Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765994
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR765994/1
Beleidsregels Eerder Aanvragen en Prioriteit Transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Groningen 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 03-09-2026
Intitulé
Beleidsregels Eerder Aanvragen en Prioriteit Transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Groningen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
Beleidsregels Eerder Aanvragen en Prioriteit Transportcapaciteit Woningbouwprojecten gemeente Groningen 2026,
Overwegende dat:
- •
de gemeente bij de landelijk overeengekomen werkwijze 'Eerder aanvragen in het planproces' prioriteit en transportcapaciteit aanvraagt bij de netbeheerder;
- •
de gemeente als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur, ook bij privaatrechtelijk handelen;
- •
het noodzakelijk is transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria vast te stellen voor de prioritering en aanvraag voor transportcapaciteit voor woningbouw;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Artikel 1. Definities
Op deze beleidsregels zijn de definities uit artikel 1.1 Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026 van toepassing. In aanvulling hierop wordt in deze beleidsregels verstaan onder:
- -
bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- -
BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:
- a.
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
- b.
een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;
- a.
- -
civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;
- -
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
- -
congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- -
netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;
- -
project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- -
projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;
- -
projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;
- -
prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- -
projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;
- -
start bouw: de eerste dag waarop funderingswerkzaamheden voor nieuwbouw plaatsvinden of feitelijke start verbouwwerkzaamheden, niet zijnde voorbereidende werkzaamheden bij verbouw of transformatie;
- -
datum oplevering: moment waarop het project gereed is voor ingebruikname;
- -
transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;
- -
transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;
- -
volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.
Artikel 2. Toepassingsbereik
-
1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.
-
2. Als een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.
Artikel 3. Doel
Deze beleidsregels hebben tot doel:
- a.
het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode elektriciteit 2026;
- b.
het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- c.
het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);
- d.
het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van indieners; en
- e.
het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
-
1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.
-
2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.
-
3. De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
-
1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels op de gemeentelijke website via de volgende link: https://gemeente.groningen.nl/woningbouwproject-aanmelden-voor-stroomaansluiting. De volgordelijst wordt later gepubliceerd in het Gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl.
-
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan tot en met twee weken na publicatie ingediend worden.
-
3. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek indiener
-
1. De indiener zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst, waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde online invulformulier.
-
2. De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging per e-mail van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde procedure.
-
3. De gemeente controleert of de aanvraag volledig is en beoordeelt of het project voldoet aan de voorwaarden van de regeling. Wanneer een aanvraag onvolledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de indiener hiervan per e-mail binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek in kennis. De indiener krijgt de gelegenheid om een verbeterde versie van het volledige dossier in te dienen. Ook voor de verbeterde versie van het volledige dossier geldt de deadline van twee weken na openstelling van het online invulformulier.
-
4. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing kan niet worden overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten
-
1. De gemeente zorgt ook voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst. De eisen aan het project zijn dezelfde als voor projectontwikkelaars.
-
2. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.
Artikel 8. Bestuursverklaring
De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier dat de gemeente aanlevert bij de netbeheerder. De bestuursverklaring wordt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen afgegeven. Om de bestuursverklaring op te kunnen stellen en af te geven moet de indiener onderstaande aanleveren:
- a.
een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;
- b.
een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;
- c.
een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;
- d.
een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode elektriciteit 2026 compleet zijn;
- e.
een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;
- f.
instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt ingetrokken als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode elektriciteit 2026;
- g.
als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en
- h.
als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.
Stap 1: start bouw
Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van het jaar en de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet het jaar en de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.
Stap 2: projectrijpheid
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een rangorde van één tot en met zes:
|
Rangorde: |
Beschikbare documenten: |
|
1 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor de projectlocatie, het project is qua functie passend in het onherroepelijke omgevingsplan. |
|
2 |
Er is een civielrechtelijke overeenkomst en het project is qua functie passend in het onherroepelijke omgevingsplan voor de projectlocatie, al dan niet mogelijk gemaakt door een onherroepelijke BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). |
|
3 |
Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor de projectlocatie en het project is qua functie nog niet passend in het onherroepelijke omgevingsplan voor deze projectlocatie. |
|
4 |
Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst. |
|
5 |
Het project is qua functie passend in het omgevingsplan voor de projectlocatie, al dan niet mogelijk gemaakt door een BOPA, maar er is nog geen onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. |
|
6 |
Er zijn andere verifieerbare bewijsstukken waaruit blijkt dat het project voldoende concreet en uitvoeringsgericht is voorbereid en dat realisatie redelijkerwijs aannemelijk is. Hieronder kunnen bijvoorbeeld worden verstaan: een definitief realisatie- of uitvoeringsbesluit, een subsidiebeschikking met concrete realisatieverplichtingen, een vastgesteld uitvoerings- of faseringsbesluit, een omgevingsprogramma of een combinatie van andere stukken waaruit de juridische, financiële en feitelijke uitvoerbaarheid van het project blijkt. |
Stap 3: maatschappelijk belang
Na de rangschikking van stap 1 en 2 stelt de gemeente het maatschappelijk belang van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een rangorde van één tot en met vijf:
|
Rangorde: |
|
|
1 |
Versterkings- en vernieuwingsopgave aardbevingsgebied Voorrang wordt gegeven aan projecten die onderdeel uitmaken van een vastgestelde versterkings- of vernieuwingsopgave in het aardbevingsgebied. |
|
2 |
Aangewezen ontwikkellocatie Vervolgens wordt gekeken of het project onderdeel uitmaakt van een in het gemeentelijk volkshuisvestingsplan (figuur 1, ontwikkellocaties, pagina 29) aangewezen ontwikkellocatie. De aanwijzing moet voldoende concreet en objectief herleidbaar zijn. Dit kan onder meer blijken uit toegekende rijkssubsidies, voor zover daaraan concrete voorwaarden zijn verbonden ten aanzien van woningaantallen, fasering of realisatietermijnen. |
|
3 |
Betaalbare woningbouw Indien ook op het voorgaande criterium geen onderscheid ontstaat, is het netto aantal te realiseren sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middenhuurwoningen bepalend. De aantallen binnen deze categorieën worden bij elkaar opgeteld. Het project met het grootste gezamenlijke netto aantal betaalbare woningen wordt hoger gerangschikt. |
|
4 |
Huisvesting bijzondere doelgroepen Als de voorgaande criteria geen onderscheid opleveren, is het netto aantal woningen bepalend dat aantoonbaar en specifiek is bestemd voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen, waaronder ouderen, zorgbehoevenden, statushouders en spoedzoekers. Het project met het grootste netto aantal voor deze doelgroepen bestemde woningen wordt hoger gerangschikt. Een woning die voor meerdere bijzondere doelgroepen is bestemd, wordt voor de toepassing van dit criterium eenmaal meegeteld. |
|
5 |
Woningbouwaantal Indien de voorgaande criteria geen onderscheid opleveren, is het netto aantal te realiseren woningen bepalend. Het project met het grootste netto aantal woningen wordt hoger gerangschikt. |
Stap 4: datum oplevering
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
-
1. Indien twee of meer projecten op grond van artikel 9 een gelijke eindscore behalen en daardoor aanspraak maken op dezelfde positie op de volgordelijst, wordt de onderlinge rangorde tussen de betreffende gelijk scorende projecten vastgesteld door middel van een openbare loting, welke wordt verricht door een notaris.
-
2. De loting vindt plaats op woensdag 9 september 2026 op een door de gemeente vooraf bekendgemaakte locatie. De notaris ziet toe op een zorgvuldig, onafhankelijk en transparant verloop van de loting.
-
3. De bij de loting betrokken indieners worden tijdig schriftelijk uitgenodigd om de loting bij te wonen.
-
4. Bij de loting wordt voor ieder betrokken project, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, een afzonderlijk lot ingebracht. De volgorde waarin de loten door de notaris worden getrokken, bepaalt de onderlinge rangorde van de betrokken projecten op de volgordelijst. Het eerst getrokken lot verkrijgt de hoogste positie, het daarna getrokken lot de daaropvolgende positie, enzovoorts.
-
5. De uitslag van de loting is bindend voor alle betrokken partijen. De notaris legt de wijze van loting en de uitslag daarvan vast in een notarieel proces-verbaal dat wordt verstrekt aan de gemeente. De in het proces-verbaal opgenomen rangorde geldt als definitieve onderlinge volgorde van de betrokken projecten op de volgordelijst.
Artikel 11. Transparantie en motivering
-
1. De gemeente stelt op basis van de tot dan toe ingeleverde en bekende projecten binnen twee weken de voorlopige volgordelijst op en laat deze vaststellen door het college.
-
2. De gemeente motiveert de voorlopige volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen1 tot en met 4 en eventuele loting schriftelijk vast te leggen.
-
3. Alleen op verzoek van de indiener verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend, alleen aan de betreffende indiener.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
-
1. De gemeente maakt de vastgestelde voorlopige volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder.
-
2. Op de gepubliceerde volgordelijst is een samenvatting waarbij per project wordt vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen en de positie op de lijst.
Artikel 13. Rechtsbescherming
-
1. De volgordelijst staat niet open voor bestuursrechtelijk bezwaar en beroep. Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
-
2. Een indiener die vragen heeft over zijn positie op de voorlopige volgordelijst of over de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de voorlopige volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst een schriftelijk verzoek indienen bij het college, waarin gevraagd wordt om een heroverweging van de voorlopige volgordebepaling.
-
3. Een ambtelijke commissie beoordeelt het verzoek op basis van feitelijke documentatie die door de indiener is aangedragen en het bepaalde in deze beleidsregels.
-
4. Na de termijn uit artikel 13, lid 2 vervalt het recht om een verzoek tot heroverweging in te dienen.
-
5. Een indiener kan tien kalenderdagen na bekendmaking van de definitieve volgordelijst een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken.
-
6. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de indiener uitdrukkelijk in met deze procedure.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
-
1. De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:
- a.
de indiener aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;
- b.
het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer (tijdig) voor realisatie in aanmerking komt;
- c.
de indiener het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;
- d.
het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.
- a.
-
2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.
-
3. De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de indiener hiervan onverwijld in kennis.
-
4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
-
1. De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de definitieve volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen.
-
2. De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:
- a.
financiële afspraken met een indiener, waarbij de indiener zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of
- b.
de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.
- a.
-
3. De indiener verklaart bij indiening van zijn verzoek tot opname op de volgordelijst dat hij beschikt over voldoende financiële middelen dan wel financieringsmogelijkheden om de kosten en verplichtingen als bedoeld in het tweede lid te kunnen voldoen.
Artikel 16. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.
Artikel 17. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Eerder Aanvragen Prioriteit Transportcapaciteit Woningbouwprojecten gemeente Groningen 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 augustus 2026.
De burgemeester,
De secretaris,
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Groningen 2026 (Beleidsregels Eerder Aanvragen en Prioriteit Transportcapaciteit woningbouwprojecten)
Algemeen
Inleiding
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Groningen invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.
Aanleiding
Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.
Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.
De Systeemcode elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:
- 1.
netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;
- 2.
veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;
- 3.
basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte.
Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026).
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.
Doelstelling
De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.
De gemeente heeft via de Systeemcode elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:
- •
artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten;
- •
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;
- •
de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol;
- •
artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.
De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.
Inspraak
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels. Artikel 3, tweede lid, onder 5 en artikel 15 van de Participatieverordening gemeente Groningen 2025 bieden hiertoe ruimte.
Artikelsgewijs
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026.
Project
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat, dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.
Volgordelijst
De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).
Artikel 2. Toepassingsbereik
Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met indieners die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.
De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.
Artikel 3. Doel
De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering) en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.
Uitwerking
De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van andere indieners.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden ingediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.
Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere indiener onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.
De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan met de indiener. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek indiener
Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de indiener en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.
Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de indiener die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten, met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek, wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaard aanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.
Aanvraag transportcapaciteit
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
- a.
naam, contactgegevens gemeente, contactgegevens en rechtsvorm van de indiener;
- b.
omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);
- c.
het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, middenhuur, koop);
- d.
de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:
- 1
het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;
- 2
de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;
- 3
de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.
- 1
Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader
Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:
Woningbouw — algemeen:
- 1.
bestuursverklaring (zie artikel 5);
- 2.
civielrechtelijke overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback);
- 3.
optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen.
Woningbouw — collectieve woonvormen:
- 1.
bestuursverklaring (zie artikel 5);
- 2.
overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback).
Verder is van belang:
- 1.
een verklaring afgegeven door de indiener over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de indiener, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;
- 2.
een verklaring afgegeven door de indiener dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 13;
- 3.
een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en
- 4.
indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.
Het projectdossier wordt ingediend via https://gemeente.groningen.nl/woningbouwproject-aanmelden-voor-stroomaansluiting. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen per e-mail. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
De gemeente controleert of de aanvraag volledig is en beoordeelt of het project voldoet aan de voorwaarden van de regeling. Wanneer een aanvraag onvolledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan per e-mail binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. De indiener krijgt de gelegenheid om een verbeterde versie van het volledige dossier in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken. Ook voor de verbeterde versie van het volledige dossier geldt de deadline van twee weken na openstelling van het online invulformulier.
Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen, een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 8. Bestuursverklaring
De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode elektriciteit 2026.
De Systeemcode elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode elektriciteit 2026-vereisten.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.
Artikel 9 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.
Stap 1 - Start bouw
Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunningsplanning.
De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.
Stap 2 - Projectrijpheid
Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.
De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.
Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.
Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidsonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.
Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:
- -
Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw;
- -
Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties;
- -
College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.
Stap 3 – Maatschappelijk belang
De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, wanneer stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met criteria ten aanzien van de Versterkings- en vernieuwingsopgave in het aardbevingsgebied, of het project deel uitmaakt van een ontwikkellocatie waarvoor rijkssubsidie is toegekend, de betaalbaarheid van de woningen en woningbouw voor bijzondere doelgroepen. Mocht dit geen onderscheidend vermogen bieden, dan wordt het project met het grootste netto aantal woningen hoger gerangschikt.
|
Rangorde: |
|
|
1 |
Versterkings- en vernieuwingsopgave aardbevingsgebied Voorrang wordt gegeven aan projecten die onderdeel uitmaken van een vastgestelde versterkings- of vernieuwingsopgave in het aardbevingsgebied. |
|
2 |
Aangewezen ontwikkellocatie Vervolgens wordt gekeken of het project onderdeel uitmaakt van een in het gemeentelijk volkshuisvestingsplan (figuur 1, ontwikkellocaties, pagina 29) aangewezen ontwikkellocatie. De aanwijzing moet voldoende concreet en objectief herleidbaar zijn. Dit kan onder meer blijken uit toegekende rijkssubsidies, voor zover daaraan concrete voorwaarden zijn verbonden ten aanzien van woningaantallen, fasering of realisatietermijnen. |
|
3 |
Betaalbare woningbouw Indien ook op het voorgaande criterium geen onderscheid ontstaat, is het netto aantal te realiseren sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middenhuur woningen bepalend. De aantallen binnen deze categorieën worden bij elkaar opgeteld. Het project met het grootste gezamenlijke netto aantal betaalbare woningen wordt hoger gerangschikt. |
|
4 |
Huisvesting bijzondere doelgroepen Als de voorgaande criteria geen onderscheid opleveren, is het netto aantal woningen bepalend dat aantoonbaar en specifiek is bestemd voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen, waaronder ouderen, zorgbehoevenden, statushouders en spoedzoekers. Het project met het grootste netto aantal voor deze doelgroepen bestemde woningen wordt hoger gerangschikt. Een woning die voor meerdere bijzondere doelgroepen is bestemd, wordt voor de toepassing van dit criterium eenmaal meegeteld. |
|
5 |
Woningbouwaantal Indien de voorgaande criteria geen onderscheid opleveren, is het netto aantal te realiseren woningen bepalend. Het project met het grootste netto aantal woningen wordt hoger gerangschikt. |
Stap 4: datum van oplevering
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Stap 4 – Datum van oplevering
Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.
Indien twee of meer projecten op grond van artikel 9 een gelijke eindscore behalen en daardoor aanspraak maken op dezelfde positie op de volgordelijst, wordt de onderlinge rangorde tussen de betreffende gelijk scorende projecten vastgesteld door middel van een openbare loting, welke wordt verricht door een notaris.
De loting vindt plaats op woensdag 9 sept 2026 op een door de gemeente vooraf bekendgemaakte locatie. De notaris ziet toe op een zorgvuldig, onafhankelijk en transparant verloop van de loting.
De bij de loting betrokken indieners worden tijdig schriftelijk uitgenodigd om de loting bij te wonen.
Bij de loting wordt voor ieder betrokken project, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, een afzonderlijk lot ingebracht. De volgorde waarin de loten door de notaris worden getrokken, bepaalt de onderlinge rangorde van de betrokken projecten op de volgordelijst. Het eerst getrokken lot verkrijgt de hoogste positie, het daarna getrokken lot de daaropvolgende positie, enzovoorts.
De uitslag van de loting is bindend voor alle betrokken partijen. De notaris legt de wijze van loting en de uitslag daarvan vast in een notarieel proces-verbaal dat wordt verstrekt aan de gemeente. De in het proces-verbaal opgenomen rangorde geldt als definitieve onderlinge volgorde van de betrokken projecten op de volgordelijst.
Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
De gemeente publiceert kort na de deadline voor het aanleveren van projecten en uiterlijk twee weken voor het aanvragen van aansluitingen bij de netbeheerder door de gemeente de voorlopige volgordelijst. Kort voor het aanvragen van aansluitingen bij de netbeheerder door de gemeente publiceert de gemeente de definitieve volgorde lijst.
Artikel 13. Rechtsbescherming
Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de indieners.
Er wordt desondanks gekozen om in lid 2 een reactieprocedure in te richten, zodat eventuele onjuistheden of onvolkomenheden in de voorlopige volgordelijst kunnen worden hersteld voordat de definitieve volgordelijst wordt vastgesteld. Daarbij beoordeelt een ambtelijke commissie op basis van deze beleidsregels of er sprake is van een omissie in de eerdere beoordeling en aanpassing noodzakelijk is. Na de beoordeling en afhandeling van de reacties stelt het college de definitieve volgordelijst vast. De termijn om verzoek tot heroverweging in te dienen van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig een verzoek tot heroverweging in te dienen, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder.
Het vijfde lid voorziet in de mogelijkheid om binnen een beperkte termijn een kortgedingprocedure aanhangig te maken. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 verklaart de initiatiefnemer bekend te zijn met en in te stemmen met de in deze beleidsregels opgenomen procedure en termijnen.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.
Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook pas plaats nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om heroverweging van de voorlopige volgordebepaling aan te vragen. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.
De indiener stemt ermee in dat alle kosten, aanbetalingen en overige financiële verplichtingen die voortvloeien uit het indienen of behandelen van een prioriteringsverzoek en/of transportverzoek bij de netbeheerder, overeenkomstig de gemaakte afspraken tussen gemeente en ondergetekende aan ondergetekende worden doorbelast bij de overdracht van de aanvraag.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl