spreiding zijn in de gemeente om haar wettelijke taken uit te kunnen voeren.
-
3. De aanvraag om subsidie wordt afgewezen indien voor de activiteiten, als bedoeld in artikel 5, op grond van andere nadere regels subsidie is of wordt toegekend.
-
4. Het college kan een aanvraag om subsidie weigeren als bij de indiener van de aanvraag op het moment van indiening van de aanvraag sprake is van een lopend formeel bestraffend handhavingstraject, dan wel een lopend formeel herstellend handhavingstraject wegens herhaalde overtredingen, naar aanleiding van een GGD-inspectie en handhaving door de gemeente.
Artikel 17 Tussentijdse verantwoording
-
1. De aanbieder verantwoordt de besteding van de verleende subsidie tussentijds door gebruik te maken van de Peutermonitor:
- a.
voor 1 augustus over de periode januari tot en met juni; en
- b.
voor 1 februari over de periode juli tot en met december.
- a.
-
2. De aanbieder levert daarbij per peuter per maand ten minste de volgende gegevens aan bij het college: de maand; de locatie en het LRK-nummer; het BSN van de peuter; de NAW-gegevens van de peuter; de geboortedatum van de peuter; het inkomen van de ouders van de peuter; eerste kind ja/nee; VVE-indicatie ja/nee; kinderopvangtoeslag ja/nee; de startdatum peuteropvang; de (verwachte) einddatum peuteropvang; het aantal uren regulier aanbod en het aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanbieder.
-
3. De aanbieder verstrekt daarnaast het aantal kinderen dat gebruik heeft gemaakt van de subsidiabele activiteiten, uitgesplitst in peuters zonder VVE-indicatie met en zonder kinderopvangtoeslag en VE-peuters met en zonder kinderopvangtoeslag.
Artikel 18 Aanvraag tot vaststelling subsidie
-
1. Voor 1 juni van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, dient de aanbieder een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
-
2. De aanbieder verantwoordt de besteding van de subsidie door de kwantitatieve gegevens, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid, over het gehele subsidiejaar in de Peutermonitor aan te leveren.
-
3. Voor de verantwoording van de subsidie levert de aanbieder daarnaast een inhoudelijk verslag aan bij het college van maximaal twee A4 waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan. Indien het verleende subsidiebedrag € 100.000 of meer bedraagt, voegt de aanbieder tevens een financiële verantwoording met balans en een controleverklaring toe, opgesteld door een onafhankelijke accountant.
Artikel 19 Wijziging verleningsbeschikking
Als gedurende het lopende subsidiejaar recht op een hogere subsidie bestaat omdat het aantal geplaatste peuters afwijkt van het in de verleningsbeschikking vermelde aantal, kan het college op aanvraag van de aanbieder de verleningsbeschikking wijzigen. Als de wijziging leidt tot verhoging van de subsidie, ontvangt de aanbieder een gewijzigde verleningsbeschikking waarin ook de hoogte van de resterende voorschotbedragen opnieuw wordt bepaald.
Artikel 20 Subsidievaststelling
-
1. Het college stelt een subsidie vast binnen 12 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling.
-
2. Het college kan de beslissing tot vaststelling van een subsidie voor ten hoogste 12 weken verdagen.
-
3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 18, eerste lid, is ingediend, kan het college de aanbieder schriftelijk een nieuwe, nadere termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze nieuwe, nadere termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling van de subsidie.
-
4. Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug.
-
5. Het college kan periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, een controle uitvoeren, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
- a.
een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van de (VE-)peuter;
- b.
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie;
- c.
een ondertekende ouderverklaring van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst, inclusief de berekening van de ouderbijdrage;
- d.
een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.
- a.
Artikel 21 Subsidieplafond
-
1. De gemeenteraad stelt jaarlijks de gemeentelijke begroting voor onderwijsachterstanden vast. In de gemeentelijke begroting is het budget opgenomen dat beschikbaar is voor subsidie voorschoolse educatie en peuteropvang.
-
2. Voor het subsidiejaar 2027 geldt een subsidieplafond van € 410.000.
-
3. Indien het subsidieplafond bij toewijzing van alle aanvragen zou worden overschreden, verdeelt het college het beschikbare bedrag als volgt:
- a.
aanvragen die betrekking hebben op voorschoolse educatie (artikel 5, onder 2 tot en met 5) gaan voor op aanvragen die betrekking hebben op reguliere peuteropvang (artikel 5, onder 1);
- b.
voor zover het beschikbare bedrag ontoereikend is voor de aanvragen binnen eenzelfde categorie, wordt het resterende bedrag over die aanvragen verdeeld naar evenredigheid van de aangevraagde subsidiebedragen.
- a.
Artikel 22 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen bij of op grond van deze subsidieregeling is bepaald, als daaraan vasthouden voor een indiener van een aanvraag om subsidie of een ontvanger van een subsidie gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 23 Slotbepalingen
-
1. Op een aanvraag om subsidieverlening en/of subsidievaststelling die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze subsidieregeling, alsmede op enig bezwaar of (hoger) beroep, ingesteld tegen een besluit over een dergelijke aanvraag, blijft de Regeling subsidie onderwijsstimulering gemeente Oisterwijk 2026 of de Regeling subsidie voorschoolse voorzieningen Oisterwijk 2026 van toepassing.
-
2. Deze subsidieregeling treedt in werking per 1 oktober 2026 en vervalt op 1 januari 2028.
-
3. Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Oisterwijk 2027.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 25 augustus 2026.
Judith Koppers-Van der Krabben
secretaris
Hans Janssen
burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl